"Exploring the future of work & the freelance economy"

Uitweg impasse Wet DBA geeft zzp-markt rust

Maar hoe nu verder? De huidige onzekerheid kan en mag absoluut niet te lang voortduren. Lisette van Rossum (ABU) zet op een rij wat er moet gebeuren.

Het jaar 2017 is nog maar net begonnen. Toch willen wij nog een keer terugkijken naar vorig jaar, naar het gedoe met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, om te bezien hoe het nu verder moet met de zzp-markt.

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) haalde de eindstreep van 2016 niet. Na heel veel tumult in de media, de vele Kamervragen, de rondetafelgesprekken en de debatten in beide Kamers over de kwestie, moest staatssecretaris Wiebes van Financiën wel kleur bekennen. De Wet DBA werd in de ijskast gezet. Dit is eigenlijk wel bijzonder, omdat de Wet DBA niet meer is dan het schrappen van een paar fiscale wetsartikelen.

Maar hoe nu verder? De huidige onzekerheid kan en mag absoluut niet te lang voortduren. Zzp’ers moeten gewoon aan de slag kunnen als opdrachtnemer en doen waar ze goed in zijn. De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) heeft een aantal voorstellen bedacht om uit de huidige impasse te komen. Welke voorstellen zijn dat?

Beleid

Ten eerste vinden wij dat er een integrale visie op en hervorming van de arbeidsmarkt moet komen. Aparte maatregelen, het betere knip- en plakwerk, die alleen toezien op de regulering van flexibiliteit, zoals de Wet DBA en de Wet werk en zekerheid, bieden naar onze mening geen soelaas. Wij staan in deze conclusie niet alleen. Het Centraal Planbureau kwam het afgelopen najaar tot een zelfde conclusie.

Ten tweede: neem de diversiteit van arbeidsrelaties als uitgangspunt van het te maken beleid. Zet ‘de werkende’ centraal. Ongeacht de contractvorm. Dit betekent ook dat zelfstandigen een eigen plek in ons sociale (zekerheids)stelsel moeten krijgen. Dus niet de zelfstandige definiëren als een afwijking van een werknemer. Nee, zorg voor een eigen definitie in het fiscale domein (via de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting 2001) en een eigen civielrechtelijke positie naast de werknemer met een arbeidsovereenkomst. Dit kan prima naast elkaar bestaan.

Arbeidsrecht

De ABU is kritisch op de haalbaarheid van het sleutelen aan de definitie van de arbeidsovereenkomst. Met name als het gaat om de criteria ‘gezag’ en ‘vrije vervanging’. Waarom? Sinds 1907 liggen deze criteria verankerd in de wet. Jurisprudentie heeft ervoor gezorgd dat deze twee elementen zich in de praktijk ontwikkeld hebben tot wat ze nu zijn. Ons voorstel zou zijn om de herijking van het arbeidsrecht te laten rusten.

Als we kijken naar de onderkant van de arbeidsmarkt, dan vinden wij dat er een gelijk speelveld moet komen voor alle werkenden. Ongeacht het soort contract. Maak het aantrekkelijk voor werkgevers om arbeidsovereenkomsten aan te bieden. Doe dat door de concurrentie op basis van fiscale prikkels en sociale zekerheid weg te nemen. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan het verminderen van de duur van loondoorbetaling bij ziekte.

Dit zijn allemaal zaken voor de wat langere termijn en voor het nieuwe kabinet. Wat te doen op de korte termijn? Wij vinden het belangrijk dat het vertrouwen in de zzp-markt wordt hersteld. Wij vinden het bieden van duidelijkheid hierbij erg belangrijk. Dus maak duidelijk wat van opdrachtgevers en opdrachtnemers, ondanks het uitstellen van de handhaving van de Wet DBA, nu wordt verwacht. Neem de modelovereenkomst en de (goede) wil van partijen als uitgangspunt. Laat de feitelijke situatie voorlopig buiten beschouwing. Dit ligt in lijn met het voorstel van staatssecretaris Wiebes om alleen te handhaven bij evidente gevallen van fraude. Zet de ingezette koers van professionalisering van de zzp-markt verder voort.

Hanteer een voor de zzp-markt werkbare termijn van maximaal twee jaar, waarbinnen een zelfstandige aaneengesloten bij één opdrachtgever mag werken. Regel verder dat die termijn toeziet op de toekomst en voor de lopende én nieuwe contracten en per direct ingaat.

Nieuwe wetgeving

En tot slot een oproep aan het nieuwe kabinet om heel snel met voorstellen te komen. Voorstellen die moeten dienen als opvolger van de Wet DBA.

Het geeft rust en duidelijkheid aan de getroffen zzp-markt. Alle reden dus om deze voorstellen uit te voeren! Op een mooi 2017.

Mr. Lisette van Rossum (Fiscaal Recht, Rijksuniversiteit Leiden en Europese Fiscale Studies, Erasmus Universiteit Rotterdam) startte haar loopbaan als assistent accountant bij Moret en Limpberg. Bij Fortis Nederland en Delta Loyd specialiseerde zij zich in loonheffingen. Deze ervaring breidde zij verder uit in functies bij o.a. KPMG Meijburg & Co en NV Nuon Energy. Sinds 2010 is Van Rossum beleidsmedewerker bij de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen). Daar is zij verantwoordelijk voor alles op het gebied van fiscale wet- en regelgeving. In die hoedanigheid adviseert zij leden en lobbyt zij in Den Haag. Ook heeft zij het dossier zzp-intermediairs onder haar hoede. Mede van haar hand zijn de modelovereenkomst tussenkomst en bemiddeling. Bekijk alle berichten van Lisette van Rossum

14 reacties op dit bericht

  1. Alweer een artikel met daarin de termijn van 2 jaren zorgeloos bij een klant. Echt onrealistisch lang.

    Neem nou commissie Boot als uitgangspunt.
    Geen naheffing of boete bij contract tot 6 maanden. Daarboven wel risico op naheffing/boete.

    • 2 jaar is op zich niet zo vreemd misschien voor grote opdrachten, maar dan niet 2 jaar fulltime op locatie bij de klant van 9-17 en broodtrommeltje mee en elke maand 160+ uur factureren…
      Dat zijn feitelijk gewoon korte arbeidscontracten natuurlijk.

      • Boot is, en m.i. terecht. harde criteria waarmee de markt (zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers) vooraf weet waar hij aan toe is. En criteria die verder niet ter discussie staan (als bijv gezag)

        Dan rijst de vraag: wat is dan een goede termijn?

        Als je uit gaat naar wat gebruikelijk is in de markt (van zwaardere interim professionals), dan komt onderzoek van Schaekel & Partners (vooral interim en project managers) uit op een gemiddelde opdrachtduur van van 12,5 maanden. Headfirst (veelal IT) komt op 16,5 maand.

        Complexe opdrachten duren vaak langer dan 6 maanden. Begrijp opmerkingen wel dat dat best ook wel korter kan is sommige gevallen. Maar je kan je wel afvragen welk doel het dient om het feitelijk onmogelijk te maken om zelfstandigen in te zetten op iets langere opdrachten.

        • Mee eens. Zeker binnen de overheid zijn langere termijnen niet vreemd. Zeker daar waar het gaat om de inzet op projecten. De vraag is of die termijn ook geldt in geval van bemiddeling.

      • Bij de Belastigdienst zelf geldt voor ICT inhuur ook een termijn van max. 2 jaar, waarom voor anderen dan een kortere periode!?!
        Inderdaad zou het criterium ‘gebruikelijke duur’ misschien nader dienen te worden toegelicht, maar 2 jaar lijkt me een prima uitgangspunt.

        • Voor een minister post is de gebruikelijke duur 4 jaar, dus een minister mag zichzelf voor 4 jaar als zzper verhuren?

  2. Het is goed om elke dag te zoeken naar een balans tussen belangen en feiten om zo te leren, groeien en gelukkig te worden.
    Maar het is ook handig om rekening te houden met de feiten. Twee belangrijke volgens mij:
    1) Er zijn wat meer bedrijfstakken dan ict en interimmanagement (hoe vaag die laatste term m.i. inhoudelijk ook is.)
    2) Om duidelijkheid te scheppen in onze wederzijdse rechten en plichten is er het burgerlijk wetboek (BW), waarin onze wetgever wat spelregels heeft opgenomen. O.a. voor arbeidsrecht. Daarin staat bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een overeenkomst van
    – aanneming van werk;
    – arbeid;
    – opdrachtaanvaarding (mits geen overeenkomst van aanneming van werk of arbeidsovereenkomst)

    Hierboven komen termijnen langs tussen de 6 en 24 maanden. In het BW staat een m.i. belangrijke termijn en wel van drie maanden:
    In deel 6, artikel 710a BW is het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst opgenomen.
    a) arbeid tegen beloning
    b) drie achtereenvolgende maanden, hetzij iedere week werken, hetzij 20 uur per maand werken.
    Wij kunnen dus de wetgever helpen die regels te veranderen om een nieuwe betere koers te vinden.

  3. De commissie Boot sluit opdrachten langer dan 6 maanden helemaal niet uit. Maar de eisen worden wel strenger. Daar lijkt me helemaal niets op tegen. Ik ben het helemaal eens met Gerrit Kleyn Winkel.

    Commisse Boot samengevat.
    Laat de toets aan gezag/vervanging los in volgende gevallen
    -opdrachten tot 260uur per kalender jaar: kunnen onvoorwaardelijk buiten dienstverband
    -opdrachten tot 6mnd kunnen buiten dienstverband wanneer het tarief ook die indicatie geeft (meer dan 150% van gebruikelijk loon)
    -bij opdrachten langer dan 6 mnd komt de core-business eis erbij. Interim functies buiten dienstverband staan dan onder druk. Specialistische langdurige opdrachten niet.
    Toets aan gezag/vervanging (lees modelovereenkomst) kan altijd nog in bijzondere gevallen

  4. Waarom gaan we niet terug naar het oude VAR-criterium ‘minimaal drie opdrachtgevers per jaar’? Dan maakt het niet uit of je als zzp’er één dag, zes maanden, twee jaar of voor mijn part je hele leven bij een organisatie zit.

    • Geen slecht idee, mits er niet 1 opdracht is die meer dan 75% van het jaar inkomen voor zijn rekening neemt.

    • Waarom is het eigenlijk een probleem dat een zzp soortgelijk werk doet als mensen in loondienst. Als de ondernemer nou die keuze maakt omdat hij bijvoorbeeld: tijdelijk (om economische redenen) de formatie wil opvullen en of een zieke of zwangere werknemer wil vervangen.

  5. Ik word een beetje moe van die continue vergelijking met loondienst, gebaseerd op arbeidswetgeving uit begin vorige eeuw, en de discussie over arbitraire criteria zoals de duur van een opdracht, het aantal opdrachten en gezagsverhoudingen. Als sprake is van een eerlijke beloning voor de zzp en daarmee geen oneerlijke concurrentie voor de mensen in loondienst, waarom zou een ondernemer dan geen zzp mogen inhuren. Ondernemers zijn ook niet gek. Die zullen dan echt geen ‘kostbare’ zzp’ers blijven inhuren als dat niet nodig is.Het is toch vreemd dat de zzp continue moet blijven bewijzen dat hij geen werknemer is. Dit terwijl de zzp toch veel meer risico loopt. Dat zien we nu ook weer.

  6. Dank Eddy. Het wordt voor mij, en ik denk ook voor andere zzp’ers, steeds duidelijker. Laatste vraag. Heeft in deze context solidariteit betrekking op de bijdrage aan de kosten van de sociale zekerheid en daarmee de aftrekposten van zzp’ers. Die aftrekposten zijn er ook niet voor niets. Dat wordt weleens vergeten.

    • Klopt Mike, die aftrekposten zijn er niet voor niets, die zijn voor ondernemers bedoelt, omdat die kosten maken om te ondernemen. Al waren het misschien maar de niet factureerbare uren die gebruikt worden voor opdracht verwerving.
      Zzpers wiens situatie vrijwel niet te onderscheiden is van een werknemer (op het uurloon na) en hetzelfde werk doen, zouden dus feitelijk geen toegang moeten hebben tot deze aftrekposten, en ook mee moeten betalen aan de sociale voorzieningen.