Maandelijkse archieven: april 2015

Aantal opdrachten op inhuurmarktplaatsen overheid in 2014 verdubbeld

Het aantal openbaar gepubliceerde opdrachten op inhuurmarkkplaatsen van de overheid stijgt sinds 2013 hard en ook voor dit jaar is al een stijgende lijn te zien ten opzichte van vorig jaar. Dat berekende Tenderplace, dat zicht houdt op de verschillende inhuursites waarop overheid en organisaties opdrachten aanbieden aan leveranciers en zzp’ers. Gerd Heijmans van Tenderplace en Mark Bassie van Flex-Beheer, proberen deze groei te duiden. 

Forse groei aantal opdrachten

Over heel 2014 heeft Tenderplace 2.911 inhuuropdrachten geregistreerd bij de tientallen inhuurmarktplaatsen van de overheid. In 2013 waren dit er nog 1.612. Dat is bijna een verdubbeling in een kalenderjaar. De cijfers voor het eerste kwartaal van 2015 (680 opdrachten) laten wederom een stijging zien van 18,5 procent  ten opzichte van het eerste kwartaal van 2014. De groei zit er dus behoorlijk in.

Nu stijgt het aantal marktplaatsen ook elk jaar, er zijn nu 101 verschillende overheids-marktplaatsen in gebruik, maar niet zo hard dat het deze groei kan verklaren. De overheid is in 2014 dus meer gaan inhuren of ze maakt meer gebruik van deze marktplaatsen als primair inhuurkanaal. Dit zou dan ten koste gaan van een raamcontract met een aantal preferred suppliers of van onderhandse procedures, waarbij de overheid zelf een beperkt aantal leveranciers uitnodigt om een aanbod met tarief en cv in te sturen. Dit soort onderhandse procedures worden niet geregistreerd en zijn dus niet verwerkt in bovenstaande cijfers.

Het jaarpatroon van het aantal opdrachten dat elke maand is gepubliceerd ziet er over 2013 anders uit dan over 2014. In 2013 was het nog redelijk gelijkmatig verdeeld met ongeveer hetzelfde aantal gepubliceerde opdrachten in alle maanden. Het patroon over 2014 is grilliger met twee grote pieken in de maanden september en oktober (> 400 opdrachten). Is dit te danken aan de grote decentralisatieoperaties waardoor gemeenten veel meer behoefte kregen aan externe ondersteuning?

overzicht per maand (bron: Tenderplace)

 

Als we kijken naar de regio’s met de meeste opdrachten, dan spannen in volgorde van hoog naar laag, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Utrecht en Gelderland de kroon. In de overige provincies wordt van het totaal aantal opdrachten slechts tussen de 1 en 3 procent weggezet. Zijn daar minder marktplaatsen of worden ze minder intensief gebruikt? Wij denken dat dit allebei  klopt.

Ten slotte heeft Tenderplace ook een analyse gemaakt van het aantal opdrachten per branche of sector. De ICT-sector springt er dan uit met bijna 24 procent van het totaal aantal opdrachten. Riolering grond en wegenbouw en Sociale zaken en werkgelegenheid volgen op ruime afstand met respectievelijk bijna 16 en 14 procent. Alle overige denkbare branches komen niet boven de 6 procent van het totaal aantal gepubliceerde opdrachten uit.

Opdrachten marktplaats per type opdrachtgever (bron: Tenderplace)

Onmisbaar en omstreden

Deze groei maakt inhuurmarktplaatsen, zowel in absolute als relatieve zin, belangrijker. Leveranciers en zzp’ers die zich tot nu toe afzijdig hielden van dit inhuurkanaal, zouden hierdoor op een gegeven moment toch moeten overwegen om zich te registreren en dit platform te gebruiken om aanspraak te maken op overheidsopdrachten voor externe inhuur.

Helaas is het instrument altijd omstreden geweest, met felle voor- en tegenstanders. Er is recent door Flex-Beheer een Comité van verontruste marktplaatsgebruikers opgericht, waarin grote en kleine leveranciers zich hebben verenigd om te zorgen dat er meer uniformiteit en transparantie komt en marktplaatsen leveranciers-vriendelijker worden. Het comité wil dat overheidsorganisaties met een marktplaats zich de belangen en behoeften van leveranciers meer aantrekken. Het overleg met het ministerie van Economische Zaken en Pianoo is inmiddels geopend. Ook TenderNed onderzoekt hoe het individuele inhuuropdrachten op alle marktplaatsen goed vindbaar kan maken.

Wijziging aanbestedingswet

Met de komende wijziging van de Aanbestedingswet die in 2016 ingaat, wordt ook beoogd om marktplaatsen een wettelijke status te geven. Een marktplaats kan dan officieel als Dynamisch Aankoopsysteem (DAS) worden gebruikt.

Te verwachten valt dat met een wettelijke   status aan de ene kant en meer uniformiteit en transparantie aan de andere kant, het aantal inhuurmarktplaatsen verder zal groeien.

Die ontwikkeling past in de verdere digitalisering en flexibilisering van de samenleving en een eerlijker level playing field voor kleine en grote leveranciers en zzp’ers, die zo gelijke kansen krijgen op inhuuropdrachten bij de overheid. Deze ontwikkelingen maken het werk voor leveranciers makkelijker en transparanter en de overheid krijgt zo snel veel goede kandidaten aangeboden tegen een marktconform tarief. Dat is een prima ontwikkeling mits er meer wordt geluisterd naar de behoeften van leveranciers.

Mark Bassie schreef dit artikel samen met Gerd Heijmans van Tenderplace. Tenderplace is een online beheerinstrument voor freelancers en bureaus en geeft gebruikers onder andere een volledige overzicht van nieuwe opdrachten die via marktplaatsen worden gepubliceerd.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Wiebes’ plan ter vervanging van de VAR: vier addertjes onder het gras

Vorige week stuurde Staatssecretaris Wiebes een brief aan de Kamer waarin hij duidelijk maakt hoe hij de VAR wil gaan vervangen. Het zal u niet ontgaan zijn. Voortschrijdend inzicht en met name overleg met de sociale partners hebben Wiebes op het idee gebracht van de voorbeeldovereenkomsten.

Dit zijn overeenkomsten die per sector opgesteld kunnen worden en die vooraf getoetst worden door de Belastingdienst. Ze geven opdrachtgevers vooraf de zekerheid dat ze geen loonheffing hoeven in te houden wanneer ze zelfstandigen inhuren. Mits natuurlijk de feitelijke situatie overeenkomt met wat in de modelovereenkomst is vastgelegd. Het is een mooi plan, maar wanneer we wat scherper kijken, liggen er nog wel een paar addertjes onder het gras. Voor zelfstandigen, de organisaties die ze inhuren en voor de intermediairs.

** UPDATE: zie hier voor artikel over het definitieve voorstel van Wiebes plus het negatieve advies daarover van Actel

Plan Wiebes ligt in handen van complex krachtveld

In de pers werd het plan van Wiebes goed ontvangen. Wiebes bracht het nieuws in de Volkskrant ook vooral als een manier om schijnzelfstandigheid te kunnen bestrijden. En daar is natuurlijk niemand tegen. Er ligt nu geen compleet wetsvoorstel, maar een brief waarin hij wijzigingen van zijn eerdere plan uitwerkt (voor de puristen onder u: het wetsvoorstel voor de BGL wordt niet ingetrokken, maar aangepast).

Erg veel zal afhangen van de verdere invulling. Het voorstel geeft zowel mogelijkheden voor het standpunt “ondernemen wordt weer zoals het bedoeld is: ruimte voor ondernemen zonder overbodige administratieve lasten”, de woorden van Wiebes, als mogelijkheden om de “doorgeschoten flexibilisering van de arbeidsmarkt een halt toe te roepen”, zoals minister Asscher (Sociale Zaken) op de plannen reageerde.

Dat wordt dus balanceren in de politiek. En in de polder, waar de verschillende vertegenwoordigers – niet zelden met uiteenlopende visies en belangen – zich uitgebreid warmlopen. Want daar moet veel worden uitgewerkt en dus ligt het plan van Wiebes ook midden in dat krachtveld.

Er liggen dan ook nog wel een paar addertjes onder het gras in het Plan Wiebes.

Addertje #1: Oude wijn in nieuwe zakken: Knelpunt rond ‘gezag’ en ‘persoonlijke arbeid’ niet opgelost

Het plan van Wiebes wordt soms gepresenteerd als iets geheel nieuws. De vorm is anders: een modelcontract in plaats van een verklaring. De verantwoordelijkheid is anders: Wiebes krijgt zijn zo gewenste mogelijkheid om in een keer hele groepen zzp’ers bij één opdrachtgever te controleren en de rekening bij die opdrachtgever te leggen. De onderliggende wetgeving en regels blijven hetzelfde. Van een aanpassing van wetgeving aan de realiteit anno 2015 is geen sprake.

Zowel bij de toetsing vooraf als bij de controle achteraf vindt een beoordeling plaats of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Op basis van een bekend lijstje factoren die Wiebes nog eens op een rij zet (o.a. persoonlijke arbeid, wel of geen leiding en aanwijzingen krijgen, wel of geen vaste werktijden, de werkzaamheden wel of niet een wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering). Ze komen uit een tijd waarin de wereld nog overzichtelijk was. Werknemers deden persoonlijke arbeid; ondernemers leverden diensten ‘van stoffelijke aard’.

Vijftig jaar later zitten we in een diensteconomie. Het gros van de zelfstandig ondernemers waar we het hier over hebben, levert een dienst die rechtstreeks verbonden is aan zijn eigen persoonlijke kwaliteiten en er is altijd sprake van enige vorm van opdrachtverstrekking, toezicht, enzovoorts. Met dit rijtje criteria kun je 90 procent van de huidige interim-professionals zo kwalificeren als werknemer. Dat wil niemand (nu ja, bijna niemand) en dus gebeurt het niet.

Toch wordt het ook niet opgelost. Met het risico dat in de modelovereenkomsten een Haagse werkelijkheid wordt gecreëerd die niet overeenkomt met de praktijk. Een vergelijking met de Wet Werk & Zekerheid (WWZ) dient zich hier aan (zie ook het commentaar van prof. Wilthagen over de WWZ gisteren in het FD: “De politiek geeft verkeerde antwoorden op een veranderende arbeidsmarkt”).

Addertje #2: Het Poldermoeras: wordt het complexer in plaats van simpeler?

Wiebes wil dat de sociale partners sectoraal tot een voorbeeldovereenkomst komen die vervolgens wordt getoetst. Een mooie polderoplossing, waar de polder ook zelf mee is gekomen. De polder bestaat hier overigens uit opdrachtgevers, de zzp-organisaties maar ook uit traditionele vakbonden. Ook de intermediairs (waarover later meer) vragen (terecht) om aandacht voor hun rol. Wiebes wil al rond oktober zo’n 40-tal verschillende sectorale en generieke overeenkomsten hebben getoetst en gepubliceerd.

Dat wordt dus hard werken voor de polderpartijen. Ze lopen zich al flink warm, want er zijn hier een boel – en heel uiteenlopende – belangen te vertegenwoordigen. Onderling bij de zzp-organisaties, tussen werknemers en zelfstandigen, om niet te spreken van de enorme economische belangen bij de branche van bemiddelaars.

Er is al een voorbeeld van een voorbeeldovereenkomst (vijftien pagina’s overigens). Deze overeenkomst voor zzp’ers in de thuiszorg is opgesteld door FNV Zelfstandigen en BTN (Belangenbehartiger Thuiszorg) en is goedgekeurd door Wiebes. Fijn. Maar ondertussen stelt Edwin Bouwers, dagelijks bestuurder bij FNV: “modelovereenkomsten zoals deze in de zorg tot stand is gekomen wijst de FNV helemaal af”. Het is maar een voorbeeldje.

Addertje #3 : Wie is de opdrachtgever? De eindklant of de intermediair?

Ongeveer de helft van alle zzp’ers heeft momenteel een VAR (de andere helft heeft die niet nodig, omdat ze bijvoorbeeld in de handel zitten, zelf iets produceren of hele korte opdrachten doen). De mensen met een VAR lopen uiteen van bouwvakkers, pakketjesbezorgers, zorgpersoneel tot it-ers, zelfstandig adviseurs en interim-managers. Hun product: dat zijn ze zelf.

Een zeer groot deel van deze zelfstandigen werkt via een bureau. Dat is de partij waar hij of zij een contract mee heeft, niet met de organisaties waar de opdracht feitelijk wordt uitgevoerd. Merkwaardig genoeg staat deze situatie nauwelijks uitgewerkt in de brief van Wiebes en het roept een aantal cruciale vragen op.

De bureaus en intermediairs zijn er in verschillende varianten. Bijvoorbeeld een bureau dat de bemiddeling tot stand brengt tussen vraag (de feitelijke opdrachtgever) en het aanbod (de zelfstandige) of een bedrijf dat alleen een administratieve schakel vormt tussen de opdrachtgever en de zelfstandige, de brokers. Bijna altijd is het zo dat die intermediaire partij de contractpartij is voor de zelfstandige. De intermediair sluit ook een overeenkomst af met de opdrachtgever; de eindklant, in vakjargon. De zelfstandige doe zijn opdracht voor (en ook bij) die eindklant, maar heeft dus een contract met de intermediair. Zeker bij brokers kent hij die alleen van naam, de contractafhandeling is een puur digitaal proces (vergelijk het met payrollers).

De kern van het plan van Wiebes is dat hij de verantwoordelijkheid grotendeels bij de opdrachtgever neerlegt. Hij kondigt ook aan bij de opdrachtgevers te gaan controleren of de feitelijke situatie overeenkomt met hetgeen in de modelovereenkomst staat omschreven. Zo niet: dan vordert hij loonheffing (plus boete) bij de opdrachtgever. Die controle kan met terugwerkende kracht over vijf jaar. Zo hangt er fors risico boven de markt. Maar bij wie eigenlijk?

De intermediair is de juridische opdrachtgever. Dus het risico ligt primair daar. Maar de controle (“was er toch niet sprake van gezagsverhouding, geven van leiding, persoonlijke arbeid”, om een greep te nemen uit de criteria genoemd in de brief van Wiebes) kan alleen plaats vinden bij de organisatie waar de zelfstandige zijn opdracht doet (of deed).

Wiebes noemt in zijn brief nadrukkelijk de UWV-route. Hij roept zelfstandigen op om naar de rechter te stappen wanneer ze zelf vinden dat de praktijk gedurende de opdracht niet overeenkomt met wat in de modelovereenkomst staat. Dan kan de ‘zelfstandige’, die blijkbaar niet zo zelfstandig was, alsnog sociale voorzieningen claimen. En krijgt de opdrachtgever (nu werkgever) een naheffing. Ook niets nieuws, dit kan nu ook. Maar wel opvallend dat Wiebes dit zo nadrukkelijk benoemt.

De vraag is hier hoe intermediair om gaan met dit forse risico. Gaat ze dat risico doorschuiven naar hun opdrachtgevers? Of leggen ze het risico bij de zelfstandigen neer (‘indien bij ons loonheffing wordt teruggevorderd claimen wij die ook terug bij u’, zo stond er voor de komst van de VAR in overeenkomsten)?

Dit punt gaat ongetwijfeld terugkomen in de sectorale overleggen tussen de sociale partners. Een eenvoudige oplossing ligt er niet, dus is het zaak voor elke partij in deze tripartiete verhouding alert te zijn. Immers, met name rond dit punt liggen de belangen in die driehoek uiteen.

Addertje 4# : Geen ‘bewijs’ van ondernemerschap. Stap richting afschaffing zelfstandigenaftrek?

De VAR kregen zelfstandigen nadat ze een aantal vragen beantwoordden die zowel gingen over hun werkrelatie met opdrachtgevers als over hun ondernemerschap. Dat was geen garantie dat je (mits ook voldaan aan het urencriterium) in aanmerking kwam voor de voor veel zelfstandigen zo belangrijke zelfstandigenaftrek, maar je had in ieder geval iets.

Wiebes stelt nadrukkelijk dat zijn nieuwe plan geen uitspraken doet over het ondernemerschap van de zelfstandige en “er kunnen dus ook geen gevolgen aan worden verbonden wat betreft de fiscale ondernemersfaciliteiten”. De beoordeling van de relatie met de opdrachtgever staat centraal en wordt dus losgekoppeld van de beoordeling van het ondernemerschap. Op zich logisch, want het is niet aan een opdrachtgever om te zien of de zelfstandige bijvoorbeeld meerdere opdrachtgevers heeft.

Indien u een beetje argwanend bent ingesteld, dat kunt u dit ook zien als een stap in het ontkoppelen van de status van ‘zelfstandig werkende’ van die van ‘ondernemer’. Dat die ‘fiscale ondernemersfaciliteiten’ (lees: de zelfstandigenaftrek en MKB-vrijstelling) wel door zzp’ers wordt genoten zonder dat ze de intentie hebben door te groeien naar een zelfstandige met personeel, is velen in Den Haag een doorn in het oog. Deze ontkoppeling biedt de mogelijkheid om de criteria voor zelfstandigheid fors aan te scherpen zonder de bestaande werkrelaties tussen organisaties en hun flexibele schil in gevaar te brengen.

Gaat gezond verstand het winnen?

Deze hele exercitie is ingezet omdat de Belastingdienst malafide constructies nu niet effectief kan aanpakken. Het zijn vaak schrijnende gevallen en het is meer dan terecht dat daar op gereageerd wordt. Ondertussen hebben we het hier over een paar procent tot hooguit 10 procent van de hele zzp-markt.

De rest wordt nu wel geconfronteerd met de gevolgen.

Hoe groot zijn die gevolgen? Tja, dat hangt er dus sterk vanaf hoe het politiek en het maatschappelijk middenveld hier mee omgaat. In potentie kan deze regeling sterk vereenvoudigend werken. Komt er een focus op de gevoelige sectoren en wordt de rest met rust gelaten? Komt er voor hen een simpel a4-tje? Of kan het nog simpeler, zoals we onlangs voorstelde, door de zelfstandig ondernemers die evident (vrijwillig) zelfstandig opdrachtnemers zijn buiten deze regeling te houden? Staatssecretaris Wiebes constateerde in een eerdere brief aan de Kamer al dat er momenteel veel te vaak een VAR wordt aangevraagd, ook voor situaties waarin dat helemaal niet nodig is.

Het belangrijkste is dat er snel duidelijkheid én zekerheid moet komen. Vooral voor de verreweg meeste situaties waarin zelfstandigen en organisaties (plus bemiddelaars) graag en met wederzijdse instemming met elkaar werken.

Er ligt een schone taak voor alle betrokkenen om het gezond verstand te laten zegevieren.

Ondernemerschap en regelgevig

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , , | 6s Reacties

Voorzichtig herstel van de economie kan ondernemers op het verkeerde been zetten. Niets is meer zoals het was.

De sterke groei in de vraag naar uitzendkrachten gedurende de afgelopen maanden bevestigt het beeld dat we nu hebben van de economie: het herstel lijkt aan te houden. Toch is het gevaarlijk om te denken dat we weer terugkeren naar een periode van ongebreidelde groei, zoals voor 2008. Structurele veranderingen in de sector zakelijke dienstverlening zijn in volle gang en blijven druk zetten op alle businessmodellen. Die structurele veranderingen kunnen we als volgt omschrijven:

• De peer-to-peer revolutie: kleinere spelers en zzp’ers verdringen grotere spelers
• Traditionele grenzen tussen sectoren vervagen
• Snelle technologische veranderingen maken creativiteit steeds belangrijker

Big is al lang niet meer beautiful, peer-to-peer rules

Schaalvoordelen in de zakelijke dienstverlening zijn altijd onderwerp van discussie geweest. In het hoge volume van algemeen uitzenden zijn schaalvoordelen onmiskenbaar aanwezig. Binnen professionele dienstverlening (accountants, advocaten en consultants) is dat een heel andere zaak. De dienstverlening is hier sterk gebonden aan een persoon. Een opvallend gegeven is dat zzp’ers een steeds belangrijkere rol spelen in professionele dienstverlening en wel op twee manieren.

In de eerste plaats zien we dat zzp’ers (alleen of verbonden aan netwerken ) een steeds groter deel uitmaken van de verschillende deelsectoren in de zakelijke dienstverlening (zie de afbeelding hieronder).

In de tweede plaats vormen zzp’ers een steeds belangrijker onderdeel van de flexibele schil van de grote spelers in de zakelijke dienstverlening. Zo zijn de zp’ers (zzp’ers met een HBO+-opleiding) steeds belangrijker voor accountants (KPMG) en advocaten (De Brauw).

Groei aantal zzp’ers en belang per branche

Vos 4

Net zoals grote bedrijven in verschillende sectoren last hebben van snel groeiende innovatieve bedrijven die slim gebruikmaken van technologie, is de echte revolutie gelegen in het feit dat individuen onderling (peer-to-peer) de rol van bedrijven overnemen. Uber, Airbnb en WhatsApp zijn hier goede voorbeelden van. Deze bedrijven groeien bovendien ongekend snel. De grafiek hieronder laat zien dat het vroeger twintig jaar duurde voordat een beursgenoteerd bedrijf een market cap, de vermenigvuldiging van de aandelenprijs met het aantal uitstaande  aandelen, van een miljard dollar bereikte. Tegenwoordig is dat in een aantal gevallen slechts iets meer dan een jaar.

vos 2

Peer-to-peer (P2P) taxonomie

In het kwadrant hieronder zijn de verschillende vormen van P2P-businessmodellen in kaart gebracht. In feite is de duurzaamheid van die businessmodellen ook verweven in deze matrix. De as winstgevendheid versus doelgedreven (in het Engels: opportunism versus purpose) laat zien bij welke businessmodellen duurzaamheid een belangrijkere rol speelt. Dit zijn de purpose- of doelgedreven modellen. Een eenzijdige focus op winst verdraagt zich niet goed tegenover duurzaamheid. In het scenario rechtsonder, lokale veerkracht, zien we de circulaire economie terugkomen. We zien dat de veelal beursgenoteerde winstgedreven bedrijven gedwongen worden om meer stil te staan bij zingeving (purpose) en dat economische activiteit voor een deel wordt overgenomen door lokale gemeenschappen die sterk op duurzaamheidsprincipes zijn gefundeerd. Met name in een land als Spanje, waar de crisis hard heeft toegeslagen, zien we zogeheten paralleleconomieën ontstaan.

vos 3

Bron: http://welvaartvooriedereen.nl/2014/08/p2p-is-booming/

Grenzen vervagen

Onlangs werd de MKB-praktijk van KPMG verkocht aan het Haagse softwarebedrijf EBPI. Het nieuwe bedrijf gaat zich toeleggen op samenstellende (o.a. het opstellen van jaarrekeningen) en administratieve dienstverlening en is daarmee redelijk uniek in een markt waar deze diensten vaak gecombineerd worden met controle. ‘We gaan het verdienmodel van de sector op zijn kop zetten’, zegt EBPI. Al eerder zagen we dat dat rechtsbijstandverzekeraar DAS online boekhouddiensten ging aanbieden.

Technologie en creativiteit

Net als dit het geval is in de retail-, leisure-, transport- en bouwsectoren, is de verstoring die door technologie plaatsvindt in de zakelijke dienstverlening eigenlijk nog maar net begonnen. Het blijkt erg moeilijk voor grote, traditionele bedrijven in de sector om hun businessmodel aan te passen aan de realiteit van vandaag. Een uitdaging voor veel sectoren is de noodzaak om zich continu aan te kunnen passen aan een nieuwe werkelijkheid. Inmiddels is het geen geheim meer dat het aanleren van empatische vaardigheden aan sterk analytisch ingestelde specialisten moeilijk is. Hetzelfde geldt voor creativiteit. Op grond hiervan zal de sector getuige zijn van een machtsverschuiving van de managerial class naar de creative class. Dat geeft een geheel andere lading aan creative destruction.

Anders Organiseren

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Netwerkers en netwerkorganisaties: zoek wat past!

Bijna iedere interim-professional doet pogingen om zich aan te sluiten bij een netwerk van gelijkgestemden. Zoveel pogingen, zoveel teleurstellingen: het begon met veel enthousiasme, maar levert toch te weinig op en bloedt uiteindelijk dood. Carmen de Graaff typeert het proces. 

Waarom netwerken?

Plat gezegd en naar waarheid: de juiste mensen kennen, daar kom je verder mee! Netwerken bestaat uit het leggen en onderhouden van contacten om meerwaarde te creëren. Daar is niks mis mee. Dat kun je één-op-één doen, maar dat kost een hoop tijd. Netwerken in een netwerk van gelijkgestemden heeft twee grote voordelen. In de eerste plaats kun je meer relevante contacten leggen. Ten tweede kun je het onderhoud van die contacten efficiënter regelen.

Creëren van meerwaarde

meerwaarde netwerk
typering van netwerken door Carmen de Graaff

 

In een leerzaam netwerk deel je een gemeenschappelijk belang: kennis vergaren. Dat gemeenschappelijk belang maakt het netwerk meer relevant en coherent. De meerwaarde van een dergelijk netwerk is vooral gelegen in de mogelijkheid om één-op-één of één-op-enkelen meer zakelijke contacten te onderhouden. Een gezellig netwerk creëert betrekkelijk weinig meerwaarde. De meerwaarde van een dergelijk netwerk is vooral gelegen in de mate waarin je daarmee jouw netwerk kunt uitbreiden om daarna zelf contacten te onderhouden. Contacten die in eerste instantie een vriendschappelijk karakter hebben.

Een verdiepend netwerk gaat een stap verder: je wilt de deelnemers leren kennen om met elkaar kennis en ervaring te delen. Dat delen is de meerwaarde: jij deelt, anderen delen en per saldo krijg je dus veel meer terug dan jezelf hebt gedeeld. Contacten zijn op zowel zakelijke als persoonlijke ontwikkeling gericht.

Een inspirerend netwerk is een zelfversterkend netwerk. Een dergelijk netwerk richt zich op het creëren van meerwaarde voor de deelnemers als individu en voor het netwerk als collectief. Het heeft de vorm van een informele organisatie gericht op co-creatie: samen ondernemen op basis van vertrouwen in elkaar. Een dergelijk netwerk levert de meerwaarde waarnaar veel professionals op zoek zijn.

Waarom veel netwerken doodbloeden

Gezellige netwerken gaan ten onder aan de gezelligheid: je hebt er betrekkelijk weinig aan, leuk voor een keertje en misschien nog een keer. Maar niet om er frequent aan deel te nemen. Dan is de kroeg ook leuk. Leerzame netwerken bloeden dood omdat er te weinig te leren valt. Deelnemers komen alleen als het onderwerp aanspreekt. Zijn er weinig deelnemers dan is de toegevoegde waarde van het netwerk verder erg beperkt. Hetzelfde geldt voor het verdiepende netwerk. Daarbij geldt ook nog eens dat dit soort netwerken vaak een semi-verplichtend karakter hebben: kom je frequent genoeg, lever je wel voldoende input?

Hoe zit dat bij inspirerende netwerken?

Inspirerende netwerken bieden verreweg de meeste meerwaarde, maar bloeden ook regelmatig dood. Een inspirerend netwerk vraagt namelijk heel veel doorzettingsvermogen. Hoe zit dat?

In de eerste plaats vergt een inspirerend netwerk tijd. Deelnemers zijn in dergelijke netwerken geen toeschouwers die soms wel en soms niet komen. Als je met elkaar wilt inspireren, dan moet je elkaar kennen en in het netwerk willen investeren (niet omdat het moet, maar omdat je dat zelf wilt).

In de tweede plaats is een inspirerend netwerk niet meteen inspirerend. Daarvoor heb je een kritische massa nodig die op basis van vertrouwen in elkaar gaat co-creëren. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Als de ambitie niet snel genoeg waargemaakt wordt, haken deelnemers teleurgesteld af.

Ingrediënten voor inspirerende netwerken

  1. Leiderschap met visie op het doel van het netwerk
  2. Consistent visie uitdragen, bij voorkeur ook in de media
  3. Verbinden van deelnemers die willen inspireren
  4. Afscheid nemen van toeschouwers
  5. Tempo maken in realisatie van ambities
  6. Heldere “what’s in it for me” voor alle deelnemers

Terug naar de titel: zoek wat past! Ik zie heel wat professionals die willen deelnemen in een inspirerend netwerk. Besef dan wel dat het netwerk als collectief ook wat van je verlangt. Daar moet je je senang bij voelen. Opereer je liever als individu – daar is niks mis mee – dan is het maar zeer de vraag of een dergelijk netwerk voor jou meerwaarde gaat brengen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 5s Reacties

Trend integraal werven vast en tijdelijk personeel zet door.

ABN AMRO gaat de werving en selectie van vast en tijdelijk personeel integreren. Op 1 mei worden verschillende afdelingen samengevoegd. Binnen het jaar gaan recruiters zowel vast als tijdelijk personeel werven. Een integratie van de verschillende inkoop- en recruitmentsystemen volgt daarna. Dit maakte Marian van Soesthead of talent acquisition and mobility, vrijdag bekend op het seminar ‘Integrale aanpak voor het werven van personeel’, dat mede werd georganiseerd door LaborRedimo.

De stap van ABN AMRO volgt nadat de bank anderhalf jaar geleden een nieuwe strategie neerzette rond het inhuren van interim professionals. Bij ABN AMRO waren in 2014 zo’n 1500 interim professionals actief en 1150 uitzendkrachten. Daarnaast werden er 2100 vacatures vervuld, het merendeel door interne kandidaten.

De beweging om vast en tijdelijk personeel vanuit een afdeling te organiseren is een trend die we ook bij andere organisaties zien. Denk aan ING (zie recent interview daarover), NS en TNO. Andere organisaties zijn in voorbereiding om hetzelfde te doen; bij PostNL (professionals) doen ze het al jaren zo.

Meer oog voor kwaliteit?

Een dynamische arbeidsmarkt, een groeiend aantal contractvormen en grote verschillen tussen functies (qua schaarste) vragen om die meer geïntegreerde aanpak in plaats van al heel vroeg in het wervingsproces een keuze te maken tussen of vast of flex.

Inhuur zo nadrukkelijk onder de paraplu van recruitment (of HR) brengen past in een verder professionaliseren van inhuur, dat ondertussen een structurele activiteit is voor veel organisaties. Denk ook aan het advies van Bryan Peña in zijn interview hier op ZiPconomy vorige week. Inhuur van flexibele arbeidskrachten, van uitzendniveau tot interim managers, is volgens hem van strategisch belang. Meer oog voor kwaliteit en niet sec sturen op kosten is cruciaal.

Ook voor de ABN AMRO is kostenbesparing niet het primaire doel van deze verandering. “Natuurlijk heeft kostenbeheersing onze aandacht. Maar waar we vooral ook beter naar moeten kijken is wat de opbrengst is van iemand in de flexibele schil.  Is het erg als zo iemand 1,5 keer zoveel kost als een vaste kracht? Niet als hij ook 1,5 keer zoveel oplevert natuurlijk.” Om dat te kunnen beoordelen wil Van Soest toe naar een betere beoordeling van ingehuurde krachten.

Boek

coverVan Soest presenteerde haar plannen op een seminar waar adviesbureau Labor Redimo een boek presenteerde over dit thema:  “Integrale aanpak voor werving van personeel”.  Auteurs Bertrand Prinsen en Corné van der Linde pleiten er in het boek voor om niet meer de contractvorm (vast, tijdelijk of extern) als primair uitgangspunt te hanteren bij werving. De crux is om primair te kijken naar de impact van functies op de organisatie en de mate van expertise die benodigd is voor het uitoefenen van de functies. Om te komen tot een integrale wervingstrategie presenteren ze een nieuw werk- en denkmodel waarin drie kernvragen centraal staan: Welke clusters van functies(behoefte)  kan ik definiëren?  Welke (arbeids)marktbenadering pas ik toe? En hoe organiseer ik vervolgens de in-, door- en uitstroom?

Het handboek van Labor Redimo is gratis bestellen via http://www.laborredimo.com/diensten/inleenadvies/instroomadvies/boek-integraal-werven/

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 1 Reactie

Bryan Peña: Inkoop moet het dossier ‘inhuur’ overdragen aan HR. Maar pakken die het ook aan?

bryan pena staffing industry
Bryan Peña op de SIA conferentie in Amsterdam

“De wereld is fundamenteel aan het veranderen. De manier waarop we werken en werk organiseren is fundamenteel aan het veranderen. Dus verandert de manier waarop we de inhuur van flexibele arbeidskrachten organiseren ook fundamenteel. We zitten in een ongekende transitie met ongekende mogelijkheden om als inkoop- en HR-professional  rond het dossier ‘inhuur’ het verschil te maken. Pak je die kans niet, dan word je irrelevant en word je zelf geoutsourct”.  Passie en gedrevenheid kan je Bryan Peña niet ontzeggen. Hij spreekt de woorden met gevoel voor urgentie uit.

Bryan Peña is een van de kopstukken van Staffing Industry Analists (SIA), een Amerikaanse organisatie die wereldwijd actief is in het onderzoek en advies voor zowel organisaties die flexibel personeel inhuren als leveranciers van flex. SIA streek de afgelopen dagen neer in Amsterdam voor hun jaarlijkse Europese conferentie waar een kleine driehonderd inhuur-, inkoop- en HR- professionals uit Europa bij elkaar kwamen.

Van anarchie naar orde en overzicht

Peña gaf dinsdag de aftrap van die conferentie met een keynotespeech, waarna ik hem kon interviewen over wat hij ziet gebeuren in de VS en elders in de wereld.

Peña staat bekend als een autoriteit als het gaat om trends en ontwikkelingen hoe organisaties omgaan met hun inhuurproces van extern personeel. In de breedste zin van het woord, van uitzendkrachten tot de zwaardere zelfstandig professionals, een groep die wereldwijd hard groeit. Zelfs Peña heeft het over de zieziepie’er.

In de tien jaar dat Peña actief is bij SIA heeft hij de manier waarop inhuur van flexibele arbeid georganiseerd worden, flink zien evolueren. Die evolutie plus wat volgens hem gaat volgen heeft Peña vertaald naar een model (zie hieronder) dat we hier op ZiPconomy vorig jaar al eens bespraken.

slide pena

Veel organisaties hebben de afgelopen jaren de focus gehad om uit een fase van anarchie te komen. Orde, overzicht, grip op leveranciers en niet te vergeten grip op de eigen organisatie.  Ze gingen van heel veel leveranciers naar een paar. Van een paar leveranciers naar een MSP of een ander programma om inhuur te organiseren. Een ‘inkoopfeest’.

Doorontwikkeling van inhuur blijft hangen

Een feest met wel vooral een focus op de beheersing van kosten. Dat is hard nodig, stelt Peña. Maar het is niet genoeg. “De inkoopbenadering is als suikerwater. De eerste slokken smaken geweldig. Maar al snel kom je erachter dat je op suikerwater alleen niet kunt overleven. Uitsluitend focussen op kosten is geen duurzame oplossing. Het geeft ook geen antwoord op de demografische en technologische veranderingen op de arbeidsmarkt.”

Peña wijst op de afnemende rol van de intermediairs en het groeiend aantal mogelijkheden dat nieuwe technologieën geeft om als organisatie zelf freelancers te benaderen en te volgen. In het rijtje afkortingen VMS, MPS en ATS kan dan ook FMS toegevoegd worden: een ‘freelance management systeem’. Systemen met zowel inkoop- als HR-functionaliteiten. Het zijn veranderingen en nieuwe mogelijkheden die het inhuren van human resources volgens Peña wel razend complex maken.

Ondertussen merkt Peña dat het doorontwikkelen van de manier waarop de inhuur van flexwerkers en externen georganiseerd wordt, blijft hangen. Er is een beleid rond inhuur ontwikkeld, daar wordt op gestuurd, maar daar blijft het bij. Niveau III in het onderstaande plaatje. Inhuur van mensen blijft te veel een transactie.

volwassenheidsmodel inhuur

“De volgende stap wordt niet gemaakt, al loopt Europa hierin wel wat voor op de VS. De volgende stap gaat om het verder optimaliseren van processen, meer inzicht, meer oog voor kwaliteit. Arbeidsmarktcommunicatie en aandacht voor betrokkenheid. Dat vraagt een strategische verandering in hoe je aankijkt tegen inhuur en de mensen die niet bij je op de payroll staan. Daarna kan je je visie en beleid op flexibiliteit en inhuur ook in zetten om een concurrentievoordeel te behalen. Dat vraagt om een veel meer holistische benadering van inzet van personeel, in vaste dienst én tijdelijk. Professionals die hiermee bezig zijn moeten een diep inzicht hebben in de drijfveren van de eigen organisatie. Daar moet je bij weten aan te sluiten”.

Van inkoop naar HR

Het wordt volgens Peña hoog tijd dat inkoop het stokje overdraagt aan HR. De fase van ‘total talent management’ is veel meer een HR-onderwerp dan inkoop. Maar ook die omslag ziet Peña nog niet gebeuren. Sterker nog, hij ziet dat HR zelfs eerder nog wat afstand neemt van het dossier inhuur, dan dat het wordt omarmt. In de zaal die hij toespreekt is 85 procent van de aanwezigen inkoopprofessional.

Toch denkt hij over vijf jaar een zaal vol HR-professionals toe te spreken. Dat hoopt hij niet alleen, het moet volgens hem ook.  Alles wijst er op dat het percentage medewerkers met enige vorm van een flexibel contract allen maar doorgroeit. Als je daar je ogen voor sluit, als je dat niet meer, kwalitatieve en duurzamer aandacht geeft, dan mis je de boot. Zowel in het aantrekken van de beste mensen als in de slag met je concurrenten. “Hoe groter het belang, hoe groter de kans dat we die stap gaan maken.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 2s Reacties