"Exploring the future of work & the freelance economy"

De VAR en verder: Hoe ingewikkeld willen we het maken?

Hoe ingewikkeld gaat de vervanging van de VAR worden?

Naar verwachting komt staatssecretaris Wiebes (Financiën) aanstaande maandag met een brief naar de Tweede Kamer waarin hij een nieuw voorstel ter vervanging van de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) indient. De afgelopen maanden is met zzp-vertegenwoordigers en werkgevers- en werknemersorganisaties gewerkt aan een alternatief, nadat het voorstel voor een BGL (Beschikking Geen Loonheffingen) door de Tweede Kamer resoluut terug naar het ministerie was gestuurd. Wordt nog wel de vraag gesteld wel probleem er eigenlijk is? Dit vroegen wij ons tijdens een ZiPconomy-bijeenkomst onlangs af. Hoe ingewikkeld willen we het maken?

Geen VAR. Geen BGL.

We zijn benieuwd welke keuzes Wiebes heeft gemaakt om enerzijds schijnconstructies en ander misbruik tegen te gaan en anderzijds het gezonde economische verkeer tussen opdrachtgever en opdrachtnemers niet in de weg te zitten. Daarbij moet de Belastingdienst dan ook nog in staat zijn om een gerichte handhavingstrategie te hanteren. Met de zeer gedetailleerde BGL die ook nog eens per opdracht afgesloten moest worden, leken we van de regen in de drup te raken.

De BGL lijkt als alternatief van tafel. De verschillende gesprekspartners van het ministerie pleiten voor een sectorale aanpak, waarbij bijvoorbeeld via modelovereenkomsten duidelijkheid wordt gegeven over de fiscale status van opdrachtnemers en vooral de vraag of loonheffingen al dan niet moeten worden afgedragen. Hoe omgegaan wordt met zp’ers die daar niet onder vallen, is echter nog een groot vraagteken.

Hoe ingewikkeld willen we het maken?

Een paar weken geleden organiseerden wij vanuit ZiPconomy een dialoogsessie over hoe het wat betreft de aanwezigen verder moet met de VAR. Deelnemers aan die sessie kwamen uit de driehoek waarin veel inhuur van zp’ers zich afspeelt: managers inhuur/inkoop/recruitment van organisaties, bemiddelingsbureaus, brokers en andere intermediairs en natuurlijk zp’ers zelf. Een 35-tal mensen die zo dagelijks in de weer zijn met deze materie, aangevuld met een aantal inhoudelijke experts waaronder Marieke Lips van het Platform Zelfstandige Ondernemers en Josien van Breda van FNV Zelfstandigen. Juist ook in deze samenstelling om niet sec vanuit een invalshoek te kijken maar op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke belang.

Met elkaar in gesprek over die dagelijkse praktijk, ook met oog voor de negatieve kanten van de flexibele arbeidsmarkt, deelden de meeste aanwezigen de mening van de staatssecretaris dat de VAR moet worden vervangen. Het is immers een papieren tijger dan wel een wassen neus geworden. Hij wordt te pas en ook te onpas vereist, ook in situaties waar de VAR nooit voor bedoeld is geweest. Met meer dan 500.000 VAR’s is het uit de hand gelopen en oncontroleerbaar. En als er gehandhaafd wordt dan is dat vaak willekeurig en zijn motieven voor intrekken van de VAR onvoorspelbaar.

De voorgestelde BGL ging echter de verkeerde kant op door nog veel meer in detail te treden. Waarbij elke vraag en afweging feitelijke eerder meer discussie op zou leveren dan duidelijkheid zou geven. Iets waar men nou juist behoefte aan heeft, duidelijkheid.

In de zorgsector zijn voor een specifieke groep zp’ers en specifieke situaties modelovereenkomsten afgesloten die vooraf getoetst zijn bij de Belastingdienst en op instemming van sociale partner kunnen rekenen. Dan kan een oplossing zijn, maar zal alleen werken voor specifieke situaties en homogene opdrachten. Blijft open wat te doen met al die andere zp’ers en hun opdrachtgevers.

Wat dan wel? 

Wanneer iets (hier de VAR) niet meer functioneert, dan kun je dat gaan repareren of vervangen. Je kan ook teruggaan naar de vraag: welk probleem is er eigenlijk? Met elkaar vroegen wij ons tijdens de bijeenkomst van ZiPconomy af in hoeverre op het Ministerie van Financiën die vraag eigenlijk wordt gesteld.

De kernvraag is immers: Moet er wel iets opgelost worden in situaties dat een organisatie (opdrachtgever) een dienst (kennis en vaardigheden, geleverd in uren) gedurende een bepaalde periode afneemt van een zelfstandig ondernemer? Zeker in situaties waarin die transactie evident een afspraak is tussen twee ondernemingen. Immers, wanneer ik een brood bij de bakker koop, vraag ik toch ook geen verklaring waarin duidelijk wordt dat hij de btw van dat brood afdraagt en netjes zijn belasting betaalt?

Natuurlijk is er een grijs gebied tussen ondernemerschap en werknemerschap. Schijnconstructies en noodgedwongen zelfstandigheid zijn een probleem dat aandacht behoeft. Het is echter belangrijk voorzichtig te zijn in het bestempelen van werkenden die hieronder vallen wanneer het niet duidelijk is over welk probleem en kader wij met elkaar spreken. Een heldere afbakening is hierbij relevant. Het gaat immers om relatief kleine percentages en noodgedwongen als zp’er werken heeft een heel andere dimensie dan die van schijnconstructies waarbij sprake is van misbruik. Pak dat aan met specifieke maatregelen en niet via generieke regels die het gezonde economische verkeer van anderen in de weg zitten.

Suggesties uit de praktijk

We sluiten de ogen niet voor misstanden die er zijn. Wij pleiten voor een oplossingsrichting die overzichtelijk is, uitvoerbaar (ook voor opdrachtgevers en bemiddelaars) en bovenal voorspelbaar.

Zo kwamen we met een aantal constateringen en suggesties:

  • Het gros van transacties tussen zp’ers en organisaties verloopt naar wederzijdse tevredenheid. Constateer dat voor het overgrote deel van de zp’ers dat nu een VAR heeft (circa 500.000), sprake is van een evidente relatie tussen klant en leverancier of opdrachtgever en opdrachtnemer. De fiscale situatie is helder: de zelfstandig professional is als ondernemer verantwoordelijk voor zijn of haar aangifte. Dat is in de regel vaak al vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst van opdracht tussen beide partijen en eventueel een bemiddelaar. Bij een evidente opdrachtgever-opdrachtnemer relatie is daarom geen enkele aanleiding of noodzaak tot aanvullende regelgeving of administratieve maatregelen.
  • Die evidentie van een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie kan in geval van ‘inhuur’ (daar hebben we het hier over) mogelijk aangetoond worden door middel van een tarief. Boven een bepaald uurtarief is a priori sprake van een zakelijke transactie, zonder mogelijk schijnconstructie.
  • Houd vast aan ‘eenvoud’ als uitgangspunt bij elke vorm van een standaard overeenkomst en erken dat bij veel zp’ers sprake is van persoonlijke arbeid. Het is evident dat bij inhuur van zp’ers sprake is van persoonlijke arbeid, waarbij de opdrachtgever enige mate van aanwijzingen geeft. Het heeft weinig zin noch dient het geen doel om deze realiteit te negeren.
  • Houd oog voor de feitelijke toepasbaarheid van wet- en regelgeving. Het is goed dat er bij het opstellen van nieuwe voorstellen overlegd wordt met belangenbehartigers, maar er bestaat wel het gevaar dat daar teveel in abstracties wordt gesproken. Betrek ook mensen uit de dagelijkse praktijk meer bij de planvorming. Immers kennen zij de markt bij uitstek van dichtbij.
  • Ongewenste effecten van een flexibele arbeidsmarkt, verschillende onderzoeken komen op een percentage van 5 tot 10 procent van de zp’ers, kan en moet je niet oplossen via generieke maatregelen die het ondernemerschap van alle andere zp’ers lastig maakt.
  • Bestrijd schijnconstructies en onvrijwillig zp-schap met gerichte regelgeving voor die doelgroepen en sectoren. Vul dat aan met betere voorlichting omtrent de lusten en lasten van het zelfstandig ondernemerschap.
  • Voorkom schijnconstructies ook door het tijdelijk in (loon)dienst nemen van medewerkers voor beide partijen aantrekkelijker te maken. Vergemakkelijk de regelgeving daaromtrent en verklein vooral de risico’s die aan het werkgeverschap, zoals de doorbetaling bij ziekte, zijn verbonden. Deze regels weerhouden met name kleine en startende ondernemers ervan mensen tijdelijk in loondienst te nemen, terwijl zij toch zouden moeten gelden als de banenmotor van Nederland.

Deze punten zijn ingebracht in het vooroverleg met het ministerie van Financiën. Met vast vele andere suggesties. We wachten in spanning af waar staatssecretaris Wiebes mee zal komen.

(Een verslag van de genoemde ZiPconomy-bijeenkomst met meer achtergronden en suggesties kunt u hier opvragen)  

UPDATE 20/4/2015: nader bericht over het voorstel van Wiebes vindt u alhier 

Ondernemerschap en regelgevig

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

4 reacties op dit bericht

  1. Ben erg benieuwd, met name ook hoe kabinet en Wiebes dat omgaat met alles wat niet zo makkelijk onder een raamcontract valt.Hoe lastig wordt het ons gemaakt om te kunnen ondernemen?

  2. Wat ook belangrijk is dat de ZZP markt niet generiek beschouwt wordt. Er zijn verschillende categorien te onderscheiden:
    Entrepeneurs – deze bouwen snel genoeg hun bedrijf uit naar meerdere werknemers.
    Adviseurs – de hogere categorie die enkele opdrachten per jaar doen maar bouwen op een groot zelfstandig netwerk. Hun IB afdrachten zijn ook hoog door hoge uurtarieven.
    Ex-werknemers: vaak in de bouw of zorg. Lage tarieven, afhankelijk van opdrachtgever die vaak de vroegere werkgever was
    part time zelfstandigheid – vaak inkomsten naast reguliere arbeid. laag aantal uren en laag tarief.
    Geforceerde ZZP – lange tijd ww of bijstand. via bijvoorbeeld UWV bemiddeling op de markt maar geen werkelijke zelfstandigheid. Werden aangelokt door eerste jaren van hoge belastingaftrek.

    Met name in de laatste 3 categorien zit de problematiek.