Maandelijkse archieven: februari 2015

De Wet Werk en Zekerheid: Hoe zit dat nu eigenlijk met payrolling?

Een onderwerp uit de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), naast bijvoorbeeld de gewenste versoepeling van het ontslagrecht, is de positie van werknemers die op de payroll staan en schijnzelfstandigen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de overheid wil voorkomen dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van driehoeksrelaties zoals payrolling.

De overheid vindt het prima dat een werkgever kiest voor payrolling, zolang het voor de werknemer maar duidelijk is dat het payrollbedrijf de werkgever is én de werknemer een gelijkwaardige ontslagbescherming geniet als werknemers die rechtstreeks bij de werkgever in dienst zijn. De regering wil voorkomen dat een werknemer onvrijwillig en langdurig in de zogenoemde flexibele schil blijft hangen en niet dezelfde bescherming en rechten heeft als de werknemer, die in loondienst is.

De in Nederland meest voorkomende vorm van payrolling is die waarbij de werkgever de werknemer werft en selecteert. Het payrollbedrijf neemt de werknemer in dienst en stelt deze vervolgens langdurig en exclusief ter beschikking van de werkgever. Het payrollbedrijf fungeert slechts als ‘papieren werkgever’ en speelt geen rol bij de totstandkoming, inhoud en uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Het voordeel (en ook doel) van deze constructie is dat de werkgever geen juridische werkgeversverplichtingen meer heeft en bovendien beschikt over een flexibel personeelsbestand. Payrolling is de laatste jaren steeds meer toegenomen. Momenteel zijn er zo’n 200.000 werknemers in Nederland die van deze constructie gebruikmaken.

Schijnconstructies

Hoewel de overheid in de WWZ heeft aangegeven dat het gebruik van schijnconstructies dient te worden tegengegaan, is nog steeds niet duidelijk hoe zij dat wenst te doen.

Allereerst is daar de discussie of een overeenkomst met het payrollbedrijf onder een uitzendovereenkomst valt. In de literatuur wordt betoogd dat dit niet het geval is, omdat een payrollbedrijf geen allocatiefunctie op de arbeidsmarkt heeft.

Een payrollbedrijf valt echter ook niet onder het werkgeverschap, zoals genoemd in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. Het payrollbedrijf bepaalt immers niet hoe de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, de werkgever heeft de werknemer vaak zelf geselecteerd en de werknemer verricht zijn werkzaamheden ten behoeve van de werkgever. Deze mening komt de laatste jaren in de rechtspraak ook steeds vaker naar voren. Payrollbedrijven zijn in sommige gevallen zelfs niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek om de arbeidsovereenkomst te mogen ontbinden, omdat zij volgens de kantonrechter geen arbeidsovereenkomst hadden met de werknemer.

Situatie bij inlener centraal bij beoordeling ontslag

Het kabinet heeft nu als oplossing voorgesteld dat payrollbedrijven wordt verplicht een arbeidsovereenkomst aan te gaan met de werknemer. Als tegemoetkoming zijn de uiterst soepele beleidsregels van het UWV met betrekking tot een ontslagaanvraag door een payrollbedrijf geschrapt en dient bij de beoordeling van de ontslagaanvraag door een payrollbedrijf te worden gekeken naar de omstandigheden bij de inlener. Deze wijziging is nu nog van toepassing op arbeidsovereenkomsten die op of na 1 januari jl. zijn gesloten. Per 1 juli 2015 geldt dit echter voor alle arbeidsovereenkomsten (ook die van voor 1 januari 2015).

Deze oplossing is echter onwenselijk. Niet alleen staat de overheid op deze manier  toe dat werkgevers hun verplichtingen kunnen ontlopen, de bescherming van de werknemer bij het payrollbedrijf is vele malen slechter. Als wordt aangenomen dat een payrollbedrijf toch onder het uitzendbeding valt, kan er gedurende vijfenhalf jaar(!) een flexibele arbeidsovereenkomst worden gesloten met de payrollwerknemer. Daarnaast ontstaan er onherroepelijk problemen bij kwesties zoals reïntegratie van de zieke werknemer, de Wet aanpassing arbeidsduur, de overgang van een onderneming, enzovoorts.

Nu vaststaat dat een ontslagaanvraag door het payrollbedrijf wordt bekeken aan de hand van de situatie bij de inlener, vervalt een groot voordeel van het inschakelen van een payrollbedrijf. De werkgever zal immers ook nu (indirect via het payrollbedrijf) moeten aantonen dat het verval van de arbeidsplaats noodzakelijk is, en daarvoor bijvoorbeeld het afspiegelingsbeginsel moeten toepassen.

Onduidelijk standpunt kabinet

Vooralsnog is niet duidelijk welke kant het kabinet wenst op te gaan met payrolling, behalve dat het ‘oneigenlijk gebruik’ moet worden tegengegaan. Dat betekent dat zowel inleners, payrollbedrijven als werknemers terugvallen op de jurisprudentie over dit onderwerp. Hieruit kan in elk geval worden opgemaakt dat het inhuren van een payrollbedrijf voor een organisatie niet alle werkgeversrisico’s wegneemt.

Als het payrollbedrijf slechts een papieren werkgever is, is er een aanmerkelijke kans dat de rechter de inlener toch als feitelijke werkgever kwalificeert met alle daarbij behorende verplichtingen. De risico’s kunnen worden verkleind wanneer het initiatief van de payrollconstructie niet bij de inlener ligt, maar bij de werknemer . In de overeenkomst tussen de inlener en het payrollbedrijf moet het payrollbedrijf expliciet als werkgever worden benoemd en daarnaast kan het payrollbedrijf bijvoorbeeld cursussen en opleidingen verzorgen voor de werknemer.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Interim-professionals zijn intellectuele luiaards!

oblomov

Interim-professionals, interim-managers en adviseurs worden in de  regel door organisaties ingehuurd vanwege hun kennis. Die kennis hebben organisaties zelf even niet ter beschikking  of  het is te duur om deze zelf te ontwikkelen, omdat de terugverdientijd te kort is. Dit geldt voor inhoudelijke kennis over een bepaald probleem of voor  competenties als ervaring, vaardigheden en attitudes die de ‘interim’ met zich meebrengt. Ook wanneer een vaste kracht tijdelijk wordt vervangen, is kennis vaak het selectiecriterium. Een permanente investering in het state  of the art houden van kennis is daarom van levensbelang om succesvol te kunnen blijven meedraaien ten opzichte van de concurrentie. Ook omdat de zogenoemde halfwaardetijd van kennis, waarin kennis die je bezit minder relevant wordt, steeds korter is. Onze collega’s in de ict-sector kunnen daar wellicht het best over meepraten.

Als zp’er is het best lastig om een concrete invulling te geven aan het op peil houden van je kennis. Het is en klassiek gegeven dat zij die op een opdracht zitten, er vaak te weinig tijd voor vrijmaken. Het kost immers declarabele dagen. Zij die geen opdracht hebben, willen er geen geld aan besteden.

Onderzoek naar leren door flexwerkers

In het recente verleden hadden veel interim-managementbureaus eigen opleidingsprogramma’s. De meeste daarvan zijn inmiddels gesneuveld vanwege bezuinigingen of omdat die bureaus zelf blijvend kopje onder zijn gegaan. Specifieke opleidings- en trainingsprogramma die worden aangeboden door gerenommeerde instituten of universiteiten  kenden altijd al een moeizaam bestaan en dat is de laatste jaren alleen maar erger geworden.

Wat wel eens wordt gezegd, dat bijvoorbeeld de groep interim-professionals, interim-managers en adviseurs worden getypeerd door een intellectuele luiheid, kan in de praktijk vaak wel worden herkend, maar was  tot voor kort nooit echt onderzocht. In het rapport Werken en Leren in Nederland van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de School of Business and Economics van de Universiteit van Maastricht uit  2014, wordt verslag gedaan van een onderzoek naar het formeel en informeel leren door flexwerkers. Onderstaand volgen een aantal highlights van de uitkomsten van het rapport voorzien van de nodige opmerkingen.

Formeel leren vooraf voor meer omzet

Als het gaat om het formeel leren blijkt dat ongeveer 37 procent van de zzp in de laatste twee jaar een cursus en/of een training heeft gevolgd, ten opzichte van bijna 60 procent van de mensen met een (vast) arbeidscontract. Die opleidingsinspanning was voor ongeveer 76 procent  gericht op het verbeteren van de kwaliteit, maar er wordt verder niet  aangegeven wat hieronder wordt verstaan. Wel wordt duidelijk dat 38 procent van die formele opleidingsinspanningen  erop waren gericht de omzet te kunnen verhogen.  43 procent volgde een opleiding  om nieuwe klanten te kunnen aantrekken.

Vakinhoudelijke kennis moet het dus afleggen tegen de ontwikkeling van de vaardigheid om de omzet en het aantal klanten te kunnen opstuwen. Dan blijft er nog zo’n 63 procent van de zzp  over dat zich formeel  kennelijk niet heeft bijgeschoold. Bij die cijfers moeten we wel bedenken dat er onder de groep zzp betrekkelijk kleine subgroepen zijn, zoals organisatieadviseurs, die voor het behoud van hun certificering verplicht zijn om te participeren in formele opleidingsprogramma’s. Die kleine groepen zouden zomaar eens zwaar kunnen doorwegen in het percentage van 37 procent.

Leren in de praktijk: geen verschil met werknemers

Dan het informele leren, of te wel het uitvoeren van taken waarvan kan worden geleerd. Hier zijn geen significante verschillen tussen de groepen werkenden. Wel geldt de opmerking dat zzphet minste leren van (alledaagse) routinewerkzaamheden en werkzaamheden die zij al eens hebben gedaan. Het lijkt mij dat dit in belangrijke mate is terug te voeren op het feit dat een opdrachtgever bij de selectie van interim-professionals tegenwoordig vooral bekijkt in hoeverre zij   ‘het kunstje’ al eerder hebben gedaan.

Zzp onderscheiden zich in positieve zin  van mensen in loondienst op het aantal uren dat per maand aan zelfstudie wordt besteed. 57 procent van de zzp doet aan zelfstudie tegen 42 procent van het aantal mensen met een vast dienstverband. Tot zover het goede nieuws, want het aantal uren dat zzp aan die zelfstudie besteden, is slechts vier uur per maand, oftewel een dagdeel. En dat voor een beroepsgroep die het, zoals eerder gezegd, moet hebben van zijn state of the art-kennis.

Luiheid

In het rapport wordt niet aangegeven hoe aan die zelfstudie invulling wordt gegeven, dus het lezen van de Financiële Telegraaf zou hier ook onder kunnen vallen. Deze conclusie sluit aan bij een opmerking van een collega-interim-manager die ik ooit met veel bravoure hoorde vertellen dat zijn opleidingsprogramma een ‘stochastisch karakter’ had. Een prachtig voorbeeld van versluierend taalgebruik. Wat hij eigenlijk bedoelde is dat hij opleiding en training af liet hangen van het toeval.  Het onderzoek van de Universiteit van Maastricht bevestigt het bestaan van intellectuele luiheid onder interimprofessionals, interim-manager en adviseurs.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 1 Reactie

Creativiteit als motor voor De Nieuwe Economie

Tijdens het ABN AMRO World Tennis Tournament brachten wij honderden klanten en relaties uit verschillende sectoren in contact met elkaar. Onder andere tijdens de seminar reeks Insights Live 2015. Het slotseminar draaide om het ondernemen in een snel veranderende wereld voor zakelijk dienstverleners. Daar zijn creativiteit en beveiliging twee hot topics. De een heb je nodig om vooruit te komen, de ander om niet onderuit te gaan.

Professor Arjan van den Born, Internetjournalist Silicon Valley-expert Alexander Klöpping en Fox-IT oprichter Menno van der Marel op geheel eigen wijze hun visie op deze onderwerpen.

Kiezen voor creativiteit

“Bedrijven die niet in creativiteit investeren, gaan het zwaar krijgen in De Nieuwe Economie.” Arjan van den Born zet de boel op scherp in de arena van Insights Live. Volgens de hoogleraar Creatief Ondernemerschap wordt creativiteit steeds belangrijker in organisaties. Om wendbaarder te worden en stappen vooruit te bliABN AMRO WTT Insights Live vrijdag-12jven zetten. Bijvoorbeeld door producten, processen of hele businessmodellen te vernieuwen.

 “Veel bedrijven kampen constant met hoge druk en grote onzekerheid. Door het moordende tempo waarin de markt, concurrenten en vergelijkbare producten zich ontwikkelen, moet je zo snel mogelijk de juiste balans vinden tussen innoveren en meters maken. Sta je stil op een van deze vlakken, dan word je zo ingehaald. De meest succesvolle en innovatieve tech-bedrijven ter wereld werken daarom op alle niveaus in teams met de juiste combinatie van IT, design en business. Zo ontwikkelen ze oplossingen die van alle kanten kloppen en proberen ze de concurrentie te slim af te blijven.”

 

Opschudding in krantenland

Internetjournalist en Silicon Valley-expert Alexander Klöpping ziet ook de uitdagingen van De Nieuwe Economie. Anticiperend op het ingrijpend veranderde consumentengedrag in de media, schudt hij als mede-oprichter van Blendle de internationale krantenwereld behoorlijk op. “De branche is zwaar vergrijsd. Jongeren willen geen abonnement, die bepalen zelf wel wat ze lezen en waar ze hun nieuws vandaan halen. Blendle helpt ze daarbij. Bij ons kun je losse artikelen kopen uit tientallen kranten en magazines, voor zo’n 25 cent per stuk. Viel het tegen? Geld terug. Een percentage gaat naar ons, de rest naar de contenteigenaar. Zo wordt iedereen er beter van.” Op dit moment werkt hij hard aan een internationale doorbraak. Met een investering van drie miljoen is die een flinke stap dichterbij, want The New York Times en Duitse uitgeefgigant Axel Springer zien duidelijk brood in deze start-up.

Databeveiliging is voorkomen én genezen

Menno van der Marel is de opstartfase ruim voorbij. Hij richtte in 1999 Fox-IT op, inmiddels een wereldbedrijf dat innovatieve beveiligingsoplossingen bedenkt voor uiteenlopende organisaties: van banken tot overheden en van defensie tot vitale infrastructuur. Hij heeft een onheilspellende boodschap voor het ABN AMRO WTT Insights Live vrijdag-15publiek: “Als hackers willen, komen ze overal binnen. Dus ook bij jou. Het maakt niet uit hoeveel miljoenen je spendeert, kijk maar naar Sony. Natuurlijk helpen we zo veel mogelijk digi-diefstal te voorkomen. Maar het is veel belangrijker dat je technologie hebt om inbrekers te signaleren zodra ze je beveiliging omzeilen. Het dreigingsniveau bepaalt vervolgens of en hoe je ingrijpt. Het maakt namelijk nogal uit of je met een onschuldig spam-virus te maken hebt, of dat een Russische hacker op je geld of data uit is.”

Hackers, Tinder en Roze Panters

Dat lang niet iedereen zijn beveiliging op orde heeft, demonstreerden twee ‘ethische’ hackers van Deloitte genadeloos. ’s Middags hadden ze een valse wifi-verbinding opgezet en zo in een mum van tijd bijna drie gigabyte aan data verzameld uit de broekzak van nietsvermoedende bezoekers. Toen de gastheer voorstelde om wat resultaten op de grote schermen te laten zien, steeg er een ongemakkelijk gelach op. Gelukkig had niemand iets te vrezen, want persoonlijke gegevens waren geanonimiseerd. Bovendien beloofde het hackduo plechtig alle data direct te vernietigen. Wie vlak voor het seminar zijn Tinder nog even had gecheckt, en wie had ingelogd op het nepnetwerk van seksboerderij de Roze Panter? We zullen het nooit weten.

(Klopping is te zien vanaf 28.00 minuten; Van den Born vanaf 1.02:00 en het fragment over beveiling (met o.a. Van der Marel vanaf 1.19:00)

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

‘Ons geloof in aandacht voor het individu zal uiteindelijk worden beloond’

QNH official portrait-2ZP-Assist biedt zelfstandig professionals bemiddeling op maat en zorgt er, net als de voetbalscout, voor dat ze de opdracht krijgen waar ze al zolang van droomden. Vanuit verschillende hoeken worden vraagtekens gezet bij de haalbaarheid van dit model. ZiPconomy legde initiatiefnemer en directeur Clemens Huis in ’t Veld een aantal punten voor. “We hebben een hoop leermomenten gehad.”

“Individualisering is een trend die de samenleving op zijn kop zet,” zegt Clemens Huis in ’t Veld. Hij ziet als bemiddelaar hoe organisaties flexibel personeel inkopen, soms met tientallen tegelijk. “Maar het collectief begint bij het individu.” Huis in ’t Veld had met zijn uitspraken niet misstaan in een achttiende-eeuwse salon in Parijs. In plaats daarvan zit hij in een kantoorpand in Amsterdam Zuidoost dat sinds een half jaar onderdak biedt aan ZP-assist, een bureau waarin niet de vraag van de organisatie, maar de behoefte van zelfstandig professionals centraal staat.

“Je krijgt op de arbeidsmarkt een soort gilde van hele professionele zp’ers,” zegt Huis in ’t Veld, initiatiefnemer van ZP-Assist. “Ze willen niet alleen opdrachten, maar vooral goede opdrachten bij een goede opdrachtgever. Hun behoefte aan individuele dienstverlening wordt steeds groter.” Die behoefte botst echter deels met die van het traditionele bemiddelingsbureau. “Daarom hebben we ervoor gekozen om een organisatie van de grond toe op te bouwen.”

Direct binnenkomen bij de business waar iemand wordt ingehuurd

Er zitten veel haken en ogen aan het zogenoemde agentmodel voor zp’ers, gebaseerd op de voetbal- en filmwereld, zo bleek eerder op ZiPconomy. Recruiters zouden vooral gewend zijn te werken vanuit de vraag van organisaties, in plaats van te denken vanuit de zelfstandige. Ook is het als consultant moeilijk de inhuurafdeling te omzeilen en een getalenteerde zp’er direct aan de bevoegde manager voor te stellen. Huis in ’t Veld herkent zich hierin. “We hebben een hoop leermomenten gehad. In het begin wilden we vooral snelheid maken. Dat betekent dus dat je gaat schieten op alles dat voorbij komt. Daar zijn we van teruggekomen. Een echt goede zp’er kan zich overal inschrijven. Dat is ook wat critici zeiden: je lijkt nu nog heel erg op een intermediair.”

Hoe voorkom je dat?

“We werken met personal consultants die het contact met een professional onderhouden. Zij zorgen ervoor dat ze via de achterdeur bij een organisatie binnenkomen, direct bij de business waar iemand wordt ingehuurd. Met die zp’er gaan we een langdurige relatie aan volgens het principe van no cure no pay. Dat is nu eenmaal modern, maar het houd je ook scherp. Je moet jezelf waarmaken.”

Hoe zorg je ervoor dat je direct bij de juiste man of vrouw in de organisatie terechtkomt?

“We zijn heel breed begonnen en wilden vooral hoogopgeleide zp’ers. We merken nu dat consultants zich moeten specialiseren om een goed netwerk aan te boren. Daarom hebben we een kleine stap terug gemaakt naar de ict-sector. Het aantal telefoontjes ten opzichte van het aantal opdrachten wordt steeds lager. Daarnaast moet je veel geduld hebben. Zeker als het gaat om de verbinding tussen een mooie opdrachtgever en een zp’er. Dat gaat niet zomaar.”

Met de it-sector ben je meteen in een hele veilige hoek gaan zitten.

“Het is zeker geen toeval. Het was voor ons een relatief makkelijke en ook een logische start. Maar we zijn in eerste instantie breed begonnen en het doel blijft om uit te bouwen, zoals naar de financieel-administratieve sector. Dit model roept daar ook heel erg om.”

Is de verleiding om toch te werken vanuit de vraag van organisaties dan juist niet extra groot?

“In het begin dachten we dat we zo tewerk moesten gaan, maar toen hebben we op de handrem getrapt. Freelancers waren er simpelweg niet van gediend. Inmiddels doen we het andersom en werken we alleen vanuit de vraag van de zp’er. We hebben besloten hierin echt geen concessies meer te doen.”

Daar moet je als organisatie een lange adem voor hebben.

“We gaan nu in het tweede halfjaar naar de 25 opdrachten en dat zou nog wel eens in een versnelling kunnen komen. En dan heeft het maar even wat aanlooptijd nodig. Het is een luxe dat je dicht bij de idealen kunt blijven waarmee je begon. Je hebt ook tijd nodig in deze markt. Die is niet transparant, je ziet niet zomaar waar opdrachten vandaan komen en hoe het proces verloopt. Dat onderscheid maak je niet van vandaag op morgen. Het is een idee waar ik heel erg in geloof. We geloven ook in een markttrend en we willen die aanzwengelen. Nederland zou een stuk leuker zijn als we allemaal op zo’n manier te werk zouden kunnen gaan.”

We hebben niet de arrogantie om alleen maar de beste professionals te willen.

Volgens critici focust dit model vooral op zp’ers die aan opdrachten geen gebrek hebben. 

“Ook zp’ers zonder opdrachten kloppen bij ons aan. Ze profileren zich zo breed mogelijk en willen het liefst zo snel mogelijk een opdracht. Dat soort vluchtigere relaties is niet waar wij heel happig op zijn. Ongeveer de helft van de mensen die we vertegenwoordigen, heeft haast met het vinden van een opdracht. Daarin doen we dan wel concessies in die zin dat we geen exclusiviteit nastreven. We hebben overigens ook niet de arrogantie om alleen maar de beste professionals te willen. Dat is niet het soort bedrijf dat we willen zijn. Het gaat ons ook voor een groot deel om vertrouwen en de toegankelijkheid van je netwerk, dat je voor een deel aan ons overdraagt. Daar houden we een hoog percentage ambassadeurs aan over.”

Het gaat om het verdienmodel van het individu op maat te bedienen

Maar is daar ook geld mee te verdienen?

Ik geloof dat deze werkwijze voor een groot deel van de freelancers aantrekkelijk is en dat het voor een deel daarvan zelfs gemeengoed gaat worden. De impresariomarkt is echter ongelofelijk groot en je zult altijd met kleine marges moeten werken. Het gaat ook om het verdienmodel van het individu op maat bedienen, dat probeert nog niet iedereen en men weet nog niet of het winstgevend zal zijn. Dat gold voor ons in eerste instantie ook, maar ik kan met grote zekerheid zeggen dat we dit jaar zwarte cijfers gaan schrijven. Er komt ook meer behoefte aan persoonlijk, direct contact. Ik zie ons als een van de partijen die dat mede gaat organiseren. We hebben het vaandel van kwaliteit altijd hooggehouden en zijn trouw gebleven aan onze principes. Ik heb er vertrouwen in dat we daarvoor worden beloond.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Zelfstandig ondernemerschap: vrijheid zonder personeel.

panteiaNog geen twee op de tien zelfstandigen heeft de ambitie om zijn of haar eenmanszaak uit te bouwen tot een bedrijf met werknemers in loondienst. Tweederde van alle zzp’ers blijft, ook in de toekomst, het liefst zelfstandig. Een derde wil nu of in de toekomst, weer in loondienst. Driekwart van alle zelfstandigen was daarvoor in loondienst. 6 procent startte vanuit een situatie van werkloosheid, 7 procent van alle zelfstandigen was student voor hij begon

Dat zijn de hoofdpunten uit de Zzp-panelmeting van Panteia, dat ze vorige week presenteerden. Dergelijke cijfers zijn relevant in actuele politieke en maatschappelijke discussies over zelfstandigen. Denk maar aan het VAR/BGL-dossier dat momenteel weer hoog op de werkstapel van Staatsecretaris Wiebes (Financiën) ligt. De proefballonnetjes van hoogleraar Henk Volberda of D66-Kamerlid Steven van Weyenberg omtrent het stimuleren van ondernemerschap, dat door hen een-op-een wordt vertaald naar het in dienst hebben van personeel. En niet in de laatste plaats het debat over de fiscale voorzieningen voor zzp’ers dat er naar verwachting aan zit te komen. 

Voor dit gedegen, terugkerend onderzoek ondervraagt Panteia jaarlijks 3000 zelfstandigen uitvoerig per telefoon en via internet. De rapportage bevat 50 pagina’s aan nuttige informatie voor een ieder die een beeld wil hebben van trends en drijfveren onder zelfstandigen. Het is zeker het lezen waard.

Zelfstandigen vooral een fluïde groep

Een paar punten over wat de harde cijfers (van Panteia) nu zeggen (mijn opvatting) in relatie tot de verschillende zp-dossiers:

  • Twee op de tien zelfstandigen wil doorgroeien naar een bedrijf met personeel in loondienst. Acht op de tien dus niet. Meer klassieke denkers over ondernemerschap (zie hierboven) zien een ondernemer als iemand met werknemers in dienst. Voor de meeste zelfstandingen geldt dat ze het uitoefenen van hun vakmanschap en de vrijheid om dat te doen, het belangrijkst vinden. Dat ruilen ze niet graag in voor het gedoe dat hoort bij het in dienst nemen (en houden) van personeel.
  • Zp’ers zijn vooral ondernemende professionals die als ondernemer zelf verantwoordelijkheid nemen om aan hun inkomsten te komen. Professionals wier belangrijkste (en onmisbare) bijdrage aan ondernemend Nederland is dat ze dat vakmanschap op flexibele basis aanbieden aan andere ondernemers en organisaties.
  • Fiscale voorzieningen om het aantrekkelijker te maken personeel aan te nemen zullen – zo schat ik in – maar weinig zp’ers er toe bewegen dat ook daadwerkelijke te doen. Het gros wil het simpelweg niet. Volgens Panteia zijn de grootste belemmeringen voor hen die dat wel willen geld en het risico van doorbetaling tijdens ziekte. Een punt dat de politiek zou kunnen aanpakken als de dan toch het in dienst nemen van personeel aantrekkelijker wil maken.
  • Wanneer een eenpitter een opdracht krijgt die te groot is om zelf te doen, huurt bijna de helft andere zzp’ers in of werkt samen met een bedrijf. Ruim een kwart verwijst dan door naar een ander bedrijf of zzp’er. Slechts 7 procent neemt iemand in tijdelijke dienst. Waarom zou je ook? Zo maakt de nieuw Wet Werk & Zekerheid het tijdelijk in dienst nemen van iemand er niet eenvoudiger op.
  • Een derde van alle zelfstandigen wil of het liefst direct in loondienst (12 procent) of geeft aan dat op termijn te willen (19 procent). Dat is een substantieel deel dat in de praktijk waarschijnlijk nog groter is, zeker als je op langere termijn kijkt. De instroom van het aantal zelfstandigen (volgens KvK-cijfers) is groot, maar de uitstroom ook. Tel daar de zelfstandigen bij op met een ambitie om personeel in dienst te nemen, plus nog de groeiende groep die het zzp-schap en een parttime dienstverband combineert, en duidelijk is dat de zzp’ers geen vaste, homogene groep op de arbeidsmarkt zijn.
  • Het juist vooral een fluïde groep met een hoog verloop. Een groep voor wie zelfstandigheid zijn (al dan niet een beetje gedwongen) vooral ook een fase in het werkzame leven is. Nieuwe voorzieningen als het zzp-pensioen of zzp-hypotheken, of een apart fiscaal stelstel voor zzp’ers: het zal gericht zijn op een beperkt aantal van de huidge zzp’ers . Veel logischer lijkt het om dit soort stelsels in te richten voor een situatie waarin het gros in zijn carriere niet alleen vaker van werkgever wisselt, maar ook vaker wisselt van werknemer naar zelfstandige, en weer terug.

 
Onderzoek en marktontwikkelingen

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Wiebes bespreekt VAR/BGL-alternatieven voor zzp-organisaties. Grotere verantwoordelijkheid opdrachtgevers blijft overeind.

Staatssecretaris Wiebes van Financiën wil graag van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) af. De VAR, ooit bedacht om duidelijk aan te geven aan opdrachtgevers en opdrachtnemers of een zelfstandig ondernemer ook echt zelfstandig is, is een onbeheersbare papierfabriek geworden die het oorspronkelijk doel niet meer dient. Vorig jaar diende Wiebes zijn voorstel voor de BGL (Beschikking Geen Loonheffing) in. De BGL moest het proces transparanter en beter controleerbaar maken en bovendien de verantwoordelijkheid spreiden over zowel opdrachtgever als opdrachtnemer.

Na druk lobbywerk van verschillende zzp-organisaties werd Wiebes op 18 december door de Tweede Kamer echter gesommeerd terug naar de overlegtafel te gaan. Het voorstel voor de BGL kon op weinig draagvlak rekenen. Ook adviesorganen waren negatief. Wiebes moest van de Kamer alternatieven voor de zzp-organisaties onderzoeken.

Dat gaat binnenkort gebeuren, meldt Wiebes in antwoord op Kamervragen. De zzp-organisaties hebben Wiebes alternatieven voor de BGL aangedragen. Hierin stellen deze partijen een model voor waarin, in combinatie met vereenvoudiging van het systeem “zowel opdrachtnemer als opdrachtgever een verantwoordelijkheid hebben voor de juistheid van de feiten en omstandigheden zoals ze aan de Belastingdienst zijn gepresenteerd”.

Wiebes schrijft verder dat “het kabinet onderzoekt of het voorstel aan zowel de wensen van de zzp-organisaties en de vakbonden als aan de wensen van de werkgeversorganisaties tegemoet komt terwijl tegelijkertijd zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan de doelstellingen van het wetsvoorstel, te weten het vergroten van de mogelijkheden voor de Belastingdienst om handhavend op te treden en een herstel van het evenwicht in de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer.”

Rol opdrachtgever en brokers

Duidelijk is dat Wiebes groot belang blijft hechten aan de rol van opdrachtgevers in het opstellen van een verklaring. De zzp-organisaties stemmen daar blijkbaar mee in. Het is dus vooral voor inhurende organisaties van belang om de ontwikkeling van dit voorstel te volgen, immers voor hen gaat nog het meest veranderen.

Veel van die inhurende organisaties laten het beheer van de contracten met zzp’ers overigens afhandelen voor een derde partij (bijvoorbeeld een broker). Juridisch gezien zijn die partijen dan meestal de opdrachtgever. De vraag is hoe nieuwe voorstellen van Wiebes daarmee omgaan. Zo kan de werkgeversverantwoordelijkheid die past bij de nieuwe Wet Werk en Zekerheid niet zomaar doorgeschoven worden naar payroll-constructies. De vraag hier is of inhurende organisaties hun (nieuwe) verantwoordelijkheid rond het vaststellen van zelfstandigheid dan wel over mogen laten aan brokers en bemiddelaars? Dat is nog onduidelijk.

In maart wil Wiebes het overleg met de zzp-organisaties afgerond hebben. Daarna gaat hij de Kamer informeren over hoe nu verder te gaan.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 4s Reacties