Maandelijkse archieven: april 2012

Waarachtige verhalen uit ondernemersland: Oh investeerder, wat heeft u grote ogen!

Je hebt een plan en wilt je bestaan als ZZP-er graag overstijgen. Eindelijk van die lastige opdrachtgevers af en écht zelfstandig ondernemen. Nu nog het kapitaal. De meeste ondernemers (in spe) denken dan al snel aan een investeerder of business angel. De laatsten klinken als de goede fee van de financiële wereld, maar zijn ook gewoon investeerders. Stel nu dat een van hen zijn oog op jou en je plan heeft laten vallen. De investeerder kijkt namelijk naar de man en het plan, waarbij de man ook een vrouw kan zijn, zolang ze het maar niet over deeltijdwerk heeft. Ik hoor bij die uitverkorenen.

Nu begint het echter pas. Ik spreek informeel met hem af, de investeerder noemt zichzelf niet voor niets een ‘informal’. Het eerste wat ik constateer is dat de investeerder best een leuk persoon is, uitermate vriendelijk, niet gehaast, zoals ik had verwacht van iemand die wel tien bedrijven in de maak heeft en behulpzaam. Hij (zij is zeldzaam) geeft me wat goede adviezen en biedt aan mijn plan onder de loep te nemen. Aan die financiële strategie en dat budget moet ik nog wat werken, maar het plan is goed doordacht en hij ziet potentieel. De investeerder vindt start-ups gewoon hartstikke leuk en ik denk: inderdaad, ik ben zooo leuk.

De wolf laat zijn ware gezicht zien

Wanneer roodkapje voor het eerst de wolf tegenkomt, zet ze het ook niet gelijk op een lopen. Mak als een lammetje huppelt ze mee het bos in. Eenmaal aangekomen, wordt de toon van het gesprek serieuzer. Het kan zijn dat je, net als ik, inmiddels twee investeerders verder bent, want de investeerder creëert geld uit zijn contacten. Hij heeft iemand in gedachten, hij weet het zeker, in zijn portefeuille zou je perfect passen. De investeerder houdt geen mentale balans bij. Niet ‘I scratch your back, you scratch mine’ dus, dat is iets voor de ploeterende ondernemer, maar de investeerder wat ordinair. Eerder ter goeder trouw als kapitaalkrachtige heren onder elkaar.

Ik zit weer aan een koffietafeltje. Ik moet me bedwingen om niet direct de overduidelijke vragen over tafel te gooien. Ik wacht geduldig af. Pas na de gehele picknick mand geleegd te hebben; twee tosti’s, twee stukken taart, een verse sap, twee cola, en een espresso, laat de wolf zijn ware gezicht zien. Oh, wat heeft u grote ogen! “Natuurlijk eis ik wel een veto recht in je onderneming, maar alleen over de belangrijke zaken.” Wat heeft u grote oren! “Ik waardeer je plan en daarmee kom ik tot een wenselijk aandeel.” Wat doet u nu?! “En ik sluit een contract voor vijf jaar zodat je niet ineens iets anders kunt gaan doen.” Hap, slik, weg is de ondernemer.

Of misschien nog niet direct, maar pas bij de tweede kapitaal injectie. Ondernemers hebben namelijk de neiging hun inkomsten te overschatten en hun uitgaven te onderschatten om zijn startkapitaal binnen te halen. De investeerder is alleen maar gebaat bij dergelijk optimisme, want voor een extra aandeel komt hij je redden. Met het vooruitzicht op financieel bankroet heb je geen poot om op te staan. Je krijgt een vervaarlijk standje toe en bij mismanagement kan hij je zelfs ontslaan (een vrij gangbare voorwaarde). Eigen schuld! Net als dat domme wicht met dat lullige kapje ben je zelf met de wolf het bos in gegaan, zonder hem eerst duidelijk te vragen wat zijn intenties waren.

Eenmaal in de buik van de wolf besef je dat de vrijheden die je in het verschiet lagen als zelfstandig ondernemer, illusies waren en dat een investeerder meer zeggenschap over je heeft dan de gemiddelde baas of opdrachtgever. Was je maar gewoon doorgelopen naar oma.

De moraal van het verhaal

Zijn alle investeerders grote boze wolven? Nee maar wel wolven. Investeerders werken op een bepaalde manier omdat ze dit geoorloofd vinden gezien het risico wat zij nemen met hun eigen geld. Je kunt ook op zoek naar een welwillend en vermogend familielid. Ik hoorde laatst een succesvolle zakenvrouw vertellen dat er zonder haar ome Hans er geen onderneming geweest zou zijn. Leve de ome Hansen van deze wereld! Later was ze wel met een investeerder in zee gegaan, maar toen was ze al wat (financieel) weerbaarder dan roodkapje. Alternatief kun je naar de bank, ook niet leuk of makkelijk, wel transparanter.
Een investeerder heeft ook voordelen: je idee wordt bedrijf, met financiële waarde, en je kunt jouw plannen een stuk sneller realiseren. Tijd is tenslotte ook geld. Stel echter alle vragen vooraf en laat het contractueel vastleggen. Dat lijkt voor zich te spreken, maar is het niet, dat zeggen ook de schrijvers van ‘hoe vind ik een investeerder’. Mijn devies: raak niet verblind door het ‘binnenhalen’ van een investeerder, want voordat je het weet ben jij degene die binnengehaald wordt. Een wolf laat zich niet temmen, eerder moet jij je wat onderdaniger opstellen dan je zou willen.

Voor mij is dit alles reden om mijn mandje op te pakken en verder te huppelen. Onderweg kom ik hopelijk andere ondernemers tegen met wie ik wel op gelijke voet kan ruilen. ‘You scratch my back, I scratch yours?’ Het grote geld kan nog even wachten.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 8s Reacties

Bijna alle zzp’ers genereren omzet via sociale netwerken

Bijna alle zzp’ers in Nederland (80,2%) halen inmiddels omzet binnen via sociale netwerken. De grootste omzetkanalen hierbinnen zijn LinkedIn (48,4%), Twitter (13,9%) en Facebook (7,6%). Toch blijkt dat 10,9% van de zzp’ers nog voornamelijk offline netwerkt, met name vanwege het persoonlijk contact (81,4%). 14,7% van de zzp’ers netwerkt zelfs helemaal niet, waarvan 31,0% omdat zij aangeven al genoeg opdrachtgevers te hebben. Dit blijkt uit het themarapport “Gadgets, media en netwerken” van onderzoeksmonitor ZZP Barometer.

“Het belang van online netwerken groeit nog dagelijks, maar in het zakelijk verkeer blijft het enorm belangrijk elkaar de hand te schudden en in de ogen te kijken alvorens je gaat samenwerken“ aldus Wessel van Alphen jr. van IT-Staffing. Het merendeel van de zzp’ers (59,7%) combineert online en offline netwerken dan ook met elkaar. Het doel van het netwerken loopt uiteen: zzp’ers netwerken voornamelijk om zich zakelijk te profileren (31,5%), hun netwerk uit te breiden (27,6%) of acquisitie te doen (20,8%).

Smartphones, tablets en apps

Maar liefst 73,4% van de zzp’ers beschikt over een smartphone, waarvan bijna de helft (41,7%) over een iPhone. Van de zzp’ers die geen smartphone hebben (26,6%) is de meerderheid ook niet van plan er een aan te schaffen in de komende twee jaar (61,9%). Opvallend is dat slechts 8,3% van de zzp’ers een BlackBerry gebruikt, terwijl het marktaandeel van producent RIM in de zakenmarkt in Nederland beduidend hoger is. 31,6% van de zzp’ers heeft een tablet, waarvan 90,3% een Apple iPad. De top-5 van spontaan meest genoemde apps wordt gevormd door: LinkedIn (37,8%), Twitter (24,4%), bankieren (20,8%), WhatsApp (16,2%) en Dropbox (13,6%).

Mediagebruik: digitaal en offline

De ZZP Barometer onderzocht ook het mediagebruik van de zzp’er. Populairste televisiezender is Nederland 1 (53,3%), populairste radiostation BNR Nieuwsradio (31,4%), populairste website NUzakelijk (31,1%), populairste krant het NRC Handelsblad en de populairste magazines Autoweek en Quote (beide 5,8%). De respondenten gaven aan die media in deze gevallen vaak (in het geval van RTV en website, meer dan driemaal per week) te bekijken of beluisteren.

De ZZP Barometer is een initiatief van Victor Mundi, het digitale kantoor voor ondernemers. Mede-initiatiefnemers zijn ikwordzzper.nl, IT-Staffing, MarktEffect, NUzakelijk, ZiPconomy en ZZPnodig. Het landelijk zzp-onderzoek, dat begin 2010 van start is gegaan, verzamelt ieder kwartaal belangrijke informatie voor beleidsmakers en marktpartijen en verschaft de bijna 1.500 deelnemende zzp’ers interessante benchmarkinformatie. Het volledige rapport “Gadgets, media en netwerken” inclusief zes expertinterviews vindt u op de website van ZZP Barometer: www.zzpbarometer.nl.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Ontmoet NS – leveranciers van interimpersoneel op bezoek bij NS

Onder het motto ‘Ontmoet NS’ ontving NS op donderdag 12 april 2012 ruim 150 belangstellenden op hun tweede leveranciersmiddag. Sinds ruim een jaar huurt NS geen interim personeel meer in op basis van langjarige mantelcontracten, maar volgens het marktplaatsprincipe, onder de naam NS Inhuur. Behalve een toelichting op de werkwijze vonden er gedurende de middag discussies plaats en presentaties van een aantal afdelingen die veel gebruik maken van ingehuurd personeel. In eerste instantie betrof de marktplaats de inhuur van ICT-professionals (wat van een ondernemende geest getuigt, want juist in die branche bevinden zich de grootste misstanden, c.q. uitwassen op inhuurgebied). Sinds 1 april 2012 worden ook technici via deze constructie ingehuurd, uitbreiding naar financiële professionals zit in de planning en er wordt onderzocht of de activiteiten kunnen worden uitgebreid naar personeel op MBO-niveau – denk aan lassers.

Aan de koffie tussen de treinen bij de leveranciersdag van NS

Het programma

De middag begon met een gesprek tussen vier mannen, onder leiding van Lisette Hetzler – dat dan weer wel  – over het ontstaan van marktplaatsen als instrument voor inkoop. De pionier op dit gebied, het UWV, had er al snel positieve ervaringen mee. Tevreden klanten, een goede prijs-kwaliteitverhouding, minder juridisch gedoe en tot nu toe conjunctuur-proof. En een database met uiteindelijk 10.000 leveranciers. Zo ver is NS nog niet – daar staat de teller op 3.000. Daaronder vanzelfsprekend de traditionele leveranciers, maar ook steeds meer ZZP’ers. Wat nadrukkelijk één van de doelstellingen was. Het aanbod van personeel is nu gevarieerder, over de hele linie zijn de prijzen wat lager en de kwaliteit is goed.

Na het gesprek verdeelden de aanwezigen zich over een aantal parallelsessies. Zelf nam ik een kijkje bij NS Reizigers Commercie, waar 300 ICT’ers de kaartautomaten, OV-chipkaartpoortjes, de stukjes plastic die meer en meer de treinkaartjes gaan vervangen en andere, niet altijd als ICT te herkennen faciliteiten aan de praat houden. Andere sessies gingen in op IT Operations of NedTrain.

Wennen

Vergeleken met de ‘oude’ situatie, waarbij NS gebruik maakte van de mantelcontracten bij de inhuur van personeel, is het marktplaatsprincipe voor veel leveranciers, eh, wennen, zo bleek uit de reacties in de zaal van detacherings- en bemiddelingsorganisaties. Binnen langlopende contracten kunnen medewerkers relatief gemakkelijk worden ‘weggezet’ bij de klant, ook als het niet de toppertjes zijn; nu is feitelijk iedere nieuwe opdracht een aparte pitch, waarbij in eerste instantie op kwaliteit wordt gekeken en pas in tweede instantie op prijs. ZZP’ers worden zo rechtstreekse concurrenten. Daarnaast missen bureaus naar eigen zeggen de mogelijkheid om bij een aanvraag rekening te houden met de ‘culturele fit’ die al dan niet aanwezig is tussen kandidaat en organisatie. Ook is het lastiger om ‘feeling’ te krijgen voor de organisatie, wat voor een deel overigens door dit soort dagen wordt ondervangen. In hoeverre de voordelen – transparante werkwijze, objectieve besluitvorming – opwegen tegen mogelijke mismatches, zal de tijd leren. Vooralsnog functioneert de marktplaats naar wens, al komen er soms 200 CV’s op één opdracht – wat nogal veel is en waarvoor het UWV de treffende term ‘CV-incontinentie’gebruikt  – maar ook wel eens nul.

Tafeldiscussies

De middag werd besloten met het World Café, een werkvorm waarbij een stelling per tafel besproken en beschreven werd. Deze stellingen gingen over concurrentie, tarieven – minimum- of maximumtarieven, vrijgeven of niet – of over de vraag wat de toegevoegde waarde van zo’n marktplaats nu precies is. Onder de bureaus leefde vooral het teloorgaan van de persoonlijke relatie en de invloed van marktplaatsen op de tarieven; voor ZZP’ers is het intussen heel lastig om te bepalen bij welke marktplaats ze zich nu wel of niet moeten of kunnen inschrijven – het aanbod is inmiddels bijna onoverzienbaar groot.

Alles bij elkaar een informatieve middag, waar ik me als ZZP’er geen buitenbeentje voelde, integendeel. Petje af voor NS om zo rechtstreeks met hun leveranciers in gesprek te gaan. En o ja, even stipt als 94,9% van de treinen eindigde de bijeenkomst op het volgens het programma afgesproken tijdstip van zes uur.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 3s Reacties

Mark’s plaats: review van Freelancewerkt.nl, slechts 1 ‘M’

In deze nieuwe column bespreekt Mark Bassie op persoonlijke titel regelmatig op maandag een website, platform of portal met opdrachten voor zelfstandige professionals (ZP’ers).

Hij eindigt steeds met een beoordeling van inhoud, vorm en opzet met 1 tot 5 M’s. Hij oordeelt hierbij als ZP’er en niet als opdrachtgever. Als u zelf een site kent die u wilt laten beoordelen, stuur dan een mail naar info@flex-beheer.nl.

De beoordeling:

  • M = Geen tijd en geld aan besteden
  • MM = Waarschijnlijk zonde van je tijd en geld
  • MMM = Alleen als je betere alternatieven al hebt bezocht
  • MMMM = Kan zeker resultaat opleveren
  • MMMMM = Hier moet je beginnen met zoeken

Freelancewerkt.nl, slechts 1 M

In de 2e editie van deze column een verkenning van de site van Freelancewerkt. Een optimistische site naam die ook wordt ondersteund met teksten op de site als ‘Uitdagende, goedbetaalde freelance of interim opdrachten op jouw niveau. In de branche en regio die jij wenst. Freelancewerkt.nl heeft ze voor je!’. Kijk dat roept natuurlijk hoge verwachtingen op dus heb ik alles eens goed bekeken.

Positief is dat Freelancewerkt (Flw) claimt opdrachten te hebben in alle branches en inderdaad staan er op de site vele opdrachten in 10 verschillende branches en sectoren. Ook maakt men onderscheid qua niveau van de professional van junior, medior tot senior en directie. Het onderscheid hiertussen is wel vaag. Wat is ‘enige werkervaring’ en ‘bepaalde verantwoordelijkheid’ voor een medior?

Vreemd is dat de site op meerdere gedachten lijkt te hinken. Enerzijds heet het dat Flw op basis van je profiel voor je gaat matchen en passende opdrachten naar je mailbox stuurt. Maar anderzijds staat bij de abonnementen dat de opdrachtgevers je goed kunnen vinden met een duurder abonnement. Maar er staat ook dat je met het goedkoopste abonnement zelf op zoek kunt gaan naar opdrachten omdat je dan inzicht krijgt in de volledige teksten van alle opdrachten.’
Hoe het ook is bedoeld, aan gratis doet Flw niet. Wil je weten wie al die opdrachten heeft geplaatst en hoe je erop kunt reageren en tot wanneer, dan zal je je moeten registreren en inloggen. En daar moet je dan meteen voor betalen. Er zijn 3 abonnementen, brons, zilver en goud, in kosten variërend van € 19,95, € 34,95 en tijdelijk € 44,95 per jaar (excl BTW).

Waar betaal je eigenlijk voor?

Helaas blijft het onduidelijk wat er bij elk abonnement precies wordt geboden. Bij het duurste abonnement heb je de mogelijkheid om referenties te laten zien aan opdrachtgevers, maar hoe je nu vooraf kan zorgen dat er passende referenties voor deze opdracht kunnen worden getoond, dat blijft vaag. En bij het zilver-abonnement kan ik mijn profiel makkelijk aanpassen en op maat invoeren -zo staat er-, maar wat dat dan meer biedt dan het bronzen abonnement, dat blijft een raadsel.

Als ik ergens voor moet betalen, dan wil ik natuurlijk vooraf weten wat ik dan precies mag verwachten voor mijn geld. Dus ik wil bijvoorbeeld weten hoeveel actuele opdrachten er openstaan, hoe veel er gemiddeld per week bij komen, of ze uniek zijn of niet. Of de succes-ratio in de zin van hoeveel professionals er per maand via de site een opdracht hebben gekregen. Dat soort zaken wil ik graag vooraf lezen. Maar helaas niets van dit alles. Ik heb dus ook maar geen abonnement afgesloten en kan dus niet beoordelen wat de ZP’er dan te zien krijgt.

Als ik vervolgens op zoek ga naar de mensen achter de site, dan vind ik geen namen van mensen, maar wel een bedrijf namelijk Blue Ocean Services B.V. In Zevenbergen. Geen telefoonnummer, wel een mail- en postadres.

Ik heb ook nog even gelezen in de algemene voorwaarden, de disclaimer en het privacy-statement.
Curieus is de zin ‘Het is niet toegestaan om deze website of onderdelen daarvan openbaar te maken….’, want daar ben ik nu al mee in overtreding door erover te schrijven.

Verder vind ik vooral teksten waaruit je kunt opmaken dat Flw zich zo min mogelijk aansprakelijk acht. Het privacy-statement is beter omdat er bijvoorbeeld aandacht wordt besteed aan het cookie-beleid. Er wordt niet gehandeld in je gegevens en dat is natuurlijk mooi.

Al met al wekt de site bij mij de indruk dat het doel vooral is om zoveel mogelijk abonnementen te verkopen aan professionals en zo vaag mogelijk te zijn over wat je daar dan voor terug krijgt. Daarom krijgt deze site slechts 1 M van mij.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Lean Management; met spekkies ‘slank’ worden!

Op 11 april 2012 vond de 4e professionaliseringsavond van de nvim plaats met als thema Lean Management: slim en slank in 2012. De aanwezige interim managers en geïnteresseerden werden verrast door een interactief experiment met spaghetti en spekkies. Niet direct je idee bij slank worden, dus dat vraagt een nadere beschouwing.

Doelmatigheid en kwaliteitsverbetering staan in veel sectoren (blijvend) hoog op de agenda, talloze verbetertrajecten en reorganisaties tot gevolg hebbend. Waar de industrie al jaren bekend is met Lean Management, wordt het steeds meer ingezet in de dienstverlenende branche, zorg en overheid. Jackelien Barelds en Mireill ter Doest zijn Adviseurs bij het Universitair Medisch centrum St Radboud Nijmegen, onderdeel Adviesgroep Procesverbetering en Innovatie. Zij adviseren dagelijks over Lean werken in de primaire processen van het ziekenhuis, van afspraakplanning tot het daadwerkelijk snijden in de operatiekamer.

Wat is Lean?

Maar wat is nou Lean? Een filosofie die focust op de toegevoegde waarde van elke processtap naar het eindresultaat voor de klant. Een klant leveren wat gewenst of nodig is op het moment dat het gewenst of nodig is tegen de laagst mogelijke kosten.
Alles draait om efficiëntie in het werkproces. Verschillende invalshoeken geven aanleiding om efficiëntie na te streven: bezuinigingen, storingen, klachten. De aanpassingen blijven vaak beperkt tot brandjes blussen. Lean daarentegen gaat verder en zoekt door naar de oorzaken die inefficiëntie in de hand werken. Om van daaruit te optimaliseren.

Belangrijk is de bewustwording van wat kwaliteit daadwerkelijk betekent, niet voor de organisatie zelf, maar voor de klant! Lean streeft ernaar om vanuit die gedachte een continue verbetercultuur te creëren. Zodat het verbeteren ook stand houdt als u weer bij een nieuwe opdrachtgever aan de slag gaat.

Lean Management, niet taak- maar proces georiënteerd

Bij Lean draait alles om processen die in vijf principes vervat worden. Waar Lean ooit begon in het productieproces in de auto industrie (Toyota), is de inzet in de dienstverlenende branche voor de aanwezigen nog wat diffuus. Bij elke stap noemen Barelds en Ter Doest voorbeelden uit de zorg. De toepasbaarheid wordt daarmee steeds duidelijker. Daarnaast tonen zij een aantal praktische tools, die morgen al ingezet kunnen worden.

1. Definieer de waarde vanuit het standpunt voor de klant
Simpelweg draait het om maken wat de klant wil en vraagt. Weet wat van waarde is voor de klant, voor welke processtappen de klant bereid is te betalen. Het gaat daarbij niet altijd om snelheid, zoals we vaak geneigd zijn te denken. In de zorg is het bijvoorbeeld niet gewenst het proces van diagnose tot en met operatie in één dag te doorlopen. Immers, een patiënt moet de diagnose ook kunnen verwerken. Tijd fungeert dan als een belangrijke stap die de waarde die de patiënt ervaart vergroot.
Tools om dit Lean principe uit te werken zijn: Shadowen (als behandelaar meelopen met de patiënt om vanuit dat perspectief naar het proces te kijken) en Spiegelgesprekken (behandelaars horen toe bij halve cirkel gesprekken met patiënten)

2. Identificeer de waardestroom en verminder verspillingen

Tool: Het proces, de waardestroom, in kaart brengen en met alle actoren doorlopen. Wat heb je nodig op welk moment, welke activiteit voegt waarde toe voor klant, wat is verspillend? De 8 verspillingen zijn: overproductie, wachten, transport, overbewerking, voorraad, beweging, fouten en onbenut talent.

3. Zorg voor flow in het proces

Flow is de manier waarop de processtappen met elkaar verbonden zijn en continue doorstroming, zonder oponthoud tussendoor.

4. Reageer op klantvraag (pull)

Gaan we het resultaat er doorheen drukken (push) of gaan we het er doorheen halen (pull)? In de zorg vindt veel ‘push’ plaats: het spreekuur is afhankelijk van beschikbaarheid van de arts, op vaste tijden, personeel wordt ruim vooruit ingeroosterd. ‘Pull’ is o.a. flexibel plannen, multi inzetbaarheid. De werkelijke vraag laten bepalen waar capaciteit of middelen aan besteed worden. Hiervoor is sterk reactief vermogen nodig, sleutelbegrip is flexibiliteit. Barelds en Ter Doest erkennen dat de zorg nooit volledig ‘pull’ ingericht kan worden, maar er zeker mogelijkheden zijn.

5. Streef naar perfectie (continu verbeteren)

De bedoeling is om vandaag beter te zijn dan gisteren. Deze continue verbetercultuur creëer je door DIM denken (denken in mogelijkheden) in plaats van DIP denken (denken in problemen). Door niet te spreken over oplossingen, maar over tegenmaatregelen. Stel jezelf elke dag de vraag; ‘wat houdt me tegen om dit in één keer goed te doen?’

Tools om deze mindset te creëren zijn dagstartborden waarop het team noteert waar zij tegenaan lopen, tegenmaatregelen bespreekt, direct invoert en evalueert/aanpast. Zodat verstoringen in het proces direct opgepakt kunnen worden in plaats van te verzanden in ‘mopperen over’.

Leanlessen in de praktijk

Het effect van de vijf principes wordt door de aanwezigen zelf ervaren. In kleine teams krijgen zij de opdracht om de hoogste vrijstaande toren te bouwen van 20 spaghettistengels, 1 meter tape en 1 meter touw om ten slotte 1 spekkie op de top te positioneren. Het was ongetwijfeld de eerste keer in de geschiedenis van de professionaliseringsavond van de nvim dat deelnemers op de tafel hebben gestaan. In hun ijver om zo hoog mogelijk te eindigen werden verbindingen aan het plafond bevestigd. Helaas… dat leverde geen vrijstaande toren op.

Waar het echt om draaide in dit experiment was de werkwijze. Was deze procesmatig en was deze kortcyclisch? Ook hier zagen we duidelijk de ontwerpbenadering: Oriëntatie – Plannen – Taken toebedelen – Bouwen – Testen, alles voor één ultiem en perfect eindresultaat. Bij het kortcyclisch verbeteren wordt een ontwikkelbenadering nagestreefd; beginnen met einddoel voor ogen, stukje voor stukje testen, leren van de misstappen, leren van elkaar om op die manier tot de beste (en vrijstaande) situatie te komen die op dat moment mogelijk is. Lean is echt een filosofie, het gaat om het streven naar perfectie. Dit betekent dat obstakels in het proces (ja maar of dat kan niet, want) leiden tot een volgende doeldefiniëring. Altijd met het eindresultaat voor ogen, dat blijft de stip op de horizon.

De (interim) manager als gids voor Lean

Welke rol speelt de leidinggevende bij Lean? Go to the Gemba (ga naar de werkvloer) is het motto. Als leidinggevende ben je de facilitator voor continu verbeteren. Door heel consequent de methode te blijven uitvoeren help je de medewerkers om continu te verbeteren. Doorvragen: waarom? Naar de oorzaak gaan en daar veranderen. Stimuleer het team om feedback te geven. Vertrouw op de verbetercapaciteit van je medewerkers. Gun je medewerkers de leerervaring van het maken van fouten (ook als je zelf op voorhand al weet dat de voorgestelde verbetering niet de gewenste zal zijn).

Als laatste adviseren Barelds en Ter Doest om niet te groot te beginnen. Kracht is om kleine problemen direct aan de basis op te lossen. Dan wordt het geen groot probleem en ervaren mensen de positieve effecten van hun betrokkenheid. Namelijk dat die omgezet wordt in invloed.

Tekst: Joke Twigt

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

Wanneer komt er een ‘Great Place to Work’-award voor ZZP’ers? Alvast een paar suggesties.

Gisterenavond was er de uitreiking van de awards voor ‘Beste Werkgever 2012’ . Althans volgens Great Place to Work 2012. Great Place to Work is ondertussen een bekend instituut geworden en actief over alle belangrijke over de hele wereld. De organisatie stelt zelf de volgende ambitie:  ‘Een Great Workplace is een werkomgeving waarin je de mensen waarvoor je werkt kunt vertrouwen, trots kunt zijn op wat je doet en plezier beleeft aan de mensen waarmee je werkt.’  De ‘je’ in deze zin, dan zijn de werknemers in loondienst van de organisatie. Prima. Maar ik werk als zelfstandige ook voor organisaties. En als ik die definitie zo lees, dan staan daar eigenlijk zaken in die ik ook belangrijk vind in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer. Omdat organisaties steeds meer met zelfstandigen werken (en ’employer branding’ richting die groep steeds belangrijker wordt)  roept dat de vraag op:  ‘Wanneer komt er eigenlijk een Great Place to Work’ voor ZZP’ers?

Arjan van der Born deed september2011  hier op ZiPconomy al eens een oproep voor het ‘Manifest Goed Opdrachtgeverschap‘ en in april 2011 zette ik de 10 praktische elementen van goed opdrachtgeverschap op een rij, althans vanuit het perspectief van de opdrachtgever. Wat zullen Zelfstandige Professionals, of for that matter, alle ZZP’ers belangrijk vinden als Great Place to Work. Een paar suggesties, maar ik ben ook erg nieuwsgierig wat jullie vinden.

Een paar elementen die ZZP’ers belangrijk vinden

1. Contact
Een ZZP’er is in eerste instantie een mens, en dan pas een bedrijf. Hij is meer dan zijn CV of een linkedin-profiel. Dus kwalitatief contact vanaf het eerste begin is de basis een relatie. Of dat nu tot een opdracht leidt of niet. Dat stelt eisen aan het recruitmentproces van organisaties.

2. Contract

Logisch dat je afspraken vastlegt in een contract. Wel belangrijk dat deze evenwichtig zijn en oog heeft voor de wederzijdse belangen. Een helder opdrachtformulering helpt ook duidelijk te maken wat wederzijdse verwachtingen zijn. Transparantie is een basis voor vertrouwen.

3. Eerlijk tarief

ZZP’ers worden geen zelfstandige om rijk te worden. En diegene die dat  wel om het geld doen, komen vaak van een koude kermis thuis. Wanneer je een eerlijke rekensom van alle kosten, risico’s en onzekerheden maakt, dan is het voor de meest ZZP’ers financieel aantrekkelijker om lekker 40 jaar en meer in loondienst door te blijven. Excessen in tarieven van zelfstandigen zijn er zeker, maar die zijn er onder salarissen ook. Kortom: geef een ZZP’er een fatsoenlijk tarief, gebaseerd op eerlijke uitgangspunten. (zie ook de Rutte-norm)

4. Onboarding

Toen ik een paar jaar geleden als interim manager startte bij een grote organisatie, was ik de eerste twee dagen kwijt om letterlijk mijn weg te vinden. Toegangspasje regelen, werkplek vinden, computer account aanvragen, iemand vinden die cruciale applicaties voor me kon opstarten en uitleggen. Vier keer mijn dagdeeltarief voordat ik ook maar iets zinnigs kon doen, dat is economisch niet handig. Maar bovendien voelde ik me ook niet erg welkom.

5. Administratieve en financiële riscio eerlijk spreiden

Veel grote organisaties werken om administratieve redenen met een schakel tussen hun  eigen organisatie en de zelfstandige. Met een broker, een MSP en of een bureau. Als zo’n tussenschakel financieel omvalt (en dat gebeurt steeds vaker, lees maar) dan kan de zelfstandigen naar zijn centen fluiten, ook voor de uren die hij al gewerkt heeft. Dit valt via goede afspraken met die tussen schakels prima te vermijden, maar gebeurt nergens.

6. Tijdige betaling facturen

Creditmanagement is ‘hot’ in deze barre tijden. Overheden, multinationals:  ze betalen altijd, maar wel heel laat. 90 dagen is geen uitzondering meer. Voor de gemiddelde leverancier van printerpapier misschien geen probleem, voor veel ZZP’er wel een beetje lastig.  Dat is best anders te regelen.

En, vinden jullie dit ook belangrijk en/of welke andere zaken ze er voordat een organisatie ook een Great place to Work is voor interim professionals?

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 5s Reacties