Maandelijkse archieven: januari 2026

Omzetontwikkeling bij bureaus onzeker, maar vraag naar interim-managers blijft

Iets meer dan vier op de tien (43%) bureaus voor interim-management verwacht de komende twee jaar te kunnen groeien in omzet. Maar een vergelijkbare groep (37%) denkt juist (fors) in omzet te gaan dalen. De sector merkt het effect van intensievere handhaving op schijnzelfstandigheid, maar er blijft structureel vraag naar interim-managers.

Dat gemengde beeld komt naar voren uit een tweejaarlijks onderzoek onder bureaus voor interim-management, uitgevoerd door kennisplatform ZiPconomy.

Het is voor het eerst sinds de start van dit onderzoek in 2019 dat zo’n grote groep bureaus een omzetdaling verwacht.

48% van de ondervraagde bureaus verwacht een omzetdaling vanwege intensievere handhaving op schijnzelfstandigheid. Daarnaast worden bezuinigingen bij de overheid (28%), geopolitieke onzekerheid (36%) en een afnemende economie (41%) genoemd als factoren die voor omzetdaling kunnen zorgen. Opvallend is dat dezelfde factoren door een deel van de bureaus juist ook worden genoemd als redenen voor omzetgroei.

Effect handhaving tijdelijk

Bob van Berkel, onlangs gekozen tot voorzitter van brancheorganisatie Raad voor Interim-management (RIM) en opdrachtgever van het rapport, herkent het duale beeld uit het onderzoek, zeker als het gaat om de impact van de handhaving. “Door de handhaving kijken opdrachtgevers, bureaus en interim-managers kritischer naar de inrichting van opdrachten – en dat is een goede ontwikkeling. Je kunt daardoor het kaf van het koren beter scheiden, en dat maakt de rol van de interim-manager uiteindelijk sterker. Die rol past van nature bij behoefte aan flexibiliteit in de markt en leent zich uitstekend voor zuiver ondernemerschap.”


Het onderzoek naar de markt voor interim-management is tot stand gekomen op basis van respons van 43 vooraf geselecteerde bureaus, die allemaal gespecialiseerd zijn in het bemiddelen van interim-managers met opdrachten met een sterke verandercomponent. Het gros van deze interim-managers is zelfstandig en niet in loondienst van het bureau. Het tweejaarlijkse onderzoek, de vierde in een reeks, is uitgevoerd door ZiPconomy in opdracht van de brancheorganisatie Raad voor Interim-management (RIM). Het volledige rapport is hier te vinden.


Ondertussen merken de bureaus de effecten van de handhaving wel degelijk. Een derde van alle bureaus heeft de omzet de afgelopen twee jaren zien dalen. Dat is voor het eerst in lange tijd. De marge bleef op peil (21,3%), het uurtarief is gestegen (naar gemiddeld € 157), maar het aantal opdrachten is afgenomen.

“Je ziet duidelijk dat er onzekerheid in de markt is ontstaan. De vraag is vooral: hoe gaat de Belastingdienst nu precies handhaven? Het afgelopen jaar voelde inderdaad als een zachte landing. De Belastingdienst acteert, maar er blijven ook losse eindjes die onzekerheid veroorzaken,” aldus Van Berkel. “De wet DBA zelf geeft weinig concrete invulling, maar via uitspraken zoals Deliveroo en de VBAR (Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie, red.) ontstaat steeds meer duiding. In die duiding zien wij juist dat er voldoende ruimte blijft voor interim-managers om hun rol als ondernemer te vervullen. De echte interim-manager is iemand met veel ervaring bij wie het ondernemerschap gewoon goed op orde is.”

Wim Davidse, arbeidsmarktstrateeg en directeur Trends & Insights bij ZiPmedia, ziet dit terug in macrocijfers: “Het aantal zzp’ers is ten opzichte van eind 2024 met zo’n 6 à 7 procent afgenomen, maar die daling lijkt inmiddels te stokken. In sectoren als IT en bouw zijn veel zzp’ers gestopt en in vaste dienst gegaan, maar over de hele arbeidsmarkt blijft het effect relatief beperkt. De meeste mensen zijn uiteindelijk toch zzp’er gebleven. Mensen zijn geschrokken van berichten over handhaving op schijnzelfstandigheid, opdrachtgevers ook, maar die schrik ebt weg. Dat sluit aan bij wat Bob ook aangeeft: de markt past zich aan.”

Interim-management erkennen als vak

Van Berkel ziet het als een taak van de RIM om duidelijk(er) te maken dat een interim-manager, om zijn of haar vak uit te kunnen oefenen, nu eenmaal per definitie leiding moet geven en ‘ingebed’ moet zijn in de organisatie. Dit zijn elementen die nu nog worden gezien als indicaties waarom een opdracht juist niet door een zelfstandige uitgevoerd zou kunnen worden. Daarbij vragen veranderopdrachten nu eenmaal tijd. De gemiddelde interim-managementopdracht duurt 12 maanden, zo blijkt uit het onderzoek.

“De interim-managementmarkt is project- en inhoudsgedreven. RIM-bureaus hebben die inhoud ook daadwerkelijk in huis. Wij denken mee op inhoud en zijn vaak de schaduwmanager van de interim-manager. Die verantwoordelijkheid nemen we graag. Juist daar ligt de toegevoegde waarde van het bureau,” zegt Van Berkel.

Resultaatgerichte beloning

Op dit moment werkt de helft van alle bureaus uitsluitend met een traditioneel verdienmodel, namelijk een marge op het uurtarief. Een op de vijf bureaus werkt daarnaast met een aparte fee die gekoppeld is aan het succes van de opdracht. Dat percentage lijkt door de jaren heen niet te groeien, terwijl resultaatafspraken en werk uitbesteden via een Statement of Work wel een trend zijn. Dit past bij handhavingscriteria als ‘resultaatgericht werken’ en ‘ondernemersrisico’.

Van Berkel vindt dat de sector – bureaus, opdrachtgevers en interim-managers – hierin stappen kan zetten. “Iedereen zal met zijn tijd mee moeten gaan. Dat vraagt aanpassingsvermogen aan alle kanten. Een goede interimopdracht heeft vaak al veel kenmerken van een Statement of Work; soms is het dat feitelijk ook al. Ik ben recent in gesprek geweest met de Rijksoverheid. Zij zien zelf ook dat aanbestedingen van vroeger niet meer toekomstproof zijn. Als je kijkt naar Statements of Work dan is het duidelijk dat er aanpassingen nodig zijn om interim-management mogelijk te blijven maken. Het stemt mij positief dat de overheid echt nadenkt over de vraag: hoe kan het wél?”

Meer dan handhaving alleen

Het effect van handhaving is slechts een van de factoren die impact heeft op de omzet in de interim-managementmarkt, zo geven de respondenten aan. Bezuinigingen, geopolitieke onzekerheid en een afnemende economie bieden zowel kansen als bedreigingen. Wim Davidse herkent die mix. “Aan de oppervlakte gebeurt er niet zoveel: de economie groeit een beetje, de werkgelegenheid groeit een beetje. Maar onder die rustige oppervlakte gebeurt enorm veel. Sectoren ontwikkelen zich heel verschillend en door vergrijzing verschuift de vraag vooral naar vervanging in plaats van uitbreiding.”

Schaarste aan talent is volgens Davidse een blijvende factor. “Er wordt nu gesproken over ontspanning op de arbeidsmarkt, maar dat vind ik eerlijk gezegd een non-discussie. Historisch gezien heb je zeker twee keer zoveel werklozen als vacatures nodig voordat werkgevers echt ontspannen kunnen werven. Daar zijn we nog lang niet. Alle voorspellingen wijzen op aanhoudende krapte tot zeker 2030, met zeer schaarse profielen in vrijwel alle sectoren. De profielen die makkelijker te vervullen zijn, zitten niet in interim-management.”

Davidse herkent de wisselende verwachtingen ook in cijfers uit andere delen van de markt. “In de flexbranche staat druk op volumes, maar je ziet grote verschillen tussen snelle groeiers en snelle krimpers. Mijn verwachting voor 2026 is eigenlijk hetzelfde beeld: ogenschijnlijk stabiel, maar met veel dynamiek onder de motorkap. Ondanks alle geopolitieke onrust zijn de verwachtingen van investeerders en bedrijven per saldo nog steeds redelijk positief.”

Van Berkel sluit zich daarbij aan: “De intentie bij opdrachtgevers om met interim-managers te werken is er absoluut. Alleen zie je nu economisch en sociaal even een pas op de plaats. Met een demissionair kabinet en weinig nieuw beleid moeten er straks strategische keuzes worden gemaakt. En juist daar komt de interim-manager weer nadrukkelijk in beeld. Die strategische trajecten zijn vaak kort en lenen zich niet voor een vaste aanstelling. Dat maakt de interim-manager bij uitstek geschikt.”

Verandering als constante, dat biedt kansen

RIM-voorzitter Van Berkel is blij dat het rapport juist nu verschijnt. “De arbeidsmarkt is duidelijk in beweging. Juist dan is het essentieel om ontwikkelingen en trends goed te signaleren. Het rapport ligt er nu en dan kunnen we daar inhoudelijk het gesprek over voeren.”

Hij kijkt met vertrouwen naar de toekomst. “We voelen als RIM de onzekerheid die ook in het rapport naar voren komt, maar we zijn ervan overtuigd dat de echte interim-manager voldoende potentie heeft voor de toekomst. Verandering is zo’n beetje de enige constante. Juist daarom blijft de interim-manager van grote waarde voor organisaties.”

Bekijk of luister hier de ZiPTalk-aflevering:

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

KVK: zzp-populatie groeit nauwelijks in 2025

De groei van het aantal bedrijfsvestigingen in Nederland was in 2025 historisch laag. Op 1 januari 2026 stonden 2.599.668 vestigingen ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK), een stijging van slechts 1 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dit is de laagste toename in jaren, blijkt uit de KVK Bedrijvendynamiek 2025.

De bedrijvenpopulatie staat onder druk: het aantal starters daalde in 2025 met 10 procent ten opzichte van 2024, terwijl het aantal stoppers met 18 procent steeg. In alle sectoren nam het aantal opheffingen toe. Opvallend is dat het aantal faillissementen juist met 21 procent daalde, mogelijk omdat ondernemers vaker stoppen voordat zij in financiële problemen komen.

Sterke daling startende zzp’ers, stijging in stoppers

Bij zzp’ers was de trend nog duidelijker: het aantal stoppers nam toe met 19 procent, terwijl het aantal starters met 13 procent afnam. Zowel economische onzekerheid als onduidelijk beleid, zoals de handhaving op schijnzelfstandigheid, lijken hierbij een rol te spelen. Per saldo nam het aantal zzp’ers nog wel toe met 1 procent tot bijna 17.000. De maand december laat traditioneel een knip naar beneden zien vanwege het feit dat de KVK dan haar bestanden opschoont. 

Sectoren met de grootste verschuivingen

De daling van het aantal zzp’ers in 2025 komt vooral voor in landbouw en visserij (-4%), zorg en welzijn (-3%) en de bouw (-1%). In absolute aantallen is de daalt het aantal zzp’ers in de zorg- en welzijnssector het hardst, met ruim 6.100 vertrekkende zzp’ers. Zowel in de bouw als zorg zal dit een effect zijn op de handhaving op schijnzelfstandigheid en veranderende houding van werkgevers in die sectoren ten aanzien van inhuur van zzp’ers. 

Sectoren waarin juist meer zzp’ers aan de slag gingen, zijn media, ICT, overige zakelijke dienstverlening en kunst, cultuur en sport. 

Waarom de KVK- en CBS-cijfers verschillen

Hoewel de CBS-cijfers voor 2025 nog niet volledig beschikbaar zijn, wordt verwacht dat het effect daar duidelijker zichtbaar zal zijn. Volgens CBS-data daalt het aantal zzp’ers al enkele kwartalen, terwijl KVK-cijfers nog een lichte groei lieten zien.

Het verschil komt doordat de KVK registreert wie ingeschreven staat, terwijl het CBS kijkt naar wie daadwerkelijk zzp-werk verricht. Iemand kan bij de KVK als zzp’er geregistreerd zijn, maar bijvoorbeeld inkomen uit loondienst halen. Voor het CBS telt die persoon dan niet mee als zzp’er, vooral als het zzp-inkomen een bijverdienste is.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

OneStopSourcing start WHOA-procedure en probeert zo tijd te kopen om faillissement af te wenden

Broker OneStopSourcing kan zijn financiële verplichtingen aan leveranciers uit 2025, waaronder bureaus en zzp’ers, nog steeds volledig nakomen. Het bedrijf probeert via een WHOA-procedure een faillissement te voorkomen.

OneStopSourcing, verantwoordelijk voor de inhuur en administratieve afhandeling van externen en zzp’ers bij onder meer overheidsorganisaties, kampt met acute betalingsproblemen. Het bedrijf werkt aan een herstructurering van zijn schulden en heeft daarvoor een WHOA-procedure (Wet homologatie onderhands akkoord) opgestart.

Met deze regeling kan een onderneming schulden herstructureren en, onder voorwaarden, een faillissement voorkomen door een bindend akkoord met schuldeisers te sluiten, ook als niet alle schuldeisers daarmee instemmen.

Zonder een dergelijk akkoord dreigt een faillissement, zo heeft OneStopSourcing leveranciers in een e-mail laten weten. Een deel van hen – waaronder enkele honderden zzp’ers – wacht inmiddels al enkele maanden op betaling van facturen uit het laatste deel van 2025.

Structurele cashflowproblemen

OneStopSourcing verzorgt de administratieve afhandeling van extern ingehuurd personeel bij onder meer de Belastingdienst, de Tweede Kamer en diverse andere overheidsinstellingen, zoals provincies, gemeenten en universiteiten. In totaal gaat het om ongeveer 900 ingezette externen.

Het bedrijf ontvangt facturen van het ingezette personeel en factureert deze door aan de opdrachtgevers. Met leveranciers en zzp’ers zijn relatief gunstige betalingsvoorwaarden afgesproken, waardoor OneStopSourcing hen vaak sneller moet betalen dan dat het zelf wordt betaald door opdrachtgevers. Dat is overigens geen ongebruikelijk model in de branche.

Om dit verschil te overbruggen maakte OneStopSourcing gebruik van factoring. Volgens de directie ligt een verstoorde relatie met het factoringbedrijf aan de basis van de ontstane problemen.

Eind vorig jaar communiceerde OneStopSourcing nog dat de problemen tijdelijk en voornamelijk administratief van aard waren. Met opdrachtgevers werden afspraken gemaakt over snellere betaling en aandeelhouders zouden bereid zijn een kapitaalinjectie te doen. Het bedrijf gaf aan dat het vrijmaken van geld vanuit de aandeelhouders wel enige tijd zou vragen. Er werd gecommuniceerd dat de zaken in de loop van het eerste kwartaal weer op orde zouden zijn. 

OneStopSourcing heeft de afgelopen periode afspraken kunnen maken met een aantal leveranciers en ook groepen zzp’ers. Maar bij een aantal (kleinere) schuldeisers is het geduld op, met een dreigend faillissement als gevolg. 

Schuldeisers gevraagd mee te bewegen

Om tijd te kopen en te zorgen dat het bedrijf ook verder kan wordt de oplossing nu gezocht in een WHOA-procedure. In een bericht aan schuldeisers stelt een advocaat van het bedrijf: “Op deze wijze kan een deel van de schulden worden geherstructureerd tot een niveau dat voor de onderneming financieel draagbaar is. Het doel van dit traject is om continuïteit te behouden en een faillissement te voorkomen.”

Schuldeisers zullen daarbij moeten instemmen met een akkoord waarbij zij een deel van hun vordering prijsgeven. Welk concreet voorstel OneStopSourcing hen zal doen, is nog niet bekend. 

Vorderingen vanaf 1 januari 2026 vallen buiten de beoogde regeling. Volgens OneStopSourcing zullen uren die gemaakt zijn in 2026 wel regulier en tijdig worden uitbetaald. 

Afkoelingsperiode aangevraagd

OneStopSourcing gaat op korte termijn een afkoelingsperiode van vier maanden aanvragen bij de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens deze periode kunnen schuldeisers geen individuele verhaalsacties ondernemen en kan geen faillissement worden aangevraagd door afzonderlijke schuldeisers.

Binnen die periode moet een akkoord tot stand komen. Of voldoende schuldeisers daarmee zullen instemmen, is nog onzeker. Binnen een WHOA-traject is niet unanimiteit vereist; instemming van schuldeisers die gezamenlijk minimaal twee derde van de totale schuldenlast vertegenwoordigen kan voldoende zijn. Uiteindelijk beslist de rechter. Die zal vooral ook kijken naar de toekomstverwachting van het bedrijf. Daarnaast geldt dat schuldeisers, ook degenen die tegen een akkoord stemmen, met een mogelijke WHOA-deal niet slechter af mogen zijn dan bij een faillissement. 

Herhaling TCP-affaire?

Alhoewel het bedrijf er alles aan doet om verder te kunnen, roept de zaak herinneringen op aan de TCP-affaire uit 2019. Die broker – ook actief als payroller voor uitzendbureaus – deed onder andere het contractbeheer van zzp’ers die bij ING bank actief waren. Het bedrijf kwam in de financiële problemen nadat een uitzender TCP niet meer betaalde voor de payrolldienst die TCP leverde. TCP probeerde de ontstane actuele cashflow problemen op de lossen door geld uit de broker BV te gebruiken om de cashflowproblemen in de payroll BV op te lossen. Dat bleek tevergeefs. Het bedrijf ging uiteindelijk failliet, zonder dat de zzp’ers en andere leveranciers uitbetaald werden. 

Het werd zzp’ers door de TCP-affaire pijnlijk duidelijk dat ze in het geval van een faillissement simpelweg een van de schuldeisers zijn en niet zoals uitzendkrachten een speciale positie genieten. 

Overigens koos ING er destijds voor om de zzp’ers – nogmaals – te betalen. Ook om er zo voor te zorgen dat de zzp’ers hun opdrachten voor de bank konden afmaken. 

Zo ver is het bij OneStopSourcing nog lang niet. Deze zaak zal wel de oproep versterken om ook bij MSP- en broker-dienstverlening geldstromen tussen eindklant-dienstverlener-leveranciers/zzp’er via een aparte, beschermde rekening te laten lopen. Dat is bij uitzendarbeid (g-rekening) al verplicht.  

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 2s Reacties

Uitstel van executie: geen boetes, wel naheffingsaanslagen voor schijnzelfstandigen

Het nieuwe jaar begon prachtig voor natuur- en winterliefhebbers, maar voor zzp’ers lijkt 2026 vooral het jaar te worden waarin de bijl definitief valt. 2025 startte nog met het einde van het handhavingsmoratorium van de Wet DBA; 2026 belooft weinig beterschap. De kabinetsformatie sleept voort, richting ontbreekt en de uitkomst maakt eigenlijk niet meer uit. Of het nu de VBAR wordt, voortzetting van de Wet DBA of de Zelfstandigenwet: de zelfstandige dreigt in Nederland simpelweg te verdwijnen.

Vrijheid in arbeid? Niet in Nederland. Alles wijst op een steeds strakkere koers richting vaste dienstverbanden en collectieve zekerheden. Niet omdat het beter werkt, maar omdat Den Haag de burger niet langer vertrouwt om zelf keuzes te maken. Politieke partijen durven nauwelijks nog te pleiten voor echte diversiteit in arbeidsvormen. Misschien niet eens uit onwil, maar uit een mix van angst en financiële chantage.

Gevolgen voor HVP-gelden

In een recente Kamerbrief werd fijntjes uitgelegd dat het verlengen van de zachte landing gevolgen kan hebben voor HVP-gelden uit Brussel. Zeshonderd miljoen euro hangt direct samen met het beëindigen van het moratorium op 1 januari 2025. Wie durft daar nog tegenin te gaan? Politiek vraagt moed en dappere keuzes, maar zonder weerstand wordt het pad van de minste weerstand gevolgd. Met als resultaat: de zzp’er sterft een stille dood.

Het laatste commissiedebat leek geen beweging op te leveren bij de staatssecretaris, ondanks een aangenomen motie die expliciet vroeg om verlenging van de zachte landing tot eind 2026. Niet veel later volgden alsnog een Kamerbrief en een tweeminutendebat, met daarin de boodschap dat opdrachtgevers tot eind 2026 geen boetes opgelegd krijgen. Maar naheffingsaanslagen kunnen nog altijd met terugwerkende kracht worden opgelegd. Dit is geen pleister. Dit is uitstel van executie van een vonnis dat al vaststaat.

En ja, budgettaire derving uit het HVP lijkt vermeden. Missie geslaagd, applaus in de plenaire zaal. Maar buiten, in de echte wereld, trekken opdrachtgevers zich steeds verder terug. Opdrachten drogen nog altijd op. Toekomstplannen van duizenden zelfstandigen sneuvelen. Geen zachte landing, maar een vrije val.

Productiviteitsagenda als doekje voor het bloeden

De echte pleister stond in de brief van 10 december van demissionair minister Paul. Daarin prijst ze zelfstandigen om hun economische bijdrage en belooft ze te werken aan duidelijkheid en een beter ondernemersklimaat. Maar dan volgt iets opzienbarends. Ze verwijst naar de productiviteitsagenda, zoals aangekondingd in een brief aan de Kamer in september. Vervolgens schrijft ze dat een verkenning is aangekondigd ‘naar de mogelijkheden om ondernemend gedrag te stimuleren en faciliteren, zodat zelfstandig ondernemers productiever worden’. 

Deze verkenning wordt in 2026 opgeleverd. Ik voorspel nu al de uitkomst: meer rapporten, meer overleg, meer commissies, meer regeldruk. En een nieuwe productiviteitsraad die plechtig rapporteert over de voortgang, terwijl dezelfde overheid de productiviteit smoort.

Een oproep aan de formatietafel

Beste onderhandelaars, juridische onzekerheid duurt al jaren te lang. Laat dit niet ook bestaansonzekerheid worden. Moderniseer de arbeidswetgeving eindelijk serieus. Stop met het plakken van pleisters. Durf vrijheid te geven waar vrijheid werkt. Werkgevers, opdrachtgevers, werknemers en zelfstandigen kunnen zelf verantwoordelijkheid dragen. Meer ruimte leidt niet de facto tot meer risico’s, maar is een voorwaarde voor vooruitgang en herstel van de productiviteit in Nederland.

Als we in 2026 constateren dat zelfstandigen productiever zijn geworden door minder onzekerheid, regeldruk en bemoeienis, dan is het een sterk kabinetsvoornemen om de productiviteitsraad in 2027 zo snel mogelijk af te schaffen. Een eerste stap naar een overheid die problemen oplost in plaats van symptoombestrijding bedrijft. Zelfstandigen hebben geen behoefte aan een productiviteitsagenda of nieuwe verkenningen om productiever te worden. Hun succes begint bij ruimte en vertrouwen.

Het lot van vele zzp’ers ligt in jullie handen. Kies voor vrijheid die werkt, verantwoordelijkheid die kan en een economie die vooruit wil.

 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 15s Reacties

Inkoop of HR, wie beheert alle inhuur?

Steeds meer organisaties begrijpen: voor het mogelijk maken van Total Talent Management (TTM) hoort ook het eigenaarschap voor inhuur bij HR te liggen. Maar hoever ga je daarin? Louter op workoperationeel niveau, of ook tactisch en strategisch? Laat je inspireren door een case bij de Total Workforce Summit waarbij echt alles bij HR ligt, ook Statement of Work (SoW)!

Het Total Talent Ecosysteem

In het totale workforce ecosysteem onderscheiden we verschillende vormen van inhuur, talent dat niet op de loonlijst staat. De figuur hieronder geeft alle mogelijke juridische contractvormen weer waarin talent voor een organisatie kan werken. Van links naar rechts evolueert de inhuurvorm naar een steeds flexibeler, juridisch minder aan de organisatie ‘verbonden’ talent. 

We zagen al in de vorige eeuw dat de inhuur van uitzendkrachten (deels) in samenwerking met HR wordt beheerd, vanwege de koppeling op cao-niveau. Sinds begin deze eeuw zijn ook project sourcing, freelancers en aanneming van werk steeds meer ingehuurd, maar nog slechts in een klein aantal organisaties centraal gestructureerd. Nieuwer zijn gig workers in de ‘human cloud’ en het gebruik van robots/AI agents door de business, en nog minder centraal beheerd. Aan het uiteinde van de figuur staat het uitlenen van werknemers tussen organisaties, zoals tijdens de coronapandemie wel gebeurde. Hoewel dit contractueel en financieel de lichtste vorm is, wordt dit meestal wel centraal gecoördineerd vanuit HR.

Operationeel, Tactisch en Strategisch inhuren

Om de verschillende opties voor het beheren van inhuur in je organisatie in kaart te brengen, kun je kijken naar deze drie niveaus:

  1. Operationeel: wie zorgt er voor het inhuren van specifieke personen, de in-, door- en uitstroom processen op korte termijn
  2. Tactisch: wie monitort de kwaliteit en verbetert de operationele processen op middellange termijn en wie borgt beleid, uniformiteit, duurzaamheid en overdraagbaarheid.
  3. Strategisch: wie koppelt de organisatie strategie aan een workforce strategie en maakt een visie op de 5 B’s van Build, Buy, Borrow, Bridge en Beyond.

Vier partijen zijn betrokken en in meer of mindere mate  ‘verantwoordelijk’  voor inhuur: de Business zelf, decentraal bij de managers. Of centraal gestructureerd bij Inkoop, HR of een externe partner als een uitzendbureau, MSP of broker. 

Als je vervolgens deze drie parameters in een matrix giet dan krijg je voor een organisatie die nog zeer onvolwassen omgaat met inhuur, waar inkoop nog helemaal niet betrokken is, deze invulling:

Total Talent Ecosysteem
Niveau Eigen loonlijst Uitzendkrachten en uitgeleende medewerkers Project Sourcing en Freelancers Statement of Work Human Cloud en Robots / AI agents
Operationeel HR Partner Business Business
Tactisch HR HR – 
Strategisch HR – 

 

De eerste stappen richting TTM

Als organisaties serieuzer met inhuur omgaan dan zie je dat eerst inkoop, bij stijgende kosten en risico’s aan inhuur, aan de slag gaat met tactische en strategische inhuur. De matrix ziet er dan typisch zo uit, een situatie die we wel steeds minder tegenkomen.

Total Talent Ecosysteem
Niveau Eigen loonlijst Uitzendkrachten en uitgeleende medewerkers Project Sourcing en Freelancers Statement of Work Human Cloud en Robots / AI agents
Operationeel HR Partner Business Business Business
Tactisch HR HR Inkoop Inkoop
Strategisch HR Inkoop – 

 

In een volgende fase wanneer inkoop ook breder strategisch gaat inkopen en dan vaak een MSP of broker inschakelt, of moet schakelen vanuit aanbestedingsregels en waarbij HR een eerste stap in eigenaarschap pakt in de operatie door middel van een inhuurdesk.

Total Talent Ecosysteem
Niveau Eigen loonlijst Uitzendkrachten en uitgeleende medewerkers Project Sourcing en Freelancers Statement of Work Human Cloud en Robots / AI agents
Operationeel HR Partner HR + Partner Inkoop Business
Tactisch HR HR + Partner HR Inkoop
Strategisch HR HR + Inkoop Inkoop Inkoop

 

Uiteraard kun je de matrix gebruiken en invullen voor je eigen organisatie. Sommige (kantoor) organisaties zijn bijvoorbeeld al heel ver met het inzetten van de human cloud of robots/AI agents.

Hoe ver kun je gaan?

Dit artikel werd getriggerd door het model van de scale-up WirelessCar uit Zweden, die software ontwikkelt voor met name elektrische auto’s. HR directeur Anna Gunlycke vertelde tijdens de Total Workforce Summit 2025 in Brussel hoe zij het roer helemaal omgooiden en al het eigenaarschap over mensen die voor hen werken naar HR trokken. Daarvoor hebben ze bij HR nu ook mensen in dienst met inkoop skills en is de inkoopafdeling zelf helemaal niet meer bezig met enige HR dienstverlening. Hun matrix ziet er dus nu zo uit, waarbij alleen de laatste categorie nog niet gemanaged wordt:

Total Talent Ecosysteem
Niveau Eigen loonlijst Uitzendkrachten en uitgeleende medewerkers Project Sourcing en Freelancers Statement of Work Human Cloud en Robots / AI agents
Operationeel HR HR HR HR Business
Tactisch HR HR HR HR
Strategisch HR HR HR HR

 

Hiermee zijn ze de eerste organisatie die we tegenkomen waar HR ook SoW naar zich heeft toegetrokken op alle drie niveaus. Daarbij sluit HR nu ook zelf alle strategische contracten met detachering en SoW leveranciers.

Een zeer vooruitstrevend model wat voor een scale-up uiteraard eenvoudiger te realiseren is dan voor een corporate speler van decennia oud. Maar het geeft inspiratie. Hoe ver gaan jullie?

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

‘Het ontbreekt te vaak aan goede pre- en onboarding van externen’

Er wordt veel geïnvesteerd in employer branding, maar daarbij worden externen vaak vergeten. Een gemiste kans, want aandacht voor opdrachtnemerstevredenheid is de belangrijkste quick win. Dat stellen drie experts in een recente aflevering van ZiPtalk over goed opdrachtgeverschap.

Medewerkerstevredenheid externen

Besteden organisaties überhaupt aandacht aan goed opdrachtgeverschap? Mariëtte Wendrich, CEO van MSP-dienstverlener Flextender, haalt een situatie aan tijdens een recent eigen evenement, waar veel opdrachtgevers aanwezig waren. “Op de vraag wie wel eens een medewerkerstevredenheidsonderzoek doet onder externen stak niemand een hand op. Voor velen was dit een eye-opener. Als Flextender willen wij onze leveranciers, zzp’ers en gedetacheerden zo gecommitteerd mogelijk houden. Dus voor ons is het heel belangrijk hun tevredenheid te meten. Maar gek genoeg gebeurt dat dus niet altijd vanuit de opdrachtgever zelf.”

Jan-Willem Weijers, hoofdredacteur ZiPconomy en Total Talent Management-expert,  herkent dit. “Ondanks dat HR steeds meer ownership neemt en Inkoop vaker aan tafel zit, zie ik nog steeds dat vast en flex twee verschillende stromen, twee silo’s, zijn. Welke (positieve) ervaring heeft een externe medewerker met jouw organisatie? Daar mag best wel meer aandacht voor zijn.” 

Dat kun je meten door een medewerkerstevredenheidsonderzoek, waarbij Weijers erop wijst dat voor externen wellicht een tussenvorm een goede optie is. “Dat is meestal een heel uitgebreide vragenlijst, maar je kunt ook een ‘uitgeklede’ versie maken, met alleen vragen die voor externen relevant zijn. Hoe tevreden is die externe vanaf de eerste dag tot en met de dag dat hij of zij vertrekt?”

Onboarding flex

Een eerste belangrijk onderdeel van goed opdrachtgeverschap is zorgen voor een goede onboarding van externe medewerkers. Daar schort het in de praktijk nog vaak aan. Claire Kros, die als zelfstandig Learning & Development Consultant onder meer onboarding-programma’s ontwikkelt voor organisaties, merkt dat organisaties zich bij onboarding nog vooral richten op vaste medewerkers en flexkrachten over het hoofd zien. “De opdrachtgever heeft de externe medewerkers vaak niet heel scherp in de scope. Ik ga dan zeker het gesprek aan over de flexschil. Maar eigenlijk moet dat helemaal geen discussie zijn.” 

Het begint natuurlijk met het besef van het belang van die flexschil binnen je organisatie. In een recente podcast zei Nétive-CEO Mikael Lindmark nog dat velen daar geen idee van hebben. “In veel organisaties bestaat inmiddels een derde tot zelfs de helft van de totale workforce uit extern talent. Het brede publiek beseft nog onvoldoende hoe ver deze verschuiving al is. In sommige sectoren is het bijna onmogelijk geworden om bepaalde profielen te vinden die nog in vaste dienst wíllen werken.” 

Weijers adviseert organisaties dan ook met klem om inzicht in de eigen totale workforce te krijgen. “Zorg dat je ook alle flex in beeld hebt.” Als Kros bij een organisatie binnenkomt, moet meestal dat hele plaatje nog getekend worden. “Dat begint met bekijken hoe de doelgroep, inclusief flex, eruit ziet. Ik zie ook dat er vanuit twee silo’s wordt gekeken, maar je moet ook beseffen dat de aanvliegroute van hoe iemand binnenkomt gewoon anders is.”

Belang van pre-boarding

Volgens Kros is met name voor externe medewerkers een goede pre-boarding cruciaal. Vanaf het moment dat een flexmedewerker weet dat hij of zij de opdracht gaat doen, het contract is getekend, volgt een wachtperiode tot aan de eerste werkdag (wanneer de onboarding start). In die periode tot aan die startdatum hoort een externe meestal niets. “Hij of zij is blij met opdracht en staat te springen om te beginnen, maar weet nog steeds niet waar hij of zij precies naar toe moet. Dus dat moet het startpunt zijn. Als opdrachtgever zul je eerder al een aantal momenten moeten inplannen om ervoor te zorgen dat iemand die eerste werkdag ook daadwerkelijk als fijn gaat ervaren.” Die pre-boarding is er lang niet altijd. “Het komt voor dat externen niet eens komen opdagen de eerste werkdag omdat ze überhaupt niet wisten dat die eraan kwam.”

Weijers voegt daaraan toe dat goed opdrachtgeverschap eigenlijk al vóór het tot stand komen van een contract begint. Hij weet dat het in de praktijk regelmatig voorkomt dat bijvoorbeeld een zzp’er vooraf door allerlei hoepels moet springen, naar het kastje van de muur wordt gestuurd, zich moet inschrijven via allerlei systemen voor verificatie, diploma- en identiteitchecks, et cetera. “Het is belangrijk dat een zzp’er of andere flexkracht aan de hand wordt meegenomen en geholpen. Ook dat hoort bij pre-boarding.” 

Kros’ advies: breng in kaart hoe de (route van de) pre-boarding eruit ziet, leg ankerpunten vast waarop de externe informatie over zijn opdracht en de organisatie krijgt. “Zorg dat alles die eerste dag gewoon ontzettend goed geregeld is. Want dat is je visitekaartje. Dat bepaalt hoe iemand jouw organisatie (lees: employer brand) ervaart. Die zzp’er loopt na de eerste werkdag het kantoor uit en belt een vriend of familielid. Zegt hij dan aan de telefoon ‘Jeetje, wat een rotzooitje hier! of ….”

Regie op candidate journey

Het komt er dus op neer dat je als opdrachtgever regie moet houden op de pre- en onboarding. Maar dat is lastig als er tal van schakels in de keten tussen zitten, zoals een MSP, broker en leveranciers als detacheerders en uitzenders. “Dat klopt. Iedere partij moet zijn deelverantwoordelijkheid pakken, dat maakt het complex”, geeft Wendrich toe. Maar het kan wel, stelt zij. “Het is onze rol als MSP om alle partijen bij elkaar te brengen. We zien dat dat ook goed werkt.” 

Hoe? “Wij hebben ons eigen VMS gebouwd, waarbij alle partijen vanuit één systeem werken. Dat vergemakkelijkt het hele inhuurproces. Het hele onboardingsproces gebeurt via ons en we hebben grip op het hele e-mailproces.” 

Hoe uitgebreider de keten, hoe lastiger het is een externe te begeleiden in een goede candidate journey. Maar al te vaak moeten externen in verschillende systemen uren schrijven, verschillende contracten tekenen. Niet bij Flextender, legt Wendrich uit. “Er zijn uitzonderingen, maar in principe gebeurt dit gewoon allemaal in ons proces. Ook zzp’ers en gedetacheerden schrijven gewoon altijd hun uren in ons systeem.”

Beluister de gehele ZipTalk hier:

Interne verbinding

Kros trekt het belang van onboarding breder. “Je huurt iemand in, dus je wilt dat die zo snel mogelijk aan de slag gaat. Maar als je alleen maar zegt ‘hier is je laptop, je toegangspas, je checklist en hier kun je je uren schrijven, dan gaat die externe niet snel productief zijn voor jouw organisatie. Je moet in die eerste periode ook zorgen voor verbinding met het interne netwerk. Nog te vaak zie ik dat een aantal onboardingselementen op dat gebied alleen voor interne medewerkers worden aangeboden. Die externe moet zelf zijn weg maar vinden. Maar elke organisatie heeft een eigen visie en manier van werken. Het zou raar zijn als een externe overal zomaar als een kameleon kan meekleuren. Dus je moet ervoor zorgen dat die tijdelijke kracht ook optimaal voor jouw bedrijf kan werken.” 

Bovendien kan een organisatie volgens haar juist tijdens de onboarding gebruikmaken van de ervaring die de externe heeft opgedaan bij andere organisaties. “Gebruik die kennis van buiten als een spons om jouw organisatie te optimaliseren.”

Employer branding

Werk maken van goede pre- en onboarding en een soepele candidate journey van externen loont veel meer dan organisaties zich realiseren, denkt Wendrich. “Er wordt veel geld geïnvesteerd in employer branding, terwijl dit een quick win is. Wij kunnen als MSP adviseren en coachen, maar de daadwerkelijke onboarding: hoe wordt iemand ontvangen op de werkvloer binnen de organisatie? Dat ligt toch echt bij de opdrachtgever zelf.”

Het ontbreekt nog wel eens aan aandacht voor opdrachtnemerstevredenheid, weet Weijers. “Er zijn heel veel studies naar de Employer Value Proposition (EVP), hoe je dat vertaalt naar employer branding, naar de candidate journey. Maar als je vraagt ‘hoe doen jullie dat voor externen?’ is het antwoord ‘dat moet de MSP-partij maar regelen’. En die MSP doet dat ook – het is ten slotte hun specialisme –  maar je kunt dit niet goed doen zonder de eindopdrachtgever.”

Total Talent Management begint met de vraag hoe je met de verschillende soorten medewerkers, vanuit verschillende processen, toegevoegde waarde kunt realiseren. Maar zo’n total workforce-benadering hoef je volgens Weijers niet direct groots aan te pakken. “Begin met kleine stukjes, het zit in allerlei dingetjes in het (onboardings)proces. Doe je dat bij je eigen, vaste medewerker, doe dat dan ook voor de externe kracht. Zorg gewoon dat de medewerker tevreden is.”

Wendrichs’ tip: Wees zichtbaar voor de externe, weet wat die externe wil en nodig heeft. Je moet überhaupt goed zijn voor je mensen, ook voor je externen. Die mag je niet vergeten.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter