Documenten geven nieuw inzicht in ambtelijke discussie over de webmodule en de mislukte zzp-wet van Koolmees Geplaatst 23 juni 2022 door Hugo-Jan Ruts “Gezien de complexe regelgeving, de problematische gevolgen voor toezicht en handhaving en de fraudegevoeligheid wordt de impact ingrijpend ingeschat. De regeling is niet handhaafbaar en daarmee niet uitvoerbaar.” Ambtenaren van de Belastingdienst vellen in januari 2020 in een memo voor de top van de Belastingdienst een vernietigend oordeel over een wetsvoorstel Zelfstandigenverklaring dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft opgesteld. Daarmee komt een belangrijke bouwsteen van de voorgenomen vervanging van de Wet DBA stevig onder druk te staan. Vijf maanden later trekt Minister Wouter Koolmees het plan voor de wet in. Het is een van de opvallende zaken die zichtbaar worden nadat de ministeries van Financiën en SZW een grote hoeveelheid interne mailwisselingen en documenten openbaar gemaakt hebben. Dit na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De documenten geven een inkijkje in de discussie tussen de ‘rekkelijken en de preciezen’, over het verschil tussen ‘duidelijkheid’ en ‘zekerheid vooraf’, over het gat dat er is tussen de visie van ambtenaren en politieke wensen en hoe experts – tevergeefs – wijzen op de noodzaak om alle context rond een zzp’er mee te wegen in de beoordeling of iemand nu wel of niet ‘buiten dienstbetrekking’ mag werken. Kabinetsplannen voor vervanging van de Wet DBA Nadat de Wet DBA onder verantwoordelijk staatssecretaris Wiebes (Financiën/Belastingdienst) een debacle bleek te zijn, werd in het nieuwe regeerakkoord (Rutte III) afgesproken dat die wet vervangen zou worden. En dat onder regie van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. In dat regeerakkoord werd afgesproken dat het inhuren van zzp’ers onder een bepaald tarief voorkomen moest worden. Ook zouden zelfstandigen die meer dan 75,- per uur verdienen een zelfstandigheidsverklaring krijgen, waarmee ze verlost zouden zijn van de discussie of ze nu wel of geen zelfstandigen zijn (de opt-out variant). En voor het tussengebied zou een webmodule per casus duidelijk moeten maken of iemand nu wel of niet ‘buiten dienstbetrekking’ ingehuurd kon worden. Belastingdienst ziet nieuwe wetgeving niet zitten De plannen voor een minimumtarief en de opt-out zijn politiek aan elkaar gekoppeld. Plan is ook om het in één wet uit te werken en aan de Kamer voor te leggen. Eind 2019 keren FNV en VNO/NCW zich via de Stichting van de Arbeid gezamenlijk al tegen het concept-wetsvoorstel. In de memo van 25 pagina’s zijn ambtenaren van de Belastingdienst dus zeer negatief over het wetsvoorstel dat al klaar ligt om naar de Kamer te sturen. Vijf van de zes ‘vlaggetjes’ in de memo staan op rood, eentje op oranje. “Gelet op complexe regelgeving, de problematische gevolgen voor handhaving en fraudegevoeligheid” ziet de Belastingdienst “geen mogelijkheden om burgers en bedrijven goed voor te lichten en daarmee in staat te stellen compliant te handelen.” Aan het nadenken over een communicatieplan en opstellen van een begroting daarvoor wordt niet eens begonnen. Minister Koolmees blijft dan nog – althans naar buiten toe – zijn plannen voor dit wetsvoorstel verdedigen. In juni 2020 moet hij concluderen dat indienen van de wet bij de Tweede Kamer geen zin heeft. “Het voorstel brengt voor alle zelfstandigen te veel administratieve lasten met zich mee om effectief te zijn”, zo schrijft hij aan de Tweede Kamer. Webmodule: wel of geen zekerheid Wat overblijft is de webmodule. Een werkgroep met experts van verschillende ministeries, de Belastingdienst en onder meer het UWV krijgen de opdracht dat onderdeel uit te werken. Het blijkt moeizaam om het ministerie van Economische Zaken bij dit onderwerp te betrekken. Ook staatssecretaris Mona Keijzer (EZK) slaat een bewindsliedenoverleg over dit onderwerp over. De webmodule is een digitale vragenlijst, naar Brits voorbeeld, die uitsluitsel moet geven of voor een bepaalde opdracht nu wel of niet met een zzp’er gewerkt mag worden. Oftewel of er ‘buiten dienstbetrekking’ gewerkt kan worden. Dat is makkelijker gedacht dan gedaan, concluderen die ambtenaren al snel. Een aanvankelijke wens om te gaan werken met een ‘slim algoritme’ – die gaat leren van ingevulde casussen – gaat al snel van tafel. Te hoog gegrepen, te tijdrovend. Een belangrijk discussiepunt tussen ambtenaren is of de politieke belofte haalbaar is dat de webmodule ‘zekerheid’ vooraf gaat geven. Ook bij het Ministerie van Financiën is dat de nadrukkelijke wens: graag vooraf een helder ‘ja’ of ‘nee’. De collega’s bij SZW stellen zich, gesteund door experts uit het arbeidsrecht, op het standpunt dat je nooit vooraf zekerheid kunt geven over arbeidsrechtelijke zaken. Er is anno 2022 nog steeds geen duidelijkheid of de webmodule die gewenste zekerheid vooraf nu wel of niet kan geven. Gebrek aan politiek draagvlak Voor het maken van de webmodule, zonder slim algoritme, wordt een vragenlijst en een beslisboom ontwikkeld. Een test met de webmodule levert een behoorlijk probleem op. In bijna 30% van de gevallen kan de webmodule geen uitsluitsel geven. Een fors percentage. Ambtenaren moeten constateren dat er onder de Kamerleden van de coalitiepartijen mede hierdoor geen enthousiasme te bespeuren valt over de webmodule. Lees ook : Kamerleden nemen afstand van webmodule Dat de test bij de helft aangeeft dat er niet ‘buiten dienstbetrekking’ gewerkt kan worden, roept vragen op bij verantwoordelijk minister Koolmees. In een overleg met ambtenaren geeft hij aan dat er “gezocht moet worden naar een ventiel voor groepen die volgens de webmodule geen opdrachtgeversklaring zouden krijgen, maar waar we het maatschappelijk wel wenselijk voor vinden.” Later doet hij de suggestie om de puntentelling mogelijk wat bij te stellen en te kijken of er per sector afspraken gemaakt kunnen worden. We zien in de mailwisseling verder geen reacties op deze wensen. Uiteindelijk wordt er ook niets met deze verzoeken gedaan. Het door Koolmees zo gewenste ‘maatschappelijke debat’ (zie hier) over waar en wanneer het inhuren van zzp nu wel of niet gewenst is, is er door de corona-uitbraak nooit gekomen. Wel hebben ambtenaren voor een aantal sectoren met sociale partners knelpunten in kaart gebracht rond de inzet van zzp’ers. Maar documenten daarover zijn niet openbaar gemaakt, omdat ze geen onderdeel uitmaken van het WOB-verzoek. Lees ook: Bijpraatsessie bewindslieden laat forse verschillen binnen Kabinet over zzp-beleid zien Oordeel deskundigen : context cruciaal voor beoordeling wel/geen dienstbetrekking Voor de beoordeling van de kwaliteit van de webmodule wordt ook een beroep gedaan op de expertise van de crème-de-la-crème van arbeidsrechtelijk en fiscaal Nederland. Een groep – waaronder oud-leden van de Commissie Borstlap – wordt gevraagd een oordeel te geven over 84 casussen. Kan die opdracht ‘buiten dienstbetrekking’ gedaan worden of niet? De experts moeten in eerste instantie alleen gebruik maken van informatie die nodig is bij het invullen van de webmodule. Daarna mogen ze ook andere informatie gebruiken die meer context geeft over bijvoorbeeld het ondernemerschap van de werkenden. De input van de experts is al eens eerder duidelijk geworden in een andere WOB-procedure . “Tjee, wat is dit moeilijk” verzucht een van de experts (zie hier). Het blijkt dat de experts het vaak onderling niet eens zijn of een ander oordeel vellen dan de webmodule: bij 44 van de 84 casussen vellen experts een ander oordeel; bij 38 van de 84 casussen geven de experts een ander oordeel dan de webmodule; Het zijn stevige cijfers. Waar minister Koolmees deze uitkomsten benoemt in een Kamerdebat (‘Het is razend ingewikkeld’, zie videofragment) is in de mailwisseling tussen ambtenaren niet terug te lezen dat dit tot nieuwe inzichten leidt. De webmodule wordt in ieder geval niet wezenlijk aangepast. De nu openbaar gemaakte documenten geven extra inzicht in het punt dat een aantal experts maakt over de contextuele informatie over de opdrachtnemers. Bijvoorbeeld of de persoon meerdere opdrachtgevers heeft, hoe hij zijn bedrijf georganiseerd heeft, hoe lang hij zelfstandig werkt. Het zijn vragen die ontbreken in de webmodule. In één op de drie gevallen verandert het oordeel (wel of geen dienstbetrekking) nadat de expert deze informatie over die context betrekt bij de beoordeling. Een oordeel vellen zonder die context is onmogelijk en onjuist, zo laten een aantal experts in e-mails weten. Toch worden er in de uiteindelijke versie van de webmodule geen vragen over die context opgenomen. Vernieuwen of verduidelijken Een ander punt waar externe experts op hameren, is de wens om de regels op het vlak van wel of niet mogen inhuren niet alleen te ‘verduidelijken’, zoals met de webmodule getracht wordt te doen, maar vooral ook te vernieuwen. Ook kamerlid Van Weyenberg (D66) gebruikt de term ‘vernieuwing’ in een Kameroverleg, zo constateert een ambtenaar geschrokken in een email. Maar – tot opluchting van de ambtenaren – vraagt Van Weyenberg in een motie uiteindelijk toch vooral om snelheid bij de ‘verduidelijking’ . Voor ambtenaren een bevestiging dat de gesprekken over ‘vernieuwing’ konden worden geparkeerd. In de voorbereiding op een gesprek tussen vijf juridisch experts en de minister over dit onderwerp wordt gemaild: “Voor ons als aanwezige ambtenaren de taak om de discussie zoveel mogelijk te sturen richting verduidelijken en geen meeslepende discussies over het veranderen/herijken.” Alle ruis ter zijde Uiteindelijk koerst de werkgroep belast met het ontwikkelen van de webmodule rechtstreeks op het doel af. Politieke wensen, mening van experts over die context, verwachtingen ten aanzien van vernieuwing, suggesties om korte opdrachten buiten de webmodule te laten: het lijkt niet meer dan wat ongemakkelijk ruis. De webmodule wordt klaargemaakt voor de pilotfase. Ondanks dat ze niet geschikt is voor zelfstandigen die werken met een bv en ook niet voor situaties waarin een zelfstandige via een bureau ingehuurd wordt. Pilot De webmodule is uiteindelijk begin 2021 klaar voor een pilot van een aantal maanden. De uitkomsten daarvan zijn naar de Kamer gestuurd om de webmodule met – dan demissionair – minister Koolmees te bespreken. Een mooie gelegenheid om eens flink van gedachten te wisselen over alle onderliggende afwegingen en discussies. Het overleg tussen Kamer en minister over de webmodule wordt uiteindelijk van de planning gehaald omdat Koolmees informateur geworden is. Het onderwerp is niet meer teruggekomen op de agenda. En zo zweeft de webmodule een jaar later nog steeds boven de markt als mogelijk informatie- of zelfs handhavingsinstrument, zonder dat er politieke beoordeling heeft plaatsgevonden. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags #zzpdebat, Koolmees, Van Gennip, Van Rij, Webmodule, wet dba | Laat een reactie achter
Combinatie van interim-management en executive search versterkt propositie bureaus Geplaatst 22 juni 2022 door Joke Twigt In het marktonderzoek interim-management 2021 door de Raad voor Interim Management gaf bijna 60 procent van de respondenten aan niet alleen interim-managers te bemiddelen, maar de dienstverlening te combineren met executive search. In dit artikel gaan we in op de effecten van deze combinatie van dienstverlening, zowel op de eigen organisatie als op klant en kandidaat. We deden navraag bij tien bureaus, waaronder zes leden van de RIM. Eén bureau gaf aan deze gecombineerde dienstverlening niet aan te bieden en zich alleen te richten op bemiddeling van interim-managers en advisering op specialistisch terreinen. Search is nooit een afweging geweest voor dit bureau, simpelweg omdat het niet in hun DNA past. Voor hen geldt focus als uitgangspunt en het bekende gezegde ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Flexibiliteit bieden De negen andere bureaus combineren de twee dienstverleningen tussen de vijf en 35 jaar, afhankelijk van hun bestaansduur. Sommigen doen dit al vanaf het prille begin van hun bestaan, anderen kozen na verloop van tijd voor een gecombineerde dienstverlening. De aanleiding om deze twee vormen van dienstverlening te combineren was zowel de vraag vanuit de klant en/of kandidaat als een business opportunity. Zoals een van de bureaus zegt: ‘het begon ooit met een klantverzoek als gevolg van uitval en nu is de combinatie niet meer weg te denken’. Het begon ooit met een klantverzoek als gevolg van uitval en nu is de combinatie van interim-management en executive search niet meer weg te denken. Het bieden van een langetermijnoplossing en flexibiliteit aan de klant is veelal leidend. Die flexibiliteit dient ook de kandidaat, want diens loopbaan kent verschillende fasen waarbij de keuze voor flex of vast wisselt. Een bureau dat daarin meegaat heeft wat te bieden. Ten slotte is de combinatie van dienstverlening ook vaak een strategische overweging om mee te kunnen bewegen met conjuncturele schommelingen. In een hoogconjunctuur is de vraag naar interim-management groot. Is de situatie andersom, dan geeft de bemiddeling voor vaste posities het bureau de kans om de business gaande te houden en minder kwetsbaar te zijn. De verhouding waarin interim-management met executive search gecombineerd wordt, verschilt per bureau en is ook afhankelijk van meer aanpalende dienstverleningen, zoals opleiding of advies. Bovendien ziet de procentuele verhouding op margeniveau er heel anders uit dan op omzetniveau. Een voorbeeld: een bureau behaalt 10 procent van de omzet uit executive search en 85 procent uit interim-management. Het resultaat is echter een verhouding van 50-50 procent, want de marge voor executive search is vele malen hoger. Op een enkeling na, vindt overwegend 50 procent of meer bemiddeling in executive search plaats dan in interim-management. Traditioneel verdienmodel Het verdienmodel van beide soorten dienstverlening is overwegend traditioneel. Interim-management wordt geleverd met een marge op het tarief en executive search is fixed price. Uit het onderzoek onder interim-managementbureaus in 2021 bleek dat de gemiddelde bureaumarge voor interim-management op 20,4 procent ligt en het gemiddelde tarief 128 euro is. De eenmalige fee werd toen het meest genoemd als alternatief voor de traditionele bureaumarge, gevolgd door de opmars van het succesfee. Dat laatste onderschrijft een enkeling in deze inventarisatieronde. Een eenmalige fee voor de inzet van de interim-manager komt echter nog niet veel voor en heeft volgens een van de respondenten niets te maken met het feit dat dit wel voor executive search wordt gehanteerd. De regels van de WNT (Wet Normering Topinkomens, red.) nopen het bureau soms tot een eenmalige fee, waardoor de interim-manager de volledige WNT-norm toekomt. Ook zijn prijsonderhandelingen of de wens om rechtstreeks een overeenkomst aan te gaan, soms reden om voor de bemiddeling van de interim-manager een eenmalige fee te vragen. Trend overstap van flex naar vast Als het percentage executive search bemiddeling meer dan 50 procent van de dienstverlening van een bureau is, wordt interim-management dan langzaamaan verdrongen? Immers, de keuze voor vast of flex lijkt steeds minder belangrijk te worden voor de manager van nu. De ondervraagde bureaus zien de trend opkomen dat de interim-manager van nu steeds meer geneigd is te switchen naar een vast dienstverband. Voor zolang het duurt, want vooral de inhoud van de rol en aard van de opdracht is daarvoor bepalend. Vooral de (jonge) minder ervaren interim-manager switcht makkelijk naar vast en omgekeerd. Oude rotten doen dat niet, hoewel volgens een van de respondenten de doorgewinterde interim-manager soms moe is van steeds hetzelfde ‘kunstje’ te doen omdat men steeds voor hetzelfde gevraagd wordt. Men zoekt meer bestendigheid en duurzaamheid en wil op strategisch niveau het effect op de lange termijn zien. De interim-manager van nu is de opdrachtgever van morgen en andersom. Soms leidt dat tot een indiensttreding. Niet onbelangrijk voor het bureau, want zoals een van de bureaus zegt: “De interim-manager van nu is de opdrachtgever van morgen en andersom”. Daarmee wordt het belang van een goed netwerk onderstreept. Nagenoeg alle ondervraagde bureaus werven voor beide soorten dienstverlening dan ook uit hetzelfde (warme) netwerk. Een enkel bureau meent juist dat de twee vormen van dienstverlening een ander type manager vragen en de karakteristiek van de kandidaat voor vast of tijdelijk wezenlijk verschilt. In dat geval worden twee netwerken gehanteerd, waarin soms overlap zit. Klantvraag leidend De klantvraag is leidend: de positie moet worden ingevuld. In het businessmodel van het bureau biedt de combinatie van dienstverleningen dan mogelijkheden. Er wordt bijvoorbeeld een interim-manager aangeboden voor de verandering, vaak licht overgekwalificeerd, om vervolgens samen te zoeken naar de beste vaste manager. Of voor de duur van het wervingstraject voor een vaste manager wordt de positie tijdelijk ingevuld door een interim-manager. Beide proposities versterken elkaar. De gecombineerde dienstverlening heeft invloed op de klantrelatie. Het bureau wordt steeds meer als partner gezien in plaats van als leverancier. De basis van vertrouwen werkt de one-supplier wens van de klant in de hand. Hoewel bij interim-management nog vaak gewerkt wordt op basis van no cure no pay, worden opdrachten toch steeds meer exclusief vergeven. Het bureau krijgt dan meer ruimte en tijd om de klantwens te vervullen, kan meer kwaliteit leveren en versterkt zijn concurrentiepositie. Gescheiden recruitment De combinatie van de twee vormen van dienstverlening leidt voor de ondervraagde bureaus vaker tot aanpassing van het businessmodel. Het verschil tussen snel leveren (interim-management) en langdurig zoeken (executive search) kent een andere dynamiek. De meeste bureaus hebben dan ook een gescheiden recruitmentafdeling, al dan niet verder gedifferentieerd in branche- of functiegeorganiseerd. Aan dit artikel werkten tien bureaus mee die bemiddelen in interim-management. Het gaat om: Boer & Croon, CFO Capabel, Ebbinge, FinanceFactor, Leeuwendaal, Lichthuys, Rijnconsult/ Rieken&Oomen, ScoliX, Van de Groep & Olsthoorn, Vroom & Van den Heuvel. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags interim management, RIM | Laat een reactie achter
Discussie over positie detacheren: komt de oplossing uit de polder of politiek? Geplaatst 21 juni 2022 door Arthur Lubbers “Ik snap inmiddels dat detacheren geen uitzenden is en dat detacheerders ‘gewone’ werkgevers zijn. Maar er zijn genoeg collega-Kamerleden die je dat nog echt goed moet uitleggen.” Deze uitspraak deed VVD-Kamerlid Bart Smals op maandag 13 juni jl. tijdens de goedbezochte themabijeenkomst Detacheren & de arbeidsmarkt van nu in Den Haag, georganiseerd door de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Deelnemers aan de paneldiscussie discussieerden over betere regelgeving voor detachering. Naast Smals waren dat Nic van Holstein (voorzitter vakcentrale VCP en lid van de SER), Niels Jansen (UvA) en Stef Witteveen (VvDN). Concrete acties voor arbeidsmarkthervorming De timing van de bijeenkomst kon niet beter. Binnenkort komt de langverwachte Kamerbrief van minister Karien van Gennip (SZW) over de nodige arbeidsmarkthervormingen. En dat wordt tijd ook, vindt Smals: “We zitten nog steeds met de Wet DBA en het rapport Borstlap en het SER MLT-advies liggen op tafel. Het is echt de ambitie om de komende maanden met concrete acties te komen. “Ik beloof dat ik die Kamerbrief zal lezen met de bril van de werkende; ligt het in lijn met wat die werkende wil? Want een van de verworvenheden is dat mensen hun arbeid zelf kunnen inrichten. En het is aan de wetgever om dat te faciliteren.” Smals’ idee over wat er moet gebeuren: “Er zijn misstanden die moeten worden aangepakt, denk aan de maaltijdbezorgers. Maar verder moet je niet verwachten dat de wetgever alles heel precies gaat beschrijven en uitwerken. De oplossingen moet je in het veld zoeken, bijvoorbeeld in CAO’s. Ik geloof meer in zelfregulering.” Contract onbepaalde tijd Na het advies van Borstlap is de consensus binnen de SER en het kabinet dat het contract voor onbepaalde tijd het uitgangspunt voor arbeidsmarktbeleid moet zijn. Daar kan Nic van Holstein zich zeker in vinden. “Ik zie wel een rol voor flex op de arbeidsmarkt, maar flex is uit de bocht gevlogen er is dus meer regulering nodig.” Wij stellen de werkende centraal. Waarom wordt dat niet als uitgangspunt genomen? Een detacheerder in de zaal reageert direct: “Maar met misstanden op de arbeidsmarkt heeft detachering niets te maken. Wij bieden onze mensen een vaste baan, afwisselend werk en kansen om te groeien. Wij stellen de werkende centraal. Waarom wordt dat niet als uitgangspunt genomen?” Van Holstein (in navolging van Smals): “Maak dat dan duidelijk in Den Haag. Laat hen weten dat de meeste gedetacheerden tevreden zijn en dat detacheren echt iets anders is dan flex.” ‘Pak driehoeksarbeidsrelatie aan’ Want juist dat frustreert detacheerders. Detachering valt door de driehoeksarbeidsrelatie opdrachtgever-werknemer-werkgever onder de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en wordt daardoor als uitzenden gezien. Met onder meer als gevolg dat gedetacheerden ook onder de Uitzend-CAO vallen. “Maar wij zijn geen flexwerkgevers. Wij bieden juist werknemerszekerheid en investeren in hen. Dat is ons hele bestaansrecht”, zegt Stef Witteveen. De boodschap van de VvDN aan Den Haag: “Wij staan 100% achter het rapport Borstlap en het SER MLT-advies. Maar als je echt hervormingen gaat doorvoeren, doe dan ook iets aan de driehoeksrelaties. Zorg dat detacheren niet onder uitzenden geschoven wordt. Wat dat is het niet!” Dat detacheerders zich daar zorgen over maken is niet verwonderlijk. “Detacheren wordt in die rapporten niet één keer genoemd”, stelt Witteveen vast. Van Holstein brengt daartegenin: “Zie het als iets positiefs dat detacheren niet expliciet wordt genoemd in het SER MLT-advies. Want daarin staan de punten die aangepakt moeten worden.” Flexbedrijven betalen meer premies Niels Jansen heeft onderzoek gedaan naar driehoeksrelaties op de arbeidsmarkt en gekeken naar de positie van detacheren. Centrale vraag: zijn er legitieme argumenten om detacheerders niet onder de uitzendregels te laten vallen? Het is wel duidelijk hoe detacheerders daar zelf over denken. Het juridisch gelijkstellen van detachering aan uitzenden kent volgens de VvDN enkele serieuze pijnpunten. Eén daarvan is dat detacheerders vallen onder de fiscale sectorindeling 52; Volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’, moeten flexbedrijven veel hogere premies betalen voor WW-AWF (werkloosheid) en de Werhervattingskas ZW en WGA (arbeidsongeschiktheid); de kans dat een beroep wordt gedaan op die uitkeringen is immers hoger bij flexkrachten. “Dat dit voor gedetacheerden met een contract voor onbepaalde tijd niet zou moeten gelden, is duidelijk”, zegt Jansen. Inlenersbeloning zorgt voor rechtsongelijkheid Een ander pijnpunt is de inlenersbeloning; ook daarmee hebben gedetacheerden te maken door de gelijkschakeling met uitzendkrachten. Niet hun werkgever (detacheerder) bepaalt de arbeidsvoorwaarden, maar het inlenende bedrijf waar zij op dat moment gedetacheerd zijn. Dat werkt volgens de VvDN rechtsongelijkheid in de hand. Een gedetacheerde is in dienst bij de detacheerder maar krijgt bij verandering van opdrachtgever te maken met andere arbeidsvoorwaarden. En die kunnen flink afwijken van collega-gedetacheerden die bij andere opdrachtgevers in andere sectoren aan de slag zijn. De argumentatie om gedetacheerden niet onder de inlenersbeloning te laten vallen vindt Jansen ‘minder duidelijk’. “Je moet niet vergeten dat de inlenersbeloning niet alleen is bedoeld voor uitzendkrachten en gedetacheerden, maar ook voor de werknemers die bij de inlener in dienst zijn.” Er is volgens hem een maatschappelijk belang om te voorkomen dat de externe inhuur gebeurt vanwege de (lagere) kosten. De politiek ziet dat als ‘misbruik’ van de factor arbeid. Detacheerders in de zaal weerleggen overigens dat inleners vanuit kostenoverwegingen kiezen voor detachering. ‘Wij zijn helemaal niet goedkoper.’ Niet onder Uitzend-CAO Heikel punt voor de VvDN is dus dat detachering onder de Uitzend-CAO valt. Maar Jansen ziet voor het oplossen van dit probleem geen rol weggelegd voor de wetgever. “De VvDN moet niet bij Bart Smals (lees: politiek) zijn, maar bij de ABU. Waarom probeer je niet binnen de Uitzend-CAO een uitzondering voor detachering te regelen?” Dagvoorzitter Hugo-Jan Ruts vraagt of je dan niet in een catch 22-situatie belandt – ‘met de uitzenders onderhandelen omdat je niet onder uitzenden wilt vallen?’ De aanwezige detacheerders in de zaal voelen hier dan ook niets voor. ‘Wij passen niet bij uitzenden. Het is niet onze omgeving, niet ons narratief. Dat willen wij niet.’ Niet voor niets werk de VvDN hard aan de totstandkoming van een eigen CAO. Meer juridische ruimte De VvDN wil dat de juridische positie van detachering wordt verbeterd en expliciet verankerd in de wet. En er is volgens de branchevereniging een (vrij eenvoudige) juridische oplossing. De Europese Uitzendrichtlijn biedt volgens de VvDN voldoende ruimte om af te wijken van afspraken, bijvoorbeeld in het geval er sprake is van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. In de WAADI, waarin de Europese Uitzendrichtlijn is uitgewerkt, zou je dus kunnen opnemen dat de uitzendregels, zoals de inlenersbeloning, niet gelden voor (gedetacheerden met) vaste contracten. Het maken van die uitzondering zou detacheerders enorm helpen. En zo’n aanpassing in de wetgeving hoeft volgens de VvDN niet per se gecompliceerd te zijn. Witteveen wijst er op dat dit bij payrolling ook is gebeurd. “Net als uitzenden en detacheren valt ook payrolling onder de WAADI. Maar het vorige kabinet heeft de regelgeving voor payrolling gewijzigd door een relatief eenvoudig amendement (in dit geval om te voorkomen dat payrolling zou blijven profiteren van het verlichte arbeidsrechtelijke regime dat voor uitzenden geldt).” Analoog daaraan pleit de VvDN ook voor een aanvullend amendement voor detachering. In dit geval om een uitzondering te maken voor werknemers/gedetacheerden met een vast contract. Witteveen: “Daar kunnen detacheerders mee uit de voeten en dat is in ieders voordeel. Een situatie die geen verliezers kent, alleen maar winnaars.” Het voorstel van de VvDN voor een verbeterde implementatie van de Uitzendrichtlijn is ‘een serieuze oproep aan de politiek’. Witteveen: “Wij willen niet wachten op nieuwe, complexe wetgeving, maar pleiten voor een eigen ruimte voor detacheren met eenvoudige, handhaafbare regelgeving.” Lees ook: Detacheerders: ‘Geef ons meer (juridische) ruimte’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, Borstlap, detachering, Van Gennip, VVDN, Waadi | Laat een reactie achter
Een uitweg uit de Wet DBA discussie Geplaatst 20 juni 2022 door Magnit Het onderscheid tussen de kwalificatie als zelfstandige en werknemer is van belang voor opdrachtgevers, werkenden en de overheid. Zo bepaalt dit onderscheid of sprake is van een inhoudingsplicht voor de loonheffingen en een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Daarnaast is het civielrechtelijke onderscheid tussen de arbeidsovereenkomst en andere typen overeenkomsten op basis waarvan arbeid wordt verricht, van belang voor de rechten en bescherming van de zelfstandige of werknemer en voor de daarmee gepaard gaande risico’s en kosten van degene die het werk aanbiedt (opdrachtgever of werkgever). Er bestaat immers een groot verschil in fiscale en arbeidsrechtelijke behandeling tussen opdrachtnemers en werknemers. In december 2021 is het Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd. De coalitiepartijen willen zelfstandigen helderheid geven, onder andere door verdere ontwikkeling van de webmodule. De kwalificatie van de arbeidsrelatie – werknemer/werkgever of opdrachtnemer/opdrachtgever – heeft daardoor een grote impact op beide partijen. Duidelijkheid over de aard van de arbeidsrelatie is daarom van belang. De wetgeving ter vervanging van de Wet DBA moet enerzijds de (opdrachtgever van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid voorkomen. Echte zelfstandigen worden ondersteund en ondernemerschap wordt gestimuleerd. De verdere ont wikkeling van een webmodule kan bijdragen aan het vooraf verkrijgen van zekerheid voor zzp’ers over de aard van de arbeidsrelatie aldus het akkoord. Webmodule De webmodule bestaat uit een digitale vragenlijst die opdrachtgevers anoniem kunnen invullen. De uitkomst van de vragenlijst geeft meer duidelijkheid over of voor bepaalde werkzaamheden een zelfstandige mag worden ingehuurd of dat die werkzaamheden, mede gelet op de organisatorische inbedding van die werkzaamheden, binnen dienstbetrekking moeten worden verricht. Daar bij is de webmodule gericht op zakelijke opdrachtgevers die een zelfstandige inhuren om arbeid te verrichten. De testresultaten hebben dus geen betrekking op zelfstandige die producten verkopen en ook niet op klussen die voor particulieren worden verricht of op de bredere bedrijfsvoering van een zelfstandige. Pilot Januari 2021 is de pilot webmodule gestart. Het doel van deze pilot was om zicht te krijgen op de werking van de webmodule en wat deze voor opdrachtgevers in de dagelijkse praktijk kan betekenen. Via de pilot kon worden getest of de webmodule in de praktijk daadwerkelijk op opdrachtgevers helpt bij het verduidelijken van de aard van de arbeidsrelatie en – zo nodig – bij het vormgeven van de arbeidsrelatie. Tijdens de pilotfase fungeerde de web module als een voorlichtingsinstrument en hebben de uitkomsten geen juridische status. In de testfase van de webmodule kon in ongeveer een kwart van de gevallen de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring krijgen voor de in te huren zzp’er. In ruim een kwart van de opdrachten kon geen uitsluitsel gegeven worden. Bijvoorbeeld omdat experts het niet met elkaar eens zijn over de kwalificatie van de arbeidsrelatie of om dat een sector te veel maatwerk vraagt waar de webmodule geen rekening mee kan houden. In bijna de helft van de opdrachten gaf de webmodule de indicatie dienstbetrekking, wat inhoudt dat er waarschijnlijk een arbeidsovereenkomst nodig is. Tussenkomst Eerder is aangekondigd in het kader van de pilot web module ook een vragenlijst te ontwikkelen die specifiek is bedoeld voor situaties van tussenkomst (situatie van Brainnet met enerzijds Klanten en anderzijds zzp’ers). In dergelijke driehoeksrelaties, waarbij een tussenpersoon als opdrachtgever een overeenkomst sluit met een op drachtnemer en deze bij een derde plaatst voor wie de werkzaamheden worden verricht, hangt de kwalificatie van de arbeidsrelatie ook af van de wijze waarop het werk wordt verricht bij de feitelijke werkverschaffer. Dit maakt de webmodule voor situaties van tussenkomst extra complex. Het is de afgelopen tijd lastig gebleken om de vragenlijst voor deze situaties zo op te stellen dat recht wordt gedaan aan de driehoeksrelatie tussen de tussenpersoon (feitelijke opdrachtgever), de derde (feitelijke werkverschaffer) en de opdrachtnemer. De vragenlijst voor tussenkomst is daardoor nog niet afgerond). Dit alles wettigt de conclusie dat de webmodule zoals die nu in elkaar steekt, niet toepasbaar is op tussenkomstsituaties. Way out of the problem De grens tussen zelfstandige arbeid en werknemerschap kan soms diffuus zijn. Vandaar dat het van het grootste belang is dat er duidelijkheid vooraf kan worden gegeven aan opdrachtgever en zzp’er. De webmodule kan daar een instrument voor zijn, maar blijkt in een op de twee arbeidsrelaties “een indicatie dienstbetrekking” aan te geven. Intussen is er bijna zes jaar verstreken sinds de invoering van de wet DBA. De aanpak door de Belastingdienst van schijnzelfstandigheid bij de inhuur van zzp’ers in allerlei bedrijfssectoren komt niet van de grond4. Ratio voor invoering van de wet DBA destijds was tweeledig. Ten eerste: terugdringing van het aantal schijnzelfstandigen. Ten tweede: de handhavingsmogelijkheden voor de Belastingdienst verbeteren. Het hiervoor aangehaalde recent uitgebrachte rapport van de Rekenkamer maakt duidelijk dat we te maken hebben met een inerte en handelingsverlegen Belastingdienst. Teneinde uit deze handhavingsmisere te komen dienen de volgende aanbevelingen: Ga terug naar de kwintessens essentie van de wet DBA, namelijk de aanpak van schijnzelfstandigheid. Concentreer je als overheid op dat deel van de markt waar schijnzelfstandigheid woekert en daar zorgt voor zzparmoede. Bij de lancering van de wet DBA was duidelijk dat de schijnzelfstandigheid zich aan de onderkant van de markt voordoet. Gerichte handhaving daar is waar de wet DBA voor bedoeld is. Zorg voor een gelijk speelveld en geef als Belastingdienst helderheid aan opdrachtgevers en zzp’ers die werken volgens goedgekeurde eigen of algemene modelovereenkomsten door invulling te geven aan het begrip “gebruikelijke duur”. Invulling van het begrip gebruikelijke duur is overgelaten aan de belasting inspecteur, maar afstemming op inspecteursniveau heeft niet geleid tot duidelijkheid over de invulling van dit criterium. Zorg voor generieke landelijke duidelijkheid en richt daar de webmodule op adequate wijze voor in. De omvang van die duur bungelt nu en zorgt voor veel onduidelijkheid bij opdrachtgevers en opdrachtnemers. Laat zzp’ers aan de bovenkant van de markt met rust. Die hebben geen arbeidsrechtelijke hulp van de overheid nodig en zijn zelfvoorzienend. Mocht bovenstaande niet werken: neem als wetgever je verlies, en herintroduceer de VAR. Die ligt nog op de plank en werkte naar behoren. De zo vurig gewenste duidelijkheid vooraf is dan weer een feit middels verkrijging van een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking (VARverklaring) en een jaarlijkse toets. Tjebbe van Oostenbruggen – Algemeen directeur bij Brainnet Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de heer mr Tjako J.J.J. Streefland, fiscaal jurist bij Taxpartners en deskundig op het gebied van flexibele arbeidsrelaties. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, Brainnet, Van Gennip, wet dba | 5s Reacties
Jan van der Tempel en Björn Huiskes (Freelance.nl): “Wij geloven in de kracht van freelancen” Geplaatst 20 juni 2022 door Freelance.nl “Wij geloven dat freelancen leidt tot meer geluk en groei”, zegt Björn Huiskes, eigenaar van online platform Freelance.nl. “Freelancers doen waar ze goed in zijn en waar ze blij van worden. Dat leidt tot een steile leercurve en meer levensgeluk.” Daar profiteren opdrachtgevers van, benadrukt mede-eigenaar Jan van der Tempel. “Zelfstandig ondernemers brengen organisaties verder met hun expertise, kennis en enthousiasme. Ze versnellen groei in het bedrijfsleven.” Succesvol ondernemen met freelancers Die overtuiging komt voort uit hun eigen ervaring. Van der Tempel en Huiskes leerden elkaar zo’n 25 jaar geleden kennen. Tijdens hun studie begonnen ze samen een energievergelijkingssite. Van der Tempel: “Internet was in opkomst in Nederland. Het idee om aanbieders en afnemers van energie samen te brengen op een platform was vernieuwend.” Het werd een succes. Het initiatief groeide uit tot Evolta: een platform waarmee afnemers verbonden werden met aanbieders van voordelig groene stroom en gas. Om sneller te groeien, fuseerden ze met een groter energiebedrijf. Na die fusie ontstond energieleverancier Oxxio, momenteel de vierde speler op de Nederlandse markt. Een groot deel van het succes van dit bedrijf danken Van der Tempel en Huiskes aan freelancers. “In het jaar 2000 hadden we een kernteam van vier vaste medewerkers en tien freelance-experts”, zegt Van der Tempel. “Die freelancers brachten ieder hun eigen expertise mee, bijvoorbeeld op het gebied van webdevelopment. Door de inzet van freelancers konden wij efficiënt en veel sneller groeien.” ‘Freelance.nl kwam op ons pad’ De zakenpartners richtten samen nog meer internetbedrijven op, zoals reis onderneming Tjingo en platform Huren.nl. “Bij ieder initiatief waren freelancers essentieel”, vertelt Huiskes. “Dat zette ons aan het denken: konden we een platform ontwikkelen om ook andere ondernemers verder te helpen met freelancers? Het bleek al te bestaan: Freelance.nl.” De website Freelance.nl was in 2002 opgericht door een zelfstandige ICT’er. Het idee: freelancers en opdrachtgevers bij elkaar brengen via een online marktplaats. Deze webmaster beheerde samen met een paar private investeerders de site vanuit het buitenland. Ze zochten een team om Freelance.nl verder te ontwikkelen. In 2015 namen Huiskes en Van der Tempel het platform over om het naar een hoger plan te tillen Huiskes: “Freelance.nl was toen al het eerste en grootste werkplatform op de Nederlandse markt en sindsdien zijn we nog sterker gegroeid. Die groei houdt gelukkig nog steeds aan.” Open platform – iedereen is welkom Op Freelance.nl zijn alle opdrachtgevers welkom, vertellen de eigenaren. “Een open en toegankelijke markt is een belangrijke succesfactor”, zegt Van der Tempel. “Zowel voor ons platform als de zzp-markt in het algemeen. Daarom is Freelance.nl toegankelijk voor elke opdrachtgever. Ook intermediairs zijn welkom, zij vervullen tenslotte een belangrijke rol in de markt. Ons doel is zoveel mogelijk freelancers gelukkig te maken en bedrijven te laten groeien, of dat nu rechtstreeks is of via een tussenpartij.” ‘Freelancen verankeren in de economie’ Freelance.nl publiceert ook onderzoek en analyse over de zzp-markt via de Freelance Marktmonitor. Als partner van ZiPconomy hopen de eigenaren nog meer kennis te delen en ondernemers te enthousiasmeren over werken met freelancers. Van der Tempel en Huiskes willen ‘freelancen verder verankeren in de Nederlandse economie’, vertellen ze. “We promoten freelancerschap, want het is een mooie manier van werken. Maar we leggen mensen die nu in loondienst zijn ook goed uit hoe het werkt, zodat ze bewust kunnen kiezen of freelancen bij ze past”, legt Huiskes uit. “Dat geldt ook voor opdrachtgevers: zij hebben hulp en uitleg nodig. Wanneer mag je een freelancer inhuren, wanneer niet? Hoe meer duidelijkheid, hoe beter voor de ondernemer.” Vrijheid om te ondernemen Er is een hoop discussie over zzp’ers en flexibilisering. De eigenaren van Freelance.nl hebben een duidelijk standpunt: freelancers zijn onmisbaar voor de Nederlandse economie. Van der Tempel: “Dit soort specialisten passen niet in een standaard loondienstverband. Een kabinet dat zzp’ers in loondienst dwingt, zet de BV Nederland op een flinke achterstand.” Kwetsbare groepen beschermen is belangrijk, vinden ook de eigenaren van Freelance.nl. Van der Tempel sprak met de Sociaal Economische Raad. Hij is enthousiast over het voorstel van een rechtsvermoeden van werknemerschap onder tarieven van 30 à 35 euro. “Zo bescherm je de onderkant en laat je echte ondernemers vrij”, zegt hij. Lees ook: SER: aanpak schijnzelfstandigheid focussen op uurtarieven onder 35 euro Het is namelijk belangrijk dat freelancers voldoende vrijheid hebben om te ondernemen. “De zzp’ers waar wij mee werken zijn experts. Zij hebben daarmee een bepaalde autoriteit ten opzichte van hun opdrachtgevers”, legt hij uit. “Het zijn geen pizzabezorgers, maar specialisten die de opdrachtgever komen helpen met kennis die hij zelf niet in huis heeft. Bij ons hebben freelancers een gemiddeld tarief van meer dan 75 euro per uur.” ‘Meer vraag dan aanbod’ Voorheen zochten vooral grote organisaties freelancers. Tegenwoordig zijn juist mkb-ondernemers op zoek naar zzp-experts via het platform. Huiskes: “Digitalisering brengt specifieke uitdagingen met zich mee, ook voor kleine ondernemers. Zaken zoals e-commerce, data analyse en online veiligheid vragen specialisme. Een freelancer kan daar bij uitstek mee helpen. We zien daar een enorme kans om een veel grotere doelgroep aan te spreken.” Een bedrijf dat groeit krijgt te maken met nieuwe uitdagingen, legt Van der Tempel uit. “Denk aan digitalisering, administratie, wetgeving. Gelukkig kun je voor elk aspect van ondernemen een freelancer vinden. Deze enthousiaste experts nemen volop nieuwe kennis mee, waarmee een organisatie nog sneller kan groeien.” ‘Freelance.nl floreert’ Al met al zijn de ontwikkelingen goed nieuws voor Freelance.nl. Het platform floreert, vertelt Van der Tempel. “Net als veel andere ondernemers, zagen we aan het begin van de coronacrisis een dip. Maar daarna groeiden we weer net zo hard door als voor de crisis. Steeds meer ondernemers zien de voordelen van werken met freelancers. Op dit moment hebben we meer openstaande opdrachten dan beschikbare zzp-kandidaten. Wij zien diverse mogelijkheden om nog meer freelancers en organisaties aan te spreken en verder te helpen.” Hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts is blij Freelance.nl als partner te verwelkomen. “Jan en Björn hebben een verfrissende, positieve kijk op de toekomst van werk. Hun visie en kennis over de organisatie van arbeid zijn erg interessant voor zowel intermediairs als opdrachtgevers. Ik kijk uit naar onze samenwerking.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Freelance.nl | Laat een reactie achter
ZiPtalk #1: Verschuivingen in de flexmarkt en de evolutie richting MSP 4.0 Geplaatst 19 juni 2022 door ZiPredactie ZiPtalk is de podcast van ZiPconomy en hier te beluisteren. In deze podcast bespreekt Narada Bouwland met redacteuren van ZiPconomy elke twee weken kort het nieuws en interviewen zij iemand rond de actualiteit. In de eerste editie van ZiPtalk presenteert redacteur Arthur Lubbers de opvallendste ontwikkelingen in de Flexmarkt Omzet top 100 2021. Daarnaast reageert Hugo-Jan Ruts op de pittige uitspraken van minister Karien van Gennip over de noodzaak van het aanpakken van schijnzelfstandigheid. MSP-rapport: voorkom een mismatch Te gast is HR-specialist Mark van Assema. Hij stelde voor ZiPconomy en NextConomy het rapport ‘MSP aanbieders 2022’ samen (nu ook in print beschikbaar). De vijfde editie van dit onderzoek is een flink rapport met 252 pagina’s, vertelt Van Assema. “Het aantal MSP-aanbieders is namelijk gegroeid”, legt hij uit. “In deze editie staat uitgebreide informatie over de zeventien MSP-dienstverleners die in Nederland en België actief zijn.” Informatie van die aanbieders is op verschillende manieren geordend. Dit geeft inzicht dat kan helpen bij het selecteren en implementeren van een MSP. Ook beschrijft Van Assema uitgebreid wat een MSP nu eigenlijk allemaal doet. “Dat helpt je om te bepalen wanneer een MSP een oplossing kan zijn.” ‘Begin bij de basis’ Een ‘mismatch’ voorkomen is belangrijk, vindt Van Assema. “Je kunt wel heel uitgebreid allerlei activiteiten bij een MSP neerleggen, maar je moet wel in staat zijn die activiteiten te monitoren en beheren. Ben je dat niet? Begin dan bij de basis en bij de basistaken die een MSP uitvoert.” Kies dus bewust welke onderdelen je in de eerste fase van je programma opneemt, tipt hij. “Doe het stap voor stap. Het is hele complexe materie.” Evolutie in de MSP-wereld Wat zijn de trends en ontwikkelingen rond MSP? Van Assema vertelt over de evolutie naar MSP 4.0, waarbij de dienstverlening steeds omvangrijker wordt. Zo’n model past volgens hem niet bij iedere organisatie. “Het is heel belangrijk om je te realiseren waar jouw organisatie aan toe is”, zegt hij. “In welke volwassenheidsfase rondom inhuur zit je? Zoek daar een geschikte partij bij. Als jij zelf pas in fase 2.0 zit en je gaat samenwerken met een partij die heel erg met dat 4.0 bezig is, krijg je een mismatch.” Het volledige rapport kun je hier downloaden of bestellen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags MSP, podcast, ZiPTalk | Laat een reactie achter