Recruitment van schaarse professionals bij Reijn: “Geen bulkwerk, maar maatwerk” Geplaatst 8 maart 2022 door Arthur Lubbers Ook op de markt voor hoogopgeleide professionals in de publieke sector, waarop Reijn zich begeeft, heerst schaarste. Tegelijkertijd neemt de vraag naar werving en selectie van professionals voor een opdracht juist toe, merkt Justin Schouten. “Dat heeft te maken met het feit dat wij als Reijn steeds meer naamsbekendheid krijgen, maar zeker ook met het feit dat de arbeidsmarkt zo krap is. Bedrijven kunnen vaak in hun eigen netwerk geen geschikte mensen meer vinden.” “Wij krijgen als recruiters steeds meer een adviserende rol”, stelt Brian Holtrop. “Klanten zijn niet elke dag met recruitment bezig. Zij denken nog altijd dat er veel professionals beschikbaar zijn en zijn lage(re) tarieven gewend. Die klanten moeten we echt uitleggen dat de arbeidsmarkt op dit moment anders is dan in 2017. Dat besef is nog niet overal doorgedrongen.” “Professionals hebben momenteel de opdrachten voor het uitkiezen.” Justin Schouten “Professionals hebben momenteel de opdrachten voor het uitkiezen”, vult Justin aan. “We merken dat veel werkgevers nog vertrouwen op hun eigen werkgeversmerk – wij zijn toch een bekende gemeente of grote onderwijsgroep – maar als het tarief niet goed is, komt die professional niet.” Het is volgens Justin overigens een misvatting dat de zelfstandige professional altijd puur voor het geld gaat. “De maatschappelijke betrokkenheid van een organisatie speelt bij hun keuze voor een opdracht zeker een rol. Zij werken in de publieke sector en doen dat ook omdat ze iets terug willen doen voor de maatschappij. En als het een mooie klant is voor hun profiel, zijn zij ook bereid iets te zakken met hun tarief.” Intensieve gesprekken Het kost de recruiters van Reijn meer tijd en energie op de huidige arbeidsmarkt om professionals te vinden. “Voorheen kregen we meerdere reacties na het online zetten van een opdracht. Dat is nu niet meer zo. De tijd dat je een uitvraag doet en gewoon kunt afwachten is echt voorbij”, zegt Brian. Dus moeten zij zich als Reijn onderscheiden. Dat begint met een intensieve benadering van de opdrachtgever. “Bij een uitvraag gaan we uitgebreid het gesprek aan met de klant; welke pull-factoren hebben jullie? Wat maakt het interessant voor een professional om voor jullie te werken? Welke mogelijkheden voor thuiswerken bieden jullie? Misschien kun je de opdracht langer maken dan voor een maand, want dat is wellicht voor de professional niet zo interessant?” Ook voeren de recruiters uitgebreide gesprekken met professionals. Brian: “Het gaat meestal om hoogopgeleiden (WO-geschoolden), waarbij je veel meer de diepte in gaat. Waar zit jouw expertise? Voor wat voor soort opdrachten ben je inzetbaar? Dat is geen bulkwerk, zoals bij uitzenden, maar maatwerk.” Justin: “We proberen het gesprek persoonlijk te maken, luisteren naar de ambities en wensen van een professional. En we zijn heel transparant in communicatie, van elke actie die we nemen houden we hem of haar op de hoogte.” “Als wij een professional voorstellen bij een opdrachtgever, dan is hij of zij altijd op de hoogte van het eindtarief.” Brian Holtrop Die transparantie geldt ook voor het tarief. Als een bureau een professional voorstelt bij de klant, weet die professional meestal niet wat het uurtarief is dat de klant moet gaan betalen. Bij Reijn wel. Brian: “Als wij een professional voorstellen bij een opdrachtgever, dan is hij of zij altijd op de hoogte van het eindtarief.” Ongebruikelijk in de bemiddelingswereld en juist door die openheid ontstaat het vertrouwen volgens Brian. Het persoonlijke gesprek gaat volgens hem ook door als een professional door een opdrachtgever wordt afgewezen. “Dan vragen wij de klant naar de reden om die professional een duidelijke terugkoppeling te kunnen geven. Dat hoort ook bij goed opdrachtgeverschap.” Drie opties bij lastige klussen De krapte op de arbeidsmarkt zal de komende tijd alleen maar toenemen. Toch zijn er wel degelijk manieren om die schaarse professional te blijven vinden en binden, zo stellen Justin en Brian. Zij geven drie opties: Traineeships; niet voor niets investeren veel specialistische bureaus in jonge professionals. Zij leiden hen op en vervolgens gaan zij aan de slag via traineeships. Zo’n trainee werkt tegen een lager tarief en wordt in de praktijk vaak gekoppeld aan een senior in een organisatie. “Wij vragen onze klanten ook of zij daar open voor staan.” Het opbouwen van een talentenpool; bijvoorbeeld via LinkedIn, zo blijf je op de hoogte van statussen. “Als een professional zijn status aanpast, krijgen wij daar een melding van en kunnen wij direct schakelen met die persoon.” Forecasting; vaak heeft de klant inzicht in welke de projecten eraan zitten te komen of men weet dat aan het eind van het jaar een piekdrukte is. “Als wij dat weten kunnen wij eerder meer tijd steken in de werving en selectie. Daar moeten wij de klant nog wel eens in meenemen. Maar als wij dat kunnen voorbereiden, kunnen wij die klant ook echt op het juiste moment ontzorgen.” Dat de arbeidsmarkt ‘lastig’ is en dat er dus ook meer ‘lastige klussen’ zijn, schrikt de recruiters overigens niet af. Brian: “Als we er alles aan doen en alle middelen inzetten, en de opdracht wordt door ons ingevuld, waarbij de klant echt blij is, dat geeft echt een kick. Dat voelt alsof we gescoord hebben.” Kop koffie drinken Brian Holtrop Brian Holtrop volgde de opleiding Human Resource Management en kwam via zijn stage bij Driessen Groep terecht op de salarisadministratie voor flexkrachten. Hij kwam er al snel achter dat de ‘de achterkant van HR-werk’ niet past bij zijn ambities. In de wandelgangen trof hij binnen Driessen de recruitment manager. Die gaf hem de kans als intercedent in de wereld van de arbeidsbemiddeling te rollen. Koen de Rooij en Marcel van de Bekerom (directeuren van Reijn) waren inmiddels bezig het uitbreiden van de broker dienstverlening. Na een kop koffie besloten ze dat Brian de ideale kandidaat was om de bemiddeling van interim-professionals voor Reijn op zich te nemen. Justin Schouten Ook Justin Schouten werkt al jaren bij Driessen en ook hij is binnen Reijn door gesprekken bij de koffie in zijn huidige functie van recruitment adviseur gerold. Justin heeft een sportopleiding en fysiotherapie gevolgd. Tijdens een banenbeurs kwam hij in contact met Driessen. Gestart als fulltime oproepkracht is hij doorgegroeid naar de functie van consulent Mens en Werk, dat aanbestede diensten levert op het gebied van uitzenden en payroll in de publieke sector. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags krapte, krapte op de arbeidsmarkt, recruitment, reijn | Laat een reactie achter
Inhuren van zzp’ers: komen vrouwen van Venus en mannen van Mars? Geplaatst 8 maart 2022 door Tieneke Wilms Goede freelancers hebben de opdrachten tegenwoordig voor het uitkiezen. Welke aspecten trekken freelancers over de streep? En zijn er dan nog verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandige interim professionals? Een aantal opmerkelijke conclusies uit cijfers van arbeidsmarktdata specialist Intelligence Group naar aanleiding van Internationale Vrouwendag. Duidelijkheid over opdracht: harde versus zachte voorwaarden Duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt, daaraan hechten zowel mannelijke als vrouwelijke zelfstandige interim professionals grote waarde als ze benaderd worden voor een opdracht. Op 1 en 2 van de wensenlijst staan daarbij bij beide geslachten duidelijkheid over de inhoud van de opdracht en over het uurtarief. Maar daarna zitten er wel degelijk nuanceverschillen in hun prioriteitenlijst. Op positie 3 staat bij de vrouwen het aantal uren (41,8% vrouwen en 28,3% mannen) terwijl de mannelijke collega’s eerder duidelijkheid willen over de duur van de opdracht (37,7% mannen en 29,1% vrouwen). Afbreukrisico’s inschatten Daarnaast vraagt 33,2% van de vrouwelijke zp’ers zich af of de opdracht aansluit bij haar opleiding en vaardigheden, terwijl slechts 26,3% van de mannen daarbij stilstaat. Voor de mannelijke zelfstandigen heeft duidelijkheid over de betalingscondities dan meer prioriteit; deze voorwaarde noemt 33,2% van de mannen tegenover 23,9% van de vrouwen. Hieruit conclusies trekken zonder in stereotypen te vervallen, is vrijwel onmogelijk. De verschillen zijn bovendien klein. Maar het lijkt erop alsof vrouwen en mannen een iets andere inschatting maken van de afbreukrisico’s. Vrouwen lijken vooraf graag meer zekerheid te willen over de moeilijkheidsgraad en de belasting van de opdracht, terwijl het mannen vooral over de zakelijke aspecten gaat. Argumenten om een opdracht aan te nemen Wat zijn de belangrijkste aspecten bij uw keuze om een opdracht aan te nemen? Dat was een andere vraag die Intelligence Group voorlegde. Hier scheiden de wegen van mannen en vrouwen zich al bij de posities 1 en 2. Het gaat de meeste vrouwen eerst om de inhoud van de opdracht (49,5%) en vervolgens om een goed uurtarief (48,0%). Bij de mannen is het in dit geval precies andersom. Een goed uurtarief staat bij 48,7% op positie 1, gevolgd door de inhoud op positie 2 voor 46,4% van de mannelijke respondenten. Ook hier zijn de verschillen dus klein en ontlopen de voorkeuren van de mannelijke en vrouwelijke respondenten elkaar nauwelijks. Flexibele werktijden Verder in de top-10 zien we wel iets grotere verschillen. Op positie 3 staan voor de vrouwelijke ondernemers flexibele werktijden. Die vinden ze nog belangrijker dan goede betaalcondities (op 4) en de uitdaging van de opdracht (op 5). Voor de mannen staan die flexibele werktijden pas op de 6e plek, terwijl goede betaalcondities, de uitdaging en de looptijd hun top-5 afmaken. Vermoedelijk staat een goede balans tussen werk en privéleven ook bij de vrouwelijke zzp’ers dus nog iets hoger op het prioriteitenlijstje dan bij hun mannelijke collega’s. Lees ook: Diversiteit & inclusiviteit in de wereld van inhuur. Op zoek naar de goede voorbeelden. ‘Voor de vent, niet voor de tent’ Een ander opvallend verschil is dat de relatie met de opdrachtgever er voor de mannelijke interimmers kennelijk iets meer toe doet dan voor de vrouwelijke. Bij de vrouwelijke opdrachtnemers staat dat op positie 12, bij de mannen op positie 7. De vrouwen vinden waardering voor hun werk en de aansluiting van de opdracht bij hun idealen daarentegen belangrijker. Social media versus old boys network? Ook bij de acquisitie van opdrachten lijken mannen en vrouwen iets verschillend te werk te gaan. Hoewel beide groepen kennelijk vaak gevraagd worden door derden (37, 7% van de vrouwen en 37,8% van de mannen), zoeken vrouwen daarnaast doorgaans op een indirectere manier naar opdrachten: via social media, via relevante vacatures en via een netwerk van zzp’ers. Mannelijke freelancers benaderen hiervoor in eerste instantie hun netwerk van zzp’ers en hun (oud)opdrachtgevers. Ze zoeken pas daarna hun heil in zoekmachines en de social media. Trouw aan het freelancerschap Hoe groot is de kans dat die felbegeerde freelancer uiteindelijk toch in dienst gaat bij een werkgever? Niet zo groot, blijkt uit de vragenlijst. Bij de vrouwen zijn er verhoudingsgewijs iets meer twijfelaars dan bij de mannen: 37,5% tegenover 32,3%. De meeste mannen (48,5%) en vrouwen (45,5%) geven aan dat ze het freelancersbestaan niet willen opgeven. Slechts 13,3% van de vrouwen is bereid om in loondienst te gaan, tegenover 17,4% van de mannen. Zie ook: Rapport “De zzp’er bestaan wel. Feiten over zelfstandig ondernemers“ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags cijfers, Diversiteit, freelance value proposition, inhuur, Vrouwen | Laat een reactie achter
Loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt kleiner. Maar blijft fors, vooral bij zelfstandigen. Geplaatst 8 maart 2022 door Tieneke Wilms Loonkloof volgens OESO Vrouwen in loondienst in Nederland verdienden in 2018 volgens de OESO gemiddeld 12 % minder dan mannen. Het gaat hierbij om gemiddeld inkomen. De cijfers zijn niet verder ingedeeld naar bijvoorbeeld leeftijd, opleidingsniveau of type werk. Bij zelfstandigen is de loonkloof nog groter, volgens de OESO. Gemiddeld verdienen Nederlandse vrouwelijke ondernemers 29,4 % minder dan hun mannelijke vakgenoten. Ook hier is er sprake van een kleiner wordend verschil. In 2016 verdienden mannelijke zzp’ers in Nederland gemiddeld 33 procent meer dan vrouwen. In 2006 was er nog een loonkloof van 44 procent. Lees hierover ook: Loonkloof nog groter bij zzp’ers: vrouwelijke freelancer verdient 33% minder Loonkloof volgens CBS Het CBS geeft alleen cijfers over de inkomensverschillen tussen vrouwen en mannen in loondienst. Volgens het CBS was het inkomen van werkende vrouwen in 2020 gemiddeld ruim 35 procent lager dan dat van hun mannelijke collega’s. Het verschil komt vooral doordat bijna drie kwart van de vrouwen in Nederland in deeltijd werkt, en niet meer dan een kwart van de mannen. Gemiddeld was de werkweek van vrouwen met 26,2 uur in 2020 ruim een kwart korter dan die van mannen (35,4 uur). Vrouwen: hogere opgeleid, lager uurloon Behalve de kortere werkweek speelt ook het lagere uurloon van vrouwen een belangrijke rol in het inkomensverschil. Het gemiddeld bruto-uurloon van Nederlandse vrouwen lag volgens het CBS 14 procent onder dat van mannen in 2020. Het lagere uurloon van vrouwen is volgens het CBS voor een deel toe te schrijven aan verschillen met mannen in leeftijd, deeltijdwerken, beroepsniveau en leidinggeven. Het loonverschil in Nederland is in de loop der jaren wel afgenomen, onder meer doordat vrouwelijke werknemers steeds hoger opgeleid zijn. In 2008 bedroeg het nog 20 procent. Bij de overheid was de daling sterker dan in het bedrijfsleven. Opvallend is dat van alle vrouwelijke zelfstandig ondernemers 55 procent hoger opgeleid is, bij mannen is dat 43 procent. Flink minder dus. Beiden groepen zitten fors boven het gemiddelde opleidingsniveau van werknemers. Vandaag 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Traditioneel ook een dag om te kijken naar de verschillen en overeenkomsten tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt en de werkvloer. Zijn die verschillen er ook bij zelfstandigen? En hoe verhouden ze zich tot de cijfers voor vrouwen en mannen in loondienst? In dit artikel zoomen we in op de inkomensverschillen. In een volgend artikel kijken we naar de verwachtingen van vrouwelijke zzp’ers ten opzichte van hun opdrachtgevers. Zijn die anders dan die van hun mannelijke collega’s? Groei aantal vrouwelijke zelfstandigen Die grote inkomensverschillen weerhielden vrouwen er de afgelopen jaren echter niet van om de stap naar het ondernemerschap te zetten. Ook de groei van het aantal vrouwelijke zelfstandigen is een trend. Die trend zagen we al in heel Europa, maar ook in Nederland. Over de hele EU gemeten is een derde van alle zelfstandigen vrouw. Maar waar in de EU het aantal zelfstandigen de afgelopen jaren daalde, steeg het aantal vrouwelijke zelfstandigen. Lees daarover ook: EU freelance cijfers: minder mannen, meer vrouwen In Nederland zien we dezelfde ontwikkeling. Volgens de recentste cijfers van het CBS steeg in Nederland vooral het aandeel van vrouwelijke zelfstandigen zonder personeel de afgelopen tien jaar. Het aandeel vrouwen onder de zelfstandigen met personeel daalde licht. Dat bevestigen ook de cijfers uit het jaaroverzicht van de KVK Bedrijvendynamiek. Het aandeel vrouwelijk ondernemers was begin 2021 36% en aan het eind van het jaar 37%. Vooral bij de starters zien we een sterkere groei van het aandeel vrouwen, namelijk van 37% in 2020 naar 39% in 2021. Lees daarover ook: Vrouwen beginnen met inhaalslag als zelfstandig ondernemer Startmotieven vrouwelijke ondernemers Een verklaring voor de toename van het aantal vrouwelijke zelfstandigen, ondanks de grote(re) inkomensverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers, vinden we onder andere in de Zelfstandigen Enquête Arbeid (2019) – TNO/CBS. Daarin wordt aan vrouwen en mannen gevraagd wat hun startmotief was om zelfstandige te worden. Meer verdienen is daarbij zowel voor mannen als vrouwen geen zwaarwegend argument. Voor zowel vrouwen (36%) als mannen (37%) is het meest gegeven antwoord: “ik zocht een nieuwe uitdaging”. Vrouwen noemen vervolgens als tweede belangrijkste reden: “Ik wilde zelf bepalen hoeveel en wanneer ik werk”. Dat antwoord gaf 34% van de vrouwen, tegenover 29 % van de mannen. Ook het verlangen om werk en privé beter te combineren gaf voor vrouwen (24%) vaker de doorslag dan voor mannen (12%). Ook vrouwelijke zelfstandigen maken minder uren En hoeveel willen de zelfstandige vrouwelijke ondernemers dan werken? Daarover vinden we meer informatie bij arbeidsmarktdata specialist Intelligence Group. Net als bij werkenden in loondienst maken de vrouwelijke zelfstandigen gemiddeld minder (declarabele) uren per week dan hun mannelijke collega’s: respectievelijk 21 versus 25. Vrouwen geven daarnaast aan dat ze graag tussen de 20 en 30 uur per week willen blijven werken. Voor de mannelijke zelfstandigen is 25 tot 34 uur per week het ideaal. Andere prioriteiten, ander werk Dat vrouwelijke ondernemers nog altijd minder verdienen dan hun mannelijke collega’s , heeft dan ook vermoedelijk grotendeels daarmee te maken. Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group gaf daarvoor eerder al deze verklaring: “Ze hebben andere prioriteiten dan mannen. Ze willen vaker dichtbij huis werken of minder uren. Ze nemen dan genoegen met een lager tarief en ruilen dat uit tegen andere voorwaarden.” Een andere verklaring voor het verschil in inkomen zit in het andere type werk dat mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen doen. Mannen zijn fors oververtegenwoordigd in type werkzaamheden met hogere tarieven: consultancy, ICT, finance. Daarbij werken vrouwen vaker uitsluitend voor particulieren (48% ten opzichte van 30%), waar het gemiddelde tarief lager zal liggen dan wanneer je voor bedrijven werkt. En tevreden? In de ZEA 2021 geven zowel vrouwen (79%) als mannen (82%) aan (zeer) tevreden te zijn over hun bestaan als zelfstandige. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS, loonkloof, oeso, Vrouwen, ZEA | Laat een reactie achter
Freelancers zoeken doe je zo: 5 basisvoorwaarden van een opdrachtomschrijving Geplaatst 7 maart 2022 door Claartje Vogel “Gezocht: SEO-specialist in de omgeving van Amsterdam”. Wat is er mis met deze oproep? Veel, vindt Lars Evers, mede-oprichter van online freelanceplatform Jellow. “Als jij zo’n tekst op Linkedin plaatst zijn er twee uitkomsten: niemand reageert of honderd mensen sturen je een bericht.” In dat tweede geval heb jij geen tijd om al die reacties door te spitten en de ideale kandidaat te selecteren. Maar als je lukraak een paar kandidaten kiest en niet reageert op de rest, hebben die 98 andere kandidaten een negatieve ervaring met jou als opdrachtgever. Freelancerfunnel Dat kan beter, denken Evers en Arjan Elbers van digitaal recruitmentbureau Getnoticed. Tijdens de Werf& en ZiPconomy Webinar Week 2022 introduceerden zij de ‘freelancerfunnel’, een methode om sneller en effectiever freelancers te vinden. Lees hier meer. De meeste bedrijven hebben wel een recruitmentfunnel voor vaste medewerkers, maar niet voor freelancers. In het webinar laten Evers en Elbers zien hoe jij zo’n freelancerfunnel kunt opzetten in jouw organisatie. Een belangrijk onderdeel is de opdrachtomschrijving. Opdrachten versus vacatures Recruiters besteden meestal veel aandacht aan vacatureteksten. “Over vacatureteksten wordt vergaderd met recruitmentexperts en communicatiespecialisten”, vertelt Evers. “Maar een oproep voor een freelancer verschijnt zonder overleg op Linkedin.” Dat de teksten zo slecht zijn, heeft volgens Elbers te maken met wie de tekst opstelt. “Meestal schrijven inhurende managers zo’n oproepje zelf. Zij zetten de tekst op Twitter of Linkedin zonder overleg met inkoop, communicatie of recruitment. Op zich is het niet erg dat de manager het zelf regelt, als hij maar weet waar zo’n oproep aan moet voldoen.” Basisvoorwaarden van een opdrachtomschrijving In een duidelijke opdrachtomschrijving staat in elk geval: Een goede omschrijving van wat de freelancer moet opleveren Welk product of welk resultaat zoek jij als opdrachtgever? Een gebruiksvriendelijke website, een organisatieverandering, een nieuwsbrief? Met een probleemschets maak je concreet waarom je op zoek bent naar een bepaald profiel. Verwachte kennis en ervaring Een omschrijving van jouw project en de benodigde skills zegt meer dan een functietitel. Moet iemand kunnen omgaan met specifieke software? Zoek je een kandidaat met ervaring binnen jouw branche? Omschrijf dit nauwkeurig en laat een freelancer zelf inschatten of hij geschikt is. Omvang van de opdracht Noem de begin- en einddatum van de opdracht. Beschrijf ook hoeveel uur in de week iemand beschikbaar moet zijn. Een omschrijving van de context. Werkt de freelancer thuis, bij jou op kantoor of een combinatie? Verloopt jullie contact face-to-face of telefonisch? Hoe vaak hebben jullie contact? Verkoop je organisatie Goede freelancers in krappe sectoren hebben hun opdrachten voor het uitkiezen. Waarom zou iemand bij jou aan de slag gaan? Omschrijf bijvoorbeeld jouw goede reputatie, maatschappelijke missie of de mogelijkheden voor freelancers om zichzelf verder te ontwikkelen. Een indicatie van het (uur)tarief Gebruik tot slot geen termen die horen bij werknemers. “Laat zien dat jij begrijpt dat een freelancer anders werkt dan een personeelslid”, tipt Evers. “Termen als ‘salaris’ en ‘vakantiedagen’ zijn afknappers voor serieuze zzp’ers.” Meer weten? Bekijk het webinar: https://www.youtube.com/watch?v=8xELyYn_voM Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags freelancers, goed opdrachtgeverschap, jellow, krapte op de arbeidsmarkt, webinarweek | Laat een reactie achter
De arbeidsmarkt moet vooruit, niet achteruit! Geplaatst 7 maart 2022 door ZiPredactie Welke aanbevelingen kunnen we aan minister van Gennip meegeven om te komen tot een succesvol arbeidsmarktbeleid? Daarover interviewde Hugo-Jan Ruts Stef Witteveen tijdens de webinar week van Werf& en ZiPconomy. Als algemeen directeur van Uniforce Solutions, actief bij de Werkvereniging en bij de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN), heeft Witteveen daarover een uitgesproken mening. En niet geheel toevallig voerde Minister van Gennip van SZW precies op diezelfde dag een hoofdlijnendebat over het arbeidsmarktbeleid. Lees ook het verslag over het hoofdlijnendebat: Minister Van Gennip (SZW): ‘Voor de zomer hoofdlijnenbrief arbeidsmarktbeleid. Krapte op de arbeidsmarkt is groeikans Er zijn goede redenen waarom Van Gennip moet doorpakken met de hervorming van de arbeidsmarkt, vindt Witteveen. De eerste haalt de minister zelf al aan: in haar hoofdlijnenbrief noemt Van Gennip de krapte op de arbeidsmarkt al meteen in de eerste paragraaf na de inleiding. “Ze weet dat ze hier als eerste iets mee zal moeten doen: de drempel naar werk moet omlaag.” Die krapte wordt nu vooral gezien als een probleem, maar eigenlijk moeten we dit zien als een gouden kans, vindt Witteveen. “Er is altijd wel een vorm van mismatch op de arbeidsmarkt. Maar nu is er een mismatch die een geweldige kans biedt. Als we nu 10.000 goede IT’ers zouden kunnen toevoegen aan de arbeidsmarkt van Nederland, dan dragen er meteen 10.000 mensen bij aan de productiviteit van Nederland en dus ook aan de economische groei. En alle andere problemen in je land worden kleiner en beter oplosbaar als er een economische groei is.” Daarvoor moet er een verschuiving komen in de aandacht van de regering, vindt Witteveen: “Mijn grootste kritiek op de huidige regering, en ook op minister van Gennip, is dat ze vooral gaat over geld uitgeven en over geld verdelen. Dat vind ik een heel goed idee, maar besteed alsjeblieft ook wat aandacht aan de manier waarop we met elkaar het geld verdienen.” Duidelijkheid over positie op de arbeidsmarkt Duidelijkheid over hun rechtspositie, dat is volgens Witteveen meer bepaald waar niet alleen de detacheerders maar ook alle andere belanghebbenden op de arbeidsmarkt naar snakken. “Wie zijn we? Wat is onze positie? Waar staan we in de markt?” Dat gebrek aan duidelijkheid is ontstaan door de wetgeving die de afgelopen 10 tot 20 jaar op de arbeidsmarkt is geïntroduceerd. Die is niet succesvol geweest; het is niet gelukt daarmee te bereiken wat we wilden bereiken, zegt Witteveen. Het resultaat noemt hij “een juridische lappendeken, zo’n mozaïek van wetgeving: als je niet door de ene wet gepakt wordt, dan door de andere wel. Gefaciliteerd of geholpen word je door bijna geen enkele wet. Het is een mozaïek van tegenwerking.” Integrale aanpak arbeidsmarkt Hoe zou de nieuwe regering het dan wel moeten aanpakken om die duidelijkheid te creëren? De aanpak van de regelgeving op de arbeidsmarkt moet om te beginnen integraal zijn, zegt Witteveen. “Je moet ruimte creëren en de mensen zo gemakkelijk mogelijk aan het werk laten gaan. Ik denk dat je dan niet vooringenomen de arbeidsmarkt moet gaan juridiseren.” Hij is daarom ook geen voorstander van “maar drie rijbanen”, zoals de commissie Borstlap voorstelt: vaste contracten, uitzendcontracten en contracten met zzp’ers. “Er is geen enkele goede reden om niet te gaan naar zes of zeven rijbanen.” Er is geen enkele goede reden om niet te gaan naar zes of zeven rijbanen. De overheid kan volgens hem beter uitgaan van de principes rechtsgelijkheid, solidariteit en economische groei. “Laten we werken aan het gevoel dat we met zijn allen horen bij een solidariteitsstelsel, dat de bestaanszekerheid en de groei verbetert. Die basisbeginselen zijn meer dan genoeg voor een integrale aanpak.” Wetgeving moet vernieuwend zijn Een tweede vereiste is volgens Witteveen dat de wetgeving vernieuwend moet zijn. “We moeten niet kijken door de achteruitkijkspiegel. De arbeidsmarkt is ingrijpend veranderd sinds bijvoorbeeld 1950 Zo is bijvoorbeeld het begrip gezag heel anders geworden, dat is nu veel meer iets wederkerigs. En je moet op de huidige arbeidsmarkt iedere dag weer iets bijleren, dat is een voorwaarde voor je bestaanszekerheid.” Verbeter het wetgevingsproces Van Gennip wil met veel partijen gaan praten, en niet alleen met de Haagse polder. Dat klinkt goed, maar zijn er dan niet teveel verschillende partijen met teveel verschillende belangen, vraagt Hugo-Jan Ruts? Witteveen schat in dat de polder wel degelijk bereid is om deelbelangen op te offeren voor het grotere, algemene belang. Uit het SER MLT-advies blijkt volgens hem al wel dat werkgeversorganisaties en uitzendbureaus dat aangeven. Ze willen bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen zoals rechtsgelijkheid en bestaanszekerheid. “Iedereen op de arbeidsmarkt is op zoek naar duidelijkheid en die duidelijkheid krijgen is belangrijker geworden dan 100 procent je zin krijgen.” Om de vaart erin te houden, ontkomt de minister er ook niet aan om het wetgevingsproces te verbeteren, meent Witteveen. “De vorige ministers wachten veel te lang af tot de polder een standpunt had ingenomen. Je laat je adviseren door de polder, maar als minister ben je zelf verantwoordelijk en moet je ook kijken naar de praktijk, naar de uitvoerbaarheid.” Webmodule gemiste kans De kans dat er binnen twee jaar een vervanging voor de Wet DBA ligt, is klein. Een wetgevingstraject kost immers tijd. Bovenal heeft Van Gennip nog niet direct aangegeven welke kant het op zou moeten gaan. Maar dat wil niet zeggen dat er op korte termijn niets zal gebeuren. De Wet DBA is er nog, de handhaving daarvan kan intensiever worden en er ligt nog een webmodule. Die webmodule zou bijvoorbeeld op korte ingevoerd kunnen worden, ook als handhavingsinstrument. Daar is immers geen wet voor nodig, constateert Ruts. Zelfstandigen zullen niet bereid zijn om te veranderen onder druk van de webmodule zoals die er nu ligt. Dat zou een gemiste kans zijn, vindt Witteveen. “Ik noemde drie principes om te komen tot een integrale benadering: rechtsgelijkheid, solidariteit en de weg naar economische groei door de drempel naar de arbeidsmarkt zo laag mogelijk te houden. De webmodule draagt op geen enkele manier bij aan een van die drie principes . Ik denk dat zzp’ers best bereid zijn om mee te denken over hun positie en om te veranderen. Ik denk dat ze het belang van die drie principes wel inzien. Maar ze zullen niet bereid zijn om te veranderen onder druk van de webmodule zoals die er nu ligt.” Sociale zekerheid voor zelfstandigen Er is wel regelgeving nodig voor kwetsbare zelfstandigen, vindt Witteveen. Dat vindt ook de minister van SZW. “Van Gennip deed daarbij de uitspraak: we moeten in kaart brengen wat nou precies de onderkant en de bovenkant van de markt is. Vervolgens zegt ze: we moeten kijken per groep wat er nodig is.” Dat ziet hij als een hoopgevende ontwikkeling. Witteveen ziet echter weinig heil in een verplichte verzekering voor zelfstandigen. “Ik denk dat een verplichte verzekering en een verplicht pensioen tussenoplossingen zijn. Dat gaat het niet worden. We moeten zorgen voor meer rechtsgelijkheid en solidariteit onderling. We moeten toe naar een beetje een Belgisch model, zou ik haast zeggen, waar de zelfstandige gewoon ook participeert in de sociale zekerheid. Het uit elkaar trekken van groepen werkenden zorgt voor veel werk voor juristen, maar ook voor veel onduidelijkheid.” Arbeidsrecht naar Belgisch model “Dat Belgische model, biedt dat perspectieven voor de Nederlandse arbeidsmarkt?”, vraagt Ruts. In België is er een stevige maar best dure sociale zekerheid voor zelfstandigen. Zo’n 20 % van hun inkomen gaat naar de sociale zekerheid, maar daar krijgen ze ook best veel voor terug. Typerend daarnaast is ook de sectorale aanpak voor de aanpak van schijnzelfstandigheid. België kent een vrij liberale benadering van zelfstandigen. Als je aan een aantal criteria voldoet, ben je een zelfstandige. Maar voor sommige sectoren, zoals bouw en vervoer, stelt de overheid extra voorwaarden. Ook in Nederland zou een dergelijk model goed kunnen werken, meent Witteveen. “Als je dat in Nederland gaat invoeren, gaat een aantal zzp’ers zeggen: ‘daar zit ik niet op te wachten en ik kan het risico wel zelf dragen.’ Maar er is een maatschappelijk belang om ervoor te zorgen dat we allemaal in hetzelfde systeem zitten en bijdragen aan een geheel. Dat gaat ten koste van netto-inkomen. Maar het zorgt er ook voor dat het aan de onderkant van de markt minder aantrekkelijk wordt om in dat zelfstandigenstatuut te stappen. Voor sommige werkenden is het nu eenmaal beter om in loondienst te zijn.” Sectorale aanpak arbeidsmarkt Een sectorale aanpak zou ook in Nederland best voordelen kunnen bieden, meent Witteveen. “De CAO’s van bepaalde sectoren als de Zorg en de Bouw zijn kerstbomen, daarin zitten een heleboel dingen waarop werknemers niet zitten te wachten. De werkgevers in die sectoren moeten ook veranderen, beter luisteren naar de behoeften van hun medewerkers. Het gaat lang niet altijd om loon, maar ook bijvoorbeeld om gezien en erkend worden. Ik denk dat je dan als overheid alle redenen hebt om je in te spannen om deze werknemers in een dienstverband te krijgen.” Er ligt een Kamermotie om de webmodule te gaan gebruiken en te gaan testen in het onderwijs en de gezondheidszorg, zegt Ruts. Dat is al een stapje in de richting van een meer sectorale aanpak. Het SER MLT-advies doet daar ook uitspraken over: handhaven van schijnzelfstandigheid, doe dat vooral bij tarieven die onder de 35 euro liggen. We moeten oppassen voor de onuitvoerbaarheid van wetgeving. Dat gaat volgens Witteveen een stap te ver: “Mijn pleidooi zou zijn: ga dat niet doen, want het wordt er niet duidelijker op. Dit lijkt me iets waarvan we later zeggen: de Kamer heeft de uitvoeringsinstanties opgezadeld met onuitvoerbare wetgeving. We moeten oppassen voor die onuitvoerbaarheid, en ik ben blij dat Van Gennip daar iets over zegt in haar hoofdlijnenbrief.” Routekaart wetswijzigingen arbeidsmarkt “Het hoofdlijnendebat van 17 februari gaf al een beetje inzicht in de plannen van minister Van Gennip. Op 12 april komt er een debat met de minister helemaal toegespitst op de arbeidsmarkt. En nog voor de zomer komt ze met een visiebrief met haar ideeën over de arbeidsmarkt. We hopen dat ze dan de wijze lessen van Stef meeneemt”, zo schetst Ruts het politieke traject. Witteveen: “Samengevat is mijn advies: Als Van Gennip 1 januari 2023 met iets nieuws wil komen, dan moet het integraal zijn, openstaan voor vernieuwing en dat haalt ze alleen als ze het wetgevingsproces ingrijpend verandert.” Bekijk het interview van Hugo-Jan Ruts met Stef Witteveen tijdens de Webinar Week: Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Rutte IV, SZW debat, Uniforce, Van Gennip, webinarweek | Laat een reactie achter
Het gapende gat tussen onze digitale vaardigheden van nu en wat de arbeidsmarkt morgen nodig heeft Geplaatst 4 maart 2022 door Magnit Er zit een gapend gat tussen onze technische en digitale vaardigheden van nu en wat de arbeidsmarkt van de zeer nabije toekomst nodig heeft. En het lijkt er op dat dat gat alleen nog maar groter wordt. Hoe kunnen we dit gat dichten? In deze BNR Werkverkenners bespreekt Rens de Jong dit met Lotte de Bruijn, directeur van ict-branchevereniging NL Digital, Josje Damsma, directeur van CrossOver, voor technische vakmensen en Wendy Van Ierschot, oprichter en directeur van VIE People. Ze constateren dat er wel campagnes en zij-instroomprogramma’s zijn, maar die leveren nog veel te weinig op. Een langere-termijnoplossing is om digitale vaardigheden onderdeel te maken van het onderwijs, te beginnen op de basisschool. Voor wie nu over wil stappen naar de techniek of de IT-sector zijn er tal van programma’s, al zijn die soms nog wel wat lastig te vinden. Deze en andere oplossingen komen uitgebreid aan bod in deze aflevering van Werkverkenners: Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags BNR Werkverkenners, Brainnet, podcast, werkverkenners | Laat een reactie achter