“Nederland heeft veel meer zzp’ers dan andere landen. En dat komt door de fiscale voordelen.” Klopt dat? Geplaatst 7 februari 2022 door Hugo-Jan Ruts Schaf de fiscale voordelen voor zelfstandigen zonder personeel af, en het aantal zal rap afnemen. Dan loopt Nederland qua aantal zzp’ers weer internationaal in de pas. Dat stelt Jos Jansen, werkzaam bij het Ministerie van Financiën, in een artikel in het economenblad ESB. Maar klopt die conclusie? We leggen een aantal van zijn beweringen onder de loep. Beweringen Samengevat schrijft Jansen in het artikel : In Nederland is het aandeel zelfstandigen in de beroepsbevolking flink gestegen, terwijl het in de landen om ons heen is gedaald. Ook in die andere landen doen zelfstandigen veelal ‘slechts zeer beperkt mee’ met het sociale stelstel. Ze worden – net als in Nederland – ook ’niet of nauwelijks beschermd door het arbeidsrecht’. Dus: het is ‘aannemelijk’ dat de ‘afwijkende trend’ in Nederland komt door de ‘verschillende fiscale behandelingen van zelfstandigen en werknemers’ Schaf die fiscale voordelen af, het aantal zzp’ers zal dalen naar het niveau dat ‘gebruikelijk’ is. Zzp’ers in Nederland We kijken in de factcheck naar twee zaken. Hoe zit het met de Nederlandse zzp-cijfers ten opzichte van het buitenland. En in hoeverre klopt de aanname van Jansen dat het Nederland alleen op fiscaal gebied anders is dan andere landen? Heeft Nederland inderdaad meer zelfstandigen? Jansen zoomt in zijn vergelijking van het aantal zzp’ers in op de landen om ons heen: de Noord/West regio van Europa. Daar valt zeker iets voor te zeggen. Immers, dan vergelijk je landen met ongeveer dezelfde economische structuur. En filter je landen eruit waar het aandeel zzp’ers aanzienlijke hoger ligt dan in Nederland. Bijvoorbeeld Griekenland en Italië, maar daar komt het zzp-schap nog vooral voor in de basis van de arbeidsmarkt, in Nederland heeft ondertussen ongeveer de helft minimaal een HBO opleiding. Jansen berekende het gemiddeld aandeel zzp’ers (met leeftijd 15-65) van de werkzame beroepsbevolking van de landen om ons heen en vergelijkt dat cijfer (6,9%) met dat van Nederland (11,6%). Bezwaren Die berekening klopt. Maar er kleven ook twee bezwaren aan. Ten eerste is het vergelijken van landelijke statistieken (waar Eurostat het mee moet doen) minder makkelijk dan het wellicht lijkt. Definities verschillen soms per land. Zo staat de VS in zzp-cijfers van de OESO stijf onderaan, omdat daar alleen een bepaalde fiscale categorie wordt meegerekend. De UK kent een soort tussencategorie van ‘workers’, een flink deel daarvan zou in Nederland als zzp’er werken. België kent het systeem van ‘dienstencheques’, waarbij de werkenden een arbeidsovereenkomst hebben, voor het type werkzaamheden dat in Nederland ook door zzp’ers gedaan wordt. In weer andere landen is de informele economie veel groter, waardoor ‘niet-werknemers’ helemaal niet in dit soort statistieken terechtkomen. Een ander – relevanter – bezwaar is dat, wanneer je zoals Jansen een hele groep landen bij elkaar veegt om een vergelijking te maken, de nuance verdwijnt. Die is wel nodig wanneer je landen en regelgeving met elkaar gaat vergelijken. Zo zitten er in de groep landen die Jansen noemt ook landen waar het aandeel zzp’ers ten opzichte van de werkzame beroepsbevolking juist groter is dan in Nederland of vrijwel gelijk. Een paar voorbeelden: Het VK heeft niet minder, maar juist meer zzp’ers dan Nederland. Dat was 20 jaar geleden zo en dat is nog steeds zo (2019: VK 12,2% van de beroepsbevolking, in Nederland 10,3%). Dat terwijl er in het VK geen fiscale voordelen zijn zoals zelfstandigenaftrek of MKB-winstvrijstelling. België heeft wat minder zzp’ers dan Nederland (9,4%). Maar als je inzoomt op het westen van Vlaanderen, een deel van het land met ongeveer dezelfde economische structuur (handel, diensten, leisure) als in Nederland, dan vallen die verschillen in het niet. Belgische zelfstandigen hebben ook geen extra fiscale voorzieningen. Belgische zelfstandigen dragen ook zo’n 20% van hun inkomen af voor een ruim (en verplicht) sociale-zekerheidspakket. Die forse regionale verschillen binnen een aantal landen (UK, Frankrijk en België) geeft sowieso te denken. Blijkbaar speelt er meer dan sec fiscale prikkels. Duitsland heeft dan weer veel minder zzp’ers. Deels omdat in de b-to-b-markt het vrijwel uitsluitend kan als je met een BV werkt, wat dan juist weer zo zijn fiscale voordelen heeft. Het aantal zzp’ers in Frankrijk is in de periode 2008-2019 met 38% gegroeid! In Nederland stijgt het aandeel zzp ten opzichte van de beroepsbevolking niet tussen 2015-2019. In beide landen is er niets veranderd in de fiscale regels. Een andere grafiek, op basis van dezelfde data, geeft toch een ander beeld: Verschillen in stelsels Hoe je ook tegen deze cijfers aankijkt en hoe je ze ook presenteert, evident is natuurlijk dat het aandeel zzp van de beroepsbevolking in Nederland gestegen is. En dat die stijging, althans tussen 2005 en 2015, groter is dan in de landen om ons heen. Jansen wijst terecht op een aantal wijzigingen in Nederland. Het tweede paarse kabinet vond dat Nederland te weinig ondernemers had ten opzichte van de rest van Europa. Dus werden er een aantal zaken veranderd: MKB-winstvrijstelling, verruiming zelfstandigenaftrek, afschaffing van de WAZ en de komst van de VAR. Het kabinetsbeleid uit 2003 is geslaagd: het aantal zelfstandigen (met en zonder personeel) steeg daarna. Waarbij overigens nog wel interessant is te constateren dat in de 17 jaar voor 2003 het percentage zelfstandigen harder groeide dan in de 17 jaar na 2003. Maar dat terzijde. Jansen stelt vervolgens dat die groei alleen maar te verklaren is door de fiscale verschillen tussen Nederland en andere landen. Immers, volgens hem doen zelfstandigen in het buitenland ook ‘slechts zeer beperkt mee’ aan het sociaal stelsel. En hebben ze geen arbeidsrechtelijke bescherming. Nu, dat is wel erg kort door de bocht. Er is een grote diversiteit aan sociale zekerheidssystemen voor zelfstandigen in de landen om ons heen. Daarbij is er wel degelijk de nodige arbeidsrechtelijke regelgeving in die landen die het werken als zzp’ers kan beperken. Zo kent België de ‘Arbeidsrelatiewet’ die de zzp-markt reguleert. Die geeft aan de ene kant een stuk meer duidelijkheid (en zekerheid) dan ons juridische systeem, maar is dan weer een stuk strikter voor sectoren als de bouw en het vervoer. Daarbij kent België ten opzichte van Nederland dus een zeer uitgebreid sociaal vangnet voor zelfstandigen. Dat wordt betaald uit de sociale bijdrage (>20% van het inkomen) van zelfstandigen zelf. Ook Frankrijk, de UK en Duitsland hebben meer sociale zekerheid voor zelfstandigen dan in Nederland. Denemarken kent geen verschil tussen werknemers en zelfstandigen. Duitsland kent dan weer een splitsing tussen de ‘zelfstandige ondernemer’ (Selbstständiger) en een ‘vrije beroepsuitoefenaar’ (Freiberufler). Voor de ‘Selbstständiger’ gelden hogere drempels (niet overal kunnen werken, startkapitaal nodig), de status van ‘Freiberufler’ is alleen beschikbaar voor een beperkte lijst beroepen. Duitsland heeft daarnaast een apart systeem voor bijvoorbeeld de kunstensector, voor andere sectoren zijn er stevige drempels die het werken als en met zzp’ers fors beperken. Werken als zelfstandig ondernemer zonder personeel kan vaak alleen via een BV en daarvoor is in Duitsland een flink startkapitaal nodig. Het VK (via IR 35) beperkt sinds kort het werken met zzp’ers. Frankrijk heeft de regels een aantal jaren geleden juist verruimd. Wanneer we – in het kort – de verschillen tussen een aantal landen op een rij zetten, dan ontstaat dit schema. Het laat zien dat – anders dan wat Jansen stelt – de landen op verschillende manieren juist zeer verschillend zijn: Land Fiscale extra’s Collectieve sociale zekerheid voor zzp Regelgeving NL Veel voordelen (via Zelfstandigenaftrek en MBK wv) Zeer beperkt: basispensioen (AOW) en andere volks-verzekeringen Lage toetredingsdrempel Weinig beperkingen (tot Wet DBA) BE Nauwelijks Zeer ruim: stelsel vrijwel gelijk tov werknemers (premie: 20% van omzet) Arbeidsrelatiewet: ruimte voor professionals. Ook: grote beperkingen voor aantal specifieke sectoren (met lage tarieven) DU Via BV (vaak verplicht) Nauwelijks Hoge toetredingsdrempel. Flinke beperkingen zzp voor werken in b-to-b. VK Beperkt Regelingen deels gelijk als met werknemers (behalve WW en pensioen) Beperkt (wordt strenger via IR35) Workers status (=geen zzp, geen werknemer) als tussencategorie FR Geen Ruim Was streng, liberaler geworden DEN Geen Zeer ruim (geen verschil tussen werknemers en zzp) Lage toetredingsdrempel (bronnen: zie onderaan artikel) Culturele verschillen Een aspect dat in vergelijkingen tussen landen steevast niet wordt meegenomen, zijn de culturele verschillen. Het meer collectieve (en risicomijdende) Scandinavië en het hiërarchische Duitsland lijken een minder aantrekkelijke voedingsbodem dan ons Nederland. Historicus Pleij noemde Nederland niet voor niets ooit ‘een land van zzp’ers’. Ons individualisme zit volgens Pleij heel sterk in onze cultuur en komt voort uit onze koopmansgeest. “Een koopman moest zich losmaken uit traditionele structuren waar de kerk en de adel de dienst uitmaakten, en moest dus een individualist zijn.” Vanuit de jaren zeventig steeg het aantal individuele werkenden in Nederland weer als vanouds. Die stelselwijzingen aan het begin van deze eeuw waren wellicht meer een aanjager dan de oorzaak van de groei van het aantal zelfstandigen in Nederland. Conclusie: de rekensom klopt, de conclusie niet Kortom, het rekenwerk van Jansen klopt. Het geeft wel een vertekend beeld. De veronderstelling dat Nederland alleen qua fiscaal stelsel afwijkt klopt niet. En daarmee ook zijn slotconclusie (haal de fiscale voordelen weg en Nederland loopt weer in de pas) ook niet. Los dan nog van de opmerking dat hij er in het artikel (zoals beleidsmarkers vaker doen) a priori van uitgaat dat veel zzp’ers een probleem is dat blijkbaar bestreden moet worden. Meer weten & bronnen: Nederlandse wet- en regelgeving rondom zzp’ers in internationaal perspectief (Lian Koster, Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 2017-3) Arbeidsrelatiewet in België IR35 wetgeving in VK (CXC) Drijfveren en belemmeringen van de freelance economie: een vergelijking van Duitsland, Frankrijk en Spanje (MALT) Scandinavische landen: weinig ondernemers maar veel ondernemende werknemers Zelfstandigheid, flexibiliteit en sociale zekerheid. Een kijkje over de grens (ZiPconomy, 2020) Webinars Het thema freelancen & het buitenland komt op donderdag 17 februari aan bod in verschillende webinars tijdens de ZiPconomy WebinarWeek. Zie bijvoorbeeld: Freelancen buiten Nederland – hoe ziet het eruit? – Dustin Robinson – Malt Inhuren uit het buitenland – Maarten de Jong – Bureau Cicero Zie deze pagina voor mogelijkheid tot (gratis) inschrijven. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags factcheck | 8s Reacties
Wat wil het kabinet met de arbeidsmarkt? Podcast Geplaatst 6 februari 2022 door Magnit Het kabinet wil werk maken van de hervorming van de arbeidsmarkt. Heel concreet is dat regeerakkoord nog niet. Veranderingen zullen in de geest van de aanbevelingen van de Commissie Borstlap en het SER MLT advies zijn. Wat lezen een drietal deskundigen in de plannen en wat vinden ze er van? Rens de Jong (BNR) sprak met Bas Ter Weel, Hanneke Bennaars en Roos Wouters. Vast kan best een onsje minder Flex wordt minder flex, maar vast moet ook minder vast. Het kan ook best een onsje minder, vindt Ter Weel, econoom, directeur SEO Economisch Onderzoek en oud-lid commissie Borstlap. Werkenden met de meeste zekerheden zijn juist de mensen met hogere inkomens en een goede opleiding. “Eigenlijk moet je de discussie voeren zonder dat het contract er eigenlijk toe doet. Het kabinet, en ook de sociale partners, zien het vaste contract nog te veel als de heilige graal.” Ter Weel ziet graag verdere stappen met een basis sociale zekerheid die voor iedereen gelijk is, los van de contractvorm. Meer controle op schijnzelfstandigheid Hanneke Bennaars, universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA en oud-lid commissie Borstlap, stelt vast dat de discussie stil ligt over wie nu wel of niet zzp’er is. Het regeerakkoord belooft meer duidelijkheid, maar geeft niet aan hoe. Volgens Bennaars moet er gestart worden met meer controle op schijnzelfstandigheid, voor de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst. Daarmee stimuleer je ook weer echt ondernemerschap, aldus Bennaars. Het uitblijven van duidelijkheid blokkeert ook de vast/flex-discussie. Ze ziet in het regeerakkoord wel dat er stappen gezet worden in het meer wendbaar te maken van het vaste contract. Koppel sociale zekerheid aan BSN Directeur van de Werkvereniging Roos Wouters gelooft er meer in dat het hele stelsel fundamenteel anders ingericht wordt. Koppel niet alleen je inkomen maar ook je sociale zekerheid aan het BSN. Dan wordt het in de woorden van Wouters een BurgerServiceNummer. Werkenden blijven dan ook niet meer tegen hun zin bij hun werkgever uit angst zekerheden te verliezen. Dat gebeurt nu wel, aldus Wouters. Beluister hier de podcast Geplaatst in ZP en Politiek | Tags BNR Werkverkenners, Rutte IV, werkverkenners | Laat een reactie achter
Webinar interim-managementmarkt: veranderkracht in organisaties blijft hard nodig Geplaatst 4 februari 2022 door Raad voor Interim Management Het rapport ‘Interim-managementbureaus tonen veerkracht in coronastorm‘ beschrijft de interim-managementmarkt anno 2021 vanuit het perspectief van interim-managementbureaus. Tijdens een webinar ging Hugo-Jan Ruts, hoofdredacteur van ZiPconomy, in gesprek over de onderzoeksresultaten met twee leden van de Raad voor Interim Management (RIM), waarvan een verslag. Combinatie executive search Dat zes op de tien bureaus de bemiddeling van interim-managers combineert met executive search, herkent Sietse Bergstra, partner van InterExcellent en lid van de RIM. “Het plaatsen van een interim-manager wordt vaak gevolgd door de vraag wie de functie vast gaat invullen. Omdat je als bureau de klant en de context van de organisatie kent, geeft dat een voorsprong op het invullen van beide vragen,” vertelt hij. Het onderscheid tussen een lijnmanager in vaste dienst en interim-manager wordt kleiner. “Tweede reden voor een combinatie van dienstverlening is dat het onderscheid tussen lijnmanager in vaste dienst en interim-manager kleiner wordt. In organisaties is nauwelijks meer sprake van een stabiele periode. Dus een lijnmanager wordt ook gevraagd een veranderopdracht te doen. De eisen aan deze lijnmanager worden zwaarder en complexer. Dat is veelal reden voor organisaties om een bureau in te schakelen voor de zoekopdracht omdat zij een warm netwerk hebben van beschikbare kandidaten die aan de hogere eisen voldoen. Overigens zorgt dit voor een trend dat interim-managers in vaste dienst treden. Zeker als er een zware veranderopdracht voor de manager ligt,” licht Bergstra toe. Dynamische markt De dynamiek in de markt is ook merkbaar in de tarieven. Het gemiddelde uurtarief (inclusief bureaumarge) van een bemiddelde interim-manager is in twee jaar met 7 euro gestegen naar 128 euro per uur. “De vraag neemt toe, zeker die naar vakspecialisten,” zegt Gertjan van de Groep, directeur bij Van de Groep & Olsthoorn en lid van de RIM. “Het tarief beweegt automatisch mee met de vraag. Dat de tarieven voor branchespecialisten onder druk staan is weer verrassend, ik veronderstel dat dit verschillend is per branche. Bureaus zullen dan ongetwijfeld voorzichtiger zijn geweest in hun voorspelling van de omzetverwachting.” Een kleine groep bureaus verwacht namelijk voor het eerst een daling van de omzet in de komende drie jaar. Het merendeel van de bureaus echter verwacht een stijging van omzet voor de toekomst. Dienstverleningsmodellen In het rapport wordt dieper ingegaan op de verschillende manieren waarop bureaus zich onderscheiden op de markt. Vakspecialisme heeft daarbij een duidelijke voorkeur. Het verschil met een branchespecialist zit in de wijze waarop de bureaus zich profileren, legt Hugo-Jan Ruts uit. Bijvoorbeeld of een bureau actief is in een bepaalde sector zoals overheid en industrie of alleen vakspecialisten bemiddelt zoals hr- of it-managers ongeacht in welke sector. Deze twee dienstverleningsmodellen zijn het meest dominant in de markt. Bergstra: “Het gemeenschappelijke element is specialisme. Klanten verwachten regelmatig dat vanuit een visie ook implementatiekracht meegebracht wordt, daarvoor is vakkennis nodig. Waar voorheen een generiek profiel voldeed, is nu een combinatie met specifieke kennis nodig. Interim-managementbureaus bemiddelen niet meer uitsluitend op executive niveau, maar ook de laag er net onder die implementeert en realiseert.” Schaarste: kans of bedreiging? Vragend naar de toekomst geven de respondenten in het onderzoek aan dat schaarste zowel een bedreiging als een kans is. Het tekort aan specialisten wordt in alle sectoren gevoeld. Wat betekent dit voor de werving van kandidaten? “Moet je een kandidaat kennen of zoeken?”, vraagt Ruts. “Voor een executive searchvraag is meer tijd beschikbaar en kan je zoeken naar de beste kandidaat die niet per se uit het eigen netwerk hoeft te komen,” legt Bergstra uit. “Immers, deze kandidaat kan je uitgebreid spreken. Voor interim-management loont het om een warm netwerk te hebben. En zelfs dat is niet voldoende als dat klein is. Waar je vroeger vijf tot tien specialisten per type functie kende, moet je er nu 25 kennen omdat de gevraagde specialisatie toeneemt én de beschikbaarheid afneemt. Dat vereist een dynamische vorm van netwerkmanagement.” Voor interim-management loont het om een warm netwerk te hebben. En zelfs dat is niet voldoende als dat klein is. Van de Groep beaamt dat het constant werken aan uitbreiding van het netwerk een must is. “De schaarste geeft meer druk om een kandidaat te leveren en is in die vorm een bedreiging. Omdat RIM-bureaus voor kwaliteit staan en geen cv’s schuiven, is dat wat ons betreft een kans om die kwaliteit ook zichtbaar toe te passen. Maar het vraagt wel tijd voor een grondige inventarisatie van de interim vraag en dus het vertrouwen van de klant dat we op die manier de beste match maken.” Het is echter nog te vroeg om te stellen dat zo’n verdiepende inventarisatiefase een betaald traject, laat staan een nieuw businessmodel kan zijn. Kwaliteit borgen Kwaliteit loont, dat is bekend. Hoe borgen bureaus kwaliteit? “De RIM organiseert rondom relevante thema’s interne werkgroepen”, licht Bergstra toe. “Een van de werkgroepen heeft de cyclus van het proces van matching geüniformeerd in stappen waaraan alle RIM-leden zich conformeren. Een mooie ontwikkeling, immers in feite zijn wij elkaars concurrenten, maar zo zien we dat niet. We delen kennis. Alle RIM-leden houden zich bovendien aan een gedragscode en hanteren een eigen, door de belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst.” Politieke helderheid De respondenten van het onderzoek zien het onduidelijke politieke arbeidsmarktbeleid als bedreiging. De zojuist aangetreden regering moet helderheid geven. CDA’ers Karien van Gennip en Marnix van Rij zijn de twee nieuwe gezichten op sleutelposities arbeidsmarktbeleid en zzp. Als CDA’ers verschillen zij behoorlijk met hun voorganger van D66: meer sociaal conservatief, meer denkend vanuit overheidszorg en zoveel mogelijk werknemer zijn. Maar er is veel vrijheid voor invulling van wat in het regeerakkoord staat. Ruts schetst de kern: meer vast, minder flex, het SER MLT-advies als uitgangspunt en helderheid voor de zzp’er. Voor de interim-manager is het kwalificatievraagstuk van belang, waarbij de webmodule (nog niet ingevoerd, red.) duidelijkheid zou moeten verschaffen over wanneer iemand als zzp’er mag werken. Helaas is dat in de pilotfase in de helft van de gevallen juist niet duidelijk geworden. De discussie over inbedden in een organisatie, wat een interim-manager al gauw is, is relevant voor de interim-managementmarkt. Hoe kijkt de RIM hier tegenaan? De RIM heeft begrip voor bescherming van de onderkant van de zzp-markt. De interim-manager is echter een bewust zelfstandig ondernemer. De RIM heeft begrip voor bescherming van de onderkant van de zzp-markt. De interim-manager is echter een bewust zelfstandig ondernemer. “De scheiding van tarief (minder dan 35 euro is werknemer, red.) is prima, maar de termijn van maximaal een jaar in een organisatie botst met de werkelijkheid. We zien ontzettend veel gevallen waarin de werkelijkheid zich niet laat drukken in de grenzen die men wil stellen”, zegt Bergstra. De RIM volgt mede daarom de politieke ontwikkelingen inzake het arbeidsmarktbeleid nauwgezet. De werkgroep Governance praat zo mogelijk mee in werksessies van de overheid (zoals over de webmodule) en levert input (zoals bij WNT-evaluatie). Sinds vorig jaar wordt ook regelmatig samen opgetrokken met andere branchevertegenwoordigers zoals Bovib en I-ZO Nederland. Hiermee werkt de RIM aan belangenbehartiging van het vak interim-management. Kijk hier het webinar terug over de resultaten van onderzoek naar de interim-managementmarkt anno 2021 Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags interim management, interim markt, marktonderzoek, RIM, webinar | Laat een reactie achter
Geduld is op. FNV overweegt rechtszaak tegen Staat over uitblijven handhaving schijnzelfstandigheid. Geplaatst 4 februari 2022 door ZiPredactie ‘Al zes jaar laat de overheid bedrijven hun gang gaan met het inhuren van schijnzelfstandigen, terwijl sprake is van werkgeverschap. Dat is ook keer op keer bekrachtigd in rechtszaken die wij hebben aangespannen tegen die bedrijven. Wij willen deze makkelijke ontsnappingsroute nu eindelijk gedicht hebben.’ Dat zegt Zakaria Boufangacha, vicevoorzitter FNV, in een toelichting op de brief (zie hier) die de vakbond naar betrokken bewindspersonen Van Gennip en Van Rij heeft gestuurd. In de brief dreigt de vakbond een procedure tegen de Staat te beginnen. Wet DBA De Wet DBA werd in 2016 door toenmalig staatssecretaris Wiebes de facto in de ijskast gezet, nog voordat deze daadwerkelijk van kracht werd. In afwachting van een alternatief werd de handhaving opgeschort. Met uitzondering van ‘kwaadwillende’ bedrijven. Het is het vorige kabinet niet gelukt om met een vervanging voor de Wet DBA te komen. De handhaving is wel mondjes maat opgevoerd, maar het gaat de FNV veel te langzaam. Vanaf 2019 heeft FNV er herhaaldelijk bij de overheid op aangedrongen de wet DBA te handhaven. Dat deed de vakbond na gerechtelijke uitspraken waarin werd bepaald dat de bezorgers van maaltijdbezorger Deliveroo geen zelfstandigen waren, maar recht hadden op een arbeidsovereenkomst en de cao op hen moest worden toegepast. Rechtszaken De vakbond wijst er op dat ze ook in hoger beroep een rechtszaak tegen Deliveroo gewonnen hebben (zie hier) net als procedures tegen zoals Uber en Helpling. Daarnaast heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie in een rapport over Temper vastgesteld dat er sprake is van arbeidsovereenkomsten, omdat Temper feitelijk een uitzendbureau is (zie hier). Boufangacha: ‘Bij de Deliveroo-uitspraak van drie jaar geleden had de overheid al kunnen en moeten ingrijpen, omdat de uitspraak van de rechter duidelijk maakte dat de maaltijdbezorgers geen zelfstandigen zijn. Maar omdat de overheid dat toen niet deed, konden platformbedrijven doorgaan met het afschuiven van hun werkgeversverantwoordelijkheid op maaltijdbezorgers, schoonmakers, taxichauffeurs en horecapersoneel. Het werkt totaal ondermijnend voor de arbeidsmarkt én de rechtstaat als rechterlijke uitspraken niet worden opgevolgd. Arbeidsrelaties zijn aan regels gebonden, anders wordt het een wildwest. Procedure tegen de Staat De FNV overweegt nu een rechtszaak tegen de Staat vanwege het, inmiddels heel urgente, belang van een snelle oplossing. In de brief schrijft de vakbond vóór 17 februari een adequate reactie van de minister en staatssecretaris te verwachten. Dat is – niet toevallig – precies een dag eerder dan dat de minister aan de Kamercommissie Sociale Zaken komt uitleggen wat haar plannen voor de komende vier jaar zijn. ‘Als die er niet komt, overwegen we een procedure tegen de Staat wegens het stelselmatig tekortschieten van de handhaving en het wanbeleid wat de overheid tot nu toe rond de schijnzelfstandigen heeft laten zien’, aldus Boufangacha. Kabinet aan zet In het regeerakkoord belooft het kabinet om zowel meer ‘duidelijkheid’ te geven over de status van zzp’er én om de ‘betere’ handhaving. Hoe die duidelijk vorm te geven en wat nu precies betere handhaving is, dat zullen Van Gennip en Van Rij nog helder moeten maken. Voor de VVD staat vast wat de volgorde moet zijn: eerst meer ‘duidelijkheid’, dan pas meer handhaving. Helderheid voor zelfstandigen, dat heeft voor Judith Tielen, Kamerlid voor de VVD, prioriteit. “Daar hamer ik al twee jaar op en die helderheid moet er ook als eerste komen. Zonder die helderheid kan je niets anders doen, ook de handhaving niet opstarten. Daar blijf ik van uitgaan.” zo zei VVD kamerlid Judith Tielen eerder tegen ZiPconomy. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags deliveroo, FNV, platform, wet dba | 3s Reacties
Drie jaar VvDN: ‘We zijn een end op streek, maar er is nog veel te doen’ Geplaatst 4 februari 2022 door Arthur Lubbers Alliantie van Werk Afgelopen jaar heeft de VvDN het 70e lid mogen verwelkomen. De branchevereniging groeit gestaag door en heeft in drie jaar tijd naam gemaakt. De kiem werd gelegd in 2017, legt Peter Hulsbos (secretaris VvDN uit). In een streven alle flexvormen te bundelen, richtte de ABU het Brede Huis van Werk (later Alliantie van Werk) op. Dit gebeurde nadat de ABU zelf het besluit had genomen zich uitsluitend te richten op uitzendbureaus en payrollbedrijven. De gedachte was vertegenwoordigers van andere vormen van flexdienstverlening bijeen te brengen in dit ‘brede huis van werk’. Daardoor ontstaat immers een veel sterkere lobbykracht richting Den Haag en Brussel. Dat is overigens niet helemaal gelukt; zo is er geen specifieke vertegenwoordiging van werving- en selectiebureaus en ook is het MSP-netwerk niet echt van de grond gekomen. Wel is I-ZO (voorheen Platform voor zzp-dienstverleners) ontstaan uit de Alliantie van Werk, weliswaar naast andere zzp-belangenorganisaties. Voor detachering ontstond de enige branchevereniging in Nederland: de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Detacheren is anders dan uitzenden De VvDN werkt dus samen met de brancheorganisatie van uitzenders ABU, maar vaart haar eigen koers. Bij detacheringsbureaus is van oudsher weinig animo om zich aan te sluiten bij de ABU. Er is namelijk altijd een spanningsveld geweest tussen detacheren en uitzenden. “Detacheren is wezenlijk anders dan uitzenden.” Op initiatief van meerdere betrokkenen ging Hulsbos als ‘verkenner’ op pad om te inventariseren of er interesse was bij detacheerders in een eigen gezamenlijke vertegenwoordiging. “Ik ben bij DPA, Brunel, Maandag, maar ook kleinere bureaus langs gegaan en tot mijn verbazing zeiden die vrijwel allemaal dat die behoefte er wel degelijk was. Met als argumenten de complexere arbeidsmarkt en de – ook toen al – discussie over wet- en regelgeving, waarbij tot ergernis van de bureaus zij niet als partij werden gezien en niet aan tafel zaten.” De behoefte bij detacheerders om uit te leggen waarom wij anders zijn is groot. – Peter Hulsbos Platform voor detacheerders Uiteindelijk zijn vijf, zes van deze bureaus, aangevuld met ABU-leden Driessen, Yacht (Randstad), Ajilon (Adecco), USG (Professionals) en Experis (Manpower) in 2018 gestart als platform voor detacheerders. Het was voorzichtig aftasten, vertrouwen winnen, want in de detacheringsmarkt was het altijd ieder voor zich; de concurrenten kenden elkaar niet of nauwelijks en van enige samenwerking was geen sprake, weet ook Marcel van den Bekerom (vice-voorzitter VvDN). “Dat vertrouwen krijgen in elkaar is goed gelukt. Dat komt ook doordat de structuur van de VvDN zo is ingericht dat veel verschillende leden in commissies – voor themabijeenkomsten, CAO, goed werkgeverschap, et cetera – continu met elkaar samenwerken en er veel tijd en energie in stoppen om ergens te komen. Ze leren elkaar beter kennen en dat trekt anderen aan. Dan krijg je een olievlekwerking.” Gemeenschappelijk belang detacheerders “De behoefte bij detacheerders om uit te leggen waarom wij anders zijn is groot”, zegt Hulsbos. Het succes van de VvDN ligt in het besef dat er een gemeenschappelijk belang is voor detacheerders. Flex staat al langere tijd in een negatief daglicht en detacheerders, hoewel zij geen flexwerkgevers zijn, worden in de politiek-maatschappelijke discussie al gauw op één hoop gegooid met ‘foute flex’. Detachering wordt in de hoek van uitzenden geduwd en detacheerders willen nou juist weg uit de hoek van uitzenders. Want de verwachte strengere wetgeving voor uitzenden (Borstlap: alleen bij ‘ziek en piek’) dreigt ook detachering te raken. Door de driehoeksrelatie opdrachtgever-werknemer-werkgever valt detacheren onder de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (WAADI), en wordt het dus als uitzenden gezien. De strengere regels rondom uitzenden zouden dan ook voor detachering gaan gelden. Hulsbos: “Bij detacheerders leeft heel sterk het gevoel dat we samen duidelijk moeten maken dat dit beeld niet klopt; detacheren heeft een eigen gezicht en de wetgever zou dat moeten erkennen.” De belangrijkste doelstelling van de vereniging is dan ook: streven naar een wettelijke en/of breed gedragen maatschappelijke erkenning van de detacheerder als dienstverlener en goed werkgever. Lees ook: De donkere wolk boven de zonnige toekomst voor detacheren Onbekendheid detacheringsvak Maar voor het zover is, is er nog een lange weg te gaan. “De politiek in Den Haag kent ons niet”, besefte ook Maikel Pals – tot voor kort voorzitter – enkele jaren geleden al. “Er was destijds al discussie over de zzp-wet (Wet DBA). Daar hebben wij als detacheerders eigenlijk weinig mee te maken. Maar na een bericht van de NOS ben ik uitgenodigd door toenmalig staatssecretaris Wiebes (Financiën). In de eerste paar zinnen noemde hij ons eerst payrollers, vervolgens uitzenders… terwijl ik daar kwam om over detachering te praten. Toen besefte ik hoe weinig kennis er is bij beleidsmakers over het detacheringsvak.” De noodzaak voor een eigen branchevereniging is volgens hem dan ook groot, gezien de onbekendheid met detachering, zowel maatschappelijk als in Den Haag. Marktmonitor VvDN Detachering moest hoog nodig op de kaart gezet worden, daarvan waren de detacheerders wel overtuigd. En dus is in januari 2019 de oprichtingsakte opgesteld en ging de VvDN officieel van start. De kick-off was de oprichtingsbijeenkomst met 100 man in de zaal waar de resultaten van een onderzoek naar de detacheringsmarkt (in opdracht van ABU, ABN AMRO en PwC) werden gepresenteerd. Van den Bekerom: “Dat was voor het eerst dat we echt data hadden en inzicht kregen in de omvang van de detacheringsmarkt.” Dat heeft de basis gelegd voor de VvDN Marktmonitor die nu elk kwartaal wordt gepubliceerd. Inmiddels is de VvDN Marktmonitor in korte tijd een belangrijke informatiebron in de markt geworden. Lees ook: Detacheerders hebben volop werk en zien omzet flink stijgen Eigen CAO voor detacheerders Passend bij het bedrijfsmodel willen detacheerders ook een eigen arbeidsvoorwaardenbeleid kunnen voeren. Nu moeten detacheerders nog de CAO voor uitzendkrachten volgen en de daarbij behorende inlenersbeloning. Dat is Hulsbos een doorn in het oog. “Het is raar dat je als werkgever tegen je eigen werknemer moet zeggen ‘voor je opdracht in Amsterdam krijg je X, maar voor je volgende opdracht in Utrecht krijg je iets minder.” Er wordt op dit moment hard gewerkt aan het opzetten van een eigen CAO voor detacheerders. De hoop is dat dit in de loop van 2022 gaat lukken. Hulsbos weet dat veel detacheerders daarop zitten te wachten en verwacht dat dit de gewenste groei in ledenaantal een boost zal geven. Maar ook nu al groeit het ledenaantal nog steeds door. Eigen juridische positie van detacheren “We zijn een end op streek met de CAO, maar er is nog veel te doen”, zegt Van den Bekerom. De eigen CAO moet volgens hem de opmaat zijn tot een wettelijke verankering van detacheren. “Op korte termijn willen we een eigen CAO zien af te sluiten. Verder in de toekomst willen we toewerken naar eigen juridische positie van detacheren.” Dat is actueel omdat het nieuwe kabinet zich zal gaan buigen over de arbeidsmarkt met de aanbevelingen van de Commissie Borstlap en het SER-advies als uitgangspunt. “Komt detacheren in rijbaan één (werkgever) of toch rijbaan drie (uitzenden)? Blijft detacheren überhaupt onder de WAADI vallen?“ Van den Bekerom “Die twee perspectieven zijn natuurlijk heel belangrijk voor alle detacheerders. Als dat goed geregeld is, kunnen zij veel beter invulling geven aan hun rol als werkgever.” Lees ook: Johan Zwemmer (Commissie Borstlap): ‘Detacheerder is werkgever, geen flexleverancier’ Detachering zou wel eens een van de meest passende werkvormen op de moderne arbeidsmarkt kunnen worden. – Marcel van den Bekerom Werkgevers van de toekomst Met een eigen position paper laat de VvDN aan Den Haag zien dat zij een professionele branchevertegenwoordiger is die serieus genomen dient te worden. Hulsbos ziet detacheren als ‘the best of both worlds’; zekerheid voor de werkende, flexibiliteit voor de opdrachtgever. Van den Bekerom vult aan: “Wij hebben iets unieks in handen als detacheerders. De politiek streeft naar ‘meer vast en minder flex’ en wij bieden juist die zekerheid aan onze mensen. Hét voordeel van detacheren is dat wij vaste contracten bieden en veel investeren in kennisdeling, opleiding en ontwikkeling van medewerkers. Én we voorzien in de behoefte aan tijdelijke capaciteit en expertise (hoogwaardige kennis) bij opdrachtgevers. We bieden daarmee een duurzame oplossing voor de schaarste op de arbeidsmarkt. Detachering zou dus wel eens een van de meest passende werkvormen op de moderne arbeidsmarkt kunnen worden.” Hulsbos wijst op het grote belang van continue opleiding en ontwikkeling: “Investeren in ontwikkeling van werkenden – dat zit in het businessmodel van detacheerders. Niet alleen in trainees, maar ook in HBO+’ers die hun deskundigheid op peil moeten houden. Detacheren bestaat bij de gratie van investeren in ontwikkeling van mensen.” Niet voor niets investeren detacheerders minstens 3-4% van hun loonsom in opleiding en ontwikkeling (kwaliteitseis VvDN), veel meer dan de gemiddelde werkgever. Van den Bekerom sluit zich daar volledig bij aan. “Detacheren is precies wat de BV Nederland nu nodig heeft. Dat beeld, die boodschap, kunnen we nu veel beter overbrengen als VvDN.” Lees ook: Factsheet VvDN Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags detachering, VVDN | Laat een reactie achter
In drie van de vier zorgsectoren daalt inhuur externen. Maar dat is niet het hele verhaal. Geplaatst 3 februari 2022 door ZiPredactie De inhuur van extern personeel bij ziekenhuizen, de GGZ en de gehandicaptenzorg is in 2020 gedaald. Alleen in de VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) lag het percentage inhuur hoger dan in het jaar daarvoor. Dat blijkt uit een analyse van Intrakoop van de financiële cijfers uit de jaarverslagen van zorginstellingen. Intrakoop is de grootste inkoopcoöperatie van de zorg in Nederland. Meer inhuur in 2021 en 2022 Maar van een trendbreuk is volgens Frederieke Smidt Crans, directeur van Flexhuis, geen sprake. Ze ziet het percentage in 2021 en 2022 weer boven het niveau van 2020 liggen. Personeelskosten zorginstellingen Intrakoop bekeek alle kosten van zorginstellingen over een periode van tien jaar (2011-2020). De sector heeft te kampen met fiks oplopende personeelskosten en extra kosten voor flexibel personeel. Tussen 2011 en 2020 namen de totale personeelskosten in de ouderenzorg, thuiszorg, gehandicaptenzorg en GGZ met bijna 50% toe. Ziekenhuizen waren in 2020 zo’n 40% meer kwijt aan kosten voor personeel dan 10 jaar geleden. Samen waren de vier grote zorgsectoren in 2020 maar liefst € 50 miljard kwijt aan personeelskosten. Personeel niet in loondienst Onderdeel van die kosten voor personeel, is het ‘personeel niet in loondienst (PNIL)’. Dat kunnen uitzendkrachten of zzp’ers. Vooral in de caresector moeten zorginstellingen steeds dieper in de buidel tasten om de roosters kloppend te krijgen bij een groeiend aantal moeilijk vervulbare vacatures, zo constateert Intrakoop. In ouderenzorg gaat inmiddels bijna 10% van de totale personeelskosten van € 16,1 miljard naar personeel dat niet in loondienst is. In de gehandicaptenzorg en GGZ is dat zo’n 8%, in ziekenhuizen is dit aandeel met 5,2% een stuk lager. Lees ook: Meer inhuur in de zorg? Vooral de Belastingdienst profiteert. Daling in 2020 incidenteel De cijfers van Intrakoop laten zien dat in drie van de vier sectoren er in 2020 flink minder geld werd uitgegeven aan extern personeel. Dat komt vooral door de coronacrisis, zo legt Frederieke Smidt Crans, directeur van Flexhuis, uit. Haar bedrijf ondersteunt organisaties bij het inhuren van extern personeel. “Veel poliklinieken in bijvoorbeeld de ggz waren tijdens de lockdown gesloten. Zorg in het ziekenhuis werd afgeschaald, vooral ook in OK’s waar extern personeel relatief duur is.” Personeel dat extra nodig was, zat juist in functies waar de tarieven wat lager liggen. Vraag naar externe inhuur groeit Schmidt Crans zag in 2021 de vraag naar extern personeel alweer flink oplopen. “Hier is sprake van een inhaalslag.” Die zal ook in 2022 doorzetten, verwacht ze. Van een trendbreuk richting minder inhuur, is volgens haar dan ook geen sprake. Dat komt niet alleen omdat er meer mensen nodig zijn. Het rapport van Intrakoop laat ook zien dat het ziekteverzuim sinds 2014 elk jaar verder stijgt, maar ook dat de tarieven van bureaus stijgen, zegt Schmidt Crans. Lees ook: Flexibilisering bedreiging voor duurzaam werkgeverschap in zorgsector Zzp’ers in de ouderenzorg Vooral in de ouderenzorg – waar ook in 2020 het aandeel ‘kosten van personeel niet in loondienst’ opliep – speelt mee dat het aantal zzp’ers stijgt. “In de ziekenhuizen werkt een groep zzp’ers die dat vaak al jaren doet. Daar zie je nauwelijks een stijging van zzp’ers. Maar in de ouderenzorg zie je wel echt een groei, met name bij helpende en verzorgende functies.“ Photo by Luis Melendez on Unsplash Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags cijfers, inhuur, personeelskosten, zorgsector | Laat een reactie achter