Maandelijkse archieven: december 2021

Brussel wil meer rechten voor platformwerkers, komt woensdag met een richtlijn

Brussel wil platformwerkers dezelfde rechten geven als werknemers, blijkt volgens de Britse krant The Financial Times uit een vertrouwelijk conceptvoorstel van de Europese Commissie.

Conceptrichtlijn: lidstaten bepalen criteria werknemerschap

Zzp’ers die werken via taxiapp Uber, klusplatform Roamler of schoonmaakapp Helpling moeten automatisch dezelfde rechten krijgen als werkenden in loondienst. Dat geldt ongeacht wat in hun contract staat. Lidstaten moeten zorgen dat deze platformwerkers recht hebben op zaken zoals ontslagbescherming, sociale zekerheid en minimumloon.

Het is aan de lidstaten van de Europese Unie (EU) zelf hoe zij de richtlijn omzetten in eigen arbeidswetgeving. Lidstaten bepalen bovendien zelf de criteria om werknemers van zzp’ers te onderscheiden. Dat kan nog een flink probleem worden: Nederlandse politici worstelen al meer dan 20 jaar met de vraag wanneer een opdrachtgever een zelfstandige mag inhuren.

De gevolgen zijn bovendien afhankelijk van welke definitie de EU gebruikt voor ‘platformenbedrijven’. Dat is vooralsnog onduidelijk.

Debatteren tot woensdag

Wat er in de definitieve Europese richtlijn staat, wordt aanstaande woensdag bekend. Volgens het FT wordt er namelijk nog flink over gedebatteerd.

Lees ook: Europese Unie wil platformeconomie reguleren

Een aantal platformbedrijven is fel tegen deze conceptrichtlijn. MoveEU vertegenwoordigt onder andere taxi-apps Uber en Freenow. Volgens deze partij zorgt de richtlijn alleen maar voor ‘meer wettelijke onzekerheid en geschillen. En dat leidt tot minder werkgelegenheid voor honderdduizenden platformwerkers in Europa.’

Ministers pleiten voor omgekeerde bewijslast

Ook een groep ministers van acht EU-lidstaten is tegen het concept. In een open brief noemen ze het een ‘afgezwakte oplossing’. Ze willen dat Brussel definitief een einde maakt aan schijnzelfstandigheid in de platformeconomie.

Het businessmodel van platformbedrijven die met echte zzp’ers werken kan blijven bestaan, als zij bewijzen dat er geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie.

“Verplaats de bewijslast van de werkenden naar het digitale platform”, adviseren zij. “Wie voor een platformbedrijf werkt is werknemer, tenzij het platform kan bewijzen dat het gaat om zelfstandig ondernemerschap. Dit voorkomt misverstanden. Bovendien betekent het niet dat alle werkenden in dienst zijn. Het businessmodel van platformbedrijven die met echte zzp’ers werken kan blijven bestaan, als zij bewijzen dat er geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie.”

De brief is ondertekend door ministers uit België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Nederland (Partij van de Arbeid en Groenlinks).

Modern werkgeversgezag

De Europese Commissie benadrukt in de conceptrichtlijn dat na diverse rechtszaken bleek dat de arbeidsrechtelijke status van veel platformwerkers niet klopte. In het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Griekenland en Nederland oordeelden rechters dat platformwerkers geen zzp’ers zijn, maar werknemers van het platformbedrijf.

In september oordeelde de rechtbank Den Haag bijvoorbeeld dat taxi-app Uber zijn chauffeurs in moet dienst nemen, want zij rijden onder ‘modern werkgeversgezag’ via de app. En al eerder dat bezorgers van maaltijdbezorgingsbedrijf Deliveroo recht hebben op een arbeidsovereenkomst.

Het gaat hierbij specifiek om platformen waarbij werkenden afhankelijk zijn van het algoritme van het platform. De app bepaalt werktijden en beloning, platformwerkers kunnen niet onderhandelen over tarieven en voorwaarden.

Regulering van platformen in Europa

Ondertussen hebben Europese overheden moeite de platformeconomie te reguleren. Zo geldt in Spanje een nieuwe wet die ervoor zou moeten zorgen dat Deliveroo, Glovo en Uber Eats hun maaltijdbezorgers in dienst nemen. In plaats daarvan pasten de bedrijven hun contracten aan of besloten via bemiddelaars te werken. Deliveroo vertrok zelfs volledig uit Spanje, waardoor sommige platformwerkers inkomen verloren.

Lees ook: Potentie en problemen van de platformeconomie

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , , | 1 Reactie

“Als je mee wil doen in deze arbeidsmarkt, moet er voor elke kandidaat aandacht zijn”

Gusta Timmermans heeft ruim 25 jaar ervaring in het recruitmentvak en adviseert sinds 2018 organisaties over hun vraagstukken rond recruitment en employer branding. Haar kennis en ervaring verwerkte ze tot praktische tips in het Handboek Recruitment & Employer Branding. Daarin vertrekt ze vanuit het Total Talent Acquisition Model als een checklist voor organisaties. Waarin zit volgens haar de meerwaarde van dit model en van de integratie van vast en flex?

We lezen elke dag krantenkoppen over schaarste op de arbeidsmarkt. Wat gebeurt als de BV Nederland zijn recruitment niet op orde krijgt?

Dan is er geen economische groei meer. En het bedrijf dat het geld heeft, krijgt de mensen. Ik zie een tweedeling ontstaan in de hele maatschappij: wat we op de woningmarkt zien, gebeurt nu ook op de arbeidsmarkt.
Niet alleen recruitment moet op orde zijn, er moet ook het nodige veranderen bij bedrijven. Anders schiet het niet op dat een recruiter zijn uiterste best zit te doen. Wat ik soms aantref bij bedrijven is schrikbarend. Ik gaf onlangs een interview over ‘ghosting’ door sollicitanten. Mensen komen soms gewoon niet meer opdagen voor een sollicitatiegesprek, omdat ze al een ander aanbod hebben. Een doorlooptijd van zestig dagen in een sollicitatieprocedure, dat kan nu natuurlijk niet meer. Net zo min als de vraag: “Waarom wil je bij ons werken?” Mensen hebben al interesse getoond in je bedrijf. En wil je ook werven voor de toekomst, dan kom je er niet met alleen maar een Employer Branding campagne. Want wat maakt dat mensen bij jou willen werken? Dat zijn de mensen die er al werken. Engagement, ook in tijden van COVID, dat is zo onderschat.

Jouw boek is geschreven voor recruiters, ondernemers en HR-professionals. Dat zijn drie verschillende doelgroepen. Voor wie is het boek vooral bedoeld?

Voor de HR-directeur, want die moet recruitment op de agenda van de directie zetten. Die recruiter zou de kennis uit het boek al moeten hebben, maar bij directies ontbreekt het daar nog vaak aan. Natuurlijk is er wel een strategische personeelsplanning, een visie over ‘wie hebben we nodig in de toekomst?’. Maar de vertaalslag naar de praktijk kan niet worden gemaakt door een recruiter die alleen maar vraag en aanbod bij elkaar brengt. Je moet daarvoor ook een recruitment businesspartner hebben of een talent acquisition specialist, die breder kijkt en ook bijdraagt aan het bedrijfsresultaat.

Wat is dat dan volgens jou, Total Talent Acquisition?

Total Talent Acquisition gaat voor mij over ‘one stop shopping’ vanuit de organisatie: er is een capaciteitsvraag en die bied je aan via diverse kanalen, alles door elkaar: intern & extern, vast of flex. Organisaties moeten op zoek gaan naar de juiste persoon op het juiste moment met de juiste contractvorm, passend bij die persoon. Ze hebben daarbij natuurlijk wel een bandbreedte, en er zijn beperkingen zoals de wet DBA.

Vroeger hadden bedrijven als credo: ‘de klant centraal’. Nu moet het zijn: ‘de kandidaat centraal’.

Een recruiter vraagt eerst aan de vacaturehouder: ‘hoe wil je je werk organiseren en wie heb je daarvoor nodig?’ En kijkt pas later naar de contractvorm. Dan kan een recruiter ook zijn marktkennis toevoegen en bijvoorbeeld aangeven dat er voor bepaalde functies geen vaste mensen beschikbaar zijn.
Een recruiter kijkt naar het hele proces en naar alle beschikbare capaciteit, zowel binnen als buiten de organisatie en zowel goedkoop als duur. De manager komt op korte termijn met al die capaciteitsaanvragen en de recruiter kijkt eerst intern – naar talentenpool, stagiaires, studenten – en dan verder, naar de hele keten. En soms heb je dure mensen nodig, en soms krijg je ze goedkoop.

Is het werven van vast en flex wel te combineren? Het zijn toch vaak heel gescheiden werelden, zijn inhuur en recruitment niet gewoon twee aparte vakgebieden?

De doelgroep is anders, maar het proces, de automatisering en marktbewerking, kan hetzelfde zijn. Je hebt alleen natuurlijk wel een andere boodschap, en een andere benadering van de markt. Ik geloof dat je als opdrachtgever of bureau wel vanuit je propositie naar de markt moet werken. De benadering van vaste managers is anders dan die van interimmanagers. En dan gaat het om arbeidsmarktcommunicatie. Maar je moet als organisatie wel alle kanalen open hebben. Denk dan ook bijvoorbeeld aan een zzp-portal, open hiring, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Al die kandidaten bij elkaar houden in een database en echt AVG-proof aan Total Talent Management doen, dat doet nog bijna niemand. Daar kan de BV Nederland nog wel wat leren.

Uiteindelijk gaat werven toch om contact leggen met een persoon. Hoe kijk jij naar het spanningsveld tussen het persoonlijke, individuele contact met een kandidaat en het grote algemene systeem van Total Talent Acquisition?

Vroeger hadden bedrijven als credo: ‘de klant centraal’. Nu moet het zijn: ‘de kandidaat centraal’. Want zonder die goede kandidaat kun je ook die klant niet bedienen. Je moet dus kijken naar het individu, maar ook allerlei soorten kandidaten de mogelijkheid geven om kennis met je organisatie te maken. Laat mensen langskomen, laat ze een halve dag meelopen en laat ze kennis maken met de medewerkers. Laat ze niet allemaal eerst een game-like assessment doen voor ze ‘in het bakje komen’, zoals bij sommige grote corporates. En als je jonge mensen wilt aantrekken, lukt dat waarschijnlijk niet met starre ideeën als: “Hier kunnen mensen niet parttime werken.”
Voorkeuren – van kandidaten en opdrachtgevers -veranderen soms. Vroeger wilde niemand jobhoppers, nu is dat bijna de norm. Bedrijven blijven heel erg in oude patronen hangen. Het gaat erom dat je kandidaten niet uitsluit door ze in hokjes te plaatsen, dat je de selectie objectief maakt op competenties en persoonlijkheid. Maar uiteindelijk is werving en selectie nog altijd een kwestie van: “post and pray”, alleen nu niet meer in de krant maar online.

Bedrijven blijven heel erg in oude patronen hangen. Het gaat erom dat je kandidaten niet uitsluit door ze in hokjes te plaatsen.

De vakgebieden recruitment en inhuur ontwikkelen zich allebei, maar komen beperkt bij elkaar. Wat kan inhuur leren van recruitment en recruitment van inhuur?

De meeste bedrijven hebben hun flexbeleid toch bij inkoop zitten. Daar zit wel een knip. Maar als je een goed flexbeleid hebt, een van de strategische pijlers, dan kun je ook veel beter anticiperen op de bewegingen in je bedrijf. De werkwijze, hoe je inhuur vervolgens organiseert, is eigenlijk recruitment. Inhuur kan veel leren van recruitment aan de voorkant en recruitment kan leren van de structuur en de contractvormen en de benchmarks en contractuele afspraken met de inhuurders. Als je die werelden bij elkaar brengt, dan leer je van elkaar. Het grootste voordeel voor inkoop om recruitment erbij te halen is attractiviteit. Je bereikt een veel grotere doelgroep. Voor mij is dat onderdeel van je totale strategie.

Twee jaar geleden deed ZiPconomy een onderzoek naar de integratie van vast en flex in Employer Branding. We schrokken ervan hoe weinig aandacht bedrijven daarvoor hebben, hoe weinig portals of landingspagina’s ze hebben voor interim professionals. Wat vind jij daarvan?

Je ziet inderdaad nog weinig landingspagina’s voor flex-opdrachten, die zijn allemaal verdwenen. Dat vind ik ook een gemiste kans. Bedrijven moeten al die kanalen open houden. En als er teveel reacties op vacatures zijn, kunnen ze sommige stappen in het wervings- en selectieproces ook makkelijk automatiseren of afschaffen. Ik adviseer bijvoorbeeld: schaf die motivatiebrief af, maar stel een gerichte vraag aan kandidaten en ga echt in gesprek. “Zeg het maar, wat past er bij jou? Wil je vast of flex?” Maar dat vinden veel organisaties nog eng.
Als je mee wil doen in deze arbeidsmarkt, dan moet er voor iedereen aandacht zijn. Daarvoor is de ‘werken bij-pagina’ het kanaal, dat is je landingspagina. En ook met alle content daaromheen kun je weer goede kandidaten aantrekken. Je kunt wel kiezen voor verschillende landingspagina’s voor vast en flex, maar dan moeten ze samenkomen onder een paraplu. De doelgroepencampagnes moeten wel specifiek zijn, maar daarna moeten beide doelgroepen terecht komen op je site. Anders sluit je kandidaten uit die nog twijfelen tussen vast en flex.
Als je HR-directeuren in een kamer zet, zeggen ze allemaal: ‘flex is voor ons even belangrijk als vast’. Maar inderdaad, wij zien het niet in de praktijk. Ook onboarding van flexwerkers moet bijvoorbeeld een onderdeel zijn van je organisatiestrategie. Als je daarin investeert, en mensen laat voelen dat ze echt gewild zijn, dan wegen de baten op tegen de kosten. Want ook je ingehuurde externen zijn je ambassadeurs.


Gusta Timmermans heeft ruim vijfentwintig jaar ervaring in het recruitmentvak. Door haar jarenlange ervaring in de uitzendbranche, als mede-eigenaar van een wervings- en selectiebureau en haar ervaring als hoofd recruitment bij ING Nederland en ING wereldwijd heeft ze zich ontwikkeld tot een expert op haar vakgebied.

Als strategisch consultant helpt Gusta organisaties met hun uiteenlopende recruitment en employer branding vraagstukken.

Haar ruime ervaring verwerkte ze tot strategische, tactische en praktische tips in het Handboek Recruitment & Employer Branding. Deze ‘vraagbaak voor recruiters, ondernemers en hr-professionals’ beantwoordt onder meer de volgende vragen:

– Hoe maak je een recruitmentstrategie?
– Wat zijn de voor- en nadelen van outsourcing?
– Een wirwar aan tools en innovatie, hoe kies je de juiste?
– Wat is het belang van employer branding?
– Hoe bereik je je doelgroep?
– Hoe voer je een goed selectiegesprek?

Het handboek is te bestellen via Managementboek.nl


 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Drie kansen voor online platformen in de flexbranche

Online platformen – digitale marktplaatsen waar vraag en aanbod bij elkaar worden gebracht – zijn razend populair. Ook in de flexbranche. Met name op het gebied van werk waar weinig inwerktijd voor nodig is, zie je op dit moment al dat opdrachtgevers en opdrachtnemers steeds vaker direct online aan elkaar gematcht worden. Snel, slim en transparant. Een intercedent komt hier niet meer aan te pas. Als een concept aanslaat, schaalt een platform als een malle. De potentie kán enorm zijn.

Eerst de reality check

Nu denk je misschien: oké, let’s go! Realiseer je dan dat een online platform nooit een doel op zich is. Een platform is niet de oplossing voor alles, en het werkt alleen als je waarde toevoegt voor zowel de vraag- als aanbodkant. Daarnaast werkt de platformbusiness heel anders dan wat je uit de offline wereld gewend bent. Het is misschien hetzelfde spel, maar de spelregels zijn online totaal anders. In mijn volgende artikel voor ZiPconomy lees je meer over de belangrijkste valkuilen voor platformen in de flexbranche.

Je ontmoedigen is het laatste dat ik wil, maar een goede reality check is wel op zijn plaats. Dus overweeg je om een online platform te beginnen? Bekijk jezelf in de spiegel en vraag je eerst af of het past bij wat je wil bereiken. In een eerder blog beschreef ik hoe je de reality check aanpakt.

Drie kansen

Kom je door de reality check en overweeg je een online platform? Als je het mij vraagt zijn er dan drie kansen voor de flex- en uitzendbranche.

1.Kies je niche. Een niche kan zijn: een specifieke markt. Een goed voorbeeld hiervan is Fring. Dit platform richt zich op vraag en aanbod van freelancers voor digital agencies en op beschikbaarheid. Het helpt opdrachtgevers hun flexpool te voorspellen, en dat is precies waar zij in deze branche behoefte aan hebben; het plannen en managen van sprints en langer lopende projecten. En het voordeel voor de aangesloten freelancers is dat ze via Fring een relatie opbouwen met opdrachtgevers. Het maken van de juiste match staat centraal, en er is een win-win voor zowel de vraag- als de aanbodkant van het platform. En omdat Fring hiermee slim inspeelt op een behoefte in een heel specifieke markt, loopt het als een trein.

Een niche kan ook zijn: het type klussen dat je aanbiedt. YoungOnes is er alleen voor kortdurende, incidentele dagklussen. Het gaat vaak om werk dat weinig inwerken vereist, en is daardoor met name in trek bij studenten (de gemiddelde leeftijd is 22 jaar). En ook dat werkt: YoungOnes was één van de eerste platformen die deze handschoen oppakte.

Kortom: het kiezen voor een niche biedt kansen. Het maakt je uniek, en je kunt waarde toevoegen. Het is dan natuurlijk wel belangrijk dat je eerst weet of iemand wel op jouw idee zit te wachten. Dus: begin altijd met goed marktonderzoek en probeer je idee zo simpel en snel mogelijk te valideren/toetsen bij gebruikers.

2.Van functieomschrijvingen en vacatures naar klussen. Vooral in de uitzendbranche is het werven met uitgebreide vacatures nog aan de orde van de dag. Maar vooral voor jongeren is dit steeds vaker een no go. Zij kiezen meer en meer voor vrijheid. Ze werken het liefst aan losse klussen en projecten met een duidelijke kop en staart. Daar waar zij hun expertise en skills optimaal kunnen benutten. Vacatures invullen wordt lastiger, het invullen van klussen gaat des te makkelijker. Hierover stond al eerder een interessant artikel op dit platform.

Wat mij betreft ligt in het werven op basis van opdrachten de toekomst.

Wat mij betreft ligt in het werven op basis van opdrachten de toekomst. Het online platform Fiverr werkt al zo. Ook het Nederlandse GetJobsDone richt zich volledig op afgekaderde klussen.

Hier ligt potentie. Desondanks is er nog geen enkel platform in Nederland dat zich op deze manier richt op gespecialiseerd, hooggeschoold werk, zoals bijvoorbeeld Fiverr dat al wél doet.

3.Koppel je platform en verdienmodel aan de conjunctuur. Hoe ziet de markt eruit waar je instapt? Vanuit werk- en opdrachtgevers gezien is in de huidige markt veel vraag, en weinig aanbod. Als je dat gat kunt dichten met je platform, dan heb je een jackpot. Qua verdienmodel kies je voor betaling per transactie, of een abonnementsmodel waarmee opdrachtgevers voor een bepaalde periode toegang hebben.

Keerzijde van deze invalshoek is dat de markt ook weer omkeert. Hoe flexibel kun jij dan zijn? Als je alles nu inricht op veel vraag bij opdrachtgevers en weinig aanbod van arbeidskrachten, val je om als het tij keert. Zorg voor een model dat ook stand houdt als de markt draait. Temper – platform voor flexkrachten in de horeca – deed dat super goed tijdens de lockdowns. Ze waren vooral sterk in de horeca, daar was vóór de lockdowns een enorme krapte. Die focus gooiden ze overboord door zich ook op klussen in retail en logistiek te richten. En hoppa: ze bléven relevant. Credo is dus: zorg dat je wendbaar bent, flexibel. Zorg dat je de digitale infrastructuur ‘ownt’, de knowledge in huis hebt zodat je kunt switchen als dat nodig is.

Conclusie

Er ligt nog een wereld aan kansen open voor online platformen in de flex- en uitzendbranche. Dat betekent niet dat alles werkt, of dat je wat je offline al deed simpelweg kunt vertalen naar online. De potentie en het succes van een online platform zitten ‘m erin dat je slim inspringt op de behoeften van zowel vrager als aanbieder. En dat je waarde toevoegt, en blijft toevoegen. Dan zou je, met de drie genoemde insteken, zo maar eens een plan voor een succesvolle online marktplaats in handen kunnen hebben.

Wout Withagen is directeur van Freshheads. Samen met Joost Gielen, founder van Werkspot.nl schreef hij het boek ‘Bouw een succesvolle online marktplaats’, dat vorig jaar verscheen.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter

”Het aandeel flex is enorm toegenomen” stelt de SP. Klopt dat?

“We hebben verschillende wetsvoorstellen gehad, maar onderaan de streep is het aandeel flex enorm toegenomen en niet afgenomen.” Zo blikte Bart van Kent, kamerlid van SP, tijdens het eerste deel van het jaarlijkse debat over de begroting van het Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terug op vier jaar beleid van het huidige kabinet en verantwoordelijk minister Wouter Koolmees. Een minister die overigens zijn taken – en dus ook dit debat – heeft overgedragen aan staatssecretaris Wiersma.

Van Kent is duidelijk niet tevreden over het beleid van de afgelopen vier jaar. In het regeerakkoord werden twee wetsvoorstellen aangekondigd die onder meer het aandeel ‘flexwerk’ moest beperken. De vervanging van de Wet DBA (regulering zzp) is inderdaad niet verder gekomen dan de ‘voorstelfase’. De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB, beperken flex-contacten) is er wel gekomen.

Klopt de uitspraak van Van Kent nu dat “het aandeel flex enorm (is) toegenomen en niet afgenomen”?

Om die uitspraak te beoordelen, moeten we eerst even kijken wat nu precies de definitie van ‘flex’ is. Voor het CBS is dat vrij simpel: iedereen die werkt en geen ‘vaste arbeidsrelatie’ heeft valt onder het kopje ‘flex’. Dat zijn dan de mensen met een flexibele arbeidsrelatie (tijdelijk contract, oproep, uitzend) en de zelfstandigen.

Over de afgelopen vier jaar laten CBS cijfers zien dat:

  • Het aantal mensen met een vaste arbeidsrelatie is gestegen van 5.226.000 in het derde kwartaal 2017 (start kabinet Rutte III) naar 5.777.000 nu. Een plus van 551.000 vaste contracten dus.
  • Het aantal mensen met een flexibele arbeidsrelatie is in dezelfde periode gedaald van 1.987.000 naar 1.705.000 personen. Dat zijn dus 282.000 minder flexcontracten.

Wanneer we kijken naar de ontwikkeling per vorm van flexcontract dan zien we dat alle acht varianten die het CBS bijhoudt nu lager liggen dan vier jaar geleden.

Van Kent had het over het ‘aandeel’ flex. Nu:

  • het aandeel mensen met een vast contract is gestegen van 60,7% van de totale werkzame beroepsbevolking naar 64,1%.
  • het aandeel ‘flexcontracten’ is gedaald van 23,1% naar 18,9%.

In hoeverre dit nu een effect van de WAB is, de schaarste op de arbeidsmarkt of het gevolg van corona, valt nog te bezien. Feit is dat dit duidelijke cijfers zijn, die de claim van Van Kent weerleggen.

En de zzp’ers dan?

“Telt u de maaltijd bezorgers, taxi chauffeurs, boodschappen bezorgers, pakket bezorgers, koks, schoonmakers enz enz enz ook mee die als zzp-er moeten werken?” zo reageerde van Kent toen ik bovenstaande cijfers op twitter zette.

Op zich een terechte vraag, want inderdaad zitten de zelfstandigen niet in die cijfers. Het CBS telt alle zelfstandigen wel mee als ‘flex’. Dus ook de zzp’ers die producten verkopen of allerlei vormen diensten aan particulieren en bedrijven leveren die je lastig als ‘flexarbeid’ kunt zien.

Maar goed, even los van deze nuance:

  • Het totaal aantal zelfstandigen is in de afgelopen vier jaar met 125.000 gestegen, 123.000 daarvan zijn zelfstandigen zonder personeel (zzp).
  • Het totaal aantal zelfstandigen zonder personeel, eigen arbeid, (dus zonder hen die producten verkopen) is gestegen met 138.000. De verhouding zzp die (voor) particulieren werken of voor bedrijven is zo ongeveer gelijk gebleven. Die toename is dus ongeveer de helft ten opzichte van de afname van het aantal flexibele arbeidsovereenkomsten. Daarmee daalt het aantal mensen zonder vaste arbeidsovereenkomst.
  • Ten opzichte van de totale werkzame beroepsbevolking is het totaal aantal zzp’ers gestegen van 12,2% naar 13,1%. De resterende 4% zijn zelfstandigen met personeel plus ‘meewerkende gezinsleden.
  • Het aandeel van de ‘zzp’ers, eigen arbeid’ is gestegen van 9,6% in 2017 (Q3) naar 10,7% op dit moment. Zeker een stijging, maar ook hier geldt dat de stijging minder groot is dan de afname van het aandeel flex-contracten.

Kortom: ook als je de groei van alle zzp’ers, of alleen zzp-eigen arbeid, meetelt bij ‘flex’, dan nog is het aandeel ‘flex’ de afgelopen vier jaar niet gestegen maar gedaald.

Gedwongen

Van Kent heeft het ook over ‘als zzp’er moeten werken’.  Hoe zit het dan met de ‘gedwongen’ zzp’ers?

In de onderstaande afbeelding over de startmotieven van zzp’ers is te zien dat ‘dwang’ (‘mijn baas wil het’ of ‘ik kan geen baan vinden’) gedaald is naar het minst voortkomend startmotief.

Bron: “De zzp’ers bestaat wel. Feiten over zelfstandigen zonder personeel”, tabel is op basis analyse ZEA cijfers door Sjanne Marie van den Groenendaal

Op de vraag in de Zelfstandigen Enquête Arbeid (TNO/CBS): ”Als u vrij mocht kiezen, werkt u dan liever in loondienst of als zelfstandig ondernemer?” gaf in 2017 11 procent van de zzp-eigen arbeid aan liever in loondienst te willen werken. In 2019 was dat 11,8%. In 2021 11,6%. Dat is op zich best een substantieel getal. Maar het neemt niet significant toe.

Heeft Van Kent niet toch een punt?

Hoe zit het dan met die “maaltijdbezorgers, taxichauffeurs, boodschappenbezorgers, pakketbezorgers, koks, schoonmakers” waar Van Kent het over heeft?

De opkomst van platformen is natuurlijk een van de trends van de afgelopen vier jaar. Inclusief het feit – tot frustratie van velen in de Kamer – dat de beleidsmakers daar geen grip op hebben kunnen krijgen.

De zorgen over hun positie die Van Kent heeft zijn voorstelbaar.

De platformen en deze platformwerkers hebben ook flink in de publiciteit gestaan. Feit is ook dat de zeven tot tienduizend Uber chauffeurs, een paar duizend Deliveroo riders (let wel: marktleider Thuisbezorgd werkt niet met zzp’ers) en andere fietskoeriers, pakketjesbezorgers (ook dat zijn lang niet allemaal zzp’ers) en een groeiend aantal mensen dat, via bijvoorbeeld Temper, als zzp in de horeca werkt, qua aantallen een beperkt impact hebben op het totaal. Het gros van (ook nieuwe) zzp’ers blijft boven gemiddeld hoog opgeleid en boven gemiddeld tevreden over de werksituatie.

De slotconclusie van deze factcheck: indien Van Kent had gezegd “het aandeel flex is afgenomen, maar er blijven punten van zorg” dan had hij een stuk dichter bij de waarheid gezeten.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Helft van alle zelfstandigen maakt gebruik van zelfstandigenaftrek

In totaal 872.000 zelfstandig ondernemers maakte in 2019 volledig gebruik van zelfstandigenaftrek, blijkt uit nieuwe cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Dat is ongeveer de helft van alle zelfstandigen in Nederland.

Recht op zelfstandigenaftrek

Er waren namelijk 1,6 miljoen zelfstandigen in 2019, waarvan 1,26 miljoen ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB-ondernemer). De rest is bijvoorbeeld directeur-grootaandeelhouder (dga) van een bv. Zij zijn wel zelfstandigen, maar mogen geen zelfstandigenaftrek toepassen.

De rest van de zelfstandigen zonder personeel die geen gebruik maken van de aftrekpost halen het urencriterium niet of verdienen te weinig.

In het rapport ‘De zzp’er bestaat wél’ lees je meer over de verschillende types zelfstandigen en hun relatie met de zelfstandigenaftrek (pagina 23).

Versnelde afbouw zelfstandigenaftrek

Het huidige kabinet is begonnen met afbouw van de zelfstandigenaftrek. Binnen 15 jaar daalt het bedrag van 7.030 euro naar 3.240 euro. Zo wil het kabinet het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandig ondernemers verkleinen.

Die termijn zou wel eens ingekort kunnen worden. Om Europees coronasteungeld te krijgen, moet Nederland namelijk versnelde fiscale hervormingen op het gebied van wonen en werken doorvoeren. Volgens demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra moet de zelfstandigenaftrek verder omlaag om geld uit Brussel te krijgen.

Ook kappers en bakkers

Dat afbouw van de zelfstandigenaftrek raakt niet alleen zelfstandigen die voor bedrijven of organisaties werken. De versobering geldt ook voor ondernemers die niet concurreren met werknemers, zoals zelfstandigen die producten verkopen of voor particulieren werken. Denk aan bakkers, kappers of winkeliers.

Tot slot is het van belang te realiseren dat de zelfstandigenaftrek een vast bedrag is. Daardoor heeft de inperking veel meer impact op zelfstandigen met een laag tot modaal inkomen, dan zzp’ers met een hoog inkomen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 1 Reactie