SLUIT MENU

”Het aandeel flex is enorm toegenomen” stelt de SP. Klopt dat?

Hoe zit het met de flexcijfers na vier jaar Minister Koolmees? Zijn die inderdaad gestegen, zoals SP kamerlid Bart van Kent stelt?

“We hebben verschillende wetsvoorstellen gehad, maar onderaan de streep is het aandeel flex enorm toegenomen en niet afgenomen.” Zo blikte Bart van Kent, kamerlid van SP, tijdens het eerste deel van het jaarlijkse debat over de begroting van het Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terug op vier jaar beleid van het huidige kabinet en verantwoordelijk minister Wouter Koolmees. Een minister die overigens zijn taken – en dus ook dit debat – heeft overgedragen aan staatssecretaris Wiersma.

Van Kent is duidelijk niet tevreden over het beleid van de afgelopen vier jaar. In het regeerakkoord werden twee wetsvoorstellen aangekondigd die onder meer het aandeel ‘flexwerk’ moest beperken. De vervanging van de Wet DBA (regulering zzp) is inderdaad niet verder gekomen dan de ‘voorstelfase’. De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB, beperken flex-contacten) is er wel gekomen.

Klopt de uitspraak van Van Kent nu dat “het aandeel flex enorm (is) toegenomen en niet afgenomen”?

Om die uitspraak te beoordelen, moeten we eerst even kijken wat nu precies de definitie van ‘flex’ is. Voor het CBS is dat vrij simpel: iedereen die werkt en geen ‘vaste arbeidsrelatie’ heeft valt onder het kopje ‘flex’. Dat zijn dan de mensen met een flexibele arbeidsrelatie (tijdelijk contract, oproep, uitzend) en de zelfstandigen.

Over de afgelopen vier jaar laten CBS cijfers zien dat:

  • Het aantal mensen met een vaste arbeidsrelatie is gestegen van 5.226.000 in het derde kwartaal 2017 (start kabinet Rutte III) naar 5.777.000 nu. Een plus van 551.000 vaste contracten dus.
  • Het aantal mensen met een flexibele arbeidsrelatie is in dezelfde periode gedaald van 1.987.000 naar 1.705.000 personen. Dat zijn dus 282.000 minder flexcontracten.

Wanneer we kijken naar de ontwikkeling per vorm van flexcontract dan zien we dat alle acht varianten die het CBS bijhoudt nu lager liggen dan vier jaar geleden.

Van Kent had het over het ‘aandeel’ flex. Nu:

  • het aandeel mensen met een vast contract is gestegen van 60,7% van de totale werkzame beroepsbevolking naar 64,1%.
  • het aandeel ‘flexcontracten’ is gedaald van 23,1% naar 18,9%.

In hoeverre dit nu een effect van de WAB is, de schaarste op de arbeidsmarkt of het gevolg van corona, valt nog te bezien. Feit is dat dit duidelijke cijfers zijn, die de claim van Van Kent weerleggen.

En de zzp’ers dan?

“Telt u de maaltijd bezorgers, taxi chauffeurs, boodschappen bezorgers, pakket bezorgers, koks, schoonmakers enz enz enz ook mee die als zzp-er moeten werken?” zo reageerde van Kent toen ik bovenstaande cijfers op twitter zette.

Op zich een terechte vraag, want inderdaad zitten de zelfstandigen niet in die cijfers. Het CBS telt alle zelfstandigen wel mee als ‘flex’. Dus ook de zzp’ers die producten verkopen of allerlei vormen diensten aan particulieren en bedrijven leveren die je lastig als ‘flexarbeid’ kunt zien.

Maar goed, even los van deze nuance:

  • Het totaal aantal zelfstandigen is in de afgelopen vier jaar met 125.000 gestegen, 123.000 daarvan zijn zelfstandigen zonder personeel (zzp).
  • Het totaal aantal zelfstandigen zonder personeel, eigen arbeid, (dus zonder hen die producten verkopen) is gestegen met 138.000. De verhouding zzp die (voor) particulieren werken of voor bedrijven is zo ongeveer gelijk gebleven. Die toename is dus ongeveer de helft ten opzichte van de afname van het aantal flexibele arbeidsovereenkomsten. Daarmee daalt het aantal mensen zonder vaste arbeidsovereenkomst.
  • Ten opzichte van de totale werkzame beroepsbevolking is het totaal aantal zzp’ers gestegen van 12,2% naar 13,1%. De resterende 4% zijn zelfstandigen met personeel plus ‘meewerkende gezinsleden.
  • Het aandeel van de ‘zzp’ers, eigen arbeid’ is gestegen van 9,6% in 2017 (Q3) naar 10,7% op dit moment. Zeker een stijging, maar ook hier geldt dat de stijging minder groot is dan de afname van het aandeel flex-contracten.

Kortom: ook als je de groei van alle zzp’ers, of alleen zzp-eigen arbeid, meetelt bij ‘flex’, dan nog is het aandeel ‘flex’ de afgelopen vier jaar niet gestegen maar gedaald.

Gedwongen

Van Kent heeft het ook over ‘als zzp’er moeten werken’.  Hoe zit het dan met de ‘gedwongen’ zzp’ers?

In de onderstaande afbeelding over de startmotieven van zzp’ers is te zien dat ‘dwang’ (‘mijn baas wil het’ of ‘ik kan geen baan vinden’) gedaald is naar het minst voortkomend startmotief.

Bron: “De zzp’ers bestaat wel. Feiten over zelfstandigen zonder personeel”, tabel is op basis analyse ZEA cijfers door Sjanne Marie van den Groenendaal

Op de vraag in de Zelfstandigen Enquête Arbeid (TNO/CBS): ”Als u vrij mocht kiezen, werkt u dan liever in loondienst of als zelfstandig ondernemer?” gaf in 2017 11 procent van de zzp-eigen arbeid aan liever in loondienst te willen werken. In 2019 was dat 11,8%. In 2021 11,6%. Dat is op zich best een substantieel getal. Maar het neemt niet significant toe.

Heeft Van Kent niet toch een punt?

Hoe zit het dan met die “maaltijdbezorgers, taxichauffeurs, boodschappenbezorgers, pakketbezorgers, koks, schoonmakers” waar Van Kent het over heeft?

De opkomst van platformen is natuurlijk een van de trends van de afgelopen vier jaar. Inclusief het feit – tot frustratie van velen in de Kamer – dat de beleidsmakers daar geen grip op hebben kunnen krijgen.

De zorgen over hun positie die Van Kent heeft zijn voorstelbaar.

De platformen en deze platformwerkers hebben ook flink in de publiciteit gestaan. Feit is ook dat de zeven tot tienduizend Uber chauffeurs, een paar duizend Deliveroo riders (let wel: marktleider Thuisbezorgd werkt niet met zzp’ers) en andere fietskoeriers, pakketjesbezorgers (ook dat zijn lang niet allemaal zzp’ers) en een groeiend aantal mensen dat, via bijvoorbeeld Temper, als zzp in de horeca werkt, qua aantallen een beperkt impact hebben op het totaal. Het gros van (ook nieuwe) zzp’ers blijft boven gemiddeld hoog opgeleid en boven gemiddeld tevreden over de werksituatie.

De slotconclusie van deze factcheck: indien Van Kent had gezegd “het aandeel flex is afgenomen, maar er blijven punten van zorg” dan had hij een stuk dichter bij de waarheid gezeten.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *