Maandelijkse archieven: juni 2020

‘Veel onbekendheid in Den Haag over belangrijke rol zzp-intermediairs’

De verhalen over werknemers die op vrijdagmiddag afscheid nemen op hun werk en, via een zzp-intermediair, ’s maandags terugkomen als zzp’er zijn zeer hardnekkig, merkt Frederieke Schmidt Crans, voorzitter van de Bovib. “Dit komt steeds weer terug. Kamerleden herhalen elkaar, maar het beeld is pertinent onjuist. Dit strookt totaal niet met de praktijk en deze conclusies worden in rapporten ook niet onderbouwd. Er wordt volledig voorbij gegaan aan de behoefte van de markt en toegevoegde waarde die een intermediair biedt.”

Corona bewijst belang intermediair

Het is hoog tijd voor betere beeldvorming, want intermediairs van zzp’ers hebben een belangrijke toegevoegde waarde op de arbeidsmarkt. De coronacrisis bewijst dat belang nog extra, stelt Josien van Breda, voorzitter van I-ZO Nederland (Intermediairs voor Zelfstandige Ondernemers, voorheen Platform zzp-dienstverleners.) “Sommige opdrachtgevers belden in paniek op en vroegen om advies. Want wij hebben de marktkennis, de expertise op juridisch gebied en het netwerk om een goede allocatiefunctie te vervullen.” Er zijn op dit moment grote verschuivingen op de arbeidsmarkt en het is aan de intermediairs om dat te managen. “Wij helpen bij het van werk naar werk begeleiden. Wij zorgen ervoor dat niet de één (zzp’er) zonder werk en geld zit en de ander (opdrachtgever) geen beschikbare kandidaten heeft”, vult Schmidt Crans aan.

Waarom mogen bedrijven wel iemand inhuren voor de beveiliging, maar staat het inschakelen van een intermediair ter discussie?”
Fariël Dilrosun, Hoofd Juridische Zaken bij de NBBU

‘Inhuur is een vak!’

Die toegevoegde waarde moet niet worden onderschat, vindt zij. “Intermediairs zijn alleen maar belangrijker geworden op de moderne arbeidsmarkt. Die is erg versnipperd en de behoefte aan flexibilisering blijft groeien. Bedrijven willen niet alleen maar langjarige contracten aangaan en de nieuwe werkende wil ook kunnen werken via flexibele contractvormen en stelt daaraan andere eisen. Bovendien bevinden zij zich op verschillende social mediaplatformen. Waar zitten zij? En hoe moet je hen benaderen? Wij hebben de kennis, het netwerk en de systemen om hen te bereiken. Dat geldt ook voor het voldoen aan de steeds complexere wet- en regelgeving. Wij hebben de kennis en capaciteit daarvoor in huis. Wij kunnen professionals en opdrachtgevers aan elkaar koppelen en hen administratief ontzorgen. Dit is ons vak!”

“Waarom mogen bedrijven wel iemand inhuren voor de beveiliging, maar staat het inschakelen van een intermediair ter discussie?”, vraagt Fariël Dilrosun, Hoofd Juridische Zaken bij de NBBU, zich af. “Bedrijven willen de beveiliging niet zelf doen omdat dit een specialisme is en niet bij hun bedrijfsactiviteiten hoort. Zij besteden dit dus liever uit aan een beveiligingsbedrijf, dat gespecialiseerd is in deze dienstverlening. Dat moet op de arbeidsmarkt ook gewoon kunnen.”

Dilrosun: “Zowel de opdrachtgever als de zzp’er heeft behoefte aan deskundigheid bij het inhuurproces. Dit wordt steeds meer een specialisatie. Als intermediair voorzie je in die behoefte, onder meer door beide partijen bij elkaar te brengen. Waarom zou je die dienstverlening niet mogen bieden als beide partijen daar behoefte aan hebben?”

Kritisch over Borstlap

Schmidt Crans is dan ook kritisch op de commissie Borstlap, die ervoor pleit om de contractvormen op de arbeidsmarkt terug te brengen tot drie rijbanen (zelfstandigen, werknemers met een contract voor (on)bepaalde tijd en werknemers die op uitzendbasis tijdelijk werk verrichten). “Dan ga je volledig voorbij aan de wil en voorkeuren van de mensen zelf. En het past ook niet meer bij hoe de economie in elkaar zit. Die vraagt van bedrijven dat zij kunnen mee-ademen, meebewegen. Die wendbaarheid is zo belangrijk dat bedrijven die flexibiliteit inbouwen in hun strategische personeelsplanning.” De intermediaire sector faciliteert dat.

Je kunt niet met droge ogen zeggen dat er geen regulering is. Die is er wel en wij staan voor goed opdrachtgeverschap
Frederike Schmidt Crans, voorzitter van de Bovib

Zelfregulering

Het is aan de brancheorganisaties om de toegevoegde waarde van (zzp-)intermediairs beter voor het voetlicht te brengen. Voor de NBBU, I-ZO Nederland en de Bovib er is nog wel wat werk aan de winkel. “Er is nog te veel onbekendheid over de toegevoegde waarde die wij leveren”, zegt Van Breda. “We moeten misschien nog wel meer laten zien wat we doen, de regels naleven en daar open en eerlijk over communiceren, transparant zijn in de dienstverlening en in de opbouw van tarieven”, vult Schmidt Crans aan.

Bovendien worden in de politiek-maatschappelijke discussie telkens vraagtekens geplaatst bij de zelfregulering in de flexmarkt. En dat is tegen het zere been van de brancheorganisaties. “Je kunt niet met droge ogen zeggen dat er geen regulering is. Die is er wel en wij staan voor goed opdrachtgeverschap”, zegt Schmidt Crans, die er op wijst dat het Bovib-keurmerk onlangs nog is aangescherpt.

Ook Van Breda vindt de kritiek niet terecht. “Wij staan voor een goed gereguleerde zzp-markt. Onze leden conformeren zich aan de Code voor goed opdrachtgeverschap. Ook zijn de leden volledig gecertificeerd volgens de NEN 4400-1 norm van de Stichting Norming Arbeid (SNA). Het probleem zit juist bij de zzp-intermediairs die niet bij een brancheorganisatie zijn aangesloten. De vraag is ‘Hoe los je dat op?”

Het antwoord is volgens de drie brancheorganisaties in elk geval niet de hele markt nieuwe regels opleggen als het grootste deel van de markt prima functioneert. ‘De discussie moet dus niet gaan over onze dienstverlening an sich, maar over het gedrag van sommige spelers op de markt. En dan met name die partijen die zich niet houden aan de regels of niet transparant willen zijn over wat ze doen’, zo stellen zij.

Het probleem zit bij de zzp-intermediairs die niet bij een brancheorganisatie zijn aangesloten.
Josien van Breda, voorzitter van I-ZO Nederland

 

Zuivere discussie

“Ik hoop dat in de discussie in de Tweede Kamer niet de problemen van een kleine groep worden gezien als norm voor de hele groep”, zegt Josien van Breda. “Want intermediairs hebben veel betekenis voor zzp’ers en opdrachtgevers, zoals wij laten zien in onze factsheet.”

Om te voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid zouden de drie brancheorganisaties dan ook graag zien dat de discussie zuiver wordt gehouden. Zowel de NBBU, de Bovib als I-ZO Nederland doen nadrukkelijk een handreiking aan de politiek. Van Breda: “Wij willen graag meer bekendheid geven aan het werk dat wij doen. Het is logisch dat er op de (moderne) arbeidsmarkt (nog meer) een beroep wordt gedaan op intermediairs. Ook als de wetgeving verandert zullen zzp’ers en opdrachtgevers hun intermediairs blijven inschakelen. Wij willen dat op een goede manier organiseren. Daarover gaan we graag het gesprek aan.”

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 2s Reacties

Webmodule bij practicum DBA

Experimenteren met DBA en webmodule

“ Studenten, welkom bij dit practicum DBA! Vandaag bespreken we het nieuwe handhavingskader voor de beoordeling of iemand wel een échte zelfstandige is of eigenlijk een verkapte werknemer: de webmodule. Aan de hand van vragen en een puntentelling kunt u nu vooraf vaststellen of een arbeidsovereenkomst verplicht is. De webmodule is gebaseerd op harde data en goedgekeurd door wetenschappers dus vanaf nu is het mogelijk om vast te stellen of rechters het in het verleden het recht eigenlijk wel juist hebben toegepast. Eindelijk is hier een wetenschappelijke theorie voor ontwikkeld. In deze les gaan we deze theorie onderzoeken. Ik zou zeggen: trek uw witte jas aan, zet uw bril op en hou wat labatorium buisjes bij de hand. Laten we beginnen met ons eerste experiment. Daarvoor heeft u nodig: een scoreformulier en een werkende internetverbinding. Een wetboek belastingrecht is optioneel.”

Een arbeidsovereenkomst is bij inbedding niet per se verplicht bij andere intenties

“Ga naar www.rechtspraak.nl en vul in bij ‘uitspraken zoeken’: ‘dienstbetrekking zzp belastingrecht’. Sorteer vervolgens op ‘datum publicatie nieuwste boven’ voor de meest recente uitspraken. Voor dit practicum gaan we de zevende uitspraak en de achtste uitspraak die verschijnt ontleden.”

“Als u het scoreformulier heeft toegepast op de uitspraak van Hof Amsterdam, zult u zien dat daar helaas evident sprake was van een rechterlijke dwaling. De beoordeelde situatie levert in de webmodule minstens honderd (!) punten op, maar een arbeidsovereenkomst blijkt toch niet verplicht. Bij 70 punten is er al een indicatie voor een verplichte dienstbetrekking, laat staan bij 100(!). Iemand die reclameposters maakt voor een bedrijf dat winkels inricht. Kan het duidelijker? Inbedding in de organisatie, vergelijkbaar met werknemers, inspanningsverplichting, aanwijzingen etc. Deze rechter lijkt echter te vinden dat wil van partijen iets met de beoordeling te maken heeft. Mooi niet dus. Kijk het scoreformulier er maar op na.”

“ Nou, nou, nou, klas rustig blijven! Die rechter kon er weinig aan doen. Bij de presentatie van de webmodule is opgemerkt dat het onmogelijk is de weging zo af te stellen dat deze aansluit bij de beoordelingen door de deskundigen. Dus rechters of andere deskundigen weten ook niet altijd wat de uitkomst moet zijn. Ah, ik zie een vinger”.“ Meneer, als zelfs DBA-deskundigen vooraf niet kunnen vaststellen of er sprake is van een dienstbetrekking, zou bestraffing bij handhaving van belastingrecht toch in strijd zijn met de grondwet?” “Jawel, maar soms moeten grondrechten nu eenmaal wijken voor beleidsdoelstellingen. Tot er een betere oplossing is natuurlijk. Ik benadruk dat het hier om een wetenschappelijke theorie gaat, dus het is waar. Gewoon uitvoeren dus. Nu even geen moeilijke vragen meer stellen. Als het niet werkt, kan het beleid gewoon weer ingetrokken worden en bedenken we weer wat nieuws.”

Vrijheid van handelen is ook van belang voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst

“ Nu dan de zevende uitspraak. Een directeur van een reclameadviesbureau. Zo te zien minimaal 80 punten maar toch geen arbeidsovereenkomst. Huh? Leidinggeven, periodieke beloning, gereedschap van de baas etc. Ditmaal oordeelt de hoogste feitenrechter dat er voor de directeur geen verplichte arbeidsovereenkomst geldt, omdat hij voldoende vrijheid van handelen heeft (geen gezag, een wezenskenmerk van de arbeidsovereenkomst).”

“Tja studenten, sorry.. Soms valt het allemaal gewoon niet meer uit te leggen. Gelukkig hebben we nu een objectief wetenschappelijk onderbouwd hulpmiddel, zodat nu eindelijk vooraf vaak duidelijk is wat wel en niet kan. Goed beschouwd leven jullie in een heel uitzonderlijke tijd. Voor dit onderwerp geldt nu min of meer dat we het eindpunt van de rechtsontwikkeling hebben bereikt. Een oordeel van een rechter of een nieuw kader van de volksvertegenwoordiging is niet meer nodig”.

“Tenminste… Als dit DBA-model voldoende getest is in de praktijk uiteraard. Op echte zzp’ers en echte opdrachtgevers. Het baart me wat zorgen dat de theorie achter de webmodule niet reproduceerbaar bleek in ons experiment en dat de contra-indicaties voor het bestaan van een dienstbetrekking uit het handboek loonheffingen minder van belang lijken. Ook de publicatie in een vakblad, waarin de betrokken wetenschappers hun theorie gepassioneerd verdedigen, is wat aan de late kant. Maar die publicatie volgt vast nog wel. In de wetenschap is het immers een goed gebruik om je vakgenoten en andere geïnteresseerden deelgenoot te maken van de totstandkoming en werking van je theorie. De gemeenschap krijgt op die manier de kans om tot betere regels te komen, door gebruik te maken van de commentaren en ideeën die volgen.”

De theorie als voorlopig de beste weergave van de waarheid

“Als de maatschappelijke positie van de wetenschapper het enige bewijs zou zijn, zou slechts een bewijs geleverd zijn dat wetenschap ook maar een mening is. Een waarheid waar jullie het dan voorlopig desondanks wel even mee moeten doen studenten.

In de wetenschap geldt immers dat een theorie de beste weergave van de waarheid is, tot deze wordt weerlegd of vervangen door een beter idee.”

 

 

Jasper Commandeur

Fiscaal jurist

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Arbeidsmarktrapport: regulering driehoeksrelaties nodig

Aanleiding is de recente publicatie van het rapport Driehoeksrelaties (zie hier), waaruit blijkt dat de bestaande wetgeving (Waadi en de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Wfz of Flexwet)) niet voldoende aansluit bij de huidige praktijk. Dit onderzoek is uitgevoerd door De Beleidsonderzoekers, de UvA, SEO economisch onderzoek en Mediad in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het staat aanstaande woensdag op de agenda voor een overleg tussen de Kamer en minister Koolmees.

Bron: Eindrapport Driehoeksrelaties, De Beleidsonderzoekers

Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy) wil van Donker van Heel weten wat precies het probleem is van driehoeksrelaties en hoe dat dan opgelost kan worden.

Zelfs nieuwe wetgeving die in Den Haag wordt bedacht sluit niet aan bij wat er feitelijk gebeurt op de arbeidsmarkt. Dat is toch geen verrassende conclusie?

“Nee, de Commissie Borstlap kwam tot dezelfde conclusie. Wat wij nu ook cijfermatig hebben vastgesteld is welk deel van de driehoeksrelaties arbeidsrechtelijk nog onvoldoende gereguleerd is. Specifiek gaat het dan om de tussenkomst met zzp’ers en contracting, door ons gedefinieerd als uitbesteding van bedrijfseigen werkzaamheden.”

Hoe groot is dat probleem?

Peter Donker van Heel

“Uit de enquête die wij voor dit onderzoek hebben gedaan blijkt dat de inzet van zzp’ers in ongeveer één op de vijf gevallen via tussenkomst verloopt. Wij hebben geen bewijs voor een toename van dit aantal omdat cijfers uit het verleden ontbreken, maar het aantal zzp’ers en het volume zzp’ers die diensten verrichten neemt wel toe, wat een indicatie is voor een toename van tussenkomst met zzp’ers.

Driehoeksrelaties op zichzelf vormen niet het probleem, wel de ondoorzichtigheid van de intermediaire markt. Het aantal intermediairs is onbekend. Schattingen variëren van 30.000 tot 50.000. Men spreekt van wildgroei en dit is voor de handhaving een groot probleem. En het leidt tot oneigenlijk gebruik, dat kan voorkomen bij tussenkomst met zzp’ers en contracting.

Het is een sociaal probleem als driehoeksrelaties leiden tot onderbieding (te lage beloning) en het is een economisch probleem bij overbieding (te hoge kosten voor bedrijven en instellingen). Niet alleen zzp’ers, maar ook driehoeksrelaties zetten hiermee het bereik van cao’s onder druk. En schijnconstructies leiden tot minder belasting- en minder premie-inkomsten. Het maatschappelijke probleem is tweedeling op de arbeidsmarkt en polarisatie in de samenleving. Dit probleem wordt algemeen erkend – het Sociaal Cultureel Planbureau, het Centraal Planbureau en de Commissie Borstlap wijzen er ook op – en het is duidelijk dat er iets aan gedaan moet worden.”

Handhaving is op de ondoorzichtige intermediaire markt een probleem. Dat leidt tot oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld bij tussenkomst met zzp’ers en contracting.

 De Commissie Borstlap gaat uit van het ‘werknemer, tenzij’..-principe en ziet helemaal geen plek voor zzp’ers op de arbeidsmarkt. Ziet u dat ook zo?

“Daar kan ik geen uitspraak over doen. Feit is dat er een tweedeling op de arbeidsmarkt optreedt. Hoewel ons onderzoek daar niet over gaat, is het achterliggende probleem natuurlijk dat de flexibilisering op de arbeidsmarkt sterk doorzet. Misschien heeft later één op de vier kinderen van nu een vaste baan. De vraag is ‘willen we dat?’”

Moeten we niet oppassen voor verkeerde beeldvorming? Het aandeel zzp’ers groeit sinds enkele jaren al niet meer en schommelt rond de 13% van de beroepsbevolking. Bijvoorbeeld roepen dat de docent op vrijdagmiddag ontslag neemt om op maandagochtend als zzp’er terug te komen, mist onderbouwing. Het aantal zzp’ers voor de klas is juist gedaald.

“Dat laatste is casuïstiek, ik heb daar geen cijfers van. Maar uit interviews met betrokkenen blijkt dat verschillende constructies van inzetten van zzp’ers via derden wel degelijk voorkomt, ook in het onderwijs. Onze conclusie is dat een groot deel van de intermediaire wereld nu niet goed gereguleerd is.”

Over de onderkant van arbeidsmarkt is dat duidelijk, maar welk probleem aan de bovenkant van de zzp-markt moet worden opgelost?

“Waar het om gaat is dat er een waterbedeffect optreedt, dat leidt tot het putje van de arbeidsmarkt. Dat is nu al gaande. Druk je op de ene arbeidsvorm, door bijvoorbeeld uitzenden goed te reguleren, dan komen er andere arbeidsvormen omhoog, bijvoorbeeld zzp-constructies of vormen van contracting. Dat is een kwestie van kosten. Het zijn communicerende vaten, dus moet je naar een integrale benadering; niet alleen uitzenden goed reguleren, tegelijkertijd alle andere arbeidsvormen.”

Dat waterbedeffect blijft toch optreden. Als je detacheren strenger reguleert, krijg je meer zzp-constructies en als je dat strenger reguleert, krijg je meer Statement of Work (SOW)-projecten. Is die verschuiving in contractvormen te voorkomen met wetgeving over driehoeksrelaties?

“Ja, dat effect zal blijven optreden. De vraag is of dat wenselijk is. Maar je kunt er ook anders naar kijken. Wanneer je als intermediair iemand in vaste dienst hebt en vervolgens elders laat werken, dan is toch sprake van baan- en inkomenszekerheid? Zou dat dan niet meegewogen kunnen worden bij regelgeving? Dit is wat de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) bepleit en dat lijkt een plausibel argument.

Belangrijk in de discussie over driehoeksrelaties is de gezagsverhouding. Door onduidelijkheid daarover ontstaat een schemergebied en dat zet de deur open naar oneigenlijk gebruik.

Niet voor niets worstelen de Belastingdienst en het UWV daarmee. Het levert een hoop narigheid op, bijvoorbeeld in de discussie over wel of niet premies afdragen. Je zou eigenlijk moeten kijken wat er gebeurt op de arbeidsmarkt als je het begrip gezagsverhouding laat vallen. Die vraag zou ik graag beantwoord zien worden.”

Dus het bestaan van driehoeksrelaties op de arbeidsmarkt is het probleem?

“Nee, zo simpel is het niet. De flexibilisering op de arbeidsmarkt is het grotere probleem. Het is logisch dat dat zo gegroeid is. Er is er in de moderne economie behoefte aan flexibiliteit bij bedrijven. Er is vervolgens een wisselwerking ontstaan tussen bedrijven en intermediairs. Wetgeving speelt ook een rol, zo heeft de invoering van de ketenbepaling in 1999 het vaste contract direct bij aanname onder druk gezet. Mede door de nieuwe wettelijke mogelijkheden zijn werkgevers de voor- en nadelen van tijdelijke contracten en uitzendcontracten steeds meer gaan vergelijken. Wat er alleen nu wel moet gebeuren is dat er een level playing field komt op de intermediaire markt (en voor werkenden).”

Hoe draagt dit rapport daaraan bij?

“Voor de moderne intermediairs zijn onze bevindingen misschien niets nieuws, maar toch zagen wij tijdens het onderzoek veel verschillende invullingen van het begrip driehoeksrelaties. Het is belangrijk dat iedereen dezelfde begrippen en definities hanteert. Wat wij in kaart hebben gebracht in ons rapport kun je zien als een gezamenlijk vertrekpunt voor discussies met traditionele en moderne partijen op de arbeidsmarkt.”

Het is echt belangrijk dat ook nieuwe intermediairs zich mengen in de discussie. Want als je niet meedenkt, wordt er voor je gedacht.

Dan moet die nieuwe intermediairs wel een plek aan tafel gegund worden?

“Zeker. Destijds is uit het zogenoemde keukentafeloverleg (1996) van FNV, VNO en  ABU een belangrijke basis gelegd voor de Waadi en de Wfz. Dat was toen een succes, maar die euforie daarover is nu foetsie.

In 2020 ziet de arbeids- en intermediaire markt er heel anders uit en dus is zo’n keukentafeloverleg opnieuw nodig. Maar dan wel een grotere tafel, waar niet alleen de traditionele partijen aanschuiven, maar ook vertegenwoordigers van zzp’ers en nieuwe intermediaire dienstverleners zoals payrollers, detacheerders en MSP’s. En zeker ook online platformen, vaak de cowboys van de arbeidsmarkt. Alle belangenbehartigers moeten samen zoeken naar gemeenschappelijke oplossingen. Die discussie moet integraal gevoerd worden, juist omdat die arbeidsvormen zo samenhangen.

“Het is echt belangrijk dat intermediairs en flexdienstverleners zich mengen in de discussie. Zij moeten een pacificatiepolitiek gaan voeren. Want als je niet meedenkt, wordt er voor je gedacht.”


Reactie Bovib: ‘niets mis met driehoeksrelaties zzp’ers’

“Dit rapport heeft het speelveld goed omschreven, maar wij zien wel dat de kennis van de vormen van dienstverleningen nog te beperkt is. Dat leidt ertoe dat definities door elkaar worden gehaald”, zegt Frederieke Schmidt Crans, voorzitter van de Bovib, in een reactie op het rapport Driehoeksrelaties. “Zo wordt tussenkomst met zzp’ers en contracting onder één noemer geschaard, terwijl het iets wezenlijks anders is. Voor tussenkomst met zzp’ers is er wel degelijk regulering. Het Bovib-keurmerk bestaat sinds 2017 en is onlangs nog aangescherpt.”

Schmidt Crans vindt ook dat er te gemakkelijk gedacht wordt dat intermediairs er alleen maar zijn om kosten te verlagen. “Dat doet geen recht aan onze toegevoegde waarde. Het begint bij het kennen van de dienstverlening, weten dat opdrachtgevers ons inschakelen omdat zij gebruik willen maken van ons netwerk, onze expertise en de systemen. Inhuur is een vak. Het is logisch dat zij dat uitbesteden. Daar is niets mis mee, mits je dat op basis van goede motieven en afspraken doet. Als Bovib dragen wij bij aan een eerlijke, transparantie arbeidsmarkt.”

Volgens de Bovib-voorzitter moet de politiek de intermediaire markt ook niet verantwoordelijk houden voor de flexibilisering van de arbeidsmarkt. “Daar waar er behoefte aan is bij zowel zzp-ers als inlenende partijen zal deze dienstverlening blijven bestaan. Waar het om gaat is dat wij verantwoordelijkheid nemen voor onze rol in de keten en met ons keurmerk bijdragen aan de regulering en handhaafbaarheid. Dat is in ieders belang. Daarom gaan wij in op de uitnodiging om met elkaar om tafel te gaan.”


 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 7s Reacties

‘Er is niets mis met driehoeksrelaties, zeker niet bij detachering’

Binnenkort buigt de Tweede Kamer zich over de werking van de arbeidsmarkt. Belangrijke input daarvoor is natuurlijk het rapport van de commissie Borstlap (al komt het Kabinet pas na de zomer met een reactie daarop), maar ook het recent gepubliceerde rapport over Driehoeksrelaties (zie hier) is voer voor discussie. Conclusie van dit kritische rapport is dat er ‘meer regulering van de ondoorzichtige intermediaire markt nodig is’. Dat roept uiteraard reacties op in de flexmarkt, ook bij Maikel Pals.

Detacheren is juist de oplossing

“Het interessante is dat dit rapport erkent dat de behoefte aan flexibiliteit niet weg gaat, die blijft”, zegt Pals. In een interview met ZiPconomy zegt Peter Donker van Heel, medeauteur van het rapport Driehoeksrelaties dat ‘flexibilisering op de arbeidsmarkt het grotere probleem’ is, maar tegelijkertijd dat ‘er in de moderne economie behoefte aan flexibiliteit is bij bedrijven’ waardoor er ‘een wisselwerking is ontstaan tussen bedrijven en intermediairs’.

“Wat er dus moet gebeuren is dat er op een bestendige manier invulling wordt gegeven aan die behoefte aan flex. En dat gebeurt ook, er is goed gereguleerde flex. En er is niets mis met driehoeksrelaties”, zo reageert Pals. Zeker niet bij detachering. “Deze driehoeksrelatie geeft invulling aan de behoefte aan flexibele inzet van specialisten bij bedrijven. Als je daar aan gaat sleutelen, verleg je die flexibiliteit naar werknemers.” Detachering is volgens Pals juist een mooie oplossing om werk- en baanonzekerheid bij werknemers te voorkomen. “Detacheerders bieden fatsoenlijke contracten, investeren in duurzame inzetbaarheid en opleiding van werknemers en tonen al jarenlang aan keurige werkgevers te zijn waar je carrière kunt maken.”

Wetgeving is er al

De conclusie van het rapport dat er meer regulering van de intermediaire markt moet komen, deelt Pals dan ook helemaal niet. “Er is wetgeving voor fatsoenlijk werkgeverschap, ook voor intermediairs. De WAADI schrijft voor dat intermediairs de inlenersbeloning moeten toepassen. Dat uitzenders en detacheerders zich daar aan houden is ook in hun eigen belang.” (Overigens staat de VvDN wel wijzigingen van de Waadi voor omdat deze wetgeving volgens hen wringt met het detacheringsmodel.)

Het probleem op de flexmarkt zit volgens Pals veel meer in de laksheid van de overheid. “De overheid heeft payrolling volledig uit de hand laten lopen en de VAR nooit gehandhaafd. Daardoor is flex in een kwaad daglicht komen te staan. Daar zijn goede intermediairs en dienstverleners zoals detacheerders de dupe van. De overheid moet eerst eens kritisch naar zichzelf kijken voordat zij het kind met het badwater weggooit.”

De behoefte aan flexibiliteit blijft. Dus als je aan driehoeksverhoudingen gaat sleutelen, komt de rekening bij werknemers te liggen.

Werknemersmarkt

De afgelopen jaren is de ontwikkeling van de moderne arbeidsmarkt snel gegaan. Dat er daarbij uitwassen zijn ontstaan – mede door gebrek aan handhaving – is kwalijk, stelt Pals. “Dit moet niet ten koste van de werkende gaan.” Aan de andere kant moet dit ook niet worden overdreven, vindt hij. “We zitten in een werknemersmarkt. Het is een illusie te denken dat mensen zich op deze krappe arbeidsmarkt laten misbruiken, zeker in de specialistische arbeidsmarkt waarin detacheerders zich bevinden. Dan kan helemaal niet. Als een werkgever zich niet fatsoenlijk gedraagt, gaat de werknemer weg.”

Discussie over arbeidsmarkt

Toch ziet ook Pals wel problemen op de arbeidsmarkt op dit moment. “Als je bijvoorbeeld ziet dat tijdens de coronacrisis de overheid moet bijspringen omdat zzp’ers anders het hoofd niet boven water kunnen houden, moet je je afvragen wat dat betekent, voor het sociale stelsel bijvoorbeeld? Hoe gaan we daarmee om?”

Het is volgens Pals duidelijk dat er een vorm van zekerheid voor alle werkenden moet zijn. Maar daarvoor is volgens hem geen nieuwe wetgeving nodig. “Zo ingewikkeld is het niet. Het gaat om de contracten en eisen die je daaraan moet stellen. Daarover zou de discussie moeten gaan.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Criteria webmodule geeft juist ruimte voor meer misbruik zzp

Met mijn zoon, toen zeven, keek ik eens naar zo’n vreselijke Amerikaanse nagesynchroniseerde jeugdserie. Het ging over een vader en een moeder die samen een weekendje weggingen en voor het eerst de kinderen alleen thuis lieten. Ze wilden de kinderen precies vertellen wat ze niet mochten doen.

Dat begon logisch met: je mag niet slaan, je mag niet te veel snoepen, je mag de deur niet open doen voor vreemden. Het werd langzaam gekker: je mag niet te lang met je hoofd onder water in bad. En het eindigde absurd: als je een krokodil ziet in de tuin, steek dan je hand niet in zijn bek. Vader stond voor de kinderen met een dikke stapel ordners in zijn armen met alle dingen die niet mochten.

Moraal van het verhaal: als je probeert op te schrijven wat niet mag, verzuip je in de details zonder dat je het echte probleem tackelt. Als die ouders zouden vertrouwen op zichzelf en hun opvoeding, dan zouden ze weten dat de meeste verboden overbodig zijn.

Aantonen wat niet mag

Hetzelfde gevoel kreeg ik na het debat afgelopen woensdag. Met de webmodule moeten opdrachtgevers en zzp’ers ook iets aantonen dat er niet mag zijn: dienstbetrekking. Hoeveel vragen er ook bij komen, het wordt maar niet 100% sluitend. Ergo, steeds blijkt dat het juist de probleemgroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn, die door de vragenlijst heen glippen.

Dat komt doordat je bij een arbeidsverhouding drie elementen hebt: je mag je niet laten vervangen zonder toestemming van de baas, je staat onder gezag en je krijgt er geld voor. Er ontstaat geen arbeidsovereenkomst als één van de drie ontbreekt. Dus bij vrije vervanging of het ontbreken van een gezagsrelatie, kun je zzp’er zijn.

Ongemerkt krijgt webmodule legitimiteit

Zoals ik hiervoor al schreef, is het veel gemakkelijker om vast te leggen wat er wel is in plaats van wat er niet is. Zo kunnen alle maaltijdbezorgers gemakkelijk bewijzen dat ze zzp’er zijn, omdat ze zich vrij kunnen laten vervangen. Maar hoe kan een ICT-er, een interim-financial of een marketing strateeg die vanwege hun unieke kennis ingehuurd worden, en dus niet vrij vervangbaar zijn, aantonen dat er géén gezagsrelatie is? Is best een ingewikkelde opgave, als je met anderen aan één project werkt, een toegangspas nodig hebt en moet voldoen aan kwaliteitseisen?

Het criterium ‘vrije vervanging’ houdt problemen in stand

Hoewel de webmodule inmiddels is afgezwakt tot een pilot en de modelovereenkomsten van kracht blijven – waar we heel erg blij mee zijn – wil ik er niet te licht over denken. In de voortgangsrapportage werken als zelfstandige staat dat op basis van 84 ingevulde vragenlijsten de standaardvragenlijst is gemaakt. Slechts 84 cases. Op basis van dit schamele aantal wordt in het najaar een pilot gedraaid. En de uitkomsten van deze pilot vormen dan weer de input voor het fundamentele debat over zzp’ers.

Zo krijgt de webmodule ongemerkt steeds meer legitimiteit. Dat hoeft niet erg te zijn, zolang niemand uit het oog verliest dat het er vooral om gaat de echte problemen op te lossen. Wat mij betreft zijn dat de maaltijdbezorger en andere platformwerkers, de zogenaamde zzp’ers die een productielijn bij een bollenboer bemensen, zij aan zij met werknemers, of de Oost-Europese au-pairs, die inwonen bij senioren en dag en nacht werken omdat zij door hun katholieke opvoeding zo heerlijk dienstbaar zijn.

Deze voorbeelden verzin ik niet zelf, maar hoorde ik van iemand van de arbeidsinspectie die met de handen in het haar zit, omdat het juist voor deze groepen zo gemakkelijk is gemaakt om te besparen op loonkosten, premies en belastingen. Want hé, je vult gewoon vrij vervangbaar in en het is geregeld. Laten we daar nu eens al onze tijd en denkkracht in stoppen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 1 Reactie

14 vragen en antwoorden over de webmodule. Voor opdrachtgevers, bureaus en zelfstandigen.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) beginnen dit najaar een pilot met de webmodule, een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze voor een opdracht een zelfstandige kunnen inhuren.

De vervanging van de wet DBA in het algemeen en de webmodule in het bijzonder zijn complexe materie. Zowel voor de politiek, als de ondernemers die er uiteindelijk mee te maken krijgen.

Daarom een poging om duidelijk te maken waar we nu staan, wat er gaat gebeuren en hoe je je als opdrachtgever kunt voorbereiden.

  1. De webmodule. Kun je nog één keer uit leggen wat het is? 

De webmodule wordt een online vragenlijst. Als een opdrachtgever twijfelt of hij voor een bepaalde opdracht een zzp’er kan inhuren, vult hij de online tool met een kleine veertig vragen in. Die vragen gaan over de opdracht, niet over de opdrachtnemer.

Daarna volgt een van deze drie uitkomsten:

  • Er kan ‘buiten dienstbetrekking gewerkt worden’. De webmodule geeft een opdrachtgeversverklaring, die de opdrachtgever zekerheid geeft dat hij geen sociale premies hoeft af te dragen. Als hij tenminste zorgt dat de opdracht wordt uitgevoerd zoals ingevuld.
  • Er is een ‘indicatie dienstbetrekking’. Dit betekent dat er meerdere aanwijzingen zijn dat de opdracht op deze manier niet door een zzp’er gedaan kan worden. Het advies is om of iemand tijdelijk in dienst te nemen of de opdracht op een andere manier vorm te geven.
  • Er wordt ‘geen oordeel’ gegeven. De webmodule kan duidelijkheid geven, dit is een twijfelgeval.
  1. De webmodule is dus niet voor zzp’ers?

Nee. Het is een middel voor opdrachtgevers om duidelijk te maken of er in een bepaalde situatie een zzp’er ingehuurd kan worden.

Er bestaat ook een online ‘ondernemerscheck’. Daarmee kun je als zzp’er bepalen of de Belastingdienst jou ziet als ondernemer. Dat is verwarrend, maar er is een belangrijk verschil.

Als je door de Belastingdienst gezien wordt als ondernemer, betekent dat namelijk niet automatisch dat een opdrachtgever je ook zonder problemen kan inhuren. Dat hangt echt af van de manier waarop je samenwerkt.

  1. Is de webmodule ook bedoeld voor bemiddelingsbureaus?

Ja. Het gaat om de beoordeling van de arbeidsrelatie. Die is er tussen de werkende en de juridisch opdrachtgever. Als het contract (en facturatie) geregeld worden door een bemiddelaar, dan is die in dit geval de opdrachtgever van de zelfstandige.

De webmodule heeft ook een aparte routing voor bureaus. Die vragen gaan specifiek over wat er feitelijk op de werkvloer gebeurt. Het bureau en de organisatie waar de zzp’er daadwerkelijk aan de slag gaat, moeten dat dus goed onderling afstemmen. Dat doen ze trouwens nu ook al met de modelovereenkomsten.

  1. Welke nieuwe beoordelingscriteria staan er in de webmodule?

Geen. De webmodule is een poging om bestaande wetgeving, jurisprudentie en het handboek Loonheffingen van de Belastingdienst onder te brengen in een lijst met vragen plus wegingsfactoren.

De wet is dus niet veranderd. De criteria zijn dezelfde die nu ook gelden bij Belastingcontroles en rechtszaken. De vragen uit de webmodule zullen voor wie een beetje verstand heeft van ‘inhuur’ dan ook bekend voorkomen.

De wegingsfactoren zijn wel nieuw. Hiermee doet het ministerie van Sociale Zaken een poging om de waarde die rechters aan bepaalde criteria toekennen te vertalen naar strafpunten.

  1. Wanneer kan ik de webmodule gaan gebruiken?

Dat is nog niet duidelijk.

De online tool moet nog gebouwd worden en komt in het najaar beschikbaar als pilot. Tijdens die testfase kunnen opdrachtgevers de webmodule uitproberen. De uitkomsten zijn anoniem en er kan ook nog geen rechtszekerheid aan ontleend worden. Je krijgt dan dus nog geen zelfstandigenverklaring.

Na de pilotfase kijken experts of de webmodule goed werkt en de juiste uitkomsten oplevert. Daarna moeten politici oordelen of zij tevreden zijn over die uitkomsten. Het is de bedoeling dat de webmodule ‘schijnzelfstandigen’ (ongewenst zzp) eruit filtert en de ‘echte ondernemers’ (gewenst zzp) met rust laat.

Daarvoor is wel een politieke uitspraak nodig over wat nu gewenst en ongewenst is.

  1. Geeft de webmodule het juiste antwoord?

Dat is nog maar de vraag.

Bij een eerste controle door drie experts van het ministerie, bleek dat hun oordeel slechts in 60% van de gevallen volledig overeenkwam met het resultaat van de webmodule. Ter vergelijking: ze waren het in 15% van de gevallen onderling oneens. (zie hier)

  1. Wat vindt de politiek dan ‘gewenst’ en ‘ongewenst’ zzp? 

Dat is nog onduidelijk.

Naast een juridische test van de webmodule, wil de minister van Sociale Zaken ook een politiek oordeel. Wat vindt het kabinet van de uitkomsten van de webmodule?

Minister Koolmees voert de webmodule, met de handhaving, niet in voordat de uitkomsten van de webmodule op politiek niveau zijn besproken. Zijn de uitkomsten gewenst en zo niet, welke criteria moeten veranderd worden?

Als blijkt dat de webmodule bepaalde zzp-opdrachten afwijst waarvan velen denken ‘maar dat zou toch moeten mogen als zzp’er’ of opdrachten die gezien worden als schijnconstructies goedkeurt, dan moet het ministerie waarschijnlijk terug naar de tekentafel.

ZiPconomy haalde 10 voorbeelden door de webmodule (zie hier) en kwam tot de conclusie dat interim-opdrachten vrij snel worden afgewezen als zzp-werk, terwijl bijvoorbeeld koerierswerk makkelijker het oordeel krijgt dat er buiten dienstbetrekking gewerkt mag worden.

Een eerste debat hierover zal mogelijk nog voor de verkiezingen (21 maart 2021) plaatsvinden, maar de discussie lijkt verre van uitgemaakt. Partijen hebben namelijk uiteenlopende standpunten over zzp’ers.

  1. Dus de criteria worden anders?

Dat zou dus heel goed kunnen.

Denkbaar is dat de politiek vindt dat de webmodule op onderdelen te streng uitpakt of juist niet. Die politieke beoordeling moet dan leiden tot aanpassing van de criteria en dat kan alleen via nieuwe wetgeving.

En daar gaat een nieuw kabinet over, met mogelijk weer een heel andere politieke samenstelling. Daarbij kost aanpassing van wetgeving per definitie een paar jaar.

Minister Koolmees wil ook graag dat er binnen specifieke sectoren ook aparte besluiten komen over wat mag als zzp’er. Mogelijk zal dat leiden tot sectorspecifieke afspraken.

  1. Wat vindt de commissie Borstlap hiervan?

De commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap adviseert een ‘werknemer, tenzij’ principe. Iedereen is werknemer, tenzij hij kan aantonen dat hij echt ondernemer is. Die visie verschilt trouwens niet zo erg van een strikte hantering van de criteria in de webmodule.

  1. Wat gaat er uiteindelijk gebeuren?

Inhuur van zzp’ers wordt lastiger.

Linksom of rechtsom, bijna iedereen in de politiek wil af van de vrijheid die er onder de VAR was. Dus de mogelijkheid om langdurig, fulltime een zzp’er in te huren voor werk dat erg lijkt op werk dat werknemers ook doen gaat op termijn verdwijnen. Niet alleen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (uitbuiting, prijsvechters) maar ook in het middensegment en de bovenkant van de markt.

Er zijn ook plannen om zzp’ers volledig te laten meedoen met het sociale stelsel en de fiscale verschillen te laten verdwijnen. Als dat gebeurt, krijgen werkenden misschien meer ruimte om zelf te kiezen met welke contractvorm ze willen werken.

  1. Blijven de modelovereenkomsten die we nu hebben nog van kracht

Ja.

In ieder geval tot dat er een goed alternatief is. En dat duurt dus nog wel even. Ondertussen verloopt de goedkeuringsperiode van veel huidige modelovereenkomsten, dus het is tijd om verlenging aan te vragen.

  1. Is er nog steeds een handhavingsmoratorium van de Wet DBA?

Ja, dat is verlengd tot 1 januari 2021. Maar ‘kwaadwillende bedrijven’ worden wel aangepakt.

Concreet: de Belastingdienst controleert dus wel op schijnconstructies. Als de inspecteur vindt dat de opdrachtgever op onjuiste wijze zzp’ers inhuurt, dan geeft hij een ‘aanwijzing’ om het anders te doen. De organisatie heeft dan drie maanden om de werkwijze aan te passen. De Belastingdienst geeft dus in eerste instantie geen boetes en vraagt geen naheffing, maar ‘coacht’.

  1. Komt er alsnog een minimuminhuurtarief?

Nee. Ondanks dat er veel draagvlak in de Tweede Kamer is voor het idee, blijkt een minimumtarief te veel administratieve lasten op te leveren voor ondernemers. Daarom komt de wet er toch niet.

Politici staan ondertussen wel open voor collectieve onderhandelingen van zzp’ers over tarieven. Zo is in de architectenbranche een minimumtarief overeengekomen (zie hier). Dat zou wel eens navolging kunnen krijgen.

  1. Waar is de ‘opt-out variant voor hoog tarief’ gebleven ?

In de prullenbak.

Het plan dat als je iemand inhuurt voor meer dan 75 euro per uur je automatisch gevrijwaard bent van eventuele loonheffingen (de ‘zelfstandigenverklaring’), is geheel van de baan

Tot slot: wat moet ik als opdrachtgever nu doen ?

Bekijk de vragenlijst van de webmodule.

Als je je inhuurdossier als opdrachtgever een beetje op orde hebt, is er zeker geen aanleiding om dingen anders te gaan doen. Voorlopig kun je blijven werken met modelovereenkomsten. De webmodule is er nog niet en als die er komt, bevat hij criteria die nu ook al gelden.

De vragenlijst is wel nuttig als zelftest. Zo krijg je iets meer inzicht in de huidige wetgeving en jurisprudentie. Haal je huidige zzp-contracten en manier van werken er eens doorheen, eventueel samen met je leverancier of adviseur.

De vragenlijst met de criteria staat hieronder (en hier als pdf).

 70 strafpunten is de grens voor ‘indicatie dienstbetrekking’. Huur je goed gekwalificeerde zzp’ers in, die zelf gekozen hebben om als zzp’er te werken, betaal je ze fatsoenlijk, maar kom je toch dik boven de 70 strafpunten uit? Dan moet je misschien eens nadenken over andere contractvormen (loondienst, flexcontracten). Let wel: dit is geen aanleiding om met spoed afscheid te nemen van de zzp’ers, maar er komt een moment dat je moet omschakelen.

Wie 44 strafpunten of minder haalt, kan in de toekomst een opdrachtgeversverklaring krijgen. Blijf je onder die 70 punten maar zit je nog niet aan de 44 punten? Dan kun je puntjes op de i zetten. Houd verder goed in de gaten hoe het debat over de criteria verloopt komend jaar.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 4s Reacties