Maandelijkse archieven: maart 2018

‘VUCA-wereld kan zorgen voor gouden tijdperk voor HR’

Vragen

Recent las ik het boek ‘The Day after Tomorrow’ van de Vlaamse futuroloog Peter Hinssen. Hij vraagt zich daarin vier dingen af over grote bedrijven:

  1. Waarom slagen zij er bijna nooit in radicale, nieuwe technologieën vlug op te pikken en het potentieel ervan te benutten? Waarom zijn grote bedrijven blind voor nieuwe kansen?
  2. Waarom willen ze zo graag start-ups opkopen en hoe slagen ze er toch steeds weer in die in recordtijd om zeep te helpen?
  3. Hoe komt het dat het ze maar niet lukt – zelfs als ze weten wat de uitdagingen zijn en in welke richting ze moeten bewegen –om zelf de juiste stappen te zetten, zonder hulp en begeleiding van buitenaf?
  4. Waarom lijken grote bedrijven, die best beseffen dat er fundamentele uitdagingen op hen afkomen, te zeer verlamd om snel genoeg te reageren? En wat is dan de oplossing?

Heel herkenbare vragen, wat mij betreft. Ik zou er zelfs nog een vijfde aan toe hebben willen toevoegen. Hoe komt het dat het dat de sense of urgency zo traag bij iedereen binnendringt, waarom zien we niet wat de impact kan zijn van technologische ontwikkelingen en blijven we als herten in de koplampen staren?

 

Een vaccin voor de VUCA-wereld

Hinssen schetst dat we aan de vooravond staan van de vierde industriële revolutie. Disruptieve technologieën ontwikkelen zich exponentieel (in plaats van lineair). We leven momenteel in een VUCA-world (Volatile, Uncertain, Complex en Ambigious) en Hinssen heeft daar naar eigen zeggen wel een VACINE voor (de disruptieve versie van ‘vaccin’: Velocity, Agility, Creativity, Innovation, Networks en Experimentation).

Volgens de Belg gaan innovatieve businessmodellen het nieuwe normaal worden en is het niet de vraag óf, maar alleen wannéér jouw business omver gaat. Het antwoord op die onzekerheid? Dat is – natuurlijk – zelf met een goed vernieuwend idee komen. Zoals Netflix deed, een bedrijf dat begon met dvd’s te versturen en op tijd zijn businessmodel omgooide. En dus niet zoals Kodak digitale fotografie uitvond, maar vervolgens zelf ten gronde ging.

advertentie

 

10% aandacht moet naar overmorgen gaan

Maar goed, de vraag is natuurlijk: hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat jij geen Kodak wordt, maar een Netflix? Volgens Hinssen gaat het erom dat je 70% van je tijd, budget en talent in het heden stopt, 20% in de zaken van morgen en 10% in de verdere toekomst (‘the day after tomorrow’).

Het probleem van de gevestigde bedrijven is echter dat ze 93% van hun tijd in vandaag stoppen of zelfs het overgrote deel van de tijd in de ‘shit of yesterday’, ballast die start-ups niet hebben, zegt Hinssen.

 

5 Technologieën van de toekomst

En om wat voor zaken gaat het dan, als we het hebben over overmorgen? Hinssen noemt een vijftal technologieën die de komende jaren van grote impact zijn:

  1. Artificial intelligence – Of: machine learning. Software waardoor systemen gaan leren en zichzelf programmeren. Denk aan de zelfrijdende auto die met Google Maps en Uber praat en zo efficiënt autodelen mogelijk maakt.
  2. Internet of Things – Niet alleen computers en programma’s worden slimmer, ook andere apparaten in het Het Internet of Things verbindt ze aan elkaar en wij sluiten als mens daar straks ook op aan. Met name de combinatie van IoT, digitaal produceren en machine learning zal ons naar de vierde industriële revolutie leiden.
  3. Network intelligence – De blockchaintechnologie, al in 2008 geïntroduceerd, stelt ons in staat om ‘the middleman’ te vervangen, zoals een bank, een kadaster, of een organisatie als BUMA/Stemra. Blockchaintechnologie maakt een onafhankelijk register overbodig, omdat de technologie deze namelijk min of meer zelf En zo kun je dus transacties met betrekking tot (intellectual of fysiek) eigendom volgen zonder dat een onafhankelijke derde nodig is. Volgens Hinssen kunnen we met deze technologie een soort ‘internet of trust’ vormen.
  4. Extended Reality – Zoals augmented en virtual reality. De verwachting is dat een ‘holodeck’ zoals bij Star Wars niet ver weg meer is (check het hologram van André Hazes maar eens). Ook de Google Glass staat nu misschien nog te boek als mislukt, maar Hinssen verwacht desondanks veel van alle technologie die bijvoorbeeld instructies voor onze ogen gaat toveren.
  5. Quantum Computing – De technologie waarmee je berekeningen parallel kunt uitvoeren in plaats van na elkaar. Traditionele computers gebruiken bits die 2 waarden kunnen hebben: 0 of 1. Quantum computers coderen in ‘qubits’ en deze kunnen de waarde 0 en 1 tegelijkertijd aannemen (‘superpositie’ genoemd) en daarmee simultane berekeningen mogelijk maken. Daarnaast kunnen deze ‘qubits’ onderling de resultaten delen, zonder op de zelfde plek te zijn (verstrengeling). Hinssen verwacht dat de stap van computer naar quantum vele malen groter is dan de stap van telraam naar computer.

Wat Hinssen niet noemt, valt mij op, is de techniek die het mogelijk gaat maken om zonne-energie op te slaan (MIT noemt dit ‘hot solar cell’). Er zijn visionairs (Ray Kurzweil voorop) die voorspellen dat de kosten van energie naar 0 gaan, en dat dit nog maar een jaar of 12 duurt. De impact op de wereld(economie) zal ook hiervan enorm zijn. Daarnaast mis ik ook iets als ‘genome-editing’, de techniek die het mogelijk maakt ons DNA te herschrijven en missers te elimineren, voordat ze oppoppen (Dus te zorgen dat een bepaalde ziekte zich helemaal niet manifesteert). Maar wellicht ziet Hinssen dit als iets wat onder de genoemde 5 technologieën valt.

 

Innovatieve businessmodellen gezocht

Goed, tot zover de technologieën. Maar wat betekent dat nou allemaal voor je businessmodel? Wat is het recept van succes, vraagt Hinssen zich af. Op die vraag geeft hij geen pasklaar antwoord, maar wel laat hij zien dat de succesbedrijven van nu voorbeelden zijn van de ‘platformeconomie’, en niet van software (zoals we 10 jaar geleden misschien nog dachten). Deze platformbedrijven verschillen op drie punten fundamenteel van traditionele:

  1. Ze hebben geen bezit nodig om een dienst te kunnen leveren (denk: Airbnb);
  2. Ze zijn gefocust op de interactie tussen vrager en aanbieder, niet op interne efficiëntie;
  3. Het draait niet meer om customer value, maar om de waarde van het totale ecosysteem.

(Voor verdieping hiervan, lees dit boek). Volgens Hinssen is de toverformule van deze disruptieve netwerken:

  • Ze omzeilen alle regels, niet alleen juridische, maar ook economische; ze werken vanuit een totaal andere context;
  • Ze halen de pijnpunten uit de dienstverlening (denk aan Uber die de betaling uit de dienstverlening haalde);
  • Ze bieden een unieke, eenvoudige gebruikerservaring (denk aan de gebruiksvriendelijkheid van de iPhone);
  • Ze gebruiken het netwerk als hefboom (Airbnb stelt zijn platform nu bijvoorbeeld ook voor allerlei andere experiences open).

 

Cultuur, daar draait het om

En dan nu de hamvraag: hoe moeten bedrijven zich organiseren om al dit geweld te overleven of er misschien zelf wel onderdeel van uit te maken? Het antwoord schuilt in… de cultuur, zegt Hinssen. Veel bedrijven hebben nog structuren uit het industriële tijdperk (en dan specifiek uit het Taylorisme). Ze zijn nog altijd opgesplitst in divisies, zuilen, afdelingen, silo’s. Maar de jongeren van  nu eten Taylors regels met huid en haar op. Creativiteit, innovatie, wendbaarheid en flexibiliteit, dat is wat we nu nodig hebben en daar moet structuur op aansluiten.

Het is volgens hem dan ook tijd voor ‘teal’ (lees hierover ook dit boek of bekijk deze site). Zonder control & command, maar met zelfsturing, een evolutief doel (een doel dat zich aanpast, aan de collectieve intelligentie en creativiteit) en ‘wholeness’ (mensen komen niet alleen om te werken, maar willen ook zichzelf tot uitdrukking laten komen). Holacratieën zijn een soort van ‘teal’ organisaties en Hinssen noemt Zappos als voorbeeld.

Organisaties, zegt hij, bestaan om de zogeheten transactiekosten te beperken. Het is bijvoorbeeld goedkoper om een jurist aan je te binden dan steeds opnieuw een goede te moeten zoeken. Maar hoe groter de organisatie, hoe hoger de organisatiekosten die gepaard gaan met de afname van vertrouwen (bureaucratie, beleid, processen, audits). Volgens Hinssen moet je dus proberen een omgeving te creëren waar zowel de transactie- als de organisatiekosten laag zijn. Zoals de cellenstructuur van BSO (van wijlen Eckart Wintzen) ook probeerde te benaderen.

 

Regenwouden gezocht

Is dat genoeg? Nou nee. Hinssen leert uit het boek Rainforest: the secret to building the next Silicon Valley dat een hoge concentratie van slimme en ervaren mensen, risicokapitaal, de ervaring en het lef om risico’s te nemen nog niet volstaat om het succes van Silicon Valley te verklaren. Volgens hem is er dan ook nog iets cruciaal: een bijzondere sfeer.

Het regenwoud is daarvoor de metafoor (versus de bananenplantage die staat voor het Taylorisme). Het is een chaos, alles kan groeien, inclusief het onkruid, en je kunt binnen een minuut dood zijn door een slangenbeet. Maar datzelfde gif kan vervolgens wel weer een geneesmiddel zijn voor een andere kwaal.

Er moet ondersteuning zijn en vertrouwen gecreëerd worden om het los te laten, te laten gebeuren, alleen dan ontdek je de innovaties. De cellen moeten kunnen bloeien en doodgaan, maar er moet wel een structuur omheen zitten om het mogelijk te maken. Er moet bijvoorbeeld een netwerk zijn om de transactiekosten te laten dalen en een gemeenschap waar ideeën seks met elkaar kunnen hebben (een uitspraak overigens van Matt Ridley).  

Hinssen gebruikt de regenwoud-metafoor ook om uit te leggen waarom het zelden een goed idee is als een grote corporate een start-up opkoopt: een wezen dat zijn hele leven in de jungle heeft gewoond, wordt dan plots uit zijn ecosysteem weggerukt en in een plantage gepoot. De kans is heel groot dat het wezen dat niet zal overleven; het mist zijn medebewoners, de temperatuur, de juiste bodem en vochtigheid van zijn vertrouwde omgeving.

 

Geen kant-en-klaar recept

Het is prachtig en inspirerend om te lezen, maar het roept natuurlijk wel de vraag op wat je dan moet doen als je tóch een corporate bent. De oplossing zit in het afstand nemen van one-size-fits-all en experimenteren wat het beste werkt, zegt Hinssen.

Het is met name de afdeling personeelszaken die daar volgens hem een cruciale rol in moet spelen. Maar, zo zegt hij: ‘Het zijn daar helaas vaak plantagearbeiders in plaats van regenwoudkwekers.’

Geen kant-en-klaar recept dus, maar dat is ook logisch, omdat in zijn ogen de structuur fluïde moet zijn en de cultuur de motor.

 

Ook de overheid moet de toekomst zien

Hinssen doet in zijn boek ook een oproep aan de politiek. Zij moeten volgens hem ook innoveren, niet te veel focussen op wat vandaag dwarszit, maar juist op wat gaat komen. Wat gaan we doen als 45% van de banen door robots worden opgepeuzeld?

Als voorbeeld van een land dat daarover nadenkt noemt hij Singapore. Daar heeft de overheid met de slimste koppen en de grootste talenten het initiatief ‘Smart Nation’ opgezet. Nu valt er ook best wat aan te merken op Singapore, maar Hinssen vindt wel dat het land als een bedrijf wordt gerund en daardoor veel meer gefocust is op de toekomst.

 

Een aantal concrete tips

Tot slot geeft Hinssen nog een aantal concrete tips:

  • stel naast een auditcommissie ook een disruptiecommissie in
  • vind jezelf opnieuw uit, ont-word jezelf
  • lap de regels aan je laars
  • besteed 10% aan radicaal zijn, verleg grenzen
  • wees moedig, heb vertrouwen
  • volg de lastposten
  • handel snel en maak brokken

Het zijn mooie lessen, maar wat ik eerlijk gezegd toch een beetje mis is dé sleutel tot succes. Eén keer noemt Hinssen dat HR een sleutelrol moet vervullen, maar hoe dat moet, werkt hij dan weer niet uit. Ik heb daar overigens zelf wel ideeën over. Ik denk bijvoorbeeld dat er voor HR een gouden tijdperk aanbreekt. Het gaat eindelijk écht over cultuur creëren en dus over mensen. Mensen zijn de crux tot de vernieuwing om datgene te bedenken wat een machine niet kan creëren.

Hoe pak je dat als HR-afdeling aan? Het begint denk ik met 2 dingen:

  • snappen wat in de wereld om je heen gebeurt en wat dat voor jouw organisatie betekent en
  • zelf als HR het innovatieniveau opkrikken (regenwoudkweker worden, in plaats van bananenplantageverzorger).

Er zijn de laatste jaren veel HR-tools op de markt gekomen. Laten we die nu eens gaan gebruiken en zorgen dat we de basis van HR echt automatiseren (En dan niet zoals het systeem het voorschrijft, maar zoals jij het wil hebben).

 

De buiten- en de binnenkant

Dave Ulrich legt ons uit dat HR niet over HR moet gaan, maar over de business. Volgens hem zou de focus helemaal op ‘the outside’ moeten liggen: de waarde die je creëert voor de externe stakeholders (aandeelhouders, klanten, leveranciers). Daar ben ik het op zich mee eens, al vind ik wel dat er daarnaast evenveel focus op ‘the inside’ moet zijn. En dan bedoel ik niet alleen op de medewerker (of beter de hele workforce, inclusief externen), maar ook op de organisatie.

We horen gelukkig steeds meer over het vormgeven van een employee experience (kortweg ook wel: EX genoemd). Maar HR zou dus ook de poortwachter van de organisational development moeten zijn (waarin nadrukkelijk cultuur en ‘organisational readyness for the future’ een plek moeten krijgen). HR moet de discussie starten en faciliteren hoe je meer innovatie, creativiteit, flexibiliteit en wendbaarheid in je organisatie krijgt.

Dus: ga aan de slag, leid de verandering!

 

Wilma Straatman is HR innovator, HR strategy consultant en (interim) director op het gebied van HR en business transformatie. Ze heeft gewerkt voor onder meer Ziggo, Cirque de Soleil, Achmea, ABN Amro, Unilever, Robecco, TNT, Mediq, Porticus, AkzoNobel en Aberkyn.  

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

Innovatief zijn binnen HR gaat niet alleen over de nieuwste HRTech

In een interview met Addie van Rooij, VP HR Global People Operations van Hewlett Packard Enterprise (HPE), wordt duidelijk dat je met ‘gewoon goede service’ behoorlijk innovatief kunt zijn. Alleen gaan de veranderingen wel sneller dan 5 à 10 jaar geleden. In zijn sessie tijdens de tweede dag van UNLEASH in Londen gaat Van Rooij op zoek naar samenwerking met anderen.

De overstap naar de Cloud

Addie van Rooij, VP HR Global People Operations van Hewlett Packard Enterprise

Het is alweer (of pas) 7 jaar geleden dat Van Rooij voor HP, destijds nog één technologieconglomeraat met wereldwijd meer dan 350.000 medewerkers, overstapte van Peoplesoft op Workday. Na een implementatie van 13 maanden en een ‘big bang’ live-gang, was het op dat moment de grootste uitrol van Workday ooit. Voor Van Rooij was het hét bewijs voor de grote toekomst van de cloud, omdat hij destijds inzag dat je bij een upgrade niet meer 1 of 2 maanden handmatig de salarisadministratie hoeft te doen, zoals daarvoor wel moest.

Na een aantal strategische heroriëntaties is HP inmiddels opgesplitst in vier organisaties, waar HPE zich kon focussen op Enterprise IT en Mobile oplossingen.  Daarbinnen is Van Rooij nu verantwoordelijk voor de gehele HR-services-organisatie voor ruim ruim 65.000 medewerkers in meer dan 80 landen. Alle vier de nieuwe organisaties gebruiken nog steeds Workday. De door Van Rooij opgebouwde kern staat nog als een huis en met een cloud-oplossing was de splitsing bovendien relatief eenvoudig.

De “geloofwaardige adviseur” van Ulrich

De Amerikaan Dave Ulrich is een HR-goeroe van het eerste uur. Jongere, voornamelijk technologie-gedreven mensen, menen dat zijn theorieën in de loop der jaren wat verstoft zijn. Toch heeft hij voor die mensen ook een plek in zijn boek ‘HR from the outside in’; namelijk die van de ‘technology proponent’, oftewel: de technologievoorstander.

Als hoofd van een HR-services-organisatie koppelt Van Rooij zich aan een andere competentie van Ulrich, die van de ‘credible activist’, ofwel: de geloofwaardige adviseur. Op de vorige UNLEASH in Amsterdam sprak hij al hierover en gaf daarvoor een aantal redenen. Een van de belangrijkste argumenten, zo zegt hij, is dat HR-leiders niet alleen verandering moeten initiëren, maar die ook in stand moeten houden. Daar komt de vervolgopmerking over de disruptieve HR-Technologiemarkt ook vandaan. “We will have to make a choice and stick to it… for better and for worse”.

advertentie

Adviseur van de business, dus inclusief flexwerkers

Als adviseur van de business gaat Van Rooij regelmatig mee naar klanten en resellers. Daar hoort hij vooral welke competenties en kwaliteit men daar verwacht van HPE-medewerkers. Voor de business heeft het uiteindelijk nooit uitgemaakt welke contractvorm iemand bij HPE heeft. Vroeger waren er zo’n 25 tot 35% flexwerkers, ondertussen nog maar om 15%, maar dat heeft meer met kosten en strategie te maken.

Flexwerkers worden al jaren vol meegenomen in de HR processen

Flexwerkers worden al jaren vol meegenomen in de HR processen, van strategische personeelsplanning tot de operationele processen die onder Van Rooij vallen. HPE heeft een aantal kernwaarden, waarvan ‘partner’ zijn er één is. Die heeft niet alleen betrekking op samenwerken met andere leveranciers, maar ook met die flexwerkers.

Liever een Suite of Point Solutions?

Zeven jaar geleden is HP begonnen met alleen Workday Core, voor de basis HR-operations. In de loop der jaren zijn steeds meer modules in gebruik genomen, zoals recruitment en performance management . Het beleid is geworden ‘Workday, tenzij…’ en daarmee staat de ‘suite’ nu centraal.

Dat betekent niet dat andere HR-Technologie uit den boze is. Zo worden Saba en Edcast gebruikt voor learning en Salesforce voor case management en een aparte legal case management tool. Als de vraag naar verandering of vernieuwing vanuit de business evident wordt gaat Van Rooij op zoek naar de beste oplossing.

Zelf doen, uitbesteden of samen doen

Omdat Workday het uitgangspunt vormt voor vernieuwing heeft Van Rooij een eigen team met Workday-experts opgebouwd. In de loop der jaren hebben zij add-ons in Workday opgezet en vooral de analytics-mogelijkheden optimaal benut. Daarmee kunnen nu al veel voorspellende rapportages voor de business worden gegenereerd en vooralsnog is er geen noodzaak daar aparte HR Analytics-oplossingen voor te gebruiken.

Ze starten vanuit een finance mindset, met KPI’s, maar ik wil emotie.

Het technologiegebruik volgt de organisatieaanpak van HR operations. Die organisatie heeft Van Rooij opgebouwd met eigen ‘offshore’ teams in andere werelddelen, waardoor uitbesteding niet nodig is. De interne kosten zijn zo laag dat geen van de grote HR outsourcers met zijn tarief hieronder komt. Daarnaast zegt Van Rooij over die partijen dat ze “starten vanuit een finance mindset, met KPI’s, maar ik wil emotie”.

Innoveren door samenwerking

Om te blijven innoveren denkt Van Rooij nu buiten de organisatie te moeten kijken.

Innovatie zit niet per se in de inzet van nieuwe technologie, zegt hij. Bij een kostengedreven organisatie als HPE is geen ruimte om te experimenteren met verschillende #HRTech-oplossingen. Volgens Van Rooij “creëert overvloed juist luiheid, en zit echte innovatie in creativiteit en efficiëntie”. Door creatief om te gaan met beperkte middelen zoekt hij efficiënte oplossingen in self-service en HR support voor uiteindelijk een betere “employee experience”.

Van Rooij ziet nu de grenzen van het ‘make or buy’-model opdoemen. Alleen interne oplossingen zoeken lijkt niet meer genoeg om de technologische mogelijkheden van point solutions in payrolling in de toekomst te evenaren. Van Rooij zoekt daarom samenwerking met andere grote spelers die de HR operations nog zelf uitvoeren. Daarover meer op 21 maart in Londen.

Technologie is geen strategie

Om met af te sluiten zegt Van Rooij: “Never let operations decide the agenda”. Als HR-services-organisatie moet je in je rol blijven ondanks alle verleidingen van de nieuwste technologische snufjes en handige apps. Alleen de ‘strategic positioner’-competentie in het Ulrich-model moet leidend zijn voor je toekomst van HR.

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter

Bovib ‘sluit de keten’ met – eindelijk – een modelovereenkomst voor intermediairs

Met de recente publicatie van een aparte modelovereenkomst is voor het eerst ook de rol van de intermediair echt vastgelegd. Er was al langer een modelovereenkomst van de Bovib, de belangenbehartigingsorganisatie van de intermediairs.  Maar dat was slechts ‘de helft van het verhaal’, aldus belastingadviseur Boris Emmerig, die lange tijd met de overeenkomsten bezig is geweest.

Dit is de eerste keer dat ook de rol van de tussenpartij expliciet duidelijk gemaakt is

Het traject met de Belastingdienst startte al in januari 2016, zegt hij. En zelfs nadat de goedkeuring verkregen was, verstreken nog 3 maanden voordat de overeenkomst eindelijk op de site van de Belastingdienst kwam. Maar uiteindelijk is-ie er wel, en dat is winst, zegt Emmerig. ‘Voor het eerst is de hele keten afgedekt via modelovereenkomsten. Dus zowel de relatie tussen freelancer en intermediair, als de relatie tussen intermediair en eindklant. Alle modelovereenkomsten tot nu toe hadden betrekking op een eendimensionale relatie tussen opdrachtgever en -nemer. Dit is de eerste keer dat ook de rol van de tussenpartij expliciet duidelijk gemaakt is. Deze twee contracten zijn helemaal op elkaar afgestemd, het is eigenlijk deel 2 van het tweeluik.’

Modelovereenkomst geen mosterd na de maaltijd?

Maar, is dan natuurlijk de vraag: komt deze overeenkomst niet een beetje als mosterd na de maaltijd, nu het kabinet heeft voorgesteld de Wet DBA voorlopig toch niet te handhaven? Nu hoeft toch niemand meer ergens bang voor te zijn? ‘Het ligt er maar net aan hoe je het politiek spint’, zegt Emmerig. ‘Deels wordt natuurlijk wel gewoon gehandhaafd vanaf 1 juli, sterker nog, de handhaving wordt uitgebreid. Het ontbreekt alleen aan beleid en jurisprudentie waaruit blijkt wie door de Belastingdienst als kwaadwillend wordt gezien. Dan kun je maar beter zekerheid vooraf hebben.’

Het niet-handhaven van de Wet DBA noemt de Bovib overigens sowieso ‘ongewenst en niet werkbaar.’ Voorzitter Rob de Laat: ‘Echte duidelijkheid vooraf voor opdrachtgever en zelfstandige is noodzakelijk. En graag op kortere termijn dan dat we het hier in 2020 eens over gaan hebben.’

Ook zzp’er kan de overeenkomst gebruiken om een contract af te sluiten met een intermediair

In de nu goedgekeurde overeenkomsten gaat het bijvoorbeeld over de gezagsverhouding tussen de eindklant en de zzp’er, iets wat in de praktijk natuurlijk vaker kan voorkomen dan de gezagsverhouding tussen intermediair en zzp’er. Ook kan de zzp’er ermee voorkomen dat winst uit onderneming door de Belastingdienst ineens als ‘resultaat overige werkzaamheden’ wordt gezien (wat fiscaal veel nadeliger is). Een zzp’er kan de overeenkomst gebruiken om een contract af te sluiten met een intermediair, zodat die geen loonheffing hoeft in te houden en af te dragen, zolang volgens de overeenkomst gewerkt wordt.

Vrije keuze opdrachtnemer onderdeel overeenkomst

De modelovereenkomst bevat een aantal geel gemarkeerde passages die voor de Belastingdienst cruciaal zijn. Als in een eigen overeenkomst die passages ongewijzigd terugkomen, mag zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer ervan uitgaan dat de Belastingdienst geen dienstverband zal constateren.

Het gaat dan bijvoorbeeld om de vrije keuze van de opdrachtnemer om de opdracht naar eigen eer en geweten in te vullen, en over het gebruik van (zoveel mogelijk) eigen materialen door de opdrachtnemer. Ook gaat het bijvoorbeeld over het debiteurenrisico dat een freelancer loopt wanneer de eindklant de intermediair niet betaalt omdat de freelancer tekort schiet in de uitvoering van de opdracht.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Ondernemend Nederland tijdens verkiezingscampagne op pad met Ondernemersmanifest

In het hele land nemen lokale politici en bestuurders het Ondernemersmanifest in ontvangst. Lokale politiek en besluitvorming blijven belangrijk voor ondernemers, daarom gaat ondernemersorganisatie ONL de komende tijd bij zoveel mogelijk gemeenten langs.

Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht, ontvangt het Ondernemersmanifest van ONL uit handen van Hans Biesheuvel.

Met ondernemers uit het hele land heeft ONL praktische handvatten opgesteld waarmee lokaal meer bedrijvigheid, werkgelegenheid en levendigheid gecreëerd wordt. Tot de verkiezingen 21 maart zal  ONL in naar verschillende gemeenten gaan om het manifest te overhandigen.

Praktische tips

Ondernemers vanuit het hele land hebben meegedacht en -geschreven aan het ondernemersmanifest. Dit heeft geleid tot praktische tips zoals het op tijd betalen van de rekeningen en het gebruiken van aanbestedingskracht om lokale ondernemers te steunen. Ook in de zoektocht naar talent kunnen gemeenten een doorslaggevende rol spelen.

ONL gaat er vanuit dat er beter naar ondernemers geluisterd wordt zodra er nieuwe regels of nieuw beleid gemaakt wordt. Het ondernemersmanifest biedt concrete voorstellen om ondernemerschap te stimuleren.

Het ondernemersmanifest van ONL is hier na te lezen.  

  • Lees meer over : ZP & Gemeenteraadsverkiezingen 2018 via deze link
Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Conclusie eerste zzp-verkiezingsdebat: gemeente moet ondernemers vooral de ruimte geven

Samenhorigheid in de buurt

Kleine ondernemingen kunnen veel bijdragen aan de wijk. Daar zijn alle politici het wel over eens. De kleine ondernemer zorgt voor meer samenhorigheid in de buurt, houdt de buurt levendig, zorgt dat er netwerken ontstaan. Maar wat daarbij de rol van de gemeente is, daar hadden de woordvoerders van de PvdA, CDA, D66, Groenlinks, VVD en SP zo hun eigen ideeën over.

Chris Popma, VVD: “Wij zijn er voor alle ondernemers, groot en klein. Dus ook voor zzp’ers.” Paul Guldemond, D66 wil zelfstandigen een stem geven in de gemeente, niet alleen als burger maar ook als ondernemer. Dorrit de Jong, GroenLinks wil vooral ondernemers die duurzaam bezig zijn ondersteunen. De PvdA zet zich vooral in voor mensen die niet uit eigen keuze flexwerker of zzp’er zijn geworden. Carolien de Heer: “Om zelfstandigen te laten floreren moet je uitwassen tegengaan.” Tot zover niet heel verrassende standpunten vanuit de partijoogpunten.

 

Aanbestedingen opknippen

ZZP Nederland vindt dat aanbestedingen vanuit de gemeente toegankelijker voor zzp’ers moeten worden. Robert Brand, SP: “Amsterdam is de laatste jaren verslaafd geraakt aan multinationals. De Gemeente moet aanbestedingen opknippen en juist kleinere ondernemers een kans geven. In geval van gelijke kwaliteit, kies voor de ondernemer in de buurt.”

Carolien de Heer, PvdA zag haar oude stadsdeel de Pijp snel veranderen door vercommercialisering. “Wat in het centrum al lange tijd gaande is, gebeurt daar nu ook: grote ketens trekken naar de buurt wat ten koste gaat van de bakker op de hoek.” In stadsdeel de Baarsjes, waar ze nu woont, zag ze een goed ondernemersinitiatief ontstaan. Na de moord op een juwelier een aantal jaar geleden zijn ondernemers aan de slag gegaan met de buurt. Met ‘Ik Geef om de Jan Eef’ riepen ze buurtgenoten op om vaker boodschappen te doen in eigen straat, de Jan Evertsenstraat. Het initiatief is inmiddels een stille dood gestorven door geldgebrek maar het laat volgens de Heer wel zien dat je ondernemers de ruimte moet geven.”

Een ander voorbeeld is de Zeedijkbuurt waar de gemeente met de NV Zeedijk sinds 1984 panden aankoopt en stuurt op wat er in die panden komt maar ook wat daaromheen gebeurt. De Heer: “Dat kun je alleen samen met kleine ondernemers doen.”

Maarten Post, voorzitter van Stichting ZZP Nederland en debatleider tijdens de avond: “Moet de gemeente ondernemers dan ook subsidiëren?” Politici denken niet dat zelfstandigen daarop zitten te wachten. Wat ze wel willen, daar is iedereen het over eens, is dat ambtenaren niet te moeilijk doen. Volgens alle vijf partijen is de gemeentelijke bureaucratie een groot obstakel voor kleine zelfstandigen. Brand: “Het systeem is moeilijk te veranderen, maar er moet wel echt een knop om.”

 

 

Ondernemer in de bijstand

Een probleem wordt het als een ondernemer strandt en bij de gemeente moet aankloppen voor een bijstandsuitkering. Post “Ik zie veel jonge mensen in het diepe springen met een beetje vakkennis maar ze hebben geen idee hoe je bijvoorbeeld klanten kunt werven.”

Post vraagt zich af of je dat kunt voorkomen door ze goed te informeren over de risico’s van het ondernemen. “Is dat niet beter dan achteraf in het kader van armoedebestrijding deze problemen proberen op te lossen?” Als voorbeeld noemt Post een initiatief in Zoetermeer. Die stad heeft samen met ZZP NL en de opleidingen een samenwerkingsverband opgezet voor het leren van ondernemersvaardigheden.

 

Loket voor ondernemers

Popma is voor een ondernemersloket in elk stadsdeel. Waar stad, stadsdeel, en ondernemer elkaar kunnen vinden. De Jong, GroenLinks, vraagt zich af of een ondernemer bij de gemeente moet aankloppen voor advies over ondernemen. “Daar zijn andere organisaties voor, zoals ZZP Mokum.” Die gedachte lijkt ook het publiek te delen. “Wat weten ambtenaren nou over ondernemen? Wie nooit zelfstandige is geweest, kan daar ook niet over adviseren, zeker ambtenaren niet.” aldus Anush Avetisyan, coach voor beginnende ondernemers: “Het is de gemeente die recentelijk nog zo’n 8000 mensen met een bijstandsuitkering het ondernemerschap heeft in gedwongen. Op advies van een duur consultantbedrijf. Die aanbesteding hadden ze moeten opknippen en bij ondernemers kunnen uitzetten.”

Popma verduidelijkt dat niet gaat om een adviesloket over ‘Hoe te ondernemen’ maar een aanspreekpunt waar ondernemers hulp krijgen bij het navigeren in de gemeentelijke bureaucratie. Want het moet ondernemers vooral niet te lastig gemaakt worden. Alle vijf de partijen zijn dan ook van mening dat de gemeente een faciliterende rol moet hebben als het om ondernemers gaat. Popma: “Hoe meer de gemeente zich ermee bemoeit, hoe meer dat leidt tot regelgeving. Kijk niet te snel naar de gemeente. Kijk eerst wat je kunt doen samen met de zpp’ers die er zijn.”

Dit is een bijdrage uit een korte reeks artikelen over de Gemeenteraadsverkiezingen 2018 en zelfstandige professionals.

  • Lees meer over : ZP & Gemeenteraadsverkiezingen 2018 via deze link
Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

“Een vervanging van de Wet DBA gaat langer dan twee jaar duren. Daar is nu een oplossing voor nodig”

“De richting die het regeerakkoord aangeeft, daar kunnen wij ons wel in vinden. Een gedifferentieerde benadering. Aanpak schijnzelfstandigheid. Prima. Maar de oplossing die gekozen is, is qua wetgeving erg lastig vorm te geven. Het gaat daarbij te lang duren. Waarschijnlijk ook langer dan Minister Koolmees zegt. “ Dat stelt Hans Biesheuvel, voorman van ONL voor Nederland, in een interview met arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen. Dat de Wet DBA momenteel niet gehandhaafd wordt is volgens Biesheuvel nog steeds niet voldoende om bijvoorbeeld grote opdrachtgevers gerust te stellen.

“Nu zijn er eigenlijk geen fiscale regels. De nieuwe regels gaan nog jaren duren. Die tussenfase duurt veel te lang. Daarom hebben we met een achttal andere organisaties een brief gestuurd naar Minister Koolmees. Daarin staan een aantal suggesties om snel duidelijkheid te geven, zonder de uitgangspunten van het kabinet in de weg te zitten. “

“Een bewuste inschrijving bij de KvK plus een getekende opdracht moet de basis zijn dat iemand geen werknemer is maar ondernemer. En pak het misbruik daarvan via schijnconstructies hard aan via een antimisbruikbepaling op basis van een aantal heel concrete criteria.” Biesheuvel kan zich wel vinden in de tariefsgrens van 18 euro, die het kabinet voorstelt. “98% van alle schijnconstructies kan je zo aanpakken.”

Zie hieronder het volledige interview

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 2s Reacties