Nieuwjaarstoespraak FNV en CNV: ongenuanceerd, een gemiste kans! Geplaatst 12 januari 2011 door Gastblogger ‘Werkgevers sjoemelen met flexwerkers’ Vette koppen eergisteravond in de Nederlandse pers. ‘Werkgevers sjoemelen met flexwerkers’ is de nieuwjaarsboodschap van zowel het FNV als CNV. Alle werknemers zonder een vast contract worden over één kam gescheerd en zijn het slachtoffer van ‘uitbuitende’ werkgevers. Enige differentiatie in flexwerkers ontbreekt. Jammer, want onder “het geweldige leger” aan flexibele werknemers zijn ook flexwerkers te vinden die van flexwerk een eigen keuze hebben gemaakt. Nuance siert de boodschapper! Kwetsbare groep Toch hebben de bonden een punt. Met name flexwerkers die géén eigen keuze hebben kunnen maken voor hun flexibiliteit, blijven in de draaideur van flexibele contracten hangen. Dit was al zo voor de crisis en als zodanig is dit géén nieuws. Nieuws is wel dat de bonden nu zien dat vaste medewerkers worden ontslagen om daarna als freelancer en payroller te worden teruggehaald. Een vooropgezet plan lijkt het. En als dat waar zou zijn, absoluut afkeurenswaardig. De markt dicteert Ook hierin dienen enige nuances te worden aangebracht. Werkgevers schreeuwen al veel langer om meer flexibiliteit in arbeidsverhoudingen. De bonden daarentegen hebben zich nimmer verdiept in het dilemma waarvoor werkgevers dagelijks geplaatst staan. Ook werkgevers vermijden namelijk liever ‘de draaideur’, flexibiliteit werkt storend op de continuïteit en kwaliteit van de (productie)processen. De ongebreidelde consumentisme en sterk toegenomen concurrentie heeft echter de laatste decennia de consumentenprijzen fors onder druk gezet. Daar zijn we allemaal bij geweest, collectieve verantwoordelijkheid dus! Leegloop van arbeid is simpelweg niet meer te betalen en dient flexibel te worden opgevangen wil werkgever prijsconcurrerend blijven. Leegloop van arbeid In de collectieve verantwoordelijkheid had het de bonden gesierd zich bovenstaand plaatje eigen te maken. De grafiek (als voorbeeld) is van een oer hollands voedingsmiddelenfabriek. De blauwe en groene lijnen geven de sterk flucturerende vraag naar arbeid (gerealliseerd) aan. Met de rode lijn is eind 2008 een voorspelling gegeven voor de rest van het gebroken boekjaar. De vraag naar arbeid is direct een resultante van de vraag naar de onderliggende producten. We willen allemaal elke dag weer wat anders eten en dat moet wel gemaakt worden en het liefst just in time. Onze vraag naar arbeid is in dezelfde mate gedifferentieerd als onze vraag naar voedingsproducten. Flexibiliteit als antwoord op ‘piek en ziek’ is een volstrekt achterhaalde gedachte. Helaas bezigt de FNV deze gedachte nog steeds. Hoe nu verder Het starre ontslagrecht, tweedeling in de maatschappij; voordat de ruzie tussen werkgevers en werknemers weer losbarst, moeten nu eerst de feiten op tafel komen. De bonden moeten ‘man en paard’ noemen en nuances aanbrengen in hun communicatie. De flexwerkers met ‘eigen keuze’ voelen zich niet aangesproken als het om ‘sjoemelen’ gaat. Voor de andere groep flexwerkers dienen de bonden juist extra te zorgen. Met de wetenschap van bovenstaand dilemma, moeten nuances en begrip wederzijds mogelijk zijn. Voor bovenstaand voedingsmiddelenfabriek zal het niet meer baten. Zij zullen uiterlijk medio volgend jaar de deuren voorgoed sluiten. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsmarkt, nieuws, vakbond | 3s Reacties
Jaap Boonstra: ‘Ssst. Noem het geen cultuurverandering’ Geplaatst 10 januari 2011 door ZiPredactie Wat maakt de samenwerking tussen KLM en Air France succesvol? Wat maakt Arcadis tot een internationaal ingenieursbedrijf waar Nederland trots op mag zijn? Hoe komt het dat de NS elk jaar haar dienstverlening verbetert? ‘Bedrijven die erin slagen de interne cultuur te veranderen, hebben nooit het woord cultuur of cultuurprogramma in de mond genomen’, concludeert Jaap Boonstra in zijn nieuwste boek Leiders in cultuurverandering; hoe Nederlandse organisaties succesvol hun cultuur veranderen en strategische vernieuwing realiseren. Programma’s voor cultuurverandering in organisaties hebben vaak de mooiste exotische namen en deze programma’s zijn meestal top down ingezet: gij zult veranderen! Kansloos, betoogt Jaap Boonstra in zijn nieuwste boek Leiders in cultuurverandering. Neem het befaamde rondje rond de kerk van de Nederlandse Spoorwegen. De NS dacht na de verzelfstandiging in 1995 wel even een cultuurvernieuwing door te kunnen voeren. De exotische namen waren hier Bestemming: klant en Bestemming: klant in bedrijf. Efficiënt en klantgericht werken luidde het parool. De hakken gingen massaal in het zand. Het personeel voelde zich aangetast in haar professionaliteit en autonomie. Directie en toezichthouders moesten uiteindelijk capituleren. De nieuwe directie heeft geleerd van deze ervaringen. Jacques Huiberts, de directievoorzitter van NS Reizigers, zegt er het volgende over: ‘Het werkt niet om een leiderschapsstijl te gebruiken die zegt dat je de meute vloekend vooruit moet jagen. Dat hebben ze in het verleden geprobeerd. Dat werkt niet. Het gaat om respect voor elkaar en elkaars vakmanschap. Laten zien hoe je wilt werken. Cultuur is een woord dat ik nooit gebruik. Ik probeer leiderschap te laten zien en daar komt iets uit voort.’ Ingrid Thijssen, directievoorzitter per 1 januari 2011, vat de leerervaringen compact samen: ‘Doe het samen met alle medewerkers en doe het allemaal, dan komen we een heel eind. Werk met concrete vraagstukken, zorg dat altijd volstrekt duidelijk is wat het probleem is wat je wilt oplossen. En zet kleine stappen.’ Boonstra: ‘De NS is één van de beste spoorwegbedrijven ter wereld. Dat hebben ze voor elkaar gekregen door het herwaarderen van vakkennis en trots en door de afstand tussen directie, leidinggevenden en personeel te verkleinen.’ Ontsporen Zelden zal een cultuurprogramma als bij de NS zo expliciet, zo zichtbaar in de media – letterlijk – zijn ontspoord. De drama’s elders zijn echter niet minder groot, maar zien veel minder vaak het daglicht. Wie kent uit de eigen werkkring geen cultuurprogramma’s die na aanvankelijk tromgeroffel een stille dood zijn gestorven? Het mislukken doet vaak zo’n pijn, dat de leiders en hun programma’s geruisloos uit beeld verdwijnen. Jaap Boonstra is in zijn nieuwe boek niet op zoek gegaan naar welke fouten vaak worden gemaakt in cultuurveranderingprogramma’s. ‘Ik heb van de Stichting Management Studies expliciet de opdracht gekregen te zoeken naar succesfactoren van leiderschap bij cultuurverandering, en niet naar faalfactoren. We hebben ook al zo veel onderzoeken gehad die focusten op de faalfactoren. Daarom hebben we dus nu echt ingezoomd op succesfactoren.’ En dus kwam Boonstra met zijn onderzoeksteam uit bij zestien bedrijven waar wel succesvol een cultuurverandering is doorgevoerd. Uit al het materiaal komt één belangrijke conclusie naar voren: bedrijven waar programma’s goed verliepen, daar werd het woord cultuurverandering vrijwel niet gebezigd. Goede leiders in verandering kiezen ook voor een stapsgewijze aanpak, blijkt uit het onderzoek. Nog maar meteen een mythe ontkrachten: het onderzoek van Boonstra laat zien dat cultuurverandering niet voorbehouden is aan de top van een bedrijf. ‘Veranderprogramma’s kunnen overal in een organisatie worden geïnitieerd. Wel is het zo dat ze wel door de top ondersteund moeten worden.’ Crisis KPN – een van de door Boonstra onderzochte bedrijven – staat in 2001 aan de rand van de afgrond. De nieuwe bestuursvoorzitter Ad Scheepbouwer grijpt hard in en er moeten 10.000 mensen uit. Tegelijkertijd voert KPN een cultuurverandering door. Het bedrijf moet veel meer in dienst staan van de klant, in tegenstelling tot het oude adagium waarin de klant eigenlijk blij moest zijn dat KPN hen überhaupt aansloot. Ook Ad Scheepbouwer heeft het niet gehad over cultuurverandering. Het ging erom dat KPN wist te overleven, zijn concurrentiepositie kon versterken en zich wist te kwalificeren voor de toekomst. Mensen die die stap niet konden of wilden zetten, verdwenen. De populatie die wel wilde veranderen, bleef. Boonstra: ‘Wat Scheepbouwer heel goed heeft gedaan, is direct een eerlijk verhaal neerzetten hoe het bedrijf ervoor staat. Tegelijkertijd heeft hij perspectief geschetst voor de medewerkers die bleven. KPN beschikt over veel kennis en wilde niet mee met de prijsconcurrentie. Ze wilden concurreren op basis van een goede dienstverlening en kwaliteit. Die nieuwe aanpak, duidelijk zijn en perspectief bieden, heeft KPN weer vleugels gegeven.’ Het KPN-voorbeeld rechtvaardigt wel de vraag of cultuurverandering vooral een crisisding is. Boonstra ontkent. ‘Een crisis kan een aanleiding zijn om cultuurveranderingen door te voeren. Probleem is alleen dat een verandering dan niet geleidelijk kan. Geleidelijkheid is de beste vorm, maar als het niet anders kan, kan crisis een aanleiding zijn om een cultuur schoksgewijs te veranderen. Een crisis is zeker niet de enige aanleiding om een cultuur te willen veranderen. Als je als bedrijf bijvoorbeeld internationaal wilt expanderen, kan een verandering ook nodig zijn. Arcadis, het oude Heidemij, is daar een voorbeeld van. Arcadis waardeert de locale cultuur in tachtig landen en geeft erkenning aan het lokale internationale management. Lokale kennis wordt gecombineerd met internationale expertise. De organisatie verandert als geheel, maar geleidelijk. Ze hebben bij Arcadis geleerd van overnames uit het verleden waarbij de Nederlandse mores werd opgelegd. Ze hebben daarvoor leergeld betaald. Nu doen ze dat dus anders. Dat vind ik een mooie continue lijn van verandering, die overigens in de tijd wel weer verder kan gaan. Zo is in de loop der jaren integriteit een nieuwe kernwaarde van Arcadis geworden. Dat betekent dat ze anno 2010 misschien met sommige zakenpartners geen zaken willen doen omdat daar omkopingspraktijken aan de orde van de dag zijn. In de tijd verschuift zo de cultuur natuurlijk wel.’ Andere redenen om een cultuurverandering in gang te zetten zijn: innovatie met externe partners, versterken van legitimiteit, een nieuwe strategie of het maximaliseren van klantwaarde. Hebben we een cultuur? Veel bedrijven houden zich bezig met de vraag of ze eigenlijk wel een cultuur hebben en waarom ze die zouden moeten veranderen. Boonstra is ervan overtuigd dat elke organisatie een cultuur heeft, en die ook vooral moet koesteren. Neem Albert Heijn. De trotse Nederlandse grootgrutter ging bijna ten onder toen moeder Ahold teveel de nadruk legde op aandeelhouderswaarde. Albert Heijn trapte in de valkuil van een veel te hoog prijspeil om vooral de aandeelhouder te plezieren, en kwam zo ver af te staan van de klant. De bedrijven die Ahold overnam, presteerden niet goed en in 2003 bleek dat er fraude was gepleegd. De managers van Albert Heijn lieten het er echter niet bij zitten en namen het initiatief. Ze wilden het dure imago van zich afschudden, verlaagden de prijzen en introduceerden een missie: Het allerdaagse betaalbaar en het bijzondere haalbaar. Die missie sluit vrijwel naadloos aan bij de cultuur tijdens de oprichting van Albert Heijn. Waarmee Boonstra niet gezegd wil hebben, dat je altijd alles bij het oude moet laten. ‘Het is een constant balanceren tussen oude waarde behouden en veranderen. Het is behouden van identiteit aan de ene kant, en werken aan vernieuwing aan andere kant. Soms moet je dingen vernietigen, soms de kern koesteren. Kijk naar KLM en Air France. Die hebben samen heel goed de tijd aangegrepen om te fuseren. Daarin zie je wat mij betreft de pioniersgeest van KLM terug. Natuurlijk verandert KLM door de fusie, maar er zit ook nog altijd iets heel eigens.’ Hoe ver culturen daarbij soms uiteen lopen, maakt Boonstra duidelijk aan de hand van een voorbeeld. ‘Bij Air France vroegen ze KLM om een mening. Die hadden ze binnen een dag. Er gebeurde vervolgens niets met dat advies en toen KLM vroeg waarom niet, zei men vanuit Parijs: Als een antwoord zo snel komt, kan het niet goed zijn. Air France ging daarbij dus voorbij aan de ondernemerskracht van KLM. Dat soort zaken moet je je heel goed realiseren. Uit mijn onderzoek komt iets belangrijks naar voren. Diepgaande verandering van identiteit verlangt moed van leiders. Ze moeten diep durven te graven in het onderbewustzijn van organisaties. Als je dat niet doet, zul je nooit een fatsoenlijke verandering door kunnen voeren.’ Boonstra zegt daarbij direct dat het niet hoeft te betekenen dat alle neuzen altijd dezelfde kant op staan. ‘Maar in de breedte moet er toch wel iets zijn als een “zijnswaarde”. Waar staan we voor als bedrijf? Wat is onze identiteit? Wat is onze toegevoegde waarde voor klanten? Waarin onderscheiden we ons van onze concurrenten? Wat is onze kracht? Dat is een andere cultuurvraag dan die we ons vijftig jaar geleden stelden. Toen was cultuur meer iets van normen en waarden. Cultuur is nu veel meer diepgaande verandering met de klant als centraal punt. Bedrijven die succesvol veranderen, diskwalificeren het verleden niet, communiceren de noodzaak van veranderen ook niet, maar focussen vooral op een perspectiefrijk toekomstbeeld.’ Aanpak Wat in het boek van Boonstra uiteindelijk duidelijk wordt, is dat er geen tovermiddel is voor cultuurverandering. We hebben al geconstateerd dat de aanleiding voor verandering kan verschillen, maar er zijn ook diverse methoden om verandering aan te pakken. Dat kan door middel van een machtsaanpak (autoritair), een planmatige aanpak, een onderhandelingsaanpak, een stapsgewijze aanpak en een interactieve aanpak. Elke aanpak kan in een bepaalde fase nuttig zijn. In crises bijvoorbeeld moet je misschien even de machtsaanpak gebruiken. Boonstra: ‘We kwamen de machtsaanpak in het onderzoek wel in bijna alle bedrijven tegen, maar het middel wordt toch spaarzaam gebruikt. Als leiders al macht inzetten, gebeurde dit omdat leiders wilden zeggen wat ze expliciet niet willen dat gebeurt. De non-values, niet-waarden. Het mooie daarvan is dat je vervolgens als leider ruimte kunt geven aan wat wel mag. In zes van de tien bedrijven kwam verandering voort uit een crisissituatie waarbij het topmanagement de leiding nam in de verandering. In tien gevallen kwam de verandering ergens anders vandaan. Van de politieman in Amsterdam bijvoorbeeld die meer variëteit en diversiteit in het korps wil. Van de professional in een zorginstelling die uit schaamte niet wil werken zoals het gaat, maar menswaardig om wil gaan met mensen met een geestelijke beperking.’ In geleidelijke veranderprocessen kiest Boonstra nadrukkelijk voor aanpakken ‘stapsgewijs’ en ‘interactief’. Het draait vooral om het samen op te pakken, en vooral niet top down. Boonstra: ‘Het gaat niet om leiders in de klassieke zin van het woord. Het gaat om initiatiefnemers, gangmakers, mensen die voortouw nemen. Die kun je in de gehele organisatie tegenkomen. Ik heb het niet zo op helden in de organisatie. Helden krijgen op enig moment een iets te groot ego en dan volgen ze meer hun eigen ego dan dat ze de klantwaarde voorop stellen. Dat is met Cees van der Hoeven bij Ahold gebeurd. Hij werd drie keer manager van het jaar, maar hij is iets te veel in zijn eigen sprookje gaan geloven. Het gehele idee van een burning platform, een sense of urgency, een noodzaak tot veranderen voordat mensen in beweging te komen… Het onderzoek wijst uit dat dat flauwekul is. Het gaat veel meer om een gezamenlijk zoeken naar een toekomst. Het organiseren van verlangen.’ Rabobank Leiders in cultuurverandering zijn dus mensen die initiatief nemen, hun nek uitsteken en bestaande patronen in discussie brengen. Verandering van organisatiecultuur is daarbij dus niet alleen een zaak van topmanagers, ook al is een cultuurverandering lastig zonder hun steun. Verandering kan ook van onderaf komen. Succesvolle initiatiefnemers kiezen vaak voor een mix van interventies, zoals Boonstra er in zijn boek in totaal vijftig beschrijft. De Rabobank is volgens de auteur een mooi voorbeeld van die interventiemix. ‘Ze hebben daar de klantwaarde voorop gesteld en de mensen daartoe – in een dialoog – veranderd. Tegelijkertijd hebben ze een compleet klantvolgsysteem opgezet en structuren aangepast. Een combinatie van een planmatig veranderstrategie en een interactieve en stapsgewijze aanpak. Een samenspel van interventies. Zonder echte helden dus, maar wel met mensen die hun nek uitsteken en het voorbeeld geven.’ Dit interview van Ronald Buitenhuis met Jaap Boonstra is verschenen in Management & Literatuur, een uitgave van Managementboek.nl Het boek van Jaap Boonstra ‘Leiders in cultuurverandering’ (met CD Rom) kost €49,75 en kunt u hier bestellen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management, organisatie ontwikkeling | Laat een reactie achter
Van flexpool naar ZZP-community. Praktijkvoorbeelden van effectief organiseren van externen (deel 2) Geplaatst 7 januari 2011 door Mark Bassie In deel I van dit artikel zijn de eerste twee fases besproken van de ontwikkeling van de flexpool richting een community. In dit tweede deel volgt de laatste, derde fase, waarin de samenwerking tussen de organisatie en de externen nog hechter wordt is. Fase 3: Symbiose In de 3e fase ligt het hoogste te bereiken doel: een bloeiende community, waarbij zowel de organisatie als de individuele leden volop profiteren van het bestaan ervan. De onderlinge contacten zijn intensiever geworden omdat men elkaar persoonlijk goed kent en heeft leren waarderen. De onderlinge contacten gaan ook niet meer alleen over de opdrachten of over de organisatie, maar kunnen ook andere onderwerpen betreffen, zoals het op peil houden van de kennis en competenties of het inspelen op nieuwe marktontwikkelingen. De organisatie profiteert van alle externe ideeën, expertise en creativiteit, en de deelnemers profiteren van de continuïteit van de organisatie, het platform waar ze op terug kunnen vallen dat hen ook een flex-werkplek biedt als er geen opdracht is, waar ze binnen kunnen lopen voor een kop koffie of een lunch. Een -wat overdreven gesteld- symbiotische relatie. De banden over en weer zijn zo aangetrokken dat het uit elkaar gaan bijna niet voor komt. Als ik uit mijn eigen ervaring put en om me heen kijk, dan zitten verreweg de meeste pools nog in fase 1. Er wordt vaak gepraat over fase 2 community’s maar het blijkt in de praktijk lastig voor veel organisaties om regelmatig in contact te treden met de externe pool. Vaak stoppen de uitnodigingen voor een bijeenkomst na een aantal keren en dan zakt men weer terug naar fase 1. Fase 3 community’s ben ik maar weinig tegengekomen. De Communicatiepool van het Ministerie van Algemene zaken behoort er zeker toe. Praktijkvoorbeeld: de Communicatie-pool van de Rijksoverheid De afdelingen Communicatie van alle Ministeries in Den Haag beschikken sinds 1,5 jaar over één gezamenlijke flexpool, bestaande uit 40 externe strategische en tactische communicatie-adviseurs en woordvoerders. Na een succesvol pilot-jaar is deze formule nu definitief ingevoerd. Het Ministerie van Algemene Zaken beheert de communicatie-pool. De aanleiding was dat er in het verleden regelmatig behoefte was aan extra menskracht en know-how (vanwege ‘piek & ziek’), maar de afslankende overheid wilde hiervoor geen extra communicatie-ambtenaren aanstellen. Ook wilde men geen externe beheerder of een extern bemiddelingsbureau inschakelen, maar zelf de regie en uitvoering houden. Marion Petit van het Ministerie van AZ was projectleider om de externe pool op te zetten. Via een tweetal aanbestedingen is de vraag uitgezet naar zzp’ers die voldoende bereid en bekwaam waren om de Ministeries te helpen indien nodig. Bij de selectie is vooral gelet op relevante ervaring en opleiding. De ervaring moest worden aangetoond met relevante opdrachten en referenties. Maar ook werd er op gelet of de kandidaten bereid waren om niet alleen maar opdrachten te komen halen, maar ook om hun kennis en ervaring actief in te zetten bijvoorbeeld door aanwezig te zijn bij bijeenkomsten van de flexpool. Hier wordt verder aan de ontwikkeling en professionalisering gewerkt bijvoorbeeld met groepsintervisie. Indien een kandidaat aan alle eisen voldoet en ook een geschikte persoon(lijkheid) is, dan wordt er met hem/haar een standaard raamcontract getekend met vaste tariefafspraken. Het raamcontract en de tarieven zijn voor alle zzp’ers identiek. Zodra er behoefte ontstaat bij een Ministerie aan tijdelijke ondersteuning wordt de klantbeheerder van AZ gebeld. Deze gaat op zoek naar die kandidaat in de pool met het juiste profiel die ook op dat moment beschikbaar is. Er wordt altijd maar 1 kandidaat voorgedragen. Deze kandidaat wordt vervolgens in contact gebracht met de aanvrager en vervolgens worden de contractuele en werkafspraken tussen aanvrager en zzp’er gemaakt volgens het standaard contract. Hierdoor kan de juiste kandidaat vaak al na 1 week aan de slag. Bij het einde van de opdracht wordt eea geëvalueerd door de klantbeheerder. Om te voorkomen dat er te vaste relaties ontstaan tussen opdrachtgever en ZZP’er wordt er vaak na een half tot een jaar gewisseld met een andere zzp’er uit de pool, als er nog behoefte is aan extra ondersteuning. Dit voorkomt ook problemen met het ontstaan van verkapte dienstverbanden. Er zijn nu al tientallen opdrachten via de communicatiepool uitgevoerd. De poolers zelf zijn zeer tevreden, er is geen verloop door ontevreden kandidaten. Aan de andere kant zijn ook de opdrachtgevers tevreden over de geboden kwaliteit en flexibiliteit. Er wordt gebruik gemaakt van een softwarepakket van Tangram om de pool digitaal te beheren. Kandidaten kunnen zelf hun profiel bijhouden via de klantbeheerder. Onderlinge digitale contacten via Tangram zijn niet mogelijk maar er zijn wel contacten via Linkedin. Onderlinge persoonlijke contacten zijn er inmiddels ook ontstaan, omdat de kandidaten elkaar na 1,5 jaar goed hebben leren kennen tijdens en buiten de gezamenlijke bijeenkomsten om. Tot slot: Ik denk dat het voor menige organisatie gaan beheren van een groep van externe, maar betrokken en geschikte medewerkers, een effectief middel is om in de komende jaren te blijven beschikken over extern inzetbaar personeel. Niet alleen voor piek & ziek en continuïteit, maar ook voor flexibiliteit, kwaliteitsverbetering en innovatief vermogen. Ik raad u aan om ook na te denken of het oprichten van uw eigen flexpool een middel is tegen de komende krapte op de arbeidsmarkt. En ook welke fase en doelen u hiermee wilt bereiken. Indien u al beschikt over een eigen flexpool, dan is het wellicht nuttig om te kijken hoe u hiervan een bloeiende(r) ZZP-community kunt maken! Het is interessant als er door de lezers meer voorbeelden worden aangedragen van succesvolle bloeiende community’s. Dan kom ik hierop terug in een volgende blog. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags community, Flexibele schil, inhuur | 6s Reacties
Van flexpool naar ZZP-community. Praktijkvoorbeelden van effectief organiseren van externen (deel 1) Geplaatst 6 januari 2011 door Mark Bassie In deze blog wordt aan de hand van 3 praktijkvoorbeelden aangegeven wat het belang is voor uw organisatie om te beschikken over een eigen externe flexpool of ZZP-community. Aan de hand van deze voorbeelden wordt uitgelegd wat de verschillen tussen beiden zijn. Ook wordt een fasering aangebracht waarin deze verschillen zichtbaar worden. Flexpools en ZZP-community’s zijn er al volop. Die bestaan nu grotendeels uit ZZP’ers, die zich verenigen via het internet op allerlei sites omdat ze dan samen sterker staan in economisch gure tijden en van elkaar kunnen leren. Er komen nog wekelijks nieuwe bij, zeker nu het aantal ZZP’ers blijft stijgen. Sommige worden beheerd door een bureau, sommige door iemand uit de community zelf. ‘Cloud’ of ‘zwerm’ kom je ook tegen als naam voor dit soort groepen. In deze blog bedoelen we met externe flexpool of ZZP-community eentje die speciaal is opgericht door een bedrijf of een overheidsorganisatie omdat men vanwege verschillende motieven behoefte heeft aan snel inzetbare kwalitatief goed extern personeel (meestal ZZP’ers). Een dergelijke community heeft dan die vorm, omvang en kwaliteit waar de organisatie behoefte aan heeft. Er worden afspraken op maat gemaakt tussen de organisatie en de deelnemers van de community. Toetreding tot de community is geheel afhankelijk van de instemming van de community-eigenaar. Deze ziet erop toe dat een nieuwe toetreder geheel voldoet aan de gestelde eisen, ervaring of bereidheid om bepaalde verplichtingen aan te gaan. Minder meetbaar zijn de eisen die worden gesteld aan de persoonlijkheid en de persoonlijke vaardigheden. Nieuwe deelnemers moeten ook passen bij de cultuur van de organisatie, een ‘leuk’ mens zijn en soms ook passen bij de andere deelnemers in de community. En dat alles geheel op maat conform de community-eigenaar. Zo kennen we voorbeelden die regelen dat community-deelnemers bepaalde diploma’s moeten hebben, maar ook periodiek hun beroepsvaardigheid moeten bijwerken. Aan de hand van 3 voorbeelden kunnen we een logische indeling maken aan de hand van de intensiteit van de relatie tussen de organisatie en de leden van de community. Deze indeling is ook te gebruiken als een fasering voor de groei van flexpool naar community. Deze fasering noem ik: Fase 1 Halen & brengen Fase 2 Synergie Fase 3 Symbiose Fase 1 Halen & Brengen In de 1e fase wordt de flexpool eigenlijk alleen gebruikt voor de directe aanleiding: de snelle behoefte aan externe deskundigheid of handen. De organisatie doet bij ‘piek en ziek’ een beroep op de flexpool. Iemand krijgt de opdracht, doet zijn werk en zodra de klus is geklaard, verdwijnt hij weer met achterlating van zijn bijgewerkte gegevens in de pool. In deze fase kan niet worden gesproken van een community. Praktijkvoorbeeld: De flexibele schil van Kaak Nederland B.V. te Terborg Kaak Nederland b.v. en het Achterhoekse Terborg zijn al meer dan 100 jaar met elkaar verbonden. Destijds gestart als kleinschalig producent van bakblikken, is het familiebedrijf Kaak uitgegroeid tot een multinational met vestigingen in Nederland, Duitsland, Engeland, Italie en Frankrijk. Deze bedrijven vormen gezamenlijk de Kaak Groep, wereldwijd één van de belangrijkste leveranciers van complete productielijnen en automatiseringen voor de industriële bakkerijbranche. De Kaak Groep ontwikkelt, produceert en installeert machines en systemen voor alle processen “van silo tot truck”. Voor de Kaak Groep zijn ca. 700 mensen werkzaam, waarvan 350 bij Kaak Nederland b.v. in Terborg. Net als voor soortgelijke organisaties in de regio, wordt het vinden van voldoende gekwalificeerd (technisch) personeel op alle niveaus, ook voor Kaak steeds moeilijker. De laatste jaren heeft Kaak doorlopend vacatures en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. De vijver waaruit met z’n allen wordt gevist, wordt namelijk steeds kleiner. Kaak probeert een steentje bij te dragen aan oplossingen, o.a. door een nauwe samenwerking met diverse opleidingsinstituten en het sponsoren van opleidingen en technieklokalen. Tevens nodigt Kaak de laatste jaren met regelmaat scholieren en studenten, van basisschool tot universiteit, uit voor een bezoek aan het bedrijf, om de leerlingen kennis te laten maken met techniek. Deze activiteiten gaan gepaard met een relatief lage investering in verhouding tot de opbrengst. Onlangs heeft Kaak een open dag georganiseerd, waar ook andere geïnteresseerden een kijkje konden nemen in de organisatie. De open dag trok maar liefst 3.200 bezoekers! Kaak Nederland BV beschikt over een (vaste) flexibele schil, om o.a. voldoende snel in te kunnen spelen op de wisselende behoefte aan (technisch) personeel. De flexibele schil wordt beheerd door Jürgen van Aalst, hoofd P&O en varieert van 10-30% van het totale personeelsbestand en bestaat naast uitzendkrachten en gedetacheerden ook uit een aantal ZZP’ers. Om in deze flexibele schil te kunnen voorzien, werkt Kaak samen met een groot aantal uitzend- en detacheringsbureaus. Het voordeel van het vaste flexibele personeelsbestand is dat bij noodzakelijke extra capaciteit, deze personen de organisatie en de werkzaamheden dan al kennen. Kaak, een familiebedrijf en multinational ineen, is ook aantrekkelijk als werkgever door o.a. goede primaire- en secundaire arbeidsvoorwaarden en voldoende ontwikkelingsmogelijkheden in de vorm van o.a. opleiding en training (voor zowel werknemers als ingeleende krachten!). Fase 2: Synergie In de 2e fase worden de deelnemers ook betrokken bij de organisatie als er geen opdracht voor hen is. Zo kunnen deelnemers bijvoorbeeld elk kwartaal een uitnodiging tegemoet zien om bij te praten met elkaar over hoe het gaat met de organisatie, over de ontwikkelingen op de markt en de deelnemers zelf. Hierdoor leren de pool -deelnemers ook elkaar kennen en ontstaan er mogelijk ook synergetische voordelen. Er kunnen tijdens de bijeenkomsten ideeën ontstaan voor product- of procesverbeteringen, voor ontwikkelingen op de markt die vervolgens samen met de pool kunnen worden aangepakt. In deze fase kunnen we zowel spreken over een pool als over een community. Praktijkvoorbeeld: De flexpool van het Instituut voor Veiligheid & Milieu (IVM) Het IVM is een bedrijf dat al 20 jaar deskundigheid levert op het gebied van arbeidsveiligheid, brandveiligheid en bedrijfshulpverlening. Met ruim 95 medewerkers verspreid over het hoofdkantoor in Coevorden en een aantal opleidingslocaties door heel Nederland, worden er dagelijks adviezen gegeven, veiligheidsmedewerkers gedetacheerd en trainingen en cursussen verzorgd bij vele soorten organisaties. Het IVM kent een duidelijk seizoenspatroon in de opdrachten, waardoor men een sterk wisselende behoefte heeft aan direct inzetbare knowhow. Daarom heeft men een aantal jaren geleden een flexpool opgezet in eigen beheer. Deze pool bestaat uit 50 personen, zodat de hele organisatie voor 1/3 uit flexwerkers bestaat. Het aantal poolkrachten groeit nog steeds en bestaat uit een combinatie van ZZP’ers en mensen met een garantie-urencontract. Qua expertise bestaat de pool uit brandwachten, uit instructeurs en uit veiligheidsdeskundigen. Voorafgaande aan de toelating wordt iedereen gescreend, met name of de verplichte scholing wel is gevolgd en of de diploma’s en certificaten in orde zijn. De ZZP’ers moeten tevens hun VAR-verklaring kunnen overhandigen. Met de ZZP’ers worden indien mogelijk, per functie dezelfde prijsafspraken gemaakt. Voor adviestrajecten is dit meer maatwerk, omdat hier veel niveau- en ervaringsverschillen in kunnen zitten. Per opdracht worden er financiële afspraken gemaakt binnen een door IVM bepaald kader. De mensen in de pool leren elkaar onderling ook kennen tijdens de speciale bijeenkomsten waar ze met zijn allen een paar keer per jaar voor worden uitgenodigd. Maar ook doordat men samen op een opdracht zit en moet samenwerken. Er wordt door het IVM geen gebruik gemaakt van speciale software waarmee de flexkrachten hun eigen gegevens kunnen bijwerken of digitale contacten met elkaar kunnen onderhouden. De spin in het web is het hoofd P&O van het IVM, Wilma Louissen. Zij beheert de flexpool en peinst er niet over om het beheer ervan uit te besteden aan een externe partij. Daarvoor is het te belangrijk (voor IVM) en te leuk om te doen (voor haarzelf), zo stelt ze. Ook de projectleiders van het IVM die optreden als opdrachtgever voor de flexkrachten, zijn tevreden over de geboden kwaliteit en flexibiliteit. Het komt zelden voor dat er gedwongen afscheid wordt genomen van een van de flexkrachten, het natuurlijke verloop is nagenoeg nihil. Wel wordt elke opdracht geëvalueerd om de kwaliteit van de flexkrachten te volgen. Ook de flexkrachten zelf zijn tevreden over de verkregen opdrachten en werkzaamheden, zo is de indruk van Wilma (alhoewel er nooit expliciet onderzoek naar is verricht). Maar naast interessant werk met een zekere continuïteit, genieten de flexwerkers ook andere voordelen, zoals korting op het volgen van cursussen die voor het vak belangrijk zijn. En vanaf 2011 mogen ze zelfs lid worden van de personeelsvereniging als nieuwe stap op weg naar integratie met de vaste medewerkers. Zie voor het vervolg deel II van dit artikel. Daarin wordt fase 3 (Symbiose) aan de hand van een praktijk voorbeeld toegelicht. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags community, Flexibele schil, inhuur | 2s Reacties
Waarom ZiPconomy en waarom nu? (introductie) Geplaatst 2 januari 2011 door Hugo-Jan Ruts ZiPconomy is nieuw en gaat over flexibilisering, over (individueel) ondernemerschap, over de ‘vertijdelijking’ van werk, over het nieuwe werken & het nieuwe organiseren. Vertrekpunt hierbij zijn de ZiPers of Zelfstandige Interim Professionals en alle marktpartijen die betrokken zijn bij de ZiP economie: organisaties met hun groeiende flexibele schil, de intermediairs, belangenorganisaties, kennis- en opleidingsinstituten en de overheid. Kortom voor iedereen die geïnteresseerd is in de veranderingen in onze economie, onze samenleving, de arbeidsmarkt en binnen organisaties. En natuurlijk wat dit betekent voor ons eigen leven en dat van onze kinderen. De wereld verandert Waarom starten er de laatste decennia steeds meer kleine bedrijven? Hoe komt het dat ondernemen en ondernemerschap plotseling weer populair zijn? Waar komen die 1 miljoen ZZPers ‘opeens’ vandaan? Waarom denken veel opinie- en beleidsmakers nog steeds dat de vaste baan de norm is, terwijl 35% van de beroepsbevolking al op één of andere manier een tijdelijk contract heeft? Hoe organiseren die kennisorganisaties eigenlijk hun flexibiliteit? En hoe organiseren flexibele organisaties hun kennis? Wat zijn de effecten van de toenemende individualisering en de afnemende identificatie met organisaties en instituties? Hoe verhoudt zich het zelfstandig ondernemerschap zich met het afbrokkelen van onze collectieve zekerheden? Allemaal vragen en compleet nieuwe uitdagingen waar we samen antwoorden op moeten vinden. En dat doet pijn Het gaat om veranderingen die een gevolg zijn van machten en krachten die niet te sturen en nauwelijks te stoppen zijn: globalisatie, verschuiving in de economische verhoudingen, de veranderende rol van kennis, de mogelijkheden van de techniek, van informatisering, de opkomst van de sociale media, wegvallen van oude sociale structuren, de toegenomen diversiteit, etc. Onduidelijk wat precies de oorzaken en de gevolgen zijn maar onze economie en onze arbeidsmarkt veranderen dus ook. Maar dat is niet gemakkelijk! Het gaat om adaptieve veranderingen die heel diep gaan en gevolgen hebben voor onze manier van denken, organiseren en samen leven. Oude reflexen of business modellen werken dan niet meer. Dan is er beweging nodig en ruimte voor nieuwe ideeën. We starten de dialoog Dat willen we met ZiPconomy! Een platform voor vernieuwing door mensen en ideeën bij elkaar te brengen en kennis te delen. De eerste stap is ZiPconomy.nl waar we samen met een groep inspirerende mensen (zie auteurs) kennis en ervaring gaan delen. ZiPers, maar ook visionairs uit het bedrijfsleven, de wetenschap, belangenverenigingen en de overheid. We nodigen iedereen uit om mee te doen en zijn of haar kennis en ervaring te delen. Mensen op verschillende posities, met verschillende belangen en een visie op de toekomst. Samen met onze experts, bloggers, critici en actieve deelnemers gaan we een aansprekende site maken. ZiPconomy.nl is een kennis platform, een forum voor discussie en dialoog. Dat is de eerste stap van informeren en inspireren. Daarna gaan we, samen met andere organisaties, offline activiteiten organiseren. Bijeenkomsten, (werk)conferenties, opleidingen en seminars om van elkaar te leren, nieuwe concepten en modellen te bedenken. En juist nu, omdat deze nieuwe economie, de kennis- en netwerkeconomie zo ontzettend belangrijk voor Nederland is. Ja, we hebben een droom en één die we graag willen delen. Want wij als ondernemers weten dat iets moois altijd begint met een droom. Geplaatst in Professioneel inhuren | 8s Reacties