Maandelijkse archieven: mei 2025

MSP-dienstverlening: evolueren naar de toekomst met technologie, talent en vertrouwen

Wereldwijde expertise, lokale verankering

Binnen Randstad zijn de global MSP-activiteiten ondergebracht in Randstad Sourceright. In Nederland worden deze diensten lokaal aangeboden via Yacht Inhouse Services (voor MSP) en Yacht Externen Management (voor contractbeheer). “In Nederland behoren we tot de top drie, met meer dan honderd MSP-klanten” bevestigt Jan van Helden. “Ook lokaal in België is Randstad Sourceright een toonaangevende speler, met zo’n vijftien MSP-klanten.”

Luc De Bolle benadrukt dat Randstad onder de naam Randstad Sourceright wereldwijd actief is, maar altijd de lokale noden vooropstelt. “Voor Randstad Sourceright ben ik het aanspreekpunt in België, Nederland en Frankrijk en verantwoordelijk voor enkele grote, internationale klanten. Voor lokale klanten beheren we alle MSP-dienstverlening in België. Die combinatie laat ons toe om beste praktijken internationaal te delen, maar tegelijk sterk in te spelen op lokale regelgeving en marktbehoeften.”

Trends die de MSP-markt hertekenen

De MSP-markt evolueert richting – wat Randstad omschrijft als – ‘MSP 5.0’.​ Dit betekent een meer datagedreven aanpak, met technologie die het werk ondersteunt zonder de menselijke factor uit het oog te verliezen.

“Technologie speelt een almaar grotere rol,” zegt van Helden. “Maar ze moet ondersteunend blijven aan de menselijke aanpak. Uiteindelijk moeten mensen in de driver’s seat zitten. Het gaat over verandermanagement.”

Luc De Bolle vult aan en ziet in België ook de complexiteit toenemen. “Wetgeving verschilt per gewest, en het blijft zoeken naar een goede balans tussen compliance en flexibiliteit. Tegelijk zien we dat klanten steeds meer inzetten op kostenbeheersing en talentacquisitie, domeinen waar MSP’s hen perfect kunnen ondersteunen.”

Daarnaast groeit de vraag naar geïntegreerde oplossingen. Grote bedrijven bouwen eigen rekruteringsteams uit, maar willen tegelijk gebruik maken van de schaalvoordelen en expertise van een MSP. “De kunst is om samen te werken,” zegt van Helden. “Een MSP moet als verlengstuk van de klant ondersteunen waar nodig, bijvoorbeeld in freelance sourcing, het bieden van inzichten in marktontwikkelingen en in employer branding, maar hen ook beschermen tegen risico’s zoals schijnzelfstandigheid.”

Technologie in MSP speelt een almaar grotere rol, maar ze moet ondersteunend blijven aan de menselijke aanpak. Uiteindelijk moeten mensen in de driver’s seat zitten. Het gaat over verandermanagement.

Consolidatie en organische groei

Opvallend is dat Randstad kiest voor organische groei, terwijl andere spelers in de markt overnames najagen. “We willen onze bedrijfscultuur bewaken,” legt Van Helden uit. “Dat maakt ons uniek: klanten weten dat ze kunnen rekenen op continuïteit en vertrouwde kwaliteit.”

Volgens De Bolle​ zoeken bedrijven en organisaties vandaag vooral grip op hun inhuur. Hij onderstreept de strategie van organische groei. De focus moet liggen op het helpen van de klant. MSP’s bieden niet alleen operationele ondersteuning, maar ook strategisch inzicht. Door als partner processen te stroomlijnen, compliance te bewaken en data te leveren over prestaties en kosten, helpen ze bedrijven vooruit in een complexer wordende arbeidsmarkt.

Diversiteit, inclusie en Total Talent Management

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties wordt almaar belangrijker. ESG (Environmental, Social & Governance) – en in het bijzonder de ‘S’ van Social – krijgt een vaste plek in talentmanagement.

“Diversiteit en inclusie is een integraal onderdeel van ons selectieproces,” zegt Jan van Helden. “We gebruiken tools zoals Textmetrics om vacatureteksten te screenen op vooroordelen. Door vacatures aantrekkelijker te schrijven voor een bredere doelgoep, kunnen we kandidaten eerlijk en objectief vergelijken.”

Luc De Bolle vult aan: “Onze klanten vragen almaar vaker om specifieke profielen, waarbij de zogenaamde ‘skill based’-benadering het verschil maakt. Dankzij onze marktkennis en data kunnen we hierover gericht advies geven.”

Ook de grens tussen vast en flexibel talent vervaagt. “Bedrijven denken niet langer in hokjes,” merkt van Helden op. “Ze willen een Total Talent Management-aanpak: de beste kandidaat, ongeacht statuut. Een goede MSP ondersteunt daarbij.”

De impact van AI en technologie 

AI is intussen een vaste waarde geworden in de MSP-wereld. “In Nederland gebruiken we AI om bijvoorbeeld opdrachtomschrijvingen ‘holistisch’ te screenen langs de wet DBA (zie kaderstuk), zodat we schijnzelfstandigheid beter kunnen inschatten,” zegt Jan van Helden. “Ook bij het zoeken van talent en het optimaliseren van vacatureteksten biedt AI veel voordelen.”

Luc De Bolle benadrukt dat AI vooral repetitieve taken kan automatiseren, zoals interviewplanning of het selecteren van geschikte kandidaten. “Maar bij strategische beslissingen blijft de menselijke interactie cruciaal. Technologie moet klanten ondersteunen, niet overspoelen.”

Bedrijven denken niet langer in hokjes. Ze willen een Total Talent Management-aanpak: de beste kandidaat, ongeacht statuut. Een goede MSP ondersteunt daarbij.

Volgens Randstad zal de rol van MSP’s verder verschuiven naar strategisch partner: naast sourcing en compliance zullen ze bedrijven ook begeleiden bij technologiekeuzes en workforce planning.


De Wet DBA (Nederland) in een notendop

De Nederlandse Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan door de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er te toetsen. Belangrijke criteria zijn: gezagsverhouding, verplichte persoonlijke arbeid en loonbetaling. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Nederlandse Belastingdienst actief; bij onjuiste kwalificatie kunnen opdrachtgevers loonheffingen en naheffingen opgelegd krijgen. Modelovereenkomsten bieden enige zekerheid, mits er conform wordt gewerkt. De Wet DBA vervangt de vroegere VAR-regeling en legt meer verantwoordelijkheid bij opdrachtgevers.


De toekomst: kansen en uitdagingen

Voor de komende jaren zien beide interviewees vooral kansen. De freelance-economie groeit, platformisering neemt toe en bedrijven willen meer grip en transparantie in hun talentbeheer​. “De macht verschuift naar het talent,” besluit Luc De Bolle. “Wie als werkgever aantrekkelijk wil blijven, moet inspelen op de wensen van kandidaten: flexibiliteit, autonomie én maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als MSP zijn wij perfect geplaatst om bedrijven daarin te begeleiden.”

Jan van Helden vat het krachtig samen: “De kracht van een goede MSP zit in de combinatie van technologie, expertise en menselijke betrokkenheid. Alleen zo kunnen we echte waarde creëren voor klanten én kandidaten.”


Hoe zou het met de MSP-spelers in België en Nederland gaan in deze tijd van transitie, technologische versnelling, en grote onzekerheid? Hoe ervaren zij de vele turbulenties in de arbeidsmarkt en de onvoorspelbare economie? Wat zijn de uitdagingen waarvoor zij staan en hoe spelen ze daarop in? Je leest het in dit zesde onderzoekrapport naar MSP-aanbieders in Nederland en België.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , , , , , | Laat een reactie achter

De mythe van automatisering: hoe AI afhankelijk blijft van goedkope arbeid

Scooby-Doo in de wereld van platformwerk

‘Ik en mijn team zijn net Scooby-Doo: we reizen de hele wereld over om mysteries te onderzoeken’, vertelt Casilli. ‘We doen empirisch onderzoek naar kunstmatige intelligentie en hoe die wordt geproduceerd. Onze focus ligt niet op de nieuwe mogelijkheden van AI, maar op het ontwikkelingsproces: wie werken er achter de schermen om AI mogelijk te maken?’

Zijn onderzoeksteam heet Diplab, wat staat voor Digital Platform Labor. Inmiddels hebben zij een heel brede kijk op automatisering.

Mythe van automatisering

De droom van automatisering van werk is niet nieuw: onder anderen Thomas Mortimer schreef in 1801 over een machine die in staat zou zijn om menselijke arbeid ‘bijna volledig overbodig te maken’.

“Technologen en economen zoeken al eeuwenlang manieren om arbeid efficiënter te maken”, vertelt Casilli. “Tijdens de industriële revolutie ontstonden de eerste machines, zoals de stoommachine en de Spinning Jenny. Elke innovatie ging gepaard met grote beloftes. Ze zouden ons vele uren aan werk besparen. Maar niets blijkt minder waar.”

Veel voorspellingen over automatisering waren overdreven. Studies tussen 2013 en 2024 stelden dat robots 46-47% van alle banen zouden vervangen. Casilli: “Organisaties zoals de OESO en ILO hebben aangetoond dat dit niet klopt. Zelfs met bijkomende crises zoals klimaatverandering, geopolitieke spanningen en een pandemie, is de werkloosheid wereldwijd niet gestegen. Sterker nog, in 2025 werken mensen meer dan ooit.”

Het probleem zit in de methodologie van deze onderzoekers, legt de hoogleraar uit. “Zij nemen een beroep en splitsen het op in taken. Als ze verwachten dat AI 60% van de taken kan vervangen, concluderen ze dat de baan verdwijnt. Maar zo werkt het niet in de praktijk. Vaak krijgen werknemers gewoon nieuwe taken.”

Invloed van platformisering

Volgens Casilli is de grootste verandering van de afgelopen jaren niet automatisering, maar platformisering. Bedrijven als Uber, Amazon en Meta gebruiken gigantische hoeveelheden data om vraag en aanbod te verbinden en het werk te organiseren. Daarnaast gebruiken zij al die gegevens om AI-systemen te trainen. Zo bouwen ze bijvoorbeeld software zoals ChatGPT (de P staat voor ‘Pretrained’) en de technologie achter zelfrijdende auto’s.

“Wat vaak vergeten of verzwegen wordt, is hoeveel mensen hierbij betrokken zijn”, vertelt de onderzoeker. “De belofte van AI is dat de systemen menselijke cognitieve taken kunnen overnemen. Maar in werkelijkheid zijn veel zogenaamde ‘automatische’ processen afhankelijk van menselijke arbeid. De mensen die dit werk uitvoeren zijn vaak onzichtbaar en worden slecht betaald.” Dit is overigens niet iets van de laatste jaren: zo heeft Google al sinds 2007 een eigen platform Raterhub, waarbij datawerkers zoekresultaten verifiëren en zo de algoritmes van de zoekmachine verbeteren. Amazon Mechanical Turk, het platform dat Amazon gebruikt en ook voor externe klanten te gebruiken is, maakt een dikke knipoog naar de mythe rondom AI en de afhankelijkheid van menselijke arbeid. De Mechanical Turk waar het platform naar is vernoemd is de ‘schaakrobot’ die in 1770 werd uitgevonden en 84 jaar lang de wereld over reisde als voorbeeld van automatisering. Totdat bleek dat in de machine een persoon zat en van automatisering weinig sprake was.

Automatisering leidt niet tot minder, maar ander werk – vaak in een verslechterde vorm. “Grote techbedrijven praten daar liever niet over. Het ondermijnt het verhaal dat AI echt intelligent is. In werkelijkheid werken mensen juist meer dan ooit, maar soms ook onder slechtere omstandigheden dan voorheen.”

Wie zijn die datawerkers?

Datawerkers verzamelen, ordenen en verbeteren gegevens. Zonder hen zou AI niet werken. Neem beeldherkenning: AI leert wat een kat is door miljoenen afbeeldingen van katten te analyseren. “Mensen moeten die beelden eerst labelen. Dat lijkt simpel werk, maar het is een vak apart. Toch krijgen deze datawerkers vaak een beloning die niet in verhouding staat tot hun inspanningen”, zegt Casilli. “In landen als Kenia ligt het maandloon voor deze datawerkers rond de $400. Dat is niet genoeg om rond te komen.”

De hoogleraar benadrukt dat dit geen tijdelijke fase is. “Datawerk blijft nodig zolang we AI doorontwikkelen”, vertelt hij. “We moeten de systemen constant trainen, aanpassen aan nieuwe wensen van klanten en controleren op fouten. Schattingen van de Wereldbank wijzen op een ruwe schatting van minstens 150 miljoen van dergelijke werknemers wereldwijd, en dat aantal blijft alleen maar groeien. Ook daarom is het belangrijk om kritisch te kijken naar hun arbeidsomstandigheden.”


Ook jij bent datawerker

In zijn boek Waiting for Robots noemt Antonio Casilli een groep digitale arbeiders die vaak over het hoofd wordt gezien: social network laborers. Dit is eigenlijk iedereen met een smartphone. Met onze dagelijkse online activiteiten trainen we de AI van grote techbedrijven. We leren AI wat een stoplicht is door ReCaptchas in te vullen. Als we social media posts liken, leren we systemen welke plaatjes aantrekkelijk zijn. We leveren dus waarde aan AI-systemen, maar krijgen hier meestal niet voor betaald. We zijn zowel gebruiker als producent van data. Dit roept een interessante vraag op: is dit werk of niet?


Casilli ziet dat deze vorm van arbeid bestaande machtsstructuren en scheve arbeidsverhoudingen versterkt. Hij en zijn team hebben samengewerkt met beleidsmakers en vakbonden om dit aan het licht te brengen. “Techingenieurs bij bedrijven zoals Google verdienen hoge salarissen, terwijl datawerkers in India, Venezuela en Madagascar onderbetaald worden. Dit volgt koloniale patronen. India voert datawerk uit voor Engelstalige landen, terwijl Franse bedrijven werk uitbesteden aan Franstalige landen in Afrika.”

Wat kunnen we doen?

Wat kunnen we hieraan doen? Dat omschrijft hij in het laatste hoofdstuk van zijn boek “What is to be done?”, een ironische quote van Vladimir Lenin. Volgens Casilli is er een systematische aanpak nodig om de omstandigheden van alle datawerkers wereldwijd te verbeteren. “Een oplossing voor een specifieke groep werkt uiteindelijk niet. We moeten op zoek naar een universele strategie.”

Hij onderscheidt drie soorten oplossingen: regulering, collectieve platforminitiatieven en een wereldwijd herverdelingssysteem:

1. Regelgeving

Spanje heeft bijvoorbeeld de Riders’ Law ingevoerd en de Europese Unie werkt aan richtlijnen voor platformwerkers. “Dit zijn stappen in de goede richting, maar dit soort regelgeving moet breder worden toegepast. Techbedrijven zijn tenslotte wereldwijd actief.”

2. Platformcoöperaties

Werknemers kunnen zelf platforms opzetten waarin zij zeggenschap hebben over loon en werkomstandigheden. “Dit gebeurt al op kleine schaal, maar verdient meer aandacht.”

3. Herverdeling

Grote techbedrijven kunnen worden belast en de opbrengsten gebruikt voor een universeel basisinkomen voor datawerkers. “Zo zorgen we voor meer rechtvaardigheid Casilli stelt dat dit basisinkomen niet gekoppeld is aan een ‘robotbelasting’ (aangezien hij niet verwacht dat robots werknemers zullen vervangen) en evenmin bedoeld is om sociale bijstand te vervangen: aangezien het ongeacht andere sociale uitkeringen moet worden uitbetaald.

Met een combinatie van deze drie strategieën hoopt de hoogleraar dat we een eerlijker en duurzamer systeem kunnen creëren. “Techbedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen voor al hun werknemers, inclusief de onzichtbare datawerkers die hun data produceren”, vertelt Casilli. “Ik maak me zorgen over deze situatie: lonen liggen ver onder het minimum en zelfs basisregels voor veiligheid en gezondheid worden niet altijd nageleefd.”

Casilli vindt dat organisaties zoals de WageIndicator Foundation en het Fairwork-project een belangrijke bijdragen leveren. “Deze organisaties stellen standaarden voor eerlijke lonen en werkomstandigheden en die zijn hard nodig.”

Handhaving, collectieve actie en verantwoordelijkheid van de gebruiker

Na verschillende interviews over datawerk denk ik zelf dat het naast de oplossingen die Casilli aandraagt ook belangrijk is om bestaande regelgeving te handhaven. In landen waar veel onderbetaalde datawerkers actief zijn, ontbreekt toezicht. Dat komt onder andere door stevige lobby van techbedrijven. Daarom is het ook zo belangrijk dat werkenden collectief in actie komen, bijvoorbeeld via vakbonden. Deze zijn ondervertegenwoordigd, al zijn er intussen een aantal interessante grassroots initiatieven ontstaan.

Verder vind ik dat (groot)gebruikers van AI-oplossingen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Er zijn vele gesprekken over verantwoord AI-gebruik. Maar een gesprek over responsible AI zonder aandacht voor de verborgen werkenden kan ik niet meer serieus nemen.

Waarom dit belangrijk is

Casilli en zijn team brengen een belangrijk mysterie aan het licht: AI is geen magische ‘black box’. In werkelijkheid werken miljoenen mensen achter de schermen aan deze zogenaamde ‘intelligente systemen’. AI wordt gepresenteerd als volledig autonoom en het vele handwerk wordt vaak vergeten of genegeerd. Met alle gevolgen van dien voor de arbeidsomstandigheden van deze datawerkers.

Als we AI echt verantwoord willen inzetten, moeten we ook oog hebben voor de mensen achter de technologie. Ik probeer dit onderwerp zichtbaar te maken en overal waar mogelijk te belichten. Daarom sprak ik eerder met Claartje ter Hoeven over Ghostwork: de onzichtbare wereld van werk achter AI. Binnenkort spreek ik in Kenia de Data Labeler Association om meer inzicht te krijgen in de omstandigheden en problemen van werkenden in Kenia. We kunnen tenslotte pas echt aan de slag met responsible AI als we inzicht hebben in hoe AI tot stand komt.

  • Meer weten? Luister of bekijk de volledige podcast met Antonio Casilli.

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Bovib-directeur Bart Smals: ‘Als een zzp’er inzetten logisch is, moet je dat gewoon doen’

“Zzp’ers op voorhand uitsluiten van opdrachten is raar en onverstandig”, zegt Bart Smals, directeur van Bovib. “En toch zien wij dit gebeuren in bepaalde sectoren. Het is belangrijk om per opdracht te bepalen of deze door een zzp’er uitgevoerd kan worden. Het gaat erom dat je de juiste contractvorm kiest afhankelijk van de samenwerking en de werkende.”

Kamermoties voor positieve, betere uitleg

Smals vindt het dan ook goed dat Tweede Kamerleden Thierry Aartsen (VVD), Hans Vijlbrief (D66) en Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB) eisen dat het kabinet duidelijk maakt dat werken met zzp’ers gewoon kan. De Tweede Kamerleden zien dat zzp’ers ‘onnodig opdrachten en inkomsten verliezen’, omdat opdrachtgevers niet goed weten aan welke regels zij moeten voldoen.

Daarom dienden de Kamerleden meerdere moties in. Ze hekelen ook het feit dat de overheid zelf soms zzp’ers op voorhand uitsluit van opdrachten. Dat strookt niet met de huidige jurisprudentie. De Hoge Raad heeft in februari namelijk verduidelijkt dat je bij de kwalificatie van de werkrelatie het ‘extern ondernemerschap’ van de werkende moet meewegen.

Zzp kan gewoon

De moties worden volgende week dinsdag in stemming gebracht. Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) staat er positief tegenover. “In onze huidige communicatiecampagne willen we al meegeven dat werken met zzp’ers kan, zolang je je aan de regels houdt”, zei hij. “In volgende campagnes willen wat dit nog verder benadrukken. En verder mag categorisch uitsluiten van zzp’ers niet aan de orde zijn.”

Bovib-leden helpen werkgevers en opdrachtgevers graag om te voldoen aan wet- en regelgeving. Met hun kennis en kunde zorgen zij dat opdrachtgever en opdrachtnemer samenwerken via de juiste contractvorm. Smals: “Zzp’ers zijn soms de beste oplossing. Als zzp logisch is, dan kan dat gewoon.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Kamerleden eisen positieve communicatie over werken met zzp’ers en flexibele regels voor zzp’ers in de zorg

Het kabinet moet duidelijk maken dat werken met zzp’ers gewoon kan, vinden Tweede Kamerleden Thierry Aartsen (VVD), Hans Vijlbrief (D66) en Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB). In overheidscommunicatie moet vooral duidelijk worden hoe opdrachtgevers aan de regels kunnen voldoen.

Kamerleden dienden dinsdagavond meerdere moties in tijdens een plenair debat over zzp. Zij maken zich zorgen over het feit dat opdrachtgevers huiverig zijn om te werken met zzp’ers sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. Meerdere partijen vroegen speciale aandacht voor problemen in de gezondheidszorg. SGP, BBB en VVD willen dat huisartsen bij drukte en ziekte zzp’ers kunnen blijven inzetten. 

Overheidscampagne: zzp kan wel!

Ten eerste willen VVD, D66 en BBB dat het kabinet duidelijk maakt dat werken met zzp’ers gewoon kan. De Tweede Kamerleden zien dat zzp’ers ‘onnodig opdrachten en inkomsten verliezen’, omdat opdrachtgevers niet goed weten aan welke regels zij moeten voldoen. Om problemen met de Belastingdienst te vermijden, huren zij gewoon helemaal geen zzp’ers meer in.

“Zzp kan wel! Dat is het signaal dat ik van het kabinet verwacht,” schrijft Aartsen op LinkedIn. “Neem de angst en onduidelijkheid weg, zodat echte zelfstandigen gewoon weer opdrachten krijgen.”

Dit is extra belangrijk als het gaat om zelfstandig zorgverleners die werken voor mensen met een Persoonsgebonden Budget (PBG), benadrukt Rikkers-Oosterkamp (BBB). Zij dient een extra motie in speciaal voor die groep. “PGB-houders kunnen geen zzp’ers meer inzetten door het risico op schijnzelfstandigheid, wat leidt tot minder zorg en beperkte regie over eigen zorginkoop”, zei ze tijdens het debat. “Daarom moeten er duidelijke richtlijnen komen voor het inzetten van zzp’ers binnen het PGB.”

Geen zzp’ers op voorhand uitsluiten

Verder moet de overheid stoppen met wervingsteksten waarin staat dat werken als zzp’er is uitgesloten. Op voorhand een zzp’er uitsluiten van een opdracht strookt niet met de huidige jurisprudentie, schrijven de Kamerleden van VVD, D66 en BBB.

De Hoge Raad heeft in februari duidelijk gemaakt dat je bij de kwalificatie van de werkrelatie het ‘extern ondernemerschap’ van de werkende als volwaardig en gelijkwaardig criterium moet meewegen. Aartsen: “Met andere woorden: je kunt geen zzp’ers categorisch uitsluiten van opdrachten.”

Minister SZW: communicatie moet beter

Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gaf deze communicatie-moties ‘oordeel kamer’. “In onze huidige communicatiecampagne willen we al meegeven dat werken met zzp’ers kan, zolang je je aan de regels houdt”, zei hij. “In volgende campagnes willen wat dit nog verder benadrukken. En verder mag categorisch uitsluiten van zzp’ers niet aan de orde zijn.” 

Uitzonderingen voor huisartsen

André Flach van de SGP vraagt speciale aandacht voor problemen in de zorg sinds het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is opgeheven. Hij wil dat huisartsen bij drukte en ziekte zzp’ers kunnen blijven inzetten. In een motie vraagt hij het kabinet ‘een flexibele schil te behouden voor zorg voor huisartsen en avond-, nacht- en weekendzorg (ANW-zorg)’. Die motie dient hij samen met BBB en VVD in.

De minister van SZW wil geen uitzondering maken voor huisartsen en ANW-zorg. “Er blijft overleg met de huisartsenvereniging over wat er binnen de kaders mogelijk is, maar er komt geen aparte regeling voor deze sector.” Deze motie is aangehouden, SGP gaat het idee verder uitwerken.

Planning nieuwe zzp-wet

Verder zei de minister dat het nog steeds van plan is voor de zomer een aangepast wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) te presenteren.

Maar hij twijfelt of het lukt om de wet vóór 1 januari 2026 in te voeren. Dat is belangrijk, want in het Europese Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) Nederland uiterlijk op die datum maatregelen moeten hebben genomen tegen schijnzelfstandigheid om aanspraak te maken op 600 miljoen euro subsidie. De minister liet doorschemeren dat hij die deadline waarschijnlijk wel kan uitstellen, zolang hij voortgang laat zien op het gebied van de wetgeving.

Goed werkgeverschap en boetes

Mariëtte Patijn van GroenLinks-PvdA benadrukt dat werknemers met onzekere contracten betere voorwaarden en meer autonomie nodig hebben. Ze dient een motie in waarin ze het kabinet vraagt om gesprekken om goed werkgeverschap te stimuleren, vooral in sectoren waarin relatief veel zzp’ers werken. De minister staat ook achter dit idee.

Tot slot ziet Maikel Boon (PVV) dat opdrachtgevers boetes en naheffingen onterecht afschuiven op zzp’ers. In een motie vraagt hij om overleg met werkgevers en zzp-organisaties om dit tegen te gaan. Hij wil dat er maatregelen komen als dat nodig is.

“Boetes en naheffingen doorberekenen aan de zzp’ers is deels in strijd met de wet”, zei staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Belastingdienst). In sommige gevallen mogen loonheffing en premies wel worden verhaald. Maar dit moet wel volgens de regels gebeuren, vindt hij. Hij is het er dus mee eens en neemt de motie aan.

Volgende week dinsdag worden de moties in stemming gebracht.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 2s Reacties

NBBU-voorzitter Halbe Zijlstra: “Regeldrift werkt averechts in de arbeidsmarkt”

De arbeidsmarktpolder kent een nieuwe topman: Halbe Zijlstra is sinds maart 2025 de voorzitter van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Na zijn rol als fractievoorzitter van de VVD in Rutte II, een directiefunctie bij VolkerWessels en zelf actief te zijn geweest als zelfstandige, ziet hij hoe de intermediaire branche op een kruispunt staat door onder andere de mogelijke invoering van de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA). Een stelselwijziging die volgens Zijlstra grote gevolgen kan hebben: van enorme sommen stilstaand geld, oplopende administratieve lastendruk en uitsluiting van bonafide ondernemingen. In gesprek met Sem Overduin van HeadFirst Group laat hij zijn licht schijnen op de WTTA, de regeldrift van Den Haag en een contractneutraal sociaal stelsel voor alle werkenden.

Sem: U heeft veel gedaan in uw carrière. Van volksvertegenwoordiger op lokaal en landelijk niveau, tot aan bewindspersoon, directeur van een bouwbedrijf en zelfstandig ondernemer. Wat trok u tot het voorzitterschap van de NBBU?
Halbe: Ik ben twee jaar geleden zelfstandig ondernemer geworden en deed een opdracht voor verschillende zorgbemiddelaars. Gaandeweg kwam ik in contact met de NBBU en leerde ik deze branchevereniging kennen als een organisatie die discussies altijd op feiten baseert en de uitvoerbaarheid van beleid en wetgeving centraal stelt. Toen de voorzitterspost vrijkwam, zag ik de kans om bij te dragen aan een organisatie met een sterk beleidsbureau en deskundige mensen. Met zo’n club is het prettig samenwerken.

Sem: Veel mensen kennen u nog van uw tijd als volksvertegenwoordiger: hoe sluit uw politieke ervaring aan op deze functie?
Halbe: Als fractievoorzitter van de VVD in het Kabinet-Rutte II ben je natuurlijk betrokken bij alle dossiers. Ik onderhandelde onder andere over sociale akkoorden en het streven om ‘vast minder vast en ‘flex minder flex’ te maken. In dat kabinet hebben we veel voor de arbeidsmarkt gedaan. Tegelijkertijd heb ik van dichtbij meegemaakt hoe weerbarstig het arbeidsmarktdossier kan zijn. Die kennis en inzichten gebruik ik om complexe wetten zoals de WTTA niet alleen inhoudelijk te begrijpen, maar ook te toetsen op nut en uitvoerbaarheid. Nog te vaak blijkt in Den Haag dat regels verzanden in administratieve verplichtingen, zonder de beoogde doelstellingen te bereiken. Eigenlijk is ons arbeidsmarktbeleid één groot regeltechnisch wantrouwen. De vraag die centraal moet staan: waartoe dient een regel? De connectie met de praktijk raakt namelijk best vaak zoek.

Sem: Hoe zijn uw eerste weken verlopen?
Halbe: Zeer intensief, maar erg goed. Ik viel gelijk met mijn neus in de boter, want er speelt natuurlijk het nodige. Ik werd direct betrokken bij de parlementaire behandeling van de WTTA in de Tweede Kamer. Met vele moties en amendementen moesten we als NBBU dus ook gelijk scherp zijn en een vinger aan de pols houden.

Sem: Recentelijk heeft de Tweede Kamer met ruimte steun de WTTA aangenomen. Hoe verhoudt het standpunt van de NBBU zich ten opzichte van dit wetsvoorstel?
Halbe: Laat ik allereerst benoemen dat het uitgangspunt van de WTTA, een vergunningsstelsel waarmee je het kaf van het koren probeert te scheiden, prima is. Maar we zijn er wel weer in geslaagd om er een ‘gedrocht’ van te maken. Denk bijvoorbeeld aan die 100.000 euro waarborgsom die gestort moet worden. Je krijgt straks letterlijk meer dan een miljard ‘stilstaand geld’ op de bank. Daarmee sla je de toetreding van nieuwe innovatieve ondernemers volledig plat.

De gedachte om malafide partijen te weren en toetreding moeilijk te maken begrijp ik wel, maar één ding wil maar niet doordringen: malafiditeit bestaat en zal er altijd blijven. En dit soort partijen hebben een duidelijk kenmerk: ze negeren de regels. En wat is het antwoord hierop? Nog meer regels. Maar hoe groot is de kans dat die malafide partijen zich nu dan wel aan de regels gaan houden? Nul. Het zadelt bonafide partijen op met nog meer regels en verplichtingen. Wat we aan het organiseren zijn, is het faciliteren van nog meer misstanden door de opstapeling van regels. Regeldrift werkt hier averechts, want het zorgt voor steeds meer kosten voor de bonafide ondernemers, waardoor het concurrentievoordeel van de malafide partijen alleen maar groter wordt, want zij houden zich immers niet aan de regels. Er is één ding echt belangrijk om misstanden tegen te gaan en dat is handhaving! Wij onderschrijven als NBBU dus de uitgangspunten, maar zijn wel kritisch op alle regels en verplichtingen die er nog eens bij zijn gekomen.

Sem: De WTTA is op z’n zachtst gezegd een complex en veelomvattend wetsvoorstel. Zijn uw leden voldoende voorbereid op alle verplichtingen en mogelijke gevolgen?
Halbe: Binnen het ledenbestand van de NBBU is het bewustzijn hoog, maar ik heb het gevoel dat het ‘daarbuiten’ ontbreekt aan kennis. Daar maak ik mij overigens grote zorgen over. Ik vraag mij echt af of alle organisaties die hier straks mee te maken gaan krijgen voldoende op de hoogte zijn van alle details en verplichtingen. Dat geldt vooral voor bedrijven buiten de uitzend- en bemiddelingsbranche. Te veel ondernemingen weten niet dat de WTTA ook op hen van betrekking is. We moeten ons realiseren dat bijna ieder bedrijf die wel eens een werknemer uitleent, onder deze wet met al zijn verplichtingen gaat vallen. Er wordt gesproken over 15.000 tot 20.000 ondernemingen, maar ik ben bang dat die groep nog wel wat groter is.

Sem: Een amendement om expliciet een uitzendverbod op te nemen in de wet werd ook met een ruime meerderheid door de Tweede Kamer aangenomen. Hiermee lijkt een sectoraal uitzendverbod weer een stap dichterbij. Wat vindt de NBBU van deze ontwikkeling?

Zoals ik net al aangaf onderschrijven wij de conclusies van het rapport van Roemer en de uitgangspunten van de WTTA. Dat hebben wij eerder ook richting de Tweede Kamer gezegd. Maar ook nog uitzendverboden in de wet amenderen gaat voor ons echt een brug te ver. Het is in veel sectoren ook praktisch onhaalbaar. Wij werken mee aan de WTTA, maar alsjeblieft leg ons niet nóg meer regels en verplichtingen op. Ga er dus niet nóg een keertje overheen. Wij zijn dus mordicus tegen een uitzendverbod. Want waar leg je dan de grens? Waar stopt een sector? Daar zullen wij de Eerste Kamer ook op wijzen.

Sem: Waar komt die Haagse regeldrift toch vandaan? En waarom is er steeds onvoldoende aandacht voor het handhaven van de regels?  
Halbe: Er is een politieke werkelijkheid en een praktische werkelijkheid. In de politieke werkelijkheid werkt er op papier van alles, maar is de praktische uitvoerbaarheid niet altijd voordelig en wenselijk. Het heeft ook deels te maken met een soort politieke reflex: er is ophef, er worden bijvoorbeeld misstanden gesignaleerd en dan komt er altijd een roep om extra maatregelen en regels. Het is immers een manier voor Kamerleden om te laten zien dat zij actief bezig zijn met een vraagstuk, vaak met hele goede bedoelingen. Maar de oplossing voor veel problemen is niet altijd te vinden in meer regels. Hoe werkt het uit in de praktijk? En gaat de regel het doel bereiken waarvoor die bedoeld is? Dat zijn hele cruciale vragen. En doordat we al die regels opstapelen, wordt het steeds moeilijker om dat allemaal te handhaven. Het is veel effectiever om bestaande regels te handhaven dan nieuwe regels op papier toe te voegen.

Sem: De WTTA terzijde. Er is namelijk ook veel te doen rondom het thema schijnzelfstandigheid en de handhaving van de Belastingdienst sinds begin dit jaar. Merkt u onrust bij uw leden nu het handhavingsmoratorium is vervallen?

Halbe: Zeker. Je zag, zeker na alle berichtgeving in de media, dat er toch wel paniek ontstond bij inhurende organisaties en dat er gestopt werd met het inhuren van zzp’ers. De paniek is er wel een beetje van af, maar de onzekerheid blijft wel bestaan. Ook hier zie je een scheiding tussen het wensdenken en wat de beoogde uitkomsten zijn in de praktijk. Het blijft voor organisaties een groot risico als blijkt dat een zzp’er achteraf toch een werknemer is, met alle gevolgen van dien. Ik wil overigens niet gaan ontkennen dat er geen misstanden zijn op de arbeidsmarkt, maar ik ben wel van mening dat deze schrijnende gevallen vooral voorkomen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Daar moeten we vooral de focus op leggen. Daarom zijn wij ook voorstander van het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief. Die grens van ongeveer €38 vind ik heel goed. Overigens vinden wij het dan wel fair om boven dat uurtarief bijvoorbeeld een rechtsvermoeden van ondernemerschap in te voeren.

 Sem: Tot slot wil ik het ook nog even hebben over een contractneutraal stelsel. De NBBU pleit al langer voor zo’n stelsel. Waarom is dat belangrijk?
Halbe: Het merendeel van de zzp’ers heeft heel bewust gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap. Ze hechten veel waarde aan autonomie en flexibiliteit. Dit werpt automatisch de vraag op in hoeverre onze arbeidsmarkt deze groep faciliteert.  De discussie over schijnzelfstandigheid kent een sterk fiscaal en arbeidsrechtelijk karakter en we zijn al decennia bezig om op een goede manier om te gaan met het toetsen van de arbeidsrelatie. Je ontkomt er echt niet meer aan om na te denken over een contractneutraal stelsel, waarin alle werkenden ongeacht hun contractvorm gewoon bijdragen aan het stelsel van sociale zekerheid. Je bent dan van de hele discussie over de kwalificatievraag af. Je hebt geborgd dat alle werkenden bijdragen aan de sociale zekerheid en kwetsbare werkenden een vangnet hebben.

Sem: Hoe gaat u Den Haag overtuigen van zo’n stelsel?
Halbe: Ik blijf hier bescheiden in, ik denk namelijk niet dat ik in staat ben het politiek-maatschappelijke debat hierover direct om te gooien. Maar ik ga zeker een actieve bijdrage leveren aan de discussie. Het lastige is wel, dat deze discussie vanuit hele diep gegraven loopgraven wordt gevoerd. Vanuit de NBBU zullen wij continu blijven wijzen op de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt, de gevolgen van alle regeldrift en de kansen van een contractneutraal stelsel, want die kansen zijn groot. Het sluit aan bij de behoeften van veel werkenden en biedt mensen meer keuzevrijheid. Verder wil ik veel coalities gaan smeden. We werken al prettig samen met partijen zoals de ABU, VvDN, Bovib en RIM, maar ik wil ook buiten dat veld allianties sluiten.

Sem: Wat wilt u politici en beleidsmakers in Den Haag meegeven?
Halbe: Als we een goed functionerende arbeidsmarkt willen, dan moeten we bereid zijn om regels te schrappen in plaats van nieuwe regels in te voeren. We moeten durven om met een frisse blik naar die arbeidsmarkt te kijken: wat willen werkenden anno 2025? En wat past daar dan bij qua regelgeving? En nog veel belangrijker: kunnen we die regels dan ook handhaven? Niet te handhaven regels zorgen lokken misbruik uit en dat is de kern van de huidige problematiek.

Dit interview maakt deel uit van een reeks van HeadFirst Group, waarin het Public Affairs-team de afgelopen weken meerdere experts heeft geïnterviewd die nauw betrokken zijn bij onderwerpen rondom zzp’ers en de arbeidsmarkt. De serie bestaat uit interviews, die de komende weken gepubliceerd zullen worden. 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Personeelsmonitor gemeenten: minder externe inhuur in 2024

Het aandeel externe inhuur in 2024 ten opzichte van de loonsom van gemeenten in Nederland daalde van 18,1 procent in 2023 naar 17,5 procent in 2024. Het aantal gemeenten dat actief beleid voert om externe inhuur te beperken, is daarnaast toegenomen van 50 naar 57 procent in 2024. Deze cijfers komen uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2024 van A&O fonds Gemeenten.

De daling van de externe inhuur van medewerkers heeft volgens A&O fonds Gemeenten mogelijk te maken met de opheffing van het handhavingsmoratorium van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Het terugdringen gebeurde namelijk vooral door tijdelijke arbeidsovereenkomsten aan te bieden of flexibele banen om te zetten in vaste banen.

Hoger ziekteverzuim en meer werkdruk

Verder vlakt de groei van het aantal medewerkers bij gemeenten in Nederland af, van 5,6 procent in 2023 naar 4,6 procent in 2024. Slechts 60 procent van de gemeenten verwacht in 2025 verdere groei van de bezetting. Dit was in 2023 nog 80 procent.

Het ziekteverzuim bij gemeenten steeg in 2024 licht naar 6,7 procent en dit percentage ligt hoger dan in andere sectoren (gemiddeld 5,2%). Hoewel het kortdurend verzuim wat afnam, steeg het langdurig verzuim. Verder geeft negen op de tien gemeenten aan dat werkdruk een serieus probleem binnen de organisatie is. 

Meer vrouwen in leidinggevende functies

Het blijft voor gemeenten lastig om personeel te vinden. Maatregelen die gemeenten nemen om het personeelstekort het hoofd te bieden zijn gericht op nieuwe instroom en het behoud van medewerkers. Ondanks dat de gemiddelde leeftijd daalde naar 46,5 jaar blijft het personeelsbestand van gemeenten relatief vergrijsd: 57 procent is 45 jaar of ouder, tegenover 43 procent van de beroepsbevolking. Ook zijn vrouwen beter vertegenwoordigd in leidinggevende functies dan in andere sectoren: met 46 procent ligt het aandeel vrouwen een stuk hoger dan het landelijke gemiddelde van 30 procent.

De Personeelsmonitor Gemeenten 2024 is te vinden op de website van het A&O fonds Gemeenten.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | Laat een reactie achter