Logisch toch? D&I als hoeksteen voor jouw Total Talent Management beleid Geplaatst 27 februari 2025 door Marleen Deleu Sarah Ockendon, Procurement Manager Retail & Professional Services bij John Lewis Veel schoon volk tijdens Procurecon 2025, zoals altijd. Maar het onderdeel waar ik persoonlijk altijd het meest naar uitkijk, is hun ontbijtsessie op dag twee. Een kleine groep met 16 vrouwelijke hr-managers en inkopers trotseert het vroege uur om samen met gastvrouw Sarah Ockendon, Procurement Manager Retail & Professional Services bij John Lewis, een open gesprek te voeren rond het door haar gekozen centrale thema Diversiteit en Inclusie (D&I). John Lewis – een bijzonder bedrijf John Lewis & Partners is sinds 1864 een keten met grootwarenhuizen in het Verenigd Koninkrijk. Het bijzondere is dat het bedrijf eigendom is van The John Lewis Partnership. Daarmee is de warenhuisketen het grootste bedrijf in het VK dat eigendom is van de meer dan 70.000 medewerkers. Het bedrijf heeft naast 50 winkels onder eigen naam nog 338 winkels onder de merknaam Waitrose, eigen distributiecentra, drie opleidingscentra voor koks, productiesites, enz. Al meer dan 100 jaar geleden begon John Lewis jr. een experiment op zijn zoektocht naar succesvoller zaken doen. Hij was ervan overtuigd dat hij meer zakelijk succes zou krijgen door het personeel te betrekken bij beslissingen over hoe het bedrijf moet worden geleid. Door van medewerkers mede-eigenaars, co-owners, te maken, kregen ze veel rechten, maar ook verantwoordelijkheden. Lewis wilde commerciële resultaten, maar ook innovatie en snelheid van handelen in de hoog-competitieve sector van luxe warenhuizen waarin ze actief zijn. Het doel van het Partnership is dubbel: ‘success for the business’, maar ook ‘the happiness of all the Partnership’s members, through their worthwhile and satisfying employment. Members share the responsibilities of ownership as well as its rewards (profit, knowledge and power).’ Happy people – Happy Business – Happy world De link met externe talenten Zoals elke organisatie van enige omvang doet John Lewis steeds meer een beroep op externe talenten. Niet alleen om hun enorme eindejaarspiek op te vangen, met een inhuurvolume dat 200% toeneemt gedurende 12 weken, maar ook om de instroom naar nichetalent duurzaam te verzekeren. “We don’t want to miss out on talent,” zegt Sarah Ockendon. “Externe talenten, dat is iedereen die niet op de eigen loonlijst staat. Ons beleid voor externen valt heel kort samen te vatten: alles wat geldt voor de eigen partners (de eigen medewerkers) geldt ook voor de externen.” Waarom? “Regardless who you are, you are a potential customer.” Het bedrijf zet alle kanalen in om instroom met talent te verzekeren. Letterlijk alle! Of ken je veel voorbeelden van bedrijven waar hun D&I-beleid voor vaste medewerkers (partners) zich ook vertaalt naar uitgewerkte D&I-acties voor de externen? Partners/medewerkers kunnen op eigen initiatief ‘communities’ opzetten rond een bepaalde doelgroep of profiel en zo aantrekkelijk worden voor deze doelgroep om er te solliciteren naar vaste banen of tijdelijke opdrachten. Er zijn gemeenschappen voor mensen uit de sociale economie, gepensioneerden, veteranen, vrouwen in de menopauze, … Je kan het zo gek niet bedenken, of ze zijn actief bezig om deze doelgroepen ‘op maat’ te ondersteunen. Vanuit de gedachte ‘we want to do good’, maar zeker ook om de eigen business er beter van te maken. Leveranciers van extern talent én de MSP die de regie heeft over het inhuurgebeuren, moeten ook de D&I-visie van John Lewis doortrekken in hun aanpak om talenten te leveren aan het bedrijf. Dit wordt contractueel vastgelegd en relevante KPI’s worden hierover bijgehouden om de progressie te monitoren. Sterker nog, leveranciers worden geselecteerd op hun eigen D&I-beleid ten aanzien van doelgroepen, bijvoorbeeld of ze hun recruiters opleiden om ‘unconscious biases’ te vermijden, het aandeel vrouwen in het management, … Use your own staff and your suppliers to experiment new talent pools. Adjust traditional HR processes to get access to new talent pools. Hun meest recente D&I-actie in het kader van TTM? “Use your own staff and your suppliers to experiment new talent pools”, raadt Sarah aan. Om dit te illustreren, vertelt ze over een recent project waarbij op initiatief van enkele partners/medewerkers een samenwerking met enkele gevangenissen werd opgezet. Veroordeelde gevangenen kunnen op inhuurbasis gedurende een bepaalde periode een opleiding- en inwerktraject volgen bij John Lewis winkels, productiesites of distributiecentra. Na een positieve evaluatie volgt een vast contract. ‘Mooi zo’, denk je, maar zelfs voor een bedrijf met een diepgeworteld D&I-beleid betekende dit een aanpassing van hun traditionele hr-beleid waarbij een blanco strafblad de norm was. Iets wat niet zonder slag of stoot is verlopen. Ook de MSP zal mogelijk even geslikt hebben: zij moesten immers dit hele instroomproces voor de nieuwe talentenpool opzetten en in goede banen leiden. Kortom: bij John Lewis staat de talent acquisition funnel nu echt maximaal open en voeren ze een hr-beleid dat alle talenten omarmt, op de loonlijst of niet, kansengroep of niet. En dat leidt tot zakelijk succes, zoals initieel ook het doel was. Lees ook : Werken aan een D&I-beleid voor extern talent Waarom een D&I beleid zonder TTM onzinnig is NextConomy partners beraden zich over AI en de toekomst van onze arbeidsmarkt Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags d, D&I, Diversiteit, inclusie, ProcureCon | Laat een reactie achter
Thierry Aartsen (VVD) doet in België inspiratie op voor alternatieve zzp-wetgeving: ‘Dit geeft grote rechtszekerheid’ Geplaatst 27 februari 2025 door Claartje Vogel VVD-Kamerlid Thierry Aartsen en zijn team beleidsmedewerkers zijn bezig met een voorstel voor een nieuwe wet om te bepalen wanneer iemand als zzp’er mag werken. Om inspiratie op te doen, reisden zij deze week naar België. Daar spraken zij de Belgische overheid, zzp-organisaties en de Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie. Duidelijk kader “België heeft een duidelijk wettelijk kader om te bepalen wanneer je als zzp’er kan werken”, vertelt Aartsen. “Er zijn vier heldere criteria plus aparte regels per sector. Dankzij die regels is het in heel veel situaties gewoon hartstikke duidelijk of iemand een zzp’er of een werknemer is.” Als een situatie niet helemaal helder is, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer hun werkwijze voorleggen aan de Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie. Die laat vervolgens weten of werken als zzp’er mogelijk is. Rechtszekerheid “Dit geeft grote rechtszekerheid, want de arbeidsrechter volgt meestal het oordeel van deze commissie”, vertelt Aartsen. “De commissie behandelt slechts zo’n 25 dossiers per jaar. De uitslagen zijn openbaar, zodat anderen er een voorbeeld aan kunnen nemen. In de praktijk blijkt dat dit goed werkt, aan 25 voorbeelden per jaar heeft de markt genoeg.” Aartsen benadrukt dat we in Nederland nu geen wettelijke criteria hebben voor werken als zzp’er. “Uit jurisprudentie en het arbeidsrecht volgen holistische gezichtspunten”, zegt hij. “Dat is te ingewikkeld. Het is namelijk niet duidelijk hoe de gezichtspunten zich tot elkaar verhouden, wat ze exact inhouden en hoe zwaar ze meewegen in het eindoordeel.” Arbeidsrelatiewet met 4 criteria Sinds 2006 heeft België een Arbeidsrelatiewet. Daarin zijn wettelijke criteria opgenomen om een arbeidsrelatie te kwalificeren als een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige arbeid. Een werkgever mag samenwerken met iemand op basis van zzp-schap als hun relatie voldoet aan vier criteria: De partijen zijn vrij in de keuze van hun samenwerkingsvorm (vrije wil van partijen); De zzp’er is vrij om zijn arbeidstijden te bepalen, met inachtneming van openingstijden; De zzp’er is vrij om zelf zijn werk te organiseren; De opdrachtgever kan geen hiërarchische controle uitoefenen. Verschil: vrije wil staat voorop Aartsen vertelt dat er een paar grote verschillen zijn in de manier waarop er in Nederland naar arbeidsrelaties kijken. Hij verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad in 2020. Daarin benadrukte de rechter dat de ‘vrije wil der partijen’ niet relevant is voor de kwalificatie van een arbeidsrelatie. “De Belgen vielen bijna van hun stoel toen ze hoorden dat bij ons de vrije wil der partijen er niet toe doet”, vertelt Aartsen. “In België is het juist een kerncriterium.” Hiërarchie in plaats van inbedding in de organisatie Verder is er in Nederland veel onduidelijkheid over de term ‘inbedding’. Wat is inbedding eigenlijk? Wanneer is iets een ‘primair proces van een organisatie’ en hoe bepaal je dat? Aartsen: “Het valt me op dat dit begrip niet bestaat in de Belgische wetgeving. Het speelt geen enkele rol of iemand is ingebed, het enige wat telt is of er een gezagsverhouding bestaat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.” Hoe ‘gezag’ eruit ziet, verschilt per sector en beroepsgroep. Daarom bestaan er in België aparte afspraken voor onder andere de transportsector, platformwerk en de bouw. “Als je bijvoorbeeld personen of goederen vervoert met een voertuig van de zaak, dan kun je niet werken als zzp’er”, vertelt Aartsen. “Is de taxi of truck jouw eigendom en voldoe je ook aan de andere drie criteria, dan mag je wel werken als zelfstandige. Ik vind het heel interessant dat er zulke specificaties zijn per sector, het blijkt ook goed te werken.” Voorstel voor nieuwe zzp-wet In maart hoopt Aartsen met een voorstel te komen voor een nieuwe zzp-wet, zei hij vorige week op BNR Nieuwsradio. Hij benadrukt dat de huidige onduidelijkheid leidt tot een hoop problemen en vreemde situaties. Zo moeten honderden zzp’ers die ingehuurd zijn voor de afhandeling van het toeslagenschandaal waarschijnlijk stoppen omdat ze schijnzelfstandig zijn. “Dat leidt tot problemen voor de overheid, de zzp’ers en bovendien de gedupeerde ouders. Bovendien is het onnodig om deze zzp’ers op straat te zetten.” Hij wil duidelijkheid creëren en is nu ‘zelf aan de bak met een eigen wet om dit voor eens en voor altijd te regelen’. Zijn bezoek aan België ‘smaakt naar meer’, zegt Aartsen. “De manier waarop de Belgen het geregeld hebben is heel interessant. Het is zeker een inspiratiebron voor een duurzame oplossing voor de vraag of iemand als zelfstandige mag werken. Maar we kunnen deze wetgeving niet rechtstreeks kopiëren. België is tenslotte een ander land met een ander sociaal stelsel.” Sociale zekerheid Belgische zelfstandig ondernemers vallen onder het zogenaamde ‘sociaal statuut der zelfstandigen’. Zij betalen premies en krijgen in ruil daarvoor sociale bescherming, zoals pensioen, zorgverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. “Hiermee hebben alle zelfstandigen sociale bescherming en is er minder oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden tussen werknemers en zelfstandigen”, zegt Aartsen. “Het is dus lastig om deze situatie te vergelijken met de onze.” Duidelijkheid moet hand in hand gaan met bescherming en zekerheid voor wie het nodig heeft, vindt Aartsen. Maar hij is het niet helemaal eens met de manier waarop dat is België geregeld is. “Via het sociaal statuut krijgen zelfstandigen ook een soort van werkloosheidsuitkering. Volgens mij past dat niet bij zzp-schap. Het is jouw doel om aanbod te creëren waarmee je inspeelt op de vraag van de markt, dat is inherent aan ondernemerschap.” Kortom, zijn zoektocht naar een nieuwe zelfstandigenwet is nog niet af. “Volgens mij is het tijd om vanuit een ander perspectief naar de Nederlandse situatie te kijken. Ik sta open voor meer suggesties.” Lees ook: Whitepaper: zelfstandigheid, flexibiliteit en sociale zekerheid. Een kijkje over de grens Na Hoge Raad uitspraak over zzp en ‘ondernemerschap’ is de politiek aan zet Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Wet VBAR, zelfstandigenwet | 8s Reacties
Wie groeit het hardst nu vraag naar zzp daalt: uitzenden, detacheren of payrolling? Geplaatst 27 februari 2025 door Arthur Lubbers Door de strengere handhaving op de Wet DBA neemt de vraag naar zzp’ers af, maar de behoefte aan flexibel personeel blijft. En lang niet al die zelfstandigen willen in loondienst. Dus kiezen opdrachtgevers voor andere vormen van flex. Wie profiteert binnen de branche hier het meest hiervan? Na een rondje bellen in de markt lijkt het er vooralsnog op dat dat vooral backofficedienstverleners/payrollers zijn. De Kamer van Koophandel meldde onlangs dat de groei van het aantal zzp’ers is vertraagd in 2024. De cijfers zijn niet significant, maar de voorzichtige conclusie is dat dit wel degelijk een gevolg is van de strengere handhaving van de Wet DBA. In december 2024 was deze trend al enigszins zichtbaar en in januari van dit jaar is het aantal zzp’ers verder afgenomen. Meer stoppers, minders starters. Qua aantallen stelt het op de populatie van bijna 1,78 miljoen nauwelijks iets voor, maar er lijkt een voorzichtige kentering in de zzp-markt te komen. Zorg: trendbreuk in zzp De trendbreuk is het meest duidelijk in de gezondheidszorg. Die sector heeft de afgelopen jaren een explosiever groei van zzp’ers gekend. Door het harder aanpakken van schijnzelfstandigheid wil de politiek dit juist een halt toeroepen. En dat lijkt al enigszins zijn vruchten af te werpen. Een grote shoonmaak- en thuiszorgorganisatie als Total Care (SCU, Tzorg en Zizo) voelt zich door de wetgeving (strengere handhaving Wet DBA, red.) gedwongen helemaal te stoppen met de inzet van zzp’ers, zoals blijkt uit een interview met HR-baas Alies ten Have in vaktitel CHRO. Wim Buizert, CFO Highcare Groep stelt dat de kern van het probleem het (gebrek aan) aantrekkelijk werkgeverschap is. Veel zzp’ers willen (nog) niet in vaste dienst. Maar als een zorginstelling wel in staat is om van alle zzp-opdrachten die ze verstrekt hebben in 2024 circa 40% in vast dienstverband om te zetten, dan kan 60% van dat volume uit 2024 kostenneutraal op uitzend- en detacheringsbasis worden ingezet (zelfs rekening houdend met de BTW over uitzenden en detacheren), zo redeneert Buizert. Zuiver Zorggroep: ‘zzp’ers inzetten kan nog steeds’ Jorian Hoos van Zuiver Zorggroep krijgt regelmatig telefoontjes van opdrachtgevers en zzp’ers die in onzekerheid verkeren of zij nog wel kunnen samenwerken. “Sommige opdrachtgevers bieden de zzp’ers wel een baan in loondienst aan, maar de respons daarop is niet altijd hoog. En uitzendkrachten inzetten is relatief duurder.” Het inhuren van zzp’ers is wel degelijk mogelijk, stelt Hoos. Het gaat er volgens hem om hoe je de zzp’er wegzet. “Een zzp’er inhuren puur voor de roostergaten, daar kom je niet meer mee weg. Daar moet je kritisch naar kijken, net als naar de randzaken van de opdracht.” Hoos noemt daarbij bijvoorbeeld duur van projecten terugbrengen naar 7 maanden en na die termijn evalueren voordat je eventueel verlengt. Maar ook het niet langer hanteren van vaste tarieven door bureaus raadt hij aan. En de zzp’er moet zijn ondernemerschap duidelijker aantonen, bijvoorbeeld door een eigen site, een factuur op zijn eigen naam, rechtstreekse betaling door de opdrachtgever en vrije vervanging in de overeenkomst laten vastleggen. “Een zzp’er moet zich profileren als ondernemer. De expertise van een zzp’er moet aansluiten bij hetgeen wat hij komt doen bij een opdrachtgever.” Dat het werk ingebed is in de organisatie wil niet per se te zeggen dat een zzp’er dit werk niet kan doen, stelt Hoos. “Of er dan wel of niet sprake is van arbeidsovereenkomst, is aan de rechter.” En daar ligt nou juist de crux, geeft ook hij toe. “De eerste paniek in de markt is wel voorbij, maar het blijft nog steeds spannend. Het is afwachten tot de eerste zaak voor de rechter is geweest.” Volgens Hoos blijft de noodzaak om zzp’ers in te zetten bestaan. Hij wijst hierbij op het bericht dat de overheid zelf zzp’ers blijft inzetten ondanks het feit dat het volgens hun eigen regels om schijnzelfstandigen gaat. “Die noodzaak is er in de zorg ook. Mensen hebben nu eenmaal zorg nodig.” ABU: kansen voor uitzenders Jurriën Koops In de aanloop naar 1 januari jl. – de datum waarop de strengere handhaving van de Wet DBA is ingegaan – liet de ABU al weten vooral kansen voor uitzenders te zien in de aanpak van schijnzelfstandigheid. Tegenover het ANP sprak ABU-directeur Jurriën Koops de verwachting uit dat van de circa 600.000 zzp’ers die hun eigen arbeid aanbieden – de doelgroep die het risico op schijnzelfstandigheid loopt – naar schatting 10 tot 15% zal uitwijken naar een uitzendbureau. Vooral uitzenders die actief zijn in sectoren als de kinderopvang en beveiliging zouden kunnen profiteren van stoppende zzp’ers. Uitzenden als alternatief voor zzp ligt sowieso meer voor de hand in sectoren waar de zzp-tarieven lager liggen. Bij de recente presentatie van de jaarcijfers over 2024 liet Randstad overigens tegenover het ANP weten wel ‘veel onzekerheid onder werkgevers’ te bespeuren, maar ‘nog geen grote verschuivingen in de arbeidsmarkt’ te zien. Toch is de ABU blij met de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid. En dat is niet verwonderlijk. De ABU stelt al jaren dat invoering van strengere wetgeving voor uitzenden gelijktijdig moet plaatsvinden met invoering van zzp-wetgeving. Dit om een waterbedeffect te voorkomen; als de ene vorm van flexibele arbeid (zzp) namelijk pas later met strengere regulering te maken heeft dan andere vormen (uitzenden), dan vindt er een verschuiving plaats van de strengere naar de minder goed gereguleerde flexvorm, van uitzenden naar zzp dus. Toch is de stap van zzp naar uitzenden groot. Veel groter dan bijvoorbeeld van zelfstandige naar payroll. Dat geldt zowel voor de intermediair, de opdrachtgever als de zzp’er zelf. Payroll lijkt dan een veel logischer alternatief. Zzp-intermediairs schakelen veel vaker backofficedienstverleners in (zie Pay for People) en opdrachtgevers die (moeten) stoppen met de inzet van zzp’ers stappen massaal over op payroll (Connexie). Pay for People: omkatten naar uitzenden Reijer Hollander Bij backofficedienstverlener Pay for People kloppen intermediairs vaker aan sinds de strengere handhaving van de Wet DBA. Vooral zzp-bemiddelaars in de zorg maken, zo stelde Reijer Hollander eind 2024 al in een interview in FlexNieuws. “Zij merken dat zorginstellingen geen zzp’ers meer willen inhuren. Maar zij hebben die flexcapaciteit wel nodig. Het alternatief is bijvoorbeeld omkatten naar uitzenden, zeg maar een omgekeerd waterbedeffect. De intermediair kan die flexprofessionals bijvoorbeeld uitzendcontracten bieden. Maar vaak is zo’n zzp-bemiddelaar niet ingericht op het werkgeverschap, niet gecertificeerd en heeft hij nooit zelf verloond. Dus dan komen wij (als backofficedienstverlener, red.) in beeld.” Voordeel voor de zzp’er is dat hij dan toch kan blijven werken voor verschillende opdrachtgevers. Want die behoefte blijft volgens Hollander. “Ik heb zelf in het verleden ook docenten bemiddeld. Die professionals willen zelf als zelfstandige werken, die willen het vak uitoefenen waarvoor ze zijn opgeleid en niet alle administratie en organisatorische verplichtingen daaromheen.” De vraag is wel of dat juridisch ook mogelijk is; kun je bij een bedrijf als uitzendkracht gaan werken als je voor datzelfde bedrijf jarenlang als zzp’er hebt gewerkt? “Opdrachtgevers schrijven zich bij bosjes in om hun externe medewerkers op payroll-basis te laten werken.” Rianne Koene (Connexie) Connexie: overstappen op payroll Rianne Koene Om het risico op schijnzelfstandigheid te voorkomen stappen opdrachtgevers ook over van zzp-platformen naar payroll, zo stelt Rianne Koene, CEO bij payrollspecialist Connexie, in haar expertblog op FlexNieuws. Er is volgens haar een duidelijk beweging in de zzp-markt gaande in de markten waarin Connexie actief is. “Vrijwel elke opdrachtgever in de horeca, leisure, retail en levensmiddelenindustrie is eind vorig jaar begonnen met het afbouwen van het werken met zzp-platformen. In de horeca was het bijvoorbeeld heel gebruikelijk om, naast vaste medewerkers, via zzp-platformen planningen in te vullen. Dat zien we verdwijnen. Die opdrachtgevers schrijven zich bij bosjes bij ons in om hun medewerkers op payroll-basis te laten werken.” Voordeel voor de opdrachtgever is volgens haar dat de kosten relatief laag blijven in vergelijking met zzp en dat de opdrachtgever door het uitbesteden van het juridisch werkgeverschap geen risico’s meer loopt op boetes of naheffingen als gevolg van de handhaving van de Wet DBA. Connexie merkt dus wel degelijk dat veel opdrachtgevers stoppen met de inzet van zzp’ers en overstappen over op payroll. En Koene ziet dat veel zzp’ers volgen. Want ook zzp’ers zijn zich steeds meer bewust van het feit dat zij risico lopen op naheffingen. “Voordeel van payrollen voor hen is dat zij nog steeds op meerdere plekken kunnen blijven werken, hun flexibiliteit behouden en direct betaald krijgen.” ABN AMRO: verschuiving naar detacheren Mario Bersem In hun verwachtingen voor 2025 stelde de ABN AMRO eerder al in FlexNieuws dat zij een sterke terugloop in het aantal zzp’ers, met name in de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur. Volgens sectoreconoom Mario Bersem ligt een verschuiving naar detachering het meest voor de hand. “Wat zelfstandigen drijft is het autonoom kunnen werken. Als zij dat niet langer als zzp’er kunnen doen, is het niet zo’n grote stap om dat op detacheerbasis (bij verschillende opdrachtgevers) te doen.” Ook zijn collega Han Mesters denkt dat er vooral kansen voor detacheerders liggen. “Detacheerders hebben opleidingsbudget beschikbaar en hebben laten zien dat mensen, die in een bepaalde professie zijn opgeleid, toch ook snel weer elders inzetbaar zijn te krijgen.” Intelligence Group: meer detachering Ook ZiPconomy meldt op basis van een analyse van Intelligence Group dat er een kentering gaande is. Het marktdatabureau constateert ook dat er een flinke verschuiving is tussen detachering en zzp. 75,2% van alle aanvragen in december betrof een vraag naar (uitsluitend) detachering, in 24,8% van de gevallen werd er om een zzp’er gevraagd. Dit is het hoogste aandeel detachering in opdrachten sinds 2022, toen dit voor het eerst gemeten werd. Deze verschuiving in het laatste kwartaal van 2024 kan lastig los worden gezien van het vervallen van het handhavingsmoratorium. LindenIT: toegenomen vraag mondjesmaat Gerbert Jan Valk Gerbert Jan Valk, mede-oprichter en CEO van detacheerder Linden-IT merkt echter nog maar weinig van die verschuiving van zzp naar detacheren. “Vooralsnog wordt er vanuit de markt slechts mondjesmaat gevraagd naar de mogelijkheden om zzp’ers voortaan te detacheren. Opdrachtgevers zijn wel degelijk goed geïnformeerd over de gevolgen van de handhaving van de Wet DBA, maar hebben er tot nu toe niet veel mee gedaan. Ik verwacht dat die vraag in de loop van het jaar wel zal toenemen als meer opdrachtgevers gaan inzien dat het inzetten van zzp’ers niet meer zo gemakkelijk is als voorheen. Dus ik zie wel kansen voor ons detacheerders.” Linden-IT heeft zelf wel een aantal zzp’ers die zij bemiddelden omgezet naar een vast dienstverband (om als gedetacheerde voortaan te werken, red.) Maar dat geldt volgens Valk alleen voor die gevallen waarvoor het werken als zzp’er ‘niet langer houdbaar’ was. Voor ‘zwaardere’ kandidaten is dit meestal geen optie, legt hij uit. “Die zien het als een inbreuk op hun vrijheid en financiële situatie als zij niet meer zelfstandig kunnen zijn.” Valk benadrukt dat het ook niet zo is dat interim-klussen niet meer mogen worden uitgevoerd door zzp’ers. “Als je maar duidelijke voorwaarden stelt, zoals het begin en eind van een project, en de verantwoordelijkheid (leiding en toezicht, red.) goed vastlegt, et cetera. Dan is het heel logisch om een interimmer in te zetten.” Alertec: zelf opleiden en detavast Johan Nijp “De uitdaging voor 2025 is de zzp-bemiddeling (door de strengere handhaving van de Wet DBA. red.)”, stelt Johan Nijp (directeur Alertec Group, een middelgrote uitzendorganisatie in het Noorden van het land in met name technische sectoren. Nijp ziet in de praktijk dat zzp’ers zich terugtrekken en opdrachtgevers minder zzp’ers inhuren (op uurbasis) – alles om niet het risico op schijnzelfstandigheid te lopen. “Dat merken wij zeker. Het probleem is dat het lastig is die mensen te vervangen. Hoe gaan werkgevers die lege plekken invullen?” Als oplossing kiest Alertec ervoor zelf mensen op te leiden. “We zijn een campagne gestart om mensen die wel een opleiding hebben in de metaal, maar niet in de metaalindustrie werken, terug te halen naar de metaalsector. Daar is heel veel animo voor. Zij worden opgeleid door een eigen praktijkbegeleider, krijgen na de proefperiode een baangarantie en we spreken met bedrijven af dat zij die mensen na een bepaalde periode mogen overnemen (detavast).” Schijnzelfstandigheid in fasen aanpakken Om het risico op schijnzelfstandigheid te voorkomen neemt Alertec overigens ook zzp’ers in eigen dienst om hen vervolgens te detacheren. Maar dat wil niet elke zzp’er, weet Nijp, die dan ook met lede ogen moet aanzien dat sommige zzp’ers naar de concurrent stappen en daar gewoon doorgaan. Met het risico als schijnzelfstandige te worden bestempeld en in de problemen te komen. Het zou volgens Nijp beter zijn geweest als de overheid de schijnconstructies in fases had aangepakt. Zijn voorstel: begin met een minimum tarief van € 35. En eis dan in een volgende fase bijvoorbeeld van zzp’ers dat ze een eigen website hebben, een eigen bus of eigen materiaal hebben. (Dus echt ondernemer zijn, red.) “Dan zouden er in 2028 al veel minder schijnzelfstandigen zijn. En dan zou er een veel zachtere landing zijn geweest dan nu het geval is.” Lees ook: Het zzp-dossier en wetgeving in 2025: harde of zachte landing? Vier voorspellingen van vier experts Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flex, payroll, Uitzenden, zzp | 4s Reacties
Mariëtte Patijn (GL/PvdA): ‘Het is verstandig de VBAR in te voeren’ Geplaatst 26 februari 2025 door ZiPredactie Mariëtte Patijn (GL-PvdA) is van mening dat het verstandig is om vast te houden aan de plannen voor de wet VBAR. Dat zegt de politica van GL-PvdA in de nieuwste aflevering van ZiPtalk naar aanleiding van een recente uitspraak van de Hoge Raad. In deze uitspraak stelde de Hoge Raad dat het criterium ‘extern ondernemerschap’ uit het Deliveroo-arrest even zwaar telt als de andere criteria in de beoordeling of er sprake is van een dienstverband of dat iemand zzp’er is. In het conceptvoorstel voor de Wet VBAR, opgesteld onder het vorige kabinet, heeft dat criterium extern ondernemerschap juist een ondergeschikte plek. Patijn is het daar mee eens. Lees ook: Hoge Raad: ondernemerschap is volwaardig criterium bij beoordeling arbeidsrelatie “Ik denk dat opdrachtgevers er niet aan toekomen om, na de acht andere criteria te hebben bekeken, ook nog te onderzoeken of er sprake is van extern ondernemerschap. Die gaan het risico niet nemen als die andere acht niet voldoen.” Daarom is Patijn ook van mening dat het verstandig is om de wet VBAR in te voeren. “Deze wet geeft helderheid aan opdrachtgevers en opdrachtnemers. Dat zal nog een beetje oefenen worden, maar biedt wel helderheid waar beide partijen aan toe zijn.” Deze wet geeft helderheid aan opdrachtgevers en opdrachtnemers. Dat zal nog een beetje oefenen worden, maar biedt wel helderheid waar beide partijen aan toe zijn. Het is nu aan de politiek Volgens Patijn is het vooral nu aan de politiek. Patijn: “Eigenlijk zegt de Hoge Raad: ‘Het is niet aan ons, het is aan de wetgever om nu eindelijk eens te komen met een nieuwe wet’. Ik denk dat er over de wet die er ligt goed over na is gedacht.” Lees ook: Na Hoge Raad uitspraak over zzp en ‘ondernemerschap’ is de politiek aan zet Een weinig populair standpunt, weet Patijn uit de gesprekken die ze voerde met zzp’ers en zzp organisaties. ZiPconomy hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts vraagt Patijn naar een sterk gevoel onder zelfstandige professionals: ‘Waar is de plek voor de individuele keuze die ik als zelfstandig ondernemer heb gemaakt? Mag dat ergens een plekje hebben in dat geheel?’ Patijn is daarin ferm. Het arbeidsrecht is volgens haar geen keuze. “Het arbeidsrecht is van toepassing of het is niet van toepassing. Is het niet van toepassing, dan kun je als zzp’er aan de slag gaan.” Patijn betoogt dat we niet het arbeidsrecht moeten veranderen om een kleine groep zzp’ers tegemoet te komen als je daarmee rechten afbouwt van een veel grotere groep werknemers. Patijn: “Van de totale beroepsbevolking werken er 8 miljoen op basis van een arbeidsovereenkomst. Dat is veruit de allergrootste groep. De bescherming die het arbeidsrecht daaraan geeft is heel wezenlijk. Het idee dat je niet meer hard op straat gezet wordt, de wetenschap dat je een treetje stijgt in een cao. Dat is niet knellend. Het geeft perspectief in het leven. Die zekerheid is de basis waar veel mensen vanuit willen gaan en niet de onzekerheid van de gedachte ‘Oh, maar hoe regel ik het als ik dan een tijdje geen inkomen heb?’.” Hypermarktwerking Maar de prijs van het aanbrengen van een keuzemodel, stelt Patijn, is dat het volledige arbeidsrecht aangepast moet worden. “Dan ga je het recht aanpassen van 8 miljoen mensen, die allemaal werken onder een arbeidsovereenkomst, ten behoeve is van een groep van – niet 1,6 miljoen zzp’ers, maar – 50.000 tot 100.000 mensen die in het schemergebied van ondernemer-werknemer zitten.” Daarbij speelt mee dat er momenteel een krappe arbeidsmarkt is. “Maar zodra de verhoudingen op de arbeidsmarkt kantelen, dan heeft dat als gevolg dat het niet meer een keuze is van de werkende. Op een goed moment kan een opdrachtgever tarieven bieden die ver onder de lonen liggen die hij normaal zou betalen.” “Het arbeidsrecht moet mensen beschermen voor ongelijkheid op de arbeidsmarkt.” Wanneer je daar een keuzemodel in aanbrengt, dan kan dat ertoe leiden dat mensen niet meer beschermd worden, stelt Patijn. “Dan wordt het hypermarktwerking. Wat mij betreft is dat niet de bedoeling, want ik wil niet dat de bouwvakker of de verpleegkundige die gelukkig in dienst wil zijn, gedwongen worden om een andere keuze te maken.” De R van Rechtsvermoeden Voor GL-PvdA is de ‘R’, van ‘rechtsvermoeden’, in VBAR van groot belang. Patijn: “Het rechtsvermoeden geeft een heleboel duidelijkheid aan de onderkant. Het tarief vind ik daarbij nog heel laag. Het ligt nu op 33 euro, ik zou dat veel eerder naar 45, 50 euro trekken. Dan kunnen mensen ook echt zorgen dat zij zich verzekeren en een pensioen kunnen ophouden. Want door je flexibiliteit als zzp’er maakt dat je heel moeilijk die 40 uur declarabel kan maken.” Meerwaarde van de ZP’er Patijn maakt daarbij duidelijk in deze discussie de meerwaarde van de ZP’er te erkennen. Patijn: “Een hoop van jullie [lezers] zijn mensen die vol zelfvertrouwen aan het ondernemen zijn, die een goed tarief hebben en die belangrijk zijn voor onze economie. Die zijn een verrijking voor onze samenleving op allerlei manieren. En dat is ook niet de groep die nu het meeste last heeft van de handhaving.” Een hoop van jullie [lezers] zijn mensen die vol zelfvertrouwen aan het ondernemen zijn, die een goed tarief hebben en die belangrijk zijn voor onze economie. Die zijn een verrijking voor onze samenleving op allerlei manieren. Over de mensen die wel ondernemer zouden willen zijn, maar het nu niet zijn is Patijn duidelijk: ga acquireren, ga ondernemen. “Want die derde groep [tussen ondernemer en werknemer in] is het meest kwetsbaar op het moment dat de arbeidsmarkt verandert.” ‘Opt-out van AOV leidt tot ontduikingsconstructies’ Een tweede hot topic in Den Haag is de opt-out voor de verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ). Patijn: “In de brede zin leiden uitzonderingen in de wetgeving altijd tot ontduikingsconstructies. Dus, nee, in de basis vind ik het geen goed idee.” Lees ook: Opt-out bij verplichte zzp-aov stelt minister voor ‘dilemma’ Het voorstel van de commissie Borstlap – één stelsel voor alle werkenden – is volgens haar ook geen goed idee. De reden daarvoor is pragmatisch: “Kijk naar de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, red.), daar is momenteel zoveel mee aan de hand. Die is er nog niet aan toe om rigoureus veranderd te worden. Het UWV kan het niet aan. Laten we die in godsnaam even met rust laten.” Patijn pleit voor een andere aanpak: “Richt de verplichte AOV in, maar stop niet met nadenken. Dan zijn mensen ten minste verzekerd wanneer ze ziek zijn. Dan kunnen we het later breder trekken.” Er moet vaart komen Minister Van Hijum (SZW) heeft een besluit hoe om te gaan met de Wet VBAR en de BAZ al enkele keren uitgesteld. Het geduld van Patijn raakt op. “Ik vind dat hij op moet schieten met de arbeidsmarktwetgeving. We wachten er al heel lang op in de Kamer. Dus ik vind het heel erg belangrijk dat er een beetje vaart gemaakt wordt.” Bekijk of beluister de volledige podcast via YouTube, Spotify of Apple Podcasts. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags BAZ, GL-PvdA, Kamerlid interview, VBAR, Verplichte AOV, Wet VBAR, ZiPTalk | 15s Reacties
Na Hoge Raad uitspraak over zzp en ‘ondernemerschap’ is de politiek aan zet Geplaatst 25 februari 2025 door ZiPredactie Bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst geldt geen rangorde tussen de mee te wegen omstandigheden, waaronder het ‘ondernemerschap’ van de werkende. Zo luidt het antwoord van de Hoge Raad op ‘prejudiciële vragen’ van het hof in de zaak Uber. Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak? Zij-aan-zij ‘Verrassend is de uitspraak niet, want feitelijk volgt die het Deliveroo-arrest’, zegt fiscaal jurist Jacques Raaijmakers. ‘De uitspraak heeft wel gevolgen voor de handhaving door de Belastingdienst. De Hoge Raad benadrukt nog eens dat je per geval moet toetsen. Het wordt daarmee lastiger om hele groepen tegelijk te beoordelen. Zij-aan-zij werken wordt nu door de Belastingdienst al gauw bestempeld tot loondienst. Maar die snelle gevolgtrekking is door de Hoge Raad dus nadrukkelijk afgewezen. Ook is de vraag of de webmodule, die punten toekent aan antwoorden, nog stand houdt als de Hoge Raad zegt dat er geen rangorde tussen de factoren.’ Een volgende vraag is of de politiek de uitspraak zal aangrijpen om de wet VBAR aan te passen of besluiten de wet niet in te dienen. Raaijmakers: ‘De huidige tekst doet geweld aan wat de Hoge Raad schrijft. Maar is er überhaupt nog wel behoefte aan deze wet? Als het gaat om duidelijkheid, denk ik dat de wet overbodig is. De Belastingdienst heeft voldoende handvatten.’ De Raad van State was ook bijzonder kritisch op de wet VBAR, omdat het voorstel vooral het geldende recht codificeert. “Er mist visie”, zegt Raaijmakers. “Maar dat geldt ook voor de andere arbeidsmarktwetten. De arbeidsmarkt hervorm je niet met losse wetsvoorstellen die al dan niet de eindstreep halen. Dat moet je in samenhang doen. Het mag geen haastklus zijn, zoiets moet doorwrocht gebeuren. Trek er gerust tien jaar voor uit.” Wet VBAR moet wel/geen doorgang vinden Ook voor arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn is het een uitgemaakte zaak: de wet VBAR mag van tafel. “De wet is geen wettelijke verankering van vaste rechtspraak. Hopelijk kan met dit arrest en de duidelijke adviezen van het Adviescollege toetsing regeldruk, de Raad voor de Rechtspraak en de Afdeling Advisering van de Raad van State, alsook alle reacties via de internetconsultatie nu afscheid worden genomen van de Wet VBAR.” Van Ladesteijn wijst net als Raaijmakers op wat de gevolgen zijn voor de handhaving. “De beoordeling van de Belastingdienst, waarin gezichtspunt 9 bij enkel een gelijkspel-situatie wordt toegepast, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting. Deze beoordelingen zullen mogelijk opnieuw moeten plaatsvinden.” Tweede Kamerlid Mariëtte Patijn (GL/PvdA) stelt in de ZiPtalk podcast dat de uitspraak weinig verandert. Oopdrachtgevers zullen volgens haar in de praktijk zelden toekomen aan het criterium externe ondernemerschap. “Als er aan acht criteria wordt voldaan, zoals inbedding en toezicht, is iemand waarschijnlijk werknemer en zal een werkgever dat risico niet willen lopen.” Wat haar betreft blijft de wet VBAR – in zijn huidige vorm – nodig om meer duidelijkheid te scheppen. “Eigenlijk zegt de Hoge Raad ook, het is niet aan ons, om nu eindelijk te komen met een wet.” VVD-Kamerlid Thierry Aartsen (VVD) verklaarde tegenover BNR Radio dat er een nieuwe wet moet komen die schijnzelfstandigheid van zzp’ers regelt. Hij pleit voor een nieuwe wet met duidelijke criteria die omschrijven wie zzp’er is en wie werknemer. Ook schrijft hij op LinkedIn dat de handhaving te stringent is, wat als gevolg heeft dat zzp’ers op voorhand worden geweerd. “Uit deze uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat je de afweging niet kan maken op basis van een functie-omschrijving.” Hij wil dat het ministerie van Binnenlandse Zaken – verantwoordelijk voor het beleid rond inhuur van externen – de instructies die het heeft rondgestuurd aanpast. ‘Zo voorkomen we dat duizenden zelfstandigen onnodig door de overheid op straat worden gezet.’ Goed nieuws voor interimmers “Zeer verheugd”. Zo reageert VZN-voorzitter Cristel van de Ven op de antwoorden van de Hoge Raad in de Uber-zaak. De uitspraak betekent volgens haar dat zelfstandigen die in het economisch verkeer handelen als ondernemer hetzelfde werk kunnen doen als werknemers, maar dan in een opdrachtovereenkomst in plaats van een arbeidsovereenkomst. Ook wanneer het structureel, ingebed werk betreft. “Dit is heel goed nieuws voor alle interimmers en voor allerlei andere zelfstandigen die bij meerdere opdrachtgevers van waarde zijn door piek en ziek op te vangen. Dit betekent ook dat de Belastingdienst bij de aanpak van schijnzelfstandigheid persoonlijk ondernemerschap vanaf de start moet meewegen.” Ook Van de Ven wijst erop dat de antwoorden van de Hoge Raad consequenties hebben voor de concept-wet VBAR. Van de Ven: “In de conceptwet VBAR wordt persoonlijk ondernemerschap behandeld als tweederangs criterium. De antwoorden van de Hoge Raad zetten hier een streep door. Persoonlijk ondernemerschap telt.” Vakbond FNV Vakbond FNV, die de zaak tegen Uber aanspande, laat zich in een persbericht eveneenstevreden uit over de uitspraak, maar dan om een andere reden. Het hof had namelijk nog een andere vraag gesteld: mogen vakbonden bij schijnzelfstandigen collectief afdwingen dat de cao wordt nagekomen? “De Hoge Raad heeft geantwoord dat dit mag en dat FNV dat in de toekomst ook voor anderen kan en mag doen. Dat kan volgens de Hoge Raad – in tegenstelling tot wat Uber beweerde – óók als de werkgever ten onrechte vindt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.” Volgens FNV blijft in de antwoorden van de Hoge Raad nog steeds de mogelijkheid open dat Uber-chauffeurs uiteindelijk als werknemers zullen worden aangemerkt. De Belastingdienst en het ministerie van SZW zijn volgens een woordvoerder samen de uitspraak aan het bestuderen en kunnen nog geen reactie geven. Meer lezen: Hoge Raad: ondernemerschap is volwaardig criterium bij beoordeling arbeidsrelatie Belastingdienst weegt persoonlijk ondernemerschap zelden mee in oordeel over schijnzelfstandigheid. ‘Onjuiste toepassing’ Advies AG aan Hoge Raad: betekenis ondernemerscriteria bij beoordeling arbeidsrelatie ‘beperkt’ Minister Van Hijum gaat ‘nog eens goed’ naar wet VBAR kijken Arbeidsrechtdeskundigen pleiten voor aanpassing wetsvoorstel VBAR. ‘Of iemand zich als ondernemer gedraagt, is een essentieel criterium’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags deliveroo, handhaving, Hoge Raad, Uber, Wet VBAR | 3s Reacties
Beoordeel een zzp’er op zijn merites en niet op het uurtarief! Geplaatst 25 februari 2025 door Mario Voorbij Hoe begrijpelijk de vraag misschien ook moge zijn voor mensen die werken in loondienst: ik voel me in een hoek gedrukt. Moet ik me hiertegen verdedigen? Moet ik uitleggen hoe het werkelijk zit? Meestal doe ik het af met een opmerking als ‘Als ik voor het geld zou gaan dan was ik wel onderwaterlasser geworden’. Voor mensen in loondienst lijkt het een eenvoudig rekensommetje: uurtarief keer aantal uur per jaar dat iemand werkt. Het bruto-inkomen, oftewel de omzet, lijkt dan al snel hoger dan bij een collega in loondienst. Uiteraard klopt deze conclusie niet, sterker nog, het slaat de plank volledig mis. Maar de toon is wel gezet, zeker als dit een vraag is die werd gesteld gedurende het introductierondje bij aanvang van de nieuwe opdracht. Bruto-omzet ≠ brutoloon Hoewel het voor ZZP’ers de normaalste zaak van de wereld is, kunnen we vaststellen dat het niet voor iedereen zo is. Het brutoloon van iemand in loondienst kan niet worden vergeleken met de omzet van een ZZP’er. Ik krijg het gevoel dat mensen in loondienst slechts een keer per jaar het loonstrookje echt goed bekijken en de rest van het jaar alleen kijken naar wat er netto op hun rekening wordt gestort. Ze verliezen zo het gevoel met de realiteit van belastingen en premies. Daarbij komt nog dat ze niet stilstaan bij het feit dat ze als werknemer gigantisch veel bescherming genieten middels het arbeidsrecht. Deze bescherming hebben ZZP’ers niet, tenzij ze hier zelf actief voorzieningen voor treffen of verzekeringen voor afsluiten. Daar zit hem wat mij betreft dan ook natuurlijk de crux! Voor de niet-ZZP’ers die dit artikel lezen is dit misschien een eye-opener. ZZP’ers zijn een flink deel van hun omzet kwijt aan verzekeringen, reserveringen voor periodes dat er geen opdracht is, ziekte, vakantie en pensioen. Maar laten we ook niet vergeten dat ZZP’ers netjes inkomstenbelasting betalen en in geval van een BV betalen ze zelfs vennootschapsbelasting. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de last van de noodzakelijke (financiële) administratie en de, in mijn ogen, genadeloze Belastingdienst Inkomen uit vast dienstverband versus ZZP’er Elke vergelijking die ik zou maken tussen het inkomen van een medewerker in vaste dienst en een ZZP’er, is per definitie betwistbaar. ZZP’ers kunnen kosten aftrekken van hun omzet en werknemers kennen vaak allerlei secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld een thuiswerkvergoeding. Zo zijn er nog talloze voor- en nadelen van beide constructies te bedenken. In een poging om niet in deze valkuil te trappen stel ik voor om het simpel te houden. Ik denk dat het redelijk is om te zeggen dat bij een 30-40 procent hoger bruto-inkomen voor een ZZP’er, er geen sprake van zelfverrijking kan zijn. Dit gezien alle extra kosten en inherente risico’s aan het actief zijn als ZZP’er. Als ik een beetje om mij heen kijk dan denk ik dat voor veel ZZP’ers deze stelregel van toepassing is. Een deel van de ZZP’ers wijkt hiervan af, dergelijke excessen zullen er altijd zijn, zowel naar boven als naar beneden. Als we kijken naar uitschieters aan de bovenkant, dan lijkt dit gewoon een natuurlijk spel van vraag en aanbod, wat prima thuishoort in een vrije markt. Bij veel vraag naar specifieke arbeid, al dan niet in een specifieke sector, zal het potentiële uurtarief hoger liggen. Niet elke ZZP’er zal dit potentieel weten te benutten. Dit proces van vraag en aanbod in combinatie met de loonontwikkeling komt in Nederland veel slechter op gang. Sectoren waar er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt laten toch een vrij conservatieve loonontwikkeling zien, waarbij slechts sprake lijkt van inflatiecorrectie. Excessief hoog uurtarief? Als we de zorg nemen als voorbeeld en dan specifiek verpleegkundigen, dan hebben we duidelijk een sector wat mijn stelregel onderuit lijkt te halen. Een ZZP’er zal hier al vrij snel een bruto-inkomen als ZZP’er realiseren dat meer dan 40% hoger ligt dan het inkomen bij een vast dienstverband. De vraag is echter of dit nu een exces is, waarbij de ZZP’er een exorbitant hoog uurtarief vraagt of dat er misschien iets anders aan de hand is. Laat de zorgsector nu net een sector zijn waarbij er ontzettend veel vraag naar arbeid is, terwijl dit niet zichtbaar is in de loonontwikkeling van de afgelopen jaren. Als hr-manager in deze sector afstand doen van ZZP’ers omdat zij te duur zijn dan geeft dat een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Zouden ze doorhebben dat zorgverleners een relatief laag inkomen ontvangen in vergelijking met andere sectoren? Is het dan gek dat ZZP’ers hoger in het tarief zitten? Zelfverrijking en financiële vrijheid moeten we niet door elkaar halen Van alle redenen om ZZP’er te worden hoor ik vrijwel nooit het argument van het hoge uurtarief. Voor velen is het een verlangen naar autonomie, een passie en de kans om te werken op een vrije manier. Het gaat niet om het uurtarief, maar om de vrijheid om te leven en te werken zoals zij dat willen. Dat is de echte waarde van het ZZP-schap en ja, dat is inclusief een stuk financiële vrijheid. Maar zelfverrijking en financiële vrijheid worden vaak met elkaar verward. Er zijn mensen die financieel gezien hun eigen broek willen ophouden. Ze willen bijvoorbeeld zelf bepalen hoe ze hun pensioen regelen en willen zelf bepalen of ze volgend jaar drie maanden op vakantie gaan. In plaats van alle mooie secundaire arbeidsvoorwaarden bij een dienstverband hebben ze liever de financiële ruimte om dit zelf in te richten. Volgens mij is dit een moreel verantwoorde reden om als ZZP’er te gaan werken. Daarom: beoordeel een ZZP’er op zijn of haar merites en niet op het uurtarief! Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags brutoloon, uurtarief, zzp | 10s Reacties