Maandelijkse archieven: januari 2025

Amerikaans platform GigSmart moet fors betalen voor verkeerd geclassificeerde werknemers

Het Amerikaanse platform GigSmart moet maar liefst 700.000 dollar terugbetalen aan medewerkers, nadat het bedrijf hun werknemers verkeerd classificeerde. Dat meldde hun advocaat.

GigSmart is gevestigd in Delaware met kantoren in San Francisco. Het bedrijf verbindt werkgevers met werkenden om tijdelijke diensten te vervullen. De werkenden worden rechtstreeks via GigSmart aangenomen en betaald.

Ziekteverlof en bepaalde verzekeringen

Het bedrijf stelde dat de werkenden freelancers zijn, maar daar kijkt de handhavende instantie anders tegen aan. Die oordeelt dat ze volgens de Californische wet als werknemers van Gigsmart gezien moeten worden. Dit betekent dat de werknemers per direct recht hebben op de bescherming en voordelen die toekomen aan werknemers. Denk daarbij aan ziekteverlof en bepaalde verzekeringen. 

Naast de 700.000 dollar die GigSmart aan werknemers moet betalen, moet het bedrijf ook nog eens 100.000 dollar aan boetes betalen. Dit is in San Francisco al de derde keer dat er een dergelijke uitspraak wordt gedaan. In februari en december waren Qwick en WorkWhile. aan de beurt. Dat brengt het totale ‘terugbetalingsbedrag’ in totaal op bijna 4 miljoen dollar.

Bron: SF gig employment company ordered to pay $700K in restitution in misclassifying workers

Lees ook: Trump wil pro-platform advocaat als tweede man op Ministerie van Arbeid

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Advocaat Joost van Ladesteijn: “Er wordt te veel aandacht gegeven aan de hooligans op de arbeidsmarkt in plaats van de supporters”

Sem Overduin: U bent Top Voice op LinkedIn, actief via diverse media en u staat regelmatig op een podium. Vandaag is ook niet uw eerste keer hier in Nieuwspoort. Wat zijn uw motivaties en drijfveren om u publiekelijk uit te spreken over verschillende politiek-maatschappelijke ontwikkelingen over het arbeidsmarkt- en zzp-dossier?

Joost van Ladesteijn, advocaat arbeidsrecht en partner bij Vertex Legal

Joost van Ladesteijn: Allereerst hoop ik vooral bij te dragen aan een zo goed mogelijk debat voor kwalitatief hoogwaardige besluitvorming in het algemeen belang. Vorm en inhoud gaan hand in hand. De kwaliteit van het proces bepaalt de kwaliteit van de uitkomst. Neem het beoordelen van een overeenkomst als vergelijking: de wijze waarop de uitlegfase, de dataverzameling en de vaststellingsronde worden doorlopen, is essentieel voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Zogezegd is een meer zorgvuldige uitlegfase essentieel om Nederland duurzaam en effectief vooruit te helpen. Dat betekent dat we beter met elkaar de discussie moeten voeren en vooral meer en breder luisteren. Met ontspanning en met lenigheid van geest. Meer objectiviteit zal zorgen voor meer evenwichtige discussies rondom het zzp-dossier en de (flexibele) arbeidsmarkt met als gevolg ook zaken als meer draagvlak.

Sem: De arbeidsmarkt staat voor grote uitdagingen. We hebben te maken met een krappe arbeidsmarkt, er is een ongelijk speelveld tussen verschillende contractvormen en we moeten ook het stelsel van de sociale zekerheid toekomstbestendig maken. U bent kritisch over de rol van de overheid in het arbeidsmarktdossier. Kunt u dit toelichten?

Joost: Het gaat mij niet specifiek om de overheid, maar om de rol en plaats van alle spelers op het speelveld. We lijken steeds meer bezig te zijn met de hooligans in plaats van de supporters. Daarbij is handhaving en toezicht voor elk syteem essentieel. Ik ben voorstander van een evaluatie van al die verschillende actoren op de arbeidsmarkt. Dat betekent dus ook een evaluatie van de rol van de overheid, juist wanneer die belangrijk is. Elke partij ziet nu vooral zichzelf als de weg naar oplossingen: de overheid, de EU, de SER, de markt, toezichthouders, brancheverenigingen, enzovoort. De overheid eist toenemend een prominente rol op. Zo hebben diverse wetsvoorstellen vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het daglicht gezien. Dit dient te gebeuren met het juiste historisch besef. Een conclusie van de afgelopen dertig jaar kan zijn dat wetgeving als arbeidsmarktinstrument weinig succesvol en zelfs averechts heeft gewerkt. Het huidige besturingsmodel lijkt onvoldoende te leren van het verleden en heeft moeite een ingeslagen weg te verlaten. Déjà vu’s zijn onontkoombaar.

Sem: Welke oplossing ziet u voor de arbeidsmarkt?

Joost: De oplossing zie ik in een herijking van de Trias Politica, de leer van een evenwicht van machten. Er zijn nieuwe machten bijgekomen, zoals supranationale organisaties. Het onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht volstaat niet langer. Meer spanning tussen de verschillende (schaduw)machten is vereist. Hier geldt “zonder wrijving geen glans”.

In dit speelveld dienen dus adequate “checks and balances” te bestaan bijvoorbeeld ter voorkomen van te vergaande verstrengelingen tussen machten reeds voor de kwaliteit van besluitvorming. Daarbij zou bij pluriformiteit steeds de menselijk maat centraal moeten staan. Beleidsdoelstellingen kunnen nu te snel vorm krijgen als een soort ‘jacht’, waarbij het doel de middelen heiligt.

Sem: U schrijft dat arbeidsovereenkomsten steeds vaker een vehikel worden voor overheidsmaatregelen. Wat bedoelt u daar precies mee?

Joost: De arbeidsovereenkomst is overgereguleerd geraakt en daarom onaantrekkelijk geworden. Het is een vehikel geworden om allerlei overheidsdoelstellingen te realiseren. Er is, om met Verburg te spreken, niet enkel sprake van ‘verschrikkelijk flex’, maar ook van ‘verschrikkelijk vast’. Barentsen en Sagel zeggen het beeldend in de Kroniek sociaal recht: ‘Hoe vol kan de kerstboom van de arbeidsovereenkomst worden gehangen met beschermingsballen voordat de takken ervan gaan kraken?’ “Vast minder vast” verdient daarom evenveel aandacht als “flex minder flex”, anders blijft enige voorgestelde oplossing symptoombestrijding.

Sem: Er is veel discussie over het wetsvoorstel VBAR, met name het ‘subsidiair’ maken van het criterium extern ondernemerschap. Eerder is er in de politiek al gesproken over het opknippen van het wetsvoorstel in twee losse onderdelen, zodat het rechtsvermoeden wordt losgeknipt van het verduidelijkingsgedeelte. Wat is uw mening?

Joost: Net als het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR), de Raad voor de Rechtspraak en de Afdeling advisering van de Raad van State ben ik kritisch op het wetsvoorstel VBAR. Wanneer in 95% van de gevallen het nu duidelijk zou zijn wat de uitkomst is van een beoordeling of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, is het best-case-effect van de VBAR non-significant. Beter dan het splitsen van de VBAR is het splitsen van de civiele en fiscale arbeidsovereenkomst. Inspecteurs kunnen dan werken met wet- en regelgeving waarin zij bij uitstek sinds jaar en dag deskundig zijn. Je merkt nu ongemak bij inspecteurs met een arbeidsrechtelijke toets. Artikel 7:610 lid 1 BW, dat de definitie bevat van de arbeidsovereenkomst, kan dan ongewijzigd blijven. De rechtspraktijk kan hiermee prima uit de voeten. Dat mag inmiddels klip-en-klaar volgen uit de rechtspraak.

Sem: Terug naar uw rechtsgebied, het arbeidsrecht. Wat stelt u voor om het te verbeteren?

Joost: Het arbeidsrecht mag eenvoudiger, effectiever en evenwichtiger voor ook meer wendbaarheid, innovatie en maatwerk, en dus ook het aanpakken van de arbeidsmarktkrapte, arbeidsproductiviteit en het ondernemersklimaat. Dat kan door niet de overheid en collectivisme enerzijds tegenover de markt en individualisme anderzijds te plaatsen, maar in een nieuw evenwicht met tegenmachten met voor het arbeidsrecht een eigenstandige positie, ontwart van fiscaliteit en sociale zekerheid. Overheidsactivisme start waar marktwerking stopt en andersom. De risico-regelreflex moet worden onderdrukt. Ofwel: via rechtspraak als het kan, via wetgeving als het moet. Mededinging dient te worden gestimuleerd. Mijn advies zou dus aanvullend zijn om het geprivatiseerde socialezekerheidsrecht te ontwarren uit de arbeidsovereenkomst. Daarnaast moet de preventieve ontslagtoets uit 1945 eindelijk worden afgeschaft. Artikel 7:611 BW, dat goed werkgeverschap en goed werknemerschap regelt, moet nadrukkelijker een sleutelpositie krijgen. Wetsvoorstellen als Werken waar je wilt en Recht op onbereikbaarheid behoeven dan geen indiening.

Sem: Welke rol is hier weggelegd voor de polder?

Joost: hier ligt ook een rol voor de polder, maar zeker geen exclusieve. Juist breder luisteren dan nu is essentieel. Grote groepen lijken stelselmatig te worden gemist. Zo veronderstelt het kabinet steeds breed draagvlak bij voorgestelde maatregelen omdat plannen in overleg met sociale partners tot stand zijn gekomen. Maar structureel blijkt dat dit brede draagvlak er juist bij uitstek niet is. Voorstellen sneuvelen in de Kamer of roepen binnen alle geledingen van de samenleving weerstanden op. Dit roept vragen op over de kwaliteit van besluitvorming, waaronder de diversiteit en inclusiviteit daarvan. Daarbij is opvallend dat dit juist thema’s zijn waarover de SER graag spreekt.

De polder is nu niet de oren van de arbeidsmarkt en vertegenwoordigt onvoldoende alle maatschappelijke actoren. Er lijkt behoefte aan een onafhankelijk orgaan naast de SER, met mensen uit de commerciële praktijk, welke technologie gebruikt voor directe vormen van besluitvorming, niet gebonden aan politieke partijen of bepaalde organisaties. Dit om aandacht te waarborgen voor vrijheden, individuele verantwoordelijkheden, tegenstrijdige belangen en flexibiliteit. Daarbij zijn CAO’s echt doorgeslagen. De materiële reikwijdte van CAO’s dient drastisch te worden gereduceerd tot de zogenaamde harde kern van arbeidsvoorwaarden, kortweg loon, werk- en rusttijden, arbo, vakantiedagen en gelijke behandeling. Het toetsingskader AVV vergt modernisering. Respresentativiteitseisen dienen te worden verhoogd en eenduidig te zijn. Alle werknemers dienen te stemmen over CAO’s in plaats van een achterban. Als stelregel zou kunnen gelden dat meer dan 25% aan werkgeversbijdrages en/of subsidies de onafhankelijkheid van een vakbond aantast.  Ook hier dient een stelselhervorming te worden geagendeerd.

Sem: Binnenkort volgt beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad in de zaak tussen Uber en FNV. Spannend of niet?

Joost: Binnenkort wordt inderdaad de uitspraak verwacht. Gaat de Hoge Raad mee met het advies van de Advocaat-Generaal, dan kan al een soort wet VBAR-situatie ontstaan: omstandigheden die zien op de persoon van de werkende zelf zijn dan als uitgangspunt minder belangrijk dan andere factoren bij het beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt.

Ik verwacht echter dat de Hoge Raad zich houdt aan de lijn die hij zelf heeft uitgezet de laatste decennia. Het Deliveroo-arrest benadrukt het Groen/Schoevers-arrest uit 1997 en het Participatieplaats-arrest uit 2020. Dit betekent: de volgordelijkheid van de tweefasensystematiek, de Haviltexmaatstaf in de uitlegfase met daarin de maatschappelijke positie als partijspecifieke omstandigheid en de holistische toets met als onderdeel daarvan dat ook gezichtspunten in onderling verband dienen te worden bezien. De Hoge Raad gaat dan niet mee met de Advocaat-Generaal en extern ondernemerschap wordt niet een “subsidiaire”, ondergeschikte betekenis toegekend.

Sem: In het eerste kwartaal van 2025 gaat de Tweede Kamer weer in debat over het arbeidsmarktbeleid en het zzp-dossier. Wat wilt u de politiek meegeven?

Joost: De kunst van het maakbare moet worden ingeruild voor een bewustzijn van inherente grenzen. Minder is nu meer. Start eerst met de 5 km, boek een eerste succesje en ga daarna pas aan de slag met een marathon waarvan nu zelfs start en finish onduidelijk zijn.

De overheid dient concreet, eenduidig en objectief te beargumenteren met kwantificeringen, welke afwegingen zij maakt, kenbaar reflecterende op alle feiten en omstandigheden, in het besef dat 100% compliance onhaalbaar is en beleid (voor zover al vereist) dus neerkomt op riskmanagement. De overheid dient boven de partijen te staan en de noodzaak te kennen van haar eigen beperkingen, waaronder dat wetgeving geen “multidoekje” is. Lenig van geest dient de overheid de verbinding te zoeken door het gesprek aan te gaan en te luisteren voor het zoeken naar balansen op basis van gemeenschappelijkheden. Zo kan de mens, welke de samenleving vormt, ook maat der dingen zijn, als schilder en doek.

Sem: Het is inmiddels ruim vijf jaar geleden dat de Commissie Borstlap met een stevig rapport kwam over hervormingen voor de arbeidsmarkt. Is het inmiddels tijd voor een herziene versie? Een Borstlap 2.0?

Joost: Het rapport van de Commissie Borstlap is sterk ideologisch en kan men duiden als weer een typisch product van de publieke sector. Naar de inhoud en benodigde maatregelen kan je ook geheel anders aankijken, maar die andere zienswijze bevat het rapport beperkt. Met ook alle berichten van alle leden van de Commissie Borstlap in het nieuws op bijna dagelijkse basis mogen de standpunten van de Commissie Borstlap nu wel echt genoegzaak bekend zijn. Het zou goed zijn als juist anderen dan leden van de Commissie Boot, de Commissie Borstlap en de SER (MLT) hun verhaal mogen doen, wellicht door een groep uit de commerciële sector, te meer gezien de beperkte successen op de arbeidsmarkt afgelopen decennia en we nu echt vooruit willen. Vergeet ook niet dat de Commissie Borstlap vooral niet is gevolgd door de vorige minister. Zoals gezegd mag voor mij het arbeidsrecht vooral evenwichtiger, effectiever en eenvoudiger. Dat kan mijns inziens niet door zoals afgelopen decennia de overheid en collectivisme enerzijds tegenover de markt en individualisme te plaatsen, maar in een nieuw evenwicht met voor het arbeidsrecht een eigenstandige positie. Daarbij is vrijheid, en de bescherming daarvan, essentieel. De garantie van fundamentele vrijheden schept de mogelijkheid tot zelfontplooiing en zelfverwezenlijking van iedereen. Daarbij past ook een Commissie Red Tape, welke alle dubbele en onleesbare regels schrapt (ook voor de aanpak arbeidsmarktkrapte en het vraagstuk omtreent arbeidsproductiviteit). Een 30% ‘admin burden’ begint normaal te worden. Dit is afgelopen jaren echt vreselijk uit de hand gelopen. Dit zou meer prioriteit moeten hebben dan een meerurenbonus.

Sem: Waar hoopt u op in 2025?

Joost: Ik hoop op minder ideologie en meer inhoudelijk debat. Tal van zaken zijn momenteel niet goed meetbaar en hadden dat bij uitstek wel moeten zijn als basis van de basis van enige analyse. Zet objectiviteit en feiten centraal. Dat komt de kwaliteit van het debat ten goede en zal een positief effect hebben op de kwaliteit en uitvoering van besluiten.

Dit interview maakt deel uit van een reeks van HeadFirst Group, waarin het Public Affairs-team de afgelopen weken meerdere experts heeft geïnterviewd die nauw betrokken zijn bij onderwerpen rondom zzp’ers en de arbeidsmarkt. De serie bestaat uit zes interviews, die de komende weken gepubliceerd zullen worden. Heb je vragen over de interviewreeks? Neem dan gerust contact op met het team via publicaffairs@headfirst.nl.

Geplaatst in Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Publieke inkoop flexarbeid via aanbestedingen overstijgt € 7,7 miljard

Publieke inkoop flexibele arbeid via aanbestedingstrajecten

In 2024 zijn er op TenderNed, het aanbestedingssysteem van de Nederlandse overheid, 227 aanbestedingen voor inhuur gepubliceerd. Samen hebben deze een totale contractwaarde van meer dan € 7,7 miljard. Dit bedrag is exclusief de acht aanbestedingen die na publicatie in 2024 later zijn ingetrokken. De exacte waarde van inhuur via dynamische aankoopsystemen is niet bekend, omdat deze gegevens niet eenduidig openbaar worden gemaakt.

Uit de bovenstaande gegevens blijkt dat inhuur via het marktmodel met € 3,95 miljard inmiddels het grootste deel van de aanbestedingsmarkt voor externe inhuur beslaat, ondanks het relatief kleine aantal aanbestedingen. Steeds vaker kiezen organisaties ervoor om de inhuur (deels) uit te besteden aan een broker of MSP etcetera. Hierbij wordt doorgaans één partij geselecteerd die met een brede marktbenadering in samenwerking met toeleveranciers (waaronder zzp’ers) de inhuuraanvragen invult. In 2024 is bij 13% van deze aanbestedingen gekozen voor het contracteren van meer dan één leverancier om de inhuurmarkt te ontsluiten.

Aantal aanbestedingen gepubliceerd per sector

De meeste van deze aanbestedingen kwamen in 2024 vanuit de decentrale overheid, met name van gemeenten (15 aanbestedingen). Een aantal van deze gemeenten is gestopt met inhuren via traditionele raamovereenkomsten of een dynamisch aankoopsysteem. Ook de onderwijssector publiceerde relatief veel aanbestedingen voor inhuur via het marktmodel. Hier is al langer zichtbaar dat onderwijsinstellingen steeds vaker (een deel van) de inhuurfunctie uitbesteden aan een broker of MSP.

Sector aanbestedende dienst Aantal aanbestedingen inhuur via marktmodel gepubliceerd in 2024 Totale contractwaarde inclusief verlengingen (in mln.)
Decentrale overheid 23 € 2.754
Rijksoverheid 6 € 523
Speciale sectorbedrijf 1 € 400
Onderwijs 8 € 267
Overig semi-publiek 2 € 9
Totaal 40 € 3.952

 

Aanbestedingen gepubliceerd per contractwaarde p/j

De contractwaardes voor inhuur via het marktmodel variëren sterk. Waar dit model eerder vooral werd gebruikt voor grote inhuurvolumes (vanaf € 5 miljoen p/j), zien we al enige tijd een trend waarbij ook kleinere volumes (tot € 1 miljoen p/j) via een broker worden georganiseerd. Dit biedt kansen voor andere inhuurdienstverleners om deze markt te betreden. Tegelijkertijd zijn grote inhuurcontracten, met volumes van € 20 miljoen per jaar tot zelfs € 100 miljoen, al langere tijd gebruikelijk. In 2024 werden 12 aanbestedingen met een inhuurvolume van meer dan € 20 miljoen per jaar gepubliceerd.

Reikwijdte aanbestedingen (profielen) inhuur via marktmodel

De scope van deze aanbestedingen richt zich meestal op de inhuur van professionals, exclusief de inhuur van uitzendkrachten. Toch wordt bij 30% van deze opdrachten de inhuur van uitzendkrachten inmiddels wél opgenomen in de scope. Soms is de scope juist beperkt tot specifieke profielen, zoals ICT-, HRM- of technische profielen.

Reikwijdte van de opdracht Broker MSP Totaal
Vanaf HBO-niveau 20 1 21
Alle inhuur (incl. uitzenden) 3 9 12
ICT 3 3
HRM-profielen 1 1
Technische profielen 1 1
Sociaal domein 1 1
Privacy en securityspecialisten 1 1
Totaal 30 10 40

Inzicht in gegunde opdrachten

In 2024 zijn er voor 35 aanbestedingen definitieve gunningen gepubliceerd. Inhuurdienstverleners De Staffing Groep Nederland B.V. en Onestopsourcing B.V. behaalden de meeste gunningen, met zes gegunde opdachten. Het grootste contractvolume is gegund aan Harvey Nash B.V., die werd geselecteerd voor de aanbesteding bij N.V. Nederlandse Gasunie met een totale contractwaarde van € 720 miljoen. In totaal zijn contracten via het marktmodel gegund aan 13 verschillende partijen.

Top 3 leveranciers meest gewonnen aantal aanbestedingen Top 3 leveranciers grootste gewonnen contractwaarde
1. Circle 8 / De Staffing Groep

1. Onestopsourcing

2. Flextender

3. Between Staffing Nederland

3. Flinter

3. Haert B.V.

3. Yacht Inhouse Services B.V.

  1. Harvey Nash

2. Maandag Managed Services B.V.

3. Cirlce8/De Staffing Groep

 

De genoemde gegevens sluiten niet volledig aan op de actualiteit. Veel meer opdrachten voor broker- of MSP-dienstverlening zijn reeds gegund. Alleen is de definitieve gunning nog niet openbaar gepubliceerd op TenderNed (bron van deze analyse). Bij 58% van de aanbestedingen die in 2024 zijn gestart (23 trajecten), heeft de betreffende aanbestedende dienst de definitieve gunning nog niet openbaar gemaakt.

Gemiddeld aantal inschrijvingen

Gemiddeld zijn er 3,4 inschrijvingen op aanbestedingen voor inhuur via het marktmodel. Bij aanbestedingen met een totale contractwaarde van meer dan € 10 miljoen ligt het aantal inschrijvingen iets hoger, met een gemiddelde van 3,9. Het hoogste aantal inschrijvingen werd genoteerd bij de aanbestedingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de gemeente Amersfoort en de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom met zes inschrijvingen. Bij zes andere aanbestedingen was er slechts één inschrijver.

Doorlooptijd contracten

Volgens de aanbestedingsregels mag de maximale looptijd van een raamovereenkomst voor inhuur vier jaar zijn, inclusief verlengingen. Voor aanbestedende diensten in de speciale sector (energie, openbaar vervoer, drinkwater, etc.) geldt een uitzondering. Toch kiezen steeds meer aanbestedende diensten ervoor om af te wijken van de maximale termijn. Dat is toegestaan, mits goed onderbouwd. Deze flexibiliteit wordt bij contracten voor inhuur via het marktmodel steeds vaker benut.

Raamovereenkomsten voor inhuur via het marktmodel hebben gemiddeld een looptijd van 5,2 jaar. In 2024 had 58% van deze contracten een looptijd van langer dan vier jaar, wat resulteert in hogere maximale waarden voor de inhuurcontracten. De looptijd van deze aanbestedingen kan oplopen tot maximaal acht jaar.

Alle gegevens in dit artikel zijn afkomstig van openbare aanbestedingsdata van TenderNed, verwerkt door de PIFA-monitor. Voor meer detailinzichten of een toelichting op deze analyse is Rémon van Buuren bereikbaar.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Comité ZZP overhandigt hun petitie aan de Tweede Kamer

In het gesprek met de Kamercommissie spraken de actievoerders met de commissieleden over:

– Erkenning voor belang van de zzp’er binnen de polder

– De erkenning dat zzp’ers met lage uurtarieven beschermd moeten worden

– De behoefte aan een oplossing voor de verzekerings- en pensioenelementen voor het zzp vraagstuk

– Duidelijk maken dat de zzp’er een positieve bijdrage levert aan de Nederlandse economie. De zzp’er levert ook fiscaal een forse bijdrage

– Dat het Burger Service Model een mogelijke oplossing is voor deze vorm van ondernemerschap

– De oplossingen die buurlanden hebben voor het zzp-vraagstuk

“Als zzp’ers willen we gewoon ons werk kunnen doen zonder zorgen over de beeldvorming of onduidelijke wetten en regelgeving”, schrijft het Comité ZZP op LinkedIn. “Met deze petitie laten we de stem van zeker 1,5 miljoen Nederlandse zelfstandigen horen.”

Comité hoopt spoedig op verbeteringen

De commissie gaf bij ontvangst van de petitie aan dat het onderwerp zzp absoluut op de agenda staat. Daarnaast gaven zij aan dat zij bewust zijn van de schade die de wet DBA aanricht. Verder heeft het comité al gesprekken gevoerd met enkele politieke partijen. Er zullen nog gesprekken volgen met andere partijen en met beleidsmakers van het ministerie van SZW.

Comité ZZP verwacht dat de commissie snel met concrete voorstellen komt om de positie van zzp’ers te verbeteren.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter

VVD wil onderzoek naar aparte positie zzp in arbeidsrecht en sociale zekerheid

De VVD wil onderzoeken of er een specifieke positie en arbeidsrelatie voor zelfstandigen moet komen, waarmee ze op hun manier bijdragen aan de sociale zekerheid en daarvan kunnen profiteren. De partij pleit voor een “fundamentele wijziging” van de “rigide arbeidsrechtelijke posities” die volgens de partij niet meer passen bij de huidige realiteit. De liberalen willen zelfstandigen zo meer ruimte geven om te ondernemen en tegelijkertijd een evenwicht vinden tussen vrijheid en sociale zekerheid.

Dat staat te lezen in de “Agenda voor Werkend Nederland” die de partij vandaag naar buiten heeft gebracht. 

Herziening arbeidsrecht

Volgens de VVD is het huidige arbeidsrecht, dat in 1907 werd vormgegeven, niet meer toegesneden op de hedendaagse arbeidsmarkt. “Sinds het huidige arbeidsrecht in 1907 vormgegeven werd, is er veel veranderd. Naast werkgevers en werknemers zijn er in Nederland inmiddels 1,2 miljoen zelfstandig ondernemers.” Deze groep bestaat uit een breed scala aan beroepen, waaronder loodgieters, IT’ers, kunstenaars, inval-huisartsen en koks. De VVD erkent de grote diversiteit binnen de groep zelfstandigen en ziet dat niet iedereen hetzelfde behandeld kan worden.

De partij neemt in het document afstand van wat zij als een “traditioneel-links wereldbeeld” omschrijft.  De bijdrage van zelfstandigen aan de samenleving is volgens de VVD evident, maar dit veroorzaakt “in het traditioneel-linkse wereldbeeld” kortsluiting, want “voor hen is het zwart of wit: je bent werkgever of werknemer. Links verzet zich tegen de zzp’er die zijn of haar werk in vrijheid wil uitvoeren. Men probeert daarom met wetgeving om veel echte zzp’ers in een arbeidscontract te duwen, terwijl zij dit helemaal niet willen. De eigen keuze of de zzp’er ondernemer is en wil zijn doet er voor links niet toe. Dit vindt de VVD niet eerlijk.” 

De VVD stelt dat veel zelfstandigen bewust kiezen voor het ondernemerschap en dat zij in staat moeten worden gesteld om “hard te werken en te ondernemen” zonder onnodige bemoeienis van de overheid. 

Bescherming schijnzelfstandigen

Wel erkent de VVD dat er een groep schijnzelfstandigen is die eigenlijk in loondienst zou moeten werken om beschermd te worden door het arbeidsrecht en de sociale zekerheid. Tegelijkertijd wil de partij op zoek naar een oplossing voor zelfstandigen die bewust kiezen voor het ondernemerschap. “Daarbij wil de VVD onderzoeken of er een specifieke positie en arbeidsrelatie voor zelfstandigen moet komen waarmee ook zelfstandigen op hun manier bijdragen aan de sociale zekerheid, en zij hiervan ook kunnen profiteren. En waarna de overheid en vakbonden hen verder met rust laten.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Laat een reactie achter

Meeste ondernemers hebben begrip voor handhaving schijnzelfstandigheid

Bijna de helft (45%) van de ondernemers met personeel huurt weleens zzp’ers in. De redenen om zzp’ers in te huren, lopen uiteen. De helft (53%) van de ondernemers doet het vanwege flexibiliteit. Specialistische kennis wordt door bijna de helft (46%) genoemd en personeelstekort door een derde (32%). Dit blijkt uit een ondernemerspeiling door onderzoeksbureau Ipsos I&O van januari dit jaar.

Van de ondernemers die zzp’ers inhuren, is zeven op de tien (70%) positief, slechts 6% is negatief. Behalve flexibiliteit voegen de zelfstandigen vaak nog wat extra’s toe aan het bedrijf. “Goede krachten met brede ervaring door meerdere opdrachtgevers, leren van hoe het buiten mijn bedrijf gaat”, aldus een van de ondernemers.

Maar er zijn ook nadelen, zoals extra kosten en gebrek aan binding (“Ze zijn geen verlengstuk van je bedrijf en bedrijfsvisie”). Inhuren van zzp’ers is bovendien niet altijd een vrijwillige keuze: “Liever heb ik personeel in loondienst. Maar dat is er in onze branche niet of nauwelijks.”

Handhaving

De ondernemers is gevraagd hoe zij staan tegenover de handhaving op schijnzelfstandigheid per 1 januari 2025. Slechts een op de vijf (22%) staat daar negatief tegenover. Iets meer dan de helft (51%) vindt het een goede zaak, de rest is neutraal.

Ondernemers noemen als positief punt dat gedwongen zzp’ers voortaan beter beschermd worden. Ook zorgt het voor een eerlijk speelveld. Ruim de helft (56%) van de ondernemers met werknemers vindt dat schijnzelfstandigheid zorgt voor oneerlijke concurrentie tussen werknemers en zzp’ers, een vijfde (21%) ziet dit probleem niet.

Nadelig aan de handhaving is dat er nog veel onduidelijkheden zijn en dat daardoor  te veel mensen onnodig geraakt worden. Ook vrezen ondernemers dat de handhaving ten koste gaat van de flexibiliteit op de arbeidsmarkt.

Onderscheid tussen werknemer en zzp’er

Voor vier op de vijf ondernemers (80%) is het verschil tussen werknemers en zzp’ers duidelijk, slechts een tiende (9%) vindt het onderscheid lastig te maken.

Een kwart (24%) van de ondernemers gaat door de handhaving minder zzp’ers inhuren of deed dit al; 45% geeft aan niet minder zzp’ers in te gaan huren. Op hun beurt vreest 20% van de zzp’ers voor minder werk in de toekomst; een tiende (11%) heeft nu al minder werk door de handhaving van de wet. Het overgrote deel (66%) heeft er geen last van. 

Meer lezen:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 4s Reacties