Worden zzp’ers beoordeeld richting een dienstverband of vanuit zelfstandigheid? Geplaatst 4 juli 2024 door Lex Tabak VBAR, DBA controles en de Zelfstandigentoets Het fiscaal kader zzp zorg is van de baan. Wat houden we over? In dit artikel bespreken we hoe de op handen zijnde wet VBAR, invloed heeft op de toegenomen DBA controles in de zorg. Daarnaast is de hoop van zelfstandigen zelf dat zij getoetst worden op hun ondernemerschap en niet ongewild verwezen worden naar een dienstverband. Het idee van de Zelfstandigentoets van Hans Baaij kreeg daarbij onlangs -terecht- wat landelijke aandacht. Ministerie SZW: dienstverband als norm Minister van Gennip werkt aan de opvolger van de wet DBA, de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (VBAR). Het eerste concept van deze opvolger van de wet DBA stelde inbedding en aansturing centraal. Als je werk doet dat vast onderdeel uitmaakt van de activiteiten van jouw opdrachtgever, dan behoor je het werk in een dienstverband uit te voeren. Dat is de gedachte. De minister heeft de afgelopen jaren geen geheim gemaakt van haar standpunt dat het vaste dienstverband ‘de norm’ is voor haar. Het eerste concept van de VBAR kreeg tijdens de internetconsultatie veel meer kritiek dan verwacht. Lees ook: Vertrekkende Van Gennip blij dat nieuw kabinet doorgaat met zzp-beleid Zo waren werkgevers in de zorg de tegen concept zzp-wet van Gennip. Het maakt de inzet van zzp’ers bij ‘piek’ en ‘ziek’ onmogelijk en dat is nu precies waar zorgorganisaties wel behoefte aan hebben. De minister moest terug naar de tekentafel en het wachten is nu op een nieuw concept. In het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet viel te lezen dat er wordt gestreefd naar “meer vaste contracten voor werknemers. Daartoe wordt de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) … voortgezet.” De route van minister van Gennip wordt dus overgenomen door het nieuwe kabinet. Belastingdienst: controle DBA, ‘inbedding = dienstverband’ Ook de Belastingdienst neemt het dienstverband als uitgangspunt als zij zzp zorg constructies controleert. De Belastingdienst voerde de handhaving van de wet DBA dit jaar op en de zorgsector wordt standaard verdacht van schijnzelfstandigheid. Op 1 januari 2025 krijgt de Belastingdienst alle ruimte om de handhaving van de wet DBA vorm te geven. Bijzonder daarbij is dat de Belastingdienst binnen de zorg nu alvast oordeelt in de lijn van de – niet aangenomen – wet VBAR. We krijgen signalen vanuit zorgorganisaties dat de boodschap vanuit de fiscus kort en krachtig is. ‘Het werk dat zzp’ers in de zorg doen is ‘ingebed’ binnen een zorgorganisatie, dús is er sprake van een dienstverband’. Een stellingname die tot veel onrust leidt binnen zorgorganisaties, pal voor de drukke zomerperiode. Veel tegenwerking krijgt de houding van de Belastingdienst niet van de ministeries van VWS en SZW, die PNIL juist in een vast dienstverband willen krijgen. Het wachten is op de eerste confrontatie tussen werkgevers in de zorg, zzp’ers en de Belastingdienst. Sinds het fiscaal kader zzp zorg is mislukt doordat de Belastingdienst de handen niet op elkaar kreeg, zijn werkgevers teleurgesteld en gaan zij hun eigen weg. De zorgkoepels adviseren hun leden (de zorgorganisaties) hoe zij de samenwerking tussen zzp’ers en zorgorganisaties verder kunnen professionaliseren. Zelfstandigenorganisaties: duidelijke criteria voor zelfstandigheid Zowel de ministeries als de Belastingdienst vertrekken vanuit het perspectief dat werkenden in een dienstverband thuishoren. Wat staat daar tegenover? Worden zzp’ers beoordeeld richting een dienstverband of kan het ook vanuit zelfstandigheid? Dat laatste is goed mogelijk, zo stellen zelfstandigenorganisaties. Via duidelijke criteria, zouden werkenden éérst langs de lat van ondernemerschap gelegd kunnen worden, voordat het dienstverband in beeld komt. Dit is een radicaal andere wijze van kijken dan de wet VBAR nu stelt en de vraag is of de belangenorganisaties een voet tussen de deur krijgen. Tot nu toe stonden zzp belangenorganisaties machteloos bij de nieuwe zzp-wet van minister van Gennip. Desalniettemin hopen de belangenbehartigers op een koerswijziging van de wet VBAR. Die koerswijziging is het niet langer beoordelen richting een dienstverband, maar vertrekken vanuit zelfstandigheid. Een duidelijke uitwerking van ondernemerscriteria zou helpen om vast te stellen of iemand zelfstandig ondernemer is. Via het vaststellen of iemand ‘onafhankelijkheid en zelfredzaam’ is, ‘verantwoordelijkheid’ neemt als ondernemer en een ‘bedrijfsbuffer’ aanlegt kan worden vastgesteld of iemand zelfstandig ondernemer is. Maar hoe check je dat precies? Daar heeft Hans Baaij een antwoord op. Wat is de Zelfstandigentoets? De Zelfstandigentoets is een test die bepaalt of een werkende aan de criteria van zelfstandig ondernemerschap voldoet. De zelfstandigentoets is ontwikkeld door Hans Baaij, een fiscaal jurist. Het doel van de test is om rechtszekerheid te krijgen als zelfstandig ondernemer. Als je voldoet aan de criteria binnen de zelfstandigentoets, dan word je gezien als zelfstandige en met rust gelaten. Ook is het met de test mogelijk om iemand als twijfelgeval of binnen dienstverband te beoordelen. Dat is de uiteindelijke bedoeling van de toets, maar zover is het uiteraard nu nog niet. Dat het Financieel Dagblad (FD) onlangs aandacht had voor de Zelfstandigentoets, is een stap in de goede richting. Het artikel ‘Wie is zzp’er en wie niet? Deze fiscaal jurist bedacht een nieuwe test’ beschrijft dat de Zelfstandigentoets een ‘veel eenvoudigere’ werkwijze zou zijn dan vage termen als ‘inbedding’. De test ‘zou lijken op een sterk verbeterde versie van de oude Verklaring Arbeidsrelatie (VAR)’. Het artikel stelt dat ze “bij de Belastingdienst bekend zijn met de systematiek en positief reageerden“. De dienst zou inmiddels aangesloten zijn bij het groepje ontwikkelaars. “Vooral coalitiepartners VVD en BBB hebben eerder laten blijken moeite te hebben met de definities die nu in het concept wetsvoorstel VBAR staan. Volgens hen zou de strijd tegen schijnzelfstandigheid moeten beginnen bij de vraag wie ondernemer is.” Het is de hoop dat de Zelfstandigentoets daar een rol in kan vervullen. Binnen de Zelfstandigentoets is er ruimte voor sector specifieke criteria. Dit is een belangrijk onderdeel, omdat het maatwerk rondom een bepaalde sector mede bepalend kan zijn voor wel / geen zelfstandig ondernemerschap. Daarmee wordt de Zelfstandigentoets voor de zorg een mogelijk constructieve richting. Mits het de ruimte krijgt. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Minister van Gennip, Wet VBAR, zorgsector | 3s Reacties
Koops (ABU): nieuw kabinet moet begin maken met ‘contractneutraal’ sociaal stelsel Geplaatst 3 juli 2024 door ZiPredactie “Ga door met de hervormingen. Maar doe het in samenhang en doe het gelijktijdig. En als je durft: maak stappen richting een ‘contractneutraal’ sociaal stelsel.” Die oproep doet Jurriën Koops aan de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum (NSC) in gesprek met Zipconomy. Koops is blij dat het nieuwe kabinet ervoor kiest door te gaan met de verschillende wetten die Van Gennip in gang gezet heeft. Zoals het toelatingsstelsel, een nieuwe zzp-wet en onder andere de Wet Meer zekerheid flexwerkers. Veel van die wetten zijn het gevolg van de adviezen van de Commissie Borstlap en het SER-MLT-advies. Het is een belangrijke basis. Maar een duurzame en toekomstbestendige arbeidsmarkt heeft volgens Koops meer nodig. Want, zo constateert hij, de schaarste op de arbeidsmarkt is structureel. “Daarin zal meer en meer de kandidaat het heft in handen hebben. Dan moet je eigenlijk een arbeidsmarkt durven creëren waarbij mensen de ruimte krijgen om de arbeidsverhouding zelf vorm te geven. Qua vorm, qua duur, qua inhoud. Dat vraagt idealiter om een ‘contractneutraal’ sociaal stelsel waarin basiszekerheden voor alle werkenden zijn georganiseerd losgekoppeld van het contract met ruimte voor maatwerk.: Dat is een ingewikkelde discussie, waar zeker twee kabinetsperiodes voor nodig zijn, weet Koops: “Mijn oproep aan Van Hijum is daarom: richt er een verkenning voor in, trek daar anderhalf jaar de tijd voor uit en zorg ervoor dat dit halverwege jouw kabinetsperiode tot een uitkomst leidt.” Een tweede editie van de Commissie Borstlap dus. Het sluit ook aan bij de ambitie van Van Hijum om samen te werken met partners in het veld. Nieuwe wetten Het pakket aan wetgeving dat in de maak is, is ingrijpend voor elke onderneming die actief is in de flexbranche. Of het nu uitzenders, detacheerders of zzp-bemiddelaars zijn. Koops wil niet zeggen of hij tevreden is over die wetgeving. “Ik ben vooral tevreden dat er wat gedaan wordt. Toen ik in 1999 in deze branche begon te werken, was net de uitzendvergunning afgeschaft. Dat werd in de branche gevierd als een groot succes, want we waren volledig vrij geworden. Er waren geen regels meer om je te vestigen als uitzendondernemer. Ik denk dat we 25 jaar later kunnen constateren dat dit een historische vergissing is geweest. Want er is, in plaats van kwalitatieve groei, heel veel wildgroei ontstaan. En van die wildgroei hebben we nu veel last. Daar moest iets aan gedaan worden. Zelf hebben we begin 2020 geopteerd voor een systeem van verplichte certificering. Na onder meer een advies van de Raad van State is dat nu een toelatingsstelsel geworden. Wij geloven dat als je de lat hoog legt, de branche echt beter kan worden.” “Maar,” zo zegt Koops er gelijk bij, “dat werkt alleen als er bij de handhaving ook een paar latten hoger gelegd worden. Zonder handhaving krijgen we de keten niet sluitend.” En, zo benadrukt Koops, voer de verschillende wetten tegelijk in. Zo voorkom je een waterbedeffect waarbij de ene vorm van flexibele arbeid pas later met regulering te maken heeft dan andere vormen. Dat is volgens hem ongewenst. Schaarste Dat het nieuwe kabinet verder wil met de Wet TTA en de wet VBAR is het enige wat in het hoofdlijnenakkoord over de arbeidsmarkt staat. Koops mist vooral de aandacht voor de krapte op de arbeidsmarkt. “Het is een onderwerp dat veel besproken wordt in de samenleving. Het wordt gevoeld door mensen en bedrijven, maar komt er relatief bekaaid van af in het akkoord.” “Je ziet het over de volle breedte van de samenleving: schaarste aan ruimte, die ons tot keuzes dwingt; schaarste aan energie die tot keuzes dwingt; en de allerbelangrijkste, natuurlijk, schaarste aan mensen. Want je hebt mensen echt nodig om grote transities te maken op het terrein van duurzaamheid, leefbaarheid, zorg en bouw. Zonder mensen gaat het gewoon niet lukken.” “We kunnen veel doen door te proberen onze productiviteit naar een hoger niveau te tillen, dus met minder mensen meer doen. Maar ons track record op het terrein van arbeidsproductiviteit van de laatste 40 jaar is dat steeds minder hard groeit. Dus daar is de uitdaging extra groot. Als je iets wilt doen aan schaarste, dan is dat vooral een productiviteitsoffensief. Meer mensen is een beetje de fossiele benadering van de arbeidsmarkt. Zo hebben we jarenlang onze arbeidsmarkt en economie draaiende gehouden. Dat is meer van hetzelfde.” Volgens Koops hebben we de afgelopen anderhalf jaar met relatief weinig groei te maken gehad: ‘Maar als de economie weer gaat groeien, dan gaan we de impact van de schaarste veel breder merken.” Toekomst bureaus Strengere regels, een arbeidsmarkt waarin de kandidaat aan de touwtjes trekt. Is er nog wel ruimte voor bureaus? Vanzelfsprekend zegt Koops: “Er zijn een paar transities die wij als sector moeten doormaken. De eerste is dat uitzenden ons product is. Intermediairs moeten niet in hun product denken, maar in het oplossen van de problemen van hun klanten. Dus van kandidaten en inleners. Dat betekent dat ze vandaag uitzenden aanbieden en morgen iets anders. Ze moeten gaan bewegen. Dus de eerste transitie die we in de sector zien, is dat uitzenders of intermediairs, leden bij ons, brede hr-dienstverleners worden. Ze kunnen met uitzenden, detacheren, ZZP, re-integratie, opleiden en alle takken van sport aan de slag gaan om de arbeidsmarkt beter te laten werken in het kader van talentontwikkeling, weerbaarheid en wendbaarheid.” “De tweede transitie is dat de waarde van werk weer centraal moet komen te staan en niet de kosten van arbeid. Het moet gaan over goed werk en goed werkgeverschap, op de inhoud, de verhoudingen, de omstandigheden en de arbeidsvoorwaarden. Dat zijn de twee belangrijkste transities waarvan wij als ABU denken: vrienden, let op uw zaak. Investeer daarin, beweeg daarin, en dan is er voor deze branche een toekomst weggelegd.” ” De goede bedrijven blijven bestaan. Er zijn allerlei fricties in de arbeidsmarkt. Ondernemingen leven van het lossen van dat soort fricties. Talentontwikkeling zal hoger op de agenda staan. Binding en retentie komen hoger op de agenda te staan. Een divers dienstverleningspalet zal hoger op de agenda staan. Meer aandacht voor duurzame inzetbaarheid en de kwaliteit van werk zal hoger op de agenda staan. De flexibiliteit van bedrijven blijft hartstikke belangrijk.” “Dus ja, ik zeg tegen al die intermediairs: wees niet verliefd op het product dat u levert, maar wees verliefd op het probleem van uw klanten. Beweeg daarin mee, en er is een gouden toekomst.” Luister het hele gesprek met Jurriën Koops terug op Spotify of Youtube. Daarin gaat het ook uitgebreid in op het thema arbeidsmigratie. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ABU, Commissie Borstlap, Eddy van Hijum, wet tta, ZiPTalk | Laat een reactie achter
Nétive VMS scoort hoog in internationaal VMS onderzoek Geplaatst 3 juli 2024 door Nétive Nétive VMS scoort opvallend goed in het gezaghebbende internationale vergelijkingsonderzoek van de Everest Group. In de EMEA-versie van hun PEAK-matrix staat Nétive VMS nu in de selecte groep ‘leaders’ en wordt in die categorie gezien als ‘star performer’. Nétive VMS bevindt zich, als enige VMS met Europese roots, in een select gezelschap samen met Beeline, SAP Fieldglass en Magnit. Het Belgische Connecting Expertise wordt door Everest Group gezien als een ‘major contender’. Sterke punten Dat Nétive VMS als Europese partij goed kan inspelen op de verschillende lokale wet- en regelgevingen, noemt de Everest Group een groot voordeel. Daarnaast is het ook een sterk punt dat het VMS beschikbaar is in verschillende talen. Daarmee is het uitermate geschikt voor grensoverschrijdende inhuurprogramma’s. Verder wordt in het assessmentrapport aangehaald hoe Nétive VMS heeft ingespeeld op de groeiende behoefte door ook ‘blue collar’ externe medewerkers via het systeem te kunnen laten lopen, inclusief mogelijkheden voor planning en tijdregistratie. Ook roemt Everest de sterke workforce analytics module van Nétive VMS met daarin meer dan 100 standaard rapportages en dashboards met AI-toepassingen. Everest wijst verder op de open marktplaats die Nétive VMS biedt. Die is toegankelijk voor zowel de vraagkant, als leveranciers en zelfstandigen. Dit geeft de mogelijkheid tot ‘direct sourcing’. Een visuele weergave van de uitkomsten van het Everest-rapport is hier te vinden. Erkenning Een trotse Patrick Tiessen, CEO en mede-oprichter van Nétive VMS, ziet de uitkomst van dit rapport als een grote mijlpaal voor zijn bedrijf. “Dit is voor ons een erkenning van onze ambitie en het harde werken om het beste vendor management systeem (VMS) te leveren dat aan de steeds veranderende behoeften van onze klanten voldoet.” Tiessen is vooral ook blij dat de onderzoekers van Everest de meerwaarde zien van de recente overname en integratie van FlexForce Monkey. “Deze strategische zet versterkt onze positie en verbreedt ons dienstenportfolio,” legt hij uit. Nétive VMS Connect, waarin FlexForce Monkey nu is opgegaan, stelt uitzenders en detacheerders in staat sneller en efficiënter samen te werken met klanten die van een VMS gebruikmaken. Nétive VMS voegt, in de woorden van Everest, op die manier waarde toe in de gehele inhuurketen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Everest Group, Nétive, vms | Laat een reactie achter
Sebastiaan Rozema (BVNG) over goed werkgeverschap: ‘de professional gaat vóór de opdracht’ Geplaatst 2 juli 2024 door Arthur Lubbers Goed werkgeverschap houdt bij detacheerder BVNG onder meer in: de kandidaat gaat vóór de vacature en zijn loopbaanpad gaat vóór de opdracht. Algemeen directeur Sebastiaan Rozema: “Als een professional zegt ‘deze opdracht past niet bij mij’, dan gaat het niet door. Ook al is dat soms een lastige keuze.” Bovenformatief werven BVNG is een detacheerder voor decentrale overheden in het sociale domein, fysieke leefomgeving, Beleid en Management en de zorg. In de afgelopen vijftien jaar zijn er naast het hoofdkantoor in Groningen nog vier vestigingen bijgekomen. De circa 90 recruiters en adviseurs bemiddelen circa 120 zzp’ers en 500 gedetacheerde professionals, waarvan 70% een dienstverband voor onbepaalde tijd heeft. Tot zover niet heel opzienbarend. Waarin zij zich wel nadrukkelijk onderscheidt is de claim: BVNG zet jouw wensen en ambities voorop en vindt de baan die voor jou werkt. En niet andersom, zoals meestal het geval is. “Waar veel collega’s doen aan projectdetacheren – we hebben een vacature en zoeken een kandidaat – is onze strategie bovenformatief werven – we nemen eerst mensen aan en kijken vervolgens welke opdrachten bij hen passen”, stelt Sebastiaan Rozema, algemeen directeur bij BVNG. Loopbaanpad belangrijker dan opdracht Het werk van onze professionals is intensief en goed werkgeverschap begint dan ook met persoonlijke aandacht en ambitie, vindt Rozema. “Denk aan een jeugdconsulent, die komt bij gezinnen in complexe situaties. Dat werk is vaak heel lastig. Daarom investeren wij heel veel in intervisies, persoonlijke begeleiding en continue ontwikkeling om hen nog beter voor te bereiden voor deze situaties. Wij begeleiden hen bij hun loopbaanpad en bieden leerlijnen; je begint bijvoorbeeld als consulent en wil doorgroeien naar de functie van beleidsadviseur – welke stappen onderneem je om te groeien?” De professionals krijgt ondersteuning vanuit het BVNG Leerhuis, een (online) platform voor trainingen en cursussen voor het vergroten van kennis en er zijn er BVNG colleges voor verdere verdieping in je vakgebied. Meer detacheerders investeren natuurlijk in opleiding en ontwikkeling van hun professionals. Hét verschil met concurrenten is volgens Rozema: “Wij kijken niet alleen naar die eerste opdracht, we kijken naar jouw loopbaanpad. Wat is jouw drijfveer? Waar wil je naar toe (groeien)? Door de diversiteit aan opdrachten vinden en we altijd wel een opdracht die bij je past, zowel persoonlijk als qua ambities.” Hoger leeglooppercentage ingecalculeerd Dit kandidaat- in plaats van de vacaturegedreven benadering gaat zo ver dat BVNG ook wel eens ‘nee’ verkoopt aan een opdrachtgever, vertelt Rozema. “Als een professional zegt ‘deze opdracht past niet bij mij’ dan gaat het niet door. Ook al is dat soms een lastige keuze en levert dat door het aanbestedingsgeweld binnen de overheid met alle verplichtingen tot levering wel een uitdagende situatie op.” Of er wordt een creatieve oplossing bedacht. “Soms kun je het ombuigen, bijvoorbeeld door naast de opdracht een interessant project voor die professional bij die opdrachtgever te regelen of interne werkzaamheden. Maar de professional is niet ondergeschikt aan de vacature. Die moet zijn meerwaarde kunnen aantonen.” BVNG kent daardoor een hoger leeglooppercentage dan gemiddeld. “Dat calculeren we in. We lopen sowieso meer risico op bankzitters door onze bovenformatieve wervingsstrategie.” Daar staat tegenover dat BVNG relatief minder verloop heeft. “Natuurlijk worden mensen verleid door opdrachtgevers om daar de mooie opdracht voor langere termijn voort te zetten, maar ik zie ook vrij veel kandidaten terugkeren bij ons nadat twee of drie jaar geleden uit dienst zijn gegaan.” Het PSO-keurmerk voor sociaal ondernemen is de tegenhanger van de hardere ISO-certificering. PSO-keurmerk Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) op de arbeidsmarkt is veelomvattend. Zo is er de Social return on investment (SROI) – verplichting; minimale investering van 5% van de loonsom in het bieden van werkplekken voor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hieraan moet bij aanbestedingen bijvoorbeeld worden voldaan. “Dat is niet heel onderscheidend”, stel Rozema. “Wij willen echt sociaal ondernemen; kerstpakketten inkopen bij een sociale werkplaats, onze koffie komt van Drents bakkie, een sociale organisatie. Onze opleidingen, vakcolleges en intervisies verzorgen we altijd samen met of bij een partij met en sociaal karakter. We hebben zelfs een coördinator die fulltime daarmee bezig is.” En dat wil je dan ook uitstralen. Want iedereen kan wel roepen dat ze ‘doen aan MVO’, maar hoe onderscheid je je dan? “Daarom hebben wij ervoor gekozen het PSO-keurmerk voor sociaal ondernemen te behalen. Zie dit maar als een tegenhanger of aanvulling van de hardere ISO-certificering. Wij zijn de eerste detacheerder die dat heeft.” Rozema ziet het PSO-keurmerk (trede 1) ook als een ‘trigger’ voor employer branding. “Mensen willen werken bij een organisatie die maatschappelijk betrokken is, weten welke maatschappelijke bijdrage je levert en of je aandacht hebt voor persoonlijke ontwikkeling.” Lees ook: ‘Investeer in de ‘S’ van ESG om een aantrekkelijke werkgever te blijven’ Geen marketing-tool Door de invoering van de EU-richtlijn Corporate Social Responsibility Directive (CSRD) moeten organisaties gaan rapporteren over duurzaamheid, ethiek en sociale impact van het bedrijf. Bij die rapportage spelen de ESG-factoren een belangrijke rol. De afkorting ESG staat voor Environment, Social en Governance. Met de ESG-criteria worden de duurzaamheidsprestaties van organisaties beoordeeld. Een goede zaak of nog meer papierwerk? Daarover zijn de meningen verdeeld. Rozema ziet dat er steeds meer een certificeringsmentaliteit ontstaat. “Het wordt wel heel veel en heel divers. Denk aan de NEN, ISO, STiPP, PSO … In de ideale wereld is er één hoofdnorm, met tredes (gradaties), waar iedereen aan moet voldoen. In ieder geval iets dat voor iedereen hetzelfde, vergelijkbaar, is. Want als je niet oppast komt overal een apart keurmerk voor, voor arbeidsbemiddelaars, voor detacheren, voor zpp-bemiddeling, et cetera. “En je moet ervoor waken dat zo’n certificering geen marketing-tool wordt, maar daadwerkelijk toegevoegde waarde biedt.” Lees ook: Wat is ‘CSRD’ en wat moet ik ervoor doen? Detacheren is geen uitzenden Rozema heeft ruim 18 jaar in de arbeidsbemiddeling gewerkt en kent de overeenkomsten en verschillen tussen uitzenden, zzp-bemiddeling en detacheren. “Iedereen doet wel zijn best om aan de SROI-verplichting te voldoen en is bereid opleidingen te bieden. Maar detacheerders investeren veel meer in persoonlijke ontwikkeling, intervisies en opleidingen – wij organiseren jaarlijks 50 vakcolleges en hebben een eigen ontwikkelingsportal. Dat is niet te vergelijken met arbeidsbemiddelaars. Wij geven gemakkelijk twee tot drie keer zoveel uit aan opleiding van onze mensen als uitzenders. Onze bijdrage als detacheerders aan kwaltiteitsverbetering van werk en continue persoonlijke ontwikkeling in Nederland is veel groter.” De uitzendkracht is een andere werkende dan de gedetacheerde, legt hij uit. “Waar uitzenden wordt gezien als opstap naar een vaste baan, kiezen onze professionals bewust voor detachering. Die willen zich graag aansluiten bij een club met vakgenoten, zich ontwikkelen en vooral veel verschillende opdrachten en projecten doen. Bij ons is de professional geen eenpitter, hij of zij heeft collega’s achter zit waarmee hij of zij kan sparren. Er is kennisverstuiving want ze zoeken elkaar formeel (vakcolleges) en informeel op waardoor er cohesie in het netwerk is.” Positionering detacheren Bij detachering staat de kwaliteit van de professional centraal. “Wij moeten als detacheren afstand nemen van uitzenden en duidelijk maken dat wij staan voor goed werkgeverschap”, stelt Rozema. Het bijdragen aan het verbeteren van de positionering van detacheren is dan ook een belangrijke reden geweest om als BVNG lid te worden van de VvDN. “Uitzenden van arbeidsmigranten, zzp, interim management, detacheren – alles wordt over één kam geschoren en de wetgeving is gericht op de onderkant van de arbeidsmarkt. Die doelgroep heeft ook bescherming nodig, maar in de zzp- en detacheringswereld is de situatie echt anders. Dat andere geluid mogen wij wel sterker laten horen.” Waardevol werkgeverschap De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) staat voor werkgevers die zekerheid bieden aan hun medewerkers (vaste, reguliere arbeidsovereenkomsten), meer dan gemiddeld investeren in opleiding en ontwikkeling van hun specialisten, en vanuit hun dienstverleningsmodel duurzame inzetbaarheid centraal hebben staan. Detacheerders ondersteunen opdrachtgevers met het inzetten van specialisten die tijdelijk capaciteit en/of expertise toevoegen aan deze organisaties. Zij bieden daarbij zekerheid en ontwikkeling aan hun medewerkers. Uit: position paper, Detacheerders: werkgevers van keuze (2021) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, goed werkgeverschap, VVDN | Laat een reactie achter
Vertrouwelijk handleiding bedrijfsbezoeken Belastingdienst Wet DBA openbaar Geplaatst 2 juli 2024 door ZiPredactie De vertrouwelijke handleiding van de Belastingdienst over hoe inspecteurs bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken in het kader van de Wet DBA moeten uitvoeren, is openbaar gemaakt. Samen met diverse memo’s verduidelijkt deze de uitspraak van de Hoge Raad in de Deliveroo-zaak. In dat arrest somt de Hoge Raad op waar naar gekeken dient te worden bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. De stukken (zie hier) zijn openbaar gemaakt naar aanleiding van een Woo-verzoek. Handleiding In de 70 pagina’s aan informatie bevindt zich de handleiding van 24 pagina’s, opgesteld in april 2023. Naast de nodige achtergrondinformatie wordt in detail omschreven hoe bedrijfsbezoeken en mogelijke daaropvolgende boekenonderzoeken procedureel moeten plaatsvinden. Verder wordt uitgebreid ingegaan op wat precies ‘kwaadwillendheid’ is (situaties waarin ook nu al gehandhaafd dient te worden) en hoe om te gaan met ‘aanwijzingen’ (deze geeft de Belastingdienst bij constateringen dat een organisatie deels niet goed zit met het inzetten van zzp’ers. Het niet opvolgen van een aanwijzing kan leiden tot naheffingen en boetes). In de handleiding wordt verwezen naar uitgebreide vragenlijsten en checklists (die ook openbaar zijn gemaakt). Deze zijn ‘bedoeld als hulpmiddel en kunnen ook bij boekenonderzoeken gebruikt worden om de juiste vragen te stellen en alle relevante feiten en omstandigheden over de arbeidsrelatie in kaart te brengen’. Na de eigen beoordeling dient de webmodule gebruikt te worden: ‘Check hiermee of je eigen oordeel overeenkomt met dat van de webmodule. Neem bij afwijking contact op met de heffingspecialist LH’, aldus de handleiding. Vragenlijsten Het ‘format rapportage kwalificatie arbeidsrelatie’ bevat een lange lijst met onderwerpen die beschreven dienen te worden in een rapportage. Het document ‘Gezichtspunten en mogelijke vragen beoordelen arbeidsrelaties loonheffingen’ en de ‘vragenlijst m.b.t. de beoordeling van de arbeidsrelatie’ bevatten concrete lijsten met eventuele vragen. Alle drie de documenten zijn uitgebreider dan wat er in de webmodule staat of bijvoorbeeld in het Handboek Loonheffingen. Zo wordt er bijvoorbeeld ook gekeken naar de eventuele familieband tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en naar andere aspecten van de maatschappelijke positie van de opdrachtnemer en opdrachtgever. Vorige week werd bekend hoe de Belastingdienst zelf haar eigen inhuur beoordeelt. Die vragenlijst (zie hier) is aanzienlijk compacter. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags handhaving wet DBA, Webmodule, wet dba | Laat een reactie achter
Wat betekent het toelatingsstelsel voor brokers en zzp’ers? Geplaatst 2 juli 2024 door Arthur Lubbers Patrick Tom De kritiek en onrust in de markt rond de Wtta wordt veroorzaakt door onduidelijkheden over de reikwijdte die het toelatingsstelsel zal hebben, bijvoorbeeld voor brokers en zzp’ers. Patrick Tom (Bureau Cicero) legt dit in dit artikel uit wat de gevolgen voor hen zijn. Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt een toelatingsstelsel ingevoerd voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. In het nieuwe stelsel mogen uitleners alleen op de markt opereren als zij daartoe zijn toegelaten. De invoering van de wet is weliswaar een jaar uitgesteld (tot 1 januari 2026), maar het toelatingsstelsel houdt de gemoederen in de hele flexbranche flink bezig. Want de Wtta geldt niet alleen voor uitzendbureaus die hun uitzendkrachten plaatsen bij opdrachtgevers, maar ook voor doorleners, payrollers en zelfs detacheerders. Waar de aanleiding voor de wet het beschermen van de positie van arbeidsmigranten was, is de reikwijdte dus veel groter. De Wtta raakt ook detacheerders en zelfs brokers, vandaar dat respectievelijk de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) en de brancheorganisatie voor intermediairs en brokers Bovib zich eerder al kritisch hebben uitgelaten over het wetsvoorstel. Zuiver zzp of schijnzelfstandig “Om te beginnen, de Wtta geldt voor arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. De zuivere zzp’er werkt per definitie niet onder leiding en toezicht en valt dus niet onder de Wtta. Maar de praktijk is anders. “Er is nagenoeg geen broker die op die manier werkt, het gaat vrijwel allemaal via tussenkomst. Het gros van de Bovib-leden biedt de zzp’er aan in de keten en stelt daarbij wel degelijk arbeidskrachten ter beschikking onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Dus willen brokers vrijwel allemaal worden toegelaten volgens de Wtta.” De marktleiders hebben zelfs een voortrekkersrol, stelt Tom. “Die moeten transparantie in (de as van) de keten aantonen. Is er sprake van ter beschikking stelling (TBA) onder leiding en toezicht en volgens welke arbeidsvorm werkt die flexkracht? Is er wél sprake van werken onder leiding en toezicht van de opdrachtgever en gaat het om een zzp’er, dan kan dat dus straks niet meer. Want dan praat je niet meer over échte zzp’ers, maar schijnzelfstandigen en dan is er feitelijk gewoon een dienstbetrekking met alle naheffingsgevolgen van dien.” Dat valt binnen het Wtta-stelsel overigens buiten de scope van een inspectie-instelling als Bureau Cicero, maar de Arbeidsinspectie (NLA) moet hierop handhaven. “Het gevaar is dan dat een hele batterij zzp’ers ergens onder leiding en toezicht wordt ingezet, maar dat we geen normpunten in het toelatingsstelsel hebben die ons verplichten hiernaar te kijken. Dat vinden we als inspecteurs wel ingewikkeld.” Lees ook: ‘De helft van zzp’ers schijnzelfstandige? Onmogelijk.’ Waterbedeffecten Patrick Tom voorziet met de komst van de Wtta een tweetal waterbedeffecten: “Een verschuiving in de arbeidsrelatie, van zzp naar dienstverband. Veel zzp’ers kunnen niet meer onder het toelatingsstelsel op dezelfde wijze blijven werken, die zullen via een dienstbetrekking moeten worden aangeboden in de markt.” En er zullen volgens Tom partijen zijn die ‘creatieve oplossingen’ vinden om onder de Wtta uit te komen, bijvoorbeeld via contracting. “Op het moment dat partijen op papier overeenkomen dat het om aanneming van werk gaat (contracting), waarbij de regie en het risico rust bij de zelfstandige, dan hoeft de uitlener niet onder het toelatingsstelsel te vallen.” Een voorbeeld: de vleesverwerkende industrie (waar strenge controles de bekende misstanden moeten voorkomen). Een uitlener kan met een opdrachtgever afspreken dat hij een hele productielijn overneemt als aanneming van werk, desnoods met een eigen opzichter of teamleider zodat er zogenaamd leiding en toezicht ontstaat. Tom: “Ook dit valt dan buiten onze scope als inspectie-instelling. De handhaving zal moeten vaststellen of de feiten en omstandigheden kloppen met de contractuele relatie. Dat doet de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). Zij gaan het met het handhaven heel druk krijgen.” Want de Wtta zal alleen goed werken als ook de handhaving dit soort misstanden aanpakt, weet Tom. ”Er is wel degelijk het risico dat men via dergelijk ‘creatieve oplossingen’ onder het toelatingsstelsel uit probeert te komen. “Ik hoor nu al geluiden van opdrachtgevers die zeggen ‘we moeten het handiger gaan organiseren’. Sectoren als de bouw, agrarische sector of de schoonmaakbranche zijn daar gevoelig voor.” Samenwerking in keten is ook een kans Met de komst van de Wtta komt de verplichting dat inleners en uitleners gaan registreren welke arbeidskrachten onder leiding en toezicht ter beschikking (TBA) zijn gesteld. Als de inlener zegt dat er wel sprake is van TBA ‘onder leiding en toezicht’ en de uitlener zegt dat het om een zzp‘er gaat die middels een overeenkomst van opdracht is ingezet, dan is er een mismatch. De Arbeidsinspectie zal dan toch geneigd zijn te oordelen dat het om een ter beschikking gestelde arbeidskracht gaat en dat de uitlener wel onder het toelatingsstelsel zou moeten vallen. De Wtta zal er volgens Tom toe leiden dat brokers en inleners veel meer (moeten) gaan samenwerken. Want het risico op boetes en naheffingen is er voor alle partijen in de keten. “De broker wil geen leveringsproblemen en de inlener krijgt te maken met extra verplichtingen, zoals vaststellen of de broker is toegelaten in het openbare Wtta-register en het communiceren van de juiste arbeidsvoorwaarden van de ingeleende medewerker in de keten. Dit is nou net iets waar de broker uitermate goed bij kan ondersteunen. Het is dus ook zeker een commerciële kans voor Bovib-leden.” De Wtta brengt met zich mee dat de hele keten, ook inleners, zich bewust moeten zijn van de contractvormen van de flexkrachten die zij inhuren. Tom ziet in de praktijk voorbeelden waaruit blijkt dat dat nog lang niet altijd het geval is. “Een schoonmaakbedrijf huurt via een uitzendbureau arbeidskrachten in, maar weet niet dat daar ook zzp’ers tussen zitten. Dus kan het voorkomen dat een zzp’er wel degelijk onder leiding en toezicht staat zonder dat de opdrachtgever dit beseft. Met de komst van de Wtta moet de opdrachtgever dit wel vastleggen. Toms’ boodschap aan inhurend Nederland: ga na of je weet wie volgens welke contractvorm rondloopt in jouw bedrijf en of het uitlenende bedrijf bonafide is? Is het antwoord ‘nee’, breng dan snel je processen en procedures op orde. “Bovib-leden kunnen hun opdrachtgevers goed helpen bij dit vraagstuk. Zij kunnen meer de rol van partner op zich nemen.” Wtta naast SNA en Bovib-keurmerk “Alle Bovib-leden en hun leveranciers in de keten gaan waarschijnlijk het toelatingsstelsel in omdat zij ook aan TBA doen. Opdrachtgevers gaan in het kader van risicobeheer ook eisen van hun keten-leveranciers dat zij zijn toegelaten.” Het is dan zeer belangrijk voor al deze leveranciers om nu al te starten met de voorbereidingen door een SNA-keurmerk aan te vragen, al is het maar als nulmeeting. Maar hoewel Patrick Tom stelt dat SNA de sleutel tot het toelatingsstelsel is, zal de Wtta gaat het SNA-keurmerk niet vervangen. Immers gaat het SNA-keurmerk ook over aannemers van werk. “Voor de gevallen dat er sprake is van een echte zelfstandige (geen leiding en toezicht) en het dus gaat om aanneming van werk gaat (inzet van zzp’ers via overeenkomst van opdracht en zzp-bemiddeling), blijft het SNA- en Bovib-keurmerk bestaan.” Lees ook: Arbeidskrachten in- en doorlenen, wat is het verschil in de WTTA t.o.v. de SNA Alexander Kist Juridische gevolgen Wtta voor zzp-bemiddeling Alexander Kist (W&RK advies) stelt, vanuit juridisch oogpunt, dat de Wtta wel degelijk impact zal hebben op de zzp-markt. “Zzp-bemiddeling heeft in beginsel niets te maken heeft met de Wtta.” De Wtta geldt voor arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld onder leiding en toezicht van de opdrachtgever en daar is bij (zuivere) zzp-bemiddeling geen sprake van. “Toch denk ik dat in de praktijk ook alle zzp-bemiddelaars willen worden toegelaten tot het stelsel. Want opdrachtgevers gaan straks niet meer inlenen van een zzp-bemiddelaar waarvan ze niet 100% zeker weten dat er geen sprake is van ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Opdrachtgevers zullen dus eisen dat ook zzp-bemiddelaars toegelaten zijn tot het stelsel.” En dat heeft alles te maken met het risico op schijnconstructies. Dit staat helder verwoord in de Memorie van toelichting op de Wtta: De regering onderkent dat kwaadwillende uitleners zullen willen proberen om de toelatingsplicht te ontduiken, bijvoorbeeld door uit te wijken naar zzp-bemiddeling of vormen die daar de schijn van hebben. De Arbeidsinspectie heeft de bevoegdheid handhavend op te treden wanneer zij concludeert dat een uitlener zonder toelating arbeidskrachten ter beschikking stelt. Hiervoor is irrelevant hoe de arbeidsrelatie op papier is ingericht. De Arbeidsinspectie beoordeelt een arbeidsrelatie te allen tijde aan de hand van de feiten en omstandigheden. Vooral de laatste twee zinnen zijn belangrijk, licht Kist toe. Dit is het (juridische) principe ‘wezen gaat voor schijn’. Oftewel, het maakt niet zoveel uit hoe je iets contractueel afspreekt (bijvoorbeeld de zzp’er werkt volgens een overeenkomst van opdracht, geen arbeidsovereenkomst): het gaat om de praktijk. Dus als de Arbeidsinspectie op de werkvloer vaststelt dat er wél sprake is van werken onder leiding en toezicht van de opdrachtgever, dan is er wel degelijk sprake van een arbeidsovereenkomst. Het risico dat een zzp’er (volgens de Arbeidsinspectie) eigenlijk een werknemer blijkt te zijn, was er al. Met alle gevolgen van dien. Maar die gevolgen zullen met de Wtta nóg groter zijn. Niet alleen voor de uitlener, ook voor de inlener (opdrachtgever). Die had namelijk helemaal die flexkracht niet mogen inhuren van een uitlener die niet is toegelaten tot het stelsel. Dat komt ook de opdrachtgever op een fikse boete te staan. VBAR of Deliveroo-arrest Wat hierbij nog een rol speelt is de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR), die beoogt te verduidelijken wanneer een werkende ingehuurd kan worden als zzp’er. “De VBAR moet onder meer een begrip als ‘werken onder leiding en toezicht’ verduidelijken. En de VBAR en Wtta zouden oorspronkelijk gelijktijdig worden ingevoerd, maar nu dat niet het geval blijkt te zijn, blijft de onduidelijkheid over de term ter beschikking stellen van arbeidskrachten (TBA) bestaan.” En dat zal in de praktijk gevolgen hebben. “Als de invoering van beide wetten uit elkaar loopt en er twee verschillende definities van TBA zijn, wordt het lastig. Rechters zullen dan uiteindelijk het Deliveroo-arrest aanhouden als enige houvast voor het kwalificeren van de arbeidsrelatie.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, brokers, Bureau Cicero, wtta, zzp | Laat een reactie achter