Mooie, wel lagere groei van Brunel Nederland Geplaatst 3 mei 2024 door Wim Davidse Presentatie: https://s29.q4cdn.com/775574951/files/doc_financials/2024/q1/Press-Release-Q1-2024.pdf Wereldwijd zag Brunel de omzet in het eerste kwartaal met +13% groeien ten opzichte van vorig jaar, naar 349,2 miljoen euro (na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). Vorig jaar groeide de mondiale omzet nog met +18%, en in het laatste kwartaal van 2023 nog met +14%. Dus nog steeds een sterke groei, die langzaam maar zeker wat afkoelt. De totale brutomarge groeide met +6% met een lager tempo dan de omzet, met als gevolg dat de brutomarge als percentage van de omzet van het totale concern zakte naar 19,8% (21,7% een jaar eerder). De winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) zakte, vooral vanwege minder werkbare dagen in het kwartaal dan een jaar eerder, stevig van 5,0% in Q1 2023 naar 4,1% van de omzet. De aandelenbeurs reageerde gematigd enthousiast: ruim een uur na opening van de beurs stond het aandeel Brunel (BRNL.AS) zo’n +2% hoger, terwijl de beurs (AEX) een plus van +0,7% toonde. Strategische segmenten Brunel heeft vier sectoren tot strategische doelmarkten benoemd: Mijnbouw, Traditionele energie, Duurzame energie en Life sciences. Samen waren deze goed voor 55% van de mondiale brutomarge in het eerste kwartaal, na een nominale groei van +15% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. De overige doelmarkten, aangeduid als Local verticals, waren samen goed voor 45% van de brutomarge wereldwijd, na een gezamenlijke nominale krimp van -13%. Jilko Andringa, CEO van Brunel International, zag in die ontwikkelingen dan ook de bevestiging van de strategische keuzes van het concern. “Ons goed gediversifieerde portfolio van markten en mogelijkheden positioneert ons om te profiteren van de energie- en digitale transformatie, waardoor we de uitdagende omstandigheden in sommige van onze klantsegmenten en landen kunnen doorstaan. Onze voortdurende procesverbeteringen, digitale tools en het benutten van onze infrastructuur hebben de druk op de brutowinstmarge in het kwartaal tegengegaan.” Sterke groei in Australasia en Midden-Oosten & India In termen van omzet is de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) met 64,3 miljoen euro de belangrijkste regio voor het concern. De omzetgroei bedroeg er maar 2%. Australasia en het Midden-Oosten & India zijn samen goed voor 29% van de concernomzet, na een stevige groei van +30% in het eerste kwartaal. De DACH-regio was in het eerste kwartaal goed voor 18% van de omzet, en voor 45% van de winst. Australasia en het Midden-Oosten & India waren samen (vooral vanwege de relatief lage bruto marges in die regio’s) goed voor 31% van de winst. Goede ontwikkeling in Nederland, wel wat kanttekeningen Nederland is qua omzet nog net de tweede regio van het concern, en met 55,5 miljoen euro in het eerste kwartaal goed voor bijna 16% van Brunel International. De Brunel-omzet groeide in ons land met +6%. In het laatste kwartaal van 2023 was de omzetgroei nog +13% en in het derde kwartaal zelfs nog +16%. De afgelopen weken rapporteerde Randstad Nederland een omzetkrimp van -7%, ManpowerGroup Nederland een omzetkrimp van -2% en de ABU een omzetkrimp in de ABU Marktmonitor van -0,9%. In de grafiek valt goed op hoe de omzetgroei van Brunel Nederland positief afsteekt tegen de andere ontwikkelingen, maar ook dat de omzetgroei na sterke 2023-cijfers afneemt. Ook in het aantal bemiddelde kandidaten is dat beeld duidelijk herkenbaar, met zo op het oog een negatieve trend in de loop van de eerste drie maanden van 2024: Volgens Brunel was de omzetgroei in Nederland dan ook vooral het gevolg van hogere tarieven en groei van de business line Legal. De Nederlandse brutomarge zakte van 28,1% naar 27,3%, de winstmarge van 9,0% naar 7,9%. Verwachtingen Brunel verwacht dat de omstandigheden in verschillende van hun markten op korte termijn moeilijk zullen blijven, maar dat het goed in staat zal zijn om door deze tijden te navigeren. Voor de middellange termijn ziet het resultaten op ‘het volgende niveau’. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Brunel, omzet | Laat een reactie achter
‘Scraping bijna altijd illegaal, en dat geldt ook voor LinkedIn’ Geplaatst 3 mei 2024 door Tom Reijner Met scraping worden bijna altijd persoonsgegevens verzameld. Daardoor ontstaan privacyrisico’s, meldt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in een nieuwe handreiking. Hierin richt de privacytoezichthouder zich vooral tot particulieren en private partijen. De AP werkt ook aan handleiding voor overheidsorganisaties. Bij scraping ‘schraapt’ een softwareprogramma automatisch gegevens van het internet. Bijvoorbeeld door sociale media te scannen. Omdat met scraping bijna altijd persoonsgegevens worden verzameld, ontstaan risico’s op privacyschending. In veel gevallen zal scraping dan ook een overtreding zijn van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg), aldus de toezichthouder. De informatie die bij het scrapen wordt vastgelegd, kan namelijk over diverse aspecten van iemands leven gaan. Ook kan de informatie allerlei bijzondere persoonsgegevens en strafrechtelijke persoonsgegevens bevatten, die meestal niet mogen worden verzameld en gebruikt. Scrapen van LinkedIn mag niet Met scraping kunnen dus in korte tijd veel gegevens worden afgeroomd. In een aantal gevallen mag deze praktijk sowieso niet plaatsvinden, schrijft de AP. Bijvoorbeeld wanneer scraping wordt ingezet om profielen van mensen te maken en die vervolgens door te verkopen. Of informatie scrapen van afgeschermde social media-accounts of besloten fora. En dat geldt ook voor een platform als LinkedIn, bevestigt een AP-woordvoerder. “Het mag alleen als je daar uitdrukkelijke toestemming voor hebt van diegene om wie het gaat. Of als je wettelijk gezien een goede reden hebt. Dat is bijna onmogelijk.” Hij vervolgt: “Toestemming voor scraping geef je alleen als de scraper jou dat netjes en expliciet vraagt. Daar gelden strenge voorwaarden voor. En dat is bij scraping praktisch niet te doen. Als een platform in de kleine lettertjes van de algemene voorwaarden heeft staan dat jij door gebruik te maken van het platform toestemming geeft voor scraping, is dat vanzelfsprekend geen geldige toestemming.” Als een bedrijf niet aan iedereen op de juiste manier toestemming vraagt, is er maar een manier om toch legaal te scrapen, aldus de woordvoerder. Dat kan door een beroep te doen op het zogeheten ‘gerechtvaardigd belang’. Dit is een van de zes wettelijke grondslagen van de Avg waarbinnen gegevenswerking is toegestaan. Maar hij laat tegelijkertijd ook doorschemeren dat het nooit mogelijk is om bij scraping aan deze voorwaarden te voldoen. Grote gevolgen voor recruitmentbranche De handreiking van de AP heeft dan ook in potentie grote gevolgen voor de recruitmentbranche. Recruitmentexpert Marc Drees wees daar in een recente post op zijn Recruitment Matters al op. “Dit heeft ferme consequenties voor alle (recruitment) serviceproviders die hun diensten hierop hebben gebaseerd. Binnen het recruitmentdomein heeft dit onmiddellijk verstrekkende consequenties voor 8vance Matching Technologies.” Drees ageerde de afgelopen tijd al veelvuldig tegen 8vance Matching Technologies, die hij beticht van schending van de Avg. Saillant is dat 8vance gebruikt wordt door uitvoeringsorganisatie UWV. Drees diende in april een klacht in bij de AP over 8vance. Wie weet heeft die de toezichthouder tot actie gebracht. Overigens geeft 8vance er blijk van zich niet zoveel zorgen te maken. “Wij bij 8vance zijn blij met de gisteren verschenen handreiking van de AP. We scrapen openbare profielen om onze AI te trainen op combinaties van opleiding, werkervaring en vaardigheden. Hierbij verwijderen we persoonsgegevens, zodat de data niet meer te herleiden zijn,” zegt Laurens Waling van het bedrijf op LinkedIn. “Wat wij doen, is AI inzetten om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. We gebruiken gegevens die openbaar gedeeld zijn en loggen niet in op sociale media.” Hij noemt het “onzin” dat 8vance zou moeten stoppen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags AVG, LinkedIn, recruitment | 1 Reactie
Werkvereniging heft zich op uit teleurstelling stilstand arbeidsmarkthervorming Geplaatst 2 mei 2024 door ZiPredactie De Werkvereniging stopt met bestaan. De vereniging had als doel een fundamentele hervorming van de arbeidsmarkt in gang te zetten. Die komt volgens Roos Wouters, drijvende kracht achter De Werkvereniging, maar niet van de grond. Daarom hebben bestuur en directie besloten de Werkvereniging na zeven jaar op te heffen. Arbeidsmarktstelsel hervormen Wouters is al vijftien jaar actief in haar pogingen om een fundamentele hervorming van de arbeidsmarkt in gang te zetten. Sinds 2017 vanuit de Werkvereniging. “We hebben alles op alles gezet om het traditionele arbeidsmarktstelsel en het bijbehorend sociale zekerheidsstelsel te hervormen, zodat het past bij werkenden in deze tijd. Het huidige stelsel is ingericht op mensen die veertig jaar bij dezelfde werkgever werken, maar wie voldoet daar tegenwoordig nog aan? Minder dan de helft van de beroepsbevolking. Het is dus hoog nodig om ons stelsel drastisch te hervormen. Dat is alleen niet wat er gebeurt. Oplossingen worden gezocht in het verleden. Iedereen moet terug in traditionele hokjes. Daarmee is onze lobby als parels voor de zwijnen,” aldus Wouters. In zuilen en hokjes denken “Ik kan niet anders dan concluderen dat het mij en de Werkvereniging niet gelukt is om enige hervorming in gang te zetten. De kleine stapjes die door politiek en polder als hervormingen gepresenteerd worden, richten zich niet op de toekomst, eerder op het verleden. Niemand blijkt bereid het traditionele systeemdenken los te laten. Iedereen blijft in zuilen en hokjes denken, in werkgevers, werknemers en ondernemers,” zegt Wouters. Omdat er geen aanleiding is te denken dat daar in de nabije toekomst verandering in komt, hebben bestuur en directie de leden gevraagd de Werkvereniging op te heffen. “De opbrengst voor de Nederlandse arbeidsmarkt is te marginaal om als Werkvereniging verder te gaan. Hoop geven, daar waar geen hoop is, daar doen wij niet aan.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags WerkVereniging | Laat een reactie achter
Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) wil tempo met wetgeving hervorming arbeidsmarkt. “Beter is de grootste vijand van goed” Geplaatst 2 mei 2024 door Hugo-Jan Ruts “Vast minder vast, flex minder flex. Het is een gevleugelde uitspraak, waar we nu echt werk van moeten maken.” Dat zegt Tweede Kamerlid Tjebbe van Oostenbruggen tijdens de podcast ZiPtalk. Van Oostenbruggen is woordvoerder arbeidsmarkt namens Nieuw Sociaal Contract. “Nieuw Sociaal Contract staat voor eerlijke, solidaire en inclusieve arbeidsmarkt”, vertelt hij. “Meer mensen aan het werk, want werk is de kortste en breedste route naar bestaanszekerheid.” Nieuwe wetten op basis van Borstlap Daarnaast maakt hij zich hard voor minder verschillen op de arbeidsmarkt. “We vinden het echt heel belangrijk dat uiteindelijk in Nederland het vaste contract weer de norm wordt.” Er ligt al een plan klaar om dat te bereiken, benadrukt hij: het advies van de commissie Borstlap. “Dat is de blauwdruk voor een toekomstbestendige, dynamische arbeidsmarkt waar ruimte is voor iedereen.” Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Karien van Gennip heeft een flink deel van dat advies al vertaald in concept wetgeving. Ondanks haar demissionaire status is ze nog volop actief om die wetgeving te realiseren. Een goede zaak, vindt Van Oostenbruggen. “Het feit dat er veel maatschappelijke en politieke steun is voor de voorstellen maakt dat zij de vrijheid voelt om flink door te pakken”. Toelatingsstelsel hard nodig Een van de wetten die klaar liggen is de Wet Toelating Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten (Wet TTA, overigens lijkt het er op dat de behandeling en invoering van de wet wordt uitgesteld, zo blijkt uit nog onbevestigde berichten die we ontvingen na de opname dit artikel). Het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en detacheerders is volgens Van Oostenbruggen hard nodig om misstanden rond arbeidsmigranten aan te pakken. “Zij worden uitgebuit door ondernemers die niet het beste voor hebben met de mensen die zij in dienst hebben en daarmee met Nederland”, zegt hij. “Er is al jaren gepoogd om dat tegen te gaan met de uitzend-cao, de NEN4400-norm, de Arbeidsinspectie en het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer. Maar het werkt allemaal onvoldoende.” ‘Wij zijn niet voor uitzonderingen’ Binnen de flexbranche is kritiek op de Wet TTA, bijvoorbeeld dat deze wet de regeldruk verhoogt voor ondernemers die niets te maken hebben met arbeidsmigranten. Maar Van Oostenbruggen heeft veel vertrouwen in de Wet TTA en ziet weinig aanleiding om het voorstel aan te passen. “We pakken de kern ermee aan, namelijk de ondernemers die zich niet aan de wet houden”, zegt hij. “Hoe meer verbetervoorstellen je doet in de politiek, hoe langer het duurt en het wordt er niet altijd beter op. Beter is de grootste vijand van goed.” Hij vertelt dat hij allerlei verzoeken krijgt van partijen die een uitzondering willen of een aparte behandeling. “Ik denk dat we dat niet moeten doen. Dat maakt de uitvoerbaarheid van de wet ook slecht. Het zorgt voor ongelijkheid. Dus nee, wij zijn niet voor uitzonderingen, tenzij er een hele goede reden voor is.” Het NSC-Kamerlid let wel goed op de praktische uitwerking en tijdslijn van de Wet TTA. “Er zit een enorme druk op, maar we moeten goed opletten dat de wet uitvoerbaar is. In Nederland hebben we al te veel ervaring met wetgeving die een paar jaar later vervelende gevolgen blijkt te hebben.” Nieuwe zzp-wetgeving Dat brengt het gesprek op zzp-wetgeving. Het huidige voorstel voor nieuwe wetgeving rondom schijnzelfstandigheid heeft te weinig steun van politici en werkgevers. Daarom is de demissionaire minister van SZW is nog aan het broeden op aanpassingen van de Wet Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (VBAR). Van Oostenbruggen noemt het huidige voorstel ‘een pragmatische oplossing voor een groot probleem omtrent schijnzelfstandigheid’. Hij is het meest enthousiast over het rechtsvermoeden van werknemerschap voor werkenden met een uurloon van minder dan 32 euro. Hij verwacht dat dit bedrag een minimumtarief wordt en vindt dat een goede zaak. Bindende Europese afspraken Daarnaast werkt de minister aan meer duidelijkheid over de arbeidsrelatie met werkenden met een hoger tarief. Van Oostenbruggen weet hoe ingewikkeld dit langlopende dossier is en laat zich voorzichtig uit over hoe het verder moet. “Wij hebben in Europa een aantal bindende afspraken, onder andere over wat een arbeidsrelatie is. Dat betekent dat Nederland bijvoorbeeld niet zomaar kan zeggen: voortaan is iedereen met een blauw shirt in loondienst en iedereen met een geel shirt een zzp’er. Dat mag niet.” Oordeel van de Hoge Raad Van Oostenbruggen kijkt uit naar het oordeel van de Hoge Raad over werken als zzp’er. Het gerechtshof Amsterdam heeft namelijk gevraagd of het arbeidsrechtelijk mogelijk is dat werknemers en zzp’ers hetzelfde werk in een organisatie doen. “Als het antwoord ‘ja’ is, dan hebben we echt heel erg behoefte aan de wet VBAR”, zegt het NSC-Kamerlid. “Als de Hoge Raad ‘nee’ zegt, dan is het glashelder. Dat betekent dat je voor alle reguliere loondienstfuncties geen zzp’ers kan inzetten. Kortom: als de Hoge Raad zegt dat een werknemer en een zzp’er niet hetzelfde werk kunnen doen, denk ik dat we klaar zijn.” Van Oostenbruggen weet dat er partijen zijn die ondernemers hoe dan ook meer vrijheid willen om te werken met zzp’ers. Zij zullen een oordeel van de Hoge Raad willen aanpassen met nieuwe wetgeving. NSC wil dat niet, zegt hij. “Ik denk dat duiding van de rechter deze discussie enorm kan helpen (…). In het rapport van Borstlap staat ‘we hebben drie rijbanen nodig en de rijbaan zzp moet helder en duidelijk afgekaderd worden’. Ik vind het eigenlijk wel een goed idee dat de Hoge Raad dat nu voor ons kan doen.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, Nieuw Sociaal Contract, wet tta, Wet VBAR | 6s Reacties
‘Zzp’ers verdienen duidelijkheid en erkenning’ Geplaatst 1 mei 2024 door Marion Van Happen Het aantal zelfstandigen zonder personeel in Nederland blijft snel toenemen, met ruim 1,25 miljoen aan het begin van het jaar, een stijging van bijna 160.000 ten opzichte van het voorgaande jaar. Verschil veel en weinig opdrachtgevers Het demissionaire kabinet werkt aan beleid om schijnzelfstandigheid te verminderen. Het verschil tussen zzp’ers met veel en weinig opdrachtgevers is daarbij heel relevant. Het percentage zzp’ers dat afhankelijk is van een beperkt aantal opdrachtgevers per jaar is flink gedaald. In 2021 had nog 42 procent (240.000) van de zzp’ers maximaal drie opdrachtgevers, nu is dat 35 procent (210.000). De algehele groei van zzp’ers wordt voornamelijk gedreven door zzp’ers die producten verkopen (+10 procent). Dat is opvallend, aangezien de politieke discussie zich uitsluitend richt op zzp’ers die worden ingehuurd. Het kabinet streeft naar meer vaste arbeidscontracten en minder flexibele arbeidsrelaties, maar de maatregelen om dit te realiseren raken ook ondernemers die niet concurreren met werknemers. Zo zijn ook kleine winkeliers, producenten en andere zzp’ers die hun producten verkopen de dupe van het afbouwen van de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Meer regie Van de zzp-populatie is 83 procent (zeer) tevreden over zijn of haar werksituatie, een toename ten opzichte van 2021. Autonomie blijft het belangrijkste argument om als zzp’er aan de slag te gaan. Zij willen meer regie over de manier waarop zij invulling geven aan werk. Slechts 2,7 procent werkt als zzp’er omdat de werkgever daar om vroeg. Van gedwongen zelfstandig ondernemerschap is nauwelijks sprake, dus omarm deze tevreden groep werkenden. De arbeidsmarkt is toe aan verandering en de bakens dienen verzet te worden. Om uitvoerbaar beleid op te stellen zijn feiten en cijfers cruciaal. Dat betekent ook dat we goed moeten luisteren naar de wensen en behoeften van werkenden en de manier waarop zij hun werkende leven in willen richten. Praten mét zzp’ers in plaats van óver zzp’ers, want die inmiddels ruim 1,25 miljoen zzp’ers die Nederland rijk is verdienen duidelijkheid en erkenning. Het volledige dossier: ‘Grip op het zzp-dossier: Feiten en inzichten over zelfstandigenzonder personeel in 2023’ Lees meer: Het einde van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is in zicht: wat nu? Handhaving schijnzelfstandigheid is begonnen: “Wacht wetgeving niet af” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags overheidsmaatregelen, schijnzelfstandigheid, vast en flex | Laat een reactie achter
Handhaving schijnzelfstandigheid is begonnen: ‘Wacht wetgeving niet af’ Geplaatst 1 mei 2024 door Boris Emmerig Het heeft lang geduurd voordat de Belastingdienst de handhaving van schijnzelfstandigheid weer heeft opgepakt, maar nu klinkt daar toch echt “It giet oan!. Eerder dit jaar verscheen het Handhavingsplan Arbeidsrelaties. En nu wordt er in ieder geval door de Belastingdienst Amsterdam verder opgeschaald. Vanuit deze eenheid is een brief verstuurd naar ondernemingen die zich bezighouden “met het inzetten, uitlenen of ter beschikking stellen van arbeidskrachten bij derden”. Het kan dan gaan om zzp-bemiddeling, zzp-tussenkomst, payrolling of uitzenden. Uit de brief blijkt dat de Belastingdienst de criteria van het Deliveroo-arrest als maatstaf hanteert. Er wordt ook een voorbeeldcasus bij de brief gevoegd over schijnzelfstandigheid in een tussenkomstsituatie. Voorbeeldcasus “Uitzendbureau BV”, verstrekt door de Belastingdienst Uitzendbureau BV werkt met een pool van circa 750 arbeidskrachten. Arbeidskrachten zijn vooral universitaire studenten in de leeftijd van 18 tot 24 jaar. Het grootste deel hiervan werkt als uitzendkracht in dienstbetrekking uitzendbureau BV. Een deel van de arbeidskrachten wil niet als uitzendkracht werken en wordt daarom ingehuurd als opdrachtnemer. Met hen wordt een overeenkomst van opdracht aangegaan. Uitzendbureau BV stelt voor de opdracht relevante eisen aan alle arbeidskrachten. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitzendkrachten en opdrachtnemers. Geselecteerde arbeidskrachten worden te werk gesteld bij opdrachtgevers van uitzendbureau BV. Of sprake is van een uitzendkracht of een opdrachtnemer is voor de opdrachtgever veelal niet bekend. Uitzendbureau BV garandeert aan de opdrachtgever dat er altijd een arbeidskracht verschijnt op een opdracht. Bij aankomst van de arbeidskracht is sprake van directe leiding en toezicht uitgeoefend door de verantwoordelijken bij de opdrachtgever. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitzendkrachten en opdrachtnemers. Op basis van de feiten en omstandigheden kan geconcludeerd worden dat sprake is van een uitzendovereenkomst en dus van een arbeidsovereenkomst. Advies De Belastingdienst geeft het volgende advies: “Wij raden u aan de feiten en omstandigheden die binnen uw organisatie aan de orde zijn in kaart te brengen en de arbeidsrelaties die aangegaan worden met opdrachtnemers opnieuw te beoordelen.” De Belastingdienst zal dit verder opvolgen met bedrijfsbezoeken. Dat is een verstandig advies van de Belastingdienst. Het Deliveroo-arrest heeft nieuwe inzichten gebracht en het handhavingsmoratorium vervalt per 1 januari 2025. In de praktijk wordt ook al uitvoering aan het advies gegeven. In de brief van de Belastingdienst wordt niet gerept van nieuwe wetgeving. Terecht, want die heeft geen invloed op de huidige praktijk. Hopen op nieuwe wetgeving heeft geen zin. Gezien de kabinetswisseling is het nog de vraag of die er gaat komen en wat de impact ervan zal zijn. Het Deliveroo-arrest geeft immers al richtsnoeren voor de praktijk en deze worden in jurisprudentie ook al verder uitgewerkt. De Hoge Raad laat de mogelijkheid open voor verdere rechtsontwikkeling en die zit ook al in de pijplijn. Al met al is het raadzaam om het advies van de Belastingdienst op te volgen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags belastingdienst, handhaving, Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) | Laat een reactie achter