Maandelijkse archieven: juli 2023

Hoe en waarom protesteert de platformwerker? Wetenschappers geven overzicht en inzichten

Taxi- en bezorgplatformen bepalen de werkomstandigheden, toegang tot arbeid en beloning van miljoenen werkenden wereldwijd. Dat leidt regelmatig tot protest van deze groep werkenden. Berichtgeving over dit soort demonstraties is veelal onvolledig: nieuwsberichten gaan over incidenten en geven vaak weinig achtergrondinformatie. Dat is jammer, want inzicht in de dynamiek achter deze protesten, de wensen van de werkenden en de organisatie van demonstraties zijn essentieel om tot oplossingen te komen.

Daarom heeft een onderzoeksteam van de Universiteit van Leeds (Verenigd Koninkrijk) bijna 2000 worker protests in kaart gebracht. Deze Leeds Index of Platform Labour Protest laat verschillen en overeenkomsten zien, bijvoorbeeld tussen de platformeconomie en de reguliere arbeidsmarkt.

Voor The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation nam ik de trein naar Leeds voor een interview met Vera Trappmann en Simon Joyce, twee onderzoekers achter dit project.

Waarom een index?

Trappmann vertelt dat het multidisciplinaire team van de Leeds Index of Platform Labour Protest bestaat uit een groep van zes onderzoekers met ieder hun eigen fascinatie voor platformwerk. Het gemeenschappelijke probleem van de onderzoekers was gebrek aan inzicht en overzicht van protesten wereldwijd. Naast Joyce en Trappmann zijn ook onderzoekers Loulia Bessa, Denis Neumann, Mark Stuart en Charles Umney bij het project betrokken.

“Wij wisten bijvoorbeeld wel iets over protesten bij ons in het Verenigd Koninkrijk, maar heel weinig over demonstraties in bijvoorbeeld Italië of Argentinië”, legt ze uit. “Laat staan dat we vergelijkingen konden maken. Daar wilden we iets aan doen. Niet alleen voor onszelf. Het doel was een database samenstellen die bruikbaar is voor alle betrokkenen, van activisten tot vakbonden en beleidsmakers.”

Data verzamelen

Een eerste grote uitdaging was data verzamelen. Daarvoor werkten de onderzoekers met GDELT (Global Database of Events, Language, and Tone), een gezamenlijk project van partijen als Google, Yahoo en diverse onafhankelijke programmeurs. Deze software speurt naar data in kranten wereldwijd, verzamelt relevante info en vertaalt de teksten. Op die manier kreeg de Leeds Index of Platform Labour Protest toegang tot miljoenen nieuwsberichten over protesten van platformwerkers.

Via de GDELT-database kunnen zij ook specifieke informatie opzoeken. Bijvoorbeeld: in welke landen demonstreren werkenden tegen Uber? De onderzoekers hebben de motivaties, verschijningsvormen, betrokkenen en duur in kaart gebracht.

“Machine learning maakt data verzamelen makkelijker, maar de interpretatie blijft mensenwerk”, zegt Trappmann. “Daar hadden we een groot team voor nodig. Om je een idee te geven: er staat nu informatie over meer dan 2000 protesten in de index. Dat was dus een flinke klus, waarbij we gelukkig hulp kregen van een grote groep postdoctorale onderzoekers.”

Informele gelegenheidsformaties

De index bestaat nu drie jaar en geeft steeds meer inzicht, bijvoorbeeld over de vraag wat protesten van platformwerkers anders maakt dan ouderwetse stakingen. Het werk dat taxichauffeurs en fietsbezorgers doen is niet nieuw. Ook demonstraties in deze beroepsgroepen zijn niet helemaal nieuw, maar komen wel vaker voor onder platformwerkers.

“Het grote verschil is dat chauffeurs vroeger vaak echt als eenpitters werkten of voor een klein bedrijfje”, legt Joyce uit. “Nu werken ze allemaal via één groot platform. Dat meerdere werkenden klachten hebben over een gezamenlijke opponent, leidt ertoe dat zij elkaar makkelijker opzoeken om in actie te komen. Deze protestgroepen zijn vaak informele gelegenheidsformaties, terwijl ze vroeger vaker werden geïnitieerd door een vakbond.”

Arbeidsrelatie minder belangrijk dan beloning

In de Verenigde Staten en Europa zijn er veel discussies over de arbeidsrelatie van platformwerkers. Anders gezegd: zijn zij werknemer of zelfstandige? Dat thema speelt lang niet overal, blijkt uit de data van Leeds Index of Platform Labour Protest. Joyce: “Werknemerschap is dus niet overal even waardevol. In Europa betekent een arbeidscontract bijvoorbeeld dat je recht hebt op een minimumloon, elders in de wereld is dat niet zo.”

Uit de index blijkt dat platformwerkers wereldwijd veruit het meest klagen over de beloning. Logisch, vindt Joyce. “Platformen lokten chauffeurs naar hun app met de belofte om meer geld te verdienen”, legt hij uit. “Die belofte maken ze eventjes waar, maar al gauw zet het algoritme druk op de tarieven. Dat is een groot probleem, zeker voor platformwerkers die volledig afhankelijk zijn van het werk via de app.”

Joyce spot ook vaker trends die hij kan herleiden naar andere ontwikkelingen. “Zo zagen we dat platformwerkers in Zuid-Amerika zich tijdens de coronapandemie meer druk maakten over de thema’s gezondheid en veiligheid”, vertelt de onderzoeker. “Ik weet zeker dat we over nog eens vijf jaar in staat zijn om nog veel meer informatie te analyseren.”

Offline platformwerk

De informatie gaat op dit moment specifiek over protesten van offline platformwerkers, zoals taxichauffeurs en maaltijdbezorgers. Joyce: “Hoewel ook online platformwerkers zich verenigen en in opstand komen, is zijn hun protesten veel minder zichtbaar.”

Uiteindelijk willen de onderzoekers de data uitbreiden naar meer beroepsgroepen. “We kunnen onze onderzoeksmethode ook toepassen op protesten die niet gaan over de platformeconomie”, zegt Trappmann. “Zo werken we nu al samen met de International Labour Organization om demonstraties in de zorgsector in kaart te brengen via onze methodologie.”

Verder zijn ze begonnen met een reeks specifieke rapportages van protesten van platformwerkers per land. De onderzoekers staan ook open voor samenwerkingen, bijvoorbeeld met vakbonden die een rapport met informatie willen over een specifieke sector.

Vakbond vaker betrokken

Hoewel de meeste protesten van platformwerkers informeel georganiseerd zijn, speelt de vakbond namelijk steeds vaker een rol. “Uit onze analyse blijkt dat in 30% van de gevallen wereldwijd een vakbond betrokken is”, vertelt Trappmann. “In de helft van de gevallen komt het initiatief van die vakbond, de andere helft van de tijd sluit zo’n vakvereniging later aan bij de groep.”

Trappmann vindt dat positief. Zij ziet allerlei manieren waarop bestaande verenigingen de nieuwe protestgroepen kunnen ondersteunen. Om dat te doen, moeten zij wel goed luisteren naar de wensen, behoeftes en ideeën van die werkenden.

Tips voor de vakbond

“Ouderwets staken werkt misschien voor werknemers, maar past niet bij platformwerkers”, legt ze uit. “Mijn tip aan de vakbonden: sta open voor nieuwe ideeën en echte samenwerking met deze informele groepen. Verdiep je in hun wensen, leer van ze en steun waar je kan.”

Als platformwerkers zich organiseren, zijn die samenwerkingen vaak van korte duur. Hoe kan een vakbeweging zijn relatie met platformwerkers bestendigen? “Ik ken voorbeelden van vakbonden die platformwerkers in dienst hebben genomen en dat werkt goed”, zegt ze. “Op die manier borgen ze de kennis en houden ze verbinding met de doelgroep.”

Conclusie

Het is duidelijk dat het team achter de index belangrijk werk doet. Het is ontzettend waardevol voor allerlei partijen dat er nu meer inzicht is over de organisatie en doelen van de protesten en de internationale verschillen. Voor mij is de Leeds Index een goed voorbeeld van hoe onderzoekers niet alleen wetenschappelijke, maar ook maatschappelijke impact kunnen maken.

Wat mij het meest opvalt, is dat de motivaties van werkenden per continent sterk verschillen. Platformwerkers in Azië strijden bovengemiddeld vaker voor een hogere betaling (74,9%). In Noord-Amerika komen zij op voor hun status en arbeidsomstandigheden, in Latijns-Amerika en Afrika gaat het vaker om gezondheid en veiligheid. Ook protesteren platformwerkers in Afrika regelmatig voor een vergoeding van de materialen die nodig zijn om het werk uit te voeren.

Dit soort data en inzichten geven beter inzicht in de vormen van protest en de wensen van werkenden. Het team achter de Index is objectief en kijkt ook naar de context van de diverse platformen. Dat is bijzonder prettig. Ik neem de uitnodiging om over vijf jaar nog eens langs te komen zeker aan, ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen en lessen die eruit volgen.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Hans Borstlap: “Laat Van Gennip haar klus afmaken”

Voormalig topambtenaar en voorzitter van de Commissie Regulering van Werk Hans Borstlap pleit er voor dat minister Karin van Gennip van Sociale Zaken van de Tweede Kamer de ruimte krijgt om haar plannen voor de hervorming van de arbeidsmarkt door te zetten. De Kamer besluit in september welke beleidsonderwerpen ‘controversieel’ verklaard worden. Aan die onderwerpen wordt dan niet verder gewerkt en ze worden overgelaten aan een nieuw kabinet.

Borstlap stelt dat de voorstellen die Van Gennip gedaan heeft “noch bij de sociale partners noch in de politiek omstreden zijn”. Veel van de plannen zijn immers ook een uitwerking van een eerder SER akkoord. “Maak gebruik van het feit dat er nu overeenstemming is op de hoofdlijnen. Laat haar gewoon haar klus afmaken” zegt Borstlap in het radioprogramma Sven op 1.

Van Gennip wil door

Minister Van Gennip gaf snel na de val van het kabinet in een bericht op social media aan dat de maatregelen die ze – “samen met werkgevers en werknemers” – heeft afgesproken over de hervorming van de arbeidsmarkt “keihard nodig” zijn. En dat ze zich daar, “demissionair of niet”, vol voor wil blijven inzetten. Later gaf ze ook aan “nog niet klaar te zijn met Den Haag”.

Ook veel sociale partners wijzen op de urgentie van problemen in de arbeidsmarkt, van schaarste tot misstanden rond arbeidsmigranten. Toch lijkt het niet voor de hand te liggen dat de Kamer besluit om het hele pakket aan wetgeving door te laten gaan. Op de hoofdlijnen mag dan overeenstemming zijn, de verdere invulling via wetgeving vraagt om stevige en soms gevoelige politieke keuzes.

Lees meer:

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Deel 4: De aankondiging van de Defensie Tenders

In februari 2022 verscheen de aanbestedingsaankondiging voor ICT-inhuur voor het ministerie van Defensie. Een aantal weken later voor de inhuur van ICT-Professionals Detavast voor de ministeries van Defensie, VWS, SZW en BZ. Aan de hand van deze aanbestedingstrajecten gaan we nader verkennen wat zo’n traject verlangt, ook aan de kant van de leveranciers.

Serie Arbeidsmarkt in Tenderland, hoe het Rijk ICT-professionals inhuurt

Een bericht over de gunning van een grote ICT-aanbesteding bij Defensie . Dat was voor recruitmentstrateeg en interim-recruiter Alexander Crépin de aanleiding om zich te verdiepen in een specifiek aspect van de arbeidsmarkt voor externe inhuur, namelijk dat van inhuur via raamcontracten op basis van een aanbestedingstraject. Bij de gunning zijn er zeven raamovereenkomsten afgesloten met aanbieders van ICT-inhuurdiensten.
In deze zesdelige serie en in zijn eerdere blogs voor ZiPconomy, pleit hij voor een meer geïntegreerde aanpak van externe inhuur en recruitment voor vaste posities. Daarbij wijst hij graag op de mogelijkheden die Total Talent Management (TTM) en Total Talent Acquisition (TTA) aan organisaties te bieden hebben.
“De wereld van ICT-inhuur is voor veel HR en Recruitment managers relatief onbekend. Dat moet veranderen. Immers, als een groot deel van de ICT talentpool niet in dienstverband wil werken, dan is het noodzakelijk om te weten hoe je de instroom van ICT-freelancers vorm en inhoud kan geven. Dat is niet langer een pure inkoopaangelegenheid. HR, Recruitment en Inkoop moeten daarin samen optrekken.
In dit kader heb ik een serie blogs geschreven over de rol van Tenders bij de inhuur van ICT-professionals. Op deze manier probeer ik HR en Recruitment professionals een beter inzicht te geven in de impact van tenders op de vraag en aanbod op de Nederlandse ICT-arbeidsmarkt.”

Zoals eerder gesteld, overheidsaanbestedingen kennen een hoge mate van transparantie. Alle aanbestedingsstukken zijn onbeperkt en gratis beschikbaar op Tenderned. Interessant om van deze stukken kennis te nemen.

Bronnen: https://www.tenderned.nl/aankondigingen/overzicht/253702/documenten
https://www.tenderned.nl/aankondigingen/overzicht/256027/details

Dergelijke aankondigingen zijn voor geïnteresseerde marktpartijen natuurlijk geen verrassing. Die weten wanneer een lopende gunning eindigt. Zij kunnen daarom anticiperen op wat er gaat komen. Zij zullen zich tijdig de vraag stellen of het interessant is om mee te dingen. Biedt een tender voldoende strategisch en/of commercieel perspectief? Met andere woorden, goede accountmanagers hebben zicht op de situatie bij de opdrachtgever en inzicht in hun inhuurbehoefte de komende jaren. Zij sorteren tijdig voor op te verwachten aanbestedingen. Overigens is er uit openbare publicaties al veel af te leiden over de ontwikkelingen voor de komende jaren

ICT inhuur en detavast tender, belang van ministerie van Defensie

Bij het ministerie van Defensie is er een toenemende vraag naar ICT-specialisten. De oorlog in de Oekraïne maakt helaas duidelijk dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Een van de consequenties is dat er in de komende jaren substantieel meer geïnvesteerd gaat worden in het versterken van onze Defensie. Niet alleen in materieel en mensen, maar ook in technologie en systemen.

In de defensienota 2022 wordt al nadrukkelijk gewezen op het belang van informatiegestuurd optreden: ’Het fundament van onze IT-infrastructuur wordt daartoe op orde gebracht; dat leidt tot efficiencywinst over de hele linie. Hetzelfde geldt voor de informatiehuishouding.’ Het Defensie Operatiecentrum wordt versterkt. De IT-infrastructuur en communicatiesystemen die commandanten ondersteunen bij operaties worden gemoderniseerd. De analysecapaciteit wordt vergroot en daarbij zal ook meer aandacht komen voor data-science en artificiële intelligentie (AI).

Dit plaatje uit bijlage 2 van deze nota laat duidelijk zien dat het in de komende jaren om substantiële investeringen gaat.

In het recent gepubliceerde Defensie Projectenoverzicht 2022 is een bijlage met daarin een ‘Vooruitblik Investeringsprogramma’ voor de komende jaren. Daarin is inzake IT het volgende opgenomen:

De volumes bieden een behoorlijke bandbreedte, maar tonen aan dat het om grote bedragen gaat. Dat zal ongetwijfeld tot projecten leiden die voor menig ICT-specialist zeer interessant kunnen zijn en de concurrentie om de gunst van talent met specialistische kennis vergroten.

De voorbereiding

Categoriemanagement zal ongeveer een jaar voor publicatie van een aanbestedingstraject de eerste stappen zetten met de voorbereidingen.

Voor de beoogde aanbesteding van ICT-detavast-constructies voor Defensie, BZ, VWS en SZW, was een van de eerste stappen van de Categoriemanager om de stuurgroepen van de andere (parallelle) aanbestedingen (1) ICT-inhuur voor Defensie, (2) ICT-inhuur voor BZ, (3) ICT-inhuur voor VWS en SZW te benaderen met een aantal vragen over de samenstelling en werkwijze van de nieuwe stuurgroep. Daarnaast werden de coördinerend directeuren Inkoop van deze ministeries benaderd om aan te haken in het tenderproces. Nadat er ook een klankbord-/projectgroep was samengesteld, kon de voorbereiding starten.

Het interne traject dat volgde, is al in hoge mate vooraf bepaald en op basis van ervaringen met voorgaande aanbestedingstrajecten geoptimaliseerd. Dat draagt bij aan continuïteit, men kan tijdig gunnen met het oog op het naderende einde van een lopende tender.

Met andere woorden: het aanbestedingsproces, de te zetten stappen en de fasering van het voorbereidingstraject waren voor deze aanbestedingstrajecten inmiddels duidelijk. De templates, de ‘model-documenten’ waren beschikbaar en men wist welke documenten er wanneer opgeleverd zouden moeten worden om de aanbesteding tijdig af te kunnen ronden. Er kan gerust gesteld worden dat zeker voor de insiders het aanbestedingsproces bij de overheid tamelijk voorspelbaar is.


Lees in deze serie ook:

Deel 1: Tenders, een niet te onderschatten impact op de arbeidsmarkt

Deel 2: Tenders & Categoriemanagement

Deel 3: Uitvoering van de categorie ICT-professionals Rijk

Of download de whitepaper met de volledige tekst

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Waar staan de Belgische en Nederlandse aanbieders op de wereldwijde VMS-markt?

Het VMS onderzoeksrapport, editie 2023/24, biedt een helder overzicht van de wereldwijde VMS-markt en de positie van Nederlandse en Belgische VMS-aanbieders daarin.

De wereldwijde VMS-markt wordt gedomineerd door Beeline-IQ Navigator, SAP-Fieldglass, VNDLY (overgenomen door Workday) en PRO Unlimited (dat sinds 2022 Magnit heet en waartoe ook de Nederlandse MSP Brainnet behoort). Dit zijn ook namen die in Nederland en België zeer bekend zijn.

Marktaandelen

Dit blijkt uit het PEAK-Matrix-rapport 2022 van Everest Group (zie hieronder), waar aan de hand van ‘Spend Under Management’ wordt bepaald wat de huidige marktaandelen van de VMS’en zijn en hoe de jaarlijkse groei zich tot elkaar verhoudt.

Om een idee te geven, de totale wereldwijde managed spend (SUM) van de VMS-markt bedroeg in 2020 $ 178 miljard! (Bron: SIA). Let wel, dit zijn niet hun inkomsten. Dit Spend Under Management (SUM-) criterium geeft de hoogte van de factuurbedragen voor ingehuurd personeel weer, die jaarlijks door het VMS stromen. Dat is dus iets anders dan de omzet of winst van de VMS-leveranciers. Als je 100 externen factureert voor € 100,- per uur voor 1.600 uur per jaar dan is de SUM € 16 miljoen. Afhankelijk van de prijsstelling van de leverancier, soms per contract, per externe of per uur, is de daadwerkelijke omzet van de VMS-leverancier een stuk lager; bijvoorbeeld bij € 1,- per uur softwarelicentie is de omzet € 160.000,-.

Op basis van dit criterium zijn Beeline en SAP Fieldglass al een aantal jaren marktleider, met meer dan 20% marktaandeel. Door de overnames van onder meer Willhire en WorkforceLogiq zal ProUnlimited, allen nu onder Magnit vlag, waarschijnlijk ook in dat marktaandeel terecht komen. Dan zijn er acht spelers met een marktaandeel tussen 1 en 10%, waaronder de hier actieve spelers Nétive, Pixid, 3SS/Hays en VNDLY.

De verwachting is wel dat de komende jaren deze balans gaat verschuiven. Mede omdat Beeline een jaarlijkse SUM-groei heeft van meer dan 30% en andere spelers, waaronder Eqip en VNDLY en SAP Fieldglass, minder dan 20% groei. Het Nederlandse Nétive, het Belgische Connecting-Expertise en het Franse Pixid noteren alle drie een groei van tussen 20% en 30%.

België en Nederland

Hieruit valt te concluderen dat onder de top met de grootste VMS-spelers de strijd tussen de concurrenten in het middensegment verhardt. Daar bevinden zich dus VMS-aanbieders zoals het Franse Pixid en Directskills, het Belgische Connecting-Expertise (onderdeel van Pixid) en de Nederlandse VMS-leverancier Nétive.

Er komen meer spelers op de internationale markt en die kruipen qua prestaties dichter naar elkaar toe. Dat geldt ook voor de echte nieuwkomers (aspiranten) op de markt, die nog aan de voet van de berg staan en de ambities hebben om op te klimmen.

Er is in Europa, dus ook in Nederland en België, zeker ruimte voor meer lokale merken. De Europese inhuurmarkt bestaat eigenlijk niet; het is een verzameling van tientallen landen met zeer uiteenlopende wetgeving en culturen, die vragen om eigen, flexibele systemen waarvoor kennis van de lokale inhuurpraktijk is vereist. Vandaar dat in Nederland Nétive dominant is als VMS-leverancier, en in België geldt dat voor Connecting-Expertise en ProUnity (onderdeel HeadFirst Group).

Blauwe, witte en roze boorden

In het PEAK-Matrix-rapport 2022 van Everest Group worden ook de mogelijkheden en toepassingen van aanbiedende partijen per doelgroep met elkaar vergeleken. Everest onderscheidt twee doelgroepen werkenden, de bekende ‘blauwe boorden’ voor het hoogvolume-, operationele en productiewerk met veel ad hoc inhuur voor korte opdrachten, en de ‘witte en roze boorden’.

De witte boorden kennen we als de kenniswerkers, op kantoor, in een laboratorium of andere R&D-omgeving. Met roze boorden worden werkenden bedoeld in sociale sectoren als zorg en onderwijs. Zeker in de VS zijn veel VMS- en MSP-partijen gespecialiseerd in deze laatste sector. Een Nederlandse partij met focus op die roze boorden is bijvoorbeeld Elanza.

Vrijwel alle partijen in het Everest rapport zijn sterk tot zeer sterk ontwikkeld voor witte/roze boorden. Als je daarentegen ook een VMS zoekt voor blauwe boorden (uitzendkrachten), is het goed zoeken. Alleen de Franse partijen Pixid,  Directskills en Connecting-Expertise zijn daarin echt sterk (en iets minder in witte/roze boorden). Verder hebben Beeline, Nétive, Magnit, SAP Fieldglass en VNDLY hierin ‘redelijke’ mogelijkheden. Partijen als Hays/3SS, Eqip en VectorVMS hebben hierin nauwelijks functionaliteit. De verklaring ligt in het complexe inhuurproces voor uitzendkrachten dat erg bewerkelijk is: ad hoc aanvragen, erg korte opdrachten, wisselende uurlonen en dus ook tarieven, soms wisselende kostenplaatsen.

Lees ook:


VMS onderzoeksrapport, editie 2023/24

ZiPconomy heeft samen met haar Belgische tegenhanger NextConomy het VMS onderzoeksrapport, editie 2023/24, gepubliceerd. Dit rapport geeft een actueel overzicht van de aanbieders van Vendor Management Systeem-oplossingen die actief zijn in Nederland en België. Het rapport biedt diep inzicht in de verschillen tussen die aanbieders en een uitgebreid overzicht van de trends in de wereld van VMS.

Het rapport is gratis te downloaden of als hardcopy te bestellen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

In deze cao’s zijn tariefafspraken over zzp gemaakt

In negen cao’s staat een afspraak over (of richtlijnen voor) tarieven voor zzp’ers. Hoewel dit om slechts 1 procent van de cao’s gaat, lijkt er sprake te zijn van een trend. De politiek komt er niet uit, dus pakken werkgevers en werknemers het zelf op om afspraken te maken met en over zzp’ers. Dit zagen we eerder al in de zorg en onderwijs.

Dat blijkt uit de Rapportage “Cao-afspraken 2023” van de afdeling Cao-Onderzoek en Beleidsinformatie (COB) van de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving (UAW).

Tariefafspraken cao’s

Naar aanleiding van de motie Gijs van Dijk (PvdA) en Van Weyenberg (D66) is afgesproken jaarlijks aan de Kamer te rapporteren over tariefafspraken voor zzp’ers in alle cao’s. Er is daarvoor gebruik gemaakt van alle reguliere bedrijfstak- en ondernemingscao’s (667).

Naast de vijf cao-afspraken over tarieven voor zpp’ers in de vorige rapportage (Architectenbureaus, NAPK Muziekensembles, Nederlandse Poppodia en Festivals, Omroeppersoneel, en Toneel en Dans), zijn er vier nieuwe afspraken bijgekomen.

Dit betreft de bedrijfstakcao’s Grondstoffen Energie en Omgeving (GEO), Kunsteducatie, Nederlandse Podia, en Veiligheidsdomein (zie tabel onderaan dit artikel).

Sprake van trend

De tariefafspraken zijn in een jaar tijd dus bijna verdubbeld, hoewel het in relatieve aantallen maar om een beperkt aantal cao’s gaat. Toch lijkt er sprake te zijn van een trend. De overheid komt niet wetgeving, dus komen werkgevers en werknemers zelf in cao’s tot afspraken.

Dit zagen we al eerder in de zorg, waarbij betrokken ministeries en 6 brancheorganisaties in de zorg een samenwerkingsverklaring getekend hebben om schijnzelfstandigheid in de zorg een halt toe te roepen.

En in Brabant, waar alle middelbare scholen besloten om te stoppen met het inzetten van tijdelijke uitzendkrachten. Met het besluit hopen de scholen dat onderwijsmedewerkers weer beschikbaar zullen komen op de arbeidsmarkt, zodat ze hen een vaste baan kunnen aanbieden.

Deze voorbeelden hebben dan geen betrekking op tarieven, toch illustreert het de trend dat werkgevers en werknemers zelf aan de slag gaan wanneer duidelijkheid vanuit de overheid uitblijft.

Minimumtarieven

Nu zien we dat in cao’s ook regelgeving voor zelfstandigen zonder personeel/ondernemers wordt vastgelegd. Eigenlijk zijn cao’s bedoeld om afspraken voor werknemers vast te leggen, maar er is vanuit werkgeversorganisaties en vakbonden behoefte om tot afspraken over tarieven te komen.

Zolang de politiek geen beslissingen neemt over minimumtarieven gaat de polder zelf aan de slag.

Tariefafspraken zzp’ers

Architecten-bureaus Er is sprake van een opdrachtovereenkomst indien opdrachtnemer een uurtarief in rekening brengt van ten minste 150% van het bruto uurloon verhoogd met 8% vakantietoeslag dat geldt voor werknemers voor vergelijkbare werkzaamheden in vergelijkbare omstandigheden.
Energie en nutsbedrijven WENB sector cao GEO proces en services ZZP’ers worden tegen een maatschappelijk verantwoord tarief ingezet. Dit tarief biedt de zelfstandige, boven de reguliere beloning in de sector, de mogelijkheid zich te kunnen verzekeren tegen de risico’s als zelfstandige zoals arbeidsongeschiktheid, pensioen en aansprakelijkheid.
Kunsteducatie De cao verwijst naar een tool om zzptarieven te berekenen. De rekentool Fair Practice zal hiervoor gebruikt kunnen worden. Met behulp hiervan kun je eenvoudig een caosalaris omrekenen naar een zzp-tarief in het kader van de Fair Practice Code.
NAPK Muziekensembles Het (uur-)tarief van de zzp’er is ten minste 50% hoger dan dat van een werknemer in dezelfde functie, dit ter compensatie van diverse verzekeringen die de zzp’er voor zichzelf moet regelen.
Nederlandse Podia Het (uur)tarief dat wordt afgesproken komt minimaal overeen met het bij de functie horende salarisniveau, verhoogd met ten minste 45 % per 1 januari 2022 en 50% per 1 januari 2023.
Nederlandse Poppodia en Festivals Afhankelijk van de aard van de te verrichten werkzaamheden
en de ervaring van de zzp’er komt het (uur)tarief minimaal overeen met
een bruto (uur)loon dat bepaald wordt door een bij de werkzaamheden
passende functie en een vergelijkbare ervaring, verhoogd met 50%.
Omroeppersoneel Er wordt geen concreet bedrag genoemd in cao. Raadpleeg rapportage voor meer informatie.
Toneel en Dans Het (uur)tarief dat wordt afgesproken komt minimaal overeen met het bij de functie horende salarisniveau, verhoogd met ten minste 50%.
Veiligheidsdomein Partijen zijn voornemens om minimumtarief op te nemen in cao, maar noemen geen concrete bedragen.

Dit is een ingekorte bewerking van de tabel tariefafspraken zzp’ers. Voor de volledige versie, zie Bijlage VI (p. 135) van rapportage Cao-afspraken 2023

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 4s Reacties

Zorgplatform Dytter failliet. Eigenaar en medewerkers bedreigd.

Het zorgboekingsplatform Dytter is failliet. Het platform heeft per direct haar activiteiten gestaakt. Voor ingeplande diensten worden zorgverleners geadviseerd rechtstreeks contact op te nemen met de zorginstellingen.

Afgelopen woensdag werd door de rechtbank uitstel van de betaling verleend. De aangestelde bewindvoerder F. Bosvelt van Wijn & Stael heeft – binnen 2 dagen – geconstateerd dat er onvoldoende financiële middelen zijn om aan de lopende verplichtingen van Dytter te kunnen blijven voldoen. “Om die reden is vanmiddag op verzoek van de bewindvoerder en de bestuurder het faillissement van Dytter c.s. uitgesproken” zo is in een verklaring namens Bosvelt te lezen.

“Gisteren en vandaag hebben wij namens de bewindvoerder van Dytter c.s. verschillende gesprekken gevoerd met betrokken partijen en belangrijke stakeholders. Het doel hiervan was om voor de zelfstandige zorgverleners, de zorginstelling én hun patiënten duidelijkheid te verkrijgen over de beschikbaarheid van het zorgplatform en de inzet van de aangesloten zelfstandige zorgverleners in de komende weken. Helaas is vandaag duidelijk geworden dat Dytter c.s. haar activiteiten per direct zal staken en is het faillissement vanmiddag uitgesproken.”

Problemen

Zoals in een eerder artikel beschreven kwam Dytter in zwaar weer door een vermindering van aanvragen voor zorgpersoneel.

Naar verluid draaide een grootbank de geldkraan begin dit jaar dicht uit angst dat Dytter in de problemen zou komen omdat het zzp-personeel dat via het platform werkt mogelijk als schijnzelfstandigen gezien zouden kunnen worden. Via Dytter werken vooral zzp’ers in zorginhoudelijke functies. De betreffende bank wil geen inhoudelijke reactie geven vanwege de vertrouwelijkheid van de klantrelatie.

Geld dat zorginstellingen aan Dytter heeft betaald voor uitgevoerde diensten voor de zzp’ers heeft Dytter sinds april in toenemende mate niet uitbetaald aan de zzp’ers maar blijkbaar gebruikt om tekorten aan te zuiveren in haar eigen bedrijfsvoering. In de hoop op nieuwe financiering. Dat is dus niet of onvoldoende gelukt.

Bedreigingen

Mogelijk enkele honderden zzp’ers zitten door deze situatie soms al maanden op hun geld te wachten.

De curator meldt in een brief dat hij berichten heeft ontvangen dat “betrokkenen bij Dytter c.s. en hun naasten ernstig geïntimideerd en zelfs bedreigd worden. Dergelijk handelen is zeer zorgelijk en onacceptabel.” De curator doet een beroep op ieders “verantwoordelijkheden en algemene fatsoensnormen.”

De afhandeling van het faillissement en betalingsverplichtingen van Dytter liggen nu bij de curator, en niet meer bij de eigenaar of medewerkers van Dytter. De curator  roept daarom ook alle schuldeisers, waaronder de zzp’ers, op hun vorderingen in te dienen bij de curator via faillissementen@wijnenstael.nl

Als zelfstandig ondernemers worden zzp’ers bij een faillissement van een bemiddelaar of platform gezien als gewone schuldeisers en komen dus pas aan de beurt na ‘preferente schuldeisers’ als het UWV, Belastingdienst en werknemers die nog loon tegoed hebben.

Het is niet bekend of betrokken zorginstellingen, waaronder Cordaan, bereid (of mogelijk zelfs verplicht) zijn om de openstaande rekeningen van de zzp’ers nogmaals – maar dan – rechtstreeks te voldoen. Dat heeft ING in het geval van het faillissement van TCP wel gedaan (zie hier).

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 4s Reacties