Maandelijkse archieven: januari 2023

In welke sectoren komt schijnzelfstandigheid het meest voor? Minister SZW weet het niet zeker

“Weet u in welke sectoren slecht beloonde werknemers in een schijnconstructie werken? Zo ja, welke zijn dit? Zo nee, wanneer gaat u dit uitzoeken?”

Die vragen stelde Tweede Kamerlid Bart van Kent (SP) aan minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het korte antwoord: er zijn geen harde cijfers over het aantal schijnzelfstandigen, dus ook niet over sectoren waarin zij werken. Toch heeft de minister wel een idee waar vaker misstanden plaatsvinden, schrijft Van Gennip in een uitgebreid antwoord op de kamervragen.

Individueel onderzoek

De minister van SZW legt uit dat je schijnzelfstandigheid alleen per individueel geval kunt bepalen. Alle feiten en omstandigheden tellen mee in zo’n onderzoek. Daarom kan ze geen precies antwoord geven op de vraag in welke sectoren veel schijnzelfstandigen werken.

Maar dat betekent niet dat ze in het duister tast. Zo zijn er wel cijfers over de kwalificatie van arbeidsrelaties op basis van de Pilot webmodule beoordeling arbeidsrelaties en gegevens over tarieven van zzp’ers op basis van SEO-onderzoek uit 2018.

Webmodule: niet representatief voor de sector

Werkgevers kunnen de webmodule gebruiken om te bepalen of ze een zzp’er mogen inhuren voor een opdracht. Mag dat niet, dan krijgen ze de uitslag ‘indicatie dienstbetrekking’. Uit de pilot met de webmodule blijkt dat werkgevers in de sectoren Bouwnijverheid, Gezondheidszorg, Horeca en Transport-, opslag- en communicatiebedrijven relatief vaak uitkomen op een ‘indicatie dienstbetrekking’.

Het ministerie nam in de pilotfase ook enquêtes af onder de invullers. Daaruit blijkt dat werkgevers die van plan waren een zelfstandige in te huren, maar ontdekten dat dit niet mocht, in eerste instantie de opdracht niet wilden vervangen door een dienstbetrekking. Dat wil niet per se zeggen dat er bij deze werkgevers sprake is van schijnzelfstandigheid, schrijft Van Gennip. “Het is ook denkbaar dat ze de arbeidsrelatie in de praktijk anders hebben vormgegeven naar aanleiding van de uitkomst, zodat de opdracht wel door een zelfstandige uitgevoerd kan worden.”

Bovendien waren de gebruikers van de webmodule niet representatief voor hun sector, schrijft de minister. Daardoor blijkt dus ‘niet zonder meer’ dat in deze sectoren vaker schijnzelfstandigheid voorkomt.

Grove indicatie van veel schijnzelfstandigheid

Uit het SEO-onderzoek Karakteristieken en tarieven zzp’ers (augustus 2018) blijkt in welke sectoren naar verhouding veel laagbetaalde zzp’ers werken. Een deel daarvan heeft overlap met de sectoren die in de pilotfase van de webmodule relatief hoger scoren op ‘indicatie dienstbetrekking’, zoals de gezondheidszorg en transport-, opslag- en communicatiebedrijven.

“Dit kan een grove indicatie zijn dat in deze sectoren relatief veel sprake is van schijnzelfstandigheid”, schrijft de minister. Toch kan ze dit niet met zekerheid zeggen. Bovendien benadrukt ze dat schijnzelfstandigheid niet alleen voorkomt bij laagbetaalde werkenden. “De hoogte van het uurtarief speelt in beginsel geen rol [red. bij de kwalificatie van de arbeidsrelatie] al kan een laag uurtarief wel een indicatie vormen van economische kwetsbaarheid van de werkende.”

Tot slot schrijft Van Gennip dat de Belastingdienst intensiever gaat handhaven, vooral bij ‘de meest risicovolle sectoren of arbeidsrelaties op basis van objectieve kenmerken’. Dit schreef zij ook in haar kamerbrief van afgelopen december.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

Zzp’ers zien kansen bij personeelstekort energietransitie

De grote tekorten op de arbeidsmarkt zijn een spelbreker voor de energietransitie. Juist bij beroepen gekoppeld aan de overgang naar schonere energie blijkt het extra moeilijk om aan personeel te komen. Nederland is er in 2022 niet in geslaagd om deze personeelstekorten een halt toe te roepen. Sterker nog, deze bereikten eind vorig jaar een record.

Dat meldt ABN AMRO woensdag in een arbeidsmarkt update.

Met de hoge personeelstekorten grijpen zzp’ers hun kans. Zo neemt het aantal zelfstandige bouwinstallateurs rap toe.

In deze groep werden in de eerste drie kwartalen van 2022 ruim 3400 nieuwe ‘bedrijven met 1 werkzame persoon of minder’ opgericht, waar dit er in dezelfde periode een jaar eerder nog ruim 2600 waren. De groeiperspectieven van werk rondom de energietransitie helpen daarbij. Zelfstandigen noemen de autonomie en de financiële verbetering als belangrijke redenen om zelf te gaan ondernemen, zo blijkt uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw.

Opleiding onder druk

De keerzijde van de sterke groei in de markt is dat de kwaliteit van het werk soms te wensen over kan laten. Zo waarschuwde branchevereniging Techniek Nederland vorig jaar op BNR voor een toename van de gevallen van ondeugdelijk werk, bijvoorbeeld in relatie tot de installatie van zonnepanelen. Door de grote personeelstekorten is daarbij nauwelijks tijd voor opleiding en scholing en dat kan gevaarlijke situaties in de hand werken. Daarbij werkt versterkend dat er geen wettelijke kwaliteitseisen aan installateurs van zonnepanelen worden gesteld.

De tekorten per type specialist binnen de aan de energietransitie gerelateerde beroepen lopen uiteen. Voorbeelden van zeer krappe beroepen zijn installatiemonteurs voor dakwerk, sanitair, verwarming, gas- en waterleiding, werkvoorbereiders en calculators voor zowel installatietechniek als voor grond- weg en waterbouw en isoleerders van muren, daken en vloeren van woningen en kantoren en monteurs van elektriciteitsnetten. Anderzijds zijn er in deze groep ook ruime beroepen, zoals technologisch milieudeskundigen.


Bron: ABN AMRO, 25 januari 2023


Meer weten? 

De “Groene Transitie” – is uw personeelsstrategie gereed? Dat is de titel van het webinar van Maurice Roy (HAYS) tijdens de webinarweek. Schrijf je in voor zijn sessie (donderdag 9 februari 10.00 uur) en je krijgt drie concrete stappen om de groene transitie binnen jouw personeelsbeleid op te pakken en aanvullende tips om bepaalde valkuilen te ontlopen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Hoe AI sollicitanten kan helpen jou te misleiden

Chris Neddermeijer, oprichter en eigenaar van Nétive VMS, is al jaren enthousiast over wat kunstmatige intelligentie kan betekenen voor je inhuurproces. Als systeembouwer heeft het bedrijf AI dan ook ingebouwd in zijn systeem, als handige inhuuradviseur. Want op basis van data kan kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld precies vertellen hoe je je vacature kunt aanpassen om meer kandidaten te trekken of adviseren welke vaardigheden een interne kandidaat kan ontwikkelen om geschikt te zijn voor een moeilijk vervulbare vacature.

De keerzijde van AI

Maar kunstmatige intelligentie heeft ook een keerzijde. “De laatste innovaties in kunstmatige intelligentie maken me bezorgd”, stelt Neddermeijer. Hij doelt hiermee op het feit dat iedereen zich online anders voor kan doen dan hij of zij is en zich zelfs voor kan doen als een heel ander persoon. En in een tijd waarin vanuit huis werken een veel geaccepteerde werkvorm is, kan dit tot ongewenste situaties leiden.

Neddermeijer illustreert dit aan de hand van een voorbeeld. “Stel dat ik kwaad wil als freelancer en elders op een ‘niet meer inhuren lijst’ terecht ben gekomen. Maar ik wil toch weer voor bijvoorbeeld de Rijksoverheid werken. Met slechts een bezoekje aan een enkele website kan je een portretfoto genereren met kunstmatige intelligentie”, vertelt Neddermeijer. Je krijgt zo gemakkelijk een echt-uitziende foto van een niet-bestaand persoon, die je kunt gebruiken voor je nep LinkedIn-profiel.

AI om je CV te genereren

Voor de inhoud van je LinkedIn-profiel kun je ook AI inzetten, aldus Neddermeijer.

‘Ik gebruik ChatGPT om een CV te genereren, waarbij ik de volgende vraag stel aan ChatGPT: “Genereer een CV met 5 werkervaringen, 3 opleidingen, zodat ik een goede kans maak om uitgenodigd te worden voor de vacature projectmanager bij de Rijksoverheid.”’ De uitvoer is een geloofwaardig cv, op basis waarvan je grote kans maakt om uitgenodigd te worden voor een online videosollicitatie. Je zou denken dat dat het moment is waardoor je door de mand valt, maar ook dan kan AI je helpen, zegt Neddermeijer.

Bedriegen tijdens een videogesprek

Je kunt zeggen dat je camera het ineens niet deed tijdens het gesprek of je gebruikt een deepfake app om jouw hoofd realtime te vervangen door het hoofd van de persoon op je profielfoto, legt Neddermeijer uit. En ook je stem kun je aanpassen. “Nadat ik de stem-AI van Microsoft de stem van mijn buurvrouw heb laten horen, ben ik helemaal klaar en praat ik met de stem van de buurvrouw. Fake beeld, fake stem….”

Niet alles is meer wat het lijkt

Volgens Neddermeijer zullen er de komende tijd op z’n minst interessante vraagstukken ontstaan op het gebied van compliance. “Want hoe ga je dit voorkomen? Wanneer kan je zoiets geloven? Ik verwacht eerlijk gezegd ook dat een tegenbeweging zal ontstaan waarmee automatisch “fakes” zullen worden gesignaleerd. Maar ook bestaande businessmodellen, waarbij face-to-face verificatie verplicht wordt. Het loont om nu alvast te beseffen dat niet alles meer is wat het lijkt. Zeker in deze tijden van schaarste op de arbeidsmarkt, zijn we kwetsbaarder en sneller geneigd om die goede kandidaat op de elektronische indruk te geloven. Dus blijf op je hoede.”

Auteur: Anouschka Vreugdenhil

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

Detacheerders: ‘maak in wetgeving uitzondering voor het vaste contract’

Casper Venema, directeur van detacheerder Public Support, is sinds de oprichting betrokken bij de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). De brancheorganisatie wil de maatschappelijke en juridische positie van detachering verbeteren. En dat is hard nodig, vindt Venema. “De politiek, inclusief de ambtelijke top, is zeer negatief over flex.”

Daarbij wordt detacheren over één kam geschoren met uitzenden. En dat is niet terecht. De huidige wetgeving past ook niet bij wie wij zijn en wat wij doen.” Volgens Venema is detachering juist een arbeidsvorm die men zou moeten toejuichen.

Vaste contract de norm

“De politieke kleur kan elke vier jaar veranderen, maar de heersende opinie – van links tot rechts – is dat het vaste contract de norm moet worden. Het verbeteren van de rechts- en inkomenspositie van werkenden staat voorop. Laat detacheren nou juist daarin voorzien. Detacheerders bieden hun mensen vooral arbeidscontracten voor onbepaalde tijd (>60%) en investeren meer dan gemiddeld in opleiding en ontwikkeling van hun medewerkers. Een gedetacheerde heeft geen flexbaan, maar doet vanuit een vaste baan verschillende opdrachten.”

Lees ook: VvDN: “Minister ziet driehoeksrelaties met vast contract (detacheren) over het hoofd”

WAADI ‘wreekt zich’

Probleem voor detacheerders is dat zij juridisch als uitzenders worden beschouwd. Detachering valt door de driehoeksarbeidsrelatie opdrachtgever-werknemer-werkgever namelijk onder de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en wordt daardoor als uitzenden gezien.

De WAADI maakt geen onderscheid tussen verschillende vormen van driehoeksarbeidsrelaties. En het brede toepassingsbereik van deze wet ‘wreekt zich’ in de praktijk voor detacheerders en gedetacheerden. Venema: Ik snap dat er wetgeving is over de uitzendovereenkomst en het uitzendbeding, maar men heeft daarbij destijds niet gedacht aan de reikwijdte van die regelgeving. Het heeft namelijk ook onbedoelde en ongewenste gevolgen voor detachering.”

Ongelijkheid door inlenersbeloning

Neem de inlenersbeloning, bedoeld om uitzendkrachten gelijkwaardig te behandelen. Gedetacheerden hebben door gelijkschakeling met uitzendkrachten te maken met de inlenersbeloning. Niet hun werkgever (detacheerder) bepaalt de arbeidsvoorwaarden, maar het inlenende bedrijf waar zij op dat moment gedetacheerd zijn. Gevolg: steeds wisselende arbeidsvoorwaarden en inkomensongelijkheid ten opzichte van collega-gedetacheerden; de ene gedetacheerde verdient 1,5 x zoveel als zijn collega die een vergelijkbaar profiel heeft en hetzelfde werk doet bij een andere opdrachtgever.

“De WAADI heeft onbedoelde en ongewenste gevolgen voor detachering.”

Venema ziet deze ongelijkheid dagelijks binnen zijn organisatie: “Voor secretaresses die wij plaatsen bij de Belastingdienst, in de zorg of bijvoorbeeld een gemeente, moeten wij drie loongebouwen hanteren. Per opdracht geldt een ander salaris. Dat is niet in het belang van onze medewerkers en zorgt niet voor een steady inkomen. En het is toch juist de bedoeling rechts- en inkomenszekerheid te bieden aan mensen.”

‘Kleine ingrepen in bestaande wetgeving’

Het is een voorbeeld van de onbedoelde gevolgen die de WAADI op dit moment met zich meebrengt. Volgens de VvDN werkt de WAADI als een sleepnet op de arbeidsmarkt dat detachering als ongewenste bijvangst meesleurt. De oplossing lijkt eenvoudig: maak een uitzondering in de WAADI voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (vaste contracten).

Venema: “Het arbeidsmarktbeleid is ‘minder flex, meer vast. Dus een uitzondering maken voor vaste contracten sluit precies aan bij de wens van de politiek om flex in te perken. Meer vaste contracten, meer investeren in opleiding en ontwikkeling van mensen – dat is precies wat detacheren doet. Daar kunnen alle politieke kleuren zich toch in vinden? Dan wordt het doel bereikt.”

Position paper

En dat is vrij eenvoudig te realiseren, stelt de VvDN. In een nieuwe, aangescherpte position paper, bedoeld voor politiek en andere stakeholders. doet de vereniging concrete suggesties. Die bieden detachering die ruimte op de arbeidsmarkt die het naar eigen zeggen verdient. Daarvoor zouden slechts enkele ‘kleine ingrepen’ op de bestaande wetgeving nodig zijn.

De VvDN pleit voor aanpassingen in de WAADI, artikel 7:690 BW (Uitzendovereenkomst) en de CAO voor Uitzendkrachten. Door daarin de toevoeging te doen dat deze niet gelden voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, worden de onbedoelde en ongewenste neveneffecten ondervangen, zo is de redenering.

“Het is aan ons om iedereen ervan te overtuigen dat detacheren geen flex is.”

Vanuit Den Haag komt er strengere regulering voor flex; zzp-wetgeving wordt flink aangescherpt en uitzenders krijgen te maken met verplichte certificering en regels om uitzenden te beperken tot ‘ziek en piek’. Des te belangrijker voor detacheerders om als goede werkgevers weg te blijven uit dit politieke anti-flex tumult. Venema: “Wij willen detachering uit het uitzendbestel tillen.“

Dat detacheren nog vaak over één kam wordt geschoren met flex, wijt hij gedeeltelijk ook aan henzelf. “Het verkeerde beeld over detacheren is hardnekkig, te wijten aan een gebrek aan kennis. Het is aan ons om iedereen ervan te overtuigen dat detacheren geen flex is, maar juist goed voor de werkende.”

Geen politiek standpunt, wel praktische input

De VvDN stelt in haar nieuwe position paper dat de eerder doorgevoerde hervormingen op de arbeidsmarkt ‘gefaald’ hebben. “De Wet Werk en Zekerheid. De WAS, de Wet DBA, de WAB – te vaak blijkt dat nieuwe regels op de arbeidsmarkt matig of zelfs averechts te werken. De weerbarstige werkelijkheid laat zich niet bepalen door wetten die te ver afstaan van de dagelijkse praktijk.”

De brancheorganisatie wil nadrukkelijk geen politiek standpunt innemen, wel wil de VvDN graag input leveren als het gaat om de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doelmatigheid van het arbeidsbeleid. Met de voorgestelde aanpassingen in de wetgeving om gedetacheerden met een vast contract de rechts- en inkomensgelijkheid te bieden die zij verdienen, doet de VvDN in ieder geval een concrete, serieuze handreiking aan Den Haag.

Lees ook: Detacheerders: ‘Geef ons meer (juridische) ruimte’

Download de Position Paper VvDN inzake juridische verankering Detacheren (december 2022)

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Als zzp’er inschrijven op een aanbesteding: wat zijn je rechten bij een DAS-procedure?

Via het Dynamisch Aankoopsysteem (DAS) zie je een leuke opdracht voorbijkomen. De criteria zijn je nog niet helemaal duidelijk, maar de opdracht klinkt interessant en je schrijft je in op de aanbesteding. Wanneer de winnaar van de aanbesteding bekend is, blijkt helaas dat jij het niet bent geworden. Jammer, want deze opdracht leek jou op het lijf te zijn geschreven. Welke stappen kan je achteraf nog ondernemen na het inschrijven op een aanbesteding? Wat zijn je rechten? En waar kan je bij de volgende inschrijving op letten?

Een tip vooraf…

Het kan voorkomen dat er in de uitvraag criteria staan die onduidelijk zijn of volgens jou niet passend zijn voor de opdracht. Denk bijvoorbeeld aan criteria die elkaar tegenspreken of een ervaringseis die disproportioneel is voor de werkzaamheden van de opdracht.

Het is belangrijk dat je dergelijke vragen of bezwaren tegen de wijze waarop de uitvraag is ingericht, op tijd meldt bij de aanbestedende partij. Dit kan in de vorm van een bezwaarbrief, maar ook door jouw relatiemanager een bericht te sturen met jouw vraag of bezwaar. Dit geeft de aanbestedende partij de kans om de uitvraag op tijd te verduidelijken of aan te passen.

Na het verlopen van de deadline van de inschrijving, staat de uitvraag met de bijbehorende beoordelingscriteria vast. Vanaf dit moment kan je hier geen vragen meer over stellen of bezwaren tegen maken.


Meer weten?

Volg donderdag 9 februari om 12:3o uur het Webinr “Werving en inhuurtrends” van Jaap Jan Westland (Flextender). Inschrijven kan hier

 


Aanpassingen doorvoeren na inschrijven op een aanbesteding

Heb je je ingeschreven voor de uitvraag? Dan wordt je inschrijving eerst beoordeeld aan de hand van de vastgestelde minimumeisen. Let er goed op dat je inschrijving aan al deze eisen voldoet, want na het inschrijven op een aanbesteding kun je jouw reactie niet meer aanpassen. Dat geldt overigens voor de gehele inschrijving; eenmaal ingediend kun je die niet meer wijzigen.

Je rechten bij een afwijzing

Aanbestedende diensten zijn verplicht alle kandidaten die worden afgewezen een terugkoppeling te sturen. Je hebt tenslotte het recht om te weten waarom je het niet bent geworden. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat je niet aan een minimumeis voldoet of omdat je op bepaalde beoordelingscriteria minder hoog scoorde dan de winnaar. Vaak zijn kandidaten benieuwd op welke plek ze geëindigd zijn of welke beoordeling de winnaar heeft gekregen. Helaas heb je daar geen recht op. De aanbestedende partij hoeft alleen de naam van de winnaar en de reden waarom hij of zij heeft gewonnen bekend te maken.

Bezwaar maken tegen de uitslag

Als je het niet eens bent met de uitslag kun je bezwaar maken. Houd er wel rekening mee dat je achteraf alleen bezwaar kan maken over de beoordeling van jouw inschrijving, niet over de wijze waarop de uitvraag is ingericht. Dit laatste moet voorafgaand aan de inschrijving op een aanbesteding worden gemeld. Een kansrijk bezwaar tegen de uitslag is bijvoorbeeld wanneer je bent afgewezen op een bepaalde minimumeis, terwijl uit je cv blijkt dat je hier wel aan voldoet.

Van bezwaarbrief tot kortgeding

In de uitvraag staat vermeld tot wanneer je bezwaar kan maken over de uitslag van de aanbesteding. Bij een DAS die door Flextender wordt beheerd, moet je binnen een aantal dagen – afhankelijk van de aanbestedende partij – een bezwaarbrief opsturen. Nadat je een reactie hebt gekregen heb je weer een aantal dagen om een kortgeding te starten. Ondanks dit recht, wordt het niet vaak gedaan door zzp’ers. Een kortgeding kost al gauw tussen de 10.000 en 15.000 euro en vraagt om veel tijd, die je natuurlijk ook kan steken in het zoeken van een andere passende opdracht.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Hoogleraar Arbeidsrecht Gerrard Boot over zzp-plannen: ‘Onze hoofdaanbeveling komt niet terug, dat is een gemiste kans’

Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteerde in december haar langverwachte plan om de regels rondom inhuur van zzp’ers te verduidelijken. Nieuwe criteria moeten duidelijker maken wanneer iemand een opdracht mag uitvoeren als zelfstandig ondernemer. Hebben de plannen kans van slagen? ZiPconomy vraagt het diverse deskundigen die zich afgelopen jaren bezighielden met het zzp-vraagstuk.

De commissie van Gerrard Boot kwam in 2016 al met een plan voor duidelijker onderscheid tussen werknemers en zzp’ers. Boot is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden en rechter bij het gerechtshof Amsterdam. Zijn commissie evalueerde de Wet DBA en concludeerde dat de regels duidelijker moeten worden. Daarvoor deed de commissie concrete aanbevelingen, zie kader.


De aanbevelingen van de Commissie Boot

De Commissie Boot adviseert de civiele en fiscale beoordeling los te koppelen. Als het gaat om de fiscale vraag, dan moet daar op eenvoudige manier direct een antwoord op gegeven kunnen worden. Een werkgever mag een zzp’er inhuren met een modelovereenkomst van de Belastingdienst, als de opdracht aan twee van de volgende drie criteria voldoet:

  • De opdracht duurt korter dan een bepaalde termijn;
  • Het uurtarief is meer dan een bepaalde norm;
  • De opdrachtnemer doet geen werk dat hoort bij de kernactiviteiten van de werkgever.

In hoeverre sluiten jullie aanbevelingen aan bij de plannen van minister Van Gennip?

Gerrard Boot: “Deels. De minister werkt aan een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief en wil dat organisaties geen zzp’ers meer kunnen inzetten als werk ‘organisatorisch ingebed’ is. Dat is min of meer wat wij aanbevelen. Maar onze hoofdaanbeveling komt niet terug in de plannen, namelijk onderscheid maken tussen civiele en fiscale kwalificatie. Dat is een gemiste kans.

“Het kabinet zet een belangrijke stap voor de civiele kwalificatie door van inbedding en tarief belangrijke criteria te maken. Maar daarnaast moet de fiscale beoordeling eenvoudiger. De civiele beoordeling gaat onder meer over de vraag of een werknemer recht heeft op vakantiedagen en ontslagbescherming. De criteria voor deze beoordeling zijn ingewikkeld en dit is vaak pas achteraf te beoordelen. Lastig voor werkgevers, maar niet zo’n groot probleem als onzekerheid over fiscale beoordeling. Werkgever en tewerkgestelde moeten tenslotte vanaf dag één weten of ze loonbelasting en premies moeten afdragen. Dat los je op door de civiele en fiscale beoordeling los te knippen.”

De minister neemt die hoofdaanbeveling niet over. Welk effect heeft dat?

“Je leest de consequenties in de voortgangsbrief van 16 december. De minister schrijft dat de handhaving door de Belastingdienst waarschijnlijk een probleem wordt. Of iemand ingebed is in de organisatie, is bijvoorbeeld pas achteraf definitief vast te stellen. Om vooraf duidelijkheid te kunnen bieden, moet de fiscale beoordeling echt eenvoudiger zijn.”

Om vooraf duidelijkheid te kunnen bieden, moet de fiscale beoordeling echt eenvoudiger zijn.

“De noodzaak is duidelijk: op dit moment wordt de fiscale regelgeving amper gehandhaafd. Dat is schadelijk voor de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de overheid. Bovendien zijn er kwetsbare werkenden die bescherming nodig hebben en die niet krijgen. Zij moeten eerst naar de rechter, maar slechts een enkeling zet die stap. Volgens mij is het een taak van de wetgever om te regelen dat zo’n kwetsbare groep beschermd is.”

De duur van de opdracht moet volgens uw commissie ook een criterium worden, maar de minister neemt dat advies niet over.

“Dat is jammer. Het geeft in veel gevallen duidelijkheid als je vooraf kunt bepalen dat voor een kortdurende opdracht geen arbeidsovereenkomst nodig is. Voor een paar weken of een paar uur per week neem je iemand tenslotte niet in dienst. Wellicht komt dit aspect terug in de uitzonderingscriteria voor echte ondernemers.”

Die uitzonderingscriteria komen erop neer dat zzp’ers toch werk mogen doen dat ‘ingebed’ is in een organisatie, als zij voldoen aan bepaalde criteria voor zelfstandig ondernemerschap. Dit was geen aanbeveling van de Commissie Boot. Staat u er wel achter?

“We noemden het niet, maar bedoelden het wel. Ik besef de laatste jaren ook steeds meer hoe belangrijk het recht op ondernemerschap is. In Nederland sta je daar misschien minder gauw bij stil, maar in Oost-Europese landen zien mensen het als een essentieel grondrecht om zelfstandige te kunnen zijn.”

“Als je echt zelfstandige wilt zijn, moet dat dus kunnen. Je hebt dan voordelen en winstkansen, maar draagt ook de risico’s en moet actief op zoek naar je opdrachten. Als je op die manier ondernemer bent, gaat dat niet goed samen met een arbeidsovereenkomst. Ik wil niet zeggen dat ondernemerschap een arbeidsovereenkomst altijd uitsluit. Natuurlijk kan het voorkomen dat je echte ondernemer bent en tussendoor een half jaar in loondienst werkt, als je bijvoorbeeld fulltime kernactiviteiten uitvoert.”

Wat de ondernemerscriteria inhouden en wat precies ‘ingebed werk’ is, moet de minister nog uitwerken. De minister heeft het over ‘inbedding in de organisatie’, de commissie Boot noemt het ‘kernactiviteiten’. Wat is het verschil?

“De betekenissen liggen dicht bij elkaar. Kernactiviteiten zijn noodzakelijk voor het bedrijf, het zijn de hoofdactiviteiten. Een veelgenoemd voorbeeld in deze discussie is een IT’er bij een bank. Werkt hij aan kernactiviteiten? Natuurlijk, zou ik zeggen. Een bank zonder IT, dat is ondenkbaar. Catering bij een bank is bijvoorbeeld geen kernactiviteit.”

“Inbedding is misschien wel een duidelijker woord. Daarbij ligt meer de nadruk op de vraag: ben je onderdeel van de organisatie? Ziet de buitenwereld je ook zo? Heeft het bedrijf verstand van wat jij doet? Een bank heeft geen verstand van koken, dus het is logisch dat zo’n bedrijf de catering aan een ander overlaat. Het past goed bij het criterium voor werknemerschap ‘werken onder gezag’. Een bank heeft bijvoorbeeld wel een Chief Information Officer, maar er zit niemand in het bestuur die gaat over de bedrijfskeuken.”

Wat hoopt u van de uitwerking?

“Het is verstandig dat de minister de tijd neemt om dit te regelen, namelijk tot januari 2025. Deze discussie speelt al jaren, die heb je niet zomaar opgelost. Maar er moet wel echt iets gebeuren. Niet alleen op gebied van wetgeving, maar ook als het gaat om handhaving en goed werkgeverschap.

“In sommige sectoren zie je grote problemen door de toename van het aantal zzp’ers, bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs. De meeste van deze werkenden worden zelfstandige, zodat ze hun werk beter kunnen combineren met hun privéleven. En ze zijn ook meteen van taken af zoals rapportvergaderingen of nachtdiensten. De achterblijvende werknemers blijven zitten met die vervelende taken, want die moeten toch gebeuren. Dit is een onhoudbare situatie.

“De oplossing staat in het rapport van de Commissie Borstlap: maak werknemerschap aantrekkelijker. Pas als je zorgt dat vast werk flexibeler wordt, kun je met z’n allen afspreken dat voor regulier werk een arbeidsovereenkomst nodig is. Dan hebben veel docenten en zorgmedewerkers het zzp-schap niet meer nodig.”

Luister ook: 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , | 1 Reactie