SLUIT MENU

Hoogleraar Arbeidsrecht Gerrard Boot over zzp-plannen: ‘Onze hoofdaanbeveling komt niet terug, dat is een gemiste kans’

Gerrard Boot voorziet een probleem met de zzp-plannen van het kabinet. Toch ziet de voormalig voorzitter van de Commissie Modelovereenkomsten de ideeën ook als een goede stap in de richting van vernieuwing. “Ondernemerschap als criterium: we noemden het niet, maar bedoelden het wel.”

Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteerde in december haar langverwachte plan om de regels rondom inhuur van zzp’ers te verduidelijken. Nieuwe criteria moeten duidelijker maken wanneer iemand een opdracht mag uitvoeren als zelfstandig ondernemer. Hebben de plannen kans van slagen? ZiPconomy vraagt het diverse deskundigen die zich afgelopen jaren bezighielden met het zzp-vraagstuk.

De commissie van Gerrard Boot kwam in 2016 al met een plan voor duidelijker onderscheid tussen werknemers en zzp’ers. Boot is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden en rechter bij het gerechtshof Amsterdam. Zijn commissie evalueerde de Wet DBA en concludeerde dat de regels duidelijker moeten worden. Daarvoor deed de commissie concrete aanbevelingen, zie kader.


De aanbevelingen van de Commissie Boot

De Commissie Boot adviseert de civiele en fiscale beoordeling los te koppelen. Als het gaat om de fiscale vraag, dan moet daar op eenvoudige manier direct een antwoord op gegeven kunnen worden. Een werkgever mag een zzp’er inhuren met een modelovereenkomst van de Belastingdienst, als de opdracht aan twee van de volgende drie criteria voldoet:

  • De opdracht duurt korter dan een bepaalde termijn;
  • Het uurtarief is meer dan een bepaalde norm;
  • De opdrachtnemer doet geen werk dat hoort bij de kernactiviteiten van de werkgever.

In hoeverre sluiten jullie aanbevelingen aan bij de plannen van minister Van Gennip?

Gerrard Boot: “Deels. De minister werkt aan een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief en wil dat organisaties geen zzp’ers meer kunnen inzetten als werk ‘organisatorisch ingebed’ is. Dat is min of meer wat wij aanbevelen. Maar onze hoofdaanbeveling komt niet terug in de plannen, namelijk onderscheid maken tussen civiele en fiscale kwalificatie. Dat is een gemiste kans.

“Het kabinet zet een belangrijke stap voor de civiele kwalificatie door van inbedding en tarief belangrijke criteria te maken. Maar daarnaast moet de fiscale beoordeling eenvoudiger. De civiele beoordeling gaat onder meer over de vraag of een werknemer recht heeft op vakantiedagen en ontslagbescherming. De criteria voor deze beoordeling zijn ingewikkeld en dit is vaak pas achteraf te beoordelen. Lastig voor werkgevers, maar niet zo’n groot probleem als onzekerheid over fiscale beoordeling. Werkgever en tewerkgestelde moeten tenslotte vanaf dag één weten of ze loonbelasting en premies moeten afdragen. Dat los je op door de civiele en fiscale beoordeling los te knippen.”

De minister neemt die hoofdaanbeveling niet over. Welk effect heeft dat?

“Je leest de consequenties in de voortgangsbrief van 16 december. De minister schrijft dat de handhaving door de Belastingdienst waarschijnlijk een probleem wordt. Of iemand ingebed is in de organisatie, is bijvoorbeeld pas achteraf definitief vast te stellen. Om vooraf duidelijkheid te kunnen bieden, moet de fiscale beoordeling echt eenvoudiger zijn.”

Om vooraf duidelijkheid te kunnen bieden, moet de fiscale beoordeling echt eenvoudiger zijn.

“De noodzaak is duidelijk: op dit moment wordt de fiscale regelgeving amper gehandhaafd. Dat is schadelijk voor de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de overheid. Bovendien zijn er kwetsbare werkenden die bescherming nodig hebben en die niet krijgen. Zij moeten eerst naar de rechter, maar slechts een enkeling zet die stap. Volgens mij is het een taak van de wetgever om te regelen dat zo’n kwetsbare groep beschermd is.”

De duur van de opdracht moet volgens uw commissie ook een criterium worden, maar de minister neemt dat advies niet over.

“Dat is jammer. Het geeft in veel gevallen duidelijkheid als je vooraf kunt bepalen dat voor een kortdurende opdracht geen arbeidsovereenkomst nodig is. Voor een paar weken of een paar uur per week neem je iemand tenslotte niet in dienst. Wellicht komt dit aspect terug in de uitzonderingscriteria voor echte ondernemers.”

Die uitzonderingscriteria komen erop neer dat zzp’ers toch werk mogen doen dat ‘ingebed’ is in een organisatie, als zij voldoen aan bepaalde criteria voor zelfstandig ondernemerschap. Dit was geen aanbeveling van de Commissie Boot. Staat u er wel achter?

“We noemden het niet, maar bedoelden het wel. Ik besef de laatste jaren ook steeds meer hoe belangrijk het recht op ondernemerschap is. In Nederland sta je daar misschien minder gauw bij stil, maar in Oost-Europese landen zien mensen het als een essentieel grondrecht om zelfstandige te kunnen zijn.”

“Als je echt zelfstandige wilt zijn, moet dat dus kunnen. Je hebt dan voordelen en winstkansen, maar draagt ook de risico’s en moet actief op zoek naar je opdrachten. Als je op die manier ondernemer bent, gaat dat niet goed samen met een arbeidsovereenkomst. Ik wil niet zeggen dat ondernemerschap een arbeidsovereenkomst altijd uitsluit. Natuurlijk kan het voorkomen dat je echte ondernemer bent en tussendoor een half jaar in loondienst werkt, als je bijvoorbeeld fulltime kernactiviteiten uitvoert.”

Wat de ondernemerscriteria inhouden en wat precies ‘ingebed werk’ is, moet de minister nog uitwerken. De minister heeft het over ‘inbedding in de organisatie’, de commissie Boot noemt het ‘kernactiviteiten’. Wat is het verschil?

“De betekenissen liggen dicht bij elkaar. Kernactiviteiten zijn noodzakelijk voor het bedrijf, het zijn de hoofdactiviteiten. Een veelgenoemd voorbeeld in deze discussie is een IT’er bij een bank. Werkt hij aan kernactiviteiten? Natuurlijk, zou ik zeggen. Een bank zonder IT, dat is ondenkbaar. Catering bij een bank is bijvoorbeeld geen kernactiviteit.”

“Inbedding is misschien wel een duidelijker woord. Daarbij ligt meer de nadruk op de vraag: ben je onderdeel van de organisatie? Ziet de buitenwereld je ook zo? Heeft het bedrijf verstand van wat jij doet? Een bank heeft geen verstand van koken, dus het is logisch dat zo’n bedrijf de catering aan een ander overlaat. Het past goed bij het criterium voor werknemerschap ‘werken onder gezag’. Een bank heeft bijvoorbeeld wel een Chief Information Officer, maar er zit niemand in het bestuur die gaat over de bedrijfskeuken.”

Wat hoopt u van de uitwerking?

“Het is verstandig dat de minister de tijd neemt om dit te regelen, namelijk tot januari 2025. Deze discussie speelt al jaren, die heb je niet zomaar opgelost. Maar er moet wel echt iets gebeuren. Niet alleen op gebied van wetgeving, maar ook als het gaat om handhaving en goed werkgeverschap.

“In sommige sectoren zie je grote problemen door de toename van het aantal zzp’ers, bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs. De meeste van deze werkenden worden zelfstandige, zodat ze hun werk beter kunnen combineren met hun privéleven. En ze zijn ook meteen van taken af zoals rapportvergaderingen of nachtdiensten. De achterblijvende werknemers blijven zitten met die vervelende taken, want die moeten toch gebeuren. Dit is een onhoudbare situatie.

“De oplossing staat in het rapport van de Commissie Borstlap: maak werknemerschap aantrekkelijker. Pas als je zorgt dat vast werk flexibeler wordt, kun je met z’n allen afspreken dat voor regulier werk een arbeidsovereenkomst nodig is. Dan hebben veel docenten en zorgmedewerkers het zzp-schap niet meer nodig.”

Luister ook: 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *