Betaalbare AOV en pensioen voor zp’ers: In Canada is dat vanzelfsprekend Geplaatst 8 november 2019 door Gastblogger In tegenstelling tot Nederland zijn in Canada een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) en een pensioen (AOW en andere pensioenregelingen) beide met hun aanvullende opties al decennia een feit voor alle werkenden, inclusief zelfstandige ondernemers. Het grootste verschil met Nederland is dat in Canada beide grotendeels geregeld zijn door de overheid en/of werkgevers en veel minder door commerciële partijen. Volgens Statistics Canada zijn er 2.9 miljoen zelfstandige ondernemers op een bevolking van iets meer dan 37 miljoen. Alle Canadezen kunnen in principe een AOV afsluiten. Zelfstandige ondernemers betalen een zelfstandige premie, hun eigen gedeelte en het gedeelte van de werkgever (dus: het deel van de premie dat bij werknemers door hun werkgever wordt betaald). Het lijkt natuurlijk veel, maar is niet meer dan logisch als je je eigen werkgever bent. Bovendien lijkt het ook makkelijker om een goede uitkering te ontvangen dan bij de privé-verzekeringen in Nederland het geval is: iemand die tijdelijk niet kan werken of deels of volledig arbeidsongeschikt raakt vanwege blessure of ziekte ontvangt tussen 60 en 85% van een gewoon inkomen tot een bepaald maximum. Eén instantie Voor alle werkenden in Canada is er één nationale overheidsinstantie, de Canada Employment Insurance Commission (CEIC), die alle uitkeringen omtrent werk regelt. Zorg en bijstand zijn op provinciaal niveau geregeld: Canada is zeer groot, en het is logisch om deze zaken aan de provincies die hun eigen inwoners het beste kennen over te laten. De Franstalige provincie Québec is een uitzondering en heeft onder andere zijn eigen immigratiebeleid, belastingstelsel, onderwijs, commissie voor gezondheid en veiligheid op het werk die AOV regelt en een pensioensysteem. Er is geen dubbele belasting maar inderdaad soms meer administratie voor de 8.4 miljoen inwoners van Québec. Broodfondsen of bedrijven die een pensioenfonds opzetten als gat in de markt zijn niet nodig. Zulke initiatieven in Nederland leggen vooral bloot hoe slecht het systeem in Nederland functioneert als je niet in loondienst ben. Wat betreft pensioen hebben alle Canadezen een AOW, dat laatste gecombineerd met sparen samen met een werkgever of een aparte spaarregeling die aftrekbaar is, dus vergelijkbaar met Nederland. Maar zelfstandige ondernemers doen hier ook aan mee door een premie af te dragen. Als ze in Québec werkzaam zijn, wordt dat geharmoniseerd. En extra sparen kan altijd. In Nederland bestaat een pensioenregeling voor zelfstandige ondernemers zoals in Canada niet: er is een AOW en voor een aanvullend pensioen moeten mensen bij een privé-verzekeraar aankloppen. Bovendien is het voor de meeste zelfstandigen niet te betalen. Versplinterd In Nederland is veel versplinterd: een privé-verzekeraar voor zorg, een lokale overheid voor mantelzorg, het UWV voor bijvoorbeeld een uitkering en ga zo maar door: Er zijn te veel verschillende instanties en partijen. Dat is al moeilijk voor de meeste Nederlanders, laat staan voor nieuwkomers. Wij weten ook inmiddels dat het UWV intern niet goed functioneert. Of er in Nederland een betaalbare AOV voor zelfstandige ondernemers gaat komen is zeer de vraag. Ook niet onbelangrijk is dat zorg gratis is voor alle Canadezen, vergelijkbaar met de NHS [National Health System] in het Verenigd Koninkrijk. Niemand gaat daarvoor de armoede in zoals in de Verenigde Staten. Andere dingen die geen punt zijn: kleine ondernemers hoeven geen btw af te dragen zowel op nationaal als provinciaal niveau als ze minder verdienen dan CDN 30,000 (EUR 20,522). Zelfstandige ondernemers hebben ook geen BSN-nummer in hun btw-nummer en zzp’ers hoeven niet ingeschreven te worden bij de KVK. Gelukkig komt Nederland er eindelijk achter dat kleine zelfstandigen niets hebben aan het innen van btw om vervolgens het weer terug te krijgen door de kleine ondernemersregeling (KOR) en dat een BSN-nummer als btw-nummer ontzettend dwaas was en wordt vervangen, alhoewel op een onhandig manier. Niet uit te leggen Deze ‘Nederlandse toestanden’ zijn niet uit te leggen aan mijn vrienden en familie in Canada. Hopelijk is het beeld van ‘zo kan het ook’ uit te leggen aan Nederlandse belanghebbenden die echt voor een vernieuwde arbeidsmarkt voor moderne werkenden staan. Auteur: Natasha Cloutier Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags aov, Canada, pensioen | Laat een reactie achter
Symposium Gig Work moet discussie over platformeconomie stap verder brengen Geplaatst 7 november 2019 door Arthur Lubbers Platformisering, een vloek of een zegen? Gig-werk roept nog altijd gemengde reacties op onder politici, platformaanbieders en degenen die ervan gebruik maken. Aan de ene kant leveren platforms als Uber, Temper en Helpling een positieve bijdrage aan de flexibiliserende arbeidsmarkt door snel en efficiënt freelancers aan werk te koppelen. Aan de andere kant zijn er zorgen over de sociaal-economische, arbeidsrechtelijke bescherming van de freelancers en het gebruik van technologie in de opkomende kluseconomie. Dergelijke paradoxen staan centraal tijdens het symposium ‘Platform Economy Puzzles: Unravelling the Gig Work Paradox’ dat op 19 november bij de Universiteit Twente in Enschede plaatsvindt. Bredere kijk op gig werk Het symposium wordt georganiseerd door Dr. Giedo Jansen, Dr. Victoria Daskalova en Dr. Jeroen Meijerink, allen verbonden aan de Universiteit Twente. Zij werken samen met buitenlandse wetenschappers uit verschillende vakgebieden aan een boek over dit onderwerp, dat eind volgend jaar uitkomt. “Wij willen een bredere kijk op platformeconomie brengen en een link naar diverse stakeholders leggen. Het symposium is een openbaar evenement dat alle belanghebbenden bij elkaar brengt, wetenschap en praktijk”, zegt Meijerink, zelf Universitair Docent Human Resource Management (HRM) aan de Universiteit Twente. Dus naast wetenschappers uit Japan, Ierland, Australië en Canada, delen ook platformwerkers en -aanbieders als Deliveroo en GigNow (Ernst &Young) hun ervaringen. Ook vertegenwoordigers van de Autoriteit Consument & Markt en het Europees Parlement (Agnes Jongerius) discussiëren mee tijdens het symposium. Technologie creëert uitdagingen Want de platformeconomie biedt kansen, maar stelt ons ook voor uitdagingen. Het wakkert de politieke discussie aan. Het grote verschil tussen de sociaal-economische en arbeidsrechtelijke status van werknemers (wel bescherming) en kluswerkers (weinig of geen bescherming) zorgt voor een groeiend spanningsveld op de arbeidsmarkt. Daarnaast is er de technologie. Prachtig die algoritmes die tot slimme toepassingen en matches leiden, maar soms creëert technologie ongewild ook een ongelijk speelveld. Meijerink noemt als voorbeeld het newby-effect; freelancers die al langer actief zijn op een platform hebben inmiddels een online reputatie opgebouwd en verschijnen dus als beste opties op het platform. Nieuwkomers die zich aanmelden hebben hierdoor meteen een grote achterstand. Voor hen is het moeilijk er tussen te komen. En dan is er nog de vraag over de rechtvaardigheid van het verdienmodel. Platformwerkers genereren data die platformaanbieders kunnen verkopen aan derden. Bijvoorbeeld: een maaltijdbezorger van Deliveroo brengt een pizza van A naar B, maar levert daarmee ook waardevolle informatie. Het platform kan deze data doorverkopen aan bijvoorbeeld Albert Heijn, die daarmee de schappen met diepvriespizza’s per regio kan aanpassen op de vraag. Zou de platformwerker daar ook niet voor gecompenseerd moeten worden? Meer regulering Het zijn thema’s die vragen om oplossingen. Victoria Daskalova ziet dan ook een trend voor de nabije toekomst. “Ik verwacht dat gig work snel meer gereguleerd gaat worden. Kwesties over de vraag of zzp’ers prijsafspraken mogen maken komen voor de rechters op nationaal en internationaal niveau. Eerder dit jaar heeft de Nederlandse mededingingsautoriteit een zienswijze en een consultatiedocument gepubliceerd. Er zijn allerlei initiatieven om het platformwerk te reguleren en de sociale zekerheid van kluswerkers meer te waarborgen. En dat gebeurt niet alleen in Nederland, denk aan de omstreden ABC-test voor zzp’ers in Californië – Je kunt platformwerk vergelijken met uitzendwerk van 20 tot 30 jaar geleden. Dat was toen ook nog niet goed geregeld, maar het wettelijk kader is sindsdien vooruit gegaan.” Daskalova ziet goede regelgeving als een uitdaging voor alle partijen die bij de platformeconomie betrokken zijn. “Natuurlijk blijft er een spanningsveld, maar ook marktpartijen hebben behoefte aan rechtszekerheid.” Dat zal volgens haar ook meer recht doen aan het fenomeen platformwerk. “Bedrijven als Uber en Deliveroo komen nu vaak negatief in het nieuws. Maar we willen natuurlijk een veel diverser beeld laten zien dan nu in de media verschijnt. De platformeconomie is groter dan alleen Uber en Deliveroo, en manifesteert zich ook internationaal met crowdsourcingplatformen zoals Upwork, Fiverr en Clickwork.” Laagdrempelig en transparant Een van de sprekers die vanuit de praktijk een bijdrage levert op het symposium is Edward Belgraver van Verloning.nl, dat onder meer platformwerkers faciliteert door administratieve en fiscaal-juridische zaken voor hen te regelen. Belgraver wijst graag op de voordelen van platformwerk. “De groei in platformen geeft aan dat er behoefte aan is. De huidige arbeidsmarkt voldoet niet aan de wensen van opdrachtgevers en zzp’ers.” En daarbij komt volgens hem dat platformwerk – mits goed gereguleerd – ook een heel positieve kant heeft. “Het dringt het zwartwerken terug en platformwerk maakt het veel transparanter. Bij UberEats bijvoorbeeld weet je precies wie, wat doet en wat, aan wie betaald wordt. Concurrent Thuisbezorgd is in dat opzicht helemaal niet transparant.” Verloning.nl wil platformwerk laagdrempeliger maken. Daarmee komt werk volgens Belgraver meer binnen handbereik voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en draagt het bij aan de arbeidsparticipatie van bijvoorbeeld jongeren in achterstandswijken. Belgraver erkent ook dat er behoefte is aan goede regulering en handhaving en wil daaraan met zijn diensten een bijdrage leveren. “Wij zorgen ervoor dat de afdracht goed is geregeld en dat de opdrachtgever zich geen zorgen hoeft te maken over mogelijke naheffingen, denk aan de huidige onduidelijkheid van de Wet DBA.” Het internationale symposium Platform Economy Puzzles: Unraveling the Gig Work Paradox vindt plaats op dinsdag 19 november a.s. bij de Universiteit Twente in Enschede. ‘Iedereen die op een of andere manier betrokken is bij de gig economie is welkom’, zo laat de organisatie weten. Er is plaats voor 150 deelnemers. Voor het programma en registratie (gratis) kijk op de site van de Universiteit Twente. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags AB5, gig-economy, Platformen | Laat een reactie achter
De obstacle run door het landschap van flex Geplaatst 6 november 2019 door Hugo-Jan Ruts Michel van Hoeij, Directeur Business Development bij de Driessen Groep, is een sportief mens. Stiekem al bijna vijftig, maar zichtbaar nog in goede conditie. Een van de redenen: Michel doet aan obstacle running. Hardlopen op een parcours waarin je met regelmaat verwachte en onverwachte obstakels tegenkomt. En dat lijkt aardig op wat de gemiddelde HR- of inkoopprofessional ervaart als zij of hij probeert grip op inhuur te krijgen, zo weet Van Hoeij. Zelf is hij al zo’n beetje z’n halve leven actief in de wereld van flexibele arbeid. Wetgeving en andere obstakels Gevraagd naar hun eigen ervaringen weten de aanwezigen op het Congres HRM trends & ontwikkelingen van de Driessen Groep, allemaal werkzaam in de publieke sector, genoeg obstakels op te noemen. Managers die regels omtrent inhuur, als die er al zijn, aan hun laars lappen. Hoe hoger in de organisatie, hoe meer vrijheid ze op dat vlak nemen. Eigen contracten, eigen ideeën over tarieven. Een wervingsbeleid dat niet aansluit op de realiteit van de arbeidsmarkt. De flex-reflex, waarbij lastige (en daarmee leuke) projecten automatisch naar externen gaan en waarmee eigen talent te snel over het hoofd gezien wordt. Geen goede urenverantwoording. Gebrek aan regie. Verschillende vormen van flexibele arbeid in verschillende systemen. Ad hoc inhuur. Geen inzicht in de behoefte aan flexibiliteit op de middellange termijn. “In de ideale wereld helpt wetgeving je om het organiseren van flexibiliteit op een rechtmatige en verantwoorde manier te doen. Zeker in de publieke sector. Maar helaas”, moest een van de aanwezigen concluderen. Aanbestedingsregels en arbeidsmarktwetgeving maken het deze professionals vaak eerder moeilijker en duurder om de regie op inhuur te pakken. Terwijl kostenbeheersing en voldoen aan wetgeving nu juist een van de aanleidingen is om die hindernisbaan op te gaan. Obstakels genoeg dus, maar dat maakt de wil om die te overwinnen er niet minder op. De aanwezige HR-adviseurs wisselden ervaringen uit hoe ze zelf de eerste stappen maken richting meer grip op inhuur. En dat was nu precies het doel van deze workshop. Inzicht in de wildernis Als ervaringsdeskundige heeft Van Hoeij zo zijn ideeën over wat je moet doen om een beetje vlotjes over de obstakels heen te gaan. Definities, inzicht en vakmanschap staan daarin centraal. Om te beginnen: weten wat er in dat wonderlijke landschap van leveranciers te koop is. Van Hoeij wijst daarbij onder andere naar het overzicht van de ZiParena. Het hanteren van de juiste definities om daarmee ook het verschil tussen termen als broker, neutral vendor, MSP en de vele concepten te herkennen en te erkennen. Zeker als je gaan aanbesteden. Denk vooraf goed na welk probleem rondom inhuur je opgelost/verbeterd wilt hebben, alvorens je kiest voor een dienstverleningsvorm. Het inzicht hebben over waar je als organisatie staat, start met het stellen van de juiste vragen. Wat is de ‘(on)volwassenheid’ van het huidige inhuurbeleid? Wat is die nu en waar wil je naartoe? Waarbij hoog geavanceerde programma’s, waar bijvoorbeeld vast en flex helemaal in elkaar opgaan, echt niet de beste oplossing hoeven te zijn. Wat is de dynamiek tussen de verschillende vormen van flexibiliteit? Kwalitatief ten opzichte van kwantitatief. Maar ook extern ten opzichte van interne flex, waarbij de mogelijkheden van interne flex nogal eens over het hoofd gezien worden. Nee, die mooie projecten die specifieke vaardigheden vragen hoeven zeker niet per definitie door iemand van buitenaf gedaan te worden. Om uit de eerste fase van ad hoc inhuur te komen helpt het zeker om in het denken over personeelsplanning ook het onderwerp externe flexibiliteit mee te nemen. Juist gezien de spanning op de arbeidsmarkt. De titel van de lezing van Gerard Evers had niet voor niets de treffende titel “Strategische personeelsplanning in turbulente tijden”. Van Hoeij vat samen: Maak duidelijk welk probleem je opgelost wilt hebben Wees realistisch hoe volwassen je huidige inhuurbeleid is Kies de beste oplossing voor je eigen organisatie, volg niet zo maar wat populair is in de markt Geduld en vastberadenheid Weten waar je staat. Weten wat je te doen staat. Met de nodige kennis als bagage. En dan moet je toch een keer die obstakelbaan op. Denk niet dat je de verschillende fases in recordtempo kan doorlopen, zo waarschuwt Van Hoeij. Het ontwikkelen van een inhuurbeleid en uitvoering daarvan wordt in toenemende mate een apart vak. Naast kennis – zie hiervoor – vraagt dat om oefening. Pilots, leren wat werkt. Ervaring opdoen. Met het juiste materiaal, voorbereiding, oefening, gevoel voor tempo en dan de nodige vastberadenheid, kan elke organisatie die obstacle run door het landschap van flex aan. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Driessen, inhuur, onderwijs, overheid, reijn, zorgsector | Laat een reactie achter
Gelijk werk. Gelijk loon. Ook voor zelfstandigen. Geplaatst 6 november 2019 door Magnit Dit weekend werd flex-Nederland “opgeschrikt” door het bericht dat de rechter van mening is dat de Persgroep een eerlijke vergoeding dient te betalen aan tekstschrijvers en fotografen. Onze eerste gedachte was: fantastisch, daar schreeuwt Nederland al jaren om! Vakbonden, belangenorganisaties. politieke partijen, zelfstandigenorganisaties, de SER: iedereen is tegen uitbuiting van zzp’ers. Als je doorvraagt, dan zegt iedereen dat zzp’ers een eerlijke beloning voor eerlijk werk moeten krijgen. Maar ja, wat is die eerlijke beloning? Ons beeld was altijd dat dit niet in de wet vastgelegd is, en dat ondernemers vrij zijn om elk tarief met elkaar overeen te komen. En nu blijkt dat het dus tóch kan. De Wet Auteurscontractenrecht uit 2015 stelt dat auteurs recht hebben op een ‘billijke vergoeding’. En daar slaat de teleurstelling alweer toe. Het gaat hier slechts over auteurscontracten, en dus niet over zzp’ers op de bouwplaats, of de ICT-ers bij grote beursgenoteerde instellingen. Pas de wet Waadi aan voor eerlijke vergoedingen voor zzp’ers Misschien wel het meest voor de hand liggende antwoord op deze problematiek zou zijn: Leg minimum vergoedingen vast in de zzp-wet. Maar die bestaat helaas niet. We hebben in Nederland geen wet die zzp’ers definieert, geen wet met duidelijke richtlijnen wat je wel en niet mag afspreken met zzp’ers, laat staan een wet met heldere criteria over wat een zzp’er nou eigenlijk is. Hoe verhelderend zou het zijn als die wet er wél zou zijn, net zo als de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi uit 2012). Deze Wet Waadi gaat weliswaar alleen over arbeidskrachten in loondienst, maar regelt wel op een hele duidelijke wijze een aantal zaken over hoe je eerlijk en fatsoenlijk met ingehuurde arbeidskrachten omgaat. Denk hierbij aan het verbod op concurrentiebedingen bij indiensttreding bij de klant, het verbod op het vragen om een bemiddelingsvergoeding aan de arbeidskracht en natuurlijk de inlenersbeloning. Een ingehuurde arbeidskracht heeft namelijk recht op dezelfde, eerlijke vergoeding voor hetzelfde eerlijke werk als de collega’s waar hij mee samenwerkt. De gedachte dat je afspraken maakt over wat een eerlijke of billijke vergoeding is voor arbeid is dus helemaal niet zo gek. Maar tegelijkertijd rijst de vraag waarom een billijke dan wel eerlijke vergoeding niet geregeld zou kunnen worden voor zzp’ers die arbeid verrichten. Het kan dus wél voor ingehuurde arbeidskrachten in loondienst, en naar het nu blijkt, kan het óók voor auteurs en fotografen. Dan zou je zeggen dat het gewoon een kwestie is van politieke wil. Als we in de wet de rechten van zzp’ers zouden willen verankeren, dan moet dat prima kunnen. Misschien kan dit zelfs wel door de Wet Waadi uit te breiden met enkele clausules die ingaan op zzp’ers die hoofdzakelijk hun arbeid aanbieden aan hun klant. En dat die klant ten minste een billijke vergoeding moet betalen voor die arbeid. Een rechter is absoluut bij machte om dit te toetsen getuige de recente uitspraak inzake auteurs en fotografen. Waar een wil is, is een (politieke) weg Brainnet is van mening dat de basis voor eerlijk werk is gelegd in cao’s en dat het werken met zzp’ers altijd gelegen moet zijn in redenen van specialistische kennis, tijdelijke schaarste en flexibiliteit. Nooit en te nimmer mag de motivatie zitten in het feit dat een zzp’er goedkoper zou zijn dan een vergelijkbare arbeidskracht in loondienst. Cao’s in Nederland regelen dat er niet geconcurreerd kan worden op arbeidsvoorwaarden en de Wet Waadi borgt dat dit ook niet gedaan kan worden met ingehuurde arbeidskrachten in loondienst. Zouden we met een kleine aanpassing van de Wet Waadi de discussie over schijnzelfstandigheid en uitbuiting van zzp’ers naar de geschiedenisboeken kunnen verwijzen? Het vergt enige politieke wil, maar waar een wil is, is een weg… Anne Meint Bouma, Tjebbe van Oostenbruggen, Christoph van der Stelt (Directie Brainnet) Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Brainnet, Waadi | 3s Reacties
ABN AMRO: De toekomst van zp’ers ziet er goed uit Geplaatst 5 november 2019 door ZiPredactie De toekomst van zp’ers ziet er goed uit. Dat stelt Han Mesters, sector banker bij ABN AMRO, in een vandaag verschenen rapport dat hij schreef samen met Niels Huismans van de Adapt Groep. Voor het rapport deden ABN AMRO en Adapt Groep eigen onderzoek, waaraan ruim 900 zp’ers deelnamen. De toegevoegde waarde van zp’ers is volgens de auteurs de laatste tien jaar toegenomen: specialistische kennis komt sneller tot bloei in wisselende en projectmatige omgevingen, de zp’er weet dat hij zo goed is als zijn laatste project en is veel minder gevoelig voor interne politieke verhoudingen. Ook is de ‘tijdgeest’ in zijn voordeel: het belang van specialistische kennis neemt toe en het is vaak te duur voor bedrijven om specialisten in vaste dienst te nemen. De zp’er gedijt ten slotte bij de genoemde grote veranderingen en kan hier bovendien zelf in belangrijke mate vorm aan geven. Drie veranderingen Het rapport, dat de titel “De cruciale rol van de zp’er in disruptieve tijden” kreeg, gaat over de bestaansredenen van zp’ers, de rol die zij binnen organisaties hebben en hun toekomstperspectief. Wat zijn de gevolgen van grote maatschappelijke en technologische veranderingen voor organisaties en wat is de rol daarbij van zp’ers? De auteurs herkennen op drie niveaus grote veranderingen: In de eerste plaats de snelle veranderingen in de omgeving van bedrijven. Denk aan het sterk toenemende belang van privacy, compliance, cybersecurity, wet- en regelgeving en schaarste aan medewerkers. In de tweede plaats zien ze door die toenemende complexiteit van de omgeving grote veranderingen plaatsvinden binnen de structuur van bedrijven. Het traditionele hiërarchische aansturingsmodel hapert en er ontstaat een kloof tussen de in het verleden opgebouwde competenties en de competenties die nu nodig zijn. Binnen deze trap gaat het over de dynamiek binnen de organisatie: cultuur, structuur en leiderschap. Bedrijven moeten zich bezighouden met existentiële vragen met betrekking tot hun doelen en de boodschap die ze willen uitdragen. In het aanhoudende gevecht om het binnenhalen van talent komen bedrijven tot de conclusie dat hun bedrijfscultuur, hun structuur en leiderschap hierbij een belangrijke rol spelen. In de derde plaats veranderen medewerkers. In Nederland bestaat in 2030 de helft van de beroepsbevolking uit de zogeheten millennial-generatie die bij de invulling van werk andere behoeften heeft dan eerdere generaties. ZP’er aan de macht? De zp’ers is aan de macht, zo zeggen de auteurs. In de tarieven is dat alleen nog niet zo erg te merken. Slechts 39% van de zp’ers heeft zijn tarief kunnen verhogen, terwijl 70% daarop had gerekend. Hoewel de prijsdruk in de flexsector dus ook de zp’er raakt, zal zijn marktmacht de komende jaren toch groter worden, verwachten de auteurs. ‘Vooral jongere professionals zijn niet meer in vaste dienst te lokken, zoals vroeger’, aldus Han Mesters. Mesters voorspelt verder dat de schaarste op de arbeidsmarkt zal aanhouden. De bevolkingskrimp is daarbij bepalender dan de groei van de economie. Om zp’ers aan zich te binden, zullen bedrijven hard moeten werken aan herkenbare waarden, aldus het rapport. Bijna 70% van de professionals vindt het ‘werkgeversmerk’ van hun opdrachtgever belangrijker dan het bedrijfsmerk. Download hier het rapport Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ABN AMRO, tarieven | Laat een reactie achter
Loonkloof nog groter bij zzp’ers: vrouwelijke freelancer verdient 33% minder Geplaatst 5 november 2019 door Claartje Vogel Gemiddeld verdienen Nederlandse vrouwelijke zelfstandig ondernemers flink minder dan mannen, blijkt uit cijfers van de OESO. De organisatie voor samenwerking en ontwikkeling tussen rijke industrielanden zette de mediane inkomsten van zelfstandig ondernemers en werknemers naast elkaar. Daaruit blijkt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen een stuk groter is bij zzp’ers, dan bij werkenden in loondienst. In 2016 verdienden mannelijke zzp’ers in Nederland gemiddeld 33 procent meer dan vrouwen. Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers is minder groot. Gemiddeld verdienen mannen in loondienst 14 procent meer dan vrouwen. afbeelding: loonkloof zzp’ers, 2016. (bron: OESO) Verschillen worden kleiner Dit zijn ongecorrigeerde loonverschillen, waarbij niet gekeken werd naar bijvoorbeeld werkervaring, leeftijd en sector. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende dat het verschil een stuk kleiner is na correctie. Dan blijkt dat vrouwen in het bedrijfsleven gemiddeld 7 procent minder verdienen dan mannen, bij de overheid is dat 5 procent minder (2016). Deze percentages dalen al jaren. Afbeelding: loonkloof werknemers, 2014. (bron: OESO) Ook het loonverschil tussen mannelijke en vrouwelijke zzp’ers daalt. In 2006 was er nog een loonkloof van 44 procent. Vrouwelijke ICT’er verdient juist meer Volgens onderzoekers van de Intelligence Group zijn er grote verschillen per sector. In 2018 onderzochten zij de tarieven van 2.028 freelancers in diverse beroepsgroepen. Daaruit blijkt dat vrouwen in de medische dienstverlening gemiddeld bijna 30 euro minder verdienen dan mannen. In de media en communicatie is het verschil zo’n 10 euro in het nadeel van vrouwelijke zzp’ers. Maar in de ICT verdienen vrouwen juist meer dan mannen. Volgens Geert-Jan Waasdorp van de Intelligence Group komt dit waarschijnlijk omdat vrouwen schaars zijn in deze sector. En schaarste wordt nu eenmaal beter beloond. Hoe minder ervaring, hoe minder verschil Ook vrouwen tussen de 30 en 35 jaar met 5-10 jaar werkervaring verdienen meer dan mannelijke zzp’ers. Waasdorp vertelde eerder tegen ZiPconomy dat beloningen voor jonge freelancers met minder ervaring transparanter zijn. “Naarmate freelancers meer ervaring krijgen, wordt de waarde van de ervaring minder zichtbaar. En daardoor worden verschillen in tarieven groter.” Onderhandelen vrouwen slechter? Waasdorp denkt van niet. “Ze hebben andere prioriteiten dan mannen. Ze willen vaker dichtbij huis werken of minder uren. Ze nemen dan genoegen met een lager tarief en ruilen dat uit tegen andere voorwaarden.” Internationale verschillen Ook in andere landen verdienen mannelijke ondernemers meer. De zzp-loonkloof tussen mannen en vrouwen is het grootst in de Verenigde Staten en Polen (56 procent). Opvallend: in Estland verdienen vrouwen juist gemiddeld 16 procent meer dan mannelijke zzp’ers. Als het gaat om werknemers in loondienst, hebben onze Zuiderburen de kleinste loonkloof van alle OESO-landen. In België verdienen mannelijke fulltimers gemiddeld 4,6 procent meer dan vrouwen, blijkt uit cijfers van overheidsinstantie StatBel. Sinds de zogenoemde ‘loonkloofwet’ uit 2012 is het verschil flink gedaald. De wet verplicht bedrijven om hun loongegevens te publiceren. Ondernemers met meer dan vijftig werknemers moeten elke twee jaar een verslag maken over de voortgang die ze boeken op het gebied van gelijke betaling. Belgische freelancers: vrouw verdient 30% minder Het is daarom opvallend dat de loonkloof tussen Belgische zzp’ers bijna net zo groot is als het verschil in Nederland. In 2016 verdienden mannelijke Belgische zzp’ers 30 procent meer dan vrouwen. En dat percentage is sinds 2010 nauwelijks veranderd. Dat komt omdat de loonkloofwet niet geldt voor zzp’ers, vertelt de Belgische politica Katia Segers aan de Financial Times: “Bedrijven zijn niet verplicht cijfers over de betalingen aan freelancers te publiceren.” Volgens haar zijn er regels nodig om te zorgen voor seksegelijkheid. Dat denkt ook Sarah Kaplan, directeur van het gender- en economyinstituut aan de Rotman School of Management in Toronto. Tegen de Financial Times zegt zij dat het lastig is om bedrijven te controleren op seksediscriminatie, als er geen beleid is. Meer transparantie Overheden moeten zorgen voor meer transparantie, vindt Kaplan. Net als directeur Waasdorp van de Intelligence Group, wijt zij de loonkloof deels aan gebrek aan inzicht. Hoe meer openheid over tarieven, hoe gelijker de lonen, denkt ze. De overheid zou bijvoorbeeld de gemiddelde tarieven van zijn zzp’ers openbaar moeten maken. Kaplan: “Op die manier kunnen zzp’ers zelf zien of ze een fatsoenlijk tarief krijgen.” Ook Caitlin Pearce van de Amerikaanse Freelancers Union pleit voor meer openheid over betalingen. “Transparantie over tarieven is essentieel voor zelfstandig ondernemers. Gelukkig zijn er steeds meer online databases en tarievenlijsten. Natuurlijk is het lastig om te praten over je tarieven, maar het is noodzakelijk om te weten hoe het zit in jouw branche en op welk moment je je tarief kunt verhogen.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags internationaal, loon, loonkloof, sekseongelijkheid, tarieven, uurtarieven | 2s Reacties