Kwaadwillend & de Wet DBA, wanneer ben je dat? De Belastingdienst legt het uit. Geplaatst 6 oktober 2017 door Haert Inmiddels bevinden we ons al geruime tijd in de implementatiefase van de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (wet DBA). Na enige keren uitgesteld te zijn, zou deze duren tot 1 januari 2018. Onlangs is de startdatum van de handhaving wederom verschoven, nu naar 1 juli 2018. Nog steeds gelden dezelfde spelregels en hebben we een inspanningsverplichting ten aanzien van deze wetgeving. Toch is er inmiddels wat meer te vertellen over de handhaving van de wet DBA. In het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) heeft Staatssecretaris Wiebes op verzoek inzicht gegeven in de wijze waarop de Belastingdienst gaat handhaven alsmede hoe de implementatieperiode van de wet DBA zich verhoudt tot de Wet inkomstenbelasting 2001. Kwaadwillend Uit twee gepubliceerde interne documenten blijkt, zoals al eerder werd aangegeven, dat de Belastingdienst een coachende rol heeft in de implementatiefase. Het toezicht is beperkt tot het bieden van een helpende hand en het geven van voorlichtingen. Er wordt in de implementatieperiode niet (repressief) gehandhaafd. Dit geldt echter niet ten aanzien van opdrachtgevers die evident kwaadwillend zijn. De Belastingdienst legde de term kwaadwillend aanvankelijk als volgt uit: “U bent kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan omdat u weet – of had kunnen weten – dat er sprake was van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).” Uit de openbaar gemaakte interne memo blijkt dat om als kwaadwillend aangemerkt te worden er sprake moet zijn van één van de volgende vier situaties: Er wordt niet voldaan aan de inspanningsverplichting. Ook niet nadat partijen herhaaldelijk door de Belastingdienst op aanpassing van de werkwijze gewezen zijn. De Belastingdienst heeft al vóór 1 februari 2016 kenbaar gemaakt dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en de huidige situatie wijkt niet van de eerder geconstateerde situatie af. Partijen kunnen niet aannemelijk maken dat aan de inspanningsverplichting is voldaan. Er is sprake van (voorwaardelijke) opzet. Uit controle blijkt dat er vóór 1 mei 2016 al sprake was van een arbeidsrelatie die gekwalificeerd had moeten worden als dienstbetrekking en de zzp’er in die periode geen VAR-wuo of VAR-dga aan zijn opdrachtgever heeft overlegd. Wat betekent dit voor uw organisatie? Gedurende de implementatiefase van de wet DBA geldt er een inspanningsverplichting. Dat houdt in dat uw organisatie moet kunnen aantonen dat er in deze periode inspanning is geleverd om volgens de wet DBA te werken. De inspanning moet erop zien dat in deze periode al volgens de wet DBA gewerkt wordt. Dat houdt in dat zowel uw huidige ZZP inhuur als uw toekomstige ZZP inhuur onder de loep genomen moet worden. Ten aanzien van lopende opdrachten dient beoordeeld te worden of deze ‘DBA-proof’ zijn. Voor sommige (langlopende) opdrachten kan dit betekenen dat ze niet meer voortgezet kunnen worden, omdat de Belastingdienst zou stellen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en u dat logischerwijs zou moeten weten of behoort te weten. Dat betekent dus jammer genoeg afscheid nemen van die ‘vertrouwde ZZP’er’ die al jarenlang werkzaamheden voor uw organisatie uitvoert en inmiddels wordt beschouwd als collega. Doet u dat niet, dan loopt u in dergelijke gevallen de kans dat de belastingdienst overgaat tot handhaving. Fiscale gevolgen Het risico schuilt niet alleen in de handhaving ten aanzien van ‘kwaadwillenden’. In het geval uw organisatie ‘goedwillend’ is en een bepaalde situatie aangemerkt wordt als dienstverband, maar er geen naheffing volgt, zal de ZZP’er hiervan nadelige fiscale gevolgen ondervinden. De desbetreffende persoon wordt in dat geval ten aanzien van de werkzaamheden (doordat de wetgeving nog niet gehandhaafd wordt) niet aangemerkt als werknemer, maar ook niet als ondernemer. De omzet zal in een dergelijk geval niet meer worden gezien als ‘winst uit onderneming’, maar als ‘resultaat overige werkzaamheden’. Dit kan betekenen dat er geen gebruik gemaakt kan worden van de zelfstandigenaftrek en de MBK winstvrijstelling niet van toepassing is. Kort gezegd, het is dus mogelijk dat de ZZP’er in dat geval geen gebruik meer kan maken van de fiscale voordelen als ondernemer, maar ook achter het net vist wat betreft de werknemersverzekeringen. Monique Giepmans, adviseur Professionals bij Driessen en het aanspreekpunt binnen Driessen ten aanzien van de dienstverlening ZZP-contractmanagement. Daarnaast is ze specialist op het gebied van de wet DBA in samenhang met rechtmatige inhuur van Professionals. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Driessen, reijn, wet dba, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 4s Reacties
Rutte III: de plannen voor zzp’ers, de Wet DBA en meer. Een voorspelling. Geplaatst 5 oktober 2017 door Hugo-Jan Ruts Als we de Haagse berichtgeving mogen geloven, hebben we binnenkort toch echt het kabinet Rutte-III. Een kabinet dat een aantal onopgeloste zaken uit Rutte-II mag gaan oplossen. Op het gebied van de arbeidsmarkt, de zelfstandigen en natuurlijk ook de Wet DBA. Voor het webinar dat ZiPconomy samen met Werf& onlangs organiseerde, konden we niet wachten op de formatie. Daarom deed ik alvast een aantal voorspellingen. Gebaseerd op de verkiezingsprogramma’s, een analyse van het ‘spel in de polder’ en verschillende gesprekken en debatten met Kamerleden. ** UPDATE: de eerste uitgelekte plannen van Rutte III (o.a. verandering Wet DBA) vind je hier. Arbeidsmarkt een makkelijk dossier, zzp-dossiers stuk lastiger Tussen de vier partijen die nu zo’n beetje klaar zijn met onderhandelen, wordt het dossier ‘Arbeidsmarkt’ nu niet direct gezien als een lastig onderwerp. Een brede hervorming van de WWZ en de aanpassingen van het ontslagrecht, het verkorten van de periode van doorbetaling bij ziekte voor (kleine) werkgevers en het in zijn algemeen aantrekkelijker maken van het werkgeverschap zijn onderwerpen waar men het waarschijnlijk wel snel over eens zal zijn. Rond de verschillende zzp-dossiers ligt dat lastiger. Hier botsen de liberale opvattingen van de VVD en D66 nadrukkelijker met de stevig sociaal-conservatieve lijn van het CDA. Een lijn die mede-onderhandelaar Pieter Heerma als woordvoerder ‘zzp-zaken’ in de campagne ook duidelijk liet horen. Het CDA staat voor een collectief stelsel en een inclusieve arbeidsmarkt, met vrijheid plus verplichtingen voor zelfstandigen. De Wet DBA De Wet DBA is een horror-dossier. Niemand wil ermee verder, maar niemand weet ook hoe je er op een fatsoenlijke manier van afkomt. Een vaak herhaalde oproep aan de belangenorganisaties van zelfstandigen, opdrachtgevers en bemiddelaars om tot een gezamenlijk standpunt te komen is niet opgepakt. De ambtenaren van Sociale Zaken en Financiën stuurden de Kamer, die zoekt naar een uitweg, in een onderzoek naar alternatieven voor de Wet DBA vakkundig met tien verschillende kluiten het riet in. Voorspellingen Het webinar met de voorspellingen is opgebouwd in een aantal delen. Vanaf minuut 02.30 een analyse van de zorgen binnen de politiek en de posities in de polder. Vanaf minuut 17.28 de standpunten van de vier onderhandelende partijen op een rij. Vanaf minuut 23.30 een toelichting waarom ik verwacht dat: De zelfstandigenaftrek op de korte termijn ongemoeid blijft. Er mogelijk wel wat gaan veranderen met betrekking tot de verplichting tot verzekeren voor arbeidsongeschiktheid. De Wet DBA niet per direct de prullenbak in gaat en het tijdperk van de VAR definitief ten einde komt. Hopelijk wordt wel al helder welke richting gekozen wordt naar duidelijker criteria vooraf, zodat opdrachtgevers vooraf weten of ze iemand kunnen inhuren. Dat zal naar verwachting wel zijn met behoud van een grotere verantwoordelijkheid voor die opdrachtgevers en met meer restricties voor zzp’ers dan dat er onder het VAR-regime de facto waren. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags zzp-dossier, zzp-politiek | 3s Reacties
Mediahuis investeert in freelance matchingsplatform Jellow Geplaatst 5 oktober 2017 door Hugo-Jan Ruts Mediahuis en Jellow, het online matchingplatform voor freelancers, hebben een strategische samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Belgisch mediagroep, onder andere eigenaar van NRC en de Telegraaf, steekt 1,5 miljoen euro in Jellow en gaat zo een deel van de groeiplannen van Jellow in de Nederlandse markt financieren. Jellow, een online platform waar freelancers en bedrijven elkaar vinden, is sinds 2013 actief in de Nederlandse markt. Bedrijven kunnen er hun freelance-netwerk in kaart brengen en dit vervolgens delen met andere bedrijven. Freelancers kunnen er op hun beurt hun diensten aanbieden. Het resultaat is één groot netwerk van kwalitatief gescreende professionele freelancers binnen de sector van de zakelijke dienstverlening. De interesse voor een mediabedrijf in de freelance-bemiddelingsmarkt is niet nieuw. VNU zette ooit InInterim.nl op met als doel een rol te gaan spelen in de matching van zelfstandigen. Bij de overname van Intermediair en InInterim.nl door het Persgroep, werd dat platform echter opgedoekt. Nieuwe samenwerkingsvormen Mediahuis ziet blijkbaar, onder een ander economisch gesternte er meer brood in. Gert Ysebaert (CEO Mediahuis): “De strategische samenwerking met Jellow kadert binnen de verbreding van het huidige Mediahuis-aanbod in de arbeidsmarkt. De positieve trend die deze markt vertoont en de evolutie naar steeds nieuwere samenwerkingsvormen, maken dat Jellow over heel wat groeipotentieel beschikt. Het feit dat Jellow inzet op freelance tewerkstelling maakt dit platform perfect complementair aan ons bestaande aanbod dat zich vandaag toespitst op permanente tewerkstelling.” Noel Wilson (Jellow): “De samenwerking met Mediahuis onder de vorm van een kapitaalinjectie zal een versnelde groei voor Jellow mogelijk maken. De sterke mediamerken die vandaag reeds deel uitmaken van de Mediahuis-portfolio zullen ook helpen bij het verder uitbouwen van onze merkbekendheid. Bovendien beschikt Mediahuis over heel wat ervaring en expertise binnen zowel de Nederlandse als Belgische arbeidsmarkt en zijn zij dus de perfecte partij om onze groeiambitie te verwezenlijken.” Jellow is nu alleen actief in Nederland. Een stap naar de Vlaamse markt, waar de freelancers markt flink groeit, ligt op termijn voor de hand. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags jellow, nieuws, platform | Laat een reactie achter
‘Goed opdrachtgeverschap is: geen onderscheid maken tussen vast en flex’ Geplaatst 4 oktober 2017 door Peter Boerman ‘Je bent hier gewoon een van de medewerkers, onderdeel van het team. Dat is het gevoel dat we willen overbrengen aan onze freelancers, detacheerders en uitzendkrachten’, zegt Paul Visser, head of recruitment bij verzekeraar Aegon. ‘Flexkrachten gaan bij ons ook mee op teamuitjes, doen mee aan overleggen, dat soort dingen. We maken zo min mogelijk onderscheid daarin.’ Winnaar Client Awards Visser is zelf een levend voorbeeld van hoe hier met flexkrachten wordt omgesprongen. Ooit werkte hij zelf bij Aegon als freelancer, voordat hij daar het aanbod kreeg om in dienst te komen. Nu is hij vanuit HR verantwoordelijk voor de recruitment van zowel vaste als flexibele mensen. En begin dit jaar dus winnaar van de Client Awards, een prijs waarbij de verzekeraar als beste opdrachtgever in Nederland in het zonnetje werd gezet. Maar waar zit hem dat dan in, dat goed opdrachtgeverschap? Wat maakt de ene organisatie zo’n fijnere club om voor te werken dan de andere? En heeft dat ook te maken met de intermediairs waarmee wordt gewerkt? Toeval of niet, in de categorie ‘intermediairs’ was de Staffing Award namelijk weggelegd voor Harvey Nash. En laat dat nou net de club zijn met wie Aegon al sinds jaar en dag het grootste deel van zijn inhuur regelt. Nieuwe, verfrissende ideeën Tijd om beide eens nader aan de tand te voelen dus. Want wat is nou precies het geheim? Visser vindt de inspanningen die hij doet ‘eigenlijk heel vanzelfsprekend’, zegt hij. ‘Flexibele krachten zijn een belangrijke doelgroep, met welke contractvorm ze hier ook binnenkomen. Ze brengen nieuwe, verfrissende ideeën, en de kennis en ervaringen van andere bedrijven binnen. Dat waarderen we zeer. Ja, dat verwachten we zelfs van hen. Als dat niet zo is, dan huren we hen ook niet meer in.’ ‘Als flexkrachten geen verfrissende ideeën inbrengen, huren we hen niet meer in’ ‘We zuigen die kennis ook graag op om Aegon weer beter te maken’, aldus Visser. ‘Aan de andere kant – en dat vinden we ook deel van goed opdrachtgeverschap: we geven hen natuurlijk ook veel mee. We willen ook dat de freelancer – of welke persoon dan ook – binnen Aegon kan groeien. We willen ze complexe opdrachten bieden, zodat ze met meer naar buiten lopen dan waar ze mee naar binnen kwamen. Dat is de wisselwerking.’ Toegevoegde waarde Zerina Cviko, de collega die bij Aegon verantwoordelijk is voor de inhuurdesk, valt hem bij. ‘We willen echt openstaan voor jouw kritische blik als interimmer. Dat is tenslotte ook je toegevoegde waarde. Anders is het echt: ik kom een klusje doen en ga dan weer weg. Dat willen we niet.’ We willen echt openstaan voor jouw kritische blik als interimmer. ‘Ik kom een klusje doen en dan ga ik weer’, dat willen we niet. Die zzp’ers blijken dus erg tevreden over het werk bij Aegon. Volgens Cviko heeft dat ontegenzeglijk te maken met de ‘open en informele cultuur’ bij de verzekeraar. ‘Ook binnen een interim opdracht kun je hier veel vrijheid krijgen om – binnen bepaalde kaders – je werk te doen. Uiteindelijk word je als zzp’er beoordeeld op het resultaat van de opdracht. ’ Ook freelancers moet je beoordelen Maar dan nog: de ingehuurde mensen doen hun werk, ergens in de organisatie, bij een manager die zijn of haar eigen ideeën heeft over wat goed opdrachtgeverschap is. Hoe kun je daar als grote organisatie nou precies beleid op maken? Cviko: ‘Het is inderdaad aan de manager om mensen uit te dagen in hun rol en ze scherp te houden. Maar het is wel het idee om op vrij korte termijn ook instrumenten in te zetten waarmee we freelancers meer gaan beoordelen, zoals we dat ook met vaste medewerkers doen. We willen een goed beeld krijgen van hoe iemand presteert in de organisatie, ook met het oog op de vraag of je hem of haar over een half jaar of over 3 jaar weer een keer gaat inhuren.’ Net Promotor Score, ook voor flexmedewerkers ‘En binnenkort starten we ook met een NPS, een Net Promotor Score, voor flexmedewerkers. Nu vragen we al aan alle sollicitanten die op gesprek zijn geweest en die zijn afgewezen of zijn aangenomen hoe ze het hele traject hebben ervaren. Dat vinden wij belangrijk om ons proces weer te verbeteren. Iets soortgelijks willen we binnenkort ook vragen aan onze flexwerkers.’ Veer in een welbekende plek Thijs Maters, die als salesmanager bij Harvey Nash veel met Aegon te maken heeft, noemt ook de ‘informele cultuur’ als een van de succesfactoren van het goede opdrachtgeverschap van de verzekeraar. ‘Niet om nou een veer in een welbekende plek te steken omdat ik nu toevallig hier zit’, zegt hij. ‘Maar we hebben hier best veel bijzondere freelancers aan het werk gehad. Echte karakters. En die worden hier makkelijk geaccepteerd. Het is makkelijk werven voor Aegon, omdat je weet dat mensen het hier naar hun zin gaan hebben.’ Hier doen ze er niet zo panisch over als je een keer belt met een vacaturehouder. Dat zie je ook terug in de relatie tussen broker en opdrachtgever, zegt hij. ‘Bij de meeste opdrachtgevers is de relatie zo dat wij bij hen over de vloer komen. En zelfs dat wordt soms afgeremd. Hier doen ze daar echter niet zo panisch over als je een keer belt met een vacaturehouder. Je wordt hier gewoon goed in staat gesteld om contact te hebben met de organisatie als dat nodig is. Daardoor weet je wat er speelt, welke projecten eraan komen, en wat voor mensen ze écht zoeken. Zo word je in staat gesteld de beste kandidaten te vinden.’ Kijkje onder de motorkap En wat het volgens Maters helemaal uniek maakt, is dat het ook andersom gebeurt. ‘We hebben laatst Zerina en haar collega van de inhuurdesk, en iemand van inkoop, ook bij ons op bezoek gehad. Daar hebben we hen een halve dag een kijkje in de keuken kunnen geven. Hoe lopen die processen nou? Waar loop je tegenaan? Zo hebben we bij elkaar onder de motorkap gekeken. Dat is redelijk uniek, hoor. Dat hebben wij in elk geval bij nog geen enkele opdrachtgever meegemaakt. Maar je kunt zo wel veel beter je dienstverlening op elkaar afstemmen. Wij vonden het in elk geval zo leuk om te doen dat we nu ook andere opdrachtgevers actief uitnodigen om hetzelfde een keer te komen doen.’ Met iets simpels als persoonlijke aandacht maak je vaak al het verschil in de markt, merken wij. Sowieso denkt Maters dat ‘persoonlijk contact’ de succesfactor is, die mede hun eigen Staffing Award verklaart. ‘Die Award is vooral te danken aan positieve reviews van onze opdrachtgevers en kandidaten. Als een rode draad door die reviews loopt de combinatie tussen een strak en professioneel proces met persoonlijke aandacht voor iedere kandidaat. Met name dat laatste blijven we belangrijk vinden. Met iedere kandidaat die wij voorstellen bij opdrachtgevers is persoonlijk contact. En hetzelfde geldt zelfs voor kandidaten die opdrachtgevers zelf aandragen en voor wie wij uitsluitend het contractbeheer verzorgen. Kandidaten hebben ook een vast aanspreekpunt binnen Harvey Nash. Met iets simpels als persoonlijke aandacht maak je vaak al het verschil in de markt, merken we.’ Vanuit Harvey Nash wil hij een duidelijke identiteit naar buiten toe neerzetten, zegt hij: ‘Professioneel, persoonlijk en meedenkend. Het is superwaardevol om te horen dat kandidaten en opdrachtgevers dit beeld herkennen. Afgaande op de reviews denk ik dat dit goed gelukt is en, minimaal net zo belangrijk, dat kandidaten en opdrachtgevers dit ook waarderen.’ Is het een wervingsmiddel? Goed, even terug naar een van die opdrachtgevers: Aegon, dat dus probeert zijn freelancers en andere tijdelijke mensen zoveel mogelijk overal bij te betrekken. Ze worden zoveel mogelijk behandeld als ‘gewone’ werknemers. Zijn tijdelijke krachten daarmee – vanwege de toenemende krapte op de arbeidsmarkt – ook al een grote bron van nieuwe medewerkers? Thijs Maters (Harvey Nash), Paul Visser (Aegon) en Zerina Cviko (Aegon) ‘Kijk naar mezelf’, zegt Visser. ‘Ik ben hier begonnen als freelancer, en op gegeven moment gevraagd in dienst te komen. Dus zeker: het gebeurt wel. Maar we zien een tijdelijke opdracht niet als verlengde proefperiode. Meestal is het gewoon zo dat we heel blij zijn met een freelancer die we binnen weten te halen. Het is geen strategisch recruitmentinstrument. En dat kan ook niet, in het kader van de Wet DBA. Als we iemand bijvoorbeeld voor een project van 3 jaar willen, zeggen we: nou, dan geven we hem of haar wel een contract.’ Kijken naar de Candidate Experience Het idee van goed opdrachtgeverschap, besluit Visser, ‘is zich continu aan het ontwikkelen. We lopen nu misschien voorop, ten opzichte van onze peers. We denken ook voortdurend na: hoe kunnen we goed opdrachtgeverschap nog verder optimaliseren? Maar we zijn er nog lang niet. We kijken bijvoorbeeld nog naar de Candidate Experience voor de freelancer. Daar moeten we echt nog stappen zetten. Hoe ervaren freelancers het nou om bij Aegon te komen?’ Managers worden actief aangesproken op hoe ze inhuren. Nee, dat vinden ze niet altijd even leuk. En misschien gaat goed opdrachtgeverschap ook nog wel om de stap ervoor, vult Cviko aan. ‘Op dit moment gaat nog niet alle inhuur via HR. Soms huren managers nog wel in via een andere leverancier, of via hun eigen netwerk. Maar daar ben ik nu wel wat strakker op aan het sturen. Managers worden daar actief op aangesproken. Nee, dat vinden ze niet altijd even leuk. Totdat ze merken dat het wel effect heeft…’ Want een goede opdrachtgever worden is één ding. Een goed opdrachtgever blíjven, dat is natuurlijk de echte uitdaging. Dit is de eerste in een serie van twee interviews over hoe Aegon en Harvey Nash invulling geven aan Goed Opdrachtgeverschap. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aegon, goed opdrachtgeverschap, harvey nash, inhuurcase | Laat een reactie achter
Invloed op uurtarief door goed opdrachtgeverschap Geplaatst 3 oktober 2017 door HeadFirst Group Als zelfstandigen is het soms lastig om jouw uurtarief te bepalen. Je weet wat je waard bent maar voor specifieke opdrachten ben je in sommige gevallen wellicht bereidt om te zakken in je uurtarief. Uit onderzoek van FastFlex blijkt dat er diverse redenen zijn waarom zelfstandigen kiezen om een lager uurtarief te hanteren. In deze blog wil ik hier graag verder op ingaan en laten zien dat organisaties met goed opdrachtgeverschap invloed kunnen uitoefenen op het uurtarief van zelfstandigen professionals. Lengte en inhoud opdracht plus waarde voor portfolio bepalend voor tarief Uit onderzoek van ZZP Barometer, in samenwerking met FastFlex, blijkt dat al drie jaar op rij de lengte (45%) van een opdracht als belangrijkste criterium wordt gezien door zzp’ers, om een lager uurtarief te rekenen. Ook de inhoud (44%) van een opdracht wordt als zeer belangrijk ervaren. Voor mij zijn deze criteria geen schokkend nieuws. Ik kan me zo voorstellen dat een inhoudelijk uitdagende opdracht wel interessant kan zijn ondanks dat je niet je huidige en gewenste uurtarief kan vragen. Maar dat de opdracht wel bijdraagt aan persoonlijke groei en ontwikkeling waardoor een lager uurtarief geen issue vormt. Het is belangrijk om als zelfstandige professional een keuze te maken of de opdracht interessant en uitdagend genoeg is om een lager uurtarief te rekenen. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat steeds meer zzp’ers (31%) het steeds belangrijker zijn gaan vinden dat de opdrachtgever goed is voor zijn of haar portfolio. (Bron: https://infogram.com/wat-beinvloedt-het-uurtarief-van-de-zzper-1g0n2ovyk14nm4y) Als marketing- en communicatieadviseur vind ik dit een interessante uitkomst. Zelfstandige professionals zijn dus bereid om een lager uurtarief te hanteren wanneer een opdrachtgever iets toevoegt aan zijn/haar portfolio. Dit betekent dat je als opdrachtgever/organisatie dus indirect invloed kan uitoefenen op het uurtarief dat zelfstandige professionals vragen. Maar dit betekent dat je als organisatie een goede strategie moet hebben wat betreft goed opdrachtgeverschap en reputatie. Maar waar moet je als organisatie nu rekening mee houden als je wil scoren op goed opdrachtgeverschap? Goed Opdrachtgeverschap Uit het onderzoek van ZZP Barometer blijkt dat er een aantal aspecten zijn die zelfstandigen belangrijk vinden in hun beoordeling voor een goede opdrachtgever. 62 procent vindt communicatie het belangrijkste voor goed opdrachtgeverschap. Het is dus belangrijk voor een opdrachtgever om duidelijk en helder te communiceren over zowel de opdracht als over de verwachtingen rondom de opdracht. Daarnaast is het uurtarief, voor zzp’ers een goede indicatie en speelt dan ook een grote rol in de beoordeling. Daarbij vinden zelfstandige professionals het belangrijk dat de opdrachtgever bereidheid toont om het uurtarief bespreekbaar te maken en hierover in gesprek te gaan. Terwijl je als opdrachtgever dus wel degelijk invloed kan uitoefen op het uurtarief is belangrijk dat je inhoudelijke en uitdagende opdrachten aanbiedt voor een aanzienlijke periode. Daarbij is het verstandig om tarieven te benchmarken, open en transparant te zijn richting zelfstandige professionals en tot slot het bespreekbaar maken van het tarief. Daarbij is de communicatie met zelfstandigen van groot belang. Wees als opdrachtgever duidelijk in wat jouw verwachtingen zijn. Op deze manier zullen zelfstandige professionals je beschouwen als een goede opdrachtgever waardoor ze eerder bereid zijn om een lager uurtarief te hanteren! (tekst Marloes Kaart) Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags between, fastflex, goed opdrachtgeverschap | Laat een reactie achter
Analyse 30.000 interim opdrachten in 2017: veel IT, aandeel HR daalt. Flinke verschillen vraag en aanbod. Geplaatst 2 oktober 2017 door Peter Boerman Dat het met name IT’ers zijn voor wie veel interim opdrachten verschijnen is geen uniek Nederlands verschijnsel. Wereldwijd is ook ongeveer de helft van alle opdrachten voor interim professionals een IT-opdracht, zo laten recente cijfers van Staffing Industry Analysts zien. Bijna alle online opdrachten op hbo+-niveau In die cijfers is het aantal creatieve opdrachten, op IT na, het meest voorkomend. Denk aan opdrachten voor tekstschrijvers en grafisch ontwerpers. Maar dat zijn vaak kortere opdrachten; niet het type klussen dat terug te vinden is in de cijfers van Planet Interim, dat voor zijn regelmatig verschijnende index zoveel mogelijk online opdrachten in ons land op hbo-niveau en hoger inventariseert, registreert en matcht. In die index vormt het aantal finance-opdrachten (met afstand) de grootste categorie binnen het non-IT-segment, vóór de categorieën Bouw & Techniek, en Directie, Strategie, Beleid en Programmamanagement. HR-opdrachten in de min Vergelijken we het eerste halfjaar van 2017 met dezelfde periode een jaar eerder, dan valt op dat er een stevige daling is in het (relatieve) aantal HR-opdrachten, van 14 naar 10 procent van het totaal. Waar in andere categorieën een flinke stijging van het aantal getelde opdrachten te zien is, blijft HR daar bij achter. Ook daalt het tarief dat opdrachtgevers aanbieden bij die HR-opdrachten. En met 49 euro per uur (gemiddeld) was dat tarief sowieso al het laagst van alle groepen die Planet Interim meet. Waar in andere categorieën een flinke stijging van het aantal getelde opdrachten te zien is, blijft HR daar bij achter Minder IT-beheer en architectuur Binnen het totaal aantal IT-functies zijn er relatief minder opdrachten voor systeem- & netwerkbeheerders en ook minder IT-architectuur-opdrachten. Voor IT-managers en -directeuren, webdesigners en databasebeheerders zit het aantal opdrachten echter behoorlijk in de lift, al gaat het hier wel relatief om kleinere aantallen. Het gemiddelde uurtarief dat opdrachtgevers aanbieden lag in de eerste helft van dit jaar 1,15 euro hoger dan in de vergelijkbare periode in 2016, en komt nu op 70,10 euro uit. De gap: nieuwe aanmeldingen ten opzichte van nieuwe opdrachten Planet Interim brengt nieuwe opdrachten in beeld, maar er schrijven zich ook elke periode weer nieuwe interim professionals in. De index kijkt ook naar hoe de groeicijfers van zowel aanmeldingen als opdrachten zich tot elkaar verhouden, vanuit de veronderstelling dat hoe meer mensen zich in een vakgebied inschrijven, hoe meer energie ze (moeten) steken in het vinden van een nieuwe opdracht. Het zegt niet direct iets over een mogelijk tekort (misschien waren er al veel aanmeldingen…), maar het is wel een indicatie van hoe de markt ervoor staat. Veel nieuwe opdrachten in Bouw & techniek Met name in het segment ‘Bouw & Techniek’ blijken er dan veel meer nieuwe opdrachten te zien ten opzichte van het aantal nieuwe inschrijvingen. Dat geldt in iets mindere mate ook voor het finance-segment. Ook daar lijkt er een ‘skills gap’ te zijn, waarbij er meer vraag is dan aanbod. Binnen Marketing & Sales zien we juist een omgekeerd beeld. In dat segment (en alleen in dat segment) waren er in de eerste helft van het jaar juist meer nieuwe inschrijvingen dan nieuwe opdrachten te noteren: bijna anderhalf keer zoveel zelfs. Onderwijs: (te) weinig VO-docenten, (te) veel directeuren Binnen het onderwijs-segment is een grote groei te zien in het aantal opdrachten voor docenten in het voortgezet onderwijs. Die groei is veel groter dan de groei van het aanbod in deze categorie. Aan projectmanagers en directieleden lijkt dan weer bepaald geen gebrek in het onderwijs: de groei van het aantal aanmeldingen in deze categorie was in het tweede kwartaal 40 procent hoger dan de groei van het aantal nieuwe opdrachten. Aantal IT’ers blijft achter bij de vraag Net als het landelijke tekort aan vo-docenten is ook het tekort aan IT’ers goed in de nieuwe cijfers terug te zien. Weliswaar zit het absolute aantal ingeschreven IT-professionals fors in de lift, met een stijging van 23%, maar dat is bij lange na niet genoeg om de vraag te bedienen. Het aantal geïnventariseerde opdrachten voor IT-professionals steeg met liefst 82%. Het totaal aantal geïnventariseerde opdrachten voor de Planet Interim Index lag in het eerste half jaar van 2017, ten opzichte van een jaar eerder, zeker 60% hoger. In 2017 werden het eerste half jaar ruim 29.000 opdrachten via Planet Interim gepresenteerd, in 2016 stokte de teller in dezelfde tijd nog op 18.000. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags interim management, planet interim, planet interim index | Laat een reactie achter