Rutte III: Modelovereenkomsten Wet DBA maken plaats voor opdrachtgeversverklaring

Hugo-Jan Ruts door
16 reacties
Rutte III: Modelovereenkomsten Wet DBA maken plaats voor opdrachtgeversverklaring

Het kabinet wil dat opdrachtgevers via een webmodule vooraf kunnen bepalen of ze een zelfstandige kunnen inhuren voor een opdracht. Dat vervangt de modelovereenkomsten uit de Wet DBA.

LET OP: Dit artikel geschreven is voor dat het regeerakkoord bekend werd. Zie de updates en recentere artikelen voor meer details 

Het systeem van modelovereenkomsten wordt onder het nieuwe kabinet vervangen. Dat meldt RTLZ op basis van documenten die de zender in handen heeft gekregen. Het nieuwe kabinet wil een opdrachtgeversverklaring invoeren, waarmee opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid kunnen krijgen bij het inhuren van zelfstandigen. De verklaring moet via internet ingevuld gaan worden. Een dergelijk systeem wordt ook in Groot-Brittannië gehanteerd.

Deze methodiek lijkt sterk op de webmodule en de ‘Beschikking Geen Loonheffing’ (BGL) die eerder werd voorgesteld om de VAR te vervangen. De BGL werd in 2014 afgeserveerd door de VVD fractie omdat er geen vertrouwen was dat de Belastingdienst deze automatiseringsklus aan zou kunnen en omdat toen onduidelijkheid was welke beslisboom er achter de module zat.

Hoe snel dit systeem ingevoerd wordt, of kan worden, is nog niet duidelijk.

UPDATE 10-10-2017:

Lees vooral ook dit artikel met daarin de officiële plannen van Kabinet over o.a. Modelovereenkomst. Met daarin de uitleg over het minimumtarief en de belangrijke ‘opt out’ regeling rond de Wet DBA (of de opvolger daarvan) voor iedereen met tarief van boven 75,- euro per uur. 

In dat artikel wordt deze eerste schets toegelicht:

 

Opdrachtgever blijft verantwoordelijk  

De meer dan 7.000 ingediende modelovereenkomsten kunnen dus de prullenbak in.

In het nieuwe voorstel blijven, zoals verwacht, de opdrachtgevers een rol houden in het beoordelen en bewaken dat een zelfstandige ook echt als zelfstandige werkt en onderneemt. Onduidelijk is nog welke sancties kunnen volgen.

Het idee van een opdrachtgeversverklaring komt niet als een grote verrassing. Bemiddelingsbureaus moeten nu al controleren of een zzp’ers bijvoorbeeld een KvK inschrijving hebben.

Opdrachtgevers krijgen de tijd om aan de nieuwe regels te wennen. In het eerste jaar na invoering zal de Belastingdienst terughoudend zijn met controles en niet meteen boetes uitdelen.

Welke criteria gaan het worden?

Belangrijk wordt welke set aan criteria er nu gebruikt gaat worden om te bepalen of iets nu wel of niet een echte opdracht is.

De duvel zit hem in de details. Die gaan bepalen in hoeverre welke type zelfstandige er weer makkelijker ingehuurd kunnen worden.

De vraag is of die criteria in lijn zijn met de vrij uitgebreide en diverse criteria die bijvoorbeeld nu gebruikt worden in de ‘ondernemerscheck’ van de Belastingdienst? Of wordt het een kortere set die bijvoorbeeld de commissie Boot voorstelt, namelijk lengte opdracht, hoogte tarief en wel/niet gebruikelijke arbeid?

Hoe korter, hoe duidelijker, maar dat geeft ook minder regelruimte en minder mogelijkheid recht te doen aan de diversiteit onder de zelfstandigen.

Het kabinet kondigt aan dat begrip ‘gezagsverhouding’ in de arbeidswet wordt verduidelijkt.

Online ondernemerscheck Belastingdienst aangepast

De Belastingdienst heeft al een online ‘ondernemerscheck’. Die is gericht op zelfstandigen en niet op hun opdrachtgevers.

De check is eerder dit jaar overigens aangescherpt, zo werd onlangs duidelijk.

Vooral rond het benodigde aantal opdrachtgevers en hoeveelheid omzet bij één opdrachtgever (meer dan drie, minder dan 70%). De interpretatie van dit thema is strikter geworden. “Uit externe signalen hadden we afgeleid dat de OndernemersCheck op dat thema ‘wat ruimhartig’ oordeelde” zo licht een woordvoerder van het Ministerie van Financiën toe. “Nadat deze signalen zijn vergeleken met bestaande jurisprudentie – de wetgeving kent op dit punt geen strikte grenzen – is besloten de OndernemersCheck aan te passen.” Het is niet bekend in hoeverre dit soort criteria gaan terugkomen in de opdrachtgeversverklaring.

Deze ondernemerscheck is sec gericht op zelfstandigen en in deze vorm niet geschikt om iets te zeggen over de directe tussen een opdrachtgever en opdrachtnemer.

UPDATE 10-10-2017

Voor opdrachten onder de 18 euro per uur en boven de 75,- euro gelden andere afspraken. Zie hier voor uitleg.

Terughoudende reacties

“Als Rutte 3 zich beperkt tot een aanscherping via een zogenaamde opdrachtgeversverklaring dan sluit zij deels haar ogen voor wat fundamenteel moet gebeuren” zo reageert Denis Maessen, voorzitter van PZO. “Sleutelen aan de gezagsverhouding vraagt om doorpakken in de breedte. Rutte 2 gaf november 2016 aan dat de arbeidswetgeving zeer verouderd is en reden is te werken aan ingrijpende vernieuwingen. We leven in de 21e eeuw. Als met de genoemde maatregelen een eerste stap wordt gezet naar het ingrijpend vernieuwen is dat constructief. Wij zijn dan ook zeer benieuwd welke horizon voor vernieuwing wordt gegeven in het regeerakkoord.”

Verschillende brancheorganisaties vinden het nog te vroeg om te reageren op deze uitgelekte plannen.

Met name de invulling van de details zal bepalen in hoeverre de voet bij opdrachtgevers daadwerkelijk van de rem kan als het gaat om het inhuren van zelfstandigen.

Pierre Spaninks reageert op de website van RTL teleurgesteld: “Dit valt me zwaar tegen. Zo blijft de onduidelijkheid voortduren. Dit geeft payrollbedrijven en uitzendbureaus nog jaren de kans om tegen opdrachtgevers te zeggen: je kunt beter via ons regelen.” Of dat klopt zal in grote mate afhangen van de inhoud van de criteria, de toegankelijkheid van een systeem en mogelijke boetes.

Werkgeverschap wordt aantrekkelijker

Zoals wel te verwachten was, wordt ook de Wet Werk & Zekerheid hervormd. Het ontslaan van medewerkers wordt gemakkelijker. De mogelijkheid om langere termijn flexibele arbeidscontracten aan te bieden wordt verhoogd van 2 jaar naar 3 jaar. De proeftijd keert terug in tijdelijke contracten.  Daarnaast gaat de doorbetaling bij ziekte van werknemers van 2 naar 1 jaar.

Deze maatregelen moeten het werkgeverschap weer aantrekkelijker maken. Hiermee probeert het Kabinet ook de impuls om zzp’ers in te zetten als flexibele arbeidskrachten wat in te perken.

Geen verplichte arbeidsongeschiktheid, zelfstandigenaftrek omlaag

Verder is uitgelekt dat zelfstandigen niet verplicht worden zich te verzekeren voor arbeidsongeschiktheid. Het kabinet gaat wel in gesprek met verzekeraars over goedkopere verzekeringen voor zelfstandigen. Over een eventueel verplichte pensioenopbouw, zoals het CDA graag wil, is nog niets bekend

De Telegraaf meldt dat de zelfstandigenaftrek (niet geheel onverwacht) wordt verlaagd, om het moment dat er ook een nieuw belastingstelsel komt met een vlaktaks.

De vennootschapsbelasting gaat omlaag, relevant voor zelfstandigen met een BV of die overwegen om over te stappen naar een BV. Over de eerste 200.000 euro aan winst hoeft niet langer 20 procent te worden betaald, maar 16 procent.  Daarmee verschuift ook de grens waarop de overstap van een eenmanszaak naar een BV fiscaal aantrekkelijker wordt.

Eerder werd bekend dat het lage 6% BTW tarief, waar een klein deel van de zelfstandigen gebruik van kan maken, wordt verhoogd naar 9%.

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. ‘De duvel zit hem in de details’ intrigeert mij, ook al bent u een belangenbehartiger.

    De volgorde is m.i. als volgt.
    1e Partijen willen een overeenkomst.

    2e Die partijen claimen ondernemer te zijn, dus risico lopen hoort erbij, maar liefst zo klein mogelijk.
    Toch willen ze – hoewel ze daarbij hun eigen verantwoordelijkheid ietwat negeren of bagatelliseren – dat de overheid het risico van een schijnondernemerschap/-zelfstandigheid verkleint. Liefst wegneemt.

    3e Er zijn – omdat wetteloosheid leidt tot toestanden als op St. Maarten – regels afgesproken. Aangevuld met jurisprudentie. Al sinds 1907.

    4e Werkgevers- en Werknemersvertegenwoordigers worden het niet eens over een nieuw compromis over arbeid.

    5e Het wachten is nu op de feiten over de toekomst: het regeerakkoord.

    6e De Belastingdienst houdt – vanaf 1-7-2018 – toezicht. Op 7 mln. ‘werknemers’ en 1 mln. ‘ondernemers’.

    7e De rechters houden desgevraagd toezicht op het toezicht.

    Totdat de normen/waarden/regels veranderen lijken de beste stuurlui zoals gebruikelijk aan de wal te staan en laten ze via media van zich horen.

  2. @Terry, dank voor je reactie.

    Ik ben geen ‘belangenbehartiger’ en ZiPconomy al helemaal niet.

    Ik kan verder je gedachtegang en volgorde aantal punten niet helemaal volgen.

    Het wachten is idd op de details, met name de criteria. Als die al in regeerakkoord komen. Goed denkbaar dat het kabinet die met de sociale partners wil gaan opstellen, dat dan weer lastig gaat worden.

  3. De sloompies in Den Haag blijven maar voortknutselen aan het in stand houden van de oude economie. De jeugd zit toch helemaal niet te wachten op een vaste baan? Ja, als ze een huis willen kopen, maar ook de beleidslijnen vd banken zijn uit het jaar kruik. Start from scratch, zou ik zeggen.

    • Daar had ik deze week op Twitter nog een discussie over met een paar vakbonds gerelateerde mensen. Ik beweerde ook dat jongeren tegenwoordig vrij willen zijn, vrij om te gaan waar ze willen, niet willen vastzitten aan een baan of een huis. Zeker opgeleide jongeren.
      De jongeren die de vaste banen willen zijn vaak juist de meest kanslozen, en dan kan ik dan wel weer begrijpen dat die zekerheid willen. En de vakbonden strijden nog steeds voor vaste banen, want dat is hun bestaansrecht natuurlijk.
      Ik denk dat als je bij een bank.kan aantonen dat je de afgelopen 5 jaar onafgebroken gewerkt hebt, ook al was dat in meerdere banen, dat je dan laat zien dat je gewild bent en dat je in de toekomst ook wel goed zit, dan zal een hypotheek geen probleem zijn. Misschien niet bij alle banken, maar banken die nadenken, zullen deze groep graag binnen halen als klant.
      Liever dat dan iemand die met een paar maanden een vast contract op zak een hypotheek.komt afsluiten en bij de eerste volgende reorganisatie op straat staat en dan moeilijk een nieuwe baan kan vinden, omdat ie helemaal geen netwerk heeft.

  4. Die meer dan drie, minder dan 70% is killing voor alle interim managers. Ooit een interim manager gezien die na 3 maanden al plijte is, omdat hij een nieuwe opdracht moet zoeken? De klant achterlatend met een klus die half afgerond is?

    Ik neem aan dat deze vraag 1 van de variabelen is. En als je bijvoorbeeld bij 8 van de 10 vragen ‘positief’ scoort op ondernemerschap, er geen gedoe is. En dat die webmodule dat snel en eenvoudig aan het licht brengt.

    • Die criteria uit de ondernemerscheck zijn idd variabelen en geen knockout criteria. Verder van belang te benadrukken dat nog geheel niet bekend is welke richting criteria op gaan.

      • Nu in de ondernemerscheck is de 70% wel een knock-out criterium. Zeer onwenselijk. Neem een situatie 8,5 maand opdracht, twee tot vier maanden leegloop —> geen ondernemer meer. Anderzijds lekker fraudegevoelig. Wat te denken van een tussenpersonen carrousel, facturen carrousel, etc.

    • Die interim managers zijn ook vaak nauwelijks ondernemer. Dat zijn in feite vaak gewoon tijdelijke medewerkers die gewoon volledig binnen het MT van een bedrijf meedraaien. Heb er genoeg gezien, vaak zijn ze ook niet meer bedrijfskritisch , omdat ze veel te bang zijn weggestuurd te worden. Meestal hadden ze ook visite kaartjes van het bedrijf, de klant mag niet weten dat ze extern zijn, hahaha.
      Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, maar die zullen zich ook niet aangesproken voelen denk.ik.

      • Gerrit,

        Pak je wikipedia erbij dan staat er “Een interim-manager is een tijdelijke manager (leidinggevende). Dergelijke personen worden voor een bepaalde tijd aangetrokken om de leiding van een afdeling of een organisatie op zich te nemen.”

        Aangezien je “leiding geeft aan het bedrijf” betekent dat automatisch dat je ingebed bent, weliswaar aan de top, maar toch ben je dan onderdeel van een organisatiestructuur.

        Dus per definitie geen ondernemer? Moeten die dan van jaarcontract naar jaarcontract (loondienst) hoppen?

        • Een interim manager die (juridisch gezien) niet genoeg zelfstandig is zal inderdaad naar een tijdelijk contract moeten. Voor hun belang is het te hopen dat de cultuur in Nederland veranderd. In die zin dat flexwerkers in loondienst verband juist een hoger bruto salaris ontvangen dan mensen in vaste dienst. Helaas is de trend jarenlang andersom geweest.

          • Een goed inkomen bedingen is voor die interim management doelgroep niet zo’n issue lijkt me. Dat speeltv aan de onderkant van de arbeidsmarkt waar de tijdelijkheid geen eigen keuze is.

  5. Wat zou ik graag die finianciele ‘voordelen’ inleveren om gewoon zonder al die nonsens regels mijn werk te kunnen doen op een manier die voor mij prettig werkt. Ik zit er niet op te wachten om ergens in dienst te gaan. Ik wil geen vaste baan. Ik wil ook niet gedwongen worden om ergens weg te moeten gaan omdat mijn ‘tijd’ erop zit. Als ik voor een klant een toegevoegde waarde heb en de klant is bereidt om daar flink voor te betalen waar zeuren we dan over? Gaat het echt alleen maar om die stomme sociale premies en MKB winstvrijstelling?

  6. In de kern verandert er dus niet zoveel. De wetgeving uit 1907 blijft feitelijk in stand.
    Het was verstandiger geweest de ZZP er verplicht te verzekeren in een soort UWV light, daarnaast de jaarcijfers te doen laten opstellen door een accountant. Scheelt een hoop gezeur achteraf met subsidies en allerlei afdrachten. Kan je eem hoop controles gewoon afschaffen en zijn de sociale partners ook tevreden.

    Op dat punt weer een hoop gerommel in de marge.

  7. Juist voor interim managers is er voorheen een “besluit” geweest waarin het vrij eenduidig en werkbaar geregeld werd. Bij de introductie van de VAR is die ingetrokken.

    https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1998-193-p12-SC15725.html

    Dit model beperkt de afhankelijkheid van tussenpersonen (minimaal 2 per vijf jaar), geeft een beperking van de opdrachtduur en gaat uit van ondernemers. Is eigenlijk toepasbaar op alle langdurige opdrachten en gaat niet uit van het gezagscriterium of vrije vervanging.

    Risico bij het leggen van de toets bij de opdrachtgever is dat de opdrachtnemer waarschijnlijk weer veel ( privacy en concurentiegevoelige) informatie moet delen met de opdrachtgever. Dit is onwenselijk.

    • Mooi voorbeeld zeg. Van voor mijn tijd. Sluit ook aan op de praktijk. Er is sprake van een ‘portefeuille’ van opdrachtgevers. Maar die mogen wel volgtijdelijk zijn en vijf per vijf jaar. Daar valt wel mee te werken…

      Artikel 5. Orderportefeuille/economische onafhankelijkheid

      Lid 1. Er dient sprake te zijn van meerdere opdrachtgevers en opdrachten, gelijktijdig en of volgtijdelijk.

      Lid 2. Voor een interimmanager geldt een minimale grens van vijf opdrachten verspreid over een periode van vijf jaar.

      Lid 3. Er is pas sprake van een opdracht indien de omvang van de werkzaamheden, ten minste het fulltime equivalent van twintig mandagen beslaat.

      Lid 4. Indien een opdracht langer dan anderhalf jaar duurt, dan is er geen sprake meer van zelfstandigheid voor die opdracht.

      Lid 5. Indien door onvoorziene omstandigheden een opdracht langer dan anderhalf jaar duurt, wordt, mits schriftelijk overeengekomen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, de termijn van lid 4 op maximaal twee jaar gesteld worden.

      Lid 6. Verlenging of voortzetting van een opdracht die zich binnen een maand voordoet, dient beschouwd te worden als een en dezelfde doorlopende opdracht.

      Lid 7. Een starter dient twee opdrachten in het eerste jaar van zijn werkzaamheden te hebben.

      Lid 8. Degene, die nog geen vijf jaar heeft gewerkt, dient, nadat eerst is voldaan aan het criterium voor een starter, in de vervolgjaren telkens naar rato van de algemene norm (vijf over vijf jaar) jaarlijks te voldoen.

      Lid 9. Een part time werkende dient aan dezelfde grenzen ten aanzien van opdrachtgevers en opdrachten te voldoen als een full-time werkende.