Monthly Archives: juni 2017

Wiebes over DBA: ‘Die schoen moet worden gewrongen aan de formatietafel’

Minimumtarieven? Verplichte verzekeringen? Een safe area voor zelfstandigen in bepaalde beroepsgroepen? Hoe erg het nou echt is met de schijnzelfstandigheid? Of wat de precieze administratieve lastenverlichting is die met de Wet DBA kan worden ingeboekt?

In het Kameroverleg in de commissie Financiën dat donderdag hierover gevoerd werd, besloten de demissionaire bewindslieden Lodewijk Asscher (SZW) en Wiebes (Financiën) hun kruit vooral droog te houden. Echt politieke vergezichten waren op voorhand al niet te verwachten, en die kwamen dan ook niet. Dat de schoen rondom de wet DBA wringt, dat wilde Wiebes best erkennen. ‘Maar die schoen moet nu wel worden gewrongen aan de formatietafel’, zei hij.

Onbereikbaar meldpunt? Dat bestaat niet meer

Niet dat er niets aan de orde kwam in het levendige debat. Van de fiscale bevoordeling van zelfstandigen tot een gebrek aan handhaving en een meldpunt van de belastingdienst dat ‘al weken onbereikbaar’ is, de opgekomen Kamerleden hadden nog heel wat vragen over de uitvoering van de wet. Maar Wiebes kwam er redelijk ongeschonden doorheen. Dat het meldpunt ‘al weken onbereikbaar is’? Kan kloppen, zei hij. Dat meldpunt bestaat namelijk ook helemaal niet meer. ‘Het was een tijdelijke maatregel, die zijn waarde overtuigend heeft bewezen. Maar de knelpunten rond de wet kennen we nu echt wel. Het is nu echt aan de politiek om iets te vinden.’

14 mogelijk kwaadwillende bedrijven in het vizier

Net zo verging het hem eigenlijk bij het verhaal over (de uitstel van) handhaving, en de aanpak van de evident kwaadwillenden. Wiebes meldde dat 14 bedrijven voor dat laatste worden onderzocht, waarvan de meeste al ‘in het vizier’ waren voordat de wet DBA werd ingevoerd. Daarvan zijn er 2 volgens Wiebes ‘inmiddels afgevoerd’, ook omdat ze ‘hun leven hebben gebeterd. De wet heeft dus een zuiverend effect gehad.’

Voor Pieter Omtzigt (CDA) was dat wat al te makkelijk. Een hele wet optuigen, met als voornaamste doel om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, en dan vervolgens helemaal niemand beboeten? Dat kon er bij hem toch moeilijk in. Was dit dan al die ellende wel waard? Maar ook hier had Wiebes een vrij makkelijk verweer. Want juist op verzoek van vrijwel de hele Kamer, het CDA incluis, is afgesproken in de eerste jaren van de wet géén boetes uit te delen, maar eerst de effecten ervan te bezien.

En die effecten van de wet? Tja, sommige effecten had hij ‘ernstig onderschat’, dat wilde Wiebes best toegeven. Maar aan de andere kant: ‘De VAR was ook een draak, daar ben ik wel achter. Ik geloof ook niet dat we daarop kunnen terugkomen.’

En: ‘uit BTW-cijfers blijkt dat de totale omzet van zzp’ers sinds de invoering van de wet is gestegen. Verreweg de meesten zijn dus nog gewoon aan het werk. Ze hoeven zich hier ook niets van aan te trekken, want ze zijn evident zelfstandige.’

Herontdekking van het arbeidsrecht

Wel heeft de ‘herontdekking van het arbeidsrecht’ Wiebes naar eigen zeggen ‘pijn gedaan’. Begrippen als gezagsverhouding en vervanging, het bestond allemaal al, maar de wet DBA heeft ‘het zicht erop wel weer helderder gemaakt’. En ja, ‘dat is niet iedereen bevallen’.

Omtzigt vond het ‘zuur en wrang’ om te moeten constateren dat de doelen van de wet niet gehaald lijken te zijn. ‘Hij heeft níet geleid tot lagere lasten voor zzp’ers. Hij heeft ook niet geleid tot duidelijkheid, of tot aanpak van schijnzelfstandigheid.’

Ook Steven van Weyenberg (D66) hield het ‘ongemakkelijke gevoel’ over ‘dat oprechte ondernemers last van de wet hebben, terwijl de schijnzelfstandigen en kwaadwillenden gewoon door kunnen gaan.’ Het lokte hem de vraag uit of het huidige Kabinet ‘niet wat beter kan onderzoeken waar de schoen wringt’. Dat heeft echter geen zin meer, zei Wiebes, nog maar eens naar de formatietafel verwijzend. Impliciet gaf hij daarmee helemaal aan het einde van het overleg aan dat wat hem betreft de Wet DBA fundamenteel op de schop moet.

Makkelijke oplossingen zijn er niet

Maar als demissionair staatssecretaris gaat hij daar de vingers niet meer aan branden, zei hij. Het zelfstandigendossier is helemaal aan de nu onderhandelende partijen, besloten de twee bewindslieden dan ook. Of dat de zwaarste klus wordt aan die formatietafel, zoals Kamerlid Martin van Rooijen (50plus) voorspelde? ‘Zover wil ik niet gaan’, aldus Wiebes. ‘Maar het wordt wel lastig, ja. Makkelijke oplossingen zijn er niet in dit dossier. En we hebben het natuurlijk wel ergens over.’

Voor de goede verstaander werden de verschillen binnen de mogelijke coalitie in het overleg ook wel duidelijk. Voor D66 zijn zelfstandigen in grote meerderheid mensen die zelf voor zo’n bestaan kiezen en voor wie meer ruimte gecreëerd mag worden om die eigen keuze een plek te geven. Bij het CDA leeft daarentegen wat grotere bezorgdheid over knelpunten aan de onderkant van de markt en die partij voelt dus voor een wat dwingender overheidsbeleid. De VVD houdt de kaarten nog flink op de borst. De ChristenUnie was niet bij het overleg aanwezig.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 8s Reacties

Markt top interim professionals nog nooit zo goed, maar tarieven dalen.

De arbeidsmarkt voor hoogopgeleide interim managers is bijzonder goed te noemen, zo blijkt uit de 14e editie van de Interim Index van Schaekel & Partners. Het aantal interim managers in opdracht is naar een recordhoogte van 79% gestegen en de gemiddelde duur van de opdracht overschrijdt ruim de 12 maanden (13,1 maand). De enige tegenvaller is het doorzetten van de daling van het gemiddelde tarief.

In het onderzoek geven 550 interim managers -actief op management- en directieniveau- hun visie op hoe de markt zich in de tweede helft van 2017 ontwikkelt. Zij zijn gemiddeld tien jaar werkzaam als zelfstandig ondernemer.

Optimisme en dalende tarieven

Hoogopgeleide interim managers zien de toekomst zonnig tegemoet. 54% verwacht dat de vraag naar interim management het komende halfjaar gaat toenemen. ‘Slechts’ 9% verwacht een daling van de vraag.

Bron: Schaekel Interim Index 2017

Vanaf 2013 ontwikkelt de vraagverwachting zich positief, geleidelijk, in kleine stapjes. De toename van de positieve vraagverwachting die wij dit jaar zien, is een grote stap te noemen. Tegelijkertijd zien wij dat interim managers relatief snel aan een volgende opdracht komen. De periode tussen twee opdrachten is afgenomen tot 7,5 week.

De duur van een opdracht is gestegen  naar 13,1 maanden en de bestede tijd aan acquisitie is significant toegenomen tot 5,7 uur per week. Voor wat betreft het gemiddelde uurtarief zien wij een daling ten opzichte van voorgaande jaren.

Bron: Interim Index 2017

Deze daling lijkt ingegeven te zijn door een tweetal factoren. Ten eerste is er een groter aanbod op de markt.

“Voor opdrachtgevers is dat goed nieuws, zij hebben meer keuze en kunnen scherper inkopen. Voor de interim manager betekent dit dat er meer uren gemaakt moeten worden om op eenzelfde omzet uit te komen. En dan is exact wat wij zien”, aldus Piet Hein de Sonnaville en Marleijn de Groot, partners bij Schaekel & Partners. Ten tweede neemt de duur van een opdracht nog steeds toe. Ervaring leert dat de lengte van een opdracht, het tarief beïnvloedt.

Leeftijd

Bron: Schaekel Interim Index 2017

Het onderzoek laat verschillende zien tussen ‘jong’ en ‘oud’.

Wanneer we focussen op de jongeren zien we het volgende. 94% van de jongere interim managers (35-44 jaar) is in opdracht ten tijde van het onderzoek. Zij zijn optimistischer dan oudere interim managers over de vraagverwachting naar interim management.

Jongeren geven aan na 5,8 weken een nieuwe opdracht te hebben gevonden. De gemiddelde opdrachtduur 12,1 maanden. Ook valt op dat zij vaker 2 tot 3 dagen per week in opdracht zijn. Zij geven minder vaak aan 4 tot 5 dagen per week te werken.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Markt top interim professionals nog nooit zo goed, maar tarieven dalen.

‘Maak van Het Nieuwe Werken níet Het Nieuwe Bezuinigen, dan gaat het mis’

De hype rondom Het Nieuwe Werken lijkt redelijk voorbij, constateerde Rens de Jong recent in de BNR-uitzending Werkverkenners.

Jarenlang deden we druk over andere werkomgevingen die de autonomie van de medewerker stimuleren en de overgang naar een meer outputgestuurde organisatie. Maar heeft die drukte zich ook uitbetaald in betere resultaten? Zijn de hoge verwachtingen ook waargemaakt?

Als je het aan een deskundige als Roos Wouters vraagt, is het antwoord: wel degelijk. ‘Sterker nog: ik vind het nog steeds een godswonder dat er bedrijven zijn die op een andere manier werken en het toch nog volhouden.’

Koetjes en kalfjes in Oostenrijk

Wouters geeft al meer dan 10 jaar advies aan bedrijven over organisatievernieuwing als voorzitter van de Werkvereniging en managing partner van Mindshake. Dat laatste bureau runt ze samen met de in Oostenrijk wonende Saskia Langenberg. ‘Dus wij brengen Het Nieuwe Werken volop in praktijk’, zegt ze. ‘Wij vergaderen eens in de week 1,5 uur via Facetime of Skype, en hebben afgesproken dan altijd eerst een kwartiertje over koetjes en kalfjes te praten, om zo toch betrokken te blijven bij elkaar.’

Geholpen door moderne middelen als trello verloopt die samenwerking-op-afstand prima, zegt Wouters. En dat kan ze dus ook meteen andere organisaties aanraden. ‘Het Nieuwe Werken heeft wat mij betreft veel meer voor- dan nadelen. Het maakt veel meer vrijheid mogelijk, veel meer autonomie. En zo kun je ook veel meer doelen bereiken.’

Dus nee, Het Nieuwe Werken is zeker niet dood en begraven, zegt ze. Er is nog volop werk aan de winkel. ‘In veel organisaties en vooral bij veel middenmanagers bestaat er nog steeds veel weerstand tegen. Maar als je dan doorvraagt, merk je dat ze nu ook vaak niet weten wat hun mensen precies doen…’

Helpt het de zzp’er vooruit?

Het Nieuwe Werken en de opkomst van de zzp’er hangen nauw samen. Meer autonomie, zelf je tijd kunnen indelen, sturen op resultaat in plaats van aanwezigheid, voor de zelfstandig ondernemer was het allemaal al vanzelfsprekend voordat het in grote organisaties een trend werd.

Maar de gemiddelde zelfstandige heeft wel baat gehad bij die trend. Voor de manager die vanwege Het Nieuwe Werken zijn eigen mensen al steeds meer op afstand ziet werken, werd de drempel om zelfstandigen in te schakelen immers ook lager. Eindelijk mensen die je écht op hun output kunt aanspreken!

Toch is er in de loop der jaren opvallend weinig aandacht geweest voor deze onderlinge relatie. Zijn deze twee trends echt sterk van invloed op elkaar? Of lopen ze ‘toevallig’ samen op?

‘Vrouwen zijn meer gaan werken en mannen meer gaan zorgen’, verklaart Wouters. ‘Tegelijk trekt de overheid zich terug en dwingt de internationale concurrentiestrijd ons ondertussen allemaal om innovatief en flexibel te zijn. Maar als werkgevers hun medewerkers dan niet genoeg zeggenschap geven om werk, scholing, opvoeding, mantelzorg en ontspanning een leven lang te combineren, dan gaat het mis.’

‘Allesbehalve toeval’

Wouters denkt dan ook dat het ‘allesbehalve toeval’ is dat zoveel mensen voor zichzelf zijn begonnen de afgelopen jaren. ‘Mensen die voor zichzelf werken geven aan minder gestrest en ziek te zijn. Vooral binnen bedrijven loopt het aantal mensen met een burn-out schrikbarend op. Het zijn niet de fiscale voordelen die de aantrekkingskracht van het zelfstandig ondernemerschap verklaren; het is de groeiende behoefte aan autonomie en zeggenschap waar bedrijven nog steeds te weinig op inspelen.’

Jarenlang is geïnvesteerd om de arbeider te emanciperen, zegt Wouters. ‘Maar nu het zover is vergeten bedrijven de vrijheid en verantwoordelijkheid te verschaffen die daarbij hoort. Dat frustreert. Het wordt dan ook hoog tijd dat de machtsverhoudingen binnen bedrijven minder autoritair worden. Daar gaat wat mij betreft Het Nieuwe Werken over. En niet over vierkante meters. Als je met Het Nieuwe Werken begint om met minder bureaus toe te kunnen, dan gaat het niet werken. Dan wordt Het Nieuwe Werken in feite niet anders dan Het Nieuwe Bezuinigen. Dat gaat in de praktijk vaak mis. Niet omdat bezuinigen geen goed idee is, maar omdat er dan niet goed doordacht is hoe de organisatie en haar machtsverhoudingen moeten veranderen.’

Ideeën uit de fabriekshal

En elke organisatie verandert voortdurend, wil ze maar zeggen. ‘Terwijl veel van onze ideeën over hoe we zouden moeten werken nog stammen uit de tijd dat we naar de fabriekshal moesten.’

Die tijd is echter voorgoed voorbij, zegt ze. ‘Vroeger was je óf vrij óf aan het werk. Dat past niet meer in deze tijd. Een goed idee heb je niet per se tussen 9 en 5 uur. Ook combineren we nu bijna allemaal zorgtaken met ons werk. En gelukkig maar. De diversiteit in de beroepsbevolking is zó toegenomen, dan kun je niet meer één dwingend model opleggen. Dat gaat gewoon niet werken.’

Lessen van de Montessorischool

Met het creatieve werk dat velen van ons nu doen, en de ‘enorm hoogopgeleide bevolking’ die we nu hebben, is zo’n rigide benadering volgens Wouters ook helemaal nergens meer voor nodig. ‘Leiders zijn nog wel nodig. Iemand moet een koers uitzetten, bepalen waar het heengaat. Maar micromanagement? Alsjeblieft zeg!’

Ze haalt weer een persoonlijke anekdote aan om dat te illustreren. ‘Ik ben in mijn jeugd naar een Montessorischool geweest. Daar leerde ik al jong om afspraken te maken over mijn werk, en werd ik verder vrijgelaten hoe die doelen te halen. Dat bleef zo, ook in mijn studietijd. En toen ging ik werken, en was het ineens van: hier ga je zitten, en dit ga je doen. Dat is toch raar? Ik was in mijn hele leven daarvoor nog nooit zó infantiel behandeld. Ik was gewoon beledigd in mijn intelligentie. Was ik daarvoor zo lang naar school geweest?’

Het gaat niet om vierkante meters

Voor Wouters is het simpel: Het Nieuwe Werken gaat dus níet over vierkante meters. Het gaat ook níet om telewerken. Waar het dan wél om gaat? Om een gedragsverandering die past bij de verschuivende machtsverhoudingen en een bijpassende manier van organiseren. Een blauwdruk heeft ze daarbij overigens niet. ‘Daar geloof ik niet in.’ Maar ze denkt wel elke organisatie te kunnen helpen de noodzakelijke slag te maken. Om medewerkers toe te staan zelf met ideeën aan de slag te laten gaan. En hen niet langer als kleine kinderen of arbeiders uit de jaren 30 te behandelen.

Daar past best een andere kantoorinrichting bij, geeft ze meteen toe. ‘Want als je de omgeving verandert, is de kans groter dat ook je gedrag verandert. En pas als gedrag verandert, kan ook je overtuiging veranderen. Andersom kan ook, hoor. Maar dan is het toch een stuk lastiger.’

(tekst: Peter Boerman) 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Maak van Het Nieuwe Werken níet Het Nieuwe Bezuinigen, dan gaat het mis’

ABU: ‘Aan heimweebeleid heeft niemand behoefte’

Die oproep doet ABU-voorzitter Jurriën Koops aan de vooravond van weer een nieuwe overleg in de Kamer over de wet-DBA. ‘Op dit moment geldt dat alles een arbeidsovereenkomst is, tenzij… Maar wat ons betreft kun je dat beter omdraaien. Er is volgens ons ook een ondernemersovereenkomst nodig, waarin staat: als je ondernemer bent, dan ben je geen werknemer. Punt. En dit uitgangspunt zou wettelijk verankerd moeten worden.’

 

Heimweebeleid

Volgens Koops is er bij de huidige politieke benadering van de arbeidsmarkt sprake van ‘heimweebeleid’. ‘Er wordt nog steeds geprobeerd de arbeidsmarkt van nu te duwen in een sociaal stelsel uit de jaren 50. Dat werkt niet, daaraan heeft niemand behoefte. Als je het probleem binnen dat stelsel probeert op te lossen, blijft het pappen en nathouden. De dynamiek en diversiteit van de arbeidsmarkt moet je dan ook niet als een probleem definiëren, maar als een gegeven, als uitgangspunt.’

 

Wat is nu een arbeidsverhouding?

De kern van het probleem, aldus Koops, is dat de overheid maar geen antwoord lijkt te geven op de vraag wat nu een arbeidsverhouding is. Dat is dus ook het geval met het recente rapport Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie, dat Koops als ‘weinig verrassend’ schetst. ‘De 10 oplossingsrichtingen (beleidsvarianten) uit het rapport zijn nog niet eerder en niet zo uitvoerig beschreven. Dus op zich is dat wel verrassend. Maar het fundamentele achterliggende vraagstuk wordt helaas niet beantwoord. En dat is: hoe vrij zouden partijen mogen zijn in het naar eigen inzicht en voorkeur kiezen van hun arbeidsrelaties? Voor die vraag is dan ook echt een politiek antwoord nodig.’

 

Voortmodderen

Als je het vraagstuk alleen zuiver juridisch en fiscaal bekijkt, dan ‘blijft het voortmodderen’, zegt Koops. ‘We komen tot de conclusie dat je het binnen de huidige wetten niet kunt oplossen. Het gaat juist om vragen als: wat voor arbeidsmarkt willen we? Welke vrijheid willen we bieden? Welke bescherming past daarbij? En welke solidariteit is daarvoor nodig?’

Grote vragen, die nodig eens behandeld moeten worden, aldus de ABU-directeur. Want dat er nu scheefgroei en ‘shopgedrag’ is ontstaan, dat ziet hij wel. ‘Aan beide zijden van de arbeidsmarkt. Zowel mensen als organisaties zie je zoeken naar wat voor hen het optimum is.’

Om daar uit te komen, ziet hij grofweg twee scenario’s. Aan de ene kant kun je de verschillen tussen arbeids-, opdracht- en aanneemovereenkomst proberen kleiner te maken. Aan de andere kant kun je proberen tussen die drie verschillende smaken een strikter onderscheid te maken. ‘Dat doe je niet door in te zoomen op vragen als: is er een gezagsverhouding of niet? Dat gaat hem niet worden. Je moet het dan aandurven het systeem wat rigoureuzer te verbouwen.’

 

Oplossing: ondernemersovereenkomst

Bijvoorbeeld met een ondernemersovereenkomst dus, een idee dat inmiddels ook door VNO-NCW is omarmd. ‘Daarmee creëer je een volwaardige positie voor de ondernemer’, stelt Koops.

Dat schept ook meer ruimte voor wat hij ‘het grote debat’ noemt. ‘Wij zijn echt niet van het verheerlijken van flexibiliteit. Ik gun ook iedereen een vaste baan. De realiteit is alleen: dat is niet van deze tijd. De diversiteit is nu groot en die wordt alleen maar groter. Het gaat er dan om: hoe bied je bescherming, op het gebied van bijvoorbeeld ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen, verzekeringen, duurzame inzetbaarheid?’

Zulke bescherming is nu vaak gekoppeld aan de aard van het contract. Werknemers zijn vol beschermd, zelfstandigen draaien er helemaal zelf voor op. ‘Wij denken dat een vorm mogelijk is met bijvoorbeeld collectieve verzekeringen en persoonlijke opleidingsrekeningen. Dat vergt veel tijd, maar je moet de discussie wel voeren. De wet-DBA heeft de oplossing niet gebracht, dat is in elk geval wel duidelijk. En we kunnen niet om de hete brij blijven heen draaien.’

Wordt ook de schijnzelfstandigheid daarmee aangepakt?

Gaat de ondernemersovereenkomst de problemen met ‘schijnzelfstandigheid’ dan oplossen? Koops: ‘Wij onderkennen zeker dat er een problemen zijn aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar we vinden het van belang dat iedere werkende vrij is in zijn keuze. En dat hij de gevolgen ervan kan overzien. Als je ‘gedwongen’ wordt als zelfstandige te werken, kun je in zo’n geval wel een beroep doen op het Burgerlijk Wetboek (BW). En dan is zo’n ondernemersovereenkomst zo van tafel. Ik zeg niet dat dit de oplossing is voor alles en dat alle ellende dan voorbij is. Een grijs gebied hou je toch. Maar nu lijkt het soms wel of de jacht op de zzp’er weer is geopend. En wij zeggen: kijk uit dat je niet het kind met het badwater weggooit.’

‘Het nieuwe kabinet moet snel keuzes maken over de positie van de werkende. Zo niet, dan woekert de onduidelijkheid van Wet DBA door, inclusief de dreigende handhaving. Helaas hebben we vanuit de politiek nog geen oplossingen gehoord die de gewenste snelheid kunnen bespoedigen.’

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 3s Reacties

Wet DBA: Je gaat het pas zien als je het door hebt.

De titel van deze column is afkomstig van Johan Cruijff. Johan Cruijff wordt wereldwijd beschouwd als een van de beste voetballers aller tijden. De voormalige aanvaller en spelverdeler wordt geroemd om zijn techniek, startsnelheid, handelingssnelheid en spelinzicht. Naast fantastisch voetbal, staat Johan Cruijff ook bekend om zijn bijzondere, spraakmakende uitspraken.

Ik hoor u al denken, wat heeft dit alles met de Wet DBA te maken? De invoering van deze wet heeft geleid tot heel veel onduidelijkheid. Zowel aan de kant van de opdrachtgevers als aan de kant van de opdrachtnemers. Hoe kan dit opgelost worden? Simpel door terug te gaan naar de basis. Het tot nu toe gehanteerde uitgangspunt “alles is een arbeidsovereenkomst, tenzij”, is de veroorzaker van alle onduidelijkheid. Hier zal dus iets aan gedaan moeten worden. Dat kan naar de mening van de ABU op een vrij eenvoudige wijze en wel door in het vervolg als uitgangspunt te hanteren: “Een ondernemer is geen werknemer”. Dit klinkt zo logisch, dat zelfs Johan Cruijff dit had kunnen bedenken.

Zelfstandig ondernemerschap in wet verankeren

De volgende stap is dan dit nieuwe uitgangspunt in de wet tot uitdrukking brengen. Het civiele recht kent op dit moment al zogenaamde ondernemersovereenkomsten. Dit zijn overeenkomsten waarbij de diensten en/of producten van ondernemers centraal staan. Denk bijvoorbeeld aan de overeenkomst van opdracht. Voor de ondernemersovereenkomsten kun je bepalen dat als een overeenkomst als een ondernemersovereenkomst kwalificeert, de wettelijke bepalingen van de arbeidsovereenkomst niet van toepassing zijn. Randvoorwaarde hierbij is wel dat iedere werkende vrij is in zijn/haar keuze voor ondernemerschap of werknemerschap. Dat moet wel een bewuste keuze zijn en de gevolgen ervan zijn door de werkende goed te overzien. (Evident) misbruik en oneigenlijk gebruik moet – net als nu – bestreden worden.

Naar totaaloplossing

Dit is niet de totaaloplossing. Het sluitstuk van onze voorstellen ligt in het fiscale domein, namelijk de introductie van een ondernemerstoets. Wanneer een werkende arbeid verricht in de uitoefening van zijn bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep, is er geen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.

Het is jammer dat het rapport Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie van de interdepartementale werkgroep niet voorziet in een totaaloplossing.

Je gaat het pas zien als je het door hebt. De ABU heeft het probleem al enige tijd door en stelt derhalve al geruime tijd een aanpassing in het civiele recht (ondernemersovereenkomst) en in het fiscale recht (ondernemerstoets) voor. Een totaaloplossing voor het huidige Wet DBA-probleem.

Ons statement met daarin de uitwerking van onze voorstellen hebben wij vorige week naar vertegenwoordigers van de politieke partijen in de Tweede Kamer gestuurd.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Formatiepartijen op zoek naar uitweg Wet DBA. Polderoverleg stokt.

In het gesprek tussen bedrijfsleven en  een aantal Kamerleden waaronder Ziengs (VVD) en Van Weyenberg (D66), geïnitieerd door The Future Group, laten de woordvoerders zien dat ze het over opvallend veel onderwerpen rond de Wet DBA eens zijn. De wet werkt niet goed, maar hoe groot de daadwerkelijk ‘ongewenste’ schade is, blijft ook voor hen onduidelijk. De Wet DBA afschaffen zonder vervangend systeem is van de regen in de drup raken. En: je kunt de Wet DBA niet los zien van andere dossiers rond de arbeidsmarkt.

De drie partijen deden tijdens een roundtable georganiseerd door The FutureGroup en ONL, een oproep aan de sociale partners met een breed gedragen plan te komen om uit de impasse te raken.

Daarbij constateerden de partijen ook dat het dossier “Arbeidsmarkt” ‘met stip op één staat’ als zijnde het dossier waarin de vier beoogde coalitiepartners (dus inclusief de CU) elkaar het makkelijkst kunnen vinden.

Dat kan zo zijn, maar een precieze richting uitspreken over waar het heen moet met de Wet DBA is en blijft ook voor de politici lastig. Omdat de Wet DBA ‘controversieel’ is verklaard, hoeft van het Kameroverleg van donderdag aanstaande niet veel verwacht te worden. Een oplossing moet gevonden worden tíjdens de formatie.

Bedrijfsleven bezorgd

Aanwezige organisaties als ArboNed, ING, Alliander en Achmea onderstreepten tijdens de bijeenkomst dat het werken met begrippen als ‘geen gezag’ en ‘vrije vervanging’, zoals met de huidige modelovereenkomsten gedaan wordt, voor hen onwerkbaar is. Ook het uitstel van de handhaving van de Wet DBA heeft weinig effect op deze organisaties.

Een aantal organisaties gaf aan dat door de Wet DBA het in een krapper wordende arbeidsmarkt steeds lastiger wordt om de juiste kennis in huis te halen.

Voor Hans Biesheuvel van ONL ligt de oplossing in het afschaffen van de Wet DBA en het creëren van een aparte wettige status voor zelfstandigen.

Afschaffen Wet DBA is geen optie

De Wet DBA simpelweg afschaffen is voor geen van de drie aanwezige partijen een optie. ‘De Wet kan niet van tafel zonder alternatief. In die zin is de verlenging van de periode van niet-handhaven ook logisch”, aldus Ziengs. De Wet DBA betekende afschaffing van de VAR. Zonder Wet DBA is er helemaal geen houvast.  “Het gevaar is dat dan het hek helemaal van de dam gaat”, aldus een van de aanwezigen. “Dat gaat het aantal zzp’ers zo hard groeien dat er straks maar één uitweg is: het zzp-construct helemaal afschaffen. Dat moeten we niet willen”.

“Je kunt deze discussie over de Wet DBA niet los zien van het hele debat over de arbeidsmarkt. Over het aantrekkelijker maken van het werkgeverschap. De hervorming van de WWZ. De zorgen over het lage percentage verzekerden onder de zelfstandigen. Dat hangt allemaal met elkaar samen”, aldus Van Weyenberg.

De partijen lijken wel open te staan voor een eventuele tussenoplossing,  in afwachting van een bredere, samenhangend zzp-beleid. Bijvoorbeeld door de ‘ondernemersverklaring’, met daarin een aantal heldere criteria. Daarmee ontstaat een ‘safe haven’ waarbinnen echte zelfstandigen en hun opdrachtgevers weten dat ze zaken kunnen doen. Ook professor Boot, die leiding gaf aan een evaluatiecommissie over de Wet DBA, heeft – net als anderen – daartoe suggesties gedaan.

Een dergelijk idee staat en valt natuurlijk wel met de vraag over welke criteria je het dan hebt en hoe dat uitpakt. “Ik wil best een noodverband aanleggen, maar dan wil ik ook weten hoe de operatie er uitziet”, stelt Van Weyenberg.

“Kom met een plan!”

Het onlangs opgeleverde ambtelijk rapport met alternatieve richtingen voor de Wet DBA, is met teleurstelling ontvangen in de Kamer. “Het is niet veel meer dan een opsomming van meningen die allerlei partijen ons ook al eens hadden aangedragen”, zo stelt Ziengs.

De Kamerleden hadden daarom een heldere oproep aan de sector: “Kom met een concreet en breed gedragen plan. Als wij straks aan de beurt zijn om over dit soort dossier te onderhandelen, dan krijgen we daar zo beetje een dag de tijd voor.”

Met de sector wordt dan bedoeld: zowel zzp-organisaties als de vakbeweging, werkgeversvertegenwoordigers en de flexbranche. En liefst ook van mensen uit de praktijk. Dat mensen die met hun voeten in de klei van het inhuurproces bij grote organisaties staan soms een ander beeld hebben dan de werkgeversorganisaties, dat is voor de politiek meer en meer duidelijk.

Polderakkoord over Wet DBA lijkt uitgesloten

De kans dat zo’n breed gedragen plan er komt, lijkt overigens zeer klein. Eerdere initiatieven om de verschillende zzp-organisaties, werkgeversclubs en vakbonden rond dit dossier op één lijn te krijgen werden in de kiem gesmoord.

Zeker voor VNO/NCW en FNV is de Wet DBA maar een van de dossiers waarover ze graag zonder politieke bemoeienis zaken doen, al loopt ook dat proces uiterst moeizaam. De polderpartijen zijn het misschien niet eens zozeer oneens over de Wet DBA, uit strategisch oogpunt hebben ze geen belang bij een (deel)oplossing. Immers: met een snelle oplossing in het Wet DBA-dossier hebben ze één troefkaart minder in handen in dat grote polder-poker-spel. In the end is een zelfstandige voor VNO een werknemer, excuus, opdrachtnemer die nu ook weer niet te veel positie moet krijgen. En voor FNV is het nog steeds iemand die de stoel van iemand in loondienst bezet houdt.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

ChristenUnie in plaats van GroenLinks: voor de zelfstandige maakt het weinig uit

De formatie gaat een nieuwe fase in. GroenLinks maakt plaats voor de ChristenUnie. Mogelijk komt daarmee de formatie in een stroomversnelling. Dan weten we ook eindelijk wat een nieuw kabinet in petto heeft voor zelfstandigen. Zoals eerder beschreven liggen er wel een aantal compromissen voor de hand. 

De twee grootste dossiers die boven de markt hangen zijn enerzijds een uitweg uit de problemen rond de Wet DBA, en anderzijds een mogelijke stap richting een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering, eventueel gekoppeld aan aanpassing van de zelfstandigenaftrek. Onderwerpen die overigens tot nu toe in de onderhandelingen überhaupt nog niet op tafel lijken te zijn geweest.

Maakt de wisseling tussen GroenLinks en de ChristenUnie voor de krachtsverhoudingen binnen de nieuwe coalitie veel uit? Laten we beide dossiers even nader beschouwen.

Compromis rond arbeidsongeschiktheidsverzekering?

GroenLinks had ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsverzekering het meest radicale voorstel. Een gratis arbeidsongeschiktheidsverzekering, voor alle zelfstandigen, maar dan wel met een  afschaffing van de fiscale MKB-vrijstelling. Een politiek onhaalbaar standpunt. Maar in haar wens zelfstandigen zich verplicht te laten verzekeren voor de risico’s op arbeidsongeschiktheid had GroenLinks het CDA aan haar zijde. Het CDA is voorstander van zo’n verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Net als de ChristenUnie.

Een verplichte verzekering lijkt voor de VVD en D66 echter lastig te accepteren. Al leven ook binnen die partijen zorgen over het lage percentage verzekerden onder de zelfstandigen. Een mogelijke plek voor de zelfstandigen in een grotere hervorming van de doorbetaling bij ziekte of een koppeling tussen de zelfstandigenaftrek en arbeidsongeschiktheidsverzekering zou een compromis kunnen worden, zoals al eerder gemeld. De wisseling tussen GroenLinks en de ChristenUnie maakt op dit vlak dan ook weinig uit.

De ChristenUnie is meer uitgesproken over de Wet DBA

Anders dan GroenLinks heeft de ChristenUnie zich altijd actief bemoeid met het debat over de Wet DBA. Woordvoerster Carola Schouten stelde zich in het laatste debat over de Wet DBA op het standpunt dat, als minst slechte alternatief, de VAR maar weer snel terug ingevoerd moet worden. In afwachting tot een betere oplossing, die volgens haar nog wel een paar jaar aan voorbereiding kan kosten.

Qua visie op wie nu wel en wie nu niet een schijnzelfstandige is, daarin verschillen de ChristenUnie en GroenLinks niet veel. Ook niet over de wat bredere thematiek van de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Carola Schouten, die nu mee gaat onderhandelen, zit wel dieper (en beter) in het dossier rondom de Wet DBA dan haar GroenLinks-collega’s. Dat helpt misschien om een doorbraak te bereiken. Al vond de oproep van Schouten om terug te keren naar de VAR geen gehoor bij de andere partijen aan tafel. 

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ChristenUnie in plaats van GroenLinks: voor de zelfstandige maakt het weinig uit

EU-Commissaris Thyssen: ‘Sterk sociaal stelsel – voor alle werkenden – goed voor economie’

“De snelheid van veranderingen op de arbeidsmarkt kunnen we niet verminderen. Wel moeten we zorgen dat er niemand achterblijft.”

Europees commissaris Marianne Thyssen had in elk geval een duidelijke boodschap tijdens een bijeenkomst in Brussel georganiseerd door het World Employement Confederation (WCE), de vereniging van nationale brancheorganisaties in de flexbranche, zoals de ABU in Nederland.

“We moeten waakzaam zijn dat alle werkenden, inclusief alle zelfstandigen, in staat zijn om zichzelf te kunnen verzekeren voor arbeidsongeschiktheid, pensioen kunnen opbouwen en zich kunnen blijven opleiden. De nieuwe manieren waarop we kunnen werken vragen om een modernisering van sociale rechten en regels. Dat formele afspraken via digitale platformen vervallen vraagt om antwoorden om hen die werken via dat soort platforms te beschermen.”

Bruggen bouwen

De veranderende arbeidsmarkt en de sociale gevolgen die dat met zich meebrengt maakt volgens Thyssen onderdeel uit van het “Europees semester”, een cyclus van coördinatie van het economisch en begrotingsbeleid in de EU. “Een nieuw stelsel van sociale rechten staat competitie en concurrentie ook niet te in de weg, zoals sommigen suggereren. Integendeel. Een sterke, competitieve economie is juist gebaat bij een sterk sociaal stelsel.”

Volgens de Eurocommissaris kunnen bedrijven die actief zijn in de flexbranche voortrekkers worden in het beantwoorden van de vragen die de nieuwe arbeidsmarkt stelt. “We moeten bruggen bouwen, principes en beleid bij elkaar brengen en omzetten naar actie”, zei ze. Dat vraagt volgens haar ook om meer samenwerking tussen overheden en brancheorganisaties.

Uitdagingen

WEC voorzitter Denis Pennel

De oproep aan de flexbranche om een rol te spelen was natuurlijk muziek in de oren voor Denis Pennel van WCE. In zijn whitepaper over The Future of Work’ zet Pennel uiteen hoe de WCE aankijkt naar die veranderende wereld van werk en haar kansen en knelpunten. De veranderingen worden aangejaagd door de VUCA omstandigheden (snel veranderend, onzeker, complex en dubbelzinnig), globalisering, individualisering, open source en digitalisering.

Die veranderingen leidt tot een nieuwe biodiversiteit, zoals Pennel dat noemt. “Een groeiende diversiteit in mensen, in ecosystemen en in manieren van werk.” Volgens Pennel moeten die diversiteit en de eigen keuze van werkenden het uitgangspunt zijn in het herontwerp van de regels voor de arbeidsmarkt.  “We zijn de fase van ‘the winner takes it all’ voorbij.  Er is een nieuw evenwicht nodig.”

Er is volgens Pennel een duidelijke behoefte aan wijzigingen van de sociale regels en de sociale rechten. Hij ziet daarbij wel uitdagingen in bijvoorbeeld veiligheidsregels, training en employability en sociale verzekeringen voor alle werkenden. Ook noemt hij het probleem van de ‘classification’, oftewel: hoe definieer je de nieuwe categorieën werkenden “We moeten de werkenden beschermen, niet de banen” zo stelde WEC voorzitter Annemarie Muntz.

Zelfstandigen

De definitiekwestie die Pennel aanhaalt, kwam vaker tijdens de bijeenkomst voorbij. Want wie is nu bijvoorbeeld een ‘zelfstandige’? Het is een discussie die in meerdere landen speelt. Ook op Europees niveau wordt daarom bekeken hoe te komen tot een nieuwe definitie van het kleinbedrijf. Met de mogelijke optie om naast de (klassieke) werknemers en ondernemers ruimte te maken voor een derde categorie: de zelfstandig werkenden.

EFIP voorzitter Denis Maessen

Denis Maessen, naast voorzitter van PZO ook voorzitter van de EFIP (de European Forum of Independent Professionals), volgt deze discussie met aandacht en soms zorg. “Nieuwe EU-regels moeten zwakkeren beschermen, maar succesvolle zelfstandigen niet belemmeren”, zegt hij.

Maessen maakt zich zorgen dat er in dat verband te generiek gekeken wordt naar zelfstandigen. “Er zijn zoveel data die de diversiteit in deze groep aantonen. Met elk beleid moet je daarmee rekening houden.”

Maessen pleit ervoor de huidige problemen bij zelfstandigen in elk geval meer vanuit een economisch dan een sociaal perspectief te benaderen. “Vraag bijvoorbeeld elk jaar aan zelfstandigen met een te lage omzet of ze ondersteuning nodig hebben om meer omzet te generen. Of dat ze willen terugvallen op het sociale vangnet. En als ze die ondersteuning niet willen… prima!”

De Europese Commissie zet stevig in op haar sociale agenda, ook als antwoord op de onvrede uit de samenleving op de EU. Die agenda doortrekken naar Europese regels en afspraken rond zelfstandigen werd door sommige experts als onhaalbaar gezien. Een flex-security model zoals Denemarken heeft, is niet zo maar te kopiëren. De huidige arbeidsrecht- en fiscale regels zijn per land simpelweg veel te divers.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor EU-Commissaris Thyssen: ‘Sterk sociaal stelsel – voor alle werkenden – goed voor economie’

Vlot afhandelen van een contract met een MSP. Vijf tips.

Over the years I have been involved in numerous conversations and negotiations with lawyers when moving from an award of contract for MSP service provision, through to a mutually agreeable and executable contractual agreement.

For anybody who has been involved in this process, I am sure that, at a minimum, it has been a somewhat uncomfortable experience and at worst, complete torture.

There have been situations where contracts have taken six months or more to conclude and where contract negotiations have continued even during the early stages of implementation — when data is being gathered, process documents written and steady-state delivery teams being appointed and even hired.

So, here is some practical advice that might make things a little easier for all parties involved in these discussions.

Allow the MSP to write the initial contract.

It is amazing how many contracts I have seen from organizations where so much of the content bears little relation to the service being acquired as part of an MSP. An MSP provider understands the staffing business and can apply best practice to create a more bespoke contract that is better aligned to MSP service delivery. This also saves your legal team time and effort in creating a one-off MSP framework, freeing this time for negotiations.

Consider having a master services agreement with country addendums.

Try to create a master services agreement that is applicable to all the common needs across your territories, allowing for separate addendums for each country where there are such things as differing legislative requirements, pricing strategy or rate cards

Risk Assmnt1Be realistic when looking at risk.

Try to compartmentalize risk into one of the four quadrants depicted in the following image. Keep as much as possible in the bottom left-hand quadrant, where the likelihood of the risk occurring is low, as is the impact to either party if an event does occur.

Separate the service-level agreements and key performance indicators.

Try not to confuse SLAs and KPIs. My recent article SLAs and KPIs are different — Split them in your contract explains their differences and provides a series of recommendations for using and tracking them.

Rein the lawyers in.

Get your legal counsel together and focus their efforts to come up with a mutually agreeable framework in as short of a timeframe as possible. I believe that in full consultation with the business stakeholders from both the buying organization and the MSP provider, reining them in and providing a finite timeframe for them to come up with a workable framework agreement, would certainly result in less pain.

Peter Reagan, CCWP
Peter Reagan, CCWP, is director, contingent workforce strategies and research (EMEA & APAC) at Staffing Industry Analysts. He has more than 25 years’ experience within the staffing industry, having held a number of senior managerial and executive positions within leading staffing organizations, including Adecco and Volt. He can be reached at preagan (at) staffingindustry (dot) com.
(Dit artikel is eerder verschenen op de website van SIA
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Vlot afhandelen van een contract met een MSP. Vijf tips.

Ophef over tarief interim managers veiligheidregio’s. Hoe zat het ook al weer met de WNT?

EenVandaag en NH deden onderzoek naar wat de vijf Noord-Hollandse Veiligheidsregio’s de afgelopen jaren hebben betaald aan externen. Dat staat allemaal in dit overzicht.

Dit soort berichten en cijfers leidt al snel tot veel verontwaardiging en de onvermijdelijke Kamervragen. En zoals gebruikelijk worden er een aantal termen door elkaar gehaald.

Zo wordt het bedrag dat in rekening gebracht is bij een overheidsinstantie door de verslaggevers, en ook door een hoogleraar financiële ethiek, gelijkgeschakeld met ‘salaris’. Wat daarbij vergeten wordt is dat bij de inzet van met name een zwaardere interimmanager in de publieke sector er vrijwel altijd wel een bureau tussen zit (genoemde bedragen zijn inclusief de marge van het bureau). En belangrijker:  een tarief van een interimmer is wel iets anders dan een salaris.

WNT stelt duidelijke normen qua tarief

Los daarvan is het natuurlijk altijd zinnig om een discussie te voeren of uitgaven aan een externe doelmatig is.

Daarnaast kan er natuurlijk ook gesproken worden over het feit of de hoogte van een tarief binnen de normen valt. De Wet Normering Topinkomens, die ook voor de veiligheidsregio’s geldt, heeft namelijk ook regels ten aanzien van maximale vergoedingen van externen. Daarin wordt rekening gehouden met het verschil tussen iemand in loondienst en een (zelfstandig) interim-manager.

De regels zijn in 2015 aangescherpt en tamelijk overzichtelijk. Sinds 2016 gelden de volgende normen:

  • Tijdens de eerste zes maanden van de opdracht mag een maandvergoeding niet hoger zijn dan 24.000 euro per maand (vanaf 2017: 24.500)
  • Na die 6 maanden geldt een maximum van 18.000 euro per maand (2017: 18.500) .
  • Na 12 maanden vallen interim-managers onder de ‘normale’ WNT norm van max 178.000 euro
  • Een uurtarief mag daarnaast niet hoger zijn dan 175, – (2017:  176,-)

Van alle in het overzicht genoemde gevallen uit 2016 (daarvoor golden immers wat andere normen) lijkt er op het eerste gezicht één geval te zijn waarin mogelijk een overschrijding is van de WNT norm (uurtarief van 187 i.p.v. 175).

Overigens is het zo dat de WNT alleen geldt voor ‘de hoogste functionarissen’ van een organisatie. Zowel in loondienst als via een interim-contract. Dat wil zeggen dat bijv een ICT projectleider al snel buiten de regels van de WNT valt.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Ophef over tarief interim managers veiligheidregio’s. Hoe zat het ook al weer met de WNT?