Wet DBA: Je gaat het pas zien als je het door hebt.

De Wet DBA. Een ondernemer is geen werknemer. Hoe ingewikkelder kan je het maken, vraagt Lisette van Rossum (ABU) zich af.

De titel van deze column is afkomstig van Johan Cruijff. Johan Cruijff wordt wereldwijd beschouwd als een van de beste voetballers aller tijden. De voormalige aanvaller en spelverdeler wordt geroemd om zijn techniek, startsnelheid, handelingssnelheid en spelinzicht. Naast fantastisch voetbal, staat Johan Cruijff ook bekend om zijn bijzondere, spraakmakende uitspraken.

Ik hoor u al denken, wat heeft dit alles met de Wet DBA te maken? De invoering van deze wet heeft geleid tot heel veel onduidelijkheid. Zowel aan de kant van de opdrachtgevers als aan de kant van de opdrachtnemers. Hoe kan dit opgelost worden? Simpel door terug te gaan naar de basis. Het tot nu toe gehanteerde uitgangspunt “alles is een arbeidsovereenkomst, tenzij”, is de veroorzaker van alle onduidelijkheid. Hier zal dus iets aan gedaan moeten worden. Dat kan naar de mening van de ABU op een vrij eenvoudige wijze en wel door in het vervolg als uitgangspunt te hanteren: “Een ondernemer is geen werknemer”. Dit klinkt zo logisch, dat zelfs Johan Cruijff dit had kunnen bedenken.

Zelfstandig ondernemerschap in wet verankeren

De volgende stap is dan dit nieuwe uitgangspunt in de wet tot uitdrukking brengen. Het civiele recht kent op dit moment al zogenaamde ondernemersovereenkomsten. Dit zijn overeenkomsten waarbij de diensten en/of producten van ondernemers centraal staan. Denk bijvoorbeeld aan de overeenkomst van opdracht. Voor de ondernemersovereenkomsten kun je bepalen dat als een overeenkomst als een ondernemersovereenkomst kwalificeert, de wettelijke bepalingen van de arbeidsovereenkomst niet van toepassing zijn. Randvoorwaarde hierbij is wel dat iedere werkende vrij is in zijn/haar keuze voor ondernemerschap of werknemerschap. Dat moet wel een bewuste keuze zijn en de gevolgen ervan zijn door de werkende goed te overzien. (Evident) misbruik en oneigenlijk gebruik moet – net als nu – bestreden worden.

Naar totaaloplossing

Dit is niet de totaaloplossing. Het sluitstuk van onze voorstellen ligt in het fiscale domein, namelijk de introductie van een ondernemerstoets. Wanneer een werkende arbeid verricht in de uitoefening van zijn bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep, is er geen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.

Het is jammer dat het rapport Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie van de interdepartementale werkgroep niet voorziet in een totaaloplossing.

Je gaat het pas zien als je het door hebt. De ABU heeft het probleem al enige tijd door en stelt derhalve al geruime tijd een aanpassing in het civiele recht (ondernemersovereenkomst) en in het fiscale recht (ondernemerstoets) voor. Een totaaloplossing voor het huidige Wet DBA-probleem.

Ons statement met daarin de uitwerking van onze voorstellen hebben wij vorige week naar vertegenwoordigers van de politieke partijen in de Tweede Kamer gestuurd.

Mr. Lisette van Rossum (Fiscaal Recht, Rijksuniversiteit Leiden en Europese Fiscale Studies, Erasmus Universiteit Rotterdam) startte haar loopbaan als assistent accountant bij Moret en Limpberg. Bij Fortis Nederland en Delta Loyd specialiseerde zij zich in loonheffingen. Deze ervaring breidde zij verder uit in functies bij o.a. KPMG Meijburg & Co en NV Nuon Energy. Sinds 2010 is Van Rossum beleidsmedewerker bij de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen). Daar is zij verantwoordelijk voor alles op het gebied van fiscale wet- en regelgeving. In die hoedanigheid adviseert zij leden en lobbyt zij in Den Haag. Ook heeft zij het dossier zzp-intermediairs onder haar hoede. Mede van haar hand zijn de modelovereenkomst tussenkomst en bemiddeling. Bekijk alle berichten van Lisette van Rossum

2 reacties op dit bericht

  1. “Een ondernemer is geen werknemer”.

    Ok prima, maar wat maakt je dan een ondernemer?

    De KvK inschrijving alleen lijkt me niet voldoende, ook het jezelf benoemen als ondernemer niet.
    Een ondernemer valt in een heel ander belasting regime dan een werknemer, het lijkt me logisch dat daar dus ook wat eisen aan gesteld worden en dan boel ik niet enkel wat papieren eisen, maar aantoonbare en controleerbare feiten. Dingen als dat men (financieel) risico loopt (anders dan beëindiging opdracht, want dat is geen risico), dat men de werkzaamheden onder eigen gezag uitvoert, enz.

  2. ‘Eens met de reactie van Gerrit: eerst waarden en normen.

    Het tot nu toe gehanteerde uitgangspunt “alles is een arbeidsovereenkomst, tenzij”, is de veroorzaker van alle onduidelijkheid.’ Die stelling herken ik niet – zo zitten de sociale verzekeringen en de wet op de loonbelasting NIET in elkaar – én begrijp ik niet. Ik ontken hem zelfs, en kan daar ook diverse argumenten en vele varianten aan schijnconstructies voor noemen.

    Veeleer geldt de stelling: de werkelijkheid gaat voor de schijn. Dat is de rode draad in rechtspraak”& handhaving van de regels/wetten en zie je ook terug in opbouw van de uitspraken/arresten.

    ‘Zelfstandigheid/ondernemerschap concreter in de wet veranderen is – indien mogelijk – prima. Maar het is een hele andere discussie of een werknemer vrijelijk kan kiezen – ‘opting out’ in vaktaal – om geen werknemer meer te willen zijn. Vooral niet als deze mens niet feitelijk als ondernemer/zelf-standige functioneert.

    De onjuiste sticker ‘zelfstandige/zzp’er, wishfull thinking en commercieel gedrag van ook beurgenoteerde ‘bemiddelaars/koppelbazen’ kom ik nog wel eens tegen in de werkelijkheid. (Ondanks hun verstop-pogingen.)

    Deze markt van uitleners/payrollers/detacheerders/contractors/brokers is zo groot en zo langdurig bezig dat dit deel van de maatschappij vooralsnog mijn vertrouwen kwijt is. Dus geen ‘piepsysteem’ – uitwassen achteraf bestrijden – doch zorgvuldige wetgeving om ‘shit’ te voorkomen. Wetgever, vakbonden en werkgevers-organisaties: let op!