"Exploring the future of work & the freelance economy"

10 varianten voor Wet DBA gepresenteerd aan informateur.

Een ambtelijke commissie komt met 10 varianten voor de Wet DBA. Snelle duidelijkheid voor gedupeerde zelfstandigen lijkt verder weg dan ooit. Een overzicht en analyse.

Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie

Ambtenaren van vier ministeries hebben hun rapport voor een uitweg rond de Wet DBA gepresenteerd. In hun `Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie‘ komen ze met 10 verschillende varianten om duidelijkheid te scheppen over wie nu wel en wie niet als ‘echte’ zzp’er gezien wordt. Een keuze daartussen is aan een volgend kabinet. Opvallend is dat de ambtelijke commissie in haar benadering van dit vraagstuk een stuk verder is gegaan dan sec de ontstane problematiek rond de Wet DBA.

Het debat rond de Wet DBA verzandde eind vorig jaar geheel. Een expertcommissie onder leiding van professor Boot sabelde de gekozen strategie neer van de Belastingdienst (door sec te kijken naar of geen gezag of geen persoonlijke arbeid). De ‘polder’ liet in een hoorzitting in de Kamer zien dat het totaal verdeeld kijkt naar mogelijke oplossingen. In een rommelig Kamerdebat bleek daarna ook geen begin van een Kamermeerderheid te vinden voor een van de aangedragen oplossingen uit dit debacle.

Vervolgens werd een ambtelijke commissie, met ambtenaren vanuit de vier betrokken ministeries, aan het werk gezet om alle varianten op een rij te zetten. Na gesprekken met belangenbehartigers en experts, is deze commissie nu met een eindrapport gekomen.

10 varianten

Terecht merkt de werkgroep op dat ‘het huidige moratorium op handhaving geen bestendige oplossing is’. Maar wat dan wel?

De werkgroep komt daarom met een lijst van 10 opties waaruit het volgend kabinet een keuze kan maken. Die 10 opties zijn verdeeld in twee groepen. Bij de ene groep  kan de Wet DBA – zonder dat andere wettelijke criteria aangepast hoeven te worden – worden uitgevoerd, zoals ook de commissie Boot bepleit. Bij de andere groep varianten moeten wél wettelijke criteria worden aangepast (vooral in het arbeidsrecht).

I             Uitvoering/handhaving Wet DBA zonder wijziging van de wettelijke criteria.

  • Variant A: Overgaan tot handhaven (nuloptie)
  • Variant B: Oordeel over de status van een arbeidsrelatie (OSA)
  • Variant C: Criteria voor het mogen gebruiken van een modelovereenkomst (variant-Boot)
  • Variant D: Rechtsvermoeden voor het ontbreken van een dienstbetrekking

II         Varianten die een wijziging van de wettelijke criteria vereisen.

  • Variant E: Nadere invulling van het criterium ‘persoonlijk verrichten van arbeid’
  • Variant F: Fictieve dienstbetrekking met uitzondering voor ondernemers
  • Variant G: Sectorale eis van arbeidsovereenkomst
  • Variant H: Opt-out van de loonheffingen en de werknemersverzekeringen
  • Variant I: Ondernemersverklaring voor een selectieve groep ondernemers
  • Variant J: Gelijke beloning opdrachtnemers en werknemers

Bij de eerste groep varianten gaat het dus om oplossingen bínnen de Wet DBA. Die kunnen dus relatief snel tot stand komen. Bij de tweede groep gaat het om meer fundamentele aanpassingen die ook extra tijd zullen kosten.

Al deze criteria worden uitgewerkt in het uitgebreide rapport van 116 pagina’s. De commissie zet als samenvatting alle voors en tegen in een schema (dat onder dit artikel te vinden is). Daarin wordt ook maar weer eens duidelijk dat geen van deze varianten een simpele oplossing bevat. De werkgroep ziet per variant vaak meer belemmeringen dan mogelijkheden.

Effect Wet DBA volgens commissie niet te meten

De werkgroep noemt verder dat volgens haar niet duidelijk te maken is wat de effecten van de huidige Wet DBA zijn. “Macrocijfers laten geen verslechtering zien in het opdrachtvolume of aantal gewerkte uren voor zzp’ers. De beschikbare onderzoeken over het effect van DBA geven een gemengd beeld.” De werkgroep maakt zich er wat makkelijk vanaf met een weinig inhoudelijke beoordeling van die verschillende onderzoeken.

Terecht wijst de werkgroep erop dat de beoordeling in hoeverre er een ongewenst effect is van de Wet DBA nog ingewikkelder is. “Er is geen eensluidend en politiek neutraal beeld te construeren over het maatschappelijk beeld van een arbeidsverhouding.”

De werkgroep laat het onbenoemd, maar dit is nu precies de kern waarom Wiebes zo in de problemen is gekomen met de Wet. Dat debat over wat we nu wel en niet een arbeidsrelatie vinden, of omgekeerd ‘wat nu wel of niet een ‘echte zzp’ers’ is’ is in de politiek nooit gevoerd. En het gaf vervolgens de Belastingdienst  -zoals eerder beschreven in dit artikel – alle ruimte om daar zo zijn eigen invulling aan te geven.

Meer dan alleen de arbeidsrelatie

Opvallend is verder dat de commissie in haar beoordeling van alle varianten allerlei overwegingen meeneemt die in het hele Wet DBA debat nooit ter sprake zijn geweest.

Waar de politieke discussie altijd is gegaan over het afgebakende onderwerp ‘aanpak schijnzelfstandigheid’, en voor partijen als VVD en D66 vooral om ‘aanpak gedwongen schijnzelfstandigheid’, trekken de ambtenaren de discussie rond de Wet DBA met regelmaat in een veel bredere context.

De commissie schrijft zelf dan wel dat “De taakopdracht is beperkt tot het vraagstuk van de kwalificatie van de arbeidsrelatie.” En dat “herzien van de fiscale, sociale zekerheids- en arbeidsrechtelijke instituties van de in de wetgeving onderscheiden groepen (…) geen deel uitmaakte van de opdracht.” Toch wordt met regelmaat in het stuk verwezen naar ‘budgettaire consequenties’ of effecten op wel/niet groei van het aantal zzp’ers.

Opvallend, maar misschien niet onterecht. Staatssecretaris Wiebes is herhaaldelijk gemaand eerst een bredere discussie te voeren over ‘de zelfstandigen’, bijvoorbeeld via bespreking van de uitkomsten van het IBO-zzp-rapport. Daar wilde hij nooit aan. Met alle gevolgen van dien.

Veel varianten, snelle oplossing ver weg.

De werkgroep schrijft in haar inleiding dat dit een complex onderwerp is dat de nodige voorkennis vereist. En gelijk hebben ze. Waarmee de groep nog eens het ongelijk van Wiebes bewijst, in zijn vasthoudende opstelling dat de Wet DBA slechts ging om een minimale aanpassing van de handhaving.

De 10 beschreven varianten lijken volledig. Ze lopen alleen zo ver uiteen en een aantal heeft zulke vergaande consequenties dat een keuze uit een van de opties, laat staan een snelle keuze, niet erg voor de hand ligt. Daarbij lijkt dus ook een snelle oplossing voor de groep zelfstandigen die zich nu – al dan niet terecht – gedupeerd voelt door de Wet DBA verder weg dan ooit.

De 10 varianten op een rij

De 10 varianten – inclusief voor- en nadelen – staan hier uitgewerkt:  Overzicht varianten Wet DBA (integraal overgenomen uit rapport).

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

4 reacties op dit bericht

  1. Ligt het aan mij of is alle energie die aan schijnzelfstandig wordt besteed totaal over de top? Als straks al het ondernemerschap en verweer tegen Nederlandse regeldrift is weggeregeld, wat is daar dan mee gewonnen? Laten we hulp bieden aan mensen die gedwongen zzp zijn, is dat niet waar het – schijnbaar – om is begonnen? Een mooie nieuwe taak voor de vakbonden?

    • 1) Onze sociale cultuur neigt naar hulp van de zwakkeren. Maar ter verduidelijking: het is begonnen met de indruk dat de schijnzelfstandigheid onder zzp’ers sterk toenam. Indicaties van mogelijke uitwassen kwamen meermaals in de publiciteit.

      2) Die schijnzelfstandigheid kan gedwongen zijn. Maar daar kan ook om economische/financiële redenen bewust voor gekozen zijn. Die oorzaak wordt ook genoemd in het rapport: ‘institutionele- en kostenverschillen’. Vermoedelijk zijn er ook nog andere oorzaken.

      3) Vermoeden is dat de maatschappelijke schade van schijnzelfstandigheid op korte én lange termijn wel eens groot zou kunnen zijn. Door dit soort rapporten wordt het zzp-speelveld hopelijk wat duidelijker, zodat er – op het goede moment door de juiste mensen/organen – zorgvuldige keuzes kunnen worden gemaakt.

  2. @Marijke: Dit gaat wel wat dieper dan de aanpak van schijnzelfstandigheid. Dit gaat om een fundamenteel andere aanpak van classificatie van zzp’ers, tenminste als men hiervoor kiest.

    En de FNV bekommert zich -met tienduizenden zzp’ers die lid zijn- al jarenlang om zzp’ers. En het merendeel hiervan zijn geen schijnzelfstandigen, maar bewuste, zelf gekozen ondernemers.

  3. Vergeten wordt dat heel die modelovereenkomst grote onzin is. Als ik mijn ruit kapot heb en de ruitenzetter komt die vervangen krijg ik echt geen 10 pagina’s grote overeenkomst ter voorkoming van schijnzelfstandigheid. Ik krijg dit ook niet uitgelegd aan mijn buitenlandse klanten, niemand die begrijpt dat in Nederland werken als zelfstandige verboden is.

    Mijn grootste klanten zijn gestopt met inhuur. Niet omdat ik niet voldoe, integendeel. Maar omdat ze bang zijn geworden voor onze eigen overheid. Ook dit uitstel heeft me ongelooflijke schade toegebracht, een half jaar inkomen. Al die onderzoeken die anders wijzen gaan niet over de echte zelfstandige. De echte is de dupe, die regeling moet meteen weg, ook dit gedogen moet weg.

    Er is maar 1 oplossing: maak een echt onderscheid tussen echte zelfstandigen en schijnzelfstandigen. En laat dit niet geregeld worden in een contract tussen de zelfstandige en zijn klant. Die klant heeft daar niets mee te maken. Het gaat tussen de overheid en de zelfstandige.

    Dus: maak een overeenkomst tussen de overheid en zelfstandige, enigszins lijkend op de VAR maar dan wel in een goede uitvoering, niet als loos papiertje.