Maandelijkse archieven: juli 2026

Een zzp-status zonder tariefgrens: wie wordt daar eigenlijk mee beschermd?

Onlangs presenteerde de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) een voorstel voor de Zelfstandigenwet. De kern: geef zelfstandigen vooraf een eigen status, in plaats van pas achteraf te beoordelen of sprake was van loondienst.

VZN wil daarmee vooraf duidelijkheid bieden aan zelfstandigen én opdrachtgevers. Zelfstandigen kunnen hun ondernemerschap aantonen en opdrachtgevers krijgen minder onzekerheid over naheffingen, premies en de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Helemaal prima.

Daarnaast wil VZN kwetsbare werkenden beschermen via drie harde sporen: het rechtsvermoeden, sectorale regels bij misbruik en ruimte voor collectieve afspraken. Waarom ze dat hard noemen is mij niet duidelijk, want juist de voorgestelde sporen zijn best zacht.

De safe harbour

Een onderdeel van het voorstel is de safe harbour. Die houdt in dat een opdrachtgever vooraf controleert of iemand een zelfstandigenstatus heeft. Voldoet de opdrachtgever daarnaast aan een aantal voorwaarden, bijvoorbeeld geen exclusiviteit, geen vast werknemersrooster en geen directe overstap vanuit hetzelfde werk in loondienst, dan krijgt hij vrijwaring voor loonheffingen en premies.

Dit is zo omschreven: ‘Wordt een voorwaarde niet nageleefd, dan vervalt de safe harbour voor die opdracht en kan worden gehandhaafd. Dat geldt aan beide kanten: de opdrachtgever via de safe harbour en de erkende zelfstandige via zijn status die bij onterechte verkrijging of misbruik kan vervallen. Heeft de opdrachtgever te goeder trouw de status gecontroleerd, dan liggen de gevolgen van onjuiste opgave bij de zelfstandige.’

De bedoeling is duidelijk: een opdrachtgever moet vooraf weten waar hij aan toe is. Maar de bescherming ligt daarmee vooral bij de opdrachtgever. Voldoet die niet aan de voorwaarden, dan vervalt de safe harbour voor die opdracht en kan alsnog worden gehandhaafd. Heeft de opdrachtgever de status te goeder trouw gecontroleerd en blijkt die achteraf onjuist of misbruikt, dan wil VZN de gevolgen bij de zelfstandige leggen.

De zzp’er kan zijn status verliezen en de gevolgen dragen, terwijl het voorstel geen bescherming biedt tegen een te laag tarief of een economisch onhoudbare opdracht.

Geen vast werknemersrooster?

VZN wil geen safe harbour geven wanneer een zzp’er werkt volgens een vast, vooraf opgelegd rooster zoals bij een werknemer. In sectoren als zorg, beveiliging, evenementen, productie en media is een rooster vaak gewoon nodig om het werk te organiseren.

Als een zzp’er nu aannemelijk kan maken dat hij of zij een echte zelfstandige is, mag die wel via een rooster werken. Dit voorstel voor de Zelfstandigenwet is daarmee nou niet bepaald gunstig voor zzp’ers die in de praktijk binnen roosters werken. Waar komt deze wens van VZN vandaan? En waarom komt een organisatie die zegt op te komen voor zzp’ers met een voorstel dat voor een behoorlijke groep zzp’ers mogelijk het einde van opdrachten kan betekenen?

Door een vast rooster buiten de safe harbour te plaatsen, ontstaat het risico dat opdrachtgevers niet meer met zelfstandigen willen werken. Niet omdat die zelfstandigen geen ondernemer zijn, maar omdat de opdrachtgever geen voorafgaande zekerheid meer krijgt. Zo kan een regel die misbruik moet voorkomen in de praktijk zorgen voor meer druk om als zzp’er weer richting loondienst te gaan.

Het tarief bewust buiten beeld

In het voorstel voor de Zelfstandigenwet maakt VZN een andere opvallende keuze. Het uurtarief wordt bewust niet opgenomen als voorwaarde voor de zelfstandigentoets of de safe harbour: ‘Het uurtarief nemen we bewust ook niet op als voorwaarde, niet voor de status en niet voor de safe harbour. De status staat los van het tarief: ook wie tegen een laag tarief werkt, kan immers ondernemer zijn. Een tariefgrens als voorwaarde zou die zelfstandigen ten onrechte buiten het ondernemerschap plaatsen.’

Juridisch is dat juist. Een laag tarief maakt iemand niet automatisch werknemer. Iemand kan ook bij een laag tarief ondernemer zijn. Maar daaruit volgt niet dat het tarief geen rol zou mogen spelen in een wet die echte zelfstandigheid zou moeten beschermen.

Juist een tarief zegt veel en is voor een zzp’er erg belangrijk. Hoe lager een tarief is, hoe belangrijker die vergoeding wordt. Uiteindelijk wil iedere zzp’er op fulltime basis van dat tarief kunnen leven. Door het uurtarief uit alle voorwaarden te houden, blijven opdrachtgevers de mogelijkheid houden om zzp’ers in te huren voor tarieven waar zij niet van kunnen rondkomen. Voor wie is dat gunstig?

Juridisch zelfstandig, maar economisch klem

Iemand kan juridisch echt zelfstandig zijn en toch werken in een markt waar de tarieven te laag zijn om zelfstandig van te leven. Dat komt niet doordat een zelfstandige bewust kiest voor een onhoudbaar verdienmodel.

In sommige sectoren is de onderhandelingsruimte klein en worden tarieven feitelijk bepaald door grote inkopers, platforms of bemiddelaars. Dan is iemand formeel ondernemer, maar economisch nauwelijks in staat om als ondernemer te functioneren.

Een laag tarief is meestal geen vrije keuze

Een zelfstandige kan tijdelijk besluiten om een lager tarief te accepteren. Bijvoorbeeld om ervaring op te doen of een nieuwe klant binnen te halen. Tijdelijk voor €85 per uur werken in plaats van €110 is prima. Maar structureel werken voor €30 in plaats van €45 is dat niet. Dan bestaat het risico dat de opbrengsten niet voldoende zijn om van rond te komen.

Als een zelfstandige bij een normale inzet niet kan rondkomen, is het moeilijk om nog te spreken van echte tariefvrijheid. Een ondernemer hoort zelf over zijn tarief te gaan. Maar als iemand nauwelijks onderhandelingsmacht heeft en de markt hogere tarieven structureel niet toelaat, is die vrijheid er eigenlijk niet.

Bij werknemers accepteren we ook niet dat iemand structureel onder het minimumloon werkt omdat hij daar zelf mee akkoord zou zijn gegaan. Waarom zouden we bij zelfstandigen dan accepteren dat sommige sectoren afhankelijk zijn van mensen die alle risico’s dragen, maar daar niet duurzaam van kunnen leven?

Bescherming aan de onderkant: drie harde sporen?

VZN schrijft daarover: ‘De zorg over kwetsbare werkenden delen we. Maar de werkrelatietoets is daar een slecht middel voor: die is onwerkbaar en raakt alle zelfstandigen in plaats van de groep die echt klem zit. We stellen drie harde sporen voor.’

Dat klinkt goed. Maar wie kijkt naar de concrete invulling ziet dat deze drie harde sporen niet al te hard zijn.

Spoor 1: het uurtarief rechtsvermoeden

Onder €38 per uur geldt een rechtsvermoeden van werknemerschap met een eigen indexatie in de wet. Dit spoor kan helpen voor iemand die mogelijk eigenlijk werknemer is. De werkende kan een beroep doen op het rechtsvermoeden en werknemersrechten opeisen. Maar juist de onderkant van de zzp’ers vormt een blinde vlek. Een echte zzp’er kan en wil geen werknemersrechten opeisen.

Voor een zzp’er die juridisch echt zelfstandig werkt, biedt dit spoor dus weinig bescherming. Die kan nog steeds ver onder de grens van het rechtsvermoeden blijven werken. Het rechtsvermoeden pakt bovendien niet rechtstreeks de economische prikkel aan om werk goedkoop buiten loondienst in te kopen.

Spoor 2: harde sectorale regels voor sectoren met aangetoond misbruik

VZN noemt ‘harde sectorale regels voor sectoren met aangetoond misbruik’: verplichte contractelementen, meldplicht bij grote inhuurvolumes en ketenaansprakelijkheid. Via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) kunnen die worden ingezet waar het misgaat. Een wettelijk minimumtarief wordt bewust niet opgenomen. Wil een sector tot tariefafspraken komen, dan kan dat via de collectieve route van spoor 3.

Geen van deze maatregelen voorkomt dat een echte zelfstandige voor een te laag tarief kan blijven werken. Een opdrachtgever kan alle contractregels naleven, een meldplicht correct uitvoeren en aansprakelijkheid goed organiseren, terwijl de zzp’er nog steeds voor €25 of €30 per uur kan werken.

Voor zzp’ers aan de onderkant gaat spoor 2 vooral over de manier waarop zij worden ingehuurd, niet over de vraag of zij een economisch houdbaar tarief ontvangen. Bovendien moet misbruik eerst worden aangetoond voordat deze regels via een AMvB kunnen worden ingezet. Dat maakt bescherming afhankelijk van politieke keuzes, bewijsvoering en uitvoering achteraf. Krijgen we dan eerst een discussie over wat misbruik is?

De kortste weg naar bescherming aan de onderkant is simpelweg een goede berekening van een ondergrens. En juist dat wil VZN niet.

Spoor 3: ruimte voor collectieve afspraken voor zelfstandigen in een zwakke onderhandelingspositie

Collectieve afspraken zijn al sinds 2022 Europees toegestaan. VZN wil die ruimte bevestigen in de Zelfstandigenwet en presenteert dat als spoor 3. Maar daarmee kiest VZN aan de onderkant niet voor goed berekende, afdwingbare tarieven per sector, maar voor overleg over tarieven.

Dat is een zwakke vorm van bescherming. Zelfstandigen met weinig onderhandelingsmacht blijven afhankelijk van collectief overleg met partijen die vaak ook belang hebben bij lage tarieven. Opdrachtgevers hoeven niet mee te doen, sectoren hoeven geen afspraken te maken en er is geen garantie dat een eventueel bedrag hoog genoeg is of wordt gehandhaafd.

Bovendien bestaat deze mogelijkheid al vier jaar. Dat heeft voor zzp’ers aan de onderkant nog niet gezorgd voor minder armoede of betere, breed gedragen verplichte tariefafspraken.

Juist waar opdrachtgevers veel marktmacht hebben en zzp’ers versnipperd zijn, kan zo’n sectortafel uitblijven of eindigen met een bedrag dat nog steeds te laag is. Als je onderbetaling echt wil voorkomen, ga je dan gewoon een goede ondergrens berekenen of ga je overleggen over de mogelijkheid die al sinds 2022 bestaat?

Wie krijgt welke zekerheid?

De drie sporen geven geen harde economische ondergrens. Het rechtsvermoeden helpt alleen als iemand mogelijk werknemer is. Sectorale regels gaan vooral over contracten en toezicht. Collectieve afspraken blijven afhankelijk van onderhandeling.

Tegelijkertijd krijgt de opdrachtgever via de zelfstandigenstatus en safe harbour wel vooraf zekerheid. Die kan controleren of een zzp’er een status heeft en, binnen een beperkte set voorwaarden, de inhuur voortzetten zonder risico op naheffingen en premies.

De zelfstandige krijgt een status dat die zzp’er is, terwijl die dat altijd al was. De opdrachtgever behoudt de mogelijkheid om goedkoop in te huren. En mocht dat toch ergens misgaan, dan is de zzp’er de klos en niet de opdrachtgever. Want: ‘Heeft de opdrachtgever te goeder trouw de status gecontroleerd, dan liggen de gevolgen van onjuiste opgave bij de zelfstandige.’

Bescherm niet alleen de status, maar ook de werkelijkheid

Een Zelfstandigenwet zou niet alleen moeten bepalen wanneer iemand juridisch zzp’er is, maar ook voorkomen dat zelfstandig werk structureel onder een houdbare ondergrens wordt betaald.

Vooraf duidelijkheid voor echte zelfstandigen en opdrachtgevers is nodig. Maar het is vreemd om tegelijk een tariefondergrens uit te sluiten en een extra voorwaarde toe te voegen die zzp’ers bij werk via een rooster kan uitsluiten van safe harbour. Dan krijgt de opdrachtgever zekerheid vooraf, terwijl de zzp’er vooral de zekerheid krijgt dat hij of zij ook voor een onleefbaar tarief ondernemer mag blijven.

Wie echt ondernemer is, moet boven een eerlijke ondergrens ruimte houden om zelf te onderhandelen, risico te nemen en eigen keuzes te maken. Een tariefbodem beperkt ondernemerschap niet, maar voorkomt dat markten worden ingericht op tarieven waar niemand duurzaam van kan bestaan.

Een voorstel dat lage tarieven ongemoeid laat en tegelijk geroosterd werk risicovoller maakt voor opdrachtgevers, helpt zzp’ers niet vooruit. Vreemd dat een partij die zegt voor zzp’ers op te komen, juist daarvoor pleit.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , , , | 7s Reacties

Wet platformwerk en waarom die (veel) meer organisaties raakt dan je denkt

Nieuwe regels rondom platformwerk zijn op dit moment in internetconsultatie. Op het eerste gezicht lijken deze vooral bedoeld voor bedrijven als Uber en maaltijdbezorgplatformen. Maar de impact reikt veel verder. Ook HR-techbedrijven, intermediairs, uitzenders, MSP’s en werkgevers kunnen ermee te maken krijgen zodra technologie, algoritmes of AI een rol spelen in het organiseren van werk.

In deze aflevering van ZiPtalk bespreken we met platformexpert Martijn Arets wat de Europese platformwerkrichtlijn en de afgeleide Nederlandse Wet platformwerk betekent voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Wat valt eigenlijk onder platformwerk? Wanneer wordt technologie gezien als algoritmisch management? Waarom moeten ook sommige bedrijven die geen platform zijn zich toch gaan houden aan deze wet? En welke nieuwe verplichtingen ontstaan rondom transparantie, communicatie en controle?

Deze podcast is ook te beluisteren op Spotify 

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter

Wet Meer Zekerheid Flexwerkers nu definitief. Wet gaat 1 januari 2028 in, onderdeel over gelijkwaardige beloning al eerder van kracht.

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met de wet meer zekerheid flexwerkers. De wet heeft als doel werknemer meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd te geven.

Minister Vijlbrief (SZW) noemt het wetsvoorstel een manier om excessen aan te pakken, zonder flexibele contracten helemaal overboord te gooien. “Werk moet mensen zekerheid bieden. Over het aantal uren dat ze moeten werken en over hoe hoog hun inkomen is. Dat geeft een stabiele basis om plannen te maken en jezelf te ontwikkelen. Met dit wetsvoorstel pakken we de uitwassen aan. Het uitgangspunt moet zijn dat bij structureel werk ook een structurele en vaste arbeidsrelatie hoort. En flexibele contracten blijven natuurlijk mogelijk, voor bijvoorbeeld het oppakken van tijdelijke klussen, het vervangen van zieke werknemers of als opstapje voor jongeren.”  

Hij laat weten blij te zijn dat het voorstel op steun kon rekenen van zowel werkgevers als vakbonden, en op een brede meerderheid in beide Kamers.

Strenge grens voor draaideurconstructies

Het uitgangspunt wordt dat tijdelijke contracten alleen nog bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Waar nu na een onderbreking van zes maanden weer een tijdelijk contract mag worden aangeboden, geldt straks na drie tijdelijke contracten een verplichte pauze van drie jaar voordat een werkgever opnieuw een tijdelijk contract mag aanbieden. Daarmee wordt bijna alle ruimte voor draaideurconstructies weggenomen.

Nulurencontracten maken plaats voor brandbreedtecontract

Nulurencontracten verdwijnen en maken plaats voor het bandbreedtecontract, met een afgesproken minimum- en maximumaantal uren waarbij het verschil niet groter mag zijn dan 30 procent. Bij een minimum van 10 uur ligt het maximum dus op 13 uur. Werknemers mogen oproepen boven dat maximum weigeren, en bij structureel meer werk moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden. Voor bijbanen van AOW-gerechtigden, scholieren en studenten met een andere hoofdactiviteit geldt een uitzondering.

Uitzendwerk beperkt en gelijkwaardige beloning

Voor de uitzendsector zelf verandert er het meest, en het snelst. Uitzendkrachten moeten straks minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn.

Voor beloning volgde die verplichting al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, maar wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wet vastgelegd. Dit onderdeel treedt al op 31 december 2026 in werking, ruim voor de rest van de wet. De ABU/NBBU cao uitzenden en de VvDN cao detachering voldoen hier al aan.

Wel is – op aandringen van de Tweede Kamer – er een ‘stopknop’ in de wet gekomen. De minister van SZW krijgt de bevoegdheid om de mogelijkheid om via een cao af te wijken van het principe van gelijke beloning te beperken. De minister kan – bij aantoonbaar misbruik -specifieke arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarvan in geen geval mag worden afgeweken. Denk aan loon, toeslagen, verlofregelingen en scholing. Afwijking via compenserende arbeidsvoorwaarden – zoals nu afgesproken in de lopende cao’s – is dan niet langer mogelijk voor die aangewezen onderdelen.

Daarnaast wordt fase A binnen uitzenden wettelijk teruggebracht in duur. Ook dat is al opgenomen in de cao.

Onderdeel van breder arbeidsmarktpakket

De wet is het tweede wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat door beide Kamers is geloodst, na de wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. De voorstellen komen voort uit de afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgevers, en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.

Daarnaast zit er nog wetgeving in de pijplijn rond Platformwerk en het Concurrentiebeding.

 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Peiling: jonge zzp’ers willen aparte regels voor bijverdienen naast studie of baan

Sinds de Belastingdienst weer actief handhaaft op schijnzelfstandigheid, zijn veel opdrachtgevers terughoudender geworden met de inzet van zelfstandigen. Dat lijkt zich niet te beperken tot fulltime zzp’ers. Ook jongeren die slechts enkele uren per week freelancen naast een studie of baan zeggen de gevolgen steeds vaker te merken.

Dat blijkt uit een peiling onder 396 freelancers die werken via YoungOnes, een platform met opdrachten voor bijverdienende freelancers, veelal studenten en jongeren. De helft (49%) ervaart minder werk of minder opdrachtgevers als gevolg van de discussie over zzp-regelgeving. Daarnaast zegt 45 procent dat opdrachtgevers terughoudender zijn geworden bij het inzetten van freelancers. Ook geeft 65 procent aan minder via platforms te willen werken wanneer de regels verder worden aangescherpt of onduidelijk blijven. 

Oproep voor aparte regels

Een meerderheid van de ondervraagden (62 procent) vindt dat er aparte regels moeten komen voor mensen die beperkt freelancen naast een studie of baan. Volgens YoungOnes verschilt deze groep wezenlijk van zelfstandigen die volledig afhankelijk zijn van hun inkomsten als ondernemer. “Veel van deze jongeren freelancen een paar uur per week naast hun studie of andere werkzaamheden. De overgrote meerderheid wil zelf bepalen wanneer en voor wie ze werkt. Dat is een andere groep dan de zzp’er die hier zijn brood mee verdient”,  zegt Pim Graafmans, CEO van YoungOnes.

Opvallend is dat bijna een derde van de respondenten zwart werk niet uitsluit wanneer regelgeving strenger of onduidelijker wordt, terwijl ruim 16 procent zegt dit daadwerkelijk te overwegen. Volgens Graafmans is dat een signaal dat een deel van de jongeren het vertrouwen verliest dat flexibel bijverdienen binnen de huidige regels mogelijk blijft. “Regelgeving moet mensen beschermen tegen misstanden. Maar als jongeren door onzekerheid afhaken of buiten het systeem gaan denken, moet je je afvragen of beleid nog het gewenste effect bereikt.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Ook Commissie van Aanbestedingsexperts vindt dat categorische uitsluiting van zzp’ers bij inhuuropdracht niet is toegestaan

Een provincie sloot zzp’ers bij voorbaat uit van een inhuuropdracht, met als argument dat er een risico zou kunnen zijn op schijnzelfstandigheid. De Commissie van Aanbestedingsexperts zet daar een streep door: de provincie mag een hele beroepsgroep niet op voorhand buitensluiten zonder dat individueel te motiveren. Het is de tweede uitspraak in korte tijd waarbij een overheidsinstantie een tik op de vingers krijgt voor een vergelijkbaar geval.

Provincie zocht interim deelprojectleider, maar dat mocht geen zzp’ers zijn

De opdracht ging over een “Deelprojectleider Netcongestie”: ongeveer 24 uur per week, een looptijd van zes maanden met de mogelijkheid tot drie keer verlengen. De provincie kampt met ernstige netcongestie en dreigt zelfs een algehele aansluitstop, en zocht een specialist die samen met netbeheerders de voortgang bewaakt op onder meer flexibel vermogen en warmtenetten.

In de uitvraag, gepubliceerd via een dynamisch aankoopsysteem, stond een harde uitvoeringsvoorwaarde: gelet op de Wet DBA mocht de opdracht niet worden uitgevoerd door een zzp’er. Wie zich als zelfstandige inschreef, voldeed sowieso niet aan die voorwaarde, “ongeacht of dit een eenmanszaak of een BV is”, aldus de tekst in de uitvraag.

Een zelfstandig adviseur, Richard Zwiers, die eerder een vergelijkbare klacht indiende bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp, was het daar niet mee eens. Hij stelde eerst een vraag via de nota van inlichtingen, diende vervolgens een klacht in bij het klachtenmeldpunt van de provincie zelf, en schreef daarna toch maar in ondanks de uitsluiting. Zijn inschrijving werd geweigerd. De provincie hield, ook na eigen intern beraad, vast aan de uitvoeringsvoorwaarde. Daarop stapte de ondernemer naar de Commissie van Aanbestedingsexperts.

Ondernemer: onderbouwing rammelt op zes van de negen punten

De kern van de klacht van de ondernemer: de uitsluiting van zzp’ers is disproportioneel en in strijd met de Gids Proportionaliteit.

Zwiers baseerde zijn zaak vooral op het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad, waarin negen gezichtspunten worden genoemd om te bepalen of sprake is van een arbeidsovereenkomst, van de aard en duur van de werkzaamheden tot ondernemersgedrag.

Volgens de ondernemer had de provincie hier maar drie van de negen criteria beoordeeld, en juist de zes overgeslagen criteria wezen zijns inziens op zelfstandigheid: de opdracht kwam tot stand via een openbare offerteprocedure, het uurtarief lag boven het cao-equivalent, en hijzelf werkt al sinds 2012 als zelfstandig adviseur met een eigen bedrijf en meerdere opdrachtgevers.

Ook wees hij op de webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van het ministerie van SZW. Hij had die zelf ingevuld vanuit het perspectief van de provincie en kwam uit op 31 punten, ruim onder de grens van 45 die duidt op een arbeidsrelatie. De uitkomst: de klus kan buiten dienstbetrekking worden uitgevoerd.

Zijn belangrijkste punt: er waren minder ingrijpende alternatieven denkbaar dan het helemaal uitsluiten van alle zzp’ers, zoals het gebruiken van een modelovereenkomst van de Belastingdienst, vooroverleg met de Belastingdienst of een resultaatgerichte opdrachtformulering.

In plaats van ruimte te bieden aan zelfstandigen om met een oplossing te komen sloot de provincie, zonder nadere toelichting, die weg af. Ook werd niet uitgelegd waarom de opdracht alleen via detachering mogelijk was.

Provincie: risico’s te groot en detachering blijft mogelijk

De provincie hield bij de behandeling van de klacht voet bij stuk. Volgens haar voldeed de opdracht al op voorhand aan minstens drie van de negen Deliveroo-criteria: de aard en duur van het werk, de manier waarop werktijden worden bepaald, en de inbedding in de organisatie. Haar ervaring: zodra zo’n drietal criteria vooraf als risicovol is aan te merken, blijkt er in de praktijk vrijwel altijd nog een vierde of vijfde bij te komen zodra de opdrachtnemer bekend is. Deze ziens- en werkwijze zou zijn afgestemd met de eigen contactpersoon bij de Belastingdienst.

Op de argumenten van de ondernemer reageerde de provincie onder meer dat de webmodule niet alle feiten van het individuele geval kan meewegen. Aan de modelovereenkomst van de Belastingdienst had de provincie ook geen boodschap: die zou geen recht doen aan de praktijk, omdat het hier om een reguliere functie ging die tijdelijk wordt ingevuld, mét sturing en zonder resultaatverplichting.

Verder benadrukte de provincie het financiële risico: sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst vervallen, waardoor een verkeerde kwalificatie van de arbeidsrelatie kan leiden tot naheffingen op loonheffingen. Ook kunnen pensioenuitvoerders en de zzp’er zelf achteraf aanspraak maken op rechten die bij een arbeidsovereenkomst horen. Zzp’ers werden overigens niet helemaal geweerd, stelde de provincie: ze mochten zich alleen niet als zelfstandige inschrijven, maar via een bureau op detacheringsbasis.

Commissie: dit is wél categorische uitsluiting, en onvoldoende onderbouwd

Na weging van de argumenten heeft de Commissie van Aanbestedingsexperts de klacht gegrond verklaard. Belangrijkste overweging: het is op zich legitiem dat de provincie een mogelijk onjuiste arbeidsrelatie (schijnzelfstandigheid) wil voorkomen, maar de manier waarop ze dat hier deed, gaat te ver. De formulering in de uitvraag (“géén arbeidsrelatie… ongeacht of dit een eenmanszaak of een BV is”) is volgens de Commissie een onweerlegbaar vermoeden. Daardoor kon geen enkele zzp’er zich als zodanig inschrijven, wat neerkomt op een categorische uitsluiting van een hele beroepsgroep.

Dat de provincie bij andere inhuuropdrachten wél zzp’ers toelaat, doet daar volgens de Commissie niet aan af, want het gaat om de proportionaliteit van deze specifieke voorwaarde. Ook het aanbod om via detachering mee te doen raakt niet de kern van de klacht: die ging over het recht om als zelfstandig ondernemer in te schrijven, niet over feitelijke betrokkenheid bij het werk.

De Commissie verwijst naar Europese rechtspraak waaruit volgt dat zo’n algemene, categorische uitsluiting alleen is toegestaan bij een legitiem doel én als de maatregel niet verder gaat dan noodzakelijk. Op dat tweede punt struikelt de provincie. De Hoge Raad vraagt in het Deliveroo-arrest om een holistische toets, waarbij alle omstandigheden in samenhang worden gewogen, ook die aan de kant van de specifieke opdrachtnemer. De provincie had volgens de Commissie alleen naar haar eigen omstandigheden gekeken, en zzp’ers nooit de kans gegeven om zelf tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van schijnzelfstandigheid. Bovendien had de provincie wel uitgelegd waarom ze de aangedragen alternatieven niet gebruikte, maar niet waarom precies déze, verstrekkende maatregel de enige overgebleven optie was.

Tweede uitspraak dit jaar met dezelfde strekking

Deze zaak lijkt sterk op de kwestie bij gemeente Pijnacker-Nootdorp. Ook daar werden zzp’ers bij een opdracht categorisch uitgesloten. Ook hier werd een klacht, ingediend dus door dezelfde interim-manager Zwiers, gegrond verklaard.

Meer recentelijk werd, bij een aanbesteding van de Audit Dienst Rijk, duidelijk dat ook de Rijksoverheid zzp’ers zonder veel toelichting categorisch uitsluit. Omdat het hierbij ging om een uitvraag via bureaus was daar geen mogelijkheid tot indienen van een klacht door individuele zelfstandigen.

Wat de zaak van de provincie nog wat extra gewicht meegeeft is dat de uitspraak in dit geval gedaan werd door de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE). Dat orgaan is ingesteld naar aanleiding van de Aanbestedingswet 2012 en beoordeelt klachten tegen de achtergrond van die wet, de Gids Proportionaliteit en de aanbestedingsbeginselen. Ook een advies van de Commissie is niet bindend, maar het weegt zwaarder mee in de aanbestedingspraktijk, en de toetsing is explicieter juridisch onderbouwd.

Relevant is ook dat de CvAE hier een oordeel velt over vrij algemene uitgangspunten. Dat oordeel lijkt daarom ook toepasbaar op de veel voorkomende situatie, zowel bij lagere overheden als de Rijksoverheid, waarbij zelfstandigen in aanbestedingen worden buitengesloten met een enkele verwijzing naar de Wet DBA of het handhavingsbeleid van de Belastingdienst. In die gevallen is de wet- en regelgeving rond (schijn)zelfstandigheid kennelijk leidend, en niet de uitgangspunten van het aanbestedingsrecht. Daar steekt de CvAE een stokje voor.

Binnenkort op ZiPconomy: een interview met Richard Zwiers, de man achter deze klacht en achter de klachtenprocedure bij gemeente Pijnacker-Nootdorp. Over zijn motieven om deze procedures in gang te zetten, en over de botsende wereld van de Belastingdienst en het aanbestedingsrecht.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 5s Reacties

Strategisch vooruitzicht bij externe inhuur ontbreekt vaak, maar is wel mogelijk

Er heeft een enorme verschuiving plaatsgevonden in brokerland. Voorheen werden brokers voornamelijk ingezet om het contractmanagement te beheren, maar de laatste jaren heeft de broker een stap naar de voorkant gezet. De ‘voorkant’ houdt in dat de broker niet slechts de contractafhandeling doet, maar dat de broker een vertaalslag maakt tussen de klantvraag en het leveranciersaanbod. Die beweging, van contract naar ontzorging, zien we overal. Bij Circle8-klanten, maar ook in de markt. Daarmee kun je de conclusie trekken dat de markt voor externe inhuur van professionals volwassen wordt. Als Circle8 zien we dat dit een goed begin is, maar dat de strategische samenwerking tussen brokers en klanten vaak ontbreekt.

Externe inhuur: van ad hoc en reactief naar lange termijn

Bij Circle8 zien we dat externe inhuur nog te vaak reactief en ad hoc wordt ingezet. Dat is zonde. Want er ligt namelijk een kans voor opdrachtgevers om de externe inhuur om te buigen naar een strategisch verlengstuk van de business. Als voorbeeld: een klant trekt twee à drie jaar uit om een groot project voor te bereiden, maar de broker wordt pas op het allerlaatste moment ingeschakeld om de nodige profielen in te vullen. Daardoor ontbreekt de tijd om de juiste leveranciers en professionals te vinden, laat staan op te leiden.

Het kan dan voorkomen dat een klant meer dan vijftig profielen aanvraagt binnen één maand. De inhuurdesk, aan de klantzijde, krijgt niet inzichtelijk waarom er opeens veel vraag vanuit de business komt. Gelukkig zijn we als broker in staat om te voldoen aan de vraag. Toch kan dit ten koste van de kwaliteit gaan qua kandidaten, want als we de vraag qua talent verder van tevoren kennen, creëert dit ruimte in de zoektocht naar het juiste en beter gekwalificeerde talent. In plaats van ad hoc recruitment en afhankelijkheid van het huidige aanbod, kan de broker door strategische planning ver van tevoren, samen met de juiste leveranciers, zoeken naar de profielen die het verschil gaan maken bij de klant.

Als je nog een stap verder gaat, dan kan je met een strategische planning en prognose ook inschatten welke kennis nodig is voor een groot project binnen de organisatie. En met die inzage kan je samen met leveranciers het talent dat geschikt is al van tevoren opleiden, trainen en voorbereiden om de projecten die geïnitieerd worden met het beste resultaat op te leveren. Verderop in het artikel vind je een suggestie, maar eerst de redenen waarom externe inhuur niet strategisch benaderd wordt.

Welke factoren belemmeren de strategische samenwerking?

Nu weer met de benen op de grond, want het bovenstaande scenario is toekomstmuziek, maar zeker haalbaar. Om het haalbaar te maken, moet je wel eerst kijken naar de oorzaken die ervoor zorgen dat het nu spaak loopt.

De belangrijkste factor in de externe inhuur is versnippering. Opdrachtgevers, en daarmee ook de brokers, werken historisch gezien met tientallen, soms honderden leveranciers en zzp’ers tegelijk. Daarmee versnippert de regie op inhuur ook, wat ervoor zorgt dat de strategische blik op de toekomst ondersneeuwt door de waan van de dag: wie hebben we vandaag nodig?

Een andere voorkomende factor is de inhuurdesk, die tussen de business en de broker in zit. Vaak staat de inhuurdesk te ver af van HR en daarmee wordt de externe inhuur onvoldoende betrokken bij het HR-beleid. HR zit dan niet aan tafel bij de partijen, zowel intern als extern, die zich buigen over de externe inhuur. Daarmee wordt de externe inhuur niet meegenomen in de overkoepelende HR-strategie.

Daarmee kan elke partij, inclusief de broker, een voorbeeld nemen aan de uitzendbranche: daar zitten business, HR en contractmanagement structureel aan tafel. En daarmee wordt de externe inhuur meegenomen in de strategische plannen.

Van budget naar potentieel talent

Op dit moment zien we dat het externe inhuurbeleid meestal budget- en/of FTE-gestuurd is. De strekking is dan vaak: ‘we mogen een x aantal mensen vast aannemen en de rest wordt extern ingehuurd.’ Er wordt een budget beheerd voor externe inhuur en de business houdt zich aan dit potje.

De business wil het juiste specialisme in huis halen en daarmee projecten, binnen het tijdsframe, opleveren. De kwaliteit van de kandidaat heeft bij de business dus prioriteit en vervolgens moet het aangetrokken talent binnen het budget passen. Dit kan schuren. Want opdrachtgevers sturen regelmatig op beschikbaarheid en prijs, en niet op de kwaliteit en continuïteit van talent.

Wat ook over het hoofd wordt gezien, is de potentie van externe inhuur als instroomkanaal voor toekomstig vast personeel. Want hoe je het wendt of keert, er zijn altijd professionals die de klus en de opdrachtgever zo leuk vinden dat ze uiteindelijk in dienst treden.

Forecasting: hoe opdrachtgever en broker samenwerken

Vooruitkijken en anticiperen op talent is geen hogere wiskunde, maar je moet het wel gezamenlijk inrichten en realiseren. Ten eerste vereist het een verschuiving in houding, zowel aan de brokerkant als aan de opdrachtgeverszijde: de broker moet als kennispartner het gesprek aangaan met de klant en de data van de markt als uitgangspunt nemen. Waar liggen kansen op het gebied van talent? De opdrachtgever moet HR betrekken bij het externe inhuurbeleid, zodat dit een integraal onderdeel wordt van het talentbeleid én ook gezien wordt als een wervingskanaal.

Met welwillendheid vanuit de verschillende afdelingen van de opdrachtgever (business, HR, inhuurdesk) en de broker, kan je structurele gesprekken organiseren die continu draaien om de toekomstige vraag. Welke projecten staan op de planning, welke profielen zijn nodig om de projecten met succes op te leveren en vooral wanneer? Gezamenlijk kijk je kwartalen vooruit met het doel om de juiste kennis en het juiste specialisme te reserveren voor toekomstig succes.

Als je samen vooruit kijkt, kan je ook het gebrek aan talent en kennis ondervangen. Als je drie kwartalen van tevoren weet welke projecten op de planning staan en welke capaciteiten daarvoor nodig zijn, kan je gezamenlijk met de broker kijken naar trainingen en opleidingen. Dit vergt coördinatie. Zo wordt er vaak, bij grotere organisaties, een Talent Acquisition specialist ingezet. De Talent Acquisition specialist werkt samen met corporate recruitment, maar vaak onvoldoende met recruitment, externe inhuur en de broker. En dat terwijl de externe inhuur ook een instroomkanaal is voor talent op de lange termijn.

De externe inhuurmarkt wordt volwassen en de stap naar een gezamenlijke strategische kijk op toekomstige talenten en specialismen is een natuurlijke vervolgstap voor zowel broker als opdrachtgever.


Over de auteur

Mariska van den Ham is Sector Lead Energie & Zakelijke dienstverlening bij Circle8. Ze heeft 24 jaar ervaring in de uitzendbranche, waarvan een groot deel in het strategische accountmanagement en in diverse commerciële rollen. Ze werkt sinds 2,5 jaar binnen de brokerdienstverlening bij Circle8 als sector lead. Vanuit die rol draagt zij bij aan de groei en doorontwikkeling van de dienstverlening voor klanten en leveranciers.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter