Normaliseren: erkennen wat normaal is Geplaatst 30 april 2026 door Vereniging Zelfstandigen Nederland Minister Thierry Aartsen schetst in zijn interview met ZiPconomy dat hij in vier jaar tijd het zzp-dossier wil normaliseren. Die ambitie waarderen wij. Het is bovendien positief dat hierover voor het eerst in tien jaar een wetsvoorstel door het parlement komt en dat de toon van de minister constructiever is dan we in lange tijd hebben gehoord. Tegelijk vinden we dat een aantal uitgangspunten in het interview het risico in zich draagt dat die juist het tegenovergestelde effect hebben van wat de minister beoogt. Waar we de minister volgen De expliciete bevestiging dat zij-aan-zij werken na het Uber-arrest gewoon kán is voor ons een belangrijke stap vooruit. Jarenlang heeft de overheid zelf onduidelijkheid gecreëerd door dit te framen als problematisch of zelfs onmogelijk. Dat een zittende minister dit nu helder uitspreekt, in de Kamer en in de media, doet ertoe. Ook het schrappen van de oude inhuurleidraad bij de Rijksoverheid en het terugkeren naar de Deliveroo- en Uber-criteria beoordelen wij positief. Daarbij hoort wel een duidelijke toets: we zullen het kabinet houden aan een meetbare uitkomst. Groeit de inhuur van zelfstandigen door publieke opdrachtgevers het komende jaar weer of niet? Lees ook: Minister Aartsen wil het zzp-dossier ‘normaliseren’ en ‘pacifiëren’ zodat we het ”over vier jaar niet meer over zzp’ers hoeven te hebben.” Het structurele probleem: handhaven zonder duidelijkheid tot 2028 is onhoudbaar De minister erkent zelf dat opdrachtgevers categorisch zzp’ers weigeren omdat zij de regels niet begrijpen. Tegelijk kondigt hij aan dat de Zelfstandigenwet die deze duidelijkheid moet brengen, pas in 2028 in werking treedt, terwijl de Belastingdienst onverminderd handhaaft op een kader dat hij zelf onvoldoende duidelijk vindt. Dat is een interne tegenstrijdigheid waarvoor echte zelfstandigen in de praktijk de prijs betalen: opdrachten die niet doorgaan, omzet die wegvalt en in sommige sectoren zoals zorg, onderwijs en IT bij de overheid ontstaan acute bezettingsproblemen. Het argument dat een handhavingspauze ‘vrijheid-blijheid’ zou laten terugkeren vinden we niet overtuigend. Als VZN vinden we dat een tijdelijk moratorium tot de nieuwe wet er is iets fundamenteel anders dan structureel niet handhaven. We pleiten daarom voor tussenmaatregelen, zoals het hoofdzakelijk handhaven bij evident misbruik in combinatie met coulance voor opdrachtgevers die te goeder trouw handelen en actieve monitoring van uitstroom uit zelfstandigheid in deze overgangsperiode. De €38-grens werkt in de praktijk anders dan in de wet De minister stelt terecht dat €38 niets zegt over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Als VZN onderschrijven we dat volledig. Maar in dezelfde adem geeft hij aan te verwachten dat opdrachtgevers door deze grens ‘anders gaan nadenken’. Precies daar zit volgens ons het ongewenste effect. We zien nu al dat opdrachtgevers €38 gaan gebruiken als feitelijke ondergrens om risico’s te vermijden. Daarmee ontstaat via de achterdeur een minimumtarief, zonder dat dit expliciet zo is bedoeld of democratisch is vastgesteld. Dat raakt onevenredig sectoren en groepen zoals zorg, cultuur, toerisme, parttime ondernemers en startende zzp’ers. Juist groepen waar de minister zegt voor op te willen komen. Afschaffing startersaftrek: de motivering klopt niet De minister stelt dat de startersaftrek ‘niet effectief bijdraagt aan extra ondernemerschap’ en verwijst daarvoor naar onderzoek. Die stelling moet worden onderbouwd. We vragen transparantie over welk onderzoek hier aan ten grondslag ligt. Daarnaast schuurt de onderliggende redenering. De uitspraak “je bent geen zzp’er voor het geld of voor het fiscale voordeeltje” klinkt sympatiek, maar gaat voorbij aan de realiteit van startende ondernemers. Wij zien dagelijks dat zij juist in de eerste jaren een lage en onzekere omzet hebben en zichzelf moeten voorzien in aov, pensioen en buffers. Passie betaalt geen aov-premie. Het schrappen van de startersaftrek zien we niet als een stap naar een gelijk speelveld, maar als een verhoging van de drempel om te beginnen. ‘Gelijk speelveld’ vraagt om symmetrie De minister koppelt zijn beleid aan fiscale gelijkheid tussen werknemers en zelfstandigen. Als VZN zijn we voor een eerlijk speelveld, maar dat vraagt om symmetrie. Werknemers beschikken over doorbetaling bij ziekte, vakantiegeld, pensioenopbouw via de werkgever, ontslagbescherming en toegang tot de ww. Zzp’ers regelen dit zelf, vaak tegen hogere kosten. Wij vinden dat fiscale verschillen juist (deels) deze kosten compenseren. Een gelijk speelveld is pas geloofwaardig als ook de andere kant van de medaille wordt meegenomen: toegang tot collectieve voorzieningen onder gunstige voorwaarden of voldoende fiscale ruimte om deze zelf op te bouwen. Het framewerk: pas op voor beleid op uitzonderingen De minister verwijst in zijn betoog regelmatig naar ‘schrijnende gevallen’ en ‘foute-boelgevallen’ om strenger beleid te rechtvaardigen. Als VZN erkennen we dat die gevallen bestaan en moeten worden aangepakt. Maar we vinden het onjuist om beleid primair op die uitzonderingen te baseren. De overgrote meerderheid van zzp’ers werkt vrijwillig, bewust en naar tevredenheid zelfstandig. Wij vragen het kabinet om bij elke maatregel expliciet te toetsen: lost dit het probleem op zonder de bewuste en goed functionerende zelfstandige in de weg te zitten? Dat raakt direct aan het centrale frame ‘normaliseren’. Voor ruim één miljoen werkenden ís zelfstandig ondernemerschap al de norm. De abnormaliteit zit niet bij hen; die zit in een wettelijk kader dat onvoldoende duidelijk maakt wanneer iemand zelfstandig ondernemer is. Normaliseren betekent niet dat we er niet meer over praten. Het betekent dat zelfstandig werken wordt erkend als volwaardige arbeidsvorm en ook zo wordt behandeld in wetgeving en uitvoering. Wat wij van het kabinet verwachten Als VZN pleiten we voor serieuze tussenmaatregelen op de korte termijn om de schade van het handhavingsgat tot 2028 te beperken en transparantie over de onderzoeken waarop het kabinet z’n fiscale keuzes baseert. Op de middellange termijn pleiten we voor een Zelfstandigenwet die niet alleen criteria voor zelfstandigheid vastlegt, maar ook de bijbehorende infrastructuur, zoals toegankelijke verzekeringen, vrijwillige pensioenopbouw en een fiscaal kader dat het ondernemersrisico erkent. Wij denken graag constructief mee. Maar dat vraagt ook dat de minister bereid is om een aantal van de posities in het interview opnieuw te wegen. Lees ook: Tweede Kamer stemt in met wet rechtsvermoeden werknemerschap voor zzp’ers met laag uurtarief Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Thierry Aartsen, VZN, zzp | 3s Reacties
Bovib-directeur Bart Smals enthousiast over zzp-koers kabinet: “Er waait echt een andere wind” Geplaatst 30 april 2026 door Bovib Binnen vier jaar moet werken met zzp’ers normaal zijn. Discussies en debatten zijn verleden tijd. De spelregels zijn alom bekend en opdrachtgevers weten dat ze prima met zelfstandigen kunnen werken, zolang ze zich aan die regels houden. Rust en ruimte voor echte zelfstandigen Dat is de ambitie van minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie), bleek in een recent interview met ZiPconomy. Voor Bart Smals, directeur van de branchevereniging voor intermediairs Bovib, is de koerswijziging van het kabinet een verademing. “Dit is hartstikke goed nieuws.” In het interview met ZiPconomy schetst minister Aartsen een toekomst waarin het debat over zelfstandigen niet langer gepolariseerd is. Hij wil rust in de polder door heldere wetgeving, zoals de nieuwe Zelfstandigenwet en het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief. Hiermee wil hij uiteindelijk alleen de echte misstanden aanpakken, terwijl de grote groep echte zelfstandigen de ruimte krijgt. “‘Zzp’ was bijna een vies woord” In het interview met Aartsen wordt heel duidelijk dat het zzp-debat op een kantelpunt staat, benadrukt Smals. De directeur van Bovib is al jaren nauw betrokken bij het dossier. Eerst als Kamerlid, nu als gesprekspartner voor de politiek vanuit de branche. “Er waait echt een andere wind”, zegt Smals. “In het verleden was ‘zzp’ bijna een vies woord. Nu zie je dat de overheid echt op zoek is naar een manier om ruimte te creëren voor zelfstandigen op de arbeidsmarkt.” Zzp’er verdient ruimte en waardering Smals prijst de minister om zijn realistische kijk op de beroepsgroep. “Uit cijfers blijkt dat meer dan 90% van de zzp’ers bewust kiest voor zelfstandig ondernemerschap”, zegt hij. “Het is dan ook niet meer dan logisch om daar ruimte en waardering voor te bieden.” Uiteindelijk profiteert heel Nederland van deze koers, benadrukt hij. “Zzp’ers zijn hoog arbeidsproductief. Dat kunnen we in de huidige economie ontzettend goed gebruiken. Het is goed dat hun waarde nu wordt herkend en erkend.” Lees ook: Inzichten na een decennium zzp: “Koester de tevreden zzp’er met genuanceerd beleid” Veel nieuwe wet- en regelgeving De koerswijziging van het kabinet is goed nieuws voor de leden van Bovib. Er komt namelijk al een hele hoop nieuwe wetgeving op onze sector af, zoals de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA). Daarom organiseert Bovib op 22 juni het allereerste Landelijke Inhuurcongres. In één dag ontdekken intermediairs en hun klanten en leveranciers hoe zij kunnen voldoen aan de nieuwste wet- en regelgeving rondom flexibele arbeid. Bestel nu kaarten voor jezelf en je relaties, vol=vol! “Er is een hoop werk aan de winkel om compliant te blijven”, besluit Smals. “De rust en stabiliteit op het zzp-dossier zijn dus van harte welkom. Er komt eindelijk weer perspectief op een werkbaar, duurzaam model voor zelfstandige arbeid.” Lees hier het volledige interview met de minister. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags bovib, intermediairs, Thierry Aartsen, zzp-debat | 2s Reacties
Aanbestedingen – gaat het puur om prijs of telt de kwaliteit van brokerdienstverlening? Geplaatst 29 april 2026 door Arthur Lubbers Inschrijven met € 0 is ‘bizar’ Bij het gunnen van een aanbesteding voor brokerdienstverlening kan de inschrijvende partij punten scoren op kwaliteit en prijs. Maar je onderscheiden op kwaliteit blijkt vaak lastig, zeker omdat de uitvraag niet altijd even helder is, stelt een inkoopadviseur. Dan wordt de prijs al gauw bepalend. Het komt in de praktijk zelfs voor dat bij aanbestedingen een ondergrens voor de fee van de broker/MSP (marge) van € 0 wordt gehanteerd. En daar wordt ook daadwerkelijk op ingeschreven. “Het is bizar dat je bij een aanbesteding het maximaal aantal punten kunt krijgen als je voor € 0 inschrijft”, stelt de inkoopadviseur. Iedereen is het erover eens dat dat niet gewenst is. Als je bewust een zo laag mogelijke fee uitvraagt, dan moet je er rekening mee houden dat de inschrijvende partij die marge ergens anders vandaan haalt, bijvoorbeeld door eigen kandidaten binnen het concern voorrang te geven en daar een flinke (verborgen) marge op te maken (margestapeling). Of door de kandidaat kosten in rekening te brengen (voor bijvoorbeeld een verzekering) die de zelfstandig professional moet betalen om überhaupt in aanmerking te komen voor een opdracht. Zulke oneigenlijke verdienmodellen gaan natuurlijk ten koste van de transparantie. Brokerdienstverlening ‘eenheidsworst’? Grote vraag is: wat is een reële ondergrens en passende bandbreedte om te hanteren bij aanbestedingen? Daarover ontspint zich een discussie die de verschillen blootlegt. ‘Het hangt af van de kwaliteit van dienstverlening die de broker/MSP levert’, stellen de meesten. Maar lang niet iedereen is het daarmee eens. ‘Brokerdienstverlening is eenheidsworst. Mijn ervaring is dat er weinig verschil is tussen de ene broker en de andere. Door automatisering van processen is er niet of nauwelijks verschil in de contractafhandeling, hooguit bij de sourcing (recruitment)’, stelt een inkoper. ‘Dus waarom zou je niet (puur) op marge/prijs selecteren? Bovendien is het niet te doen om in de aanbestedingsprocedure op kwaliteit te selecteren.’ Een andere opdrachtgever ziet dat heel anders. ‘Ik vind marge van de leverancier helemaal niet zo belangrijk. Het maakt wel degelijk uit wat voor dienstverlening de MSP/broker levert. Ik wil weten hoe zij bijvoorbeeld met ‘warme stoelen’ (voorkeurskandidaten) omgaan.’ Kwaliteit wel (laten) aantonen Ook de aanwezige brokers weerspreken dat er geen kwaliteitsverschil vast te stellen is in een aanbestedingsprocedure. Zij leggen de bal bij de aanbestedende diensten. ‘Als je kwaliteit wilt toetsen moet je niet vragenlijsten gaan copy/pasten zoals zo vaak gebeurt, maar vragen om echte praktijkcases, demonstraties laten geven en die mensen ook daadwerkelijk gaan spreken.’ Door brokers de ruimte te bieden te laten zien waarin zij zich onderscheiden, kunnen zij aantonen of en hoe ze in staat zijn specifiek voor jouw organisatie de juiste vakmensen binnen te halen. En dus welke kwaliteit zij kunnen leveren. Een ander voegt daar nog aan toe dat brokering veel meer is dan alleen contractafhandeling. Een broker heeft ook een belangrijke rol in de compliancy, kent de organisatie en weet de juiste mensen compliant in te zetten omdat ze de praktijk kennen en weten hoe de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie werken. Een inkoper speelt de bal ook weer terug naar de MSP’s/brokers. ‘Wij houden marktconsultaties waarbij alle input welkom is. Geef die informatie ook en grijp elke kans aan om met onze mensen in de business en HR te spreken.’ Een category manager bij een ministerie stelt aanvullend dat de aanbestedende diensten vaak weinig oog hebben voor de kwaliteit van dienstverlening van MSP’s/brokers. ‘Die willen gewoon continuïteit, zeggen ‘doe maar hetzelfde als vorige keer’ en gaan er dan vanuit dat de juiste kandidaten wel op het juiste moment geleverd zullen worden.’ Dat dit niet vanzelfsprekend is en veel inspanning en kwaliteit van de MSP/broker vereist, zien zij niet. ‘Wij voelen als category managers die pijn wel, maar de departementen zelf niet.’ Afrekenen op KPI’s Een inkoopadviseur merkt nog terecht op dat aanbestedende diensten niet alleen vooraf naar de kwaliteit van dienstverlening moet kijken, maar ook tijdens en na de looptijd van een contract. ‘MSP’s en brokers kunnen gouden bergen beloven, maar als zij niet worden afgerekend op resultaat (KPI’s), dan wordt het verschil in kwaliteit van dienstverlening ook niet zichtbaar.’ Aanbestedende diensten zouden hierin wel wat strenger mogen zijn. Bij het niet halen van de afgesproken KPI’s bijvoorbeeld een waarschuwing geven in de trant van ‘nog één keer en je vliegt eruit!’. Iets wat in de praktijk zelden gebeurt. Het aanspreken op kwaliteit van dienstverlening zou een kwaliteitsimpuls kunnen geven. Minder prijsmodellen? Welke prijs dient te worden gehanteerd hangt dus af van de dienstverlening. Gaat het puur om contractmanagement (brokering) of ook om het werven en selecteren van kandidaten (sourcing)? Of verwacht de aanbestedende dienst van een derde partij dat die de hele organisatie van de inhuur op zich neemt, inclusief leveranciersmanagement (managed service provider (MSP). Dat er op de markt tal van hybride vormen zijn – broker+ of MSP-light – maakt het er niet gemakkelijker op. Dit zijn de prijsmodellen die nu in de markt worden gehanteerd: Brokersfee; contracting fee met of zonder searching fee (werving en selectie) MSP-fee; een fee per uur voor alles (sourcing en contracting) Vrije marge o.b.v. een minicompetitie (evt. met functiehuis) Maximale marge; beperkt tot x€ of x% (en/of voor een bepaalde duur) Omrekenfactor; RVO hanteert bijvoorbeeld een Rekenfactor gemiddeld tarief Richtlijnentarief; een bekend voorbeeld is de Labor Redimo-tarieventool (een mix van sourcing fee en na 800 uur terug naar contractmanagement fee (incl. % korting op afgegeven tarieven)) Zou het niet beter zijn om bijvoorbeeld maximaal drie vaste prijsmodellen te hanteren? Dan heb je meer uniformiteit, meer transparantie en kun je gemakkelijker vergelijken? Klinkt logisch, toch leven er bezwaren tegen het beperken van het aantal prijsmodellen. ‘Teveel standaardisatie gaat niet werken’, zegt een inkoper bij een aanbestedende dienst. ‘We willen juist ruimte bieden aan brokers/MSP’s om zich te onderscheiden. En het is ook fijn om iets te kiezen te hebben.’ Iemand van het Waterschap voegt daaraan toe dat ook binnen aanbestedende diensten verschillende, specifieke (inhuur)behoefte kan zijn, wat om een ander prijsmodel vraagt. ‘Het werk van het Waterschap Friesland is heel anders dan in Limburg.’ RVO-model Geroemd wordt nog altijd het Rekenfactor gemiddeld tarief dat RVO hanteert. Niet de marge van de leverancier is het gunningscriterium, maar de prijs (eindtarief). Om te bepalen of een tarief van ingehuurde ict-professionals bij het Rijk marktconform is wordt elke meetperiode (half jaar) het gerelateerde overheidstarief (gemiddelde kosten rijksambtenaar in die schaal, bijvoorbeeld € 70) bepaald en vermenigvuldigd met een Rekenfactor (bijvoorbeeld: 1,5). Dan mogen de tarieven die leveranciers aanbieden in die periode gemiddeld niet meer dan 50% ‘hoger’ mogen zijn dan het gemiddelde overheidstarief. In dit voorbeeld zou het gemiddelde tarief van de leverancier dus niet boven de € 105 euro (€ 70 x 1,5) mogen uitkomen. Per minicompetitie is de leverancier vrij om een hoger of lager tarief te kiezen, zolang de afwijking tussen de gemiddeld aangeboden tarieven en de overheidstarieven maar onder die rekenfactor van 1,5 blijft. Dat geeft alle contractpartijen dus meer bewegingsruimte om hun prijs te bepalen en mee te bewegen met de lonen en de markt. Bovib: duidelijkheid in dienstverlening bieden De praktijk van aanbestedingen voor de inhuur van personeel is en blijft lastig. De aanbestedende diensten en de MSP/broker-markt zijn verschillende werelden die soms botsen en toch tot een goede samenwerking moeten komen. Het ontbreekt veel organisaties ook simpelweg aan kennis van de inhuurmarkt, laat staan dat zij op de hoogte zijn van de actuele tarieven en de vereiste sourcingsinspanningen op de huidige krappe arbeidsmarkt. En dat is ook niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat bijvoorbeeld een gemeentelijke dienst één keer per 6 of 8 jaar een aanbesteding doet. Zo’n aanbestedende dienst weet vaak niet wat ze precies moeten uitvragen. Niet voor niets wordt bij 40 procent van de aanbestedingen een adviesbureau ingeschakeld. En ook die kennen lang niet altijd alle ins en outs van een specifieke markt. Dus, nog afgezien van het gekozen prijsmodel, is vooral meer kennis en expertise nodig. De Bovib ziet voor zichzelf een taak weggelegd om – samen met de inkoopadviesbureaus – in de versplinterde markt meer overzicht en helderheid te brengen. Zodat het voor aanbestedende diensten duidelijker wordt waar brokers staan en welke dienstverlening zij bieden. Want het klinkt zo simpel, zorg dat je de juiste kandidaten op het juiste moment levert, maar zoals een van hen tijdens de rondetafelbijeenkomst het treffend verwoordt: ‘Het blijft een vak apart’. Lees ook: Prijsmodellen bij aanbestedingen blijven voer voor discussie Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingen, bovib, broker, MSP | 1 Reactie
Nicole van Casteren nieuwe Director Advisory & Consultancy bij HeadFirst Group Geplaatst 29 april 2026 door ZiPredactie HeadFirst Group heeft Nicole van Casteren benoemd tot Director Advisory & Consultancy. In die rol richt zij zich op de ontwikkeling van oplossingen voor strategische vraagstukken rond workforce strategy, services procurement (SoW), governance en operating model design. Van Casteren brengt ruim twintig jaar internationale ervaring mee. Ze was onder meer Global Cost Strategy Director bij Philips, waar ze wereldwijde categoriestrategieën binnen professional services leidde. Daarvoor was ze bij FrieslandCampina verantwoordelijk voor een spend van circa 250 miljoen euro in professional services en contingent workforce. Eerder deed ze commerciële ervaring op bij ManpowerGroup en USG People. Bij HeadFirst Group werkt ze samen met teams in Nederland en internationale collega’s binnen moederbedrijf Impellam Group in het VK, de VS en APAC. “Nicole brengt de combinatie van internationale procurementervaring en diepgaande kennis van commerciële ecosystemen die nodig is om onze advies- en consultancyactiviteiten verder uit te bouwen,” zegt Allard van Dam, Country Manager Nederland bij HeadFirst Group. Van Casteren voegt toe: “Organisaties verwachten niet alleen capaciteit, maar ook aantoonbare performance, transparantie en meetbare business impact. Met advisory & consultancy wil ik strategie vertalen naar oplossingen die scherp, uitvoerbaar en daadwerkelijk resultaatgericht zijn, zodat klanten hun workforce- en services-ecosystemen wendbaarder en toekomstbestendiger kunnen inrichten.” De benoeming past in de bredere strategie van HeadFirst Group om organisaties te helpen navigeren in een complexer wordend werk- en services-ecosysteem, met groeiende druk op het gebied van compliance, governance en schaarste aan talent. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags HeadFirstGroup | Laat een reactie achter
Personeel delen in zorg en onderwijs is complex: heeft Flair de sleutel gevonden? Geplaatst 29 april 2026 door Annet Maseland Regionaal werkgeverschap voor zorginstellingen wordt sinds jaar en dag gepresenteerd als de heilige graal tegen het personeelstekort. Want kun je niet beter samenwerken in plaats van concurreren om het schaarse zorgpersoneel? En hoewel zorginstellingen en overheid graag willen, en er op veel plekken pilots verrezen, kwam het nog nergens serieus van de grond. Sterker nog: de regionale flexpools in Gelderland (Werkgeverij), RITZ (West-Brabant) en Flexpertise (Apeldoorn) zijn na enkele jaren weer stopgezet. Gedeeld werkgeverschap blijkt te veel rompslomp voor het handjevol externen dat de stap naar de regionale pool wilde maken. Belangrijk obstakel: btw-heffing Een belangrijk obstakel bij het opzetten van zo’n regionale samenwerking is de btw-heffing. Zorgverlening is net als onderwijs, vrijgesteld van btw. Maar zodra zorginstellingen samenwerken en personeel uitwisselen, leidt dat al snel tot een heffing van 21% btw. Dit geeft hogere (extra) kosten, aangezien de verschuldigde btw meestal niet kan worden verrekend of gecompenseerd. Die btw-heffing is dan ook een van de voornaamste knelpunten waar non-profitorganisaties tegenaan lopen als zij willen samenwerken. Btw-vrij personeel uitwisselen kan wel, maar onder strikte voorwaarden, zegt Matthijs van Ooij, btw-specialist bij BDO. Zo is een btw-vrijstelling in principe mogelijk voor intramurale zorginstellingen. Een groot nadeel: die collegiale uitleen mag alleen binnen dezelfde branche, dus een ziekenhuis mag niet uitlenen aan een thuiszorgorganisatie of een huisartsenpraktijk. Bovendien moet een nieuwe constructie afgestemd worden met de Belastingdienst, wat maanden tot jaren kan duren. Lees ook: Hoe blijven zelfstandige zorgprofessionals duurzaam inzetbaar? Een andere optie is de pot-pool-overeenkomst, een loondienstverband waarbij samenwerkende zorginstellingen samen één arbeidsovereenkomst sluiten met een zorgmedewerker en de salariskosten verdelen. Huisartsen doen dat vaak op die manier: zij delen in hun praktijk de assistent of praktijkondersteuner. Maar die optie is minder geschikt voor een regionale flexpool, volgens Van Ooij. Flair: regionaal werknemerschap Het is een complex dossier, zegt Jeroen Swanen, initiatiefnemer van coöperatie Flair. Eerder richtte hij FAIR op, een coöperatie voor gezamenlijke inhuur van zzp door zorginstellingen in de regio Zuid-Oost Brabant. Sinds dit jaar bestaat Flair, waarbij nu ook zorgpersoneel in loondienst wordt uitgewisseld. In Brabant en Utrecht zijn coöperaties live gegaan. Aan Flair ging twee jaar overleg vooraf: met bestuurders, de ministeries van VWS en SZW, de Belastingdienst, een legertje juristen en de ACM. Want er moesten verschillende hordes worden genomen. Om te beginnen die btw. Swanen: “We konden niet zoveel met het collegiale in- en uitleenmodel, waar de meeste regionale flexpools mee werken. We willen namelijk óók tussen de verschillende branches kunnen uitwisselen. Regionaal werkgeverschap was evenmin een optie, dat werd juridisch te ingewikkeld.” Het model van Flair is zo simpel mogelijk gehouden. Regionaal werknemerschap, noemt Swanen het. “De werknemer sluit verschillende overeenkomsten met verschillende zorginstellingen, net zoals een zzp’er dat doet. Op die manier komt het hele btw-vraagstuk helemaal niet aan de orde. De zorginstelling is de werkgever, maar Flair neemt als serviceorganisatie alle rompslomp uit handen: van verzuim en planning tot het personeelsdossier en disfunctioneren.” ACM: oneerlijke concurrentie? Maar daarmee was Flair er nog niet. De volgende hobbel was oneerlijke concurrentie. Want is deze vorm van btw-vrij uitlenen oneerlijke concurrentie voor de flexbranche? Volgens Swanen is dat niet het geval: “We hebben ons construct in alle openheid aan de mededingingsautoriteit ACM voorgelegd. We geven uitvoering aan de cao, en dat mag ook samen. Daarmee beconcurreren we de arbeidsbemiddeling niet. We maken geen kartelachtige afspraken over verloning. Kortom: de ACM zag geen problemen.” Lees ook: De handhaving op schijnzelfstandigheid in de zorg lijkt minimaal, maar onder het oppervlak borrelt het Arbeidsrechtelijke hobbels Vervolgens waren er nog flink wat arbeidsrechtelijke hobbels, zegt Swanen. Hoe ga je om met HR-vraagstukken als vakantie, verlof, ziekte, werkkostenregeling en pensioen? “Dat hebben we deels ondervangen door alles financieel te maken via een all-in loon. Behalve het pensioen, wat wettelijk niet mag.” De privacy van de medewerker in geval van ziekte bleek het heetste hangijzer. Dat werd uiteindelijk opgelost met een eigen arbodienst. Verzuimbegeleiding blijft een heikel punt, constateert Swanen. “Werkgevers vinden het lastig om dat uit handen te geven.” Inmiddels zijn er tientallen werkgevers in de regio Brabant en Utrecht over de streep. Nu de zzp’ers nog, want daar was het Flair immers om te doen. “De eerste aanmeldingen stromen druppelsgewijs binnen”, zegt Swanen. “Maar we doen het rustig aan. We kunnen in de eerste maanden sowieso nog geen honderden aanmeldingen aan. De eerste drie jaar zien we als experimenteerperiode. Werkt het niet, dan staan de mensen al op de loonlijst. In die zin is het een tamelijk risicoloze onderneming.” De heilige graal voor non-profit: de koepelvrijstelling Btw-specialist Matthijs van Ooij van BDO vindt Flair een mooie oplossing voor btw-vrijgestelde sectoren, vooral voor de zorg, waar veel zzp’ers werken. Overigens zit er misschien een betere oplossing in de pijplijn: de koepelvrijstelling. “Volgens Europese wetgeving geldt een btw-vrijstelling voor koepels die prestaties leveren aan hun leden. Denk aan een coöperatie van zorginstellingen die personeel uitleent aan zijn leden tegen kostprijs. In Nederlandse wetgeving staat dat het uitlenen van personeel hiervan is uitgezonderd. Maar volgens Europese rechtspraak mag je dat niet categorisch uitsluiten. We verwachten en hopen dat de wet wordt aangepast. Tot die tijd is Flair een mooie oplossing.” FlexZo: net weer even anders Ongeveer gelijktijdig met Flair begon in de regio rond Den Helder een nieuw samenwerkingsverband. FlexZo is sinds 1 april 2026 live. Deze personeelspool is anders dan Flair wél gebaseerd op collegiale in- en uitleen. “Het nadeel daarvan is dat je niet domeinoverstijgend kunt werken”, zegt coördinator Claudia Verheggen. “Dat hebben we opgelost door verschillende pools op te zetten voor ziekenhuizen, gehandicaptenzorg en vvt (verzorging, verpleging en thuiszorg). Iedereen heeft één contract bij een van de deelnemende organisaties. Met dat contract en een addendum kunnen ze bij alle organisaties werken. Medewerkers zien alle openstaande diensten van al die organisaties.” Een voorwaarde om het te laten slagen is dat organisaties de noodzaak voelen en veranderbereid zijn, benadrukt ze. “Waar je eerst concurreerde om personeel, moet je nu organisatieoverstijgend durven werken. Recruiters moeten bijvoorbeeld bereid zijn nieuwe medewerkers die regionaal flexibel willen werken, door te spelen aan FlexZo. Daarnaast moeten interne processen, zoals facturatie, verloning en planning, op elkaar worden afgestemd.” De werkgevers zijn enthousiast. Nu de zzp’ers nog. De eerste werknemers en externe medewerkers (zzp’ers) worden nu geworven via de socials van de deelnemende organisaties. Lees ook: Waarom Haidy James stopte als zzp’er: ‘Zorg moet weer uitvoerbaar worden’ Waarom Flexpertise stopte Het is overigens niet de eerste keer dat Verheggen zo’n samenwerking opzet. Eerder trok ze de kar bij de regionale personeelspool Flexpertise Zorg, waarin vijf vvt-instellingen in Apeldoorn samenwerkten. Maar die werd stopgezet. “Succesvol was het zeker, daar lag het niet aan. We hadden 55 flexmedewerkers”, blikt ze terug. Dat het toch stopte, was een samenspel van factoren. “Flexpertise was een van de eerste regionale flexpools in de zorg. De opstart duurde lang. Zzp’ers maakten niet zoals gehoopt en masse een beweging naar loondienst. En er bestond twijfel of de flexmedewerkers zo flexibel waren dat ze bij alle organisaties wilden werken. Want dat was wel waarom het begonnen was. Ik had daar zelf wel alle vertrouwen in overigens.” Gaan zzp’ers nu wél overstappen? De grote vraag is: gaan zzp’ers nu wél massaal overstappen? Werken met zzp’ers durven en willen zorginstellingen niet meer, zegt Verheggen. Daar ligt het niet aan. “We hebben gevraagd waarom zzp’ers niet in loondienst werken. Ze zoeken vrijheid in uren, regie over het werk, werk-privébalans, afwisseling in werk en een hoger salaris. Op het gebied van flexibiliteit en vrijheid bieden we dat allemaal. Een hoger salaris kunnen we niet bieden, en dat speelt zeker een rol. Maar ze zijn ook huiverig om terug te keren in loondienst. Sommigen zijn zwaar teleurgesteld in de zorg. Het was hard werken, met weinig tijd voor bewoners. Dat willen ze niet meer.” Stroomschema: btw-vrij uitwisselen van personeel Het ministerie van VWS heeft samen met werkgeversorganisaties en andere partijen een stroomschema gepubliceerd waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is op het gebied van btw-vrij uitwisselen van personeel. Het schema is te vinden op de website van RegioPlus. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ZZP-er in de zorg | Laat een reactie achter
Minister Aartsen wil het zzp-dossier ‘normaliseren’ en ‘pacifiëren’ zodat we het ”over vier jaar niet meer over zzp’ers hoeven te hebben.” Geplaatst 28 april 2026 door ZiPredactie Het is een stevige ambitie van minister Thierry Aartsen (Werk & Participatie): hij wil het voor elkaar krijgen dat we het – na zijn termijn van vier jaar – niet meer over zzp’ers hoeven te hebben. Normaliseren noemt hij dat. “De reden waarom we het er nu over hebben, is omdat het niet goed geregeld is in de wet en dat het dus bijzonder is geworden.” Dus komen er nieuwe wetten, gaat de handhaving door en komt er een campagne ‘Zzp: het kan wel’. Een gesprek over de huidige situatie, de net aangenomen Wet rechtsvermoeden, zijn visie op ‘hoe zzp wél kan’ en een vooruitblik op de Zelfstandigenwet. Het gehele gesprek is te beluisteren op Spotify of kijk op Youtube: Onlangs ging de Tweede Kamer akkoord met het wetsvoorstel Rechtsvermoeden bij laag tarief. U zult blij zijn met zo’n snel resultaat. “Het is natuurlijk heel bijzonder dat we voor het eerst in tien jaar tijd überhaupt een zzp-wet door de Kamer – in dit geval de Tweede Kamer, hopelijk ook door de Eerste Kamer – heen kunnen krijgen. Want het is geen vanzelfsprekendheid. Alle wetsvoorstellen zijn de afgelopen tijd gesneuveld. Ook voor het oorspronkelijke wetsvoorstel, toen het nog VBAR heette, was er geen meerderheid voor het verduidelijkingsdeel van die wet. Ik heb in mijn eerste week besloten om dat deel van tafel te halen en door te gaan met de Zelfstandigenwet én met het rechtsvermoedensdeel. Dat is belangrijk, omdat we daarmee een oplossing bieden voor de basis van de arbeidsmarkt. Mensen die misschien niet als zelfstandige willen werken. Die zeggen: ja, ik zit nu op een plek waar ik onder die 38 euro word betaald. En ja, ik ben dan misschien wel op papier zzp’er, maar in de praktijk heb ik toch meer het gevoel dat ik werknemer ben.” De vraag is wel of die kwetsbare werkenden naar de rechter durven te stappen. Wat verwacht u uiteindelijk van het effect van deze wet? “Het effect van deze wet zit hem uiteindelijk in de preventieve werking ervan. Ultimo kun je naar de rechter. Maar dat is met heel veel dingen die we geregeld hebben in Nederland: je probeert natuurlijk altijd te voorkomen dat je bij die rechter komt. Het effect is dat mensen ander gedrag laten zien. We hopen dat opdrachtgevers die mensen onder de 38 euro betalen, beter gaan nadenken: heb ik het wel goed geregeld? Is deze persoon wel echt zelfstandig, ja of nee? Dat is een heel groot voordeel.” Een tarief zegt helemaal niets over de kwalificatie van de arbeidsrelatie Het is dus geen minimumtarief, daar lijkt nog wel eens een misverstand over te bestaan. En het is ook niet zo dat als je erboven zit, je dan goed zit? “Dan ga ik het hier nog een keer heel duidelijk herhalen, Dat heb ik ook in de Kamer gezegd: de 38 euro – of je er nu boven of onder zit – zegt helemaal niets over of je wel of geen zelfstandige bent. Het is een drempel waarbij we gezegd hebben: daaronder krijg je een rechtsvermoeden voor werknemerschap, waardoor je een extra steuntje in de rug hebt. Maar over de kwalificatie van de arbeidsrelatie zegt dat helemaal niks. Ook onder de 38 euro kun je prima zelfstandig werken. Je moet alleen even zorgen dat je het op een goede manier hebt georganiseerd.” Bij de behandeling van die Wet rechtsvermoeden heeft u gezegd dat het nog wel tot 2028 zal duren voordat de Zelfstandigenwet er is. Eigenlijk zou het handhavingsmoratorium doorlopen totdat er een nieuwe wet is. We horen en lezen veel zzp’ers die zeggen: ‘Kunnen wij er wat aan doen dat Den Haag er zo lang over doet?’ Ze hebben wel flink last het feit dat er minder ingehuurd wordt. “De makkelijke oplossing zou zijn: zet de handhaving stop. Maar dat vind ik om een aantal redenen een slecht idee, omdat je dan een stap terugzet. Dan ga je weer naar een oude situatie waarin vrijheid-blijheid mag, waarin alles mag. Dan komen we weer al die schrijnende gevallen tegen, al die foute-boelgevallen. Dan wordt er weer een negatief beeld over zzp’ers neergezet. En je krijgt zigzagbeleid: de ene keer handhaven we wel, de andere keer niet. We moeten dit dossier normaliseren. Dat doen we met de Zelfstandigenwet. Dat doen we door de handhaving niet aan te passen. Maar we gaan wel een aantal dingen in het hier en nu doen. We beginnen met het aanpassen van het afwegings- en toetsingskader van de Belastingdienst zelf. Dat is inmiddels aangepast aan de nieuwe jurisprudentie van Uber. Dat is heel belangrijk, omdat extern ondernemerschap daarin een hele belangrijke rol speelt.” We willen aan opdrachtgevers gaan uitleggen dat je, als je je aan de spelregels houdt, heel goed met zzp’ers kunt werken. “Het grootste probleem op dit moment is dat er onduidelijkheid is over de regels. Heel veel opdrachtgevers zeggen: ik weet niet precies hoe het zit, laat ik maar geen zzp’ers aannemen, categorisch. Daar moeten we vanaf.” “Dat doen we twee manieren. Eén de overheid doet hetzelfde niet meer. De leidraad inhuur voor de overheid was gebaseerd op de oude VBAR. Daarvan hebben we gezegd: dat kan niet. We gaan echt terug naar het Uber-arrest en de Deliveroo-criteria. Dat is belangrijk.” “En de allerbelangrijkste stap die we gaan zetten is dat we voor de zomer nog gaan starten met een overheidscampagne ‘Zo kan ZZP wel’. En dat is echt een hele belangrijke stap. Omdat we laten zien dat we een positieve grondhouding hebben als kabinet richting zelfstandigen. Maar we gaan ook gewoon uitleggen hoe je met ZZP’ers kunt werken. Ik denk dat daar in de markt heel veel behoefte aan is.” Hoe zit dat er dan concreet uit? “We willen aan opdrachtgevers gaan uitleggen dat je, als je je aan deze spelregels houdt, heel goed met zzp’ers kunt werken. Begin nou eens met de vraag: vertel mij nou eens hoe dat externe ondernemerschap bij jou eruitziet. Heb je nog meer klussen? Hoe actief ben je met je acquisitie? Doe je nog andere dingen ernaast? Hebben we bij de klus die we doen een kop en een staart afgesproken?” Een beetje zoals zelfstandigentoets uit de Zelfstandigenwet? “Dat zit er wel dicht tegenaan. Het zit ook allemaal in hetzelfde hoekje. Doe je dingen op basis van eigen rekening en risico? Word je afgerekend op het resultaat dat je levert of alleen op de inspanning? Bepaal je je eigen tarieven? Allemaal dat soort dingen. Die dragen natuurlijk allemaal bij aan de vraag: ben je wel of geen zzp’er?” We hebben nu het Uber-arrest gezien, waarin de rechter zegt: zij-aan-zij werken, dat kan wél. Dat is toch wel een wat andere benadering dan voorheen, waarin het bijvoorbeeld leek alsof zij-aan-zij werken – ongeveer hetzelfde werk doen als een werknemer – sowieso uitgesloten was voor zzp’ers. “Daarom tellen mijn woorden als minister natuurlijk wel. In het verleden waren er ministers die op basis van de toen geldende jurisprudentie zeiden: zij-aan-zij werken, dat kan natuurlijk niet. We hebben nu het Uber-arrest gezien, waarin de rechter zegt: dat kan wél. Daarom herhaal ik dat ook als minister en zeg ik: we passen het toetsingskader bij de Belastingdienst aan – die heeft dat overigens zelf al aangepast, daar hadden ze mij niet voor nodig –, de leidraad aan (kaders inhuur Rijksoverheid, red.) en ook de communicatie. Om te zeggen: dat kan dus gewoon, omdat je moet kijken naar de persoon zelf, naar de ondernemer zelf. Dat moet ook meetellen. Dat zit buiten de arbeidsrelatie, maar moet wel meewegen. Het klinkt misschien soms als open deuren, maar het is wel heel belangrijk voor de communicatie dat een minister en een overheidscampagne dit zeggen.” Het coalitieakkoord ademde de nodige positiviteit uit ten opzichte van zzp’ers. En toch wordt nu ineens de startersaftrek afgeschaft om het steunpakket energieprijs te financieren. Welk signaal geeft het kabinet daarmee af? “De startersaftrek was niet per se een regeling die effectief bijdroeg aan extra ondernemerschap. Dat blijkt ook uit onderzoek. Het pakket moet ergens uit gedekt worden. Maar juist mijn betoog is: je bent geen zzp’er voor het geld of voor het fiscale voordeeltje. Zzp’er ben je, in mijn ogen, omdat je gewoon zelf wil bepalen hoe je je werk en je leven inricht. Dat zijn mensen die zeggen: ik wil eigen regie hebben, ik wil trots zijn, ik wil autonomie hebben, ik wil het zelf bepalen. Daar zit volgens mij de kracht van zzp’ers in. Ik denk dat het juist heel goed is dat we ook een beetje een gelijk speelveld hebben als het gaat om die fiscaliteit, omdat je anders continu weer in dat negatieve frame terechtkomt. Dat mensen zeggen: ja, maar die zzp’ers doen het alleen maar omdat ze een paar euro meer kunnen verdienen. Of omdat ze een fiscaal voordeeltje hebben. Of omdat ze dan niet hoeven bij te dragen aan het sociale stelsel. Daar wil ik echt vanaf.” De zzp’ers moeten er eigenlijk blij mee zijn dat de startersaftrek wordt gestopt? “Nou nee. Als je er gebruik van maakt en dat kan straks niet meer, dan is dat vervelend. Tegelijkertijd denk ik dat je het daar als zelfstandig ondernemer niet van moet hebben. Je moet het juist van je passie en van je zelfstandigheid hebben.” Dan de Zelfstandigenwet: waarom moet die er nu eigenlijk komen? “De reden waarom we de Zelfstandigenwet maken, is omdat er echt behoefte is aan meer duidelijkheid dan alleen maar de jurisprudentie. Het grappige is dat ik dat niet alleen zeg. De Hoge Raad heeft al twee keer in een arrest vrij duidelijk gezegd: ‘Geachte wetgever – dat ben ik inmiddels – u moet deze wet echt anders gaan maken. U moet duidelijkheid gaan scheppen.’ Het begint eigenlijk met een hele simpele vraag: wanneer kan iemand nou gewoon als zelfstandige werken? In heel veel andere Europese landen staat dat in de wet opgeschreven. Wij zijn een van de weinige West-Europese landen die dat nergens in de wet heeft staan. We hebben in de wet staan wanneer je werknemer bent. We hebben nergens in de wet staan: als je aan deze criteria voldoet, dan ben je zelfstandig.” Heel veel zzp’ers zijn erbij gebaat dat we dit nu voor eens en altijd oplossen. Het gaat niet lukken door te zeggen: we doen nul regels. Als Kamerlid heeft u het initiatief voor die Zelfstandigenwet genomen, samen met andere middenpartijen. Nu zit u met hen in een minderheidskabinet en er is nog geen meerderheid voor die wet. Aan de linkerkant vinden ze dat het door deze wet wel erg makkelijk wordt voor zzp’ers, en aan de rechterkant zijn ze tegen elke extra verplichting die ook in het wetsvoorstel zit. “Tegen beide kanten zeg ik dan: als iedereen in zijn gelijk blijft staan, gebeurt er niks. Het hele idee van de Zelfstandigenwet is nou juist – ik noem dat met een knipoog naar het verleden – pacificeren. Waarom is er de afgelopen 15 jaar eigenlijk niks gebeurd op zzp-gebied? Het antwoord is vrij simpel: omdat de politiek nooit in staat is geweest om dit probleem op te lossen. De liberalen, VVD en D66, hebben altijd gezegd: ‘Nee jongens, vrijheid-blijheid, geen regels, niet aankomen aan die zelfstandigenaftrek, we doen net of alle problemen niet bestaan.’ De sociaaldemocraten en de christendemocraten hebben altijd gezegd: ‘We mogen nooit het arbeidsrecht aanpassen. Dat mag absoluut niet. We moeten vooral proberen zzp’ers tegen te gaan.’ Ik chargeer beide kanten nu even. Wat we met de Zelfstandigenwet geprobeerd hebben, is kijken of we die twee dingen bij elkaar kunnen brengen. Kun je nou zeggen dat het niet zo onlogisch is om misschien een paar kleine eisen te stellen aan zzp’ers? Om toch ook te zeggen: je kunt niet alleen maar vrijheid hebben, je hoort ook verantwoordelijkheid te dragen. En andersom: je moet dit (het zzp-schap, red.) wel goed in de wet regelen.” “Het is gelukt om dat in een politiek midden bij elkaar te brengen (VVD, D66, CDA, SGP, red.). Nu is de volgende stap om te zorgen dat we ook die andere partijen bij elkaar brengen. Ik denk oprecht dat het moet lukken. Heel veel zzp’ers, ook die op JA21 hebben gestemd, zijn erbij gebaat dat we dit nu voor eens en altijd oplossen. Het gaat niet lukken door te zeggen: we doen nul regels. Je zult toch een paar spelregels met elkaar moeten afspreken om dit probleem op te lossen. En andersom geldt ook: we gaan niets geks doen in het arbeidsrecht, we gaan geen werknemersrechten uithollen. Ik zou het heel mooi vinden als het lukt om die Zelfstandigenwet met steun van zowel links als rechts aangenomen te krijgen.” Het hele gesprek te beluisteren op Spotify of kijk: Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Aartsen, Rechtsvermoeden laag tarief, zelfstandigenwet | 2s Reacties