Nieuw kabinet zet in op gefaseerde nieuwe zzp wetgeving Geplaatst 30 januari 2026 door Hugo-Jan Ruts Het nieuwe kabinet werkt gefaseerd aan nieuwe wetgeving rond zzp’ers. Om te beginnen moet er een rechtsvermoeden van werknemerschap komen, waarmee zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer kunnen opeisen. Dit betreft het zogeheten R-deel uit de huidige VBAR. Het verduidelijkingsdeel uit dat voorstel wordt geschrapt. Ook moet in dit wetsvoorstel alvast gewerkt worden met sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie die vooraf uitspraken kan doen over praktijksituaties rond de inhuur van zzp’ers. Daarna wil het kabinet de Zelfstandigenwet invoeren. Dit is een initiatiefwetsvoorstel waarvan vorig jaar een concept is uitgewerkt door VVD, CDA en D66, mede ondertekend door de SGP. In de Zelfstandigenwet wordt gewerkt met een ondernemerstoets en een werkrelatietoets. In de ondernemerstoets zitten een aantal verplichtingen voor zelfstandigen, waaronder het opbouwen van een eigen pensioen en het afsluiten van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. De werkrelatietoets beoordeelt of iemand in vrijheid kan werken. De criteria in deze toets worden als lichter gezien dan de huidige criteria. Lees ook : VVD, D66, CDA en SGP presenteren nieuwe zelfstandigenwet. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering Het kabinet houdt vast aan de BAZ: de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Dit is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, uit te voeren door het UWV. Daarbij komt, zoals ook in de huidige plannen is opgenomen, de mogelijkheid om – als alternatief – te kiezen voor een private verzekering via een opt-out. Dit wetsvoorstel is al in voorbereiding en kan op redelijk korte termijn door de Kamer worden behandeld. Het grootste knelpunt is dat het UWV en de Belastingdienst aangeven de wet op korte termijn niet te kunnen uitvoeren. Publieke sector Verder staat in het regeerakkoord te lezen dat het kabinet wil “stimuleren dat mensen in dienst blijven in (semi-)publieke sectoren zoals zorg en onderwijs. Daarom bevorderen we goed werkgeverschap, onder andere door sociale innovatie.” Weinig verrassend Het knippen van de VBAR, het invoeren van de Zelfstandigenwet en het doorzetten van de BAZ zijn weinig verrassende keuzes. Met name met de Zelfstandigenwet kiezen de drie partijen echter duidelijk voor een andere koers dan de afgelopen kabinetten. “Een steeds groter wordende groep zelfstandig werkenden hoort bij de moderne arbeidsmarkt, waarin de wens naar autonomie toeneemt. Deze groep willen wij de ruimte en duidelijkheid geven die zij verdienen” zo schrijft het kabinet. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Jetten, VBAR, zelfstandigenwet | 52s Reacties
CBS: 100.000 minder zzp’ers in een jaar tijd Geplaatst 30 januari 2026 door ZiPredactie In het vierde kwartaal van 2025 werkten 1.167.000 personen voor wie het werken als zzp’er de belangrijkste bron van inkomen was. Dat waren er 98.000 minder dan in dezelfde periode in 2024, een daling van 7,7%. Ook het aantal zelfstandigen met personeel nam verder af (-3,7%). In dezelfde periode steeg het aantal vaste banen met 118.000 (+2,1%) en het aantal banen met een flexibel contract met 50.000 (+1,9%). Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS. Daarmee zet de daling van het aantal zzp’ers, die begon in het eerste kwartaal van 2025, door. In het laatste kwartaal daalde het aantal zzp’ers met 1,9%. De daling is het grootst onder zzp’ers in de sectoren handel, vervoer en horeca (-8,6%), overheid en zorg (-9,7%) en onderwijs (inclusief particulier en privaat) (-8,8%). Het totaal aantal gewerkte uren door zelfstandigen (met en zonder personeel) daalde iets minder hard: -4,7% in een jaar tijd, maar dat is nog steeds een forse afname. Naast de afremmende economie en iets minder schaarste op de arbeidsmarkt zal met name de hernieuwde aandacht voor schijnzelfstandigheid en de dreiging van naheffingen een reden zijn waarom er minder werk is voor zzp’ers. Een deel van hen werkt daardoor – mogelijk tijdelijk – weer als werknemer. Het CPB verwachtte in 2024 dat – als gevolg van het opheffen van het handhavingsmoratorium – dat het aantal zzp’ers in 2025 en 2026 in totaal met 130.000 zou gaan afnemen (zie hier). Overigens ziet de KVK nog wel een lichte stijging van het aantal zzp’ers (+1% in 2025). De KVK registreert bedrijfsinschrijvingen, terwijl het CBS zich vooral baseert op enquêtes en vastlegt in welke contractvorm iemand daadwerkelijk heeft gewerkt. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS | 1 Reactie
Het juridisch gelijk en de arbeidsmarkt: wat we missen in de discussie over Uber-chauffeurs Geplaatst 29 januari 2026 door Martijn Arets De uitspraak: het verschilt per geval Het gerechtshof Amsterdam oordeelde deze week in hoger beroep dat taxichauffeurs die als zelfstandige werken via de app Uber, niet per definitie als werknemers worden aangemerkt. Of ze juridisch zzp’er of werknemer zijn verschilt per geval. Als een chauffeur zich echt gedraagt als zelfstandig ondernemer, kan het zo zijn dat hij als zzp’er mag werken. Dat is bijvoorbeeld zo als hij zelf investeert in zijn auto, zelf ondernemersrisico’s draagt en zelf kiest wanneer en voor welk tarief hij werkt. Is hij hierin onvoldoende zelfstandig, dan is hij werknemer. De zaak loopt al een hele tijd. In 2021 gaf de rechtbank FNV gelijk en in het hoger beroep stelde het gerechtshof zogenaamde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Het oordeel deze week: de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden zijn geen werknemers, maar zelfstandig ondernemers. De rechter benadrukt daarbij dat chauffeurs die het platform gebruiken wel werknemer kúnnen zijn, maar dat dit per geval beoordeeld moet worden. Bedoeling van de vakbond Deze rechtszaak is onderdeel van een reeks zaken die FNV voert tegen platformen. Volgens FNV horen werkenden in de platformeconomie de rechten te hebben van werknemers of uitzendkrachten. Maar voor wie voeren ze eigenlijk deze strijd? Niet voor de kleine groep werkenden. Eerder procedeerde FNV tegen thuisschoonmaakplatform Helpling en maaltijdbezorgplatform Deliveroo. In het geval van de Helpling-zaak ging het overduidelijk niet om de thuisschoonmakers. In het geval van de Deliveroo-zaak ben ik ervan overtuigd dat deze meer bedoeld was om een precedent te scheppen voor de hele arbeidsmarkt, dan om op te komen voor een handjevol platformwerkers. Dat is een respectabele keuze, maar in het kader van de discussie moet dit doel wel helder blijven. Waar komt de obsessie met werknemerschap vandaan? In Nederland is het werknemerschap de norm, net als in veel andere westerse landen. Werknemers hebben toegang tot zaken als sociale verzekeringen, werkloosheidsuitkeringen, ziekteverlof en pensioen. Ze genieten bescherming op het gebied van gezond en veilig werken. Ze vallen onder cao’s en pensioenfondsen. Om hun rechten te laten gelden, mogen werknemers zich collectief organiseren en zich laten vertegenwoordigen. Dit in tegenstelling tot ondernemers die vallen onder het mededingingsrecht. Kort gezegd, alle zekerheden en instituties zijn georganiseerd rondom werknemerschap. Zelfstandig ondernemers moeten het zelf oplossen. Deze tweedeling leidt ook tot verschil in prijs, waardoor er vooral bij lage tarieven concurrentie op arbeidsvoorwaarden ontstaat. Het is dus alles of niets en daarom is de classificatievraag (werknemer of zzp’er?) zo belangrijk. Maar dit vraagstuk blijkt ook zeer ingewikkeld. Wat veranderen platformen nu echt? De opkomst van de platformeconomie zette de discussie extra op scherp. Ik vraag mezelf altijd af: wat is de impact van de komst van een platform in de markt? Hoe was de sector eerst georganiseerd? Thuisschoonmakers, maaltijdbezorgers en taxichauffeurs zijn tenslotte geen nieuwe beroepen. Wat is de strategie van het platformbedrijf en welke verandering brengt die? Helpling: vrijwel niets In het geval van Helpling veranderde bijzonder weinig. Al 25 jaar voordat Helpling de markt betrad waren er bemiddelingswebsites voor thuisschoonmaak. Helpling maakte het simpelweg makkelijk om een eerste nieuw contact te leggen. Een tweede afspraak maak je eenvoudig buiten het platform om. Er was dus geen risico op een ongewenste machtspositie. De concurrenten van Helping waren geen schoonmaakbedrijven, maar de informele markt. Toen de rechter oordeelde dat de schoonmaker uitzendkrachten waren, ging het platform failliet en gingen de schoonmakers ‘terug’ naar het informele circuit. De aandacht voor de precaire positie van deze groep werkenden verdween daarmee, ondanks alarmerende rapporten over het niet functioneren van de Regeling Dienstverlening aan Huis. Deliveroo: onduidelijkheid en angst De komst van Deliveroo en concurrent Uber Eats leidde wel degelijk tot verandering. Voorheen functioneerde de markt heel matig: maaltijdbezorgers waren doorgaans in dienst van de horeca en vielen onder de horeca-CAO, in plaats van de TLN-cao waar FNV in een onderzoek naar refereerde. Maar Deliveroo maakte het niet veel beter. De twee platformbedrijven zorgden ten eerste dat bezorgers niet als werknemers maar als freelancers werkten. Zij werden niet per uur, maar per bestelling betaald. Dat model was ondoorzichtig en dat werd steeds erger. Daarbij hadden de onduidelijke algoritmes vaak negatieve invloed op koeriers en dat leidde tot angst, vooral voor zij die afhankelijk waren van de inkomsten van het platform. Dat platformen geen negatieve invloed hoeven te hebben, bewees Nederlandse Thuisbezorgd. Dit bedrijf nam de maaltijdkoeriers wel in dienst en kreeg zelfs een prijs voor het toepassen van digitale toepassingen voor gezondheid op werk. Uber: een strijd voor de vakbond Taxi-app Uber betrad de markt van straattaxi’s. Zzp-schap was al de norm voor chauffeurs en taxicentrales hadden hun eigen manieren vraag en aanbod van taxi’s samen te brengen. Hoewel technologie van Uber niet nieuw was, zorgde de aanvliegroute van Uber voor enorme verandering. Een agressieve (of ambitieuze?) strategie, een ongekende internationale schaal en slimme marketing en lobby. Uber verlaagde de drempel om taxichauffeur te worden en om taxi’s te bestellen. Het model was ‘on demand’ en dat had zware impact op de toegang, allocatie, sturing en beoordeling van werk. Het werd onduidelijk hoe de vergoeding voor de chauffeur bepaald werd. Lees ook deze analyse over een onderzoek naar inkomsten. Er was geen menselijk aanspreekpunt. Laat staan een gestructureerd kader van regels, rollen, verantwoordelijkheden en besluitvormingsprocedures. Kortom, er was wel degelijk iets om voor te strijden als vakbond. Wens van de platformwerker? Vaak onbelangrijk Maar wat wil de werkende? In het arbeidsrecht is dat niet van belang en ook vakbonden trekken zich er maar beperkt iets van aan. Vakbonden vertegenwoordigen tenslotte een collectief belang, is de gedachte. Toch zou het vakbonden meer context geven als zij vaker naar individuen zouden luisteren. Bovendien zou dat hun legitimiteit als vertegenwoordigers versterken, iets wat in de nog lopende zaak tegen Temper, de vierde grote platformzaak van FNV, een discussiepunt was. De Leeds Index of Platform Labour Protest biedt een interessant inkijkje in wat werkenden willen. Ik sprak de onderzoekers een tijd geleden in mijn podcast. In dit paper (op basis van meer dan duizend protesten) delen zij ook motivaties van platformwerkers om te protesteren. Wat blijkt: het verschilt sterk per regio, beroep en economische situatie, maar veruit de meeste klachten wereldwijd gaan over de beloning. Wat mij opvalt in de uitspraak Terug naar de uitspraak van het gerechtshof in de zaak Uber. Daaruit blijkt weer eens dat classificatie ingewikkeld is. Het blijft maatwerk. Of iemand mag werken als zzp’er is blijkbaar lastig te bepalen per groep of sector. Deze discussie zal dus nog wel even voortduren. Weinig aandacht voor technologie en algoritmisch management Ik heb niet het hele arrest gelezen en heb geen juridische achtergrond, maar als platformdeskundige vallen met een aantal zaken op in de uitleg van de rechter. Zo ben ik verbaasd dat er zo weinig aandacht is voor de rol van technologie in de verdeling, uitvoering en beoordeling van het werk. Opvallend, want door de komst van Uber is de impact van algoritmisch management heel groot in de taxibranche. 2. Grote investering: zelfstandigheid of afhankelijkheid? Een ander interessant detail is dat of een taxichauffeur zelf investeert in een auto meetelt in de beoordeling. Dat terwijl zo’n forse uitgave juist tot grote afhankelijkheid kan leiden. 3. Focus op etiket, niet op welzijn Verder vind ik het jammer dat er nog steeds zo’n grote focus ligt op het etiket (ben je werknemer of zzp’er?) en zo weinig op de werkomstandigheden in de praktijk. Het vanuit ons Nederlandse systeem weliswaar logisch, maar in de praktijk is er na zes jaar strijd bij de rechter niets veranderd voor de taxichauffeur. In andere landen zie ik dat bonden soms soepeler zijn en zich focussen op afspraken over de inhoud en omstandigheden van het werk. Zo hoeven zij niet eerst de juridische status bij de rechter uit te vechten. Is werknemerschap echt de oplossing? Hiermee kom ik op de vraag: stellen we de juiste vragen? Ja, werknemerschap zou een aantal problemen in de sector automatisch oplossen. Op dit moment gedijen platformen als Uber en Bolt als zij een overaanbod van chauffeurs hebben. De klant is altijd snel geholpen. Maar de bijhorende onbetaalde arbeid gaat volledig ten koste van de zzp-chauffeur. Zou hij in dienst zijn, dan zijn die kosten voor zijn werkgever. Ook maakt werknemerschap een eind aan discussies over niet-transparante berekeningen van vergoedingen en het recht op verzekeringen en pensioen. Maar uit deze uitspraak blijkt dat collectief werknemerschap opeisen erg lastig is. Daarnaast betekent een arbeidscontract vaak een uitzend- of payrollconstructie. Bieden die flexcontracten echt alle voordelen? In het buitenland worden vraagtekens gezet of uitzendbureaus in de knel te komen met het uitvoeren van hun zorgplicht als platformapps de gehele planning en aansturing overnemen. Tot slot is het goed te beseffen dat platformwerk niet ineens uitstekend beloond wordt als werknemers in loondienst komen. De consument is misschien wel de meest beroerde werkgever. De juiste vragen We kunnen ons beter afvragen hoe we de concurrentie tussen de verschillende contractvormen kunnen voorkomen. Geen contractspecifieke verzekeringen, pensioenen en regels, maar juist contractneutrale voorzieningen. Een werkend voorbeeld is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze wet is van toepassing is op de persoon en uit onderzoek blijkt dat werkenden volop mogelijkheden hebben via deze wet hun rechten op te eisen. Ook in de aankomende Platformwork Directive staan contractneutrale oplossingen voor de bescherming van werkenden. Experimenteer met alle stakeholders De platformeconnomie wordt gezien als de kraamkamer van arbeidsmarkttechnologie en de toekomst van werk. Laten we platformen dus gebruiken om te experimenteren met eerlijke representatie, medezeggenschap en verantwoordelijkheden in de digitale wereld. Dat gebeurt al. Lees bijvoorbeeld mijn verhaal over de Worker Info Exchange in het Verenigd Koninkrijk. Of mijn stuk over het Colombiaanse platform Hogaru dat, in tegenstelling tot de overheid, in staat is om onzichtbare schoonmakers te bereiken en te informeren over hun rechten en als een soort payroll provider particuliere huishoudens faciliteert in het in dienst nemen van de thuishulp. Ook in Nederland zijn er initiatieven. Zo begon ik zelf KlusCV, waar platformwerkers hun data over werkprestaties kunnen meenemen in de vorm van een digitaal CV. Ik ben ook betrokken bij het Leefbaar Tarief, een minimumtarief voor zelfstandig werkenden op basis van een eerlijk, leefbaar inkomen. Dat je zo’n minimumtarief kunt afdwingen bleek in de staat New York. Sinds 2023 hebben (naar eigen zeggen) 60.000 werkenden samen meer dan 700 miljoen dollar extra ontvangen. Er zijn dus al voorbeelden, maar wat mij betreft mogen het er nog veel meer worden en mogen ze meer prioriteit krijgen. Ze helpen ons om bestaande, verouderde werkwijzen, regels en keuzes te heroverwegen. Niet de status quo of de markt, maar goede inzichten en afwegingen moeten de basis zijn om te beslissen wat we als samenleving wel en niet willen. Zoals ingewikkelde, dynamische prijsmechismen voor werk. Tot slot Het debat zit nu op slot. De focus ligt volledig op de juridische status van de werkenden en dat leidt af van het echte doel: een goed functionerende arbeidsmarkt met eerlijke rechten voor werkenden. Door alle rechtszaken durven veel platformen niet verder te innoveren. Ze durven geen zaken te ontwikkelen die ten goede komen aan platformwerkers, uit angst als werkgever gezien te worden. Ik pleit dan ook voor een diverse, open aanpak. Laten we ruimte creëren om samen te werken aan een betere arbeidsmarkt voor alle werkenden, ook als we het niet eens zijn of zij zzp’er, werknemer of uitzendkracht zijn. Let’s agree to disagree. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags platformwerk, platformwerkers, Uber | 1 Reactie
HeadFirst Group benoemt Allard van Dam tot Country Manager Nederland Geplaatst 29 januari 2026 door ZiPredactie Per 19 januari 2026 is Allard van Dam gestart als Country Manager Nederland bij HeadFirst Group. Dat kondigt de HR-tech dienstverlener aan. Uitbreiding Nederlandse operatie Organisaties staan voor een nieuwe realiteit: data, technologie en samenwerking bepalen hoe talent vandaag en morgen wordt ingezet. Voor HeadFirst Group is dit hét moment om impact te maken. Met Allard aan het roer van de Nederlandse operatie versnelt de organisatie haar ambitie om als marktleider organisaties en professionals beter te verbinden en klaar te zijn voor verdere groei. Ook in de sector zien we dat technologie een steeds grotere rol speelt bij het beter bedienen van de arbeidsmarkt. “Als marktleider voelen wij de verantwoordelijkheid om hierin de voortrekkersrol te blijven nemen en samen de sector vooruit te helpen,” zegt CEO Marion van Happen. “Onze Europese leiderschapsstructuur stelt ons in staat commerciële slagkracht, operationele expertise en talentmanagement nog beter te combineren. Allard zal de Nederlandse operatie verder uitbouwen, terwijl ik als CEO de strategische koers en internationale groei in Europa blijf leiden. Zo zorgen we dat technologie, sectorkennis en samenwerking maximale impact hebben voor onze klanten en professionals.” Lees ook: Marion van Happen in ZiPtalk: ‘Ik hoop op een contract neutrale arbeidsmarkt’ Investeren in leiderschap Van Dam keert terug naar zijn roots in HR en recruitment en brengt ruime ervaring mee in leiderschapsrollen bij organisaties zoals Randstad, Synergie en Vermaat. Door deze achtergrond combineert hij strategisch inzicht, operationeel leiderschap en sectorkennis, waardoor hij bij uitstek geschikt is om HeadFirst Group in Nederland verder te laten groeien en te verbinden met de Europese operatie. De benoeming van Allard past in een bredere visie van HeadFirst Group: investeren in leiderschap, structuur en technologie om impact te vergroten en de arbeidsmarkt beter te bedienen. Door commerciële slagkracht, operationele expertise en innovatie te combineren, bouwt HeadFirst Group aan een toekomstbestendig model dat organisaties helpt sneller, slimmer en effectiever te werken. “De HR-markt ontwikkelt zich richting meer regie, samenwerking en slimme technologie. HeadFirst Group speelt daarin al een leidende rol,” zegt Van Dam. “Ik kijk ernaar uit om samen met collega’s, klanten en partners oplossingen te bouwen die écht het verschil maken.” Lees ook: HeadFirst wil terug naar waar het bij een MSP om draait: grip en kostenbesparing Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags HeadFirst Group | Laat een reactie achter
Vijf opvallende trends uit onderzoek naar zzp-tarieven Geplaatst 28 januari 2026 door ZiPredactie Flink meer aandacht voor risico’s rond schijnzelfstandigheid, een afremmende economie, overheden met de hand op de knip, arbeidsmarktschaarste die afneemt. Het is een mix van factoren waar de ondernemende zelfstandig professional mee te dealen heeft. Welke effecten heeft dit op de tarieven en het aantal aanvragen voor interimmers? De Talent Monitor – Tariefontwikkeling professionals van de HeadFirst Group & Intelligence Group geeft daar inzicht in. Ons vielen vijf zaken op. Voor zowel zelfstandige professionals als hun opdrachtgevers. 1. Tariefstijgingen vallen vrijwel stil richting 2026 Na jaren van stevige tariefgroei lijkt de rek eruit. In 2024 stegen de uurtarieven nog met gemiddeld 3,6 procent, maar voor 2026 wordt een stijging van slechts circa 1,0 procent verwacht. Dat is uitzonderlijk laag in historisch perspectief. Daarmee blijven zzp-tarieven niet alleen achter bij de inflatie, maar ook bij de cao-loonontwikkeling. In reële termen betekent dit dat veel zelfstandigen koopkracht inleveren, tenzij zij hun positie weten te versterken via specialisatie, schaarse skills of strategische opdrachtkeuzes. De boodschap is duidelijk: het tijdperk waarin tarieven “vanzelf” meestegen met de markt, lijkt voorlopig voorbij. Lees ook: Maximumtarieven interim-managers in publieke sector gaan 6 procent omhoog 2. Verschillen tussen beroepsgroepen worden groter Misschien wel het belangrijkste structurele signaal uit de Monitor: tariefontwikkeling wordt steeds minder een generiek marktverschijnsel en steeds meer een kwestie van niche-dynamiek. Ervaren professionals en niche-specialisten blijven bovengemiddeld verdienen. In technologie-, data- en digitaliseringsdomeinen blijft de vraag relatief sterk. Juniorprofielen en functies die gevoelig zijn voor automatisering en AI zien juist meer druk op tarieven. De markt beweegt daarmee richting een tweedeling: een bovenkant die zijn tarieven redelijk kan vasthouden en een onderkant waar concurrentie en prijsdruk toenemen. Voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen wordt marktsegmentatie daarmee cruciaal. Algemene tariefbenchmarks zeggen steeds minder; specifieke niche data steeds meer. 3. Stijging van het aantal reacties per opdracht Er is een flinke stijging te zien in het aantal reacties van zzp’ers en detacheringsbureaus per opdracht. Opdrachtgevers zien een verviervoudiging van het aantal aanbiedingen voor opdrachten sinds het hoogtepunt van de arbeidsmarktkrapte. Dit is het hoogste aantal aanbiedingen sinds het begin van de meting in 2020. Tegelijkertijd worden zzp’ers minder vaak actief benaderd door opdrachtgevers. Dit heeft invloed op de tariefontwikkeling. Meer actieve werkzoekenden bij een vraag die gelijk blijft, resulteert vaak in een lagere druk op de tarieven. Lees ook: Flexmarkt verandert: minder opdrachten, hogere tarieven 4. Vrouwelijke zzp’ers verdienen inmiddels meer dan mannen Een van de meest in het oog springende conclusies: vrouwelijke zelfstandigen verdienen gemiddeld een hoger uurtarief dan hun mannelijke collega’s. Dat is historisch, omdat in vrijwel alle eerdere metingen mannen structureel boven vrouwen zaten. De onderzoekers zien dit niet als statistische ruis, maar als een structurele kanteling. De verklaring ligt deels in sectorale verschuivingen: vrouwen zijn relatief sterk vertegenwoordigd in beroepsgroepen waar de vraag aantrekt en tarieven robuust blijven. Tegelijkertijd worden vaardigheden op het gebied van communicatie, organisatie en verandermanagement — domeinen waar veel vrouwen actief zijn — zichtbaarder beloond. Dat maakt deze uitkomst niet alleen symbolisch relevant, maar ook beleidsmatig interessant: het wijst erop dat tariefverschillen in de interimmarkt minder vastgeroest zijn dan vaak wordt gedacht. 5. Aantal zzp’ers daalt door handhaving op schijnzelfstandigheid Sinds de hernieuwde aandacht voor schijnzelfstandigheid en de aangescherpte handhaving door de Belastingdienst is het aantal zzp’ers ‘eigen arbeid’ in Nederland met circa 80.000 afgenomen. Daarmee daalt het aandeel zelfstandigen in de totale beroepsbevolking van 11,1 naar ongeveer 10,3 procent. Dat aantal groeide jarenlang vrijwel onafgebroken. De toestroom van nieuwe zelfstandigen neemt af, het aantal zelfstandigen dat stopt als ondernemer stijgt. Een deel daarvan keert terug in loondienst of stapt over naar detacheringsconstructies. Overigens geldt deze daling zeker niet in alle delen van de zzp-markt. De daling is het best te zien in een afname van zzp’ers met een MBO-opleiding. Lees ook: Grote verschillen in tarieven zzp’ers per regio: ‘Van 71 tot 84 euro per uur’ Draait markt weer terug naar kopersmarkt? De cijfers (tarieven, meer aanbiedingen) suggereren dat de interimmarkt weer wat draait naar een meer kopersmarkt. Dat na jaren waarin het leek alsof zzp’er het voor het kiezen hadden, zowel qua opdrachten als tarief. Dat gold natuurlijk voorheen al niet voor alle interimmers en voor alle opdrachten. En ook voor 2026 zal het zijn dat opdrachtgevers lang niet altijd weer helemaal in de lead zijn. Daartegenover staat dat een daling van het aantal zzp’ers (in sommige beroepsgroepen) zorgt voor minder aanbod. Diezelfde ex-zzp’ers zijn dan mogelijk weer wel te vinden als werknemer of bij detacheerders. De belangrijkste conclusie voor opdrachtgevers is misschien wel dat deze algemene cijfers een brede trend duidelijk maken, maar dat voor gerichte toepassing binnen een sourcingstrategie inzicht in meer microdata over specifieke doelgroepen nodig is. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags HeadFirst Group, Intelligence Group, loon, talent monitor | 2s Reacties
Gerechtshof wijst vorderingen FNV inzake Uber-chauffeurs af Geplaatst 27 januari 2026 door ZiPredactie Het is niet mogelijk een algemeen oordeel te vellen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie van de groep Uber-chauffeurs, is het oordeel van het Amsterdamse gerechtshof. Dat betekent niet dat Uber-chauffeurs geen arbeidsovereenkomst kunnen hebben, maar het moet per geval bekeken worden. Het hof deed vandaag in hoger beroep uitspraak in de zaak Uber, die vakbond FNV in 2021 aanspande. Volgens de vakbond zijn de chauffeurs die via een Uber-app werken schijnzelfstandige, hebben ze een arbeidsovereenkomst met Uber en vallen ze onder de taxi-cao. De rechter gaf de bond in eerste instantie gelijk, waarna Uber in beroep ging. Zes taxichauffeurs voegden zich aan de zijde van Uber. Zij vinden dat ze door het aantal opdrachtgevers, acquisitie en fiscale behandeling als ondernemer moeten worden aangemerkt. Lees ook: FNV wint rechtszaak tegen Uber. Een uitgebreide analyse over de gevolgen. De holistische toets Het hof worstelde tijdens de behandeling met een belangrijke rechtsvraag: is het mogelijk een algemeen oordeel te vellen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie van de groep Uberchauffeurs? Ofwel: kunnen zzp’ers die op dezelfde manier werken anders beoordeeld worden op grond van hun ondernemerschap? Hoe iemand zich gedraagt als ondernemer (het ‘extern ondernemerschap’) is namelijk een van de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest, die samen bepalen of iemand wel of geen zelfstandig ondernemer is – in jargon ook wel: de holistische toets. Het hof vroeg daarover advies aan de Hoge Raad. Ja, dat kan, luidde het antwoord van de Hoge Raad. Als de ene chauffeur zich naar buiten toe gedraagt als een echte ondernemer en een ander niet, kan het kwartje net even de andere kant oprollen. Ofwel: het extern ondernemerschap kan bij de beoordeling van de arbeidsrelatie de doorslag kan geven. Procederende chauffeurs zijn ondernemers Het hof trekt in zijn vonnis die redenering van de Hoge Raad door. Het gaat niet mee met het vonnis van de rechtbank dat alle Uber-chauffeurs in loondienst zijn. Maar het oordeelt evenmin dat alle Uber-chauffeurs zelfstandig zijn. Of een Uber-rijder ondernemer is of in loondienst, zal per geval kunnen verschillen. Wel vindt het hof dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Tegenvaller voor FNV Dat er geen algemene uitspraak komt, is een tegenvaller voor de vakbond. De FNV is teleurgesteld over de uitkomst, maar ziet dit nadrukkelijk niet als het einde van de strijd. De FNV had verwacht dat het hof in ieder geval chauffeurs die exclusief voor Uber werken als werknemers zou aanmerken. De vakbond blijft ervan overtuigd dat Uber-chauffeurs werknemers zijn en recht hebben op bescherming. Amrit Sewgobind, bestuurder FNV Flex: ‘Dit is geen nee tegen chauffeurs, maar een juridisch obstakel. De rechter zegt niet dat alle chauffeurs zelfstandig zijn. Dat verschil is cruciaal.’ De FNV gaat de mogelijkheid van cassatie tegen de uitspraak van het Hof onderzoeken. Daarnaast zal FNV de mogelijkheid bekijken van het opstarten van procedures voor individuele chauffeurs. Lees ook: Hoge Raad: ondernemerschap is volwaardig criterium bij beoordeling arbeidsrelatie Handhaving Belastingdienst Het heeft ook gevolgen voor de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Het hof bekrachtigt met deze uitspraak dat je een groep zzp’ers die hetzelfde werk doet bij een opdrachtgever niet over één kam mag scheren. Dat maakt handhaving maatwerk. ‘Dat was het altijd al’, zegt arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn. ‘Al wordt in de praktijk onvoldoende aandacht besteed aan de uitlegfase.’ Hij vervolgt: ‘A priori stellingnames over functies verhouden zich moeizaam met een holistische toets.’ Van tevoren zeggen dat bepaalde functies als verpleegkundige, pedagogisch medewerker of onderwijzer niet samengaan met opdrachtnemerschap; die redenering houdt geen stand. ‘Bij een bedrijf met duizend werknemers moet je duizend rechtsverhoudingen door, inclusief een beoordeling van het extern ondernemerschap. Daarvoor is enig zitvlees is vereist, maar dat is echt wel uitvoerbaar’ Als Uber-chauffeurs werknemers blijken te zijn Van Ladesteijn verwacht dat Uber z’n model in verdergaande mate zal aanpassen voor optimale positionering en risk managing. ‘Dat is een continu proces en eigen aan elke business.’ Alsnog acht hij de kans aanwezig dat er onder de Uber-chauffeurs verschillende werkenden zijn met een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst zal Uber met argusogen volgen: bij vastgestelde schijnzelfstandigheid volgen er onder meer correcties. Daarnaast kunnen opdrachtgevers/werkgevers te maken krijgen met claims van werkenden of andere belanghebbenden, bijvoorbeeld op het gebied van pensioenrechten, cao-rechten, naleving van het minimumloon en eventueel andere sociale zekerheidsrechten (denk aan WW of vakantiegeld). Lees ook: Handhaving schijnzelfstandigheid in 2026: wat wordt anders en wat niet? Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags FNV, jurisprudentie, schijnzelfstandigheid, Uber | 5s Reacties