Meer dan de helft van de zzp’ers in de zorg verkeert in financiële kwetsbaarheid Geplaatst 24 juli 2024 door ZiPredactie Van alle zzp’ers in de zorg, kan 57,7 procent niet langer dan zes maanden rondkomen als hun inkomsten zouden wegvallen. Over het algemeen wordt een buffer van zes maanden aangehouden als noodzakelijk voor een gezonde financiële situatie als zzp’er. Dit wijst erop dat het merendeel van de zzp’ers in de zorg in financiële kwetsbaarheid verkeert. Dit blijkt uit onderzoek van SoloPartners, een brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg. Uit het onderzoek blijkt ook dat, naarmate de leeftijd stijgt, de buffer groter is. Lees ook: Zorgwerkgevers stoppen gesprekken over eigen regels inzet zzp Voor hoger loon zouden jongeren weer in dienst willen Opmerkelijk is dat, uit alle relevante werkaspecten die voor zzp’ers in de zorg van belang zijn, een hoog inkomen niet als hoogste scoort. Daarentegen is werkplezier, betekenisvol werk en een gezonde werkdruk en tempo van groter belang (zie grafiek). Bron: onderzoeksrapport SoloPartners Echter wordt een hoger salaris in loondienst voor jongere zzp’ers (jonger dan 34 jaar) als belangrijkste reden genoemd om weer in dienst te komen. Met 33,1 procent staat dit antwoord bovenaan. Bron: onderzoeksrapport SoloPartners Ruime meerderheid boven minimumtarief tegen schijnzelfstandigheid Het overgrote deel van de zzp’ers, 88,6%, heeft een uurtarief van boven de €32,34. Het aantal respondenten dat precies €32,34 verdient, is in alle leeftijdsgroepen onder de 5%. Het bedrag €32,34 geldt in de Wet VBAR als het minimumtarief om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Lees ook: Zorgsector lanceert stappenplan schijnzelfstandigheid Daarnaast is voor jongere zzp’ers (34 jaar en jonger) het hebben van een ‘goede fysieke en mentale gezondheid’ van groot belang in hun zzp’erschap. Bij de groep daarna (35 tot 43 jaar) zijn de aspecten ‘Flexibiliteit om eigen tijd in te delen’, ‘balans tussen werk en privé’, ‘vrijheid in werkuitvoering’ en ‘meer beslissingsvrijheid’ belangrijker. Bijna de helft van de respondenten (47%) werkt 5 keer of meer per jaar via een bemiddelingsbureau. Van alle zzp’ers werken met name zorgverleners in de Gehandicaptenzorg en Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) via bemiddelingsbureaus. Een ruime meerderheid zegt via bestaande netwerken eenvoudig aan nieuwe opdrachten te kunnen komen als het bemiddelingsbureau zou wegvallen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags onderzoek, schijnzelfstandigheid, solopartners, Zorg, zzp | Laat een reactie achter
Rechtszaak: interim-manager wordt niet ineens een werknemer Geplaatst 23 juli 2024 door Boris Emmerig Op 3 juli 2024 is een concept van de Wet VBAR gepubliceerd (https://lnkd.in/eztS4KzB). In dit concept wordt de volgende voorbeeld-casus van een interim-manager gegeven: Een interim-manager laat zich inhuren om als manager te fungeren bij ziekte van een manager die in loondienst is bij een werkgever. De interim-manager is zeer ervaren als manager en kan daardoor snel inspringen. De interim-manager is personeelsverantwoordelijk voor ca. 25 FTE. De cultuur van het bedrijf is om managers relatief vrij te laten en autonoom te laten opereren zolang productie op peil blijft, maar het bedrijf is nadrukkelijk wel bevoegd om aanwijzingen te geven. De interim-manager houdt zich aan de organisatorische kaders die gelden en opereert daarbinnen. De interim-manager heeft hiermee doorgaans 2 of 3 fulltime klussen per jaar voor enkele maanden per opdracht. De conclusie luidt:: “De mate van werkinhoudelijke en organisatorische sturing weegt duidelijk zwaarder dan de mate van werken voor eigen rekening en risico. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst.” aldus de toelichting op het concept wetsvoorstel. Rechtszaak Ik zet daar tegenover een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Ook van van 3 juli 2024 (https://lnkd.in/eFjE3VMZ). In deze zaak is sprake van een stichting met acht basisscholen. De stichting is met de heer A een overeenkomst van opdracht aangegaan op basis waarvan de heer A interim-directeur wordt van één van deze acht scholen voor de duur van twee schooljaren en voor 32 uur per week. Na een paar maanden al wordt de overeenkomst ontbonden. De heer A stelt daarop een arbeidsovereenkomst te hebben. De rechtbank gaat daarin niet mee op basis van de Deliveroo-criteria. De aard van de werkzaamheden wijst in de richting van een opdracht (specifieke opdracht om de school tijdelijk te ondersteunen en de organisatie te verbeteren en te professionaliseren). De duur van de opdracht is bepaald door de aard daarvan. A was vrij om de werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten en zijn werktijden en plaats te bepalen. Er werden geen functioneringsgesprekken gevoerd. A nam geen ondergeschikte positie in tegenover de (onervaren) bestuurder van de Stichting. De inbedding van het werk en van A in de organisatie is onvoldoende onderscheidend. A nam deel aan het directieoverleg, maar dat kan zowel bij een arbeidsovereenkomst als bij een opdracht. A heeft zelf de overeenkomst van opdracht opgesteld. A heeft invloed gehad op de hoogte van zijn beloning. A gedraagt zich als ondernemer (al tien jaar voor veel verschillende opdrachtgevers op ad interim basis gewerkt). Verschil Wanneer de Wet VBAR van kracht zou zijn. dan was er waarschijnlijk wèl sprake geweest van een arbeidsovereenkomst. Opvallend is hoe het element “inbedding” in deze zaak van tafel wordt geveegd. Wel is het de vraag of het onder de Wet VBAR wat had uitgemaakt als A, zoals hier, geen ondergeschikte positie ten opzichte van de stichtingsbestuurder had ingenomen. Dat soort feitelijkheden is echter nooit in een wet te vangen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Holla, VBAR | 10s Reacties
Nieuwe directieteam maakt Bureau Cicero klaar voor de komst van de Wtta Geplaatst 23 juli 2024 door Arthur Lubbers Het toelatingsstelsel heeft niet alleen grote gevolgen op de uitzendbranche. Ook Bureau Cicero moet als inspectie-instelling de capaciteit flink opschalen. Om die enorme groei te realiseren heeft CEO Patrick Tom het directieteam uitgebreid met Vicky van Eijk (COO) en Martijn Faber (CTO). ‘We versterken de fundering en brengen het huis op orde voor de grote, volgende stap.’ Cicero is al meer dan vijftien jaar een begrip in de flexbranche. Het is een van de bekendste inspectie-instellingen voor onder meer het SNA-keurmerk van Stichting Normering Arbeid (SNA) ook wel bekend als de NEN 4400 norm. SNA is hét keurmerk in de uitzendwereld. Maar dat is niet altijd zo geweest. Degenen die al langer in de flexbranche actief zijn herinneren zich ook de voorlopers van deze certificering. Na het afschaffen van de uitzendvergunning in 1998 konden opdrachtgevers hun fiscale aansprakelijkheidsrisico beperken door zaken te doen met uitzendbureaus die waren gecertificeerd door de Stichting Financiële Toetsing (SFT) van de ABU of de Stichting Vrijwaring Uitzendbranche (SVU) van de NBBU. Daaruit is het SNA-keurmerk voortgevloeid. “Gelukkig maar”, blikt Patrick Tom terug. “In die tijd waren inspecteurs nog screeners en certificeerde ik uitzendbureaus op het SVU normenkader. De markt begreep niet waarom er meerdere certificeringen waren en wat het verschil was.” Met de komst van het SNA-keurmerk – in het leven geroepen om risico’s rondom fraude en illegaliteit in de uitzendbranche en (onder)aanneming van werk te beperken – zijn de certificeringen geharmoniseerd door het normeringsinstituut NEN hierbij te betrekken. En dat gaf meer duidelijkheid in de markt. ‘De klant vooruit helpen’ Bureau Cicero voert inspecties uit onder meer op basis van het SNA-keurmerk (NEN 4400-normen en het Handboek Normen van de SNA) om te beoordelen of uitlenende bedrijven (uitzenders, payrollers en detacheerders) en (onder)aannemers van werk het SNA-keurmerk kunnen verkrijgen of behouden. “We zijn destijds Bureau Cicero begonnen vanuit de filosofie dat we de uitzender vooruit willen helpen, hen ondersteunen bij het professionaliseren van hun organisatie. In onze visie zijn non-conformiteiten een middel om een doel te bereiken. Het moet ervoor zorgen dat klanten begrijpen wat zij beter kunnen doen zodat ze in control zijn van hun onderneming en daarmee hun continuïteit borgen voor de toekomst. Dat zorgt ervoor dat de klant compliant is en ook een goede nachtrust heeft. Als zij een inspectie als bestraffend ervaren, hebben we ons werk niet goed gedaan. Als inspectie-instelling mogen we niet adviseren, maar we kunnen wel een helpende hand bieden door bijvoorbeeld belangeloos ons netwerk te delen zodat de klant verbeteringen kan doorvoeren. Op deze manier kun je afwijkingen omzetten in iets positiefs voor de klant.” Patrick Tom “De grote uitdaging voor ons als Bureau Cicero is om klaar te zijn voor de spannende reis die ons te wachten staat. Maar dat is juist leuk, dat is ondernemen!” Patrick Tom g g g k Opschalen door Wtta Die aanpak is succesvol, want ook de eigen organisatie maakt een snelle groei door. “In de pioniersfase werkten we met een handjevol inspecteurs, allemaal mensen met passie en plezier voor dit vak”. Ruim tien jaar geleden nam Bureau Cicero de daarvoor geoutsourcete finance, backoffice en IT in eigen huis, maar met een man of tien was het nog altijd een ‘behapbare’ organisatie, stelt Tom. In 2022 nam hij ook de andere helft van de aandelen van zijn compagnon over en versnelde de groei van de organisatie. “We zijn nu heel druk bezig de eigen organisatie uit te bouwen en te professionaliseren. Want we hebben straks niet veertig of vijftig man in dienst, maar misschien wel meer dan honderd.” De komst van de Wet Toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) vraagt namelijk om heel veel extra inspectie-capaciteit, weet Tom. “De (inspectie-)markt groeit hierdoor met een factor 6 tot 8. Dus wij moeten enorm opschalen. De grote uitdaging voor ons als Bureau Cicero is om klaar te zijn voor de spannende reis die ons te wachten staat.” ‘Een sterk, mooi team’ Zo’n grote organisatie vraagt om professionalisering, van HR tot IT, alle processen moeten worden gestroomlijnd, geoptimaliseerd. Dat beseft ook Patrick Tom. Reden voor hem om het directieteam uit te breiden. Sinds begin 2024 is er dan een driekoppige directie, die bestaat uit Patrick Tom (CEO), Vicky van Eijk (COO) en Martijn Faber (CTO). Martijn Faber is – net als Vicky van Eijk overigens – afkomstig van een fintech scale-up. Hij heeft als ervaren ad interim CTO’er onlangs de transitie van Exact naar Microsoft Dynamics binnen Bureau Cicero voltooid. Dit is sinds februari live, zijn klus zit erop, maar Martijn is gebleven. Met zijn ervaring op het vlak van IT en innovatie en achtergrond in de uitzendsector (bij o.a. USG People) is hij nu de CTO bij Bureau Cicero. “Patrick en ik hebben veel gesproken over de groei van de organisatie en de IT-ontwikkelingen die hiervoor nodig zijn. We hebben elkaar snel gevonden en zien aan beide kanten veel kansen.” Faber kijkt voor het uitbreiden van de inspectie-capaciteit niet alleen naar mensen, maar ook naar de techniek. “Natuurlijk moeten er mensen bij, maar daarmee alleen red je het niet. Het aantal beschikbare inspecteurs is beperkt. We moeten nieuwe, innovatieve oplossingen vinden.” Hij doelt daarbij op bijvoorbeeld AI-toepassingen voor het aanleveren van informatie door uitzenders en het geautomatiseerd uitvoeren van controles. “Dat maakt het werk voor zowel de klant als ons als inspectie-instelling veel gemakkelijker.” Faber benadrukt dat het wel mensenwerk blijft. “Het moet een combinatie zijn van mens en machine. Professional judgement blijft natuurlijk belangrijk.” Vicky van Eijk begon in november 2022 aan haar klus om de transitie van Bureau Cicero naar een scale-up te begeleiden. Met haar expertise en ervaring (in de financiële dienstverlening en onder meer als algemeen directeur bij een detacheerder) is zij bij uitstek de persoon die de operationele processen binnen een organisatie kan optimaliseren. En ook voor Vicky geldt dat de uitdaging van de grote uitbreiding van het bedrijf reden was om te blijven. Aan haar de taak om als operationeel directeur ‘het huis op orde te brengen zodat het klaar is voor de volgende stap’. Overigens benadrukt Van Eijk dat het succes van Bureau Cicero te danken is aan de mensen die er werken. “Je doet het nooit alleen, maar altijd samen. Als managementteam faciliteren wij de medewerkers. We moeten de mensen in hun kracht zetten en zorgen dat we een ontzettend leuke werkgever zijn. Het zijn de mensen die hier het verschil maken en die elke dag met passie en plezier voor de klanten werken.” Patrick Tom heeft met de komst van Vicky van Eijk en Martijn Faber nu een ‘sterk, mooi team’. “Wij hebben alle drie verschillende karakters, maar zijn ook alle drie heel open en direct. En alle drie winnaars, die een uitdaging niet uit de weg gaan. Ons morele kompas wijst dezelfde kant op, we zijn alle drie erop gericht om de organisatie als de klanten vooruit te helpen.” Vicky van Eijk “Je doet het nooit alleen, maar altijd samen. Het zijn de mensen die hier het verschil maken en die elke dag met passie en plezier voor de klanten werken.” Vicky van Eijk g g g k Uitdagingen rondom Wtta Alle groeiplannen staan op dit moment in het teken van de komst van de Wtta, die inmiddels met een jaar is uitgesteld. Het streven is nu invoering van de wet op 1 januari 2026 en starten met handhaven vanaf 2027. Bureau Cicero is in ieder geval druk bezig de capaciteit op orde te krijgen. Dat geldt voor de hele breedte van de organisatie, van sales tot inspecteurs. Goede inspecteurs vinden is lastig in deze krappe arbeidsmarkt, maar Tom rekent op de aanzuigende werking van haar goede naam. “Mensen uit de flexwereld en salarisverwerking kennen ons en willen graag bij ons werken.” En die inspecteurs zijn hard nodig, weet hij. “Vorig jaar is er een grote herziening van het SNA-keurmerk geweest waardoor wij de inspectietijd flink zagen oplopen. De Wtta zal nog veel meer inspectietijd vragen. We zitten nu in de luxepositie dat we enige overcapaciteit hebben. We zitten nu in het oog van de storm. Als de Wtta er straks is, barst het echt los.” In een eerder interview met FlexNieuws stelde Tom al dat het SNA-keurmerk de sleutel is tot verplichte toelatingsstelsel’. Hij raadt dan ook iedere uitlener die nog niet over dit keurmerk beschikt aan hier snel alsnog mee aan de slag te gaan. “Het uitstel van de wet helpt niet. Daardoor kunnen bedrijven denken dat het niet zo’n vaart zal lopen. Maar die tijd hebben zij echt nodig. Nu is er ruimte bij inspectie-instellingen om klanten te helpen, straks kom je in een wachtrij en moet je hopen dat je op tijd wordt toegelaten tot het stelsel.” Martijn Faber “Onze grootste zorg is dat kwantiteit voor kwaliteit komt te staan. De lat wordt nog hoger gelegd en aan de andere kant wordt veel capaciteit gevraagd. Dat mag dus niet ten koste gaan van de kwaliteit.” Martijn Faber Ondertussen is duidelijk dat ook het nieuwe kabinet de Wtta zal doorzetten. Dat de Wtta er komt is vrij zeker, maar hoe en wanneer precies is nog de vraag. Bureau Cicero neemt als een van de grote spelers in de inspectiemarkt haar verantwoordelijkheid en is nauw in overleg met betrokken beleidsmedewerkers bij de overheid en uitvoeringsinstanties. “Onze grootste zorg is dat kwantiteit voor kwaliteit komt te staan”, zegt Martijn Faber. “De basis voor de Wtta is SNA+, een uitbreiding van het bestaande normenkader. Daarmee wordt de lat voor inspecteurs en uitleners nog hoger gelegd. Maar aan de andere kant wordt ook veel capaciteit gevraagd. Dat mag dus niet ten koste gaan van de kwaliteit.” Volgens Tom wordt momenteel ‘een goede dialoog’ gevoerd om de Wtta in goede banen te leiden. Als het aan Bureau Cicero ligt wordt het geen binair (zwartwit) systeem. “Het doel van de Wtta is bedrijven toelaten die zuiver op de graat zijn. Dat betekent wat ons betreft dat je goedbedoelende bedrijven niet straft voor het maken van een fout, maar een helpende hand biedt. De menselijke maat moet voorop staan.” Op reis met een luchtballon Patrick Tom is positief over de nabije toekomst, ondanks de onzekerheden die de komst van de Wtta met zich meebrengt voor de markt en zijn bedrijf. “Het is een onzekere periode, een black box. Maar ik zie het als een reis met een luchtballon. Je weet niet waar de wind je brengt. Dat is juist leuk, dat is ondernemen!” Bureau Cicero versterkt in elk geval haar fundering om de verwachte groei aan te kunnen. Het nieuwe kantoor in Houten biedt ruimte om hybride werken voor alle (nieuwe) collega’s mogelijk te maken. De organisatie staat als een huis. Klaar voor de Wtta. En als die er onverwacht toch niet komt? “We wedden niet op één paard. We hanteren verschillende scenario’s.” En bij het worst case scenario? “Dan hebben we in elk geval een leuke reis gehad.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Bureau Cicero, wtta | Laat een reactie achter
Ruim 9 op de 10 zzp’ers wil opt-out bij verplichte AOV Geplaatst 22 juli 2024 door ZZP Nederland Uit onderzoek van Vereniging ZZP Nederland blijkt dat bijna 94% van de ondervraagde zzp’ers een opt-out wil als er een verplichte AOV komt. Een opt-out betekent dat een zzp’er niet met de verplichte AOV hoeft mee te doen omdat hij zelf een gelijkwaardige alternatieve verzekering heeft. Uit eerder onderzoek van ZZP Nederland is reeds bekend dat ruim 80% van de achterban van ZZP Nederland überhaupt tegen een verplichte AOV is, maar liever een algemene basisvoorziening voor arbeidsongeschiktheid heeft, opgebracht door alle werkenden. In het wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ), feitelijke de verplichte AOV, staat bij de opt-out nu verwoord dat er een minimale premievereiste wordt gesteld. Deze houdt in dat alle premies die bij een particuliere verzekeraar lager zijn dan bij de BAZ, kunstmatig verhoogd moeten worden tot het premieniveau van de BAZ. Dit bizarre feit is een van speerpunten in de reactie van Vereniging ZZP Nederland op de internetconsultatie Wetsvoorstel BAZ. Uit de enquête blijkt tevens dat 42% van de respondenten vindt dat het hebben van een van een broodfonds of schenkkring een goede mogelijkheid is om de eigen risicoperiode te overbruggen. Maar het huidige wetsvoorstel zegt dat een broodfonds of schenkkring geen waardig alternatief is voor de BAZ. Een schenkkring of broodfonds in combinatie met een AOV met 2 jaar wachttijd wordt dus niet geaccepteerd als opt-out. Nog meer cijfers uit de enquête Ruim 60% van de respondenten vindt dat alle ondernemers mee moeten doen met de verplichte AOV. Momenteel hoeven o.a. mensen met een bv niet deel te nemen aan een verplichte AOV. Over de wachttijd zijn de respondenten duidelijk. Het merendeel (75%) heeft liefst een wachttijd van een jaar en iets meer dan de helft (54%) wil een wachttijd van een half jaar. Ten aanzien van de premie van de BAZ vindt 53% de premie te hoog en 40% vindt de premie een goed bedrag om te betalen. Momenteel is de premie 6,5% van het bruto-inkomen van de ondernemer. De premie bedraagt maximaal 195 euro per maand. De uitkering is 70 procent van de winst, maar nooit meer dan het minimumloon. Reactie Vereniging ZZP Nederland “De uitkomsten van deze enquête vormen de stem van onze achterban die wij zullen verkondigen richting de politiek. Inmiddels heeft Vereniging ZZP Nederland al een reactie geformuleerd op het wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen. Wij zullen in gesprekken met politiek en polder de uitkomsten van de enquête delen en bespreken”, aldus Frank Alfrink, voorzitter van Vereniging ZZP Nederland. Alfrink: “Het mag duidelijk zijn dat het huidige wetsvoorstel niet voldoet aan de wensen van de mensen om wie het gaat: de zzp’ers. Daarnaast zegt UWV nog niet klaar te zijn om de voorgestelde wet uit te voeren en zijn er ook bij de verzekeraars nog bedenkingen.” Over het onderzoek Het onderzoek is gehouden in juni/juli 2024 onder de achterban van ZZP Nederland. Uiteindelijk hebben 4.039 zzp’ers deelgenomen en daardoor geeft dit onderzoek een goed beeld van de zelfstandig ondernemers zonder personeel in Nederland. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags aov, BAZ, onderzoek, opt-out, zzp'ers | 4s Reacties
Lucas Andersen (Pontoon Benelux): ‘Wij focussen op midmarket MSP-oplossingen, daar zit de groei’ Geplaatst 22 juli 2024 door Arthur Lubbers Middelgrote organisaties ontdekken meer en meer dat die MSP-dienstverlening ook voor hen interessant is. “Zij vragen om snelle implementatie van een inhuurprogramma tegen relatief lage kosten.” Lucas Andersen legt uit hoe Pontoon de strijd aangaat met nieuwe spelers in dit midmarket-segment. Concurrentie van nieuwe spelers “De MSP-markt groeit, niet zozeer de grote, traditionele inhuurprogramma’s bij globaal opererende bedrijven, maar vooral de MSP-dienstverlening aan het midmarket-segment. Die vraagt om het snel opzetten van een inhuurprogramma tegen relatief lage kosten. Niet voor niets zie je nieuwe spelers op de markt die met een MSP-light of broker+- oplossing klanten voor zich weten te vinden”, stelt Lucas Andersen, Operations Lead BeNeLux bij Pontoon Solutions. De concurrentie neemt daardoor toe. De grote drie – Sourceright (Randstad), Tapfin (Manpower) en Pontoon (Adecco) – bedienen traditiegetrouw de bekende corporates. Maar lokaal (landelijk) krijgen deze grote drie te maken met nieuwe spelers die in de marktsegmenten daaronder succesvol zijn. En die spelers groeien ook nog eens flink door consolidaties. “Deze dynamiek in de sector is een teken dat de MSP-markt hier volwassen wordt.“ Andersen vindt dat een goede ontwikkeling. “Dat stimuleert ons. Wij staan ook niet stil en blijven zoeken naar innovaties om het beter te doen.” Lees ook dit artikel: Kees Stroomer (Magnit Benelux): ‘Compliancy, technologie en onafhankelijkheid bepalend op de MSP-markt’ Lean VMS-benadering Het midmarket-segment vraagt om een andere vorm van MSP-dienstverlening dan de grote, internationale bedrijven, waarvoor vrijwel altijd complexe inhuurprogramma’s op maat worden gebouwd en geïmplementeerd. Pontoon kan natuurlijk bogen op het uitgebreide netwerk en de jarenlange, diepgaande expertise van Adecco Group bij het opzetten van omvangrijke inhuurprogramma’s die op klantniveau worden gebouwd en geïmplementeerd. Dat is en blijft voor de MSP-dienstverlening aan corporates ook de beste aanpak. Maar midmarket-oplossingen gaan uit van een snelle implementatie en lage(re) kosten. Voor lokale (landelijke) klanten zet Pontoon daarom nu meer in op standaardiseren (waar dat kan). Het is daarbij zaak een goede balans te vinden tussen maatwerk en standaardisatie in processen en technologieën. Hiervoor hanteert Pontoon een ‘lean VMS-benadering’, afgestemd op de efficiëntie en flexibiliteit die organisaties vragen. Dat betekent ook het Vendor Management Systeem (VMS) zo configureren dat het aantal variaties en integraties wordt beperkt. Dit om de operationele complexiteit te verminderen, de implementatietijd te verkorten en de kosten te verlagen. Eerste successen in het middensegment Pontoon heeft met deze midmarket MSP-oplossingen de afgelopen twee jaar al succes geboekt; wereldwijd lopen momenteel tachtig nieuwe midmarket-programma’s. Ook in Nederland ziet Pontoon hiervoor aanzienlijke groeikansen. Dit gebeurt in de twee segmenten waar Pontoon zich op richt. Ten eerste: financial services, technology en consulting (samengevoegd omdat deze sectoren een sterke IT-component hebben). Ten tweede: consumer products, life science en light industrial. Deze sectoren bedient Pontoon zowel op mondiaal als lokaal (landelijk) niveau. Ook daarbij ziet Andersen dat er een verschuiving gaande is. “De single country-programma’s voor de midmarket kent de meeste groei, ook binnen ons portfolio.” De middelgrote organisaties ontdekken volgens hem meer en meer dat die MSP-dienstverlening ook voor hen interessant kan zijn. “Zij hebben ook een grote flexibele schil en ook zij komen in de veranderende wereld van werk uitdagingen tegen, denk aan risico mitigatie.” Verschil 1e en 2e generatie MSP-klanten Voor de eerste generatie MSP-klanten is het volgens Andersen ‘eerder regel dan uitzondering’ dat men vraagt om een midmarket-oplossing. Maar voor klanten die na drie tot vijf jaar toe zijn aan een nieuw MSP-programma’(2e generatie) ligt dat anders. “Naarmate de complexiteit en omvang van het inhuurprogramma toeneemt, is er meer behoefte aan inzicht en beseffen klanten dat het goed managen van hun flexibele schil van belang is. De 2e generatie MSP-klanten hebben dan ook steevast behoefte aan SoW-oplossingen (service procurement) en direct souring – het opbouwen van een talent pool – en candidate curation.” De groei van Statement of Work (SoW) is een belangrijke trend binnen de MSP-wereld, stelt Andersen. “De trend naar near- en offshoring – het uitbesteden van werkzaamheden, bijvoorbeeld IT, near- en offshoring – zet door. Ook steeds meer organisaties in België en Nederland kijken naar offshore-centra in India of Bulgarije. Dat vraagt om heel andere programma’s.” Pontoon speelt hierop in met een modulaire plug & play aanpak. Heel veel componenten uit het MSP-programma’s zijn modulair opgezet, dat geldt ook voor SoW; de klant kan dit inzetten als oplossing voor een specifieke behoefte. Andersen geeft een voorbeeld: “een organisatie merkt dat het heel moeilijk is Java-ontwikkelaars te vinden in de regio Amsterdam. Dan kunnen we heel snel onze SoW-module voor hen uitrollen. De knowhow en de consultancy-ondersteuning hebben we namelijk in huis.” “Technologie kan de candidate journey verbeteren, maar het menselijke aspect nooit vervangen.” Technologie en data als speerpunt Een andere trend is de behoefte aan het beter benutten van data om de inhuur van personeel nog efficiënter te maken, aan goede benchmarking en om de krappe arbeidsmarkt beter te ontsluiten. “Ik denk dat wij een van de organisaties zijn die het meest met technologie en data bezig zijn op dit gebied. Data is een centrale pijler voor ons. Pontoon Analytics staat hierom wereldwijd bekend”, stelt Andersen. “Voor Pontoon is technologie en data altijd al een speerpunt geweest. Ook Adecco Group zet hier nu volop op in.” De technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat het moeilijk bij te houden is. “Er is een enorme waaier aan sourcing- en HR-tools. Elke dag komt er wel iets bij. Wij hebben gelukkig een afdeling die specifiek deze nieuwe technologieën analyseert, evalueert en de mogelijkheden bekijkt om dit uit te rollen binnen Pontoon en in onze inhuurprogramma’s. Want er kan nog steeds veel efficiëntie gewonnen worden.” En dan is er nog de komst van AI (kunstmatige intelligentie). “Het is een interessante, spannende tijd. Kandidaten schrijven motivatiebrieven met ChatGPT, copilots, mails, proposal-writing – de language-modellen kun je niet meer wegdenken.” Andersen kijkt met een open blik naar de nieuwe technologische ontwikkelingen, maar benadrukt dat het wel mensenwerk blijft. “Persoonlijk denk ik dat voor een goede candidate journey het menselijk contact nodig blijft. Denk alleen al aan de culturele verschillen tussen België en Nederland. Je moet altijd samen met de klant en kandidaat de connectie maken. Technologie kan de candidate journey verbeteren, het leven voor de recruiter en kandidaat gemakkelijker maken, maar zal het menselijke aspect nooit vervangen. We werken met mensen en mensen zijn geen commodities, geen resources. Dat moeten we niet vergeten.” Pontoon Solutions is onderdeel van de Zwitserse uitzendreus Adecco Group. Pontoon is niet alleen een Managed Service Provider (MSP), ook activiteiten als Recruitment Process Outsourcing (RPO) en Total Talent Management (TTM) vallen hieronder. Wereldwijd werkt Pontoon voor ongeveer 150 klanten, waarvoor het circa € 11 miljard in beheer heeft (managed spend). In Nederland en België was de managed spend in 2022 € 170 miljoen, gelijk verdeeld over beide landen. In de Benelux draait Pontoon ruim 10 MSP-programma’s (uit: MSP-aanbieders in Nederland en België, editie 2022/2023). Dit artikel maakt deel uit van een serie artikelen over de MSP-markt in Nederland die in 2024 op ZiPconomy worden gepubliceerd. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags MSP, MSP interviewserie 2024, Pontoon | Laat een reactie achter
1 op 3 zzp’ers gebruikt freelanceplatform bij vinden van opdracht Geplaatst 19 juli 2024 door ZiPredactie Ruim een op de vijf geeft aan af en toe diensten op freelanceplatformen aan te bieden, blijkt uit het onderzoek van Boekhouder.nl. Een kleiner deel – bijna een op de acht – maakt er regelmatig gebruik van of is er zelfs vrijwel volledig van afhankelijk. Tientallen platformen Temper, waarover ZiPconomy vorige week nog uitgebreid berichtte, is een van de vele verschillende platformen in Nederland waar zzp’ers opdrachten kunnen vinden. Waar Temper zich vooral richt op horecapersoneel, zijn er ook meer algemene platformen, zoals Fiverr en Upwork, waar zzp’ers in allerlei vakgebieden opdrachten kunnen vinden. Freelance.nl en Jellow zijn daarentegen vooral in trek bij IT’ers en communicatiespecialisten. Lees ook: Temper is geen uitzendbureau, luidde het vonnis van de rechtbank Amsterdam. Maar welk risico loopt het bedrijf dat de werker inhuurt? Freelanceplatformen kunnen een meerwaarde hebben, omdat ze vooral voor startende zzp’ers een handige manier bieden om opdrachten te vinden, meldt Boekhouder.nl, met daarbij een waarschuwing: “Wees je wel bewust van de servicekosten. Bij het ene platform betaal je een vast bedrag per maand – ook als je er niet of nauwelijks gebruik van maakt – terwijl je bij het andere een commissie per gewerkt uur afdraagt. Bovendien kunnen de platformen de voorwaarden en commissies eenzijdig aanpassen. Daarom is het belangrijk niet té afhankelijk te worden van deze platformen.” Lees ook: HeadFirst Group lanceert nieuw opdrachtenplatform Striive Tot slot zijn het vooral jongeren die van de platformen gebruikmaken. Voor hen is het belangrijk te weten welke verplichtingen er komen kijken bij het zelfstandig ondernemerschap. Zo dienen zij elk kwartaal btw-aangifte te doen en een nauwkeurige administratie van de gewerkte uren en de inkomsten bij te houden. In juni bleek nog dat slechts 14 procent van de zzp’ers een online boekhoudpakket gebruikt om de administratie bij te houden. Daarmee lopen zij het risico om tegen onverwachte hoge naheffingen of boetes te lopen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags freelanceplatform, Temper, zzp, zzp'ers | Laat een reactie achter