Maandelijkse archieven: juni 2023

Hays Nederland behoort tot top Best Workplaces


Dit jaar staat Hays Nederland op nummer vijf op de lijst van Best Workplaces van Great Place To Work. De lijst wordt jaarlijks samengesteld met behulp van een survey met stellingen over vertrouwen, trots en geluk. De survey werd door alle werknemers van de 225 organisaties die meedoen ingevuld. De 40 beste werkplekken krijgen van Great Place To Work Nederland de titel “Best Workplace”.

Het gemiddelde van Nederland

De grootste verschillen tussen de gemiddelde Vertrouwen index scores van “Best Workplaces” en de gemiddelde scores van Nederlandse organisaties zijn:

  • Integriteit van het leiderschap (91% bij Best Workplaces; 47% Nederlands gemiddelde)
  • Betrokkenheid van werknemers (86% bij Best Workplaces; 45% Nederlands gemiddelde)
  • Communicatie van het leiderschap (89% bij Best Workplaces; 53% Nederlands gemiddelde)

Belang van goed opdrachtgeverschap

René Brouwers, directeur van Great Place To Work Nederland: “Afgelopen vrijdag maakten we met trots de lijst van Best Workplaces bekend tijdens ons event, Walk Your Talk. Tijdens dit evenement vroegen we aandacht voor een positieve bedrijfscultuur met zo’n 300 deelnemers. Dit zou een nummer één prioriteit moeten zijn voor elke organisatie, omdat slechte bedrijfscultuur nu een onderwerp van discussie geworden is.”

“Er is een groeiende focus op het belang van goed werkgeverschap, maar het wordt nog steeds niet voor lief genomen. De Best Workplaces kunnen erg trots zijn op de voorbeeldfunctie die zij hebben. Zij begrijpen het belang van vertrouwen, trots en werkgeluk en creëren daarmee een omgeving waarin mensen zich gewaardeerd en gehoord voelen. Wij wensen dit voor geheel werkend Nederland.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Deel 2: Tenders & Categoriemanagement

Categoriemanagement is een proces waarbij de inkoopactiviteiten van een organisatie worden georganiseerd en beheerd in verschillende categorieën van producten en diensten. Zo is er bij de Rijksoverheid een categorie gericht op het inhuren van specialisten. Dit betekent dat er voor de inkoopactiviteiten voor het inhuren van specialisten specifieke inkoopstrategieën en -processen worden ontwikkeld. Het is de bedoeling om hierdoor betere controle te krijgen over de inhuur van specialisten, kosten te besparen, de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren en de relatie met leveranciers te optimaliseren.

Categoriemanagement voor de inhuur van specialisten omvat ook het identificeren en beheren van risico’s met betrekking tot de inhuur van deze specialisten, zoals het risico van het inhuren van niet-gekwalificeerde specialisten, het niet naleven van arbeidswetten of -voorschriften, gebrek aan diversiteit en inclusie, of beveiligingsrisico’s die verband houden met derde leveranciers en hoge kosten en slechte dienstverlening. Door deze risico’s beter te beheersen, kan de organisatie de inhuur van specialisten effectiever aanpakken en zorgen voor maximale waarde voor de organisatie.

Serie Arbeidsmarkt in Tenderland, hoe het Rijk ICT-professionals inhuurt

Een bericht over de gunning van een grote ICT-aanbesteding bij Defensie . Dat was voor recruitmentstrateeg en interim-recruiter Alexander Crépin de aanleiding om zich te verdiepen in een specifiek aspect van de arbeidsmarkt voor externe inhuur, namelijk dat van inhuur via raamcontracten op basis van een aanbestedingstraject. Bij de gunning  zijn er zeven raamovereenkomsten afgesloten met aanbieders van ICT-inhuurdiensten.
In deze zesdelige serie en in zijn eerdere blogs voor ZiPconomy, pleit hij voor een meer geïntegreerde aanpak van externe inhuur en recruitment voor vaste posities. Daarbij wijst hij graag op de mogelijkheden die Total Talent Management (TTM) en Total Talent Acquisition (TTA) aan organisaties te bieden hebben.
“De wereld van ICT-inhuur is voor veel HR en Recruitment managers relatief onbekend. Dat moet veranderen. Immers, als een groot deel van de ICT talentpool niet in dienstverband wil werken, dan is het noodzakelijk om te weten hoe je de instroom van ICT-freelancers vorm en inhoud kan geven. Dat is niet langer een pure inkoopaangelegenheid. HR, Recruitment en Inkoop moeten daarin samen optrekken.
In dit kader heb ik een serie blogs geschreven over de rol van Tenders bij de inhuur van ICT-professionals. Op deze manier probeer ik HR en Recruitment professionals een beter inzicht te geven in de impact van tenders op de vraag en aanbod op de Nederlandse ICT-arbeidsmarkt.”

Categorieplan ICT-professionals Rijk

Het Categorieplan ICT-professionals Rijk kan in dit verband niet onvermeld blijven. Een geactualiseerde versie van dit plan verscheen in december 2021 met als ondertitel ‘Van externe inhuur naar integraal externenmanagement?’ In 86 pagina’s wordt een beeld geschetst van de wijze waarop de inhuur van ICT-professionals en diensten vorm en inhoud moet gaan krijgen in de komende jaren. Het plan beoogt een verdere professionalisering te bewerkstelligen van de inzet van externe ICT-professionals.

Deze recente uitgave is een bewerking van het plan uit 2016 en behandelt de inhuur van externe ICT/IV-professionals en de uitbesteding van ICT-diensten, waarbij de inzet van externe ICT/IV-professionals centraal staat. Een van de nieuwe elementen is dat er nu ook aandacht is voor ICT-detavast constructies. Hierbij wordt een professional gedurende een X aantal maanden bij de opdrachtgever gedetacheerd. In die periode begeleidt en traint de detacheerder de professional in ontwikkeling van specifieke kennis en vaardigheden. Bij tevredenheid over het functioneren en de ontwikkeling van de professional, kan de inlener de professional een aanbod doen om in loondienst te treden.

Het plan bouwt eveneens voort op de rijksbrede strategie Inkopen met Impact, waarbij het belang van maatschappelijke waarde creatie wordt aangegeven. Zo beoogt de Rijksoverheid een voortrekkersrol te vervullen op het gebied van duurzaamheid, klimaat en kansen creëren voor mensen die het minder makkelijk hebben op de arbeidsmarkt.

De opstellers van het plan omschrijven Categoriemanagement binnen de rijksoverheid als ‘een werkwijze op inkoopgebied die leidt tot een rijksbrede strategie voor het verwerven van een goed of dienst. Het gaat hierbij niet alleen om het feitelijk inkopen, maar om de gehele levenscyclus van het product of de dienst, van behoefteformulering aan het begin tot contractbeheer en evaluatie aan het einde.’

Kortom: niet ieder voor zich, maar slim samenwerken. Waar de rijksoverheid nu soms een collectief geheugen en marktkennis ontbeert, moet categoriemanagement de ministeries helpen bij het maken van verstandige keuzes op dit gebied.

Dit laatste mag men ook verwachten van onze overheid. Zo staat er in de eerder genoemde Jaarrapportage Rijk 2021 te lezen dat de omvang van de inhuur van ICT-professionals een miljard euro bedraagt. Dat gaat om meer dan 6.000 professionals.

In de inleiding van het Categorieplan is te lezen dat er een jaar eerder, in 2020, 5.200-5.650 externe ICT/IV’ers werden ingezet. Hiervan was 88% werkzaam op functies/rollen met salarisschaal 9 of hoger, waar hbo- of wo- werk- of denkniveau verlangd kan worden. Daarbij wordt nog opgemerkt dat er in ICT inmiddels veel deelspecialismen zijn en dat dit de uitwisselbaarheid beperkt. Vanuit HR-perspectief een interessante constatering, met name als het gaat om het bieden van loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en employability in het algemeen.

Kijken we naar alle externe inhuur, dan is het totale bedrag meer dan 2 keer zoveel. Zo is er ook in de Jaarrapportage Rijk te lezen dat er in Q4 meer dan 6.400 uitzendkrachten zijn ingehuurd.

Boeiend is om in dit verband te signaleren dat in de Staatscourant in februari 2022 een bericht te lezen was over het beleidskader inzet flexibele arbeid binnen de sector Rijk. Daarin werd onder meer gesteld dat externe inhuur van personeel zoveel mogelijk wordt beperkt.

Categoriemanagement

Binnen de het Rijk zijn er momenteel een twintigtal categorieën geïdentificeerd. Deze zijn min of meer gelijk verdeeld over de diverse ministeries. Er wordt zoveel mogelijk volgens dezelfde principes vorm en inhoud aan gegeven. Een van de categorieën is ICT-professionals. Hieronder vallen naast de inhuur van ICT-professionals, ook resultaatverplichte ICT-opdrachten (Statement of Work) en (strategische) ICT-adviesdiensten.

Kerntaken Categoriemanagement:
  • Categoriemanagement begint met het tijdens de voorstudiefase – in samenhang met rijksbreed beleid – nadenken over de vraag of, en zo ja, op welke wijze, een rijksbrede aanpak kan worden uitgewerkt gericht op het benutten van kansen (o.m. op het terrein van het beïnvloeden van de vraag naar diensten of producten) met als doel op systematische wijze te voorzien in de behoefte van de klant. De kansen worden aangeboden vanuit de inkoopdiscipline maar deze kan er niet over besluiten. Het is aan het primaire proces of en hoe de kansen worden benut.
  • Vervolgens het geheel van het continue en gestructureerd op basis van de behoeftestellingen van de individuele departementen door één departement uitvoeren van rijksbrede behoeftebepaling en behoeftevervulling (ook wel verwerving genoemd) d.m.v. het sluiten van contracten en rijksbrede overeenkomsten. Het categoriehoudend departement voert hierbij de aanbestedingsprocedures uit voor de andere departementen.
  • Het contracteren van dienstverlener(s) en/of leveranciers.
  • Het uitvoeren van contractmanagement (het monitoren, bespreken en zo nodig wijzigen van performance van leveranciers).
  • Het uitvoeren van leveranciersmanagement.
  • Het uitvoeren van contractmarketing (het bekend stellen van de overeengekomen en (contract-) condities) voor de betreffende categorie aan alle departementen.
  • Het bestellen van goederen en diensten door individuele departementen op basis van desbetreffende contracten en het bewaken van nakoming.

Categorieplan ICT-professionals Rijk pagina 12

Dit kader geeft een duidelijk zicht op de aanpak die door inkoop binnen de Rijksoverheid gehanteerd moet/zal worden.

Vanuit Categoriemanagement worden in het licht van bovenstaande standaards ontwikkeld voor de tenderprocessen. Denk hierbij aan de documenten die nodig zijn om een tender te kunnen uitbrengen, aan behoefte-inventarisatie methodieken, aan conceptcontracten, overlegstructuren e.d. Het streven is dat voor iedere aanbesteding de kaders klaarliggen en de focus kan liggen op de inhoudelijke zaken.

Samenwerking, samen optrekken door interne stakeholders

Bij de uitgangspunten geformuleerd in het categorieplan ICT-professionals Rijk (CIPR) wordt onder meer gesteld dat ’Categoriemanagement wordt toegepast om de klant/behoeftesteller goederen en diensten in de juiste kwaliteit, tegen een redelijke prijs tijdig ter beschikking te stellen. Het overleg met de klant speelt een belangrijke rol. Categoriemanagement is daarmee niet enkel een onderdeel van inkoop, maar sterk geïntegreerd met de business.’ Los van de vraag of het woord ‘business’ hier gelukkig is gekozen, is het wel een belangrijk punt om te vermelden. Inkoop is geen eiland, net zomin als HR dat is. TTM en TTA verlangen dat men samen optrekt.

Het eerste punt van het takenpakket illustreert deze gedachte, namelijk nadenken over de wijze waarop een rijksbrede aanpak kan worden uitgewerkt, gericht op het benutten van kansen (onder meer op het terrein van het beïnvloeden van de vraag naar diensten of producten) met als doel op systematische wijze te voorzien in de behoefte van de klant.

Interessant is eveneens de volgende tekst: ’Hoewel het voorkómen van de inzet van externen de grootste besparingsmogelijkheid is, vindt de categorie het niet opportuun een generieke sourcingsstrategie te ontwikkelen die gericht is op het vastleggen van keuzes welke werkzaamheden wel/niet ingehuurd of uitbesteed zouden mogen worden.’.

De realiteit van de situatie op de huidige arbeidsmarkt wordt daarbij onderkend. ’De schaarste aan goede ICT/IV’ers, alsmede budgettaire afspraken binnen het Rijk, maakt dat in veel gevallen een eventuele sourcingsbeslissing hieraan ondergeschikt wordt. Als de klant activiteiten zelf zou willen doen, maar onvoldoende eigen formatie heeft of kan aantrekken, zal hij toch noodgedwongen moeten inkopen’.

Detavast-oplossingen

In dit licht bezien is ook de eerder vermelde toevoeging van detavast in het laatste Categorieplan ICT-professionals Rijk een begrijpelijke ontwikkeling. De groeiende behoefte aan ICT-professionals bij het Rijk in combinatie met de toenemende specialisatie, c.q. diversiteit van de benodigde expertise, vraagt om samenwerking met derden.

De benodigde specialisten zijn er gewoonweg niet. Die moet je dan zelf gaan opleiden. Wanneer de werving moeizaam gaat en de expertise en capaciteit om op te leiden ontbreekt, kunnen detavast-oplossingen uitkomst bieden. De externe specialist neemt dan zowel de werving als het opleidings- en trainingstraject ter hand. De uitlener draagt daarbij de verantwoordelijkheid om een persoonlijk ontwikkelplan uit te voeren voor de detavast-medewerker (door training, opleiding, begeleiding), zodat deze na de inhuurperiode zal voldoen aan vooraf bepaalde kwalificaties.

Het betekent overigens wel dat er bij de opdrachtgever formatieplaatsen opengesteld moeten worden voor externe medewerkers om in een detavast-constructie aan de slag te gaan. Met name in organisaties waar interne doorstroming de voorrang moet krijgen boven externe invulling, zal men een modus moeten vinden om op een passende manier van deze mogelijkheid gebruik te maken. De mantels zijn op dit moment dan ook relatief bescheiden.

Vernieuwing, proeftuinen nodig

Het CIPR geeft blijk van bewustzijn van de noodzaak om te blijven zoeken naar vernieuwing bij realisering van de benodigde personeelsbezetting. Zo lezen we onder meer het volgende: ‘Ook wil de categorie diverse soorten ‘proeftuinen’ bij bereidwillige klanten inzetten om hiermee op beheersbare wijze te onderzoeken of een andere manier van capaciteitsinvulling leidt tot meer waarde voor de klant (hogere kwaliteit, lagere kosten, meer maatschappelijk effect en/of hogere tevredenheid). …… Ook deze proeftuinen kunnen leiden tot een andere capaciteitsbehoefte en mogelijk op termijn ook een verminderde inzet van externen……’

Goed kunnen bepalen van de exacte behoefte aan ICT’ers, is zonder meer een vereiste om aanvragen in de markt te kunnen zetten en leveranciers de gelegenheid te bieden om de juiste professionals te identificeren en te introduceren. In het CIPR wordt hier o.a. het volgende over gezegd:

’Gezien de toenemende schaarste aan ICT-professionals, de concurrentie in de strijd om de juiste ICT-professionals en de snelle veranderingen in het ICT/IV-domein, is het extra belangrijk om slim de behoefte in de markt te kunnen uitzetten.

De hefboom wordt groter. Kennis over de belangen van de klant, inkoop, ICT/IV-vakkennis, HR/recruitment en ICT-arbeidsmarktsituatie, maar ook de belangen van leveranciers, zou optimaal benut moeten worden.

De categorie wil daarom verbinding stimuleren (HRM, ICT/IV, inkoop/inhuurdesks en leveranciers), zodat kennis beter uitgewisseld kan worden en we samen in staat zijn de klantbehoeftes juist en aantrekkelijk te specificeren en slim in de markt te zetten.

Initiatieven die hierbij kunnen helpen zijn:

  • Samenwerking tussen ICT-recruitment (werving & selectie) en inhuurdesks stimuleren, bijvoorbeeld door convenanten, informatiesessies, uitwisseling
  • Adviseren over structurele bundeling van kennis, zoals bij een intern team, interne flexpool of shared service organisatie’

Deze passage nodigt ook uit om TTA te verkennen en de genoemde proeftuin-optie kan daarbij als voorbeeld dienen. De beste proeftuinen ontstaan als er een gedeelde ‘sense of urgency’ is bij de directe stakeholders en men transparant is over het feit dat het om een proef gaat en dat er derhalve ruimte is om te experimenteren en te leren. Geen tevoren dichtgetimmerde kaders, dat beperkt de kansen om te leren wat werkt en wat niet. Daarbij is het ook de kunst om de juiste ingangen te vinden, de ‘zonnetjes’, binnen een ministerie, naar de mensen die kansen zien voor het toepassen van proeftuinen.

Voor accountmanagers van externe dienstverleners liggen hier zeker kansen om vernieuwend samen te werken met de overheidsdiensten of teams. De Categoriemanager ICT-professionals lijkt hiervoor in dit plan een handreiking te doen.


Lees in deze serie ook:

Deel 1: Tenders, een niet te onderschatten impact op de arbeidsmarkt

Deel 3: Uitvoering van de categorie ICT-professionals Rijk

Of download de whitepaper met de volledige tekst

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

SER wordt uitgebreid. Versteviging vertegenwoordiging zelfstandigen.

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft minister Van Gennip (SZW) laten weten op welke manier zelfstandigen beter vertegenwoordigd gaan worden binnen de raad. De raad geeft daarmee invulling aan een verzoek van de minister, dat dan weer volgde op een Kamermotie die vroeg om een betere vertegenwoordiging van zzp’ers in onder meer de SER.

De SER liet eerder al weten het aantal zetels in de raad hiervoor te gaan uitbreiden. De SER heeft nu aan de minister laten weten hoe dat er uit gaat zien.

Vanuit de werkgevers kant, zal VNO-NCW, één zetel en de bijbehorende plaatsvervangende zetel structureel invullen. Cristel van de Ven zat al namens het Netwerk Zelfstandige Ondernemers in de raad. De extra, plaatsvervangende, zetel zal worden ingevuld Roderik Pape namens het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO).

FNV zal één zetel structureel invullen met een persoon afkomstig van FNV Zelfstandigen. VCP (Vakcentrale voor Professionals) zal de nieuwe zetel invullen. Dat wordt Chris van Veldhuizen. De plaatsvervangende zetel zal worden ingevuld met een persoon afkomstig van CNV Zelfstandigen.

De keuze voor de invulling van de nieuwe zetels is daarmee niet erg verrassend. Ze gaan naar vertegenwoordigers die positie in de polder hebben.

Verder wordt voor de onafhankelijke Kroonledengeleding worden twee vacatures opengesteld (een lid en een plaatsvervangend lid) voor deskundigen in disciplines die betrekking hebben op zelfstandigen.

Met de uitbreiding van zetels zullen dus zeven (waarvan drie plaatsvervangende) zetels van de in totaal 36 zetels worden ingevuld door organisaties van zelfstandigen c.q. personen met expertise op het gebied van zelfstandig ondernemerschap/zelfstandig opdrachtnemerschap.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Branchevereniging I-ZO Nederland werkt aan een zzp-keurmerk

I-ZO Nederland, branchevereniging voor intermediairs van zelfstandige ondernemers werkt aan een eigen keurmerk voor alle leden die aan zzp-dienstverlening doen. Met het zzp-keurmerk wil I -ZO een kwaliteitsstandaard neerzetten. De boodschap voor de opdrachtgevers is: “als je met een ABU/I-ZO-lid werkt, dan is het goed geregeld”. Dankzij het keurmerk kunnen leden zich positief onderscheiden van partijen die zonder keurmerk werken. Dat geeft de leden een betere marktpositie.

Voorsorteren op belangrijke wijzigingen

De ontwikkeling van een keurmerk is volgens I-ZO daarnaast ook wenselijk om twee andere redenen. Het afschaffen van de NEN-norm en de verplichte certificering voor uitzenden zijn ingrijpende veranderingen voor de markt. I-ZO wil daar graag op voorsorteren. Het is belangrijk dat naast de strengere regelgeving voor uitzenden ook wordt vastgelegd aan welke kwaliteitsnormen zzp-dienstverlening hoort te voldoen.

Daarnaast wil de branchevereniging zich ook goed voorbereiden op de aangekondigde hervatting van de zzp-handhaving per 1 januari 2025. “Op deze manier willen we aantoonbaar compliant werken en voor zover dat mogelijk is duidelijkheid geven aan de markt.” Ook als de hervatting van de handhaving wordt uitgesteld, gaat I-ZO door met de ontwikkeling van dit keurmerk.

Uitgangspunten zzp-keurmerk

Voor het zzp-keurmerk heeft de vereniging een aantal uitgangspunten geformuleerd:

  • Het keurmerk is verplicht voor alle ABU-leden die aan zzp-dienstverlening doen.
  • Het keurmerk gaat over alle vormen van zzp-dienstverlening, bemiddeling en tussenkomst.
  • Het keurmerk moet efficiënt en effectief zijn, met zo min mogelijk administratieve lasten.

Elementen van het zzp-keurmerk

Een werkgroep heeft beschreven aan welke normpunten het keurmerk moet voldoen. Dit wordt de komende maanden verder uitgewerkt.

In het keurmerk komen de volgende normvereisten aan bod:

  1. Basisvereisten die aan de zzp-dienstverlener worden gesteld, zoals een correcte inschrijving bij de KVK
  2. Vereisten die aan de dienstverlening aan zzp’ers en inhurende organisaties worden gesteld
  3. Vereisten die gaan over het ondernemerschap van de zzp’er
  4. Normen voor het werken met de variant tussenkomst
  5. Normen voor het werken met de variant bemiddeling

Planning en voortgang

Op de ledenbijeenkomst van 21 april zijn de plannen aan de leden voorgelegd. Bij de leden bleek groot draagvlak voor het keurmerk te bestaan, vooral met het oog op de voorgenomen hervatting van de zzp-handhaving. Voor de zomer moet het concepttoetsingskader af zijn, zodat eind 2023 de besluitvorming in het ABU-bestuur kan plaatsvinden.

In 2024 wilde brancheorganisatie proefdraaien met het nieuwe keurmerk. Het wordt dan meegenomen bij de audits, zonder dat er consequenties aan verbonden zijn. Vanaf 1 januari 2025, tegelijk met de hervatting van de handhaving op schijnzelfstandigheid, is het keurmerk dan een feit.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 2s Reacties

Omzetranglijst: gespecialiseerde flexbedrijven groeien gestaag door

“Karien van Gennip (minister SZW) kan wel proberen flex terug te dringen, maar ze zal moeten toveren om dit nog te kunnen stoppen.” Dat zei dagvoorzitter Wim Davidse afgelopen week tijdens het FleXevent in Utrecht, georganiseerd door Flexmarkt, waar de nieuwe Omzetranglijst is gepresenteerd. Davidse ziet in de cijfers een bevestiging dat flex booming is en blijft. De deelnemende flexbedrijven boekten in 2022 gemiddeld ruim 12% meer omzet dan in het jaar daarvoor.

De Flexmarkt Omzetranglijst geeft een goed beeld van de ontwikkeling van de Nederlandse flexbranche. De top-100 bedrijven die daarin zijn opgenomen, hebben een gezamenlijke omzet van ruim € 21 miljard, de helft van de totale geschatte omzet van de flexbranche. En – net als de branche – betreft dit zeer diverse flexbedrijven, van grote generieke uitzenders tot kleine nichespelers, zzp-bemiddelaars, detacheerders en MSP’s.

Wisselende resultaten grote uitzenders

Onder de traditionele, generieke uitzenders is en blijft Randstad in Nederland de onbetwiste marktleider. De uitzendreus boekte in ons land in 2022 een omzet van ruim € 3,5 miljard (!), een omzetgroei van 3% ten opzichte van vorig jaar.

Ook RGF Staffing Nederland (voorheen USG) boekte 3% groei (omzet ruim een miljard euro). Manpowergroup Nederland (omzet ruim € 430 miljoen (-5%)) en Adecco Group NL (, krap € 400 miljoen (-1%)) bleven daarbij achter.

Meest opvallend in de top-10 is House of HR, dat in Nederland een omzet van € 1,2 miljard boekte (+20%). HOHR bestaat uit een groep van uitzend- en deta-specialisten. Het van oorsprong Belgische bedrijf timmert hard aan de weg in Europa en heeft afgelopen jaar 16 overnames gedaan. Sinds eind vorig jaar heeft de Amerikaanse investeerder Bain Capital een meerderheidsbelang in HOHR, waarmee de overnamestrategie wordt voortgezet. Ook in Nederland gaan we dus nog meer van hen horen.

Bemiddeling arbeidsmigranten booming

Ook OTTO Workforce NL is opnieuw hard gegroeid. De bekende bemiddelaar voor arbeidsmigranten zag de omzet in 2022 met 16% groeien naar € 727,7 miljoen. Deze sector blijft ondanks politieke weerstand groeien.

En daar profiteert ook bijvoorbeeld Labour Power Company (LPC) van. De omzetgroei van 42% afgelopen jaar (omzet: € 361,8 miljoen) komt gedeeltelijk doordat het bedrijf de ene overname na de andere doet, maar ook omdat de belangrijke bedrijfsonderdelen HOBIJ en Goodmorning succesvol zijn in de bemiddeling van arbeidsmigranten. De markt van ‘internationale medewerkers’ is en blijft booming.

LPC voert qua omzet(groei) ook de lijst aan van uitzenders die zich op het MKB richten. Overigens deden ook andere spelers (groepen) in het MKB-segment het goed, zoals Carrière Holding (omzet 2022: € 188,2 miljoen (+19%)) en Flexfamily (€ 165,5 miljoen, +15%), Home of People (voorheen Solutions Groep, +13%) en Wiertz Company (+26%).

Opvallende dalers in uitzendwereld

Maar er zijn ook uitzenders die een minder jaar achter de rug hebben. YoungCapital (The Works) gold jarenlang als dé uitdager van de grote 4, maar nu het bedrijf zich eenmaal in de top van de uitzendwereld heeft genesteld, is aan die die onstuimige groei een eind gekomen. YoungCapital zag in 2022 de omzet krimpen tot € 536 miljoen (-11%). En voor dit jaar verwacht het bedrijf een bescheiden groei. Andere grote, generieke uitzenders die het afgelopen jaar hun hun omzet zagen dalen, zijn Olympia (€ 543,6 miljoen (-8%)) en CharlieWorks (€ 84 miljoen (-4,5%)).

Het hangt er voor flexbedrijven ook vanaf in welk segment(en) zij zich begeven. Uit onderstaande grafiek blijkt dat IT, het MKB, techniek en bemiddeling van hoger opgeleide professionals het meest lucratief is.

Bron: Flexmarkt

Van payroller naar HR-backofficedienstverlener

Payrolling heeft een bijzondere ontwikkeling doorgemaakt. Deze sector groeide jarenlang heel hard. Daar heeft de komst van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in 2020 een einde aan gemaakt. Direct gevolg van deze wet is namelijk dat voor payrollkrachten vanaf dat moment niet meer kon worden geprofiteerd van het lichtte uitzendregime (verruimde ketenregeling en uitzendbeding). Dit maakte payrollkrachten relatief dure flexkrachten, waardoor de vraag naar payrollkrachten daalde.

Gevreesd werd binnen de branche voor het einde van payrolling. Maar de meeste payrollbedrijven hebben zich noodgedwongen aangepast. Menig payrollbedrijf heeft ook de allocatiefunctie (werving en selectie) op zich genomen, om op die manier toch via uitzendcontracten te kunnen blijven werken. De grotere, ambitieuze payrollers hebben echter vooral vanuit hun backoffice-specialisme de HR-dienstverlening uitgebreid. Die strategische ommezwaai lijkt goed uit te pakken.

In de nieuwste Omzetranglijst zijn enkele van deze partijen opgenomen. De grootste HR & backofficedienstverlener in de lijst is Staff Capital (voorheen Payroll Select) met een omzet in 2022 van € 196 miljoen (+19%). De grootste groeier is Backofficer (+61%). Van de zes deelnemende partijen in deze categorie kende alleen HelloFlex People een omzetdaling (-22%). Al met al hebben de payrollers/HR-dienstverleners de vrije val na de Wab goed doorstaan en zien zij toekomst in hun nieuwe rol als HR-partner van opdrachtgevers.

MSP-markt blijft maar groeien

De managed service providers (MSP’s)/brokers in de Omzetranglijst boekten een gezamenlijke omzetgroei van 19,4%, goed voor een totale ‘omzet’ (managed ‘spend’) van bijna 5 miljard euro.

(De omzet van MSP’s laat zich lastig vergelijken met die van uitzenders/detacheerders. Bij MSP’s gaat veel geld (omzet) door de boeken, waarbij de marge veel geringer is. Dit geeft een vertekend beeld; de MSP’s nemen in vergelijking met uitzenders een veel hogere positie in op de Omzetranglijst, terwijl hun bedrijfsomvang naar verhouding veel kleiner is.)

Toch geven de cijfers een goed beeld van de ontwikkelingen in de MSP-markt. De consolidatieslag die al enkele jaren gaande is, zette ook afgelopen jaar door. Het meest opvallend is de overname van MSP Het Flexhuis door intermediair/broker Harvey Nash (moederbedrijf Nash Squared) afgelopen najaar.

Het Flexhuis – gespecialiseerd in de gezondheidszorg en gemeenten – is een relatief kleine, maar al jaren de snelstgroeiende MSP in Nederland. Nu is Flextender als nieuwkomer de snelstgroeiende partij in deze sector (omzet € 200 miljoen (+43%)).

Flextender moet Hays Nederland (€ 254 miljoen), Nash Squared (Harvey Nash, Het Flexhuis, € 593 miljoen) en Circle8 Group (De Staffing Groep, Seven Stars, FixedToday, € 715 miljoen) voor zich dulden. Ook deze MSP/brokers boekten forse omzetgroei.

De veruit grootste speler in deze markt is nog altijd HeadFirst Group, dat de omzet zag groeien met ruim 18% naar € 1,9 miljard. Ook de nummer 2, Magnit NL (PRO Unlimited NL/Brainnet, Flexbrain), doorbrak voor het eerst de € 1 miljard-grens.

De cijfers bevestigen dat de MSP-markt nog altijd een flinke groei doormaakt. De verwachting is dat de groei voorlopig zal doorzetten en de ambities van deze partijen reiken tot ver buiten de eigen landsgrenzen.

Bron: Flexmarkt

Goede vooruitzichten voor flexspecialisten

2022 was dus voor de meeste flexbedrijven een uitstekend jaar. Dit jaar is onzekerder; de afkoelende economie en de structurele krapte op de arbeidsmarkt zal ook de flexbranche parten spelen.

De uitzendbranche kende in 2023 dan ook een valse start. De ABU-Marktmonitor toonde een omzetkrimp (-6,6%) in het eerste kwartaal van 2023. Met name Randstad Nederland boekte in het eerste kwartaal een ongekende omzetkrimp (-11%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Dit is gedeeltelijk te verklaren door een corona-effect; Randstad scoorde het eerste kwartaal vorig jaar juist heel goed door de inzet van uitzendkrachten op coronaprojecten. Dit coronaeffect zal in de komende maanden uit de cijfers verdwijnen, waardoor de omzetontwikkeling ongetwijfeld relatief positiever zal zijn.

In de ABU Marktmonitor zijn de grote uitzenders sterk vertegenwoordigd. En de beursgenoteerde generieke uitzenders deden het relatief slechter dan gemiddeld in de markt. De cijfers van het CBS wijken dan ook nogal af van die van de ABU. Het CBS meldt zelfs omzetgroei van 10% van uitzend- en arbeidsbemiddelingsbureaus (waaronder detacheerders) in het eerste kwartaal van 2023 ten opzichte van een jaar eerder.

De verwachting is echter dat de urenkrimp (volume) in de uitzendsector zal aanhouden. Flexmarkt-strateeg Wim Davidse ziet het somber in voor de generieke uitzenders. “Flexbedrijven die nu nog niet gespecialiseerd zijn, krijgen het heel moeilijk.”

Optimistisch is hij echter voor de (groepen van) kleine en middelgrote gespecialiseerde flexbureaus met echte toegevoegde waarde voor opdrachtgevers én kandidaten (flexkrachten). Die zullen volgens hem ‘keihard doorgroeien’ op de krappe arbeidsmarkt.

Niet voor niets behoren House of HR Nederland en Labour Power Company tot de snelstgroeiende flexbedrijven uit de Omzetranglijst. Zij zijn heel actief op overnamepad en hanteren beide een buy & build-strategie waarbij ze de overgenomen flexbedrijven vrij zelfstandig laten opereren in hun specifieke segmenten. Een succesformule, zo blijkt. Voor dit soort flexbedrijven zal ook 2023 – ondanks economische afkoeling en verwachte krimp in uitzendvolume – waarschijnlijk weer een goed omzetjaar worden.

Detachering groeit door

Davidse trekt uit de cijfers wel de conclusie dat ‘uitzenden krimpt ten koste van detacheren’. Uit VvDN Marktmonitor blijkt ook dat de gemiddelde omzet van detacheerders in Nederland in het eerste kwartaal van 2023 met 11% is gestegen.

En dit is het achtste achtereenvolgende kwartaal dat de detacheringsbranche in de lift zit. In 2022 steeg de omzet in de detacheringsbranche gemiddeld met 18%. Die groei heeft zich dus – weliswaar iets bescheidener – doorgezet in het eerste kwartaal van dit jaar.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

EU ministers akkoord over bescherming platformwerkers

Minister Van Gennip (SZW) heeft vandaag tijdens een overleg met haar Europese collega’s een akkoord bereikt om platformwerkers beter te beschermen en schijnzelfstandigheid tegen te gaan.

Van Gennip: ,,Dit akkoord is een belangrijke stap vooruit voor platformwerkers. Veel van hen zien zich genoodzaakt te werken als zzp’er, terwijl ze eigenlijk werknemer zijn. Daardoor missen ze de bescherming waar ze recht op hebben. Nederland heeft daarom ingezet op een akkoord dat schijnzelfstandigheid tegengaat en platformwerkers meer controle geeft over de algoritmes die hun werk bepalen. Hiermee zorgen we in heel Europa voor een betere balans tussen de duurzame ontwikkeling van platformbedrijven en de bescherming van werknemers.”

Net als het Europees Parlement willen de lidstaten gaan werken met een omkering van de bewijslast. Wanneer iemand aan minimaal drie van zeven criteria uit de richtlijn voldoet, dan wordt iemand geacht werknemer te zijn.

  • Zie hier voor volledige officiële tekst van het voorstel. 

Criteria

De lidstaten zijn het nu eens geworden over zeven criteria (voorheen waren het er vijf):

  1. Het digitale arbeidsplatform bepaalt bovengrenzen voor de hoogte van de beloning;
  2.  Het digitale arbeidsplatform vereist dat de persoon die platformwerk verricht zich houdt aan specifieke regels met betrekking tot uiterlijk (bijvoorbeeld kleding);
  3.  Het digitale arbeidsplatform houdt toezicht op de uitvoering van het werk, ook met elektronische middelen;
  4. Beperkingen om zelf werktijden te kunnen bepalen;
  5. Beperkingen om werk te weigeren;
  6. Beperkingen om werk door anderen te laten doen;
  7. Het digitale arbeidsplatform beperkt de mogelijkheid om een klantenbestand op te bouwen.

Frankrijk, Duitsland terughoudend

Het heeft lang geduurd voordat de ministers op een lijn zaten. Voor akkoord op ministerniveau is een tweederde meerderheid nodig. Van Gennip is, samen met een aantal andere EU landen (Spanje, België, Italië, Portugal, Luxemburg, Slovenië en Malta zie hier), steeds voorstander geweest van stevige regulering.

Frankrijk heeft ingestemd met dit voorstel, maar wel met kanttekeningen. Duitsland, Spanje, Griekenland, Letland en Estland onthielden zich vandaag van stemming.

Omkering bewijslast

Het nu bereikte akkoord  is een belangrijke stap om te komen tot een EU-richtlijn. Maar klaar is het proces nog niet.  In februari stemde het Europees Parlement (EP) in met een eigen, strengere, versie van de richtlijn voor platformwerk (zie hier). In de versie van het EP wordt gewerkt met een ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’, waarbij het aan het platform is om te bewijzen dat iemand geen werknemer is. De lidstaten nemen dat beginsel nu over.

De lidstaten gaan nu onderhandelingen opstarten met het parlement. Als die onderhandelingen slagen, dan moet zowel het EP als tweederde van de lidstaten instemmen met een nieuw voorstel voor een richtlijn. Zodra de richtlijn er is, hebben lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn te verwerken in eigen wetgeving.

In dit voorstel zitten een aantal opties om per land eigen invulling te geven aan de richtlijn, waarmee de wetgeving per land strenger of juist minder streng kan worden.

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter