Maandelijkse archieven: april 2023

ArbeidsmarktPoort, waar de politiek botst met de praktijk

Bovib, ONL en VvDN organiseerden op donderdag 19 april de eerste ArbeidsmarktPoort. Waar anders dan bij Nieuwspoort in het Tweede Kamer-gebouw ontmoeten politiek en praktijk elkaar. Reden voor dit initiatief: de brancheorganisaties vinden dat het hoog tijd is voor een fundamenteel, feitelijk en rationeel debat over de toekomst van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Onder leiding van dagvoorzitter Hugo-Jan Ruts (ZiPmedia) gaven politieke kopstukken Hans Borstlap, CDA-Kamerlid Hilde Palland en Ruben Houweling (SER-lid, hoogleraar Arbeidsrecht Erasmus Universiteit Rotterdam) hun visie op de arbeidsmarktplannen. Ook gingen zij in discussie met vertegenwoordigers van brancheorganisaties en werkgevers in de zaal. Politiek en praktijk blijken tijdens dit debat echt verschillende werelden.

Hét gespreksonderwerp: de Kamerbrief van minister Karien van Gennip (Sociale Zaken) van 3 april waarin zij met zes maatregelen komt om flexibele arbeid terug te dringen.

Wendbaarheid voor werkgevers?

“Deze brief is historisch”, zegt Hans Borstlap tijdens de ArbeidsmarktPoort. “De minister is er in geslaagd beide partijen bij elkaar te brengen. De wapenstilstand tussen ‘het heilige flex’ van werkgevers en ‘het heilige vast’ van werknemers (lees: vakbonden) is na 120 jaar eindelijk doorbroken. Karien van Gennip heeft er een koevoet tussengestoken en de richting veranderd.”

De voorzitter van de Commissie Borstlap is lyrisch over deze koerswijziging, maar niet per se over de uitwerking van de plannen. Zo is de Crisisregeling Personeelsbehoud – een soort ‘crisis WW’ – niet wat de Commissie Borstlap voor ogen had in het advies over de arbeidsmarkt aan het kabinet. “Wij hadden meer ruimte voor wendbaarheid voor werkgevers ingebouwd in ons rapport.”

Die wendbaarheid voor werkgevers is niet of nauwelijks terug te vinden in de brief van Van Gennip. Toch verdedigt Hilde Palland de maatregel Crisisregeling Personeelsbehoud van haar partijgenoot. “Wij hebben er heel hard voor gepleit werkgeverschap te faciliteren, ook om het aantrekkelijker te maken iemand in dienst te nemen. De brief is een van de eerste stappen daartoe.”

‘Achterstallig onderhoud opleidingen’

Ook mist Borstlap in de plannen van Van Gennip maatregelen voor een ‘individuele leerrekening’. Zorgen dat werkenden bijblijven is volgens hem hard nodig in een tijd dat banen en functies zo snel veranderen. “Het is teleurstellend dat de minister niet ziet wat de dappere minister Goeman Borgesius (met de invoering van de leerplicht) 120 jaar geleden wel zag.”

Borstlap spreekt van achterstallig onderhoud bij het opleiden van mensen en pleit voor forse investeringen. “Elke euro die je investeert verdien je dubbel en dwars terug met hogere arbeidsproductiviteit.” En het is goed voor werknemer en werkgever. “Wendbaarheid en weerbaarheid horen bij elkaar.”

Aov zelfstandigen: ‘was niks, is niks, wordt niks’

Het meest uitgesproken is Borstlap over Van Gennips’ maatregel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. In 2019 is in het pensioenakkoord tussen werkgevers (VNO) en werknemers (FNV) afgesproken dat dat deze er moet komen. Maar Borstlap adviseert geen aov voor zelfstandigen in te voeren. “Dat dit buiten de zzp-organisaties om is gedaan, is vragen om problemen. Het was niks, het is niks en het zal ook niks worden.”

Nieuw sociaal stelsel

Borstlap pleit in plaats daarvan voor ‘basisvangnet’ om alle werkenden te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. “De overheid moet een vloer garanderen, zorgen dat niemand daar doorheen zakt.”

En daarin vindt hij een medestander in Ruben Houweling. Houweling wijst er op dat in tien jaar tijd drie wetten zijn gekomen (WWZ, WAB en Wet DBA) die niet leiden tot het doel, een toekomstbestendige arbeidsmarkt. “Het probleem is dat arbeidsrechtelijke onderwerpen en regels voor sociale zekerheid aan elkaar geknoopt worden. Dat maakt het ingewikkeld.” De heftige discussie over flex en zzp is ontstaan door deze ‘houdgreep’, zo redeneert Houweling. “Als de condities voor een basisvoorziening voor alle werkenden er zouden zijn, zijn de ingrepen in arbeidscontractvormen (vast, zzp) niet meer zo spannend.” Maar is het realistisch om te hopen op een fundamenteel nieuw sociaal stelsel? “Het kan, maar dat heeft tijd nodig”, stelt Houweling. “Als je er nu mee begint zou het in 2035 kunnen worden ingevoerd.”

Onderscheid (schijn)zelfstandigheid

Ondertussen worstelt de politiek nog met een uitvoerbaar en handhaafbaar alternatief voor de wet DBA. “Er moet bij een zelfstandige echt sprake zijn van ondernemerschap. Anders krijg je constructies waarbij mensen werken zonder aov. Dat kan echt niet”, zegt Hilde Palland. Daarbij kan men niet om lastige arbeidsrechtelijke termen als ‘gezagsverhouding’ en ‘organisatorische inbedding’ heen. De uitspraak van de Hoge Raad in de Deliveroo-zaak geeft aan dat wij als politiek dit moeten invullen.”

“Het is aan ons om een manier te vinden om de schijnzelfstandigen te onderscheiden van echte zelfstandig ondernemers”, zegt Palland. Volgens haar kan Den Haag zich door andere landen laten inspireren. Zo staat zij positief tegenover het Belgische model, waarbij een meer sectorale aanpak voor het bepalen van (schijn)zelfstandigheid geldt.

Hyperkrapte arbeidsmarkt

Dagvoorzitter Hugo-Jan Ruts vraagt zich af hoe actueel de discussie over meer rechtszekerheid voor (flex)werkenden is. De plannen van het kabinet zijn gebaseerd op de kwalijke kant van flex, dat speelde vooral in 2019. Nu is er sprake van hyperkrapte, een arbeidsmarkt waarop de werkende het voor het zeggen heeft.” Borstlap gaf toe dat zijn Commissie niet had voorzien dat de krapte op de arbeidsmarkt zo fors zou zijn.

Terwijl de politiek worstelt met hervorming van de arbeidsmarkt – zoals het repareren van onwerkbare wet- en regelgeving als de Wet DBA – gaan de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in razend tempo. De kabinetsplannen sluiten niet eens aan bij huidige praktijk, laat staan bij de arbeidsmarkt van morgen, zo klinkt de kritiek uit de zaal.

Meer zzp’ers

Want bij de aanwezige werkgevers, detacheerders en intermediairs bij de ArbeidsmarktPoort rest vooral de vraag ‘wat schieten we hier daadwerkelijk mee op?’ Margreet Drijvers van PZO-ZZP vraagt het Borstlap op de man af. “De hele brief van Ven Gennip ademt toch traditionaliteit? Het vaste contract is de norm. Waar is die wendbaarheid die werkgevers willen? Waar blijft de vrijheid van zzp’ers?” Borstlap vult aan dat vast alleen de norm moet zijn voor structureel werk, maar dat stemt het publiek niet gerust. Integendeel. “Waarom mogen mensen niet zelf kiezen of zij werknemer of zp’er willen zijn?” is de logische vervolgvraag uit de zaal.

Borstlap zegt dat hij zich grote zorgen maakt over de groei van het aantal zzp’ers in de zorg. Hij haalt het cliché van de zorgmedewerker die op vrijdagmiddag ontslag neemt om op maandagochtend als zelfstandige aan de slag te gaan nog maar eens aan. “Een systeem dat dit toestaat is onhoudbaar.”

Tegelijkertijd meldt ZiPconomy op basis van onderzoek van Intelligence Group dat een overgrote, groeiende meerderheid van de zelfstandig professionals helemaal niet terug wil in loondienst. Dat roept de vraag op of het überhaupt mogelijk is om met wet- en regelgeving de groei van het aantal zzp’ers in te dammen?

Daarop moet Borstlap het antwoord schuldig blijven. Hij verzucht: “Misschien is de geest al uit de fles.”

Lees ook:

Initiatiefnemers Bovib, VvDN en ONL
Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Rolswitch boek van het jaar volgens de Ooa

Elk jaar verkiest de Orde van organisatiekundigen en -adviseurs (Ooa ) een boek tot Boek van het jaar. Het doel van de prijs van Boek van het jaar is het bevorderen van het lezen én schrijven van vakboeken, gezien vanuit de adviseur. Dit jaar heeft Dees van Oosterhout de prijs in ontvangst mogen nemen voor haar boek Rolswitch.

De jury zegt het volgende over Rolswitch: “Dees van Oosterhout zorgde ervoor dat we na het lezen van haar boek allemaal met wat schaamrood op onze kaken zaten. Ja natuurlijk weten we van het bestaan van de verschillende rollen van een adviseur, en ja we hebben daar ook wel tekst bij, maar zo veel en zo precies als Dees? Nee. Bovendien ontdekten we allemaal dat we dat wat de essentie van dit boek vormt, het switchen tussen de rollen allemaal maar sloppy doen. Misschien is het voor onszelf duidelijk wanneer we in een klus, en misschien zelfs wel in een bijeenkomst schakelen tussen twee rollen, voor de klant zal dat zeker niet duidelijk zijn. Kortom een heel rijk en doorwrocht boek over een van de kernen van ons vak, namelijk dat we meerdere rollen vervullen. Wat dat betreft een zeer mooie aanvulling op de bestaande literatuur. Wij kennen geen enkele ander boek dat de verschillende rollen, maar vooral ook het schakelen tussen die rollen zo precies uitwerkt.”

Interview

Eerder gaf Dees van Oosterhout het volgende interview aan ManagementBoek over haar boek:

‘Het vraagt lef om organisaties duidelijk te maken dat zij op een verkeerde manier omgaan met de complexiteit van de wereld om hen heen,’ vertelt Dees van Oosterhout. ‘Dat geldt zeker op momenten dat ik ergens als consultant kom. Die complexiteit is een gegeven, maar als je probeert die te controleren, te beheersen voor mijn part, door steeds meer regels en voorschriften uit te vaardigen, bereik je precies het tegenovergestelde van wat je beoogt. En daar worden professionals de dupe van.

Lang niet alle CEO’s staan open voor die boodschap. Want er is toch niets zo eng als de regie uit handen geven, al is het maar voor een deel.’ Dat wegkijken is des te merkwaardiger als je bedenkt dat onderzoeken al jaren aantonen dat professionele self-efficacy (zelfeffectiviteit, red.), een belangrijke voorwaarde voor het leveren van meerwaarde, al jaren onder druk staat.

Ook Van Oosterhout komt dat in haar onderzoek tegen. ‘Ik hoor steeds meer mensen zeggen: ik werk keihard, maar als ik ’s avonds mijn computer afsluit, zou ik niet kunnen zeggen wat ik die dag voor de burger of de klant heb gedaan. Ik ben bezig geweest met interne controle, met mails beantwoorden en stukken schrijven, maar of ik nou werkelijk een steen op aarde heb verlegd? Mensen zijn moe. Ze missen het gevoel dat ze daadwerkelijk toegevoegde waarde hebben. Ze ervaren te weinig ruimte om zelfstandig meters te kunnen maken.

Als ze al stappen zetten, bijvoorbeeld in de Jeugdzorg of in de Regionale Energiestrategie, lopen ze tegen allerlei beperkingen aan. Er zijn bijvoorbeeld nog clubs die er ook wat van moeten vinden of regels waaraan zij zich moeten houden. Of er zijn zoveel verschillende belangen dat sommige mensen toch geen commitment hebben gegeven en de zaak weer torpederen op een ander niveau. Stappen maken en werken aan toegevoegde waarde is een ongelooflijke klus geworden.’ 

Wake-up call

Ze vertelt dat haar boek best als een wake-up call gezien mag worden: wat zijn we eigenlijk met elkaar aan het doen, welke strategie past daarbij en vooral: welke professionele rol? Want daarvan is zij heilig overtuigd: professioneel van rol switchen is dé manier om meerwaarde te kunnen leveren.

‘Dat doen we namelijk al, de hele dag door, alleen we doen het onbewust en daar wringt de schoen. Bovendien hebben we ingewikkelde opgaven voor het gemak in kleine stukjes opgeknipt, waardoor het overzicht verloren gaat. Neem bijvoorbeeld de Toeslagenaffaire. Ik zit weliswaar niet echt in dat dossier, maar wat ik ervan heb meegekregen, is dat daar heel veel mensen heel bevlogen gewerkt hebben, maar wel vanuit hun eigen werkelijkheid. Maar juist doordat we alles zo complex gemaakt hebben met zo veel regels, is er geen totale rationaliteit meer en ontbreekt het overzicht van wat we met elkaar aan het doen zijn.

Als je bijvoorbeeld kijkt naar het Ministerie van Sociale Zaken, daar denken ze: ik moet vandaag vanuit de kinderopvang denken, terwijl ze bij Financiën vanuit de toeslagen en de regels denken. En bij de commissie Toeslagenaffaire denken ze: we mogen niet weer kamervragen krijgen. Iedereen zit op een klein deelgebiedje waar je het contact verliest met hoe je beleid uiteindelijk uitwerkt, terwijl iedereen keihard zijn best doet. Daarvoor heb ik mijn boek geschreven, om de vraag te beantwoorden: hoe starten we dit soort trajecten nou op, hoe verbinden we aan de voorkant en welke tools hebben we om het fragmentarische te ontstijgen?’ 

‘Even’

Als professionele rolswitch daarvoor een oplossing biedt, waarom dan juist de vijf rollen die zij in haar boek bespreekt: projectleider, procesregisseur, programmamanager, adviseur en procesbegeleider? ‘Omdat deze rollen voor mij het meest algemeen zijn, en misschien wel het meest herkenbaar voor alle mensen. Natuurlijk zijn er veel meer: verbinder, strateeg, netwerker, manusje-van-alles, secretaris, koffiejuffrouw…. Maar op deze vijf rollen worden mensen het meest aangesproken. Schrijf snel even een advies, geef even aan wat ik in deze situatie moet doen, beantwoord even die kamervragen.

Dat woordje ‘even’ komt altijd weer terug. Ik heb zojuist een training voor een grote gemeente gegeven, aan opdrachtgevers binnen die organisatie, en bij iedereen kwam dat woordje ‘even’ minstens drie keer terug in de opdracht die ze bij wijze van oefening hadden geschreven. Alles moet altijd maar ‘even’. Maar wat er gevraagd wordt is in essentie een rolswitch. Ik pleit ervoor om die niet ‘even’ te doen, maar bewust stil te staan bij welke rol er van hen wordt gevraagd en welke professionaliteit dat vergt. . Te vertragen. Het is logisch dat de mensen van wie je zo’n switch vraagt – een keer of vijftien keer per dag hè! – aan het eind van die dag niet meer zijn toegekomen aan hun eigen werk!’

Dat mag dan zo zijn, maar krijg je als professional voldoende tijd om op een professionele manier te vertragen bij dergelijke rolveranderingen? Het kost immers tijd om jezelf af te vragen wat er precies van jou verwacht wordt, hoe je opdrachtgever succes definieert en, last but not least, of jij wel voldoende bent toegerust voor deze opdracht. ‘Ja hoor,’ antwoordt Van Oosterhout gedecideerd, ‘zolang je je maar realiseert dat je per rol jezelf kunt zijn. Per rol heb je bovendien een aantal ankerpunten; die heb ik in mijn boek uitgebreid beschreven. Je vraagt je bijvoorbeeld af: ga ik deze kamervragen vanuit mijn expertrol beantwoorden? Zo ja, dan heb ik binnen de kortste keren drie departementen op mijn dak, dus misschien kan ik het beantwoorden beter integraal oppakken. Dus namens die drie departementen antwoord geven. Dat kost inderdaad wat meer tijd, maar misschien voorkom je zo een heleboel heibel die je anders gegarandeerd had gekregen.’

Wendbaarheid

Hebben wij inderdaad, zoals zij schrijft, al deze vijf rollen in ons? Druist dat niet in tegen bijvoorbeeld de Zelfbeschikkingstheorie (ZBT) van Deci en Ryan? Die leert dat optimaal functioneren, welbevinden en professionele groei onder meer afhankelijk zijn van de mate waarin mensen zich competent voelen. Bovendien heb ik zelf gezien dat schoolleiders die vanuit het onderwijs de stap maakten naar een opleidingsinstituut om daar als docent te gaan werken, slecht scoorden op acquisitievaardigheden, die ook bij hen verondersteld werden.

‘Werden ze daar op getraind?’ riposteert Van Oosterhout. Ik moet bekennen dat dat niet het geval was. ‘Dan is het logisch dat ze er commercieel niets van bakten. Ze moeten eerst bij zichzelf te rade gaan: hoe kijk ik aan tegen die commerciële rol, wat houdt die in, waar zit de acquisiteur in mij en hoe kan ik die zo vormgeven dat ik die rol wel kan oppakken? We eisen voortdurend rolswitch van mensen en gaan er zonder meer van uit dat ze dat ook kunnen. Op z’n best sturen we ze naar een cursus marketing of commerciële vaardigheden, maar het gaat erom dat je je bewust wordt van het feit dat je een andere pet opzet: wat vergt dat van mij en hoe kan ik ‘m uit mezelf halen? Volgens mij moeten we mensen veel meer in wendbaarheid trainen en ze laten zien dat ze dat best in zich hebben. Voor kinderen op de basisschool is dat ook geen probleem.’

Ik ben ten slotte benieuwd wat zij in organisaties terugziet van haar inspanningen; als trainer en als consultant. Hebben die tot duurzame verandering geleid? Van Oosterhout toont zich hier bescheiden over: ‘We moeten durven omgaan met onzekerheid en mensen ruimte durven geven; anders verandert er niks,’ vertelt ze. ‘Dat is ook een appél aan de politiek. In mijn trainingen krijg ik mensen wel zo ver da ze hun nek durven uitsteken, maar vervolgens lopen ze telkens weer tegen de interne behoefte van organiseren aan.

We willen alles vijftien keer controleren, waardoor mensen afhaken. Mijn invloed is daardoor beperkt. Ik kan mensen bewustzijn bijbrengen en tools in handen geven, maar daar houdt mijn invloed op. Je moet een appél blijven doen op het pakken van vrijheid. Het is een paradox. Ik zie namelijk wel wat die hang naar controle met mensen doet, maar tegelijkertijd zie ik mensen binnen de mogelijkheden die zij wel hebben, hun ruimte pakken. Om hun functie vorm te geven. Hun weg te vinden binnen die bureaucratie. In die niche heb ik willen springen om mensen toch iets in handen te geven: wat kan ik maximaal doen om toch hiermee om te gaan. Daardoor zie ik mensen toch ook wel floreren en dan hoop ik maar dat ik daaraan met mijn boek heb bijgedragen. Als je wilt, kun je dat onder de noemer ‘liefde’ brengen.’

Dit interview van Bert Peene is eerder verschenen op ManagementBoek. Je kunt Rolswitch hier bestellen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Zzp’er wil vooral zzp’er blijven en niet terug in loondienst

Tien procent van de zzp’ers wil liever (weer) als werknemer in loondienst werken. In 2015 wat dat nog 18 procent. Toen lag het percentage dus bijna twee keer zo hoog. De groep zzp’ers (‘eigen arbeid’) die expliciet aangeeft niet te willen terugkeren in loondienst is van 43 procent in 2015 gestegen tot 55 procent in 2022. De groep ‘misschien’ blijft over de jaren nagenoeg stabiel op een derde van de gehele doelgroep.

De praktisch opgeleiden hebben een nog sterkere voorkeur voor het zzp-schap dan de theoretisch opgeleiden. Dit blijkt uit een analyse van Intelligence Group op haar data van zo’n  1.100 ondervraagde zzp’ers per jaar sinds 2015.

Nog nooit wilden zo weinig zzp’ers terug in loondienst

Van gedwongen zelfstandigheid lijkt nauwelijks nog sprake wanneer zzp’er gevraagd wordt of zij terug in loondienst willen. 10 procent zou (weer) willen werken als werknemer in loondienst, en als wordt ingezoomd op de groep met een (v)mbo-opleiding is dit zelfs nog minder, namelijk 8 procent. De groep die als werknemer in loondienst wil is zowel in absolute als relatieve zin de afgelopen jaren kleiner geworden, terwijl het aantal zzp’ers alleen maar is gestegen. Binnen alle opleidingsniveaus is dezelfde dalende trend te zien, waarbij praktisch opgeleiden nog uitgesprokener zijn.

‘De arbeidsmarkt is de afgelopen jaren zo goed, dat wanneer een zelfstandige onvrijwillig zzp’er is, en/of graag terug wil in loondienst, hij of zij dat nu wel zou hebben gedaan’, aldus Geert-Jan Waasdorp, directeur Intelligence Group. ‘De wens van loondienst of een vast contract is niet de wens van het overgrote gedeelte van de huidige zzp’ers. Zij prefereren de voordelen van het zzp- en ondernemerschap.’

Waasdorp uit zijn zorgen met betrekking tot de plannen van het beperken van de beweegruimte van zzp’ers, de zogenoemde ‘inbedding’. ‘Wanneer zzp’ers niet meer kunnen werken in kernberoepen van organisaties, worden zij eerder dat beroep uitgejaagd dan verleid naar een vast dienstverband. Dat zou een catastrofe betekenen voor samenlevingskritische infrastructuur. De zeer krappe arbeidsmarkt en de al haperende dienstverlening zouden daarmee in nog grotere problemen komen. De zzp-geest is uit de fles en die krijg je er in deze krappe arbeidsmarkt – salaris en flexibiliteit zijn de belangrijkste drivers op deze arbeidsmarkt – niet meer in met beperkingen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | 6s Reacties

Wet certificeringsplicht bureaus loopt vertraging op

Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) onderzoekt of en hoe zij het wetsvoorstel ‘verplichte certificering voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ kan aanpassen. Dat schrijft ze maandag aan de Tweede Kamer. Ze reageert daarmee op kritiek van de Raad van State.

Aanvankelijk zou deze wet ingaan op 1 januari 2025. Die datum lijkt nu niet meer haalbaar. De kritiek van de Raad van State gaat namelijk over de kern van het voorstel.

Gevolgen verplichte certificering

De minister werkt aan een certificeringsplicht voor alle bedrijven die in Nederland aan terbeschikkingstelling van arbeid doen zoals beschreven in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Dit verplichte certificeringsstelsel is een van de belangrijkste aanbevelingen van het Aanjaagteam Arbeidsmigranten (commissie Roemer).

De wet moet zorgen dat uitzenders al hun medewerkers goede arbeids- en leefomstandigheden geven. Zodra de wet ingaat, mogen werkgevers alleen nog mensen inlenen van gecertificeerde bureaus. Doen ze toch zaken met een partij zonder certificering, dan krijgen ze een boete.

  • Lees meer over certificeringsplicht en hoe die ook detacheerders en andere raakt in dit nieuwsoverzicht

Kritisch advies Raad van State

De Raad van State adviseerde enkele weken geleden het wetvoorstel in de huidige vorm niet in te dienen bij de Tweede Kamer. Volgens de Raad staan misstanden in de uitzendsector niet op zichzelf, ze zijn ook het gevolg van de vraag naar goedkope arbeid van ondernemers. En die komt weer voort uit de vraag naar goedkope producten en diensten.

Daarom is er volgens de Raad van State een ‘integrale aanpak’ nodig om misstanden op de arbeidsmarkt effectiever te bestrijden. Om van eerlijk werk de norm te maken, moet de minister meer doen dan malafide uitleners aanpakken. Zo moeten bijvoorbeeld de eisen rondom huisvesting van arbeidsmigranten niet beperkt zijn tot uitzenders.

De Raad ziet een eenvoudigere stelsel voor zich. De overheid moet een centralere rol spelen. In het voorstel van Van Gennip krijgen private inspectieinstellingen een belangrijke rol, maar de adviseur van regering twijfelt of die voldoende capaciteit hebben.

Nieuw overleg

De minister neemt de kritiek van de Raad van State dus serieus. In haar brief aan de Tweede Kamer schrijft zij: “Het advies (…) geeft mij aanleiding om zorgvuldig te overwegen of en, zo ja, welke aanpassingen in het wetsvoorstel aangewezen zijn. Wat betreft de inrichting van het stelsel, staat voorop dat het stelsel effectief moet zijn in het beschermen van arbeidskrachten, waaronder arbeidsmigranten, en in het waarborgen van een gelijk speelveld voor bonafide uitleners.”

De minister brengt ‘op korte termijn’ de mogelijke aanpassingen in kaart. “Daarbij betrek ik ook de sociale partners, waarmee ik heb samengewerkt bij de uitwerking van het advies van het Aanjaagteam. Ook de overige onderdelen van het advies bestudeer ik de komende periode nader.”

Urgentie blijft

Van Gennip benadruk de urgentie. “We kunnen immers geen dag langer wachten dan noodzakelijk met het invoeren van een nieuw stelsel. Tegelijkertijd heeft het advies onvermijdelijk gevolgen voor het tijdspad.”

Ze sluit haar brief af met een oproep aan alle uit- en inleners in Nederland. “Niemand hoeft te wachten op wet- en regelgeving om arbeidskrachten, waaronder arbeidsmigranten, menswaardig te behandelen. Goed werkgeverschap en de waarde van werk horen daarbij centraal te staan.”

Op 20 april praat minister Van Gennip met de vast kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het thema Arbeidsmigratie en de rol van uitzenders.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

6 strategieën om ingehuurd personeel te behouden

Veel sectoren kampen met tekorten aan talent. Hierdoor is het behouden van werknemers momenteel een hot topic. Maar het gaat zelden over strategieën om tijdelijk, flexibel personeel, de mensen die voor uw organisatie werken maar niet in dienst zijn, te behouden.

Er bestaat een misvatting dat ingehuurd personeel gelijk staat aan korte termijn. Dat het geen zin heeft om een onafhankelijke contractant, freelancer of consultant te behouden, aangezien deze toch al over een paar maanden naar zijn volgende contract gaat.

Maar de waarheid is dat veel van deze professionals langdurige relaties met hun klanten hebben. Ze kunnen lange tijd voor dezelfde organisatie werken of gedurende een periode van meerdere jaren meerdere keren bij hen terugkeren.

De voordelen van het behouden van uw tijdelijke personeelsbestand

Het ontwikkelen van strategieën voor het behouden van tijdelijke werknemers kost tijd en moeite, maar levert grote voordelen op. Bijvoorbeeld:

  • Lagere kosten voor de werving van talent: elke tijdelijke werknemer die u kunt overtuigen om langer bij uw bedrijf te blijven, betekent een werknemer minder die u moet zoeken, inwerken en opleiden. Dit kan u zowel tijd als geld besparen bij het werven van tijdelijk talent.
  • Verhoogde efficiëntie en productiviteit: elke keer dat u een nieuwe werknemer in dienst neemt, neemt de productiviteit af wanneer ze aan de slag gaan. Als u dezelfde werknemers langer vasthoudt (of professionals die eerder voor u werkte terughaalt), weten ze al hoe alles werkt.
  • Snellere en betere werving: Wanneer u professionals waarvan het contract afloopt opnieuw in dienst neemt, of degenen die eerder voor u hebben gewerkt opnieuw in dienst neemt, kunnen ze meestal veel sneller aan het werk. Bovendien hoeft u zich geen zorgen te maken over de kwaliteit van hun werk, aangezien u hen al kent.
  • Verbeterde merkreputatie: wanneer onafhankelijke contractanten en andere tijdelijke werknemers zien dat hun collega’s keer op keer voor dezelfde organisatie terugkeren (of daar voor een lange tijd blijven), geeft dit een duidelijk signaal af dat het een goede plek is om te werken.

6 strategieën voor het behouden van tijdelijke werknemers

Uw tijdelijke medewerkers overtuigen om langer te blijven? Hier zijn zes tips om uit te proberen:

1. Optimaliseer uw onboardingproces voor tijdelijke werknemers

Uit onderzoek uit 2015 blijkt dat een sterk onboardingproces voor medewerkers het behoud van nieuwe medewerkers met wel 82 procent kan verbeteren. Er is geen reden om aan te nemen dat dit effect niet ook van toepassing is op tijdelijke werknemers. Onboarding is immers uw kans om een goede eerste indruk te maken op uw nieuwe werknemers. Dit kan een grote impact hebben op hoe zij uw organisatie zien.

Een goed gepland, goed geïmplementeerd onboardingproces zou nieuwe starters in staat moeten stellen om snel de kerninformatie te begrijpen die ze nodig hebben om hun werk te doen. Het is echter net zo belangrijk dat het introducties bevat van de belangrijkste spelers waarmee ze zullen werken, en hen ook kennis laat maken met de bedrijfscultuur.

Beide zaken helpen ervoor te zorgen dat nieuwe werknemers zich deel van het team voelen, wat niet altijd vanzelfsprekend is bij tijdelijke werknemers.

2. Creëer een vriendelijke werkomgeving voor tijdelijk personeel

De meeste organisaties richten hun processen, beleid en zelfs fysieke ruimte in met hun vaste medewerkers in gedachten. Tijdelijke werknemers worden vaak als bijzaak beschouwd, als er al aandacht voor hen is. Maar uw tijdelijke werknemers laten zien dat ze net zo gewaardeerd worden als hun vaste tegenhangers, kan een effectieve manier zijn om hen langer vast te houden.

Tijdelijke werknemers laten zien dat ze net zo gewaardeerd worden als hun vaste tegenhangers, kan een effectieve manier zijn om ze langer vast te houden.

Dit betekent ervoor zorgen dat tijdelijke werknemers over de tools en apparatuur beschikken die ze nodig hebben om te werken, inclusief toegang tot alle digitale bronnen die ze nodig hebben. Zorg er ook voor dat de betalingsvoorwaarden en tijdlijnen (ten minste) marktconform zijn.

Het kan ook waardevol zijn om de ingehuurde professionals op de hoogte te houden van wat er in uw organisatie gebeurt. Velen worden echter buitengesloten bij bedrijfsevenementen. Hen uitnodigen kan een nuttige retentiestrategie zijn.

3. Communiceer regelmatig en effectief van begin tot eind

Effectieve communicatie is de sleutel tot een soepel en succesvol project. En aangezien niemand wil werken aan chaotische of slecht geleide projecten, kan het ook van cruciaal belang zijn om werknemers langer vast te houden.

Dit start bij het begin van uw professionele relatie met een grondig onboardingproces. Maar ook nadat werknemers met succes aan boord zijn, is het belangrijk om effectief te blijven communiceren.

Vraag uw managers een schema op te stellen voor regelmatige check-ins met uw professionals, om ervoor te zorgen dat ze zich gesteund voelen. Dit is vooral van cruciaal belang tijdens de eerste dertig dagen. Zo voorkomt en corrigeert u eventuele afstemmingsproblemen, die kunnen leiden tot vroegtijdige vertrek als er niets aan wordt gedaan.

4. Bied uw tijdelijke team speciale voordelen

Het bieden van de juiste voordelen is een belangrijk onderdeel van elke retentiestrategie, of het nu gaat om vaste of niet-permanente werknemers. Het zou zelfs nog belangrijker kunnen zijn als het gaat om tijdelijke werknemers, aangezien zij normaal gesproken geen toegang hebben tot dezelfde voordelen en secundaire arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers.

Een andere mogelijkheid is om hulpmiddelen voor loopbaanplanning of -ontwikkeling aan te bieden, zoals vaardigheidsbeoordelingen of toegang tot trainingsprogramma’s. Dit laat tijdelijke werknemers zien dat u hen waardeert en dat u in hun loopbaan investeert, ook al zijn het geen vaste werknemers.

5. Ontwikkel een herplaatsingsprogramma voor vertrekkende professionals

In tegenstelling tot vaste werknemers werken tijdelijke werknemers doorgaans op contracten met een vast eindpunt. Dit kan een vaste datum zijn, of het moment waarop een project is voltooid. Een contract dat afloopt, betekent echter niet dat de reis van een werknemer bij uw organisatie ook moet eindigen.

Vooral in bedrijven met uitgebreide tijdelijke programma’s is het zeer waarschijnlijk dat in ieder geval enkele professionals van wie het contract bijna afloopt, zeer geschikt zijn voor nieuwe vacatures. Zij vertegenwoordigen een kleine maar belangrijke groep kandidaten voor nieuwe functies, aangezien deze werknemers al vooraf zijn doorgelicht en bekend zijn met uw bedrijf.

Door werknemers opnieuw in te zetten in plaats van nieuwe kandidaten te zoeken, kunt u aanzienlijk besparen op talentwerving en de invul- en aanlooptijden aanzienlijk verkorten.

6. Houd tijdelijke werknemers betrokken bij een talent community

Als u veel tijdelijke werknemers in dienst neemt, overweeg dan om vroegere, huidige en potentiële werknemers samen te brengen in een toegewijde talentengemeenschap.

Dit kan fungeren als een waardevol platform, waardoor u voormalige werknemers betrokken kunt houden lang nadat ze klaar zijn met werken voor u. Het biedt ook een continue pijplijn van talent waar je in kunt duiken wanneer je het nodig hebt. Aangezien elke kandidaat vooraf is doorgelicht en goedgekeurd, kunt u de ‘time to hire’ korter maken zonder u zorgen te hoeven te maken over de kwaliteit.

Als dit goed geregeld wordt, kan een talentengemeenschap ook fungeren als een plek waar zelfstandige werknemers kunnen netwerken, vragen kunnen stellen en ideeën kunnen delen. Op deze manier wordt het een waardevolle hulpbron op zich. Voormalige werknemers kunnen op de hoogte blijven van uw organisatie en hun profielen bijwerken naarmate ze nieuwe vaardigheden of kwalificaties opdoen.

Meer lezen over dit onderwerp? Bekijk dan de website van CXC.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

Instant geluk is ook bij de zoektocht naar werk ‘snelheid + flexibiliteit + keuze’

De World Employment Confederation (WEC) is de overkoepelende organisatie boven nationale bonden van organisaties die zich bezighouden met arbeidsbemiddeling, zoals de ABU dat is in Nederland. Het centrale thema van deze Brusselse WEC conferentie was ‘Working in a digital age: orchestrating digitalisation for better labor markets’. Hierbij stond de impact van nieuwe technologieën op de toekomst van werk in de spotlights. En die impact is er zowel voor individuen, die niet mogen achterblijven, als voor organisaties, die werk op een andere manier moeten organiseren en gelijktijdig met een historische schaarste worden geconfronteerd.

Grootschalig onderzoek

Bemiddelende HR-dienstverleners staan in het midden tussen de individuele werkenden én de organisaties. “Bureaus moeten zich afvragen hoe zij moeten inspelen op wat speelt bij hun twee klantengroepen,” stelt Jeff Neumann, VP Product Marketing bij Bullhorn. Hij vertelde in Brussel over hun grootschalig onderzoek, het GRID Talent Trends Report. Algemene conclusie: het bieden van een ongelooflijke talentervaring is nog nooit zo belangrijk geweest.

Het bieden van een ongelooflijke talentervaring is nog nooit zo belangrijk geweest.

Resultaten

Dit is wat het huidige talent verwacht van uitzendbureaus en andere HR-dienstverleners in 2023 en daarna. Doe er je voordeel mee!

  1. Vroeger speelde de reputatie van het bureau een beslissende rol. Anno 2023 is de motivatie van kandidaten om al dan niet voor een bepaald bureau te kiezen veranderd. Kandidaten met een negatieve ervaring ergens tijdens de volledige ‘journey’ van de samenwerking haken af. “We zien een ongelofelijk sneeuwbaleffect aan ongewenst verloop na een mindere ervaring, en dat op elk moment van de samenwerking,” stelt Jeff Neumann. “Zeven op de tien laat een aanbod voorbijgaan omdat ze een negatieve ervaring hebben.”
  2. Organisaties met slechts één strategie om met ‘dé’ arbeidsmarkt te communiceren, missen talent. Kandidaten en HR-dienstverleners (en hun klanten) praten letterlijk langs elkaar heen. Kandidaten communiceren bij voorkeur via platformen; organisaties en intermediaire partijen sturen sms-berichten. Dat zijn totaal verschillende media om elkaar te vinden, waardoor dit steeds vaker een miscommunicatie wordt. Zeker als je incalculeert dat er steeds meer jongere kandidaten op de arbeidsmarkt komen (zie afbeelding 1), dan is duidelijk dat je er met alleen sms-berichten niet meer komt.
  3. Door de opkomst en het succes van o.a. online shoppen, zijn we als consument gewend om met twee of drie muisklikken instant geluk te ervaren. Dit heeft ook impact op hoe er over werk wordt gedacht: werk wordt nu benaderd als online bestellen van kleding of eten. Ook voor zoeken naar werk geldt ‘snelheid + flexibiliteit + keuze = instant geluk’.
Er komen steeds jongere kandidaten op de arbeidsmarkt.

Wat moeten bureau’s (en bij uitbreiding ook Talent Acquisition teams) doen?

“Hoog tijd voor een structurele samenwerking tussen zij die talent werven en de marketing afdeling,” luidt het advies van Bullhorn. Marketing kent immers alles over segmenteren van het doelpubliek en het afstemmen van de communicatie op specifieke doelgroepen. Zij zijn ook gewend om resultaten van acties te monitoren en bij te sturen indien niet voldoende succesvol.

Maar het stopt dus niet bij het aantrekken van talent, waarschuwt het rapport ook. Zet in op vier domeinen: aantrekken, werven, ontvangen en inzetten.

Zet in op vier domeinen: aantrekken, werven, ontvangen en inzetten.

Begin met journey mapping

Hoe doe je dat?

  • Begin met ‘journey mapping’: per segment met kandidaten op maat in kaart brengen van de reis van de kandidaat door jouw lifecycle. (zie afbeelding 2)
  • Leg extra nadruk op de kritische momenten waar het mis kan gaan
  • Meet voortdurend op alle tussenstappen (niet alleen het eindresultaat, zo waarschuwt Jeff) wat er gebeurt.
  • Analyseer deze data en stel het proces, de reis, bij waar nodig.

Stel dat je 40 procent ongewenst verloop hebt in het onboardingproces. Doordat je dit meet, kan je ook zoeken naar oplossingen: wat doen we fout? En wat moeten we anders doen om meer succesvol te worden?

Een succesvolle talentstrategie moet voortdurend in lijn zijn met de realiteit van onze arbeidsmarkt. Aangezien die voortdurend verandert, moet ook jouw talentstrategie zich voortdurend aanpassen (zie foto 3).

Foto 3: Een succesvolle talentstrategie bouwen

 

Lees ook:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter