Maandelijkse archieven: april 2023

‘Hoe oplossingen het grootste probleem kunnen zijn’

De oplossingenmachine: het zal menigeen als muziek in de oren klinken. Heb je een probleem, stop het in de oplossingenmachine en aan de andere kant floept er een oplossing uit. Weg probleem. ‘Doe mij er maar ééntje, zeiden de mensen die wij vertelden over ons nieuwe boek’, zegt Thom Verheggen met een glimlach. ‘Zo gaat het natuurlijk ook in de praktijk. Iedereen wil graag een oplossing als zich een spannend vraagstuk voordoet. Maar we beseffen niet dat we met zo’n oplossingenmachine juist ook iets stukmaken of afpakken. Dat is het eigenlijke onderwerp dat we aan de kaak stellen: dat het vaak goed is de oplossingenmachine wat af te remmen.’

Zoals Wouter Hart in zijn vorige boeken Verdraaide organisaties en Anders Vasthouden af en toe anekdotes over zijn zoon Jasper gebruikte om patronen in ons werk te verduidelijken, is in dit nieuwe boek zijn inmiddels tienjarige dochter Sterre de heldin van het verhaal. Met een uitgebreide beschrijving van haar ochtendrituelen doet Hart uit de doeken hoe de oplossingenmachine werkt. Aanvankelijk kostte het hem ongelooflijk veel moeite om haar te laten opstaan, zodat ze op tijd op school zou komen. Maar toen hij ontdekte hoe hij Sterre duidelijk kon maken wat zij er zelf mee te winnen had, en welke voordelen ermee gepaard gingen, nam zij zelf verantwoordelijkheid. Het moeten opstaan werd willen opstaan. Sindsdien is er ’s ochtends geen gedoe meer thuis.

Achter de bureauredactie

Sinds een jaar of vijf werken Hart en Verheggen nauw samen, in alles wat ze doen. Weliswaar is de tekst in de eerste persoon enkelvoud geschreven, waardoor je het gevoel krijgt dat Hart aan het woord is, maar het boek is nadrukkelijk een coproductie. Verheggen, die van oorsprong ontwerper is, maakte net als bij Anders Vasthouden de illustraties, maar is net zo goed verantwoordelijk voor de inhoud. En door de tweehonderd lezingen die zij jaarlijks voor organisaties geven raakten zij beiden gefascineerd door de mate waarin mensen last hebben van de regels van anderen. ‘Tijdens die lezingen zijn we natuurlijk altijd aan het proeven wat er speelt’, vertelt Hart. ‘Eén van de dingen die ons opvielen, is dat hoewel iedereen zo langzamerhand wel weet dat bureaucratie verstikkend werkt, er steeds weer nieuwe regeltjes ontstaan. We zijn op de een of andere manier geneigd de ruimte voor anderen in te perken. Maar in plaats van dat wij ons op de effecten van die bureaucratie hebben gericht, hebben Thom en ik ons afgevraagd: wat doen wij zelf waardoor dat patroon in stand blijft? Waarom ontstaat die bureaucratie steeds opnieuw? Waarom slagen wij er niet in de hiërarchie te doorbreken? Dit boek gaat eigenlijk over het verhaal achter de bureaucratie en de hiërarchie.’

Waarom hebben de twee eigenlijk voor de metafoor van de machine gekozen? ‘Het woord machine associëren we met iets automatisch’, legt Verheggen uit. ‘Als er een probleem is, worden we onzeker, verplaatsen we de regie en komt er een oplossing. Dat gebeurt als in een reflex, bijna machinematig. Het gaat maar door, de hele tijd. Er gaan vraagstukken in, er komen oplossingen uit. In de regel ook oplossingen voor de ander. En daar zit de pijn. Er is niets mis met oplossingen, maar ze zijn vaak voor anderen bedacht.’

En daar krijgen we te maken met verschillende negatieve bijeffecten. Als iemand anders een oplossing voor ons bedenkt, krijgen we het gevoel iets te moeten. We hoeven niets meer te bedenken, omdat ons eigen kompas wordt uitgezet. We krijgen te maken met conflicterende belangen en het werkelijke vraagstuk verdwijnt uit beeld. Een gevaarlijke ontwikkeling, die niet aansluit bij wat organisaties graag zien van hun mensen, stelt Hart. ‘In een oplossing zit geen wendbaarheid of vrijheid. Als je het antwoord krijgt aangereikt, hoef je geen beroep te doen op je eigen kompas. In de oplossing zit moeten. Dat is heel paradoxaal: in alle bedrijfsplannen staat dat de wereld sneller verandert dan ooit, dat er steeds meer complexiteit op ons afkomt en dat we flexibeler en wendbaarder moeten worden. Maar wat we doen, is al die eigenschappen met oplossingen wegorganiseren. Dan ga je het niet redden. Als jij flexibel en wendbaar wilt worden, kun je niet alles oplossen met bureaucratie en hiërarchie.’

Klassieke verdachten

Hart en Verheggen zien het aan beide kanten van het spectrum misgaan. Zowel de mensen die altijd maar oplossingen aanreiken als de mensen die dat over zich heen laten komen houden de oplossingenmachine in stand. ‘De machine bevestigt voortdurend zijn eigen noodzaak’, verduidelijkt Verheggen. ‘Op het moment dat ik met oplossingen kom, gaat de ander minder nadenken. En omdat de ander minder nadenkt, moet ik steeds opnieuw met oplossingen komen. Dat hopen we met dit boek te doorbreken. Het gaat je nooit lukken om het helemaal om te gooien, maar op het moment dat mensen verantwoordelijkheid nemen, hebben ze minder oplossingen nodig en gaan ze meer zelf doen.’

Dat ligt vaak niet eens aan de mensen zelf, vervolgt Verheggen. ‘Niet lang geleden sprak ik een docent van een hogeschool, die een aantal studenten begeleidde bij een vrijwillig studietraject. Hij was verrast over de manier waarop die studenten functioneerden. Bij de reguliere vakken sprongen die studenten keurig door alle hoepeltjes, zonder een stap te veel te zetten. Als ze ergens geen punten voor kregen, deden ze het niet. Die docent dacht dat dat een karaktereigenschap was. Maar bij dat vrijwillige vak waren ze extreem gemotiveerd. Hij zag dezelfde studenten zich in een andere context volledig anders gedragen.’

Je zou bijna geneigd zijn een oplossing voor de oplossingenmachine te bedenken, maar dat weten Hart en Verheggen knap te vermijden. Onderwerpen als bureaucratie en controledwang zijn in het verleden uitstekend beschreven door auteurs als Mathieu Weggeman en Thijs Homan, maar daar is het de twee niet om te doen. ‘Bureaucratie, hiërarchie en controle zijn de klassieke verdachten, maar het vraagstuk is groter’, zegt Hart. ‘De vraag is: herkennen we de oplossingenmachine? Herkennen we het gevoel dat we, elke keer als iemand ons advies vraagt, de oplossingenmachine in stand houden? Dat we daarmee mensen kleiner maken terwijl we het belangrijk vinden dat ze groter worden? Daarom denk ik dat dit boek wezenlijk iets toevoegt aan wat andere auteurs in het verleden al hebben geschreven. Zolang wij de oplossing aantrekkelijk blijven vinden, handhaven we dezelfde manier van denken. Dan doen we zelf wat wij proberen te bestrijden.’

Klein houden

Verheggen en Hart houden het verhaal bewust klein. ‘Als je naar de grote beweging kijkt, zou je kunnen denken: de leidinggevenden moeten het stuur wat meer afstaan aan de professionals, dan komt het goed’, zegt Verheggen. ‘Maar de professional heeft zijn eigen oplossingen. Dan is de vraag: wat brengt hij op zijn beurt met zijn oplossingen teweeg bij de bewoner, de leerling, de patiënt of wie dan ook? De professional zou ook zijn eigen oplossingenmachine wat kunnen afremmen, zodat zijn leerling of klant in beweging komt.’

Kleine veranderingen kunnen bovendien veel in beweging brengen, is hun overtuiging. ‘Mensen die hierdoor getriggerd worden en zelf in hun zoektocht de machine wat beter weten te hanteren, kunnen veel invloed uitoefenen’, vervolgt Hart. ‘Kijk hoe de ochtenden bij ons thuis veranderd zijn. Dat is echt ongelooflijk. Ik heb in twee jaar geen enkele keer hoeven zeggen hoe laat het is en dat Sterre uit bed moet. Niet één keer. Het is zoveel leuker geworden.’ Verheggen: ‘Als we het kleine niet herkennen, dan gaat het grote niet gebeuren. En daar zit ook de lol: je kunt invloed uitoefenen op het kleine. Dat is veel leuker dan het grote, waar je geen invloed op hebt.’

Mensen herkennen het onderwerp van De oplossingenmachine, heeft Verheggen gemerkt tijdens de lezingen die hij geeft. ‘Het boek was er al voordat we het schreven, bij wijze van spreken. En door het te schrijven en door het te verbeelden, merken we nog beter wat resoneert. Mensen kennen het dubbele gevoel: ja, ik doe het ook, zeggen ze, maar wat gaaf dat ik het nu besef. Zelf heb ik dat gevoel ook: ik word er op een prettige manier een beetje onrustig van. Hè, doe ik het weer, zeg ik dan tegen mezelf.’

Voor Hart werkt het besef eerder als een lachspiegel. ‘Ik geef al twaalf jaar lezingen over het mechanisme waarmee we oplossingen bedenken voor anderen. Toch kwam ik er pas twee jaar geleden achter dat ik bij mijn dochter te ver ging. Je hoeft het heus niet altijd goed te doen. Het gaat erom dat het een leuk perspectief is, waar je je soms over kunt verbazen. In feite gaat dit boek voor mij ook over persoonlijke effectiviteit. Je wordt zoveel effectiever als je het haakje bij anderen weet vinden. Niemand wordt er blij van als je gaat sleuren. Dat werkt gewoon niet.’

Bestel het boek op www.ManagementBoek.nl 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

Streep door STAP-budget

Het STAP-budget (STimulering Arbeidsmarkt Positie) verdwijnt twee jaar na de introductie er van. Het schrappen van de regeling maakt onderdeel uit van het bezuiningspakket waar het kabinet mee komt. Dit melden onder andere het AD en RTL op basis van bronnen rond de voorjaarsnota, de jaarlijkse bijstelling van de rijksbegroting.

Er is jaarlijks 200 miljoen beschikbaar voor het STAP-budget. In 2022 kregen 214.000 mensen een STAP-budget toegekend.

Met het STAP-budget kunnen werkende of werkzoekende maximaal € 1.000 per jaar aanvragen voor scholing en ontwikkeling. Het budget kon ook door zelfstandigen aangevraagd worden.

Omstreden

De regeling staat als sinds de start flink onder druk. Zo waren er problemen rond de automatisering en was het beschikbare budget per kwartaal vaak al binnen enkele uren op. Onderzoeksjournalisten van Follow The Money brachten in kaart dat een flink deel van het budget naar dubieuze opleiders ging. Het ministerie van SZW schrapte vervolgens een deel van het aanbod.

Maar nu verdwijnt de regeling dus helemaal.

Beleid Leven Lang Leren  onder druk

Minister Van Gennip zag het STAP budget in een Kamerbrief onlangs nog als “een van de belangrijke instrumenten om het LLO-beleid (Leven Lang Ontwikkelen, red.) vorm te geven”.

Hans Borstlap, voormalig voorzitter van de Commissie Regulering van Werk, noemde onlangs bij de ArbeidsmarktPoort bijeenkomst het ontbreken van plannen voor een ‘individuele leerrekening’ een gemis in de plannen van Van Gennip. Borstlap sprak van achterstallig onderhoud bij het opleiden van mensen en pleit voor forse investeringen. “Elke euro die je investeert verdien je dubbel en dwars terug met hogere arbeidsproductiviteit.”  Het verdwijnen van de STAP regeling maakt dat beeld er niet beter op.

** UPDATE 28 april 

Deze geruchten over het verdwijnen van het STAP-budget zijn ondertussen bevestigd door het minister van SZW. Met de toevoeging het STAP-budget pas in 2024 komt te vervallen en dus in 2023 nog kan worden aangevraagd. De eerste datum dat er weer 23 miljoen te verdelen is, is op 1 mei. De resterende data voor aanvragen STAP budget zijn op 3 juli,  4 september en 1 november 2023.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 5s Reacties

Dankzij het VMS wordt strategische personeelsplanning steeds meer haalbaar

De case TBI – of hoe je talent vooruit kan plannen

“We hebben straks het overzicht van alle werkenden voor onze organisatie. En ja, nu moeten we zorgen dat we er een lekkere soep van kunnen maken.” De organisatie die ‘er een lekkere soep’ van gaat maken, is TBI waar onze gastspreker Sjoerd Hoogervorst HR Business improvement manager is. TBI werkt al enige tijd met het VMS-systeem van Nétive, en is recent doorontwikkeld naar strategische personeelsplanning. Dat kan doordat ze steeds beter hun totale workforce inzichtelijk hebben, legt Sjoerd uit.

“Door HR-systemen voor vaste medewerkers en het VMS voor de inhuurkrachten te koppelen, zorgen we ervoor dat we veel meer inzicht krijgen. Op het moment dat ons VMS met ons HR-systeem is gekoppeld, hebben we inzicht in de menselijke capaciteit die we hebben. Koppel je dan ook bijvoorbeeld met je planningssysteem, zodat je je projecten in kaart hebt, en wellicht nog de data vanuit je CRM-pakket, zodat je weet wat er in de toekomst gaat komen, dan krijg je veel beter inzicht in waar en wanneer de gaten zitten en wat je daar dan voor nodig hebt. Heb ik daar vaste mensen voor nodig? Heb ik daar inhuur nodig? En als ik de vaste mensen nog niet heb, hoe ga ik dan zorgen dat ik die vacature toch gevuld ga krijgen?”

Met het VMS hebben we bij TBI steeds beter onze totale workforce inzichtelijk.

UX bepaalde bij Essent de keuze van het VMS

Het nieuwe VMS-rapport is alweer de zesde editie van dit tweejaarlijks onderzoek waarin we trends in de wereld van inhuur en van VMS-tooling beschrijven en een overzicht aanbieden van de spelers in België en Nederland. Een nieuw hoofdstuk in het rapport is de ‘User Experience’ of UX van de VMS-aanbieders, die we door een ervaren en neutraal panel lieten beoordelen. Hun bevindingen kan je in het rapport nalezen (gratis download; hard copy op verzoek aan te kopen).

Ook onze andere gastspreker tijdens het webinar, Karel Janssens, Strategic Purchaser bij Essent,  benadruk het belang van UX. Zodanig belangrijk dat de UX van Beeline destijds de doorslag gaf voor de uiteindelijke keuze bij de aanbesteding voor een VMS. “Voor ons was UX wel echt een doorslaggevende factor in de keuze. Uiteindelijk, qua functionaliteit zijn de meeste VMS-en aan elkaar gewaagd en vele concurreren met elkaar. Maar ik zeg altijd, maak het zo simpel mogelijk, want wij én de inhurende manager hebben binnen Essent een veelvoud aan systemen en moeten er mee willen werken.”

Karel Janssens benadrukt vervolgens dat UX verder gaat dan de aanbestedingsfase: “Wij hebben op regelmatige basis gesprekken over UX met inhurende managers. Er is ook een centraal mailadres voor alle UX-gerelateerde vragen, en op wekelijkse basis is er afspraak met Beeline waarin we kijken wat loopt goed, wat gaat minder goed, wat kunnen we optimaliseren met elkaar? Dus het is een echt continu proces om die ‘user experience’ te verbeteren: continu monitoren en samen met de VMS-aanbieder continu verbeteren.”

UX verder gaat dan de aanbestedingsfase, bij Essent hebben we hierover wekelijks overleg met Beeline.

Bekijk de opname van het webinar

Het volledige gesprek met Karel Janssens van Essent kan je hier bekijken, en met Sjoerd Hoogervorst van TBI kan je hier bekijken.

Dit webinar kwam tot stand met medewerking van Beeline en Nétive VMS, waarvoor dank!

Aanleiding voor het webinar is de lancering van de zesde editie van het onderzoeksrapport naar ‘VMS-systemen in België en Nederland’ van Marleen Deleu en Mark van Assema. Uitgegeven bij NextConomy en ZiPconomy en daar gratis te downloaden.

Lees ook:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

“8 op de 10 zzp’ers wil een arbeidsongeschiktheidsverzekering”, stelt Van Gennip. Klopt dat?

“8o procent van de zzp’ers wil wel graag die verzekering.” Zo reageerde Minister Karien van Gennip zondag in Buitenhof op de opmerking van interviewer Pieter-Jan Hagens dat de invoering van een (verplichte) arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen ‘nog wel een discussie’ wordt. Daarbij wees hij op de weerstand onder zzp’ers tegen het voornemen van het kabinet. En die twintig procent die dan echt geen AOV willen? Die zijn misschien wat mondiger dan de rest, aldus de minister.

Tachtig procent van de zzp’ers, dat is wel een opvallend getal. De minister bracht het ook met volle overtuiging, om duidelijk dat maken dat dat plan zo gek nog niet is. Het plan voor een aparte verzekering voor zelfstandigen stuit immers op flinke weerstand.

De bron

Maar goed, waar komt die 80 procent vandaan? In de meest recente Kamerbrief over de uitwerking van de AOV plannen staat het niet. Navraag op het ministerie leverde helaas ook geen duidelijkheid op.

Het zou kunnen dat de minister een bericht op de website van ZZP Nederland verkeerd heeft begrepen. Want daar staat dat van de achterban van die belangenbehartiger “meer dan 80% geen verplichte AOV wil”.

Bron: “Keuzes in sociale zekerheid” (SEO Economisch Onderzoek, de rode lijn van het huidige plan is van ZiPconomy)

Meer voor de hand ligt dat minister Van Gennip zich baseert op het SEO Economisch Onderzoek uit 2020. Daarin werd specifiek onderzoek gedaan naar het draagvlak onder zelfstandig ondernemers voor een AOV. SEO bracht in kaart hoe groot het draagvlak was en hoe dat afhankelijk is van een aantal variabelen.

En ja, wat blijkt: 80% (afgerond naar boven) ziet een AOV wel zitten. Heeft de minister dus gelijk? Nou, dat is ook weer niet echt waar. Want 8 op de 10 zzp’ers is voorstander van een AOV indien de premie 2% van het maandloon is en indien de uitkering hoog is (80% van het maandloon). Daar wringt de schoen. Immers, het voorstel waar Van Gennip aan werkt voorziet in een fors lagere uitkering (WML-niveau: minimumloon) en een veel hogere premie (7,5 tot 8%).

Met die variabelen blijkt het draagvlak een stuk kleiner en daalt het aantal voorstanders tot 40%.

Het factcheck oordeel

Kortom: indien het klopt dat de minister zich baseert op het SEO onderzoek, dan is de uitspraak in theorie juist, maar haar claim komt niet overeen met de praktijk van haar voorstel.

Terugkijken

Het volledige interview van Pieter Jan Hagens met minister Karien van Gennip is hieronder terug te zien. Het fragment over de AOV start op minuut 06.00 en eindigt op minuut 08.17. De onderzochte uitspraak van de minister zit aan het einde van dat fragment.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , | 6s Reacties

Antoine van den Oever (BAS Consultancy): ‘detacheren beter op de kaart zetten in Den Haag.’

Antoine van den Oever heeft al een boeiende loopbaan achter de rug. “Ik kom uit een Brabantse ondernemersfamilie in de horeca, van party centra, videotheek tot reisbureau. Mijn eigen bedrijf Van den Oever Events – gerund door mijn zus – is daaruit voortgekomen. Dat is een hobby van mij.”

Zijn professionele loopbaan in flexmarkt begon heel toevallig bij Adecco. “Ik was eigenlijk op weg naar Manpower voor een gesprek met een nicht van mijn ex-vrouw, Marjolein van de Veerdonk (die later topvrouw werd bij Manpower (nu WerkTalent)). Onderweg kwam ik langs een Adecco-vestiging waar een oud-studiegenoot mij binnenhaalde en ze mij meteen vestigingsmanager wilden maken. Ik ben gestart als intercedent, werd al snel vestigingsmanager in Utrecht en heb daarna in Rotterdam drie vestigingen samengevoegd en naar zwarte cijfers gebracht.”

Maar het geld lonkte. “Ik was jong en wilde geld verdienen, een huis kopen. Via een vriend ben ik in 2007 bij BAS Consultancy aan de slag gegaan. In plaats van een Ford Ka rijd je dan in een Audi A3.”

Daarna volgden sales/accountmanagement-functies bij grote namen als Sogeti, het internationale SAS Institute – ‘de Rolls-Royce op het gebied van big data en predictive analystics’, SAP in Duitsland, (via een CDA-relatie bij) KPN en de Japanse technologiereus Hitachi Vantara. “Ik heb mij geprofessionaliseerd in het sales-vak bij de grootste corporates in de IT, data en finance. Maar in de basis is dat ook gewoon detacheren. We hebben een bak met beschikbare consultants, die trainen we, houden we beschikbaar voor de markt en zetten we in projecten die we bij voorkeur zelf binnenhalen.”

De cirkel is rond

Nu is de cirkel rond en is Van den Oever teruggekeerd bij BAS Consultancy. “Ik heb altijd contact gehouden met Peter Arensman, de oprichter van BAS en een CDA-vriend. Toen mijn afdeling bij Hitachi werd opgeheven had ik meerdere opties en vroeg Peter om advies. Zijn antwoord: “Waarom kom je niet terug bij ons?” Ik ben in het voorjaar van 2021 begonnen als business unit manager zakelijke markt en we hebben een cultuuromslag doorgevoerd. Peter trad steeds verder terug en het was ‘logisch’ dat ik het nieuwe gezicht werd. In juli vorig jaar werd ik CEO en heb ik mij na een jaar ingekocht in het bedrijf. Samen met Ronald Vader (CFO) zijn wij eindverantwoordelijk voor het bedrijf. Dat is heel anders dan werken bij grote multinationals. Nu staat er niemand meer boven je die je de schuld kunt geven. Aan die verantwoordelijkheid moet ik wel wennen. Inmiddels hebben we nu, inclusief zzp’ers, elke dag 150 mensen aan het werk die daarvan met hun gezinnen elke dag moeten eten. Er staan circa 90 eigen consultants op de payroll, een staff van een man of 17 en ongeveer 40 zzp’ers. Drie jaar geleden was dit nog maar de helft. We zijn dus weer hard gegroeid en hebben naast ons kantoor in Den Haag nu ook een vestiging in Amsterdam.”

Data, data, data

Van den Oever wil de ervaring in IT en finance binnen BAS inzetten voor meer consultancy. “Wij zijn een detacheerder, vacatures komen binnen en wij plaatsen onze mensen. Maar heten wel BAS Consultancy, daar hoort ook advies bij. Als een klant vraagt om een business controller met vier jaar ervaring wil je ook weten of dat echt de vraag is. Wat is de achterliggende behoefte van de opdrachtgever? Wij migreren meer naar de advieskant.”
En data helpt enorm om inzicht te krijgen. Zeker in de financiële wereld. Finance zit op een schat aan data, declaraties, salarissen – alle data is er, maar daar doen ze eigenlijk niets mee. Terwijl dat je juist kan helpen om meer te weten over je klanten, je medewerkers(tevredenheid), efficiency, et cetera.”

Van den Oever ziet die markt veranderen. “Finance krijgt steeds meer een rol om te forecasten, de voorspellende waarde toe te voegen, bijvoorbeeld bij investeringsbeslissingen. En je ziet IT en finance steeds meer naar elkaar toe groeien. In de oude rol maakte een consultant analyses via een dashboard – de EBITDA kleurt oranje en de brutomarge ligt ook niet on track. Tegenwoordig hebben onze finance consultants de ervaring om echt te adviseren – de oorzaak van de lage cash flow aan te tonen en adviseren aan welke knoppen je moet draaien om alle metertjes weer op groen te krijgen (scenario-analyses). We beschikken over de functioneel-technische expertise om data in te zetten om de klant echt vooruit te helpen.”  En dat betekent dat BAS haar mensen ook daarvoor moet opleiden. “Wij werken samen met een opleidingsinstituut binnen de eigen holding, denk aan opleidingen als data science Power BI, storytelling met data. We bieden die opleiding ‘verplicht aan’, want we vinden dat iedere consultant van ons dat moet kunnen.

Wij zijn de Greenwheels van financieel Nederland.

Detacheren en Den Haag

Antoine van den Oever komt uit een CDA-familie en is in de politiek actief als bestuurslid van het CDA in Rotterdam. Hij volgt dan ook de politiek-maatschappelijke discussie rondom uitzenden – en daarmee in het kielzog detacheren – op de voet. “Er zitten wel wat kronkels in de wetgeving. Uitzenden in heel vluchtig, een heel ander spel dan detacheren.” Het feit dat detacheren wordt gezien als uitzenden (omdat het door de driehoeksarbeidsrelatie onder de WAADI valt) zit de detacheerders al heel lang dwars. De VvDN heeft afgelopen zomer niet voor niets een brief geschreven aan minister Van Gennip met de boodschap om detachering niet over het hoofd te zien.

Volgens Van den Oever is detacheren juist een oplossing voor de flexibiliteit die werkgevers wensen en de (sociale) zekerheid die werkenden willen. “Wij zijn de Greenwheels van financieel Nederland. We nemen een financial controller in dienst en investeren daar fors in (kopen de auto) en stellen die finance professional beschikbaar (net als een leenauto) aan de gemeenschap. Die betaalt per gebruik, terwijl wij als detacheerder de kosten dragen (oftewel de wegenbelasting en verzekering betalen).” Van den Oever wil graag dat beeld bij de politici in Den Haag op het netvlies krijgen.

“Wat ik minister Karien Van Gennip – ook een CDA’er – wil meegeven is dat onze sector het alternatief is voor zzp’en. Wij dragen als detacheerders wel pensioenpremies af. Van de 90 consultants zijn er 14 langer dan tien jaar in dienst. We helpen als werkgever juist bij het oplossen van het zzp-probleem. Wij bieden flexibiliteit aan bedrijven en sociale zekerheid aan onze medewerkers, investeren in hun opleiding en ontwikkeling (er is bij ons een opleidingsbudget van € 6.000,- per medewerker, per jaar), en betalen hen net als andere werkgevers door bij ziekte. Onze medewerkers zijn onze assets, daar zijn we zuinig op.”

De rol van CEO is soms een beetje eenzaam.

Waarom VvDN?

De VvDN verwelkomt BAS Consultancy als 85e lid en hoopt gebruik te kunnen maken van het netwerk van de ondernemer/politicus Van den Oever om de banden met Den Haag nog meer aan te halen. “Ik ken de mensen daar en heb natuurlijk politieke ervaring, dus ik kom daar gemakkelijk binnen. Ik wil er dan ook aan bijdragen de detacheringssector beter op de kaart te zetten. Duidelijk maken dat de WAADI (en inlenersbeloning) niet werkt voor ons en waarom we een eigen CAO moeten hebben.” De VvDN mag dus een beroep op hem doen. “Ik ben opgevoed met de overtuiging dat als je iets vindt, je er dan ook zelf iets aan moet doen.”

Antoine van den Oever is daarnaast vooral lid van de VvDN geworden om collega’s te ontmoeten. “Natuurlijk heb je binnen de organisatie sparringpartners, maar mijn rol als CEO is soms een beetje eenzaam. In gesprek met andere CEO’s merk ik dat zij daar ook mee worstelen. Er is onder CEO’s behoefte om met elkaar te netwerken. Ik zal dan ook graag de komende tijd de bijeenkomsten bezoeken.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Analyse arbeidsmarktcijfers: stevige inflatie en recordkrapte

 

De grafieken uitgelegd in woorden

  • De werkloosheid is in maart 2023 gelijk gebleven op het lage niveau van 3,5% (krapte);
  • De werkgelegenheid (gemeten in mensen tussen 15-75 jaar) is met +2,3% gegroeid, ofwel +2,7% in het kwartaal – nog steeds heel stevige cijfers. Er werkten in maart maar liefst 9,709 miljoen mensen;
  • De bruto arbeidsparticipatie zat voor de 3e maand op rij op het recordniveau van 75,6%;
  • Met uitzondering van Q3 2020 (je weet wel…) zit de werkloosheid nu al zowat 5 jaar onder de krapte-grens van 5% – dat nu echt wel ingedaalde besef bij werkenden & werkzoekenden, in combinatie met de stevige inflatie, zorgt onder andere voor serieuze loonstijgingen in nieuwe cao’s: +7,5% in maart en ook in april, zo meldt werkgeversvereniging AWVN.
Bron CBS
  • Het een en ander resulteert nu ook in een nieuwe inflatie-fase: de kern-inflatie (excl. energie) was in maart 2023 8,1% (incl. energie: 4,4%, vanwege de lagere energiekosten ten opzichte van een jaar geleden – dus als de energiekosten weer stijgen, zoals nu met de OPEC+-productiebeperking…).

Reacties van bedrijven

Wat gaan grote, beursgenoteerde bedrijven nu doen?

De afgelopen jaren hebben zij, zo beschrijft het FNV in dit artikel in ESB Economisch Statistische Berichten**, hun personeelskosten nauwelijks zien stijgen, terwijl de beloning voor het ondernemingsbestuur, de winst en de dividenduitkeringen (veel) harder zijn gestegen.

Hun personeelskosten zullen nu wel meer gaan stijgen, maar hoeveel? En wat betekent dat voor hun verkoopprijzen (en dus de inflatie), en vervolgens voor de beloning van de leiding, hun winst en hun aandeelhouders?

Gaan ze nu eens echt aan hun arbeidsproductiviteit werken, door een future proof combinatie van technologische en sociale innovatie?

Spannende tijden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter