Maandelijkse archieven: februari 2023

Bovib, ONL en VvDN organiseren ArbeidsmarktPoort: ‘Het is tijd voor een constructief debat over de arbeidsmarkt’

De Bovib, ONL voor Ondernemers en De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) beginnen een ArbeidsmarktPoort. Dit is een plek in pers- en debatcentrum Nieuwspoort waarbij politici, ambtenaren, journalisten en afgevaardigden uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld elkaar ontmoeten.

“Alle relevante thema’s op arbeidsmarktgebied komen voorbij en worden net even op een andere manier voor het voetlicht gebracht”, zegt ONL-voorman Hans Biesheuvel. “De arbeidsmarkt verandert snel. Voor zowel ondernemers als werknemers is het daarom belangrijk om meer stappen te zetten op het gebied van wet- en regelgeving.”

Marc Nijhuis, voorzitter van de Bovib: “Het is echt tijd voor een breed, constructief debat over de arbeidsmarkt. We willen iedereen uitnodigen voor dit soort bijeenkomsten: van zzp’er tot werknemer, van vakbond tot onderwijsinstelling. De ArbeidsmarktPoort moet een plek worden waar al die geïnteresseerden en belanghebbenden elkaar ontmoeten en van gedachten wisselen. Een snel veranderende arbeidsmarkt vraagt om passende maatregelen en toekomstbestendige wet- en regelgeving.”

Commissie Borstlap tegen het licht

De initiatiefnemers willen minimaal twee keer per jaar onderwerpen bespreken die te maken hebben met de arbeidsmarkt. De eerste ArbeidsmarktPoort vindt plaats woensdag 19 april van 15.30 tot 17.30 uur. Dan staat het adviesrapport van de Commissie Borstlap centraal.

De Commissie Borstlap onderzocht of de huidige regels rondom werk voldoende passen bij toekomstige behoeften van werkend Nederland. Het antwoord van de commissie was destijds duidelijk: er zijn forse veranderingen nodig. Niemand minder dan commissieleider en voormalig topambtenaar Hans Borstlap verzorgt de inleiding van de bijeenkomst.

“Kloppen de uitgangspunten van de Commissie Borstlap nog? Dat is de insteek”, legt Biesheuvel uit. Tijdens de bijeenkomst zullen politici, beleidsmedewerkers en experts aanschuiven.

Meer debat over de arbeidsmarkt

Bovib-voorzitter Nijhuis kijkt uit naar meer bijeenkomsten. “We willen allerlei maatschappelijk relevante thema’s ter tafel brengen. Denk aan het zzp-dossier, pensioenen of de krapte op de arbeidsmarkt.”

“Het is de bedoeling dat deze bijeenkomsten een vaste waarde worden in politiek Den Haag”, zegt Biesheuvel. “De ArbeidsmarktPoort moet dé plek worden waar belanghebbenden elkaar vinden.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Het T3L model deel 2: welke externen registreer je in de interne systemen

In het eerste deel van dit tweeluik over een andere kijk op de flexibele schil, introduceerden we het T3L model, Total Talent Tech Layers. Een schillenmodel vanuit een systeemgebaseerde benadering, dat kijkt naar al het talent dat voor je organisatie kan werken.

In dit tweede deel leggen we uit welke soorten externe talenten in de relevante vijf interne systemen geregistreerd moeten worden en wat de toegevoegde waarde van een VMS in dit concept kan zijn.

De nieuwe flexibele schil: hoe open staat de deur

Het model kent een kern met daaromheen drie lagen, die verklaard worden vanuit “hoe open de deur staat voor de werkenden”. Die staat wijd open voor de werkenden in de kern van je organisatie, die 100% digitaal en fysiek verbonden zijn aan de organisatie en toegang hebben tot bedrijfsmiddelen en data.”

In de drie schillen naar buiten toe, staat de deur steeds iets minder open. En in de buitenste schil staat de voordeur alvast een beetje open voor talent voor de toekomst. Voor iedereen die niet ergens in het model past of wil passen, is de deur tot de organisatie dicht.

De logica van het model is dus puur technisch, gebaseerd op twee factoren, digitale en fysieke toegangsrechten. Het model past niet goed voor 100% remote organisaties, maar de conclusie uit de coronatijd is dat hybride werken leidend wordt, dus die uitzondering laten we verder buiten beschouwing.

Wie in welk systeem?

Het T3L model is een afgeleide van welke soorten werkenden in welke IT-systemen bekend zouden moeten zijn. De vijf kernsystemen die we benoemen, zijn ieder in gebruik door ook vijf verschillende support-afdelingen. Het gaat hierbij om de volgende vijf systemen:

  1. Facilitaire systemen, om fysieke toegang tot een werklocatie, kantoor, pakhuis of fabriek, te krijgen en het fysieke werk uit te voeren.
  2. IT-systemen, om digitale toegang tot andere systemen te krijgen om het digitale werk uit te voeren.
  3. HR-systemen, waarin zich minimaal de gegevensadministratie van alle werkenden zou moeten bevinden EN waarvanuit sommige werkenden, die in vaste dienst zijn, hun werk betaald krijgen.
  4. Inkoopsystemen, om voor externe leveranciers van werkenden (ook zelfstandigen) de contracten en vooral de budgettering te ondersteunen.
  5. Financiële systemen, om externe leveranciers te kunnen betalen.

Weliswaar kijken we dus vanuit de techniek, maar we bepalen tegelijk ook de scope van die vijf afdelingen. De kernvraag die gesteld moet worden, als een nieuwe externe voor je komt werken is niet ‘welk contract heeft die persoon’, maar ‘welke fysieke en/of digitale toegang heeft deze persoon nodig om het werk goed uit te voeren?’.

In deze uitwerking van het model zie je een mapping per laag, naar de systemen waarin mensen voorkomen:

  1. Mensen in de kern komen in alle vijf de kernsystemen voor, met naam en startdatum.
  2. Mensen met alleen digitale toegang staan niet in het HR en Facilitaire systeem en ken je wel bij naam, maar alleen in het IT-systeem. Zij leveren bijvoorbeeld IT-services of andere gespecialiseerde uitbestede diensten. Er is dan sprake van Business Process Outsourcing of BPO.
  3. Mensen met alleen fysieke toegang staan ook niet in het HR-systeem en niet in het IT systeem. Die ken je wel bij naam, maar alleen in het Facilitaire systeem. Denk daarbij aan de mensen van de beveiliging, van de catering, van de schoonmaak of van het facilitair beheer.
  4. Mensen die werken in de tweede schil ken je in interne systemen niet bij naam. Daar heb je geen persoonlijke relatie mee, alleen een financiële relatie in het inkoopsysteem en financiële systeem, omdat ze wel moeten worden betaald voor het werk dat ze doen. Voorbeelden daarvan zijn consultants, uitvoerders van losse opdrachten, juridische adviseurs of marketing- en PR-bureaus.
  5. Mensen in de buitenste schil werken nu niet actief voor je, maar zijn wel potentiële werkenden, ze maken dus deel uit van allerlei vormen van talentpools. Ze komen niet voor (of hooguit als inactief/ex-werkende) in de vijf kernsystemen, maar wel in allerlei interne en externe tools voor het beheren van talentpools.

t3l model

Dit model biedt hiermee een handvat voor organisaties om te bepalen welke externen ze in welke systemen zouden moeten registreren, en ook vooral waar, dus in welke systemen, niet. En dat helpt ook HR, want die wil niet ‘alle’ externen in het HR-systeem. Op deze manier komen alleen externen die op individuele, of hooguit projectteambasis, langdurig aan de organisatie verbonden zijn in de scope van HR.

HR en het HR-systeem

We beginnen met de afdeling HR, voor wie externen vaak het minst zichtbaar zijn geweest in het verleden. Externen in de kern van het model, die zowel fysieke als digitale toegang tot je organisatie hebben, krijgen dat vaak voor langere tijd: minimaal een aantal weken. Afhankelijk van intern beleid en wetgeving kunnen ze zelfs zomaar twee tot drie jaar voor je aan het werk zijn. Om die wetgeving en beleid te borgen, ken je deze mensen uniek bij naam en registreer je de startdatum bij de organisatie. Ze worden ingezet voor operationele werkzaamheden of voor veranderprojecten. Om het in contractvormen te beschrijven kan het gaan om allerlei soorten, zoals:

  • Uitzendkrachten (ingezet voor minimaal 2 of 4 weken)
  • Zelfstandigen, freelancers
  • Consultants en gedetacheerden

Omdat alle 3 deze groepen ook in andere schillen voorkomen, is de vraag welk contract iemand heeft dus niet geschikt voor het bepalen van hoe je als organisatie omgaat met deze externen, in welke systemen je ze registreert en bij welke processen je ze betrekt.

Voor deze kerngroep externen is het belangrijk dat ze meegaan in de onboarding om de basis over de organisatie, visie, doelen en cultuur te leren. Ze moeten toegang krijgen tot het leersysteem voor verplichte opleiding in veiligheid, gezondheid, compliance en werkinstructies. Deze groep zou daarom ook moeten worden meegeteld in de ‘fte’ in het jaarverslag en zou onderdeel moeten zijn van je strategische ‘personeelsplanning’.

IT en het IT-systeem

Voor kenniswerkers die langdurig gaan meewerken in de organisatie is een login op de IT-omgeving onmisbaar. Vaak is dit IT-systeem de ‘Active Directory’ of ‘Azure’ Cloud, soms Google of een andere IT-omgeving. Daarmee is dit IT-systeem voor inhuurprogramma’s dan ook een heel goede bron als check op de dekking van het programma. Externen worden regelmatig niet via de juiste processen ingehuurd, maar hebben dan uiteindelijk altijd wel zo’n IT-login nodig.

In het IT-systeem zijn over externen, zeker als die niet in het HR-systeem gekoppeld zijn, vaak beperkt data aanwezig, of ze zijn op zijn minst niet up-to-date. Wel vind je er de naam en de ‘create date’ van het IT-account, vergelijkbaar met de oorspronkelijke startdatum in het HR-systeem.

Die digitale toegang kan in dit geval worden verleend aan werkenden met allerlei contractvormen, zoals:

  • Uitzendkrachten, die systemen moeten gebruiken, zoals in het contact center
  • Zelfstandigen, freelancers
  • Consultants en gedetacheerden
  • Business Process Outsourcing (BPO), voor digitale processen die zijn uitbesteed aan externe partijen, zoals allerlei administratieve functies
  • IT services, met allerlei IT-dienstverleners die systemen op afstand onderhouden

Facilitair en het facilitaire systeem

Voor deze afdeling is vooral de fysieke toegang tot kantoor en fabriekslocaties relevant. Hiervoor geldt voor de persoonsgegevens hetzelfde als bij het IT-systeem: die zijn vaak beperkt up-to-date en alleen de naam en startdatum gegevens zijn echt betrouwbaar. Informatie als afdeling en leidinggevende bijhouden in het facilitaire systeem, zonder koppeling met een HR-systeem, is af te raden. Ook is er bij grote, internationale, gefuseerde organisaties niet een wereldwijd toegangssysteem, terwijl er vaak wel één wereldwijd HR- en IT-systeem gebruikt wordt.

De fysieke toegang kan worden verleend aan werkenden met allerlei contractvormen, zoals:

  • Uitzendkrachten, die praktisch 100% op locatie werken, in fabriek of kantoor
  • Zelfstandigen, freelancers, die in hybride teams werken
  • Consultants en gedetacheerden, die in hybride teams werken
  • Beveiliging, catering, schoonmaak dienstverleners
  • Onderhoudsmensen, die gebouwen, fabrieken en terreinen onderhouden

Inkoop en Financiën, met het inkoop- en financiële systeem

Deze twee afdelingen pakken we samen. Soms zijn ze ook niet gescheiden, omdat hun rol in externe inhuur gelijk is, en omdat ze soms ook hetzelfde systeem gebruiken. Voor het ‘inkopen’ van externen is in de meeste organisaties een inkoopordernummer en een contract nodig. Daarvoor worden inkoopsystemen ingezet. En als de ingekochte dienst wordt geleverd, in de vorm van facturabele uren of geleverde producten/diensten, dan komt er een factuur die verwerkt en betaald moet worden.

In dit model zijn dit de enige twee systemen en afdelingen nu die voor alle lagen in het model moeten worden ingezet, want een factuur moet altijd betaald worden, ongeacht de contractvorm. Belangrijk hierbij op te merken is dat in deze systemen alleen leveranciers als entiteit bekend zijn. Deze systemen hebben in principe geen persoonsgegevens van de externen. Er zijn wel financiële systemen die voor de financiële rapportage ook fte’s moeten kunnen rapporteren. Als dit het geval is, zouden daarin ook de externen in het HR-systeem, uit de kern van dit model, moeten worden toegevoegd en meegerekend als fte.

Met een VMS weet je toch in één systeem wie er allemaal voor je werkt

Bij de toelichting op de verschillende lagen en systemen zou moeten opvallen dat je nu niet in één systeem een overzicht hebt van alle personen, op naam, die voor je werken. En dat is om sommige redenen toch een uitdaging. Als er bijvoorbeeld een pandemie uitbreekt, is het wel handig dat je op persoonsniveau weet wie er onsite voor je werkt. Dat hebben de meeste organisaties tijdens corona in kaart moeten brengen met behulp van het facilitaire systeem op basis van de toegangspassen en met hulp van leveranciers van onsite werkers, zoals de schoonmaak, catering en beveiligingsdienstverleners. Excelgebruik beleefde waarschijnlijk hoogtijdagen, maar wat gebeurt er bij de volgende pandemie?

Meer volwassen organisaties op Total Talent Management-gebied willen van iedereen die voor ze werkt de persoonsgegevens centraal inzichtelijk hebben. Dat kan door het Procurement/Inkoop systeem uit te breiden met een VMS, een Vendor Management System. Hierin kan je vanuit alle verschillende leverancierskanalen ook de personen vastleggen die voor je werken, inclusief met welke contractvorm. In de volgende verfijning zie je dat in het model terugkomen.

t3l model hr tech

Daarnaast kun je in een VMS ook talentpools aanleggen, dus zou kun je op alle lagen in het model, op persoonsniveau inzicht krijgen in het externe talent.

Het is dan niet nodig om het HR-systeem 1 op 1 te koppelen aan dat VMS, want lang niet alle externen in dat VMS hebben zowel fysieke als digitale toegang nodig. Je zou het beste in het VMS vastleggen in welke schil iemand aan het werk gaat, zodat je koppelingen kunt maken naar hetzij het HR-systeem voor de kernwerkers, hetzij alleen het IT-systeem voor digitale werkenden of hetzij het facilitaire systeem voor alleen onsite werkenden.

Andersom hebben sommige moderne VMS-systemen ook de mogelijkheid om je HR-systeem uit te lezen, zodat ook alle vaste medewerkers in één centraal databestand beschikbaar komen voor rapportages. Je kunt in het VMS dan werken met Total Talent Management rapportages en Total Workforce Planning gaan voeren over al het talent voor je organisatie.

Gefaseerde aanpak

Uit onze ervaring blijkt dat het beheren van externen in veel organisaties, inclusief de internationale corporates, nog steeds een grote uitdaging is. Met dit model geven we een visie op welke groepen externen in welke systemen moeten worden geregistreerd. De organisatie helemaal conform dit model in te richten, is een grote klus met flinke data opschoningsacties en technische koppelingen tussen systemen. Dat moet je gefaseerd aanpakken. Doe dat eerst voor ieder van de vijf kernafdelingen/-systemen., en zet pas als dit is ingeregeld de stap om een overkoepelend VMS voor alle lagen in te richten.


Nieuwsgierig naar de trends en tools in de wereld van inhuur?  Volg dan op 28 maart vanaf 9.00 het gratis Linkedin Live #webinar met drie ervaren VMS gebruikers. Marleen Deleu en Mark van Assema gaan in gesprek met die gebruikers, maar gaan ook in op jouw vragen. Kortom, een webinar om niet te missen! Dit webinar wordt door NextConomy en ZiPconomy georganiseerd naar aanleiding van de lancering van de 6de editie van het VMS Onderzoeksrapport op 23 maart 2023. Inschrijven kan hier

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 2s Reacties

Fee als gunningscriterium bij aanbestedingen – waarom niet?

Inhuurspecialist Rémon van Buuren (Significant Synergy) en hoogleraar publieke inkoop Fredo Schotanus (Universiteit Utrecht en Significant Synergy) delen in dit artikel hun visie op een advies van de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE). De CvAE oordeelde hierbij over een aanbesteding voor inhuur van de Provincie Noord-Holland waarbij de hoogte van de fee als gunningscriterium werd gebruikt.

Op 24 februari 2022 heeft de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) advies uitgebracht over een aanbesteding van een raamovereenkomst voor brokerdienstverlening voor ICT-inhuur door de provincie Noord-Holland. Het door de provincie gekozen gunningsmodel stond hierbij centraal. De inschrijvingen werden mede beoordeeld op basis van een financieel gunningscriterium dat betrekking had op een zeer beperkt deel van de financiële aspecten van de opdracht (de ‘fee’) en niet op het overgrote deel van de financiële aspecten (de ‘inhuurkosten’, te bepalen met de inzet en uurtarieven van de in te huren professionals). Toepassing van enkel het bedrag van de fee als gunningscriterium was daarmee volgens de klager ondeugdelijk. De CvAE achtte de klacht gegrond en geeft aan dat door deze opzet van de aanbesteding het risico ontstaat dat niet wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). Dit CvAE-advies heeft veel stof doen opwaaien bij zowel in- als uitleners van inhuurkrachten en er is veel discussie over de (juridische) gevolgen.

Marktmodel

De aanbesteding van de provincie Noord-Holland had betrekking op zogenaamde intermediaire dienstverlening. Dit houdt in dat de provincie één inhuurdienstverlener selecteert die na het gunnen van de aanbesteding beschikbare inhuurkrachten werft bij derden. Bij dit zogenoemd ‘marktmodel’ vindt mededinging voor de ingehuurde krachten dus plaats nadat de aanbestedingsprocedure is afgerond.

Bij het ‘marktmodel’ vindt mededinging voor de ingehuurde krachten plaats nadat de aanbestedingsprocedure is afgerond.

Deze manier van inhuurkrachten inhuren is wezenlijk anders dan een zogenaamde ‘traditionele’ raamovereenkomst met een of meerdere leveranciers van inhuurkrachten. Bij een traditionele raamovereenkomst vindt de mededinging tussen leveranciers van inhuurkrachten deels of geheel plaats tijdens de aanbesteding.

Door het gebruik van verschillende begrippen en de veranderende betekenis ervan, ontstaat het risico dat niet duidelijk is wat wordt bedoeld als een aanbestedende dienst op zoek is naar bijvoorbeeld een broker, intermediair of Managed Service Provider (MSP).

In dit artikel is een inhuurdienstverlener die inhuurkrachten levert via het marktmodel gedefinieerd als ‘intermediair’. In het marktmodel wordt een intermediair beschouwd als een partij die onafhankelijk, transparant en neutraal handelt bij de competitierondes voor de daadwerkelijke inhuur.

Meer competitierondes

Gegeven deze toelichting van de werking van het marktmodel is het opvallend dat de CvAE de indruk wekt dat het marktmodel met één leverancier geen nadere competitierondes kent. In het toetsingskader van het advies (4.8.4) stelt de CvAE namelijk dat ‘anders dan bij een raamovereenkomst met meerdere ondernemers, bij de gunning van nadere overeenkomsten onder een raamovereenkomst met één ondernemer geen sprake kan zijn van een nieuwe competitieronde’.

Uiteraard is het zo dat er geen competitierondes tussen verschillende intermediairs kunnen zijn als er één wordt gecontracteerd, maar dat er in het geheel geen sprake kan zijn van een nieuwe competitieronde is niet juist. Het uitvoeren van competitierondes onder derden (mededinging) is namelijk de kern van de dienstverlening als wordt gekozen voor inhuur via het marktmodel.

Transparantie inhuurmodel

Het marktmodel is dus een afwijkende wijze van het organiseren van mededinging vergeleken met traditionele inhuurmodellen. Daar zijn voor- en nadelen aan verbonden. Voordeel is de toegang tot een groter en/of beter netwerk. Nadelen zijn het risico op partijdigheid van intermediairs en intermediairs die hun leveranciers verplichten om extra betaalde diensten van hen af te nemen, wat dient als aanvullend en mogelijk oneerlijk en ondoorzichtig verdienmodel voor de intermediair.

Vandaar dat transparantie belangrijk is. Transparantie over in ieder geval de opbouw van de inhuurketen, de leveranciers die (geen) toegang hebben tot inhuuropdrachten, de voorwaarden voor leveranciers om toegang te krijgen en stapeling van marges.

Als een aanbestedende dienst toch toestaat dat de dienstverlener ook eigen kandidaten aanbiedt, dan is er geen sprake meer van een ‘zuiver’ marktmodel.

Ook is het van belang dat er waarborgen zijn voor het openbaar publiceren van inhuuropdrachten, neutraal en onafhankelijk handelen van de intermediair en het creëren van gelijke kansen voor alle leveranciers. Zo is het bijvoorbeeld niet gepast dat een dienstverlener die een dynamisch aankoopsysteem (DAS) beheert voor een aanbestedende dienst ook zijn eigen inhuurkrachten aanbiedt in het DAS. Alle schijn van belangenverstrengeling dient vermeden te worden. Als een aanbestedende dienst toch toestaat dat de dienstverlener ook eigen kandidaten aanbiedt, dan is er geen sprake meer van een ‘zuiver’ marktmodel.

Uitvraag prijs bij marktmodel

Bij het advies van de CvAE over het ‘zuivere’ marktmodel stond de beoordelingswijze van de gunningscriteria centraal. Door enkel de ‘fee’ van de inschrijvers te beoordelen en het daadwerkelijke uurtarief van inhuurkrachten verder buiten beschouwing te laten, wordt volgens de CvAE niet gekomen tot invulling van het criterium economisch meest voordelige inschrijving (EMVI).

Maar zijn gunningsmodellen, waarin mede wordt gegund op uur- of eindtarief, dan wel een goede invulling van het criterium EMVI als het marktmodel wordt gebruikt? Dat is een belangrijke vraag, want er kleven ook nadelen aan gunnen op uur- of eindtarief in een aanbesteding voor inhuur via het marktmodel. Bij het aanbesteden van het marktmodel is gunnen op uur- of eindtarief namelijk niet altijd in het voordeel van zowel de aanbestedende dienst als de inschrijver, en dat hoeft daarmee dus ook niet tot een goede invulling van het criterium EMVI te leiden.

Als aanbestedende dienst wil je kunnen meebewegen met een krappe en ruime arbeidsmarkt, wat tot een hoger of lager uurtarief kan leiden. Het eenmalig vastleggen van uurtarieven met de aanbesteding past hier niet direct bij.

Daarbij is bij inhuur altijd sprake van een inspanningsverplichting. Het is mogelijk dat een potentiële inschrijver niet het risico wil nemen dat aangeboden uurtarieven hoger uitvallen tijdens de uitvoeringsfase, waardoor deze kan besluiten om niet in te schrijven. Of de kans bestaat dat de inschrijver wint die (onbedoeld) teveel risico neemt.

Ook kan bij het vastleggen van uurtarieven een prikkel ontstaan bepaalde inhuuraanvragen niet in te vullen wanneer enkel kandidaten beschikbaar zijn met een uurtarief boven de in de raamovereenkomst vastgestelde uurtarieven. Als wordt gegund op eindtarief, kan de winnende inschrijver zonder transparant te zijn het rendement (maximaal) beïnvloeden door bepaalde kandidaten wel of niet voor te stellen.

Wel of niet op ‘fee’ gunnen

Gegeven de voor- en nadelen van gunnen op enkel de ‘fee’ of gunnen op het daadwerkelijke uurtarief, onderscheiden wij twee situaties. In de eerste situatie beschouwen wij gunnen op enkel de ‘fee’ als ondeugdelijk. In de tweede situatie is het onder bepaalde voorwaarden volgens ons nog wel mogelijk om op de ‘fee’ te gunnen.

Het toepassen van alleen een ‘fee’ is volgens ons in ieder geval ondeugdelijk wanneer een aanbestedende dienst meerdere intermediairs contracteert.

Het toepassen van alleen een ‘fee’ is volgens ons in ieder geval ondeugdelijk wanneer een aanbestedende dienst meerdere intermediairs contracteert. Gunning van de nadere opdrachten komt dan tot stand bij het doorlopen van een mini-competitie waarbij zowel het eindtarief (inclusief een fee) als kwalitatieve aspecten (competenties, ervaring kandidaat, etc.) een rol spelen.

Als meerdere intermediairs worden gecontracteerd, is er geen sprake van het ontsluiten van de gehele arbeidsmarkt vanuit een neutrale rol. Kandidaten geven exclusiviteit af om te voorkomen dat zij niet door meerdere intermediairs worden aangeboden voor een inhuuropdracht. Bij meerdere intermediairs kies je als inlener voor de onderaannemers en het netwerk van de intermediair. Hierdoor kunnen er grote verschillen zijn tussen het aanbod van de ene intermediair vergeleken met die van de ander. Voor de ene intermediair zijn de ‘fee’ kosten wellicht hoog, maar de tarieven een stuk lager of wordt er efficiënter gewerkt. Door de tarieven niet mee te nemen in de aanbesteding, heeft een intermediair met een hogere ‘fee’ en lagere tarieven onterecht minder kans om gecontracteerd te worden. Gunnen op basis van enkel een fee – ook tijdens de aanbesteding – ligt bij meerdere gecontracteerde intermediairs – dan ook niet voor de hand.

Contracteren van één intermediair

Het toepassen van een ‘fee’ bij het aanbesteden van het marktmodel kan volgens ons met de juiste voorwaarden nog wel op een ‘deugdelijke’ manier worden gedaan als één intermediair wordt gecontracteerd. Bij het aanbesteden van het marktmodel legt een aanbestedende dienst een procesvraag voor aan de markt; het samenbrengen van vraag en aanbod. Het ligt dan voor de hand om de intermediair voor deze dienstverlening expliciet te betalen met een bepaalde fee. Dit draagt ook bij aan het bewaken van de neutrale rol van de intermediair en dat er geen sprake is van een (commercieel) belang bij het aanbieden van inhuurkrachten, in dienst bij welke leverancier dan ook.

We zien dan ook nog steeds veel aanbestedende diensten die de fee als gunningscriterium toepassen. Andere thema’s zijn wel belangrijk(er) geworden. Als wordt gekozen voor gunnen op basis van de fee, zal dit voor een klein deel moeten meewegen bij de gunning, juist ook omdat de fee slechts een klein deel van de totale opdrachtwaarde vertegenwoordigt.

Tarievenboek voor intermediair

Om grip te houden op de uurtarieven kan de aanbesteder verder als uitvoeringseis bandbreedtes voor uurtarieven opnemen die de intermediair moet hanteren (een tarievenboek). Voorwaarde hierbij is dat deze bandbreedtes marktconform zijn, actueel en aangepast op de schaarste binnen bepaalde sectoren. Het kunnen aanpassen van een dergelijk tarievenboek gedurende de looptijd van de raamovereenkomst, zodat de intermediair kan meebewegen met de marktconjunctuur, is noodzakelijk om dit ook succesvol te laten werken.

Ook wordt vaker gekozen voor een kwalitatief gunningscriterium, met als onderwerp hoe een intermediair met concrete maatregelen (die te monitoren zijn) bijdraagt aan het selecteren van de kandidaat met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Hierbij neemt de aanbestedende dienst als uitvoeringseis op, op welke wijze (criteria en/of weging) inhuuropdrachten worden gegund wanneer er meerdere beschikbaar kandidaten zijn. Al deze maatregelen dragen eraan bij dat een aanbesteding voor inhuur via het marktmodel wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving.

Conclusie

Het is van belang voor aanbestedende diensten om er bewust van te zijn dat er grote verschillen zijn tussen inhuurmodellen, de wijze waarop ze moeten worden ingericht en de wijze waarop leveranciers opereren binnen een bepaald model. Stel daarom vast in de strategiefase welke dienstverlening je wilt contracteren en welk type leverancier hierbij past. Mocht als wervingsstrategie gekozen worden voor het marktmodel waarbij één intermediair de arbeidsmarkt ontsluit, dan vraagt dit bijzondere aandacht voor het bepalen van een passend gunningsmodel en de voorwaarden voor het verstrekken van nadere opdrachten. Wat het beste inhuurmodel is en hoe dit moet worden aanbesteed in verschillende situaties, is continu in ontwikkeling. Het is dan ook goed om te zien dat markt en overheid in gesprek zijn en blijven over onder andere passende prijsmodellen voor inhuuraanbestedingen.

Dit is een bewerkte, ingekorte versie van het artikel dat eerder is gepubliceerd in de Tender Nieuwsbrief (editie 8-2022) van Sdu-uitgevers.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Mag je een zzp’er inhuren? Gebruik het stoplichtmodel

Het kabinet worstelt al sinds de afschaffing van de VAR met de vraag hoe het met zzp’ers om moet gaan. Er kwam een nieuwe wet (DBA) en men is in Den Haag bezig met de doorontwikkeling van de webmodule. Dat is een vragenlijst die opdrachtgevers kunnen invullen om duidelijkheid te krijgen over de arbeidsrelatie. Allemaal met het doel om het grijze gebied tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen en het onderscheid te verduidelijken. Maar de flexibilisering zet nog altijd door. Inbedding moet nu het nieuwe criterium worden om te zien of iemand als zelfstandige ingehuurd kan worden, zo blijkt uit een voortgangsbrief van Minister Van Gennip.

Inbedding als criterium

De criteria voor de nieuwe regels die in 2025 in moeten gaan, worden in 2023 nog verder uitgewerkt. Maar het komt erop neer dat werk dat organisatorisch is ingebed in een organisatie in beginsel alleen door een werknemer gedaan mag worden. Simpel gezegd: een school kan nog wel een schilder inhuren. Maar een freelance docent is straks uit den boze.

“Tot nu toe werd voornamelijk de gezagsverhouding als criterium gebruikt. Maar daardoor was het in de praktijk vaak lastig om onderscheid te maken tussen werknemers en zelfstandigen. We gebruiken het verouderde arbeidsrecht van arbeid, loon en gezag om vervolgens te toetsen of er sprake is van een werknemer of zelfstandig ondernemer”, zegt Sem Overduin, Public Affairs Officer bij de HR-tech dienstverlener .

De term inbedding moet duidelijkheid geven. “Er zijn natuurlijk diverse casussen te bedenken waarbij geen sprake is van een gezagscriterium, maar wel van inbedding in de organisatie en ook van een aantal ondernemerscriteria. Wat komt er dan onder de streep uit, mag je die persoon wel of niet inhuren?”

DBA-scorekaart als hulpmiddel

Doe voorwerk, adviseert Business Development Director Paul Oldenburg aan opdrachtgevers. “Zorg dat je de zaakjes op orde hebt. Dat je bij je huidige inhuur weet wie waar zit en hoe lang. Zorg dat je weet wie zelfstandige is, want dat staat niet op hun voorhoofd. Je moet dat netjes administreren en ook zorgen dat de leverancier daarin zijn verantwoordelijkheid pakt. Dus dat die aangeeft: dit is een professional die ik echt in dienst heb, hier is zijn loonstrook, of: dit is iemand die ingehuurd wordt”, adviseert Oldenburg aan bedrijven die met een intermediair werken.

Als hulpmiddel adviseert hij een DBA-scorekaart te gebruiken waarbij je een stoplicht-model creëert. ”Maak stapeltjes van zzp’ers en verdeel ze onder in de categorieën rood, groen en of oranje. En neem daar maatregelen op. Laat dus aan de overheid zien dat de organisatie zijn/haar best doet, dan krijg je hooguit een waarschuwing en geen boete.”

Op de scorekaart van Oldenburg staan 19 vragen. Die zijn met name op het toetsen van de gezagsverhouding gericht. Is die er? Groen, niets aan de hand. Er is duidelijk geen sprake van een gezagsverhouding. Oranje, daar zijn aanwijzingen maar ook contra-indicaties. “Laat zien dat je die in de smiezen hebt. En bij rood kan inhuren gewoon niet meer. Je moet deze professional vervangen of op zoek naar een medewerker.”

Zzp’ers inhuren als mede-ondernemer

Zzp’ers inhuren kan nog wel, maar huur ze dan ook echt in om hun specialisme, zegt Oldenburg. “Een zzp’er is geen medewerker. Haal er het rendement uit dat je eruit kunt halen. Een zzp’er is een ondernemer. Die is ervoor om met je mee te denken. In tegenstelling tot medewerkers stelt een ondernemer doelen en maakt hij of zij een plan van aanpak, waarin staat hoe doelen bereikt kunnen worden. Ze brengen externe kennis en rapporteren op output en of mijlpalen worden bereikt. Daag een zzp’er daar dus ook op uit.”

Je haalt er dan veel meer uit dan wanneer je een professional inhuurt, waarbij je gaat zeggen wat hij of zij moet doen. “Inhurende managers hebben het besef dat ze te maken hebben met een mede-ondernemer niet altijd. En door ze als ondernemers te zien, kom je ook uit het grijze gebied over de gezagsverhouding.”

Inhuren voor tijdelijk werk

“Het gaat interessant worden welke criteria uiteindelijk mee gaan wegen om te bepalen of je iemand straks nog mag inhuren, aldus Overduin. “Mag je voor ‘ingebed werk’ wel tijdelijk inhuren? Een zzp’er huur je per definitie tijdelijk in, maar dat levert wel weer discussie op over hoe je ‘tijdelijk’ gaat definiëren. In de nota’s van het ministerie lees je terug dat je nog wel iemand kan inhuren voor ingebed werk als het om kortlopende opdrachten gaat. Dat zingt dus wel rond in Den Haag.”


Overduin en Oldenburg spraken over de toekomstige inhuur van zelfstandigen in een webinar, georganiseerd door ZiPconomy en Werf&. Bekijk het hele webinar hier terug.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 6s Reacties

Zelfstandigen maakten in 2022 6,4% meer uren

Alle zelfstandigen werkten in 2022 6,4 procent meer uren dan in 2021. Dat blijft uit de jongste cijfers van het CBS. De ‘gewerkte uren’ zijn alle (declarabele en niet-declarabele) uren die zelfstandigen gewerkt hebben in een jaar. Het cijfer zegt dus deels iets over het totaal aantal zelfstandigen (dat in 2022 met 8,7% steeg) maar meer nog over hoe actief de zelfstandigen zijn.

Het aantal gewerkte uren schommelt vaak wat harder dan het totaal aantal zelfstandigen. Het aantal uren steeg in 2022 dus hard. Ongetwijfeld een post-corona effect (meer werk) gecombineerd met een groeiend aantal zelfstandigen.

Bron: CBS

Vergelijking met werknemers

Het aantal uren gemaakt door werknemers (vast en flex) steeg in 2022 overigens ook. Met 3,2%. In 2021 steeg het aantal uren van werknemers ook (met 3,1%) terwijl het aantal uren van zelfstandigen in 2021 juist daalde.

Het CBS meet vanaf 1995 hoeveel uren werknemers en zelfstandigen (met en zonder personeel) werken. Dat geeft dan ook gelijk inzicht in de ontwikkeling van de afgelopen 28 jaar. Wanneer we 1995 als uitgangspunt nemen, dan zien we dat in 2021 het aantal gewerkte uren door werknemers en door zelfstandigen net zo hard gegroeid was in die afgelopen 27 jaar. In 2022 lopen de zelfstandigen weer iets vooruit.

Wanneer we inzoomen op de laatste vijf jaar, is duidelijk te zien hoe verschillend de impact van coronacrisis was op deze twee groepen.

21,4% van alle gewerkte uren in 2022 werd gemaakt door een zelfstandige, terwijl 16,5% van alle werkenden een zelfstandige is. Zelfstandigen maken gemiddeld dus meer uren dan werknemers. Het totaal aantal gewerkte uren door zelfstandigen als percentage van het totaal aantal uren schommelt in de afgelopen 30 jaar zo rond de 20 procent.

 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter

Ambtenaren nog zoekende naar oplossing zzp-vraagstuk, merken brancheverenigingen

Hoe gaat de wetgeving rondom de inhuur van zzp’ers er na 2025 uitzien? Brancheverenigingen en Haagse ambtenaren hebben regelmatig overleg sinds minister Van Gennip en staatssecretaris van Rij in december hun plannen presenteerden. De ambtenaren zijn nog zoekende, merken zowel PZO, als VZN en de Werkvereniging. Hoe zit het bijvoorbeeld als iemand op jaarbasis meerdere opdrachtgevers heeft, maar wel 4 maanden fulltime een werknemer vervangt die met zwangerschapsverlof is?

Zoektocht naar ondernemerscriteria

Het is vooral een zoektocht naar de ondernemerscriteria, geeft Margreet Drijvers, directeur bij het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO), aan. Wanneer iemand een werknemer is, is op papier wel duidelijk (onder meer bij inbedding en gezagsverhouding). Maar wanneer is iemand evident een ondernemer?

Drijvers spreekt over nuttige sessies met de ambtenaren van het ministerie. “Er zit schot in en ik heb het idee dat ze goed naar onze input luisteren.”

“Over ondernemerscriteria is al veel gesproken en veel staat ook in het handboek loonheffingen. Maar welke weging krijgt iets? Als een zelfstandige bijvoorbeeld vier maanden lang iemand vanwege zwangerschapsverlof vervangt, dan ga je precies hetzelfde doen als de zwangere werknemer deed. Je kunt dan niet volhouden dat er geen gezag en inbedding is. Maar als diezelfde zzp’er op jaarbasis meerdere opdrachtgevers heeft en zich voor aansprakelijkheid heeft ingedekt. Is het dan geen ondernemer?”

De vraag of iemand ‘evident ondernemer’ is, is eigenlijk maatwerk

De vraag of iemand ‘evident ondernemer’ is, is eigenlijk maatwerk, weet ook Drijvers. Het is een balans van allerlei criteria. Toch zijn er wel patronen in zichtbaar. “Kijk bijvoorbeeld naar de expertise van iemand, dat is ook belangrijk. Als iemand veel kortlopende opdrachten heeft, is het niet zo ingewikkeld. Maar een verandermanager of een organisatieadviseur zit soms een jaar of langer bij één bedrijf. Wat geldt dan? Is het vanwege zijn expertise toch een ondernemer? Samen met de ambtenaren zijn wij als branchevereniging zoekende.”

Complex en onduidelijk

Cristel van de Ven van de Vereniging Zelfstandigen Nederland, geeft aan dat ze merkt dat het ministerie ‘nog steeds – na al die jaren’- erg zoekend is in de uitwerking van de voorgenomen plannen’.

“Voor de criteria gezag, inbedding en ondernemerscriteria vragen ze om input van ons, maar aangezien ze zelf nog niet goed weten hoe ze die criteria willen en kunnen invullen, lijken de overleggen mijns inziens (te) vaak op een continue herhaling van zetten. Ieder berijdt stokpaardjes, en we gaan steevast uiteen met de constatering dat het complex en onduidelijk is. Kortom, het schiet niet op. En er verandert per saldo weinig of niks. En dat terwijl duidelijkheid nu echt nodig is.”

De minister en haar ambtenaren willen wel degelijk de input van zelfstandigen horen, en ook uit eerste hand.

Toch wil ze niet over ‘stroeve onderhandelingen spreken. “Stroef is niet het woord dat ik voor die overleggen zou gebruiken. De minister en haar ambtenaren willen wel degelijk de input van zelfstandigen horen, en ook uit eerste hand.”

Als het aan Van de Ven ligt wordt er ‘vooral gefocust op het scherper definiëren van de ondernemerscriteria’. “Daar liggen namelijk al concrete en meetbare handvatten voor in de ondernemerscriteria die de Belastdienst hanteert voor de inkomstenbelasting. Als je op basis van die criteria kunt aantonen dat je ondernemer bent, hoef je de ingewikkelde slag naar modernisering van het gezagscriterium en uitwerking inbedding helemaal niet meer te maken. Maar op die fiets lijkt het ministerie vooralsnog niet te zitten.”

Verkeerde denkrichting

Roos Wouters van de Werkvereniging is niet tevreden over de gang van zaken bij het overleg. Ze stuurde zelfs deze maand een brief aan de ambtenaren waarin ze zegt er geen vertrouwen meer in te hebben.

“Ik heb fundamentele bezwaren. Dermate fundamenteel, dat ik eerst helder wil krijgen hoe de plannen en uitgangspunten gaan verbeteren. Zo lang dat niet helder is heb ik weinig te zeggen ten aanzien van de bespreekpunten over de uitwerking middels criteria,” zo staat in haar brief.

Het lijkt er daarmee op dat Wouters van tafel loopt. Toch is dat niet zo, legt ze uit. “Dan heb ik helemaal geen zicht meer op wat er gebeurt. Maar ik heb er geen vertrouwen in dat er sprake is van een dialoog. Er is echt iets mis met de manier waarop het kabinet denkt. Ik begrijp dat ze niet willen dat mensen uitgebuit worden en tegelijkertijd willen zorgen dat het sociale zekerheidsstelsel overeind blijft. Maar ze hebben daarbij de verkeerde denkrichting gekozen.”

Loondienst aantrekkelijker maken

Het kabinet probeert de hoeveelheid zzp’ers terug te dringen, onder meer door de zelfstandigenaftrek versneld af te bouwen en door de inhuur van zzp’ers die ingebedde werkzaamheden doen te verbieden. Wouters: “De vraag is allereerst of zzp’ers aan de onderkant, bijvoorbeeld maaltijdbezorgers, straks wel aangenomen gaan worden. Je duwt mensen in een driehoeksrelatie waarbij de middenpartij profiteert. Je helpt hier alleen uitzendbureaus mee die zullen floreren, maar uitzendwerk biedt ook niet de zekerheid voor werknemers die het kabinet voor ogen heeft.” Om te voorkomen dat deze groepen werkenden onderbetaald worden, ziet Wouters meer heil in collectieve onderhandelingen.

Het kabinet moet kijken waarom bedrijven mensen niet in dienst willen nemen.

Het kabinet moet kijken waarom bedrijven mensen niet in dienst willen nemen, meent Wouters. “Je moet nu een zieke werknemer twee jaar lang doorbetalen. De risico’s voor werkgevers zijn groot. En ook zou gekeken moeten worden waarom mensen in bijvoorbeeld zorg en onderwijs zo graag als zelfstandige werken. Die willen meer vrijheid, niet uren bezig zijn met papierwerk en vergaderingen. Je moet het voor zowel werkgevers als werknemers aantrekkelijker maken om in loondienst te werken,” aldus Wouters.

Veel zzp’ers gelukkig

Mensen worden volgens haar door het kabinet de arbeidsmarkt uitgeduwd. “Als je door alle nieuwe regels niet meer als zelfstandige kunt werken, gaan die mensen echt niet in loondienst. Ze zullen eerder andere werkvormen gaan zoeken. Zo gaan wij kijken of we een coöperatiemodel een oplossing biedt voor zelfstandigen die ingebed of zij-aan-zij werk doen. Ook zullen ze de sector verlaten, zo geven ze in verschillende onderzoeken aan. En dan heeft flinke gevolgen voor sectoren zoals de zorg waar nu al een personeelstekort is.”

Het kabinet laat zich leiden door verhalen over ongelukkige zelfstandigen zoals pakketbezorgers, meent Wouters. Daarbij wordt vergeten dat veel zzp’ers gelukkig zijn met hun werk en inkomen, zo haalt ze een onderzoek van TNO aan. “Het kabinet moet een oplossing voor de zzp’ers zoeken die graag in loondienst willen, zonder dat het zzp’ers lastig valt die zelf voor een zelfstandig bestaan kiezen.”

Het Belgische model

Wouters stelt dat ze graag met het kabinet meedenkt over een goede oplossing. “Maar dan moet wel een andere beleidsrichting gekozen worden.’

De criteria die het kabinet wil gaan hanteren, zijn niet haalbaar, meent ze. Zo zou bij de vraag of iemand organisatorisch is ingebed gekeken gaan worden of de zelfstandige een mailadres van de opdrachtgever gebruikt. “Maar sommige organisaties zijn niet ingericht op het werken met mensen buiten de organisatie. Voor sommige opdrachten moet je toegang hebben tot het Intranet of een Teams-omgeving en dat kan niet anders dan met een e-mailadres van die organisatie. Het probleem van de organisatie (niet ingericht op modern werken) wordt op het bordje van de zzp’er gelegd.”

Het probleem van de organisatie (niet ingericht op modern werken) wordt op het bordje van de zzp’er gelegd.

Als het aan de Werkvereniging ligt, kiest de Nederlandse overheid voor het Belgische model waarbij belangrijker is wat werkenden zelf willen. “Mij is nog altijd onduidelijk wat er mis zou zijn met het wettelijk kader van dat model. De Belgen laten ons juist zien hoe je het ook op kan lossen.”

Dienstverband geen oplossing

De Nederlandse overheid vergeet ook dat er veel beroepsgroepen zijn waarin je als werkgever geen volledig dienstverband kunt bieden, stelt Wouters. “Denk aan muzikanten, yoga-docenten, een geluidstechnicus. Dat gaat per klant om een paar uur per week. Juist daarom werken ze voor verschillende opdrachtgevers. Daarvoor is een dienstverband geen oplossing, terwijl zij wel zij aan zij werk doen, met de systemen van de opdrachtgever werken en hun kleding met logo dragen. Zij zullen vooral last hebben van deze wetgeving om een duurzame carrière op te bouwen in de sector waar zij voor opgeleid zijn.”

Financiering sociale zekerheid

Wat haar ook dwars zit: het kabinet gaat er nog altijd vanuit dat zelfstandigen minder belasting betalen en dus minder bijdragen aan de financiering van de sociale zekerheid. “Volgens mij doen we daar via de inkomstenbelasting volledig aan mee. Alleen niet aan het deel waar we ook geen recht op hebben (namelijk werknemersverzekeringen WW en WIA).”

Ze heeft het ministerie gevraagd om een berekening te maken hoeveel werknemers en zelfstandigen bijdragen. “En dan zonder belastingen en premies voor werknemersverzekeringen onterecht op één hoop te gooien zoals tot nu toe steeds gebeurt.”

De kans dat dit gebeurt is echter klein. Wouters heeft namelijk inmiddels antwoord op haar brief gekregen. Daarin valt te lezen dat de richting die het kabinet gekozen heeft anders is dan de beleidsrichting waar Wouters zich wel in kan vinden. Teleurstellend, zegt Wouters. “Er zijn meer stakeholders en Kamerleden die bezwaar hebben.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 1 Reactie