Maandelijkse archieven: april 2022

Minister wil pensioensparen voor zzp’ers makkelijker en voordeliger maken

Zelfstandigen zonder personeel moeten fors meer ruimte krijgen om fiscaal voordelig te sparen in de derde pijler. Dat schrijft minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) in een antwoord op kamervragen van D66.

Evenveel ruimte als werknemers

Schouten komt met een wetsvoorstel om de spaarruimte in de derde pijler te verhogen van 13,3% naar 30%. Het betekent dat zzp’ers en ondernemers net zo veel ruimte krijgen om belastingvrij premie te storten in een lijfrente als mensen met een pensioenregeling via hun werkgever (tweede pijler).

De minister wil 100 miljoen euro reserveren voor de verruiming. “Het kabinet vindt dat pensioenopbouw voor zelfstandigen hierdoor beter wordt gefaciliteerd”, staat in de brief. Het wetsvoorstel was in augustus al aangekondigd, Schouten schrijft nu dat ze het ‘binnenkort’ naar de Tweede Kamer stuurt.

Volgens de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2021 van CBS/TNO maakt 22% van de ‘zzp’ers eigen arbeid’ gebruik van een specifieke zzp-pensioenregeling als onderdeel van zijn pensioenplan. Zo’n 47% spaart via een pensioenfonds van een (voormalig) werkgever.

Makkelijker aansluiten bij werknemerspensioen

In het voorstel zit ook een zogenaamde ‘experimenteerwetgeving’ die het makkelijker maakt voor zzp’ers om zich aan te sluiten bij pensioenregelingen in de tweede pijler. Nu moeten zzp’ers voor opbouw in de tweede pijler hun inkomen van drie jaar geleden doorgeven.

Dat blijkt vaak een belemmering, schrijft de minister. Na overleg met de sector en zelfstandigenorganisaties stelt zij daarom voor een kortere termijn te hanteren. Dat betekent dat pensioenaanbieders voortaan kijken naar het inkomen van niet drie maar één jaar geleden.

Schouten wil deze experimentwet ‘binnen vijf jaar na invoering’ evalueren. Ze wil dan vooral weten of deze maatregel pensioensparen inderdaad makkelijker maakt.

‘Verspilling van pensioengeld’

Sjaak Zonneveld van BrightPensioen heeft er geen vertrouwen in. “Niemand zit erop te wachten, volgens mij is het verspilling van pensioengeld”, zegt hij.

Bovendien vreest hij dat zzp’ers nog minder vertrouwen krijgen in pensioensparen als het experiment mislukt. Op dit moment heeft 17% van de zzp’ers eigen arbeid geen geen enkele aanvullende pensioenvoorziening bovenop de aow (ZEA 2021).

“Experimenteer daarom in de derde pijler”, suggereert Zonneveld. “Bijvoorbeeld door de pensioenopbouw van de zzp’er te koppelen aan de omzetaangifte.” Hoe dat zou werken, lees je hier. Daarnaast zou hij het beter vinden als zzp’ers hun jaarruimte konden baseren op hun huidige inkomen, in plaats van de omzet van vorig jaar.

“Het is vervelend dat je als zzp’er in een jaar met goede omzet niet direct je pensioenpot stevig kunt vullen, maar dat moet doen op basis van hoe je inkomen het jaar daarvoor was.”

Eigen huis als pensioen?

De brief van Schouten is een reactie op kamervragen van D66-leden Marijke van Beukering-Huijbregts en Romke de Jong. Zij hadden nog een idee om pensioensparen voor zzp’ers makkelijker te maken, namelijk de mogelijkheid om huizenbezit in te zetten als pensioenvoorziening.

De minister ziet dat niet zitten. “Niet iedereen heeft een eigen woning of overwaarde op die woning”, schrijft ze. Daarnaast is een eigen huis niet altijd een goede pensioenvoorziening, vindt Schouten. Het verschilt per situatie of de overwaarde genoeg is om je oude dag door te komen.

Voor zo’n 35% van de zzp’ers die eigen arbeid verkopen is een eigen woning deel van zijn pensioenplan, blijkt uit de ZEA 2021. De minister benadrukt dat een eigen woning niet bedoeld is als pensioenvoorziening. Bovendien vreest ze dat zo’n regeling pensioensparen ingewikkeld maakt, terwijl zij de belastingregels rondom pensioen juist wil versimpelen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 5s Reacties

Intermediair krijgt meldplicht als klant discrimineert

De NBBU is al in een vroeg stadium bij dit traject betrokken geweest en diende ook een reactie in bij de internetconsultatie in 2019.  Onze reactie richtte zich op het feit dat uitzendondernemingen, in tegenstelling tot reguliere werkgevers, bij het ontbreken van een dergelijke werkwijze niet eerst de mogelijkheid tot herstel zouden krijgen, maar direct een bestuurlijke boete, die ook gepubliceerd wordt. Gelukkig is deze ongelijkheid in het wetsvoorstel later rechtgetrokken.

Moties voor een meldplicht voor de intermediair

Ondertussen zijn we wat jaren verder en is via aangenomen moties van D66 en CDA een extra voorstel ingebracht dat specifiek onze sector treft: een meldplicht voor intermediairs. De meldplicht houdt in dat als een klant een discriminerend verzoek doet met betrekking tot inlenend personeel, de intermediair de wettelijke plicht heeft dit te melden bij de Arbeidsinspectie. Doel is dat de Arbeidsinspectie zo discriminatie door inlenende bedrijven aan kan pakken. Als NBBU zijn we al lange tijd hierover in gesprek met het ministerie van SZW. Ook spraken we de staatssecretaris SZW van het vorige kabinet hier uitgebreid over.

Volgens ons biedt de meldplicht voor intermediairs geen oplossing voor het tegengaan van discriminerende verzoeken van inleners:

  1. Het doel van de meldplicht is het aanpakken van discriminerende verzoeken door Nederlandse bedrijven die personeel willen inlenen;
  2. Een meldplicht is niet de oplossing om discriminatie tegen te gaan;
  3. De oplossing ligt in (maatschappelijke) bewustwording, een langdurig proces en een gedeelde verantwoordelijkheid van iedereen in deze maatschappij;
  4. De intermediair is weliswaar een professionele partij die de opdrachtgever adviseert en uitlegt hoe objectieve werving en selectie leidt tot de beste kandidaat en bovendien conform wet- en regelgeving is;
  5. De intermediair is uitdrukkelijk geen toezichthouder, terwijl de meldplicht deels invulling geeft aan een toezichthoudende taak. Dit is ten principale onjuist. Dit geldt eens te meer omdat er een opdrachtnemer/opdrachtgever-relatie bestaat tussen deze partijen.

Coalitieakkoord kabinet Rutte-IV

In december jl. werd het coalitieakkoord van kabinet-Rutte IV bekend. Het nieuwe regeerakkoord is vrij algemeen van aard, maar uitgerekend de meldplicht voor uitzendbureaus is er specifiek in opgenomen. Overigens worden ook intermediairs op de woningmarkt benoemd bij de meldplicht, zoals makelaars, verhuurders en vastgoedbemiddelaars.

Onlangs is de behandeling van het wetsvoorstel Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie weer opgepakt, nu met het voorstel om deze uit te breiden met de meldplicht voor intermediairs. Naar mijn mening hebben de ambtenaren goed naar ons geluisterd, want de toelichting van de nota van wijzigingen geeft een goed genuanceerd beeld. We voorzien een lage meldingsbereidheid vanwege de contractuele relatie, maar ook door de lastige beoordeling wanneer een verzoek – juridisch – discriminatoir is. Ondanks de gebalanceerde toelichting is het een feit dat het voorstel nu voorligt voor internetconsultatie en dat de kans zeker aanwezig is dat de wettelijke meldplicht uiteindelijk gerealiseerd zal worden.

Internetconsultatie meldplicht

Via internetconsultatie biedt de overheid burgers en bedrijven de mogelijkheid hun mening te geven over nieuwe wetten voordat ze definitief worden. De meldplicht ligt op dit moment voor. De NBBU zal sowieso een officiële inbreng doen namens de leden.

In grote lijn zullen wij stellen dat de meldplicht voor intermediairs:

  • Geen oplossing biedt voor het probleem (discriminatie door inleners);
  • Ten principale onjuist is, omdat de intermediair geen toezichthouder is;
  • Op praktische bezwaren stuit.

Auteur: Fariël Dilrosun

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 1 Reactie

Nobody washes a rental car. Over het investeren in de ontwikkeling van freelancers

“Nobody washes a rental car.” Deze zin hoorde ik laatst tijdens een gesprek met één van onze klanten. En het is ook zo. Althans, ik heb dat nog nooit gedaan en ik vermoed dat ik niet de enige ben. Je gebruikt de auto, tankt hem af, levert hem in en betaalt hem voor de dagen en kilometers dat je hem gebruikt hebt. Dat ie wat onder het stof zit, dat is niet mijn probleem.

Maar wat heeft dit met freelancers te maken? Nou helaas best veel. Want hoeveel mensen die gebruik maken van freelancers (a.k.a. opdrachtgevers) besteden tijd en aandacht aan de ontwikkeling van freelancers die voor hen werken?

Over het algemeen geldt het volgende: medewerkers renderen het beste als ze rollen en taken krijgen waarin ze worden uitgedaagd.

Investeren in ontwikkeling is voorbehouden aan vast personeel. We gaan toch geen geld en tijd spenderen aan medewerkers die hier maar voor een bepaalde periode blijven? Aan de ene kant kan ik me dit heel goed voorstellen aan de andere kant vind ik het een gemiste kans. Want de ontwikkeling van mensen kan je ook op andere manieren vormgeven.

Investeren in ontwikkeling, hoe dan?

Voor freelancers is ‘persoonlijke ontwikkeling’ één van de meest genoemde aandachtspunten. Hoe blijf ik mezelf als professional ontwikkelen? Wat als je als opdrachtgever hierin een rol zou kunnen spelen. En wat als ik je vertel dat niet alleen de freelancer er beter van wordt, maar jijzelf en je team ook? Niet door ze naar cursussen te sturen (mag nog niet eens van de wet) of in opleidingstrajecten mee te nemen, maar door iets heel simpels.

Over het algemeen geldt het volgende: medewerkers renderen het beste als ze rollen en taken krijgen waarin ze worden uitgedaagd. Net dat kleine beetje ‘stretch’ waardoor ze scherp blijven, het beste van zichzelf moeten eisen en net dat stapje extra mogen en moeten zetten. Uit talloze onderzoeken blijkt dat medewerkers hier energie van krijgen en ze met meer plezier aan het werk gaan. Vaak zien we zelfs dat ze in deze situaties echt gaan ‘overperformen’. Wat we merken is dat er vaak veel meer in onze collega’s zit, dan dat ze zelf hadden verwacht (en soms ook wat wij verwacht hadden).

Zou dit niet hetzelfde zijn voor de freelancers die je inhuurt?

Bijna alle opdrachtgevers geven freelancers taken en verantwoordelijkheden waarin de freelancers zich al eerder bewezen hebben. Dat is veilig, want je weet waar je voor betaalt. We bekijken de profielen van freelancers op hetgeen ze in het verleden al hebben gedaan en waar ze een trackrecord in hebben.

Taken buiten de comfortzone

Wat zou er gebeuren als je het ook aandurft om taken aan je freelancers te geven die net buiten hun comfortzone vallen? Een net iets andere of bredere taak die hen uitdaagt waardoor die extra energie wordt aangewakkerd. Zou het niet heel logisch zijn, dat ook zij beter gaan renderen, meer energie krijgen en zichzelf pushen tot een topprestatie. Maakt het dan nog uit dat je met freelancers een andere contractvorm hebt afgesproken dan met de ‘vaste’ medewerkers? Ik denk het niet.

Bijna alle opdrachtgevers geven freelancers taken en verantwoordelijkheden waarin de freelancers zich al eerder bewezen hebben.

Daarom zou ik iedereen die met freelancers werkt willen uitdagen om eens kritisch te kijken naar wat je van je freelancers vraagt. Geef eens een extra taak, een andere rol of laat hem/haar eens in problemen, systemen of methodieken duiken waar hij/zij nog nooit mee te maken heeft gehad. Net als je met je andere collega’s doet.

Overleg dit eens met de freelancer die je nu al inhuurt of in wil huren en probeer het eens. Ik denk dat je verrast zult zijn over het resultaat (eigenlijk ook niet). En wat is de bijvangst? De ontwikkeling van de freelancer! Hoe mooi is dat? En wanneer dit goed bevalt, de freelancer zich verder ontwikkelt, jij een nóg beter resultaat krijgt, huur je die freelancer toch gewoon nog een keer in?

Lars Evers, co-founder Jellow 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Onderzoek Rekenkamer bevestigt: Wet DBA moet vervangen worden door nieuwe regels

De Belastingdienst pakt bijna geen bedrijven aan die werknemers onterecht als zelfstandige laten werken, blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer. De bestrijding van schijnzelfstandigheid komt nauwelijks van de grond door het handhavingsmoratorium. Bovendien zijn de regels te ingewikkeld, lopen fiscale en arbeidsrechtelijke beoordeling door elkaar en heeft de Belastingdienst te weinig mankracht voor controles. Het moet anders, concluderen de onderzoekers. I-ZO Nederland is het daarmee eens.

Lees ook: Algemene Rekenkamer: Belastingdienst handhaaft Wet DBA niet. En kan dat ook nauwelijks.

Het is goed dat de Algemene Rekenkamer initiatief heeft genomen voor dit onderzoek. Hopelijk geeft dit de politiek het duwtje in de juiste richting om vernieuwing van de regels op gang te krijgen. Dat is namelijk hard nodig.

Tijd voor een nieuwe afslag

Uit het onderzoek blijkt dat de ingeslagen weg met de webmodule en kwalificatie van de arbeidsrelatie op basis van het gezagscriterium doodloopt. Het is tijd om een andere afslag te nemen om uiteindelijk op de juiste bestemming aan te komen. Het doel: duidelijke, uitvoerbare regels om zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen.

Het probleem bestaat uit vier elementen, schrijft de Rekenkamer:

  1. Grote verschillen in fiscaliteit en sociale zekerheid tussen werknemers en zelfstandig ondernemers;
  2. Te arbeidsintensieve controle op het onderscheid tussen zzp’ers en werknemers in loondienst;
  3. Beperkte handhavingscapaciteit bij de Belastingdienst;
  4. Beperkte handhavingsmogelijkheden door het handhavingsmoratorium.

Wat moet er dan gebeuren?

Volgens I-ZO kunnen we dit oplossen door fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke verschillen tussen werknemers en zzp’ers te verkleinen en het onderscheid tussen beide type contracten te vereenvoudigen.

Met de eerste aanbeveling is de politiek al begonnen. De verschillen in sociale zekerheid worden kleiner dankzij een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (zzp-aov). Als het aan ons ligt, wordt daar haast mee gemaakt. Een alternatief voor een verplichte zzp-aov is een inhoudingsplicht, waarbij opdrachtgevers van zelfstandigen een deel van de omzet afdragen aan sociale zekerheid.

Vaarwel gezagscriterium!

Om het onderscheid tussen zzp-schap en loondienst te vereenvoudigen, moeten we af van het gezagscriterium. Wat ‘gezag’ is verschilt namelijk per situatie en verandert bovendien voortdurend, ook voor werknemers. Juristen zijn er blij mee, want je bent nooit klaar met discussiëren over dit criterium. Daarom stellen wij voor om het onderscheid van zzp’ers en werknemers op een veel simpelere manier te organiseren en het gezagscriterium vaarwel te zeggen.

Uurtarief en aanvullende criteria

Conform het SER MLT-advies, vinden wij dat er een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst moet komen bij een uurtarief onder de 30 tot 35 euro.

Voor zelfstandig ondernemers met een uurtarief boven de 35 euro moeten er objectief controleerbare criteria komen voor zelfstandig ondernemerschap. Denk aan vragen zoals: Wie is eindverantwoordelijk en aansprakelijk voor resultaat en schade? Is de opdracht tijdelijk, zijn er begin- en einddata? Is er een duidelijke opdrachtomschrijving?

Daarnaast helpen aanvullende criteria voor sectoren waar schijnzelfstandigheid vaak voorkomt. Deze aanvullende criteria moeten passen bij de karakteristieken van die probleemsector.

Bestemming: bescherming voor de onderkant

Deze werkwijze zal zeker leiden tot een drastische afname van het aantal schijnzelfstandigen aan de onderkant van de markt en op plekken waar uitbuiting op de loer ligt. En voor de rest van de markt? Daar durf ik  geen voorspellingen over te doen. Maar als zelfstandigen via een verplichte verzekering hun bijdrage leveren aan de sociale zekerheid en door de aangekondigde snelle afbouw van de zelfstandigenaftrek een fiscaal voordeel kwijtraken, dan maakt dat niet meer zoveel uit.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Simone Groeneveld gaat MSP-tak HeadFirst Group leiden

Simone Groeneveld heeft ruim 25 jaar ervaring in de HR-dienstverlening, zowel in MSP, RPO als uitzenden. Zij begon ruim 25 jaar geleden als intercedent, waarna zij carrière maakte bij Randstad en Manpower. Binnen deze uitzendorganisaties bekleedde Groeneveld diverse, internationale directiefuncties op het vlak van RPO en MSP (respectievelijk Randstad Sourceright en Manpower Talent Solutions).

Rol binnen HeadFirst Group

Groeneveld over de reden van de overstap naar HeadFirst Group. “Het was een heel bewuste keuze. Als je jarenlang bij grote corporates werkt leer je een heleboel en kun je fantastische dingen doen, maar ik merk ook dat de markt vraagt om wendbaarheid, sneller schakelen, korte lijnen en denken in ecosystemen. Dat kan bij een relatief kleinere organisatie als Staffing MS.”

Simone Groeneveld vult de positie in van de onlangs naar concurrent De Staffing Groep vertrokken Wouter Waaijenberg, mede-oprichter van Staffing MS, dat sinds 2018 onderdeel is van HeadFirst Group.

“Met respect en onverminderde aandacht voor de succesvol opgebouwde basis van Staffing MS en de huidige opdrachtgevers, innoveren we door naar Talent Solution Provider”, zegt Groeneveld. “Ik geloof erin dat het inrichten van goede processen – waar we als MSP al heel goed in zijn – en zorgvuldig talentmanagement een gouden combinatie is.”

HeadFirst Group voerde eerder dit jaar al wijzigingen door in de top van de organisatie met de komst van Marion van Happen als CEO, waardoor Han Kolff de ruimte krijgt zich nog meer te focussen op zijn rol als voorzitter van het bestuur en op de groeistrategie in Europa.

De aanstelling van Groeneveld noemt HeadFirst Group ‘een logische stap’. Groeneveld: “Op zich zal de koers niet wijzigen. Binnen de HeadFirst Group zal Staffing MS een belangrijk onderdeel blijven van de groeistrategie, zowel gericht op de overheid als profit organisaties. En ik zal nauw samenwerken met Marion en Han om samen de expansie in Europa te gaan ontwikkelen.”

We halen met Simone een zeer ervaren professional in huis die gewend is leiding te geven aan dynamische organisaties. Aan de hand van Simone – en met de bezielende inzet van alle collega’s – gaat Staffing MS de volgende groeistap zetten in de Benelux en de rest van Europa.
Marion van Happen, ceo HeadFirst Group

Persoonlijke droom

Groeneveld ziet de rol van MSP binnen de flexbranche veranderen. “Ik heb in 2011 vanuit Manpower RPO- en MSP-pogramma’s opgezet. Op dat moment waren wij early adopters. Maar een neutral MSP was destijds nog vooral gericht op kostenbeheersing. Nu gaat het erom zo goed mogelijk een MSP-programma te laten draaien om zo snel mogelijk het juiste talent de organisatie te laten instromen.”

Volgens Groeneveld moet je als moderne MSP inspelen op de trend naar Total Talent Management (TTM)-oplossingen. “Iedereen is bezig met de vraag ‘Hoe kunnen we talent borgen in een organisatie? Daarbij moet je niet alleen kijken naar harde criteria, maar veel meer naar competenties en skills. Niet een kandidaat uitsluiten omdat vinkje X (bijvoorbeeld opleiding) niet kan worden aangeklikt, maar veel breder zoeken naar talent. Misschien is hij of zij door bepaalde ervaring wel de perfecte kandidaat. L’Oreal in China heeft dat interessant aangepakt met SeedLink Technologies. L’Óreal werft eigenlijk alleen mensen van topuniversiteiten; met SeedLink – dat met behulp van AI taalgebruik analyseert – hebben ze een ander traject gevolgd. Uitkomst: de scores waren hetzelfde als bij de klassieke werving, maar het leverde compleet andere kandidaten op. Talent dat L’Oreal anders niet in beeld zou hebben gekregen.

“Ik geloof dat we anders naar talent moeten kijken. Daarbij gaat het er voor ons ook om de onderliggende systemen daarop in te inrichten. Dus die andere, bredere talentbenadering inbouwen in een MSP-propositie – dat is een droom voor mij.”

Bij HeadFirst Group gaat die persoonlijke droom in vervulling, stelt Groeneveld. “Ik heb echt weer het scale-up gevoel. Ik geloof in ecosystemen. Samen met partners de beste oplossing voor een organisatie bieden. Die slag kunnen we bij HeadFirst Group maken. De organisatie is sneller schaalbaar (dan een corporate organisatie), de lijnen zijn korter en je kunt sneller zelf beslissingen nemen.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Algemene Rekenkamer: Belastingdienst handhaaft Wet DBA niet. En kan dat ook nauwelijks.

Controle op de Wet DBA door de Belastingdienst in de jaren 2020 en 2021 heeft tot precies 1 correctie op de aangifte geleid en tot drie ‘aanwijzingen’. Het aantal correcties op aangiftes inkomstenbelasting van zelfstandigen is sinds de komst van de Wet DBA gehalveerd. Dat heeft de Algemene Rekenmaker uitgezocht op basis van gegevens van de Belastingdienst. De aanpak schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst komt volgens de Rekenmaker niet van de grond.

Opheffing van het handhavingsmoratorium is volgens collegelid Ewout Irrgang maar deel van de oplossing. “Het ontbreekt de Belastingdienst aan een stelsel om te kúnnen handhaven.” Regels zijn complex, fiscale en arbeidsrechtelijke beoordeling lopen door elkaar heen en maken controles tijdsintensief en het ontbreekt de Belastingdienst aan mankracht.

Het rapport ‘Focus op handhaving Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid’ waarin deze conclusies worden getrokken is aangeboden aan de Tweede Kamer.

Weinig animo voor webmodule

Naast een ‘repressieve’ controlerende taak, heeft de Belastingdienst ook een nadrukkelijke adviserende taak met betrekking tot de Wet DBA. ‘Een coachende rol’ zo noemde voormalig staatssecretaris Vijlbrief dat vaak.

Ook van die rol komt niet veel meer terecht, zo stelt de Algemene Rekenmaker in haar rapport. Van de webmodule, nu beschikbaar als voorlichtingsinstrument, wordt nog nauwelijks gebruik gemaakt. Het aantal telefoontjes dat de Belastingdienst krijgt over het onderwerp DBA is fors afgenomen.

Bedrijven maken ook veel minder gebruik van de mogelijkheid om ‘individueel vooroverleg’ te hebben. Mogelijk komt dat doordat bedrijven sinds 2017 gebruik kunnen maken van de – vooraf door de Belastingdienst goedgekeurde – modelovereenkomsten. Dat is immers ook een vorm van vooroverleg.

Los daarvan veronderstellen de onderzoekers dat er afgenomen animo bij bedrijven is om over dit onderwerp contact te hebben met de Belastingdienst.

Effect modelovereenkomsten Wet DBA onbekend

Met name grote beursgenoteerde bedrijven, maar ook overheden, voelen zich gehouden aan de Wet DBA. Ook na de komst van het handhavingsmoratorium.

De komst van de Wet DBA zorgde er daardoor voor dat veel bedrijven en organisaties zelf regels omtrent het inzetten van zelfstandigen gingen opstellen. Bijvoorbeeld over de manier waarop zelfstandigen autonoom hun werk kunnen doen of over een maximale duur van inhuur. Deze regels zijn veelal opgenomen in de modelovereenkomsten, waarvan de Belastingdienst meer dan tweeduizend varianten heeft goedgekeurd.

De mogelijkheid dat hierdoor het aantal schijnzelfstandigen is afgenomen, heeft de Algemene Rekenkamer niet meegenomen in haar onderzoek.

Ook de impact op en rol van de zzp-bemiddelingsbranche is niet bekeken. Een flink deel van de zelfstandigen die ingehuurd worden door organisaties werkt via bureaus.

Rol Arbeidsinspectie bestrijding schijnzelfstandigheid niet onderzocht

Het vorige kabinet besloot de handhaving op schijnzelfstandigheid vooral ook door de Arbeidsinspectie te laten doen. Toenmalig minister Koolmees maakte daar 50 miljoen extra voor vrij. De rol van de Arbeidsinspectie omtrent het aanpakken van schijnzelfstandigheid is niet onderzocht.

De inspectie kwam de afgelopen jaren in het nieuws met onderzoek op dit vlak bij onder meer payroll bedrijf Tentoo, het onjuist inzetten van gedetacheerde juristen bij RVO en de conclusie van de inspectie dat platform Temper feitelijk een uitzendbureau is.

Onderzoek heeft geen beeld over nadelig effect Wet DBA zelfstandigen

In de aankondiging van het rapport beloofde de Algemene Rekenmaker ook te kijken naar welke knelpunten zzp’ers ervaren bij de Wet DBA. De invoering daarvan leidde tot zoveel onrust in de markt dat het kabinet besloot de handhaving op te schorten.

Of die onrust voortduurt en of mogelijk opdrachtgevers in de praktijk minder gebruik maken van inhuur door onduidelijkheid omtrent de regelgeving heeft de Rekenmaker niet onderzocht.

Uitstel handhaving ‘ongewenst’, maar fors handhaven ook

Al vanaf het begin van de Wet DBA geldt een handhavingsmoratorium. Dat moratorium is wel iets milder geworden, maar wordt nog steeds verlengd. Een ongewenste en merkwaardige situatie, vindt Irrgang. Bestrijding van handhaving is volgens hem nodig, want de overheid loopt geld mis, het tast de sociale bescherming van werkenden aan en creëert oneerlijke concurrentie tussen bedrijven die zich wel en niet aan de wet houden.

De Rekenmaker pleit daarom ook voor stapsgewijs opheffen van het moratorium:  “Na opheffing van het moratorium kan de Belastingdienst effectiever optreden, gaan opdrachtgevers en zelfstandigen de wet beter naleven en ontstaat er een betere uitgangspositie om een eerlijker speelveld te creëren tussen opdrachtgevers (onderling) en werkenden (onderling)” aldus het rapport.

Het opstarten van de handhaving moet volgens de Rekenmaker wel gedoseerd, omdat anders de kans bestaat dat de “publieke en politieke ophef rond de invoering van de Wet DBA in 2016 herleeft”.

Meervoudig probleem

Voor de Algemene Rekenmaker is opvoeren van de repressieve handhaving niet meer dan een stap. Naast dat moratorium zien de onderzoekers nog andere knelpunten die het lastig maken om schijnzelfstandigheid effectief aan te pakken.

Bron: Focusrapport Algemene Rekenmaker

Om te beginnen zijn volgens de Rekenmaker de regels om te bepalen wanneer iemand nu wel of niet zelfstandige is, of ingehuurd kan worden als zelfstandige, te onduidelijk.

“Alleen met duidelijke wetgeving kunnen burgers en bedrijven regels uit zichzelf naleven, zonder dwingende en kostbare acties door de Belastingdienst. Die duidelijkheid ontbreekt nu. Daardoor kan de Belastingdienst zowel noch handhaven noch adviseren.

Zowel de Belastingdiensten als belangenorganisaties noemen de webmodule in dat kader  ‘geen wondermiddel’, zo stelt de Rekenmaker.

Los daarvan kampt de Belastingdienst volgens de de onderzoekers zowel kwalitatief (aantallen) als kwantitatief (kennis) met handhavingscapaciteit. “Dat maakt de ‘pakkans’ laag en maakt dat het lastig is om verschillende opdrachtgevers en zelfstandigen gelijk te behandelen.”

Kabinet ‘herkent’ zich in conclusies

Verantwoordelijk staatssecretaris van Rij (Financiën) zegt in een reactie zich te herkennen in de conclusies van de Algemene Rekenmaker. “De conclusies bevestigen het beeld dat het maken van een onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen complex is voor zowel bedrijven, zelfstandigen als Belastingdienst en dat er geen eenvoudige oplossingen zijn.”

Van Rij wijst er op dat in het coalitieakkoord is afgesproken om de arbeidsmarkt te hervormen, met aanpassingen te komen en te kijken naar handhaving. “De bevindingen uit het rapport zullen daarbij worden meegenomen.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter