"Exploring the future of work & the freelance economy"

Koolmees in spagaat met de Wet DBA: hoe krijg je én meer controle, én meer rust?

Meer controle op ‘kwaadwillenden’ en tegelijk geen controle ‘goedwillenden’: die dubbele boodschap blijft lastig.

Evidente schijnzelfstandigheid van de ‘kwaadwillenden’ aanpakken én de onrust onder echte zelfstandigen en echte opdrachtgevers wegnemen. Dat is de spagaat waarin minister Koolmees zit bij het Wet DBA-dossier. Een wet die mislukt, maar nog wel van kracht is, in afwachting van nieuwe regels over welke zelfstandigen nu wél ingehuurd kunnen worden. Die nieuwe regels vragen om zorgvuldigheid, zo liet de minister gisteren weten in een overleg in de Tweede Kamer. Waar hij concreet kon uitleggen hoe er per 1 juli meer handhaving komt, vragen maatregelen die meer duidelijkheid moeten geven over wat wel mag meer tijd.

Dat de minister gisteren bij binnenkomst in het Kameroverleg een liedje van het Beatles-album ‘Magical Mystery Tour‘ zong, was wellicht een stille hint over wat hem daarbij te doen staat.

Meer handhaving

Er is veel maatschappelijke en politieke druk om schijnconstructies met zzp’ers aan te pakken. Zo werd Kamerbreed een motie aangenomen voor de aanpak van maaltijdbezorger Deliveroo, die haar bezorgers in loondienst verving door zzp’ers.

Minister Koolmees in overleg met Kamer over arbeidsmarkt en nieuwe Wet DBA.

De handhaving van opdrachtgevers die bewust zzp’ers inzetten via schijnconstructies wordt vanaf 1 juli intensiever, beloofde Koolmees. Zo’n honderd bedrijven mogen nog voor het eind van het jaar een bezoekje verwachten van de Belastingdienst. Met name de Arbeidsinspectie gaat een prioriteit maken van het opsporen van schijnzelfstandigheid. De 50 miljoen euro die die inspectie krijgt, zal voor een deel ook daarvoor ingezet worden.

Specifieke bedrijven en sectoren wil en mag de minister niet noemen. De Arbeidsinspectie is ook een onafhankelijke dienst met haar eigen beleid. Duidelijk is wel dat er vooral naar risicosectoren als de logistiek gekeken wordt. Waarbij een goed verstaander hoort dat zeker ook ‘platformen’ als Deliveroo en Temper op de shortlist staan. Met onder meer de vraag of die platformen nu wel of niet aan arbeidsbemiddeling doen, waarmee ze onder de wetgeving van de uitzendsector (Waadi) zouden komen te vallen.

Minder onrust

Een wet die er wel is, maar niet wordt gehandhaafd, maar dan weer wel voor ‘kwaadwillenden’. En een handhaving die dan weer wordt uitgebreid. Het helpt allemaal niet om de onrust in de markt van echte zelfstandigen en echte opdrachtgevers weg te nemen, zo erkende de minister.

Aanpassingen die de gewenste duidelijkheid verschaffen voor goedwillende opdrachtgevers, vragen echter nog meer tijd. Voor het minimum-inhuurtarief is afstemming met Europa nodig. Dit initiatief, dat in andere landen overigens op sympathie kan rekenen, staat immers mogelijk op gespannen voet met de dienstenrichtlijn en het vrije economische verkeer.

De minister zegde daarnaast opnieuw toe om voor het einde van dit jaar aan te geven op welke manier de lastige term ‘gezag’ verduidelijkt en gemoderniseerd gaat worden. Discussies over of bijvoorbeeld een zelfstandige nu wel of niet aan een werkoverleg mag deelnemen behoren dan tot het verleden.

De opt-out-optie voor het hogere tarief blijft onderdeel van het totale plan. Maar ook dit punt vraagt nog een verdere uitwerking, met name in de afstemming tussen de fiscale en arbeidsrechtelijke positie van deze groep, zei Koolmees. De grote werknemersorganisaties blijven overigens principieel tegen dit onderdeel van de vervanging van de Wet DBA. Oproepen van die vakbonden en de linkse oppositie om de Wet DBA in volle omvang in te voeren en te handhaven, legde de minister naast zich neer.

Wie de schoen niet past….

Op de vraag van Dennis Wiersema (VVD) wat de minister kon doen voor de groep (groot)bedrijven en organisaties die zich door compliancy-regels verplicht voelen de Wet DBA te na te leven, ondanks het ‘niet-handhaafbeleid’, antwoordde de minister met nog eens uitgebreid uit de doeken te doen welke bedrijven nu wél een extra bezoek mogen verwachten. Lees: de bedrijven in de risico-sectoren die zzp’ers met lage tarieven inzetten.

Wie de schoen past, die trekke hem aan. En wie de schoen niet past, trekke hem vooral ook niet aan, zo leek de minister duidelijk te willen maken.

Met andere woorden: opdrachtgevers die, vooruitlopend op de nieuwe regels, zelfstandigen een fatsoenlijk tarief betalen, ze een concrete opdracht geven met een helder (model)contract en zonder ze jaren achter elkaar in te zetten, zouden zich – mijn inziens – geen nieuwe zorgen moeten maken door de berichten over de intensievere handhaving.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

3 reacties op dit bericht

  1. Ik werk al het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw in de branche van (schijn)constructies op het gebied van de dienstverlening. Het is treurig om te zien dat de overheid er niet in slaagt om in een kleine 40 jaar dit probleem adequaat op te lossen. Schande! voor dit onvermogen van onze bestuurders

    • @Wouter, dank voor je reactie. Om je reactie iets meer een plek te kunnen geven, vraag ik me af over welke sector je het precies hebt. En wat is het probleem waar je zelf tegen aanloopt?

  2. Het gaat er inderdaad niet om wie je nog wel en wie je niet meer mag inhuren, maar onder welke voorwaarden, de manier waarop, dus een goed omschreven opdracht, liefst met een prestatie beloning, niet een open einde opdracht met alleen een uren verplichting.