Maandelijkse archieven: november 2021

Arbeidsmarkt van Morgen-debat. Moeten we blijven wachten op een doorbraak?

Time magazine had het in 2006 zo positief bedacht: ‘jij bent de persoon van het jaar!’ schreeuwde de cover. Het digitale tijdperk ging er voor zorgen dat de ‘ik’ de touwtjes in handen kreeg. Het individu als autonoom wezen. ‘You-tube’ ging ervoor zorgen dat jij kon bepalen wat je wilde bekijken. En dan toen moest de iPhone nog op de markt komen.

15 jaar later blijkt dat optimistische beeld omgeslagen naar een negatieve realiteit. De ‘ik’ blijkt niet in controle, maar blijkt een ‘object’ te zijn. Niets autonomie, niets zelf controle hebben. We worden via data aangestuurd door overheden en techbedrijven. We zijn in toenemende mate horige geworden. We zijn door en door geïndividualiseerd. Wendbaarheid en afwisseling zijn noodzakelijk. Vrijheid is immers het belangrijkste geloofsartikel van de Verlichting en daarna het liberalisme. Een streven zonder einde. Maar de realiteit is dat we machteloos zijn. Eerder prooi dan jager.

Een echt vrolijk begin zette auteur en columnist Bas Heijne met de bovenstaande observaties niet neer bij de achtste editie van het NBBU congres ‘Arbeidsmarkt van de Toekomst’. Hij zette, wat positiever gericht, ook het thema voor die arbeidsmarkt van de toekomst, scherp meer. Het hervinden van de balans, waarin het streven van individuele vrijheid hand in hand gaat met het streven naar een betere maatschappij. Zelfbeschikking én een basisbescherming voor alle werkenden. Immers: ‘totale zelfbeschikking is een illusie’, aldus Heijne.

Vaste contract biedt schijnzekerheid

De verantwoordelijkheid om werkenden weerbaar te houden in een continu veranderende arbeidsmarkt is verschoven van de overheid naar bedrijven en vervolgens naar het individu, zo vulde Leo Witvliet aan. Dat moet weer anders. “We moeten alleen niet de illusie hebben dat de oplossing in het ‘vaste contract’ ligt.”

Het vaste contract is een lege belofte die de prullenbak in kan

Ook Jacco Vonhof, voorzitter van MKB Nederland, vindt dat we veel te veel aan dat vaste contract hebben opgehangen:  alle zekerheden rond werk, inkomen en wonen. “Het vaste contract is veel te zwaar geworden.” Basiszekerheden moet je loskoppelen van de contractvorm, zo vindt hij. Je moet de arbeidsrelatie ontlasten van die wederzijdse afhankelijkheid tussen werkgever en werkende.

“Het vaste contract is een lege belofte die de prullenbak in kan”, is de stellige overtuiging  van Witvliet. In zijn boekje ‘Nadenken over de Arbeidsmarkt van (over)morgen’ – dat de basis was van dit congres – pleit hij ervoor om die contracten een nieuwe inhoud te geven. “Door de juiste opleiding, begeleiding, werkplek en sfeer te organiseren, willen mensen graag bij je blijven werken. Dan wordt het ‘vaste’ gerealiseerd vanuit de beleving van de functie en niet vanuit het ‘lege’ juridische contact. Humanisering van de contractverhouding als nieuwe kracht.”

Leuk en aardig die roep om minder regels, meer dialoog, humanisering en ‘flex’ als HR-thema, maar te vaak betekent flex simpelweg ‘zo goedkoop mogelijk’, zo constateert Erik Pentenga, sectorbestuurder van FNV Flex. Waar ‘inkoop’ regeert, werkt je beroepen op fatsoen en wederzijdse belangen niet, zo ervaart hij. “Dan hoor ik: waar staat dat dit niet mag?”

Vrouwelijk ongeduld

Tot zover de mannen op het podium en in de zaal. Voor de dames duurt het allemaal wat te lang, of wordt het allemaal veel te weinig concreet.

Roos Wouters van de Werkvereniging – die toch al niet bekend staat om haar geduldige karakter – stelde vanuit de zaal toch maar even vast dat ze al acht jaar geleden met haar plan kwam om basiszekerheden te koppelen aan je burgerservicenummer in plaats van aan de contractvorm. Plus dat er in die acht jaar op dat vlak niets veranderd is. “We moeten van blah, blah, blah naar action, action, action.”

Dat signaleert ook Sjanne Marie van den Groenendaal, the new kid on the block als het gaat om het neerzetten van een andere kijk op alles wat met zzp te maken heeft. Zij ziet als groot gevaar dat we, met al dat gepraat over de arbeidsmarkt van morgen, vandaag niets doen. “Alles wat we vandaag doen, vormt de bouwstenen, het fundament voor de arbeidsmarkt van morgen”.

Verbeteren werkrelatie zzp’ers en opdrachtgevers

Voor Van den Groenendaal hoort daar nadrukkelijk ook de verbetering van de werkrelatie tussen de zzp’ers en hun opdrachtgevers bij. “Nee, ze zijn niet zielig. Het gros (‘maar zeven procent is gedwongen zzp’ers) wil niet anders, het gros is gelukkiger dan werknemers. Toch kan het geen kwaad om als werkgever, correctie: opdrachtgever, gewoon even tien minuten uit te trekken om het gesprek met zo’n zzp’er aan te gaan en de simpele vraag te stellen: ‘wat kan ik voor je doen zodat je duurzaam inzetbaar blijft?’.”

Immers, zo blijkt uit haar onderzoek, zzp’ers mogen dan hoger scoren op algemene tevredenheid, een deel kan wel degelijk wat ondersteuning gebruiken. “Voor zzp’ers kan het dan ook een uitdaging zijn om continue te investeren in duurzame inzetbaarheid. Oftewel ‘being happy, healthy & productive’.”

Voor zzp’ers kan het dan ook een uitdaging zijn om continue te investeren in duurzame inzetbaarheid

Doen wat goed en fair is, omkijken naar elkaar, verbinding. Voor Van den Groenendaal ligt dat zo voor de hand. Daarom ergert het haar dat de politiek er niet in slaagt om duidelijkheid te verschaffen in het zzp-dossier. In gesprekken over goed opdrachtgeverschap en het verbeteren van de werkrelatie met zzp’ers, hoort Van den Groenendaal nog vaak “we willen wel, maar we weten niet of het wel mag.”

Lees ook : ‘Wet DBA is sta-in-de-weg voor goed opdrachtgeverschap’

Praktijk: Werkcode voor alle werkenden

Waar polder en politiek het laten afweten om is het aan de praktijk om zelf doorbraken te forceren. Zoals bij Achmea.

Het bedrijf zet op een bredere waardering van werk, zo legde Elly Ploumen – Group HR director bij Achmea uit. Dat dat niet alleen bij woorden blijft, wordt duidelijk in de Werkcode die het bedrijf, samen opstelde met onder andere ING en NN plus een aantal vakorganisaties. Daarin ligt vast hoe deze organisaties samenwerken om één arbeidsmarkt voor alle werkenden te realiseren. Met gedeelde opvattingen over de invulling van goed werkgeverschap én goed opdrachtgeverschap. De uitgangspunten zijn richtinggevend bij het maken van afspraken in de cao en met leveranciers van arbeid. “Daarbij hebben we het bewust over werkenden, niet alleen over werknemers.”

Het blijft een mooi initiatief, dat laat zien hoe sectoren zelf in actief komen en niet wachten op Haagse oplossingen. Al moeten we ook constateren dat de Werkcode al weer een paar jaartjes oud is en de positie van de zelfstandigen nog niet al te veel aandacht kreeg. Misschien toch ook omdat (vertegenwoordigers van) die groep nu net niet betrokken waren bij de eerste versie van Werkcode.

Bewustzijnsverandering

Nog even terug naar Bas Heijne. Bij al die mooie analyses die hij maakt krijgt hij met regelmaat het verwijt dat hij zelf geen oplossingen aandraagt, zo vertelde hij in het slotdebat. Zijn repliek, ook op de kritiek uit de zaal dat het bij praten over veranderingen in de arbeidsmarkt blijft: “Je hebt eerst bewustzijnsverandering nodig voordat er een echte verandering komt.” De mooie congresserie die de NBBU over de Arbeidsmarkt van Morgen heeft neergezet de afgelopen jaren, heeft op zijn minst bijgedragen aan die bewustzijnsverandering.

Zie ook deze artikelen over eerdere edities:


De NBBU gaf Leo Witvliet in het kader van het congres De Arbeidsmarkt van Morgen opdracht een kort onderzoek te doen naar krachten die van invloed kunnen zijn op de arbeidsmarkt van (over)morgen. Krachten waarvan gezegd of aangenomen wordt dat zij min of meer autonoom zijn en waarop wij alleen in de marge invloed kunnen uitoefenen.  Zijn beschrijving van dit ‘coulissenlandschap’ is hier te lezen.

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 1 Reactie

Ondernemers minder somber, maar nog één op tien in overlevingsstand

Ondernemers beoordelen de huidige situatie van hun bedrijf gemiddeld met een 7,2 en zijn daarmee positiever dan in 2020. Zelfs de beoordelingen van ondernemers uit de horeca (6,9) en uit cultuur, sport en recreatie (6,5) zijn toegenomen met een punt.

Ondanks deze verbetering zijn niet alle ondernemers tevreden. Gemiddeld geeft nog één op de zeven ondernemers een onvoldoende. Er is een groep van 10 tot 15 procent die grote en structurele problemen ervaart, en daar ook persoonlijk onder lijdt.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Ondernemen in 2021’ van de Kamer van Koophandel (KVK). De KVK gaf hierin een vervolg aan het onderzoek ‘Ondernemen in tijden van corona’ van vorig jaar juni. Een belangrijke kanttekening is dat het recentste onderzoek onder bijna 2.000 ondernemers plaatsvond voor de in november afgekondigde nieuwe coronamaatregelen.

Meeste ondernemers financiën op orde

De KVK vroeg deze ondernemers ook naar hun financiële situatie.

Negen van de tien ondernemers hebben volgens het onderzoek hun financiën op orde: zij hebben de inkomsten en uitgaven inzichtelijk, kunnen de maandelijkse kosten vaak volledig/grotendeels betalen en hebben nauwelijks betaalachterstanden of schulden.

Zo’n één op de tien ondernemers staat er financieel minder goed voor. De coronacrisis speelt hierin een grote rol; twee op de drie ondernemers met schulden geven aan dat deze grotendeels of volledig door de coronacrisis komen.

In bijvoorbeeld de horeca is de situatie nijpend, een derde van de ondernemers in die sector heeft betaalachterstanden of schulden en kan minder vaak de maandelijkse rekeningen betalen. Het merendeel wijdt deze betaalachterstanden of schulden aan de coronacrisis.

Toekomstperspectief ondernemers rooskleurig

Hoe zien ondernemers de komende zes maanden? Ook daarop kreeg de KVK veel positieve reacties. Ondernemers zijn optimistischer over de toekomst dan vorig jaar, met een rapportcijfer van 7,4 tegenover 6,9 vorig jaar.

Ze zijn vooral hoopvol over de omzet- en winstverwachting; twee op de vijf ondernemers verwacht dat deze zullen toenemen. Daarbij verwacht een derde een toename in het eigen vermogen of het aantal klanten. Desalniettemin verwacht één op de zes dat de omzet en winst de komende zes maanden zullen afnemen.

De grote meerderheid verwacht in de komende zes maanden geen financiële problemen of (extra) geld nodig te hebben om de coronacrisis door te komen. Een uitzondering daarop zijn de bedrijven in de horeca en cultuur, sport en recreatie. Een vijfde van de horecaondernemers en een zesde binnen cultuur, sport en recreatie verwacht het niet te redden zonder externe financiering.

Coronacrisis nog niet voorbij

In totaal geeft één op de tien van de ondernemers een onvoldoende voor de vooruitzichten, in de horeca is dat bijna een kwart. De coronacrisis speelt een rol bij deze toekomstverwachtingen.

“We verwachten dat het aantal ondernemers in de problemen nu toeneemt”, zegt KVK-adviseur Gé Gijsen”. Hij spreekt dagelijks ondernemers die het moeilijk hebben. “De crisis is duidelijk nog niet voorbij. Het is zaak om oog te houden voor deze groep ondernemers in zwaar weer. Mensen die ik spreek staan soms aan de rand van de afgrond.”

Om deze ondernemers te ondersteunen, opende de Kamer van Koophandel een Coronaloket, te bereiken onder nummer 0800-2117. KVK kan ook doorverwijzen naar andere organisaties met specifieke kennis om ondernemers verder te helpen.


Bekijk het volledige onderzoek ‘Ondernemen in 2021‘ 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Wat is de definitie van een broker? ‘Inkoper, weet wat je uitvraagt’

De wereld van flexibele arbeid verandert en dat betekent dat intermediairs continu innoveren. De hedendaagse broker biedt een heel andere dienstverlening dan tien jaar geleden. Het verschil tussen broker- en msp-dienstverlening is kleiner geworden, maar dat is inkopers lang niet altijd duidelijk.

“Dat leidt tot verkeerde aannames over kwaliteit en kosten van de dienstverlening”, vertelt Arno Pronk van De Staffing Groep namens Bovib, de branchevereniging voor intermediairs en brokers. Samen met Bovib-leden Saskia Kapper (Hero Interim Professionals), Jop Blaauwgeers (Ubuntu Staffing) en Okke van Meerwijk (Hinttech Staffing) vertelt hij wat brokerdienstverlening inhoudt en welke kosten daarbij horen.

Broker doet meer dan voorheen

De verwarring bij opdrachtgevers komt doordat de grens tussen brokering en msp-dienstverlening vervaagt, legt Kapper uit. Vroeger was een broker veelal specialist op het gebied van contractmanagement en compliance, later kwamen daar werving en selectie bij.

Inmiddels is het normaal dat brokers zowel verantwoordelijk zijn voor contractafhandeling als werving en selectie. Bovendien geven brokers tegenwoordig ook ondersteuning door tooling.

Kapper: “Brokers ontzorgen klanten en ontsluiten de markt. Ondanks dat ze uitgebreide dienstverlening bieden, staan brokers nog steeds bekend als contractbeheerders. Zo wordt in aanbestedingen regelmatig gevraagd om een broker ‘plus werving en selectie’.”

Wat is het probleem?

Klanten verwachten extra service van brokers, maar geen extra kosten. De Bovib-leden denken dat dit komt door verkeerde aannames. Een broker is meer dan een contractbeheerder en dat wordt ook van hem verwacht. Tegelijkertijd zien inkopers brokering nog steeds als een type dienstverlening met lage marges.

Volgens de intermediairs zijn opdrachtgevers bijvoorbeeld bereid een hogere marge te betalen voor msp-dienstverlening dan voor brokering, zelfs als de dienstverlening vergelijkbaar is. Blaauwgeers: “Zodra je gezien wordt als msp, krijg je vaker een hoger tarief. Terwijl je nagenoeg dezelfde diensten levert.”

Wat is dan het verschil tussen msp- en brokerdienstverlening?

De dienstverlening van brokers en msp’s groeit naar elkaar toe, maar de twee zijn niet hetzelfde.


Een broker is een onafhankelijke intermediair die een opdrachtgever ondersteunt bij het invullen van capaciteitsvraagstukken. De broker zoekt in de hele markt en maakt bij zijn selectie van de best passende kandidaat geen onderscheid tussen zzp’ers en professionals in dienst van een leverancier. Verder ontzorgt en vrijwaart een broker zijn opdrachtgever van  inhuurrisico’s met een gedegen contractmanagementproces. Dat doet een broker ook voor kandidaten die een opdrachtgever op een andere manier heeft gevonden.


Een Managed Service Provider organiseert de inhuur en sourcing (zoeken en vinden) van het personeel van organisaties. Zo’n bedrijf is verantwoordelijk voor het beheren van contracten met leveranciers van personeelsdiensten (o.a. uitzendbureaus, detacheringsbureaus, zzp-bemiddelaars, bureaus die aanbesteed werk managen en andere hr-dienstverleners). (bron: ZiPconomy-Flexicon)


Volgens Pronk, Kapper, Van Meerwijk en Blaauwgeers is het verschil met MSP-dienstverlening kleiner dan opdrachtgevers soms denken: brokering biedt ook bijna alle diensten die een MSP organiseert.

“Belangrijk verschil: een opdrachtgever kan meerdere brokers hebben, maar slechts één MSP-dienstverlener”, zegt Kapper. Een MSP-dienstverlener neemt het gehele inhuurproces uit handen, brokers vaak een gedeelte. Een ander verschil zit in tooling, zegt Blaauwgeers. “MSP-dienstverleners hebben een Vendor Management System (VMS), brokers veelal niet.”

Volgens Pronk verdwijnt ook dit verschil langzaamaan. “Opdrachtgevers eisen steeds vaker dat brokerdienstverlening ondersteund wordt door tooling. Bij brokers is een systeem ook vaker onderdeel van het totaalpakket.”

‘Zorg dat het tarief past bij de vraag’

Het gaat er vooral om dat klanten weten dat brokering bijna net zo uitgebreid kan zijn als MSP-dienstverlening, maar dat bij meer dienstverlening een hogere marge hoort. Van Meerwijk: “Inkopers hebben een sterke focus op prijs, maar vragen niet altijd goed uit wat hun business nodig heeft.”

Het is belangrijk dat inkopers weten welke dienstverlening ze nodig hebben, voordat ze een uitvraag doen. Het tarief moet daarbij passen, benadrukt Kapper. “Als een intermediair een paar euro krijgt voor werving en selectie, zal hij geen volledig recruitmentproces opzetten. In plaats daarvan gaat hij zoeken met een portaal. Voor zo’n lage prijs kan hij namelijk geen referentiechecks en interviews doen.”

Pronk: “Het maakt niet uit of een partij zichzelf broker of MSP-dienstverlener noemt, het gaat erom hoe hij de klant ontzorgt en de markt ontsluit.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 2s Reacties

RSP, als RPO niet meer volstaat

Enige tijd geleden schreef ik over de explosie aan specialismes binnen het recruitmentlandschap en gebruikte ik deze illustratie:

Veel functienamen verwijzen naar een specifiek onderdeel van het W&S-proces. Dienstverleners bieden opdrachtgevers daardoor de mogelijkheid om specialistische ondersteuning in te huren of het specialisme uit te besteden. Door de grote diversiteit aan recruitmentspecialismes kunnen opdrachtgevers te maken krijgen met veel verschillende dienstverleners. Dat is niet altijd aantrekkelijk. Ook daar spelen dienstverleners op in door een totaalpakket aan te bieden.

Recruitment uitbesteden: “Don’t expect us to manage your mess for less”

Focus op kernactiviteiten, betere kwaliteit en lagere kosten maken het aantrekkelijk om recruitment uit te besteden en in handen te leggen van een gespecialiseerde partij: een Recruitment Proces Outsourcing (RPO) dienstverlener. Dat gebeurt al vele jaren en is niets nieuws.

In het begin waren er twee soorten RPO-aanbieders: zij die hoog volume, laag complex werk deden en zij die laag volume, hoog complex werk deden. Tegenwoordig wordt dat onderscheid minder gemaakt, al zijn er nog steeds genoeg organisaties die de volumewerving met een RPO-partner invullen en de complexe, strategisch belangrijke rollen zelf invullen.

Omdat iedere organisatie anders is, is RPO ook geen ‘trucje’ dat je overal op dezelfde manier kunt uitrollen.

Uitbesteding is een strategische beslissing, dus daar moet goed over nagedacht worden. RPO is geen ‘commodity’. Omdat iedere organisatie anders is, is RPO ook geen ‘trucje’ dat je overal op dezelfde manier kunt uitrollen. De ene organisatiecultuur verlangt meer begeleiding tijdens het hele recruitmentproces dan de andere. Denk maar aan organisaties die te maken hebben met schaarste op de arbeidsmarkt, die veel instroom hebben van nieuwe medewerkers uit het buitenland of die met veel externe bureaus werken versus organisaties die daar niet mee te maken hebben.

Het belangrijkste is je te realiseren dat je structurele problemen niet ‘even’ kunt oplossen door ze bij externen neer te leggen. “Don’t expect us to manage your mess for less.” Ook in recruitment is dit het geval.

RPO containerbegrip

Een andere ontwikkeling is dat tegenwoordig op elke vorm van uitbesteding van recruitment de term RPO geplakt wordt. Het gevolg hiervan is dat de term RPO een containerbegrip is geworden. Het is niet meer duidelijk wie de traditionele RPO-dienstverleners zijn en wie een stapje verder gaat in het aanbieden van recruitmentservices.

Door de krapte op de arbeidsmarkt hebben bedrijven steeds meer nodig om vacatures ingevuld te krijgen. Vaak hebben deze organisaties te weinig kennis en ervaring in huis om succesvol te werven. Daarom hebben ze toenemende belangstelling voor de uitbesteding van verschillende recruitmentactiviteiten, zoals employer branding, job branding, executive search, talent pools, onboarding en recruitment tech.

Behoefte aan integrale recruitmentdienstverlening

Er is dus duidelijk behoefte ontstaan aan integrale recruitmentdienstverlening. Die gaat verder dan RPO, dat puur gericht is op het effectief en efficiënt inrichten en managen van het recruitmentproces. Er zijn al tal van dienstverleners die deze combinatie van oplossingen bieden, zoals Sterksen en AMS.

Commercieel directeur Eric Hollander van Sterksen herkent deze ontwikkeling. “Er is steeds meer nodig om de aandacht en interesse van kandidaten te kunnen krijgen. Om schaars talent te bewegen en de ondersteunende processen te managen is niet iedere organisatie gegeven. Daar is  specialistische kennis en ervaring voor nodig. Sterksen heeft dat in huis. Wij combineren onze expertise met diverse tools. Daarnaast kennen wij onze weg op social media, weten we specifieke doelgroepen in kaart te brengen, te bereiken en te interesseren op een manier die respondeert bij de doelgroep.”  

integrale recruitmentdienstverlening gaat verder dan RPO, dat puur gericht is op het effectief en efficiënt inrichten en managen van het recruitmentproces.

Stoffel van den Berge, Manager Client Operations EMEA bij AMS, beaamt dat klanten vaak meer nodig hebben dan puur het uitbesteden van het recruitment proces. “Wij hanteren bij AMS een meer adviserende benadering, zoals met ons “True Workforce Dexterity” concept. Dat zorgt ervoor dat je sneller op meer strategisch niveau gaat meedenken. Het gevolg is dat het instroomvraagstuk van de klant meer integraal benaderd wordt. Daar komen dan oplossingen uit voort die afgestemd zijn op het oplossen van het totale instroom vraagstuk en dan kunnen wij al die recruitment diensten leveren die daarvoor nodig zijn.”

RSP zorgt voor meer duidelijkheid

De geschetste ontwikkeling kan makkelijk tot spraakverwarring leiden en tot onduidelijke positionering van dienstverleners. Daarom pleit ik ervoor om naast Recruitment Proces Outsourcing (RPO) de term Recruitment Services Provider (RSP) te introduceren.

Een RSP-dienstverlener biedt de klanten de mogelijkheid om niet alleen het recruitmentproces management uit te besteden, maar ook alle andere activiteiten die ervoor zorgen dat vacatures kostenefficiënt en kwalitatief ingevuld kunnen worden.

Stap naar Total Talent Acquisition

Een bijkomend voordeel van het hanteren van de term RSP is bovendien dat deze inspeelt op de ontwikkeling van Total Talent Acquisition. Daarbij zijn er aan de flex-kant Managed Service Providers (MSP’s) en aan de vaste kant dan de RSP-spelers. Zowel RSP- als MSP-aanbieders doen wat er conform de gemaakte afspraken nodig is om kostenefficiënt talent binnen te halen. Waarbij het een kwestie van tijd zal zijn tot er spelers opstaan die beide kanten invullen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Vakbonden, ABU bereiken akkoord nieuwe CAO Uitzendkrachten

Na ruim een jaar onderhandelen hebben de vakbonden FNV, CNV Vakmensen, De Unie en de ABU een akkoord bereikt over een nieuwe CAO voor Uitzendkrachten. Daardoor komt er voor deze groep meer werkzekerheid, een betere pensioenopbouw en wordt het verschil in loon tussen uitzendkrachten en vast personeel verkleind. En specifiek voor arbeidsmigranten komt er onder meer een inkomensgarantie voor de eerste twee maanden.

Onderhandelingsresultaat

Het onderhandelingsresultaat is het gevolg van ruim een jaar aan gesprekken. De onderhandelingen begonnen in september 2020 maar liepen eind mei stuk. Nadat de betrokken partijen in september opnieuw met elkaar om de tafel zaten, kwam er schot in de zaak.

Jurriën Koops, directeur ABU: ‘We kunnen en willen niet ontkennen dat we een roerig onderhandelingsproces achter ons hebben. Maar deze vier partijen hebben elkaar gevonden in het belang voor de uitzendbranche om een cao met een breed draagvlak te realiseren. Hiermee willen we de basis leggen voor een gezamenlijke verdere invulling van het SER-advies ‘Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’.’

Gelijkwaardigheid

Afgesproken is dat de zogeheten inlenersbeloning wordt uitgebreid. “Het loon en de overige arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten moeten gelijkwaardig worden aan die van hun collega’s in dienst bij de inlener, met deze afspraak wordt het verschil al kleiner. Afgesproken is om in de volgende meerjarige cao de noodzakelijke stappen te zetten om deze gelijkwaardigheid te realiseren” zegt FNV Flex bestuurder Karin Heynsdijk. Ook het pensioen wordt beter: de pensioenopbouw start eerder en wordt opgebouwd over een groter deel van het inkomen.

Meer werkzekerheid

Verder komt er meer werkzekerheid. De duur van een eerste tijdelijk contract gaat van maximaal 78 weken naar maximaal 52 weken. Ook de periode dat iemand een contract voor bepaalde tijd mag krijgen wordt korter en gaat van vier naar drie jaar. Daardoor is de stap naar een vast dienstverband sneller te maken.

Arbeidsmigranten

Naast regelingen die voor alle uitzendkrachten gelden, is er ook gekeken naar de positie van arbeidsmigranten. De aanbevelingen van het zogeheten Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer zijn daarbij als leidraad gebruikt.  Er komt er een inkomensgarantie ter hoogte van het wettelijk minimumloon voor de eerste twee maanden bij een uitzendwerkgever. Ook is afgesproken dat arbeidsmigranten tot vier weken na het einde van de uitzendovereenkomst in de huisvesting kunnen blijven. Marten Jukema van CNV Vakmensen zegt: ‘Niet alle aanbevelingen van het Aanjaagteam zijn via de cao te regelen maar hiermee zetten we een mooie stap en tegelijkertijd zijn we ook aan andere tafels en met andere betrokkenen in gesprek over zaken als bijvoorbeeld huisvesting voor arbeidsmigranten’.

Partijen zullen de gemaakte afspraken positief voorleggen aan hun achterban. Bij een positieve uitkomst gaat de nieuwe cao in per 17 november 2021 en kent een looptijd tot 2 januari 2023.

NBBU: “wij zijn nog in gesprek”

De andere brancheorganisatie van uitzenders, de NBBU, laat in een reactie weten geen onderdeel uit te maken van dit akkoord en zelf nog in gesprek te zijn. “We streven daarbij naar een situatie waarin de belangen van NBBU-leden het beste behartigd worden. Met het grootste deel van de genoemde verbeteringen voor uitzendkrachten in het ABU-bericht stemden wij eerder dit jaar al in.”

Bron: ABU/FNV 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Ongekende spanning op arbeidsmarkt. Maar aantal uren zelfstandigen blijft achter.

In het derde kwartaal van dit jaar nam de spanning op de arbeidsmarkt spectaculair toe. Tegenover elke 100 werklozen stonden 126 vacatures. Een record. Een kwartaal eerder was de verhouding nog 106 vacatures tegenover 100 werklozen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS cijfers laten ook zien dan het totaal aantal gewerkte uren door zelfstandigen licht daalt, terwijl het aantal uren gewerkt door werknemers – onder andere door de dalende werkloosheid – flink stijgt.

Gewerkte uren zelfstandigen

In onderstaande grafiek zijn de (seizoensgecorrigeerde) gewerkte uren geïndexeerd. De eerste lockdown gaf een flinke daling in het uren van de ongeveer 1,6 miljoen zelfstandigen (met of zonder personeel), waarna een fors herstel volgde. Na dat herstel zien we echter een dalende trend. Dit overigens in een periode waarin het totaal aantal zelfstandigen toenam met 1,4%. Het aantal werknemers groeide met 1,1%.

Gewerkte uren per sector

Per sector zijn flinke verschillen te zien. In de IT sector worden 20 procent meer uren gemaakt dan begin 2020. Andere grote ‘zelfstandigensectoren’ als de zakelijke dienstverlening en overheid/zorg zitten na een dipje weer op het oude niveau. De bouw is altijd stabiel gebleven. De groep ‘cultuur, horeca en particuliere dienstverlening’ blijft, niet zo vreemd, achter.

 

Zelfstandigen en werkaanbod

Ook onder gebruikers van de Knab-rekening zijn grote verschillen te zien. De bank deed een onderzoek onder 1000 zakelijke klanten. Daarin geven 6 op de 10 zzp’ers aan dat ze meer werk aangeboden krijgen dan dat ze kunnen leveren. In de bouw is het werkaanbod het grootst. 74% van de zzp’ers in die branche zegt het huidige werkaanbod niet bij te kunnen benen. In de cultuursector merken ondernemers het minst van de toenemende vraag, al krijgt ook 35% van die groep meer opdrachtverzoeken dan ze kunnen aannemen.

Invloed werkaanbod op uurtarief zelfstandigen

Ondanks het grote werkaanbod, verhogen de meeste zzp’ers hun tarieven niet, aldus Knab. Slechts 17% van de zzp’ers heeft sinds deze zomer het (uur)tarief verhoogd. Nog eens 23% is van plan dit in de komende drie maanden te doen. De tariefverhoging bedraagt gemiddeld 11%. Daarentegen geeft 36% aan de tarieven niet te verhogen, omdat ze dat niet willen doen bij hun vaste opdrachtgever. 20% heeft geen specifieke reden om niet te verhogen. Slechts 9% is bang dat ze minder opdrachten krijgen als ze hun tarieven verhogen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter