Maandelijkse archieven: maart 2021

Huiswerk voor het volgende kabinet. De drie meest urgente arbeidsmarktvraagstukken volgens AWVN.

Een nieuw kabinet betekent een nieuwe blik van de politiek op de wereld van werk. Dit keer hoeft het kabinet niet met een leeg canvas te beginnen: de commissie-Borstlap zette vorig jaar al een paar dikke strepen op het doek. De coronacrisis onderstreept alleen maar meer dat de wereld van werk toe is aan hervorming. Maar welke politieke ingreep heeft de hoogste prioriteit? Dit zijn de drie vraagstukken die AWVN graag bovenaan de sociale agenda van het volgende kabinet ziet.

1. Haal de ongerechtvaardigde verschillen tussen werkenden weg en koester de gerechtvaardigde verschillen

Het is al enige tijd een doorn in het oog: de juridische constructie waarin mensen werken is bepalend voor hun positie op de arbeidsmarkt. Daarbij zijn er zoveel juridische constructies bij gekomen, dat het geheel ondoorzichtig is geworden. Gevolg is dat er grote verschillen op de arbeidsmarkt zijn ontstaan: werkenden die naast elkaar werken of in hetzelfde beroep kunnen heel andere rechten en plichten hebben en werkgevers krijgen voor hetzelfde werk met uiteenlopende kosten en risico’s te maken.

Eén van de aanbevelingen van de commissie-Borstlap is om het aantal arbeidsrelaties terug te brengen tot drie rijbanen: werken in loondienst bij een werkgever, werken via een uitzendbureau en werken als zzp’er. Er is echter ook een schaduwzijde aan deze denkwijze, waar AWVN in haar reactie op het rapport van Borstlap op heeft gewezen, namelijk dat de keuzevrijheid van werkgevers en werkenden zo wordt beknot dat het vaste contract zonder meer als preferente weg geldt, ook als dat niet past.

Een vast contract hoort bij structureel werk, maar niet al het werk is structureel. Er zijn diverse geoorloofde redenen om voor een flexcontract of zzp-constructie te kiezen. Denk maar aan bedrijven en sectoren die in dermate fluctuerende markten opereren dat het voorspellen van de hoeveelheid en het soort werk nauwelijks of lastig mogelijk is. De coronacrisis legt dit nog eens bloot: van bedrijven die niet zeker weten of ze de komende maanden operationeel zijn, kun je moeilijk verwachten dat ze al hun mensen vast in dienst nemen. Daarnaast blijven ook meer traditionele redenen gelden voor flex en zzp, zoals vervanging van zieke of zwangere medewerkers, seizoensarbeid, kortdurende inzet op een specialistische klus of een opstap naar de arbeidsmarkt.

Werkenden zelf willen ook niet altijd als vaste werknemer aan de slag. Zo hebben sommige mensen er behoefte aan om zelf hun opdrachten te kiezen en te bepalen hoeveel en waar ze werken. Zolang ze dat vrijwillig doen, een marktconforme beloning ontvangen of kunnen onderhandelen en bereid zijn een bijdrage aan het sociale vangnet te leveren, is daar niets mis mee.

Met andere woorden: de rijbanen hoeven niet gelijk te worden, maar gelijkwaardig. We moeten naar een systeem waarin werkgevers en werkenden de rijbaan kiezen die past bij het werk en de voorkeur van de werkende, en niet enkel is ingegeven door kosten en risico’s. Die balans zal het volgende kabinet moeten vinden.

2. Werk aan een sociaal fundament voor alle werkenden en begin met een leven lang ontwikkelen

Wat bovenstaand verhaal in feite al duidelijk maakt: draaien aan de ‘contractenknop’ van de arbeidsmarkt is niet zaligmakend, ook al is het juist deze knop waar de politiek zich vaak op focust. We zullen toe moeten naar een arbeidsmarkt die minder op arbeidscontacten is gestoeld en waar niet baan-, maar werkzekerheid centraal staat: de zekerheid dat je snel werk vindt, ook als je baan verdwijnt of niet meer past. Bij zo’n arbeidsmarkt hoort een breed sociaal fundament voor álle werkenden. Het gaat dan om een fiscaal regime dat werken stimuleert zonder één vorm te prefereren, om een verzekering tegen langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid, om de mogelijkheid tot het opbouwen van pensioen, om een structuur waarin de baantransities worden ondersteund, en om toegang en middelen tot een leven lang ontwikkelen.

AWVN ziet het structureel aanbieden van ontwikkelmiddelen en een leerinfrastructuur als topprioriteit, maar constateert dat in de verkiezingsprogramma’s leren nog altijd een ondergeschoven kindje is. Het zou voor alle werkenden mogelijk moeten zijn om tijdens de loopbaan te leren en toegang te hebben tot ondersteuning bij het vinden van het juiste ontwikkelpad. In een arbeidsmarkt waarin werk voortdurend verandert, is de belangrijkste bron van zekerheid niet een contract of een diploma, maar weerbaarheid. De crisis van de afgelopen maanden heeft bewezen dat een baangarantie niet bestaat: iedereen kan geconfronteerd worden met de vraag om tijdelijk of structureel ander werk te doen.

Tegelijkertijd is ook duidelijk geworden dat lang niet iedereen al zo weerbaar is. Leren tijdens het werken blijkt niet vanzelfsprekend: veel werkenden en werkgevers blijven uitgaan van een onveranderlijke wereld, tótdat de verandering hen tot iets anders dwingt. Dan is kostbare tijd verspild. De vrijblijvendheid moet er dus vanaf, bij werknemers én werkgevers. Dat betekent dat werkgevers die te weinig ontwikkelmogelijkheden bieden, een hogere rekening zouden moeten betalen als iemand langs de zijkant van de arbeidsmarkt belandt dan werkgevers die zich hebben ingespannen. Ook voor werknemers zou moeten gelden: je eigen inzetbaarheid verwaarlozen wordt niet langer oogluikend toegestaan.

Aan ons leervermogen ligt dat gebrek aan actie overigens niet, dat heeft de coronacrisis eveneens bewezen. Bijna ongemerkt is er een ware leerrevolutie over ons land getrokken tijdens de lockdowns: binnen de kortste keren beschikten veel Nederlanders over de digitale skills om effectief thuis te werken. Het gaat erom de komende jaren als werkgevers, werknemers, vakbonden, arbeidsmarktinstanties én politiek te zorgen dat de leercultuur steviger wordt. Aan het kabinet de taak om de basis op orde te krijgen door te zorgen dat iedereen een leerrekening krijgt met een minimum aan middelen, met een fiscaal kader dat stortingen erop en gebruik ervan stimuleert en met toegang tot ondersteuning bij de inzet ervan. Op dit punt mag de politiek wat AWVN betreft een stuk ambitieuzer zijn.

3. Verminder de ‘paarse krokodillen’ bij werkgevers en zorg dat werken steviger loont

Velen herinneren zich de reclame van een grote Nederlandse verzekeraar van begin deze eeuw nog wel: een moeder vraagt een baliemedewerker om haar verloren paarse opblaaskrokodil terug te geven, maar moet daarvoor eerst talloze formulieren invullen, en dat terwijl het ding al die tijd achter de balie ligt te wachten. Die regeldruk en bureaucratie herkennen bedrijven als het gaat om werkgeverschap.

Veel bedrijven willen namelijk wel (meer) mensen aannemen in vaste dienst, maar de stap naar het werkgeverschap gaat gepaard met veel regels, risico’s en kosten. De verantwoordelijkheid is niet altijd uit te leggen. Vooral de optelsom maakt het werkgeverschap zwaar:

  • Werkgevers zijn in Nederland verantwoordelijk voor de kosten en re-integratie van zieke en arbeidsongeschikte werknemers, óók als iemand evident niet kan terugkeren naar de eigen werkgever. Wat doe je als (kleine) werkgever, zeker bij een medewerker met een hoog ziekterisico? Durf je een vast dienstverband aan als je al eerder met een langdurig zieke werknemer te maken hebt gehad? En als je het dan doet, kun je je re-integratierol wel goed vervullen als je tegelijkertijd aan regels gebonden bent die je weerhouden naar gezondheid te vragen?
  • Bij het aannemen van iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn er verschillende regelingen per doelgroep en verschillende betrokken instanties. Als je degene niet direct kan ‘plaatsen’ in één van de hokjes en er dus niet achter komt of je begeleiding en financiële tegemoetkoming kan ontvangen, zet je het plan dan door?
  • Het is vrijwel onmogelijk om functie, werkplek, werktijden of arbeidsomvang aan te passen als de bedrijfsvoering daar om vraagt. Ga je je vaste kern uitbreiden als je bedrijf zich in onrustig vaarwater begeeft en misschien wel een andere koers moet varen in de komende jaren? Zeker gezien het feit dat in Nederland de ontslagbescherming voor mensen met een vast contract groot en complex is.
  • Sommige bedrijven en sectoren hebben niet alleen met wettelijke regels, maar ook met uitgebreide cao-afspraken te maken waar weinig beweging in zit, ook niet als de bedrijfssituatie daar wel toe dwingt of als deze niet meer aansluiten bij de wensen van (nieuwe) medewerkers. Ga je nog meer mensen onder de cao brengen als een deel van die cao-afspraken eigenlijk niet meer passend is?
  • De lasten op arbeid zijn in Nederland hoog en de laatste jaren meer dan elders in Europa gestegen. Werk creëren is daardoor niet alleen duurder geworden, maar werknemers zien van elke euro ook minder terug in hun portemonnee. Hoe aantrekkelijk is het dan om iemand aan te nemen, zeker als degene als zzp’er meer kan verdienen?

Al met al is de drempel voor het aannemen van mensen hoog, zeker in vaste dienst. De collectieve wens van de politiek om meer mensen naar vaste arbeid te laten doorstromen, zal alleen verwezenlijkt worden als het nieuwe kabinet bereid is deze drempel te verlagen.

Waarom deze vraagstukken niet van de formatietafel mogen vallen

Het volgende kabinet wacht geen eenvoudige opgave. De coronacrisis is nog niet voorbij, de economische crisis al helemaal niet en dan komt een partij als AWVN ook nog met een wensenlijst voor de arbeidsmarkt. Toch is het van groot belang dat juist deze vraagstukken niet van de formatietafel vallen. De arbeidsmarkt is één van de scharnierpunten in onze samenleving: onze welvaart en welzijn worden er mede door bepaald. Een soepele, goedwerkende arbeidsmarkt kan het verschil maken tussen een land dat lang blijft hangen in tegenspoed en een land dat zich snel weer opricht. Dan kiezen we toch voor het tweede? Aan de slag dus!

Dit artikel verscheen eerder op de website van AWVN

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | 1 Reactie

HeadFirst Group neemt RPO & recruitment specialist Sterksen over

HeadFirst Group neemt recruitment dienstverlener Sterksen over. De dienstverlener in het organiseren van externe inhuur zegt hiermee een strategische stap naar full service HR-dienstverlener voor tijdelijk en vast werk te zetten. HeadFirst Group en Sterksen spelen zo in op de markttrend dat organisaties het benutten van talent steeds meer integraal – ongeacht contractvorm – organiseren.

De overname volgt op recente overnames van de HeadFirst Group van onder andere MSP dienstverlener StaffingMS en broker Between. Concurrent Brainnet werd vorige maand overgenomen door de PRO Unlimited. Beide partijen kijken nadrukkelijk naar internationale expansie. Han Kolff, sinds een half jaar CEO bij HeadFirst: “Sterksen gaat ons enorm helpen in het versneld leveren van waarde aan bestaande en nieuwe opdrachtgevers over de landsgrenzen.”

Sterksen blijft zelfstandig

Sterksen, opgericht in 2002, is groot in Recruitment Process Outsourcing (RPO), wat betekent dat een opdrachtgever het wervingsproces van nieuw personeel uitbesteed. Daarnaast biedt ze diensten op het gebied van recruitment, bemiddeling voor interim professionals en Managed Service Providing (MSP). Sterksen is een toonaangevende speler in het segment IT & Technology.

Recruitment Process Outsourcing is een groeiend en breed ingevoerd concept in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Azië en wint snel terrein in continentaal Europa.

Sterksen, met ambities om haar MSP dienstverlening uit te bouwen, wordt een zelfstandig merk binnen HeadFirst Group, waarmee ze haar eigen identiteit behoudt. De huidige directie blijft de organisatie besturen. Sterksen en HeadFirst Group gaan wel de krachten bundelen op diverse terreinen. Algemeen directeur Donald Derksen licht toe: “De kennis en ervaring op twee domeinen – vast en flex – wordt gebundeld tot een ijzersterke combinatie. We gaan gezamenlijk opdrachtgevers adviseren en ondersteunen bij hun vraagstukken op het snijvlak van recruitment en inhuur. De omvang en toonaangevende marktpositie van HeadFirst Group gaat ons helpen nieuwe deuren te openen, zowel nationaal als internationaal. Zo wordt HeadFirst Group de duwende kracht achter Sterksen.”

Total Talent Management

Met de overname van Sterksen speelt HeadFirst Group in op de markttrend dat bedrijven personeel steeds meer integraal – ongeacht contractvorm – managen, in vakjargon bekend als Total Talent Management. Daarnaast beantwoordt ze met deze stap de toenemende vraag vanuit opdrachtgevers naar dienstverleners met een breed portfolio aan HR-diensten.

CEO Han Kolff geeft duiding: “De trend van total talent management is al een tijd gaande en zet door. De contractvorm op basis waarvan arbeid plaatsvindt, wordt steeds minder relevant. De samenwerking met Sterksen is daarom een logische stap in de verbreding van onze dienstverlening. Sterksen heeft een winnend concept in het werven van toptalent in IT & Technology; een dynamisch, schaars en groeiend segment van de markt. De high touch recruitment expertise van Sterksen helpt de groep te verbreden en te verdiepen in de kwaliteit van onze dienstverlening, naast onze focus op high tech met onze platforms.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Weg waarborgsom!

Donald Trump beloofde zijn kiezers een muur. Een muur langs de grens met Mexico waardoor illegale immigratie uit het zuiden van Amerika een halt toegeroepen kon worden. Het was een symbool. Wij lachten er badinerend om. En nu staat er in het Zuid-Amerikaanse grensgebied een stukje muur waar je gewoon omheen kan lopen. Een symbool – inderdaad – van een hele rare recente geschiedenis. Maar dat lachen is eigenlijk niet terecht. Want wij dreigen geconfronteerd te worden met onze eigen muur. De waarborgsom voor uitzendondernemingen.

Veel politieke partijen maar ook onze huidige Minister van SZW, en nota bene de ABU, zijn ervan overtuigd dat een verplicht te storten waarborgsom van ongeveer € 100.000 per uitzendonderneming het aantal malafide ondernemingen zal doen afnemen. Dit is een onjuiste maatregel en lost geen enkel probleem op.

Straf voor goed gedrag

Bonafide ondernemers onderscheiden zich door het zetten van een groot aantal vrijwillige stappen die ervoor zorgen dat de belangen van hun werknemers, opdrachtgevers en de overheid optimaal gediend worden. Verschillende keurmerken en lidmaatschappen van brancheorganisaties brengen regelmatige controles met zich mee die de bonafiditeit van deze ondernemingen duurzaam waarborgen. Voor deze ondernemingen is een waarborgsom een straf voor goed gedrag.

Een waarborgsom van € 100.000 discrimineert bovendien op bedrijfsgrootte. Voor een klein uitzendbureau is zo’n bedrag een bestaansbedreigende ramp. Voor een groot uitzendbureau is het een rimpel. Tegelijkertijd zijn er vele andere branches die ook door malafiditeit geplaagd worden. Maar daar wordt een waarborgsom niet overwogen.

Voor een startende uitzendonderneming is de waarborgsom een serieuze – vaak onoverkomelijke – drempel om het bedrijf verder op te bouwen. Zij kunnen hierdoor de markt niet betreden.

Voor veel bestaande uitzendondernemingen is het plotseling ophoesten van € 100.000 een serieuze beperking van hun liquiditeit en kredietwaardigheid. Vele zullen daadwerkelijk niet in staat zijn zo’n bedrag bij elkaar te vergaren. Onnodige bedrijfsbeëindigingen zullen het gevolg zijn.

Symbool van een rare geschiedenis

En last but not least: een waarborgsom lost het probleem van malafiditeit in de uitzendbranche niet op. Een ondernemer die kwaad wil zal juist met genoegen deze eenvoudige horde nemen om daarna – nog meer verscholen – zijn malafide praktijken voort te zetten.

Laten we niet badinerend lachen over dit slechte idee zoals we deden over Trumps muur. Maar laten we het plan van de waarborgsom opbergen in een archiefkast en er af en toe hoofdschuddend een rondje omheen lopen. En er aan terugdenken als symbool van een andere rare geschiedenis.

Auteur: Jurgen Warmerdam, Senior adviseur Fiscaliteit en Ondernemerschap

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Leuk, al die programma’s. Maar hoe stemden partijen de afgelopen vier jaar bij moties over gevoelige zzp onderwerpen?

We hebben met ZiPconomy hard gewerkt om jullie inzicht te geven in wat de politieke partijen van plan zijn met de arbeidsmarkt en de positie van de zelfstandige daarin. Dat heeft geresulteerd in een lange lijst met analyses van de programma’s, interviews, columns en achtergrond verhalen.

Leuk al die programma’s, maar is er – tot slot – nog iets te zeggen over het stemgedrag van die partijen de afgelopen kabinetsperiode? We bladerden nog even terug in de Handelingen van de Tweede Kamer en keken vooral wat er gebeurde met ingebrachte moties over een aantal gevoelige zzp dossiers (zonder de illusie te hebben volledig te zijn).

Daarbij opgemerkt dat lang niet alle partijen die nu in de Kamer zitten zich even actief mengen in de overleggen in de Kamer rond de zzp-dossiers. Eigenlijk zijn dan alleen de VVD, CDA, D66 vanuit de coalitie, en het ‘linkse blok’: SP, PvdA, GroenLinks en 50Plus. De andere partijen stemmen natuurlijk wel, maar waren zelden tot nooit aanwezig bij commissievergaderingen over zzp-dossiers.

Een tweede constatering: overleggen en debatten waren bijna altijd tussen de minister van Sociale Zaken Koolmees en de woordvoerders Sociale Zaken. Wie de verslagen van de Kamercommissie Economische Zaken van de afgelopen vier jaar doorleest, komt de afkorting ‘zzp’ niet een keer tegen.

Een infographic met het stemgedrag bij de belangrijkste moties staat onder aan dit artikel

Vervanging Wet DBA

In de vorige campagne zaten we nog midden in het rumoer rond het mislukken van de Wet DBA. Logisch dus dat dit dossier een prominente plek kreeg het in regeerakkoord. De Wet DBA moest ‘vervangen’ worden. En wel via de combinatie van een minimumtarief met een opt-out mogelijkheid bij een tarief boven de 75 euro per uur. Aangevuld met de webmodule voor het gebied tussen die twee tarieven in.

De linkse oppositie omarmt het idee van het minimumtarief, maar vonden het tarief van 16 euro veel te laag. Minister Koolmees beargumenteerde steeds dat dat tarief niet hoger kon, omdat het hele plan anders in strijd zou zijn met de Europese regels. Moties die (in)direct oproepen voor een hoger minimum, kregen geen steun uit de coalitie, maar ook niet van de PVV.

Het idee dat interim professionals bij een uurtarief van boven de 75 euro een opt-out mogelijkheid zouden krijgen, heeft steeds fundamentele weerstand opgeroepen bij de linkse oppositie. Een optie van Gijs van Dijk (PvdA) om dit onderdeel van het plan te laten vallen, kreeg alleen steun van de andere linkse partijen. Daarmee kreeg het kabinet, niet onbelangrijk voor de Eerste Kamer, ook steun van de PVV en FvD.

Minister Koolmees zag zich genoodzaakt om deze combinatie van een minimumtarief plus de opt-out in te trekken, vooral nadat FNV en VNO zich gezamenlijk tegen een concept voorstel keerden.

Aandacht voor de webmodule kwam in de Kamer maar traag op gang, mogelijk onder andere omdat er geen wetgeving voor nodig was en dat het uiteindelijk ‘maar’ om een pilot gaat. Zorgen over het effect van de webmodule leidde in 2019 wel al tot een motie van Van Weyenberg (D66) en Wiersma (VVD). De motie dat ‘het ontzorgen van de zelfstandige’ voorop moest staan in de nieuwe plannen, kreeg steun van de coalitiepartijen plus Denk, PVV, Denk, SGP en FvD. De andere partijen stemden tegen deze motie.

Een latere VVD motie, waarin werd opgeroepen om bij pilot ook naar ‘mogelijke knelpunten voor het inhuren van zzp’ers’ te kijken, werd vrijwel kamerbreed gesteund. Opvallend genoeg stemde de ChristenUnie tegen (FvD was niet aanwezig bij de stemming).

De pilot met de webmodule loopt, maar ondertussen wordt uit interviews met Kamerleden duidelijk dat ze hun handen al van de webmodule aan het aftrekken zijn (lees hier).

Vanwege het gebrek aan voortgang bij de vervanging van de wet DBA kwamen er vanuit de linkse oppositie vaak voorzichtig geformuleerde ideeën:

  • Een motie van o.a. Nijboer (PvdA) over het beheersen van de externe inhuur in het onderwijs en de zorg, kreeg steun van de gehele oppositie.
  • Een motie van Van Kent (SP) dat zzp’ers per definitie een gelijk of hoger tarief dan werknemers zouden moeten krijgen werd afgewezen door de coalitie en door PVV/FvD/SGP.
  • Een motie van Van Brenk (50Plus)/Van Kent om sociale partners ‘aan te sporen’ afspraken te maken zodat werk dat ook door werknemers gedaan wordt, uit te sluiten voor zzp’ers, kreeg – naast steun van alle linkse partijen, opvallend genoeg ook steun van de FvD. De coalitie, PVV en SGP stemden tegen.
  • Een motie van GroenLinks om het handhavingsmoratorium van de Wet DBA per 1 januari 2021 ‘uit te faseren’, kon ook op steun rekenen van de PVV, maar haalde het niet.
  • De PvdA maakte de afgelopen kabinetsperiode vaak een punt rond de platformeconomie. Een motie, al in het begin van deze kabinetsperiode, om Deliveroo als ‘kwaadwillend’ te zien (en dus daar de Wet DBA te handhaven), kreeg alleen maar steun van het ‘linkse blok’.
  • Een motie van PvdA/SP (zomer 2020) om ‘nog deze kabinetsperiode met voorstellen te komen om een einde te maken aan schijnconstructies, kreeg steun van vrijwel de gehele kamer. Alleen FvD was tegen.
  • Ondertussen geeft D66 de moed voor een minimumtarief nog niet op. Een motie die oproept om in Europa te lobbyen voor zo’n minimum, kreeg bredere steun, maar niet van PVV en FvD.
  • Bij de bespreking van het eindrapport van de Commissie Borstlap brachten VVD/D66 een motie ter stemming met het verzoek aan de regering op ‘bij geplande en nieuwe voorstellen het belang van ondernemerschap zwaar te wegen en in te zetten op het meer stimuleren van echt ondernemerschap. Die motie mocht op bredere steun rekenen. PvdA, GroenLinks en ook de PVV stemden echter tegen.
  • Wat ik zelf nog de spannendste, want meest principiële, motie vond, was een motie van D66. Van Weyenberg schreef daarin dat “naast de aard en de feitelijke omstandigheden van de werkzaamheden de voorkeur van mensen nog steeds mee zou moeten wegen in de mogelijkheid om als werknemer of zelfstandige te werken”. Het eigen keuze recht dus. De motie werd ‘aangehouden’ en is nooit in stemming gebracht. Waarschijnlijk omdat D66 niet het risico wilde lopen dat deze motie geen meerderheid zou halen.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen, dat plan stond niet in het regeerakkoord.

Een motie uit 2019 van SP/50Plus voor een ‘structurele collectieve basisverzekering voor zelfstandigen tegen arbeidsongeschiktheid’ – met opt-out – kreeg geen meerderheid. Naast de linkse partijen stemde toen alleen FvD voor.

Een jaar later kwam het plan voor een aov voor zzp’ers er toch. Als wisselgeld in de onderhandelingen met PvdA en GroenLinks over het pensioenakkoord.

Een VVD/SGP motie uit februari 2020, waarin de hint gedaan werd om maar gelijk door te schakelen naar een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden – zoals ook de Commissie Borstlap voorstelde – kreeg brede steun. De architecten van ‘het aov voor zzp’ plan, PvdA en GroenLinks, stemden tegen. Maar ze kregen alleen steun van de PVV. VVD/SGP/D66 brachten later nog een motie in waarin gevraagd werd ruimere mogelijkheden te geven voor zelfstandigen om niet mee te moeten doen aan deze verzekering, bijvoorbeeld als ze al een andere voorziening hadden. Die motie haalde het maar net, omdat onder andere het CDA tegen stemde.

De wens van de PvdA om een onderzoek te doen naar “opties (voor) een eerlijke bijdrage van de opdrachtgever” aan de kosten van die aov, mocht op steun rekenen van iedereen in de Kamer, behalve de VVD.

Dit onderwerp, en dan met name de uitvoering en manier waarop een opt-out mogelijk wordt, komt nog terug in de formatie en daarna.

Het feit dat dit voorstel er kwam vanuit een onderhandeling waar zzp-organisaties geheel niet bij betrokken waren (immers, het ging om pensioenen), was mede aanleiding voor een motie van VDD, CDA en D66. In die motie werd opgeroepen om zelfstandigen een ‘aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie’ te geven in onze ‘polder’. Die motie kreeg brede steun. De PvdA, SP en PvdD stemden echter tegen deze motie.

Belastingen

Van links tot rechts waren politieke partijen voor de verkiezingen van 2017 het er over eens: ze waren tegen afschaffing van de zelfstandigenaftrek. En toch besloot dit kabinet te gaan korten op die aftrek.

Plots, maar niet onverwacht (zie hier). De zelfstandigenaftrek was lang het nieuwe ‘H-woord’. Net als de hypotheekaftrek wilde iedereen er vanaf, maar durfde niemand het op de agenda te zetten.

Nu dus wel. De zelfstandigenaftrek wordt in 10 jaarlijkse stapjes verlaagd. Eerst zou dat naar 5.000 euro in 2028 gaan. Wellicht door het ontbreken van al te veel rumoer over deze stap, gooide het kabinet er een jaar later nog een schepje boven op: een afbouw naar 3.240 euro in 2036.

De verlaging wordt de eerste jaren gecompenseerd via verhoging van de arbeidskorting. Netto valt het ook daarna per jaar wel mee. Althans voor wie goed verdient. Voor zelfstandigen met lagere inkomens scheelt elk tientje.

Weerstand tegen dit beleid kwam echter niet van het traditionele linkse blok. Bij de eerste stap van de afbouw diende de PVV een motie in, om zzp’ers hun ‘fiscale voordelen niet af te pakken’, maar deze wens was verpakt in een motie met ook allerlei uitspraken over immigratie, waardoor de motie van niemand steun kreeg.

Een latere motie van FvD om de zelfstandigenaftrek in stand te houden – ‘ondernemers lopen risico’ – kreeg alleen steun van de PvdD, DENK, de PVV en FvD zelf. Eind 2020, in een debat over het economisch steunpakket, verzochten Kuzu/Stoffer (DENK/SGP) de regering  om “af te zien van de versnelde afbouw van de zelfstandigenaftrek.” Deze motie kreeg steun van de vrij wonderlijke combinatie van PVV/Denk/SGP/Krol/Van Haga. De rest van de Kamer – een ruime meerderheid dus – stemde tegen, waarbij opgemerkt dat FvD niet aanwezig was bij deze stemming.

En toen kwam corona

Vrij snel na de eerste lockdown als gevolg van de Covid-19 pandemie, kwam het kabinet met een ongekend groot pakket aan economische steunmaatregelen. Met onder andere de TOZO regeling voor inkomensondersteuning. 380.000 zelfstandigen deden een aanvraag voor de eerste TOZO regeling. Bij de verlenging van die regeling werd een toets van het inkomen van de partner ingevoerd en een toets op het vermogen in het vooruitzicht gesteld. Het aantal aanvragen daalde vervolgens fors.

Kamerbreed ontstond er weerstand over die vermogenstoets. Die is er niet gekomen. Vanuit de gehele oppositie is meerdere malen getracht om ook de inkomenstoets van tafel te krijgen. Herhaalde moties om dat voor elkaar te krijgen (o.a. PVV, GroenLinks, SP) zijn steeds afgewezen door de coalitiepartijen, vaak met steun van de SGP. De coalitiepartijen kwamen wel met initiatieven voor verruiming of uitbreiding van een aantal andere steunmaatregelen, zoals de TONK, de (weinig succesvolle) TOFA, voor grenswerkers en – meest recentelijk nog – een uitbreiding van de TVL (de Tegemoetkoming vaste lasten).

Conclusies

De belangrijkste van de besproken moties staan in dit onderstaande overzicht.

Het is verleidelijk om een duiding te geven bij dit stemgedrag de afgelopen vier jaar. Maar het lijkt me gepaster dat u dat deze keer maar zelf doet. Bedenk daarbij dat het stemgedrag bij moties ook niet alles zegt. Coalitiepartijen zijn soms gebonden aan onderlinge afspraken. Moties en stemgedrag willen ook nog wel eens wat opportunistisch zijn.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 7s Reacties

Verkiezingen: ben je er al uit? Een overzicht van de standpunten

Op 17 maart gaat Nederland naar de stembus en op 15 en 16 maart is er extra stemgelegenheid voor kwetsbare groepen. Alle partijen hebben duidelijk gemaakt wat hun standpunten zijn, ook met betrekking tot de arbeidsmarkt. Maar wat moet je nou kiezen? Als keuzehulp heeft ZiPconomy een aantal vergelijkingen gemaakt:

Actuele discussiepunten

De arbeidsmarkt in het geheel, en de positie van de zelfstandigen daarin, kreeg betrekkelijk weinig aandacht in de afgelopen weken. Daar waar er discussie was, ging het vooral ook over hoe een onderscheid te maken tussen ‘echte’ zelfstandigen en schijnzelfstandigheid. De verschillen daaromtrent zijn groot. Ook over hoe meer kwetsbare zelfstandigen te beschermen – bijvoorbeeld in de platformeconomie – en in hoeverre je dan rekening moet houden met de groep voor wie het werken als zelfstandige wel een bewuste keuze is.

De Commissie Borstlap stelde een indeling in drie ‘rijbanen’ voor: uitzendwerk alleen voor piek en ziek, ondernemerschap voor echte ondernemers en de rest valt onder vaste werknemers. Dit is het ‘werknemer, tenzij…’ principe, met als uitgangspunt het vaste contract. De partijen verschillen van mening over die Borstlap-adviezen.

Er wordt momenteel een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zzp’ers ontwikkeld. Dat er ‘iets’ moet komen, daarover zijn vrijwel alle partijen het eens. Het verschil zit hem in de uitwerking daarvan, bijvoorbeeld hoeveel ruimte er moet komen voor een ‘opt-out’. Een aantal partijen wil aanvullend ook een verplicht pensioen voor zzp’ers.

Een overzicht van de standpunten per partij:

VVD over de arbeidsmarkt

  • Eigen rechtspositie voor zzp’ers
  • Neem zzp’ers serieus, plaats in de SER
  • Ruime opt-out aov
  • Variatie in contractvormen, maak vast flexibeler

Lees meer over het programma van de VVD en lees het interview met VVD-kamerlid Judith Tielen

PVV over de arbeidsmarkt

  • Flexibilisering tegengaan
  • Afblijven van ontslagvergoeding
  • Meer coronasteun verlenen aan ondernemers
  • Betaalbaar maar niet verplicht pensioen en aov voor zzp’ers

Lees meer over de PVV

CDA over de arbeidsmarkt

  • Investeren in flex, vast contract als norm
  • Eerst meer duidelijkheid over de regels, daarna handhaven
  • Flexibiliteit en leerrechten voor alle werkenden
  • Contract neutrale arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw voor alle werkenden

Lees meer over het programma van het CDA en lees het interview met CDA-kamerlid Hilde Palland

D66 over de arbeidsmarkt

  • Maak vast aantrekkelijker, kleinere verschillen tussen werkenden
  • Keuzeruimte om te kunnen kiezen voor gewenste contractvorm
  • Webmodule alleen voor probleemgroepen/sectoren
  • Doorlobbyen in Europa voor zzp-minimumtarief
  • Zzp’ers eigen rechtspositie, plaats in SER en meer ruimte voor cao-afspraken

Lees meer over het programma van D66 en lees het interview met D66-kamerlid Steven van Weyenberg

GroenLinks over de arbeidsmarkt

  • Vaste contract als norm, opvolgen advies van Commissie-Borstlap
  • Strengere aanpak schijnzelfstandigheid
  • Sociaal stelsel voor alle werkenden, inclusief verplicht pensioen
  • Iedereen dezelfde belastingkorting
  • Minimumtarief voor zzp’ers
  • Geen partnertoets bij TOZO

Lees meer over het programma van GL en lees het interview met GL-kamerlid Paul Smeulders

SP over de arbeidsmarkt

  • Einde onzekere arbeidscontracten, gelijk werk = gelijke rechten (en dus ook gelijk contract)
  • AOV en betere pensioenrechten voor zzp
  • Bescherming van flexkrachten via werkvergunningen
  • Meer kansen voor mkb’ers, verhoging kleinschaligheidsaftrek
  • Gelijk werk = gelijke rechten

Lees meer over de SP

PvdA over de arbeidsmarkt

  • Vast blijft vast, minder onzekerheid
  • Aanpak schijnconstructies van platformbedrijven, vergunningsplicht uitzendbureaus
  • In principe voorstander van een minimumtarief
  • Alle werkenden betalen mee aan het sociale stelsel, verplicht pensioen
  • Flex minder flex; geen nieuwe onzekerheden voor wie vast contract heeft

Lees meer over het programma van de PvdA en lees het interview met PvdA-kamerlid Gijs van Dijk

ChristenUnie over de arbeidsmarkt

  • Navolging Borstlap; vaste contract als norm
  • Basiskorting voor alle werkenden, afhankelijk van gezinssamenstelling
  • Duurzame arbeidsrelaties i.p.v. uitbesteedcultuur
  • Afschaffing zelfstandigenaftrek
  • Zzp’ers recht op pensioenopbouw via pensioenfonds (geen verplichting)

Lees meer over ChristenUnie

Partij van de Dieren over de arbeidsmarkt

  • Welzijn i.p.v. welvaart, omscholing van beroepen
  • Eenvoud op de arbeidsmarkt d.m.v. zelfstandigencontract
  • Zzp’ers toegang tot pensioen en aov, maar niet verplicht

Lees meer over de PvdD

Forum voor Democratie over de arbeidsmarkt

  • Meer flexibilisering, meer vrijheid
  • Vervanging wet DBA door regeling soortgelijk aan VAR
  • Zzp’ers geen verplichte verzekeringen, wel hogere belastingvrije voet

Lees meer over Forum

Volt over de arbeidsmarkt

  • Europese afstemming van fiscaal beleid
  • Kleinere inkomensverschillen, zwaardere belasting topinkomens
  • Zekerheden koppelen aan persoon i.p.v. contract
  • Flexcontracten minder aantrekkelijk, maar combinatie contractvormen makkelijker

Lees meer over Volt

Overige partijen over de arbeidsmarkt

Veel succes bij de keuze voor een partij!

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | Laat een reactie achter

Vier pijlers voor een dynamische arbeidsmarkt. Met werkzekerheid voor iedereen

Deze verkiezingstijd staat de arbeidsmarkt meer dan ooit in het middelpunt van de politieke aandacht. Het is duidelijk dat er onder veel partijen draagvlak voor hervormingen is. Dat is goed nieuws, maar er moet voor die hervormingen wel een routekaart komen. De discussie over de verkorting van de WW-duur, naar aanleiding van de uitlatingen van CDA-lijstrekker Wopke Hoekstra, illustreert dat die routekaart er nog niet is.

De situatie in Nederland lijkt sterk op het Europese flexicurity-debat dat zo’n 15 jaar geleden op Europees niveau plaatsvond. Als ontwikkelaar van het begrip flexicurity en als lid en rapporteur van de Europese expertgroep mocht ik daarin een rol spelen. Over het beleid ontstond wonderwel overeenstemming: in het Europees parlement, tussen de Europese werkgevers en vakbonden en uiteindelijk op 6 december 2007 tussen de lidstaten in de Europese Raad.

Je kunt in Nederland na twintig jaar worstelen met deze arbeidsmarktdiscussie niet eensklaps tot een beleidspakket komen

Dat beleid bevatte al de blauwdruk van de ontwerpen die nu jaren later in Nederland zijn terug te vinden in het advies van de commissie Borstlap, het adviesrapport ‘Het betere werk’ van de WRR, het ‘Wetboek van Werk’ van de Vereniging voor Arbeidsrecht en recent ook in de nieuwe koers van VNO-NCW en MKB-Nederland.

Doel is een dynamische arbeidsmarkt, gepaard met werkzekerheid voor alle werkenden. De zekerheid om aan het werk te komen én te blijven, waar nodig in een ander bedrijf, sector of beroep.

Tijdig overstappen

Daarvoor zijn vier pijlers nodig:

  • De eerste pijler is een actief arbeidsmarktbeleid dat werkenden op tijd helpt overstappen naar ander werk als dat aan de orde is.
  • Pijler twee is een stelsel voor een leven lang ontwikkelen dat inspeelt op de veranderende arbeidsmarkt.
  • Moderne sociale zekerheid, die werkzoekenden met nieuwe vaardigheden duurzaam terugbrengt naar de arbeidsmarkt, is pijler drie.
  • Pijler vier omvat arbeidscontracten die flexibiliteit bieden maar waar werkenden tegelijkertijd op kunnen vertrouwen.

Nederland lijkt er nu eindelijk klaar voor om van dit model werk te maken. Dan zijn er twee belangrijke lessen mee te geven.

Als eerste kun je in zo’n model niet gaan winkelen. Dus bijvoorbeeld niet alleen kiezen voor meer flexibiliteit in vaste arbeidscontracten. Dan trek je het model uit het lood. Hans Borstlap, voorzitter van de naar hem genoemde commissie, maakt dat punt ook terecht met betrekking tot zijn advies.

Een tweede les is dat je in Nederland na twintig jaar worstelen met deze arbeidsmarktdiscussie niet eensklaps tot een beleidspakket kunt komen dat integraal kan worden ingevoerd. Dat gaat te veel tijd kosten en bovendien moet je letten op de typisch Nederlandse geschiedenis en op de huidige crisisomstandigheden. Dus je moet verstandig faseren, maar zonder het gehele model los te laten.

Werkzekerheid eerst

Dat betekent dat je in Nederland, waar laagwaardige flexibilisering dé trend is geworden, éérst de werkzekerheid fors moet vergroten door de pijlers één tot en met drie te versterken. Je kunt daar niet op vooruitlopen, zeker niet in een crisis, door nu alvast de WW-duur in te korten. In dat geval ontstaat eenzelfde drama als bij de invoering van de Participatiewet, toen alvast de sociale werkplaatsen werden afgesloten.

Concreet kunnen de eerste drie pijlers als volgt worden versterkt. Bouw in de arbeidsmarktregio’s verder aan een permanente infrastructuur die op veilige wijze de overstap naar ander werk faciliteert. Ook over de grenzen van sectoren heen. Dat systeem moet nu alvast zijn werk doen. Het is hierbij wel zaak dat de bestaande aanpak niet concurreert met de nieuwe regionale mobiliteitsteams.

Moderne sociale zekerheid

Op het terrein van een leven lang ontwikkelen zijn al veel initiatieven, maar daar moet veel meer lijn in komen. Het Stap-budget, waarmee volgend jaar werkenden en niet-werkenden een persoonlijk ontwikkelbudget krijgen van € 1.000 per jaar, is een beweging in de goede richting. Dat geldt eveneens voor de online-leerplatforms, loopbaanadvisering en leerwerkbanen waarmee mensen werkenderwijs hun competenties en vaardigheden kunnen versterken.

Moderne sociale zekerheid neemt toe door meer maatwerk, vertrouwen en contactmogelijkheden te bieden. En door mensen beter toe te rusten om de arbeidsmarkt weer op te gaan. Samenwerking tussen alle publieke en private partijen is daarbij de sleutel en kan nu alvast in een ‘voortent’ voor de arbeidsmarkt worden georganiseerd. Daar kan iedereen terecht met elke vraag rond werk, inkomen en scholing. Op termijn wordt dat een definitief Huis van de Arbeidsmarkt.

Nederland moet het been bijtrekken wat betreft werkzekerheid

Dit betekent ook dat we een aantal zaken nu nog niet hoeven doen. In een latere fase kan het UWV als publiek orgaan stoppen met het afgeven van ontslagvergunningen, een systeem dat in geen enkel ander land meer bestaat. Een arbeidsrechter waakt dan over de rechtvaardigheid van ontslag.

De loondoorbetalingsverplichting van twee jaar voor de werkgever bij ziekte van de werknemer kan weer grotendeels worden vervangen door een collectieve voorziening, zoals in alle andere landen. Transitievergoedingen kunnen opnieuw onder de loep worden genomen. En misschien kan de WW-duur dan inderdaad korter.

Dynamisch en rechtvaardige arbeidsmarkt

Nederland moet dus het been bijtrekken wat werkzekerheid betreft, juist om een meer dynamische en rechtvaardige arbeidsmarkt te bewerkstelligen.

Flexibiliteit kan niet zonder zekerheid, maar zekerheid bestaat ook niet zonder flexibiliteit. Het Deense flexicurity-model is hiervoor het bekende schoolvoorbeeld, maar Nederland hoeft geen Denemarken worden en dat kan ook niet. Wij zullen zelf stap voor stap weer het rechte pad op moeten gaan.

Dit opinieartikel is ook verschenen in Het Financieele Dagblad

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 5s Reacties