Maandelijkse archieven: oktober 2019

Gouden toekomst voor detachering, maar bureaus moeten aan de slag

“Detachering is de ultieme combinatie tussen vast en flex”, vindt flex- en arbeidsmarktstrateeg Wim Davidse. Wie werkt via detachering, is namelijk in dienst bij het detacheringsbureau maar werkt op projectbasis bij diverse opdrachtgevers. “Daarmee heb je alle zekerheden van een vast contract en ervaar je de voordelen van flexibel werken.”

Daar was zijn publiek het uiteraard mee eens. Davidse sprak namelijk tijdens de eerste themabijeenkomst van de Vereniging voor Detacheerders Nederland (VvDN). Zo’n 75 afgevaardigden van detacheringsbureaus kwamen bijeen rondom het thema ‘aanstekelijk werkgeven’. Volgens Davidse heeft detachering veel potentieel voor de werknemer van de toekomst, als de bureaus tenminste nog meer hun best gaan doen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het schort aan goed werkgeverschap bij de meeste detacheerders.

Te weinig aandacht voor kandidaten

Gedetacheerden voelen zich over het algemeen te weinig betrokken bij het bureau, blijkt uit onderzoek van de VvDN. De band met de opdrachtgever is sterker. Dit komt niet alleen omdat ze in de dagelijkse praktijk fysiek aanwezig zijn bij de opdrachtgever, maar vooral omdat detacheringsbureaus niet genoeg aandacht voor hun werknemers hebben.

Detacheerders zijn niet verrast door deze onderzoeksresultaten, vertelt secretaris Peter Hulsbos van de VvDN. “Iedereen merkt de spanning op de arbeidsmarkt en de strijd om talent”, vertelt hij. “De voornaamste doelgroep voor detacheerders is de HBO+-professional. Die is schaars en zijn eisen nemen toe. Daarom is goed werkgeverschap hartstikke actueel en een blijvend aandachtspunt voor detacheringsbureaus.”

‘Neem de stipster serieus’

“Door de vergrijzing krimpt de beroepsbevolking,” zegt Davidse. “Het wordt nog veel moeilijker om mensen te vinden. Als jij in 2020 nog voldoende kandidaten wilt hebben, moet je keihard aan de slag. Verplaats je in de wensen van je werknemers. Zet ze in op hun sterke kwaliteiten en hun interesses, daag ze uit, ontwikkel ze, laat ze presteren, ontdekken en groeien. Voer ze naar de nieuwe toekomst, geef ze aandacht en waardering.”

De belangrijkste doelgroep voor detacheerders zijn de zogenaamde ‘stipsters’, vertelt hij. Dit zijn werknemers van 25 tot 40 jaar. “Ze willen meedenken, uitdaging en bovenal serieus genomen worden”, zegt hij. “Uit het onderzoek blijkt dat vooral jongeren ontevreden zijn over hun relatie met het detacheringsbureau. We moeten dus beter naar deze groep luisteren.”

Detachering als beroepsgroep

De meeste bureaus zijn wel bezig met goed werkgeverschap, vertelt Hulsbos. Maar het kan altijd beter en daarom vond de verenging het belangrijk om deze bijeenkomst te organiseren. “Iedereen kent het belang, dat is bijna een open deur”, zegt hij. “Maar echt invulling geven aan goed werkgeverschap is makkelijker gezegd, dan gedaan.”

Daarom is aanstekelijk werkgeverschap één van de speerpunten van de VvDN, vertelt Hulsbos. De vereniging van detacheerders bestaat sinds begin dit jaar. Er zijn nu 57 leden en het aantal deelnemers blijft groeien, zegt de secretaris. Samen maken de bureaus zich sterk voor erkenning van hun beroepsgroep. Ze willen onder andere een wettelijke basis voor detachering als werkgevers- en dienstverleningsvorm en gezamenlijke verankering van de rol van detacheerders als excellente werkgever voor professionals.

Eerst de kandidaat, dan de opdrachtgever

Hoe zorg je dan dat je zo’n excellent werkgever wordt? Hulsbos: “Achterhaal de wensen van je mensen en kijk hoe je daar invulling aan kunt geven. Die zoektocht is voor iedereen actueel. Hoe je goed werkgeverschap invult, is voor ieder bureau anders.”

Davidse vertelt over een bureau dat zijn kandidaat weghaalde bij de opdrachtgever, omdat hij zich niet op zijn plek voelde bij de klus. “En zo hoort het”, vindt de flexadviseur. “Zet niet je opdrachtgever, maar de kandidaat centraal. Het detacheringsbureau van de toekomst is gebouwd rondom de stipster. Wat wil hij leren? Waar wordt hij blij van? Welke opdracht hoort daarbij? En denk ook aan de merkbeleving van je bureau. Creëer een inspirerende, consistente beleving en word een sterk flexwerk-merk.”

Wat wil de gedetacheerde? Deze voorstellen werden het vaakst genoemd in de enquëte:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 1 Reactie

Jellow gaat partnership aan met Goede Doelen Nederland

Het snelgroeiende freelance netwerk Jellow slaat de handen ineen met Goede Doelen Nederland. Onlangs is Jellow met deze brancheorganisatie, waar ruim 180 goede doelen zijn aangesloten, een partnership aangegaan.

Samenwerken met freelancers stijgt in populariteit

Heel onverwachts komt deze samenwerking niet tot stand: “Wij merken dat steeds meer goede doelen deze verandering op de arbeidsmarkt volgen. Denk aan het Longfonds, Rode Kruis, Alzheimer Nederland en Leger des Heils. Zij hebben zich in de afgelopen jaren aangemeld bij Jellow vanuit de nieuwsgierigheid naar het netwerk, dat inmiddels bestaat uit ruim 28.000 freelancers en 1.700 organisaties.” aldus Lars Evers, oprichter van Jellow.

Het is volgens Evers vooral een geweldige kans voor goede doelen en freelancers: “Goede vakmensen werken steeds vaker als zzp’er en juist zzp’ers maken veel impact binnen goede doelen. Denk hierbij aan Marketing, Communicatie, Projectmanagers en Fondsenwerving, maar ook HR, Finance en ICT. Ook bij goede doelen wordt meer en meer projectmatig gewerkt en maakt men steeds vaker gebruik van freelancers vanwege hun expertise.”

Longfonds

Het Longfonds gaat voor een wereld zonder longziekten. Samen met bijna 40.000 vrijwilligers en 93 medewerkers werken ze aan deze missie. Zo nu en dan kunnen zij wel wat extra hulp gebruiken op het gebied van marketing, communicatie en ICT. “Soms komt het voor dat een medewerker na lang dienstverband ons team verlaat. Wij moeten dan in een aanzienlijk korte tijd een opvolger vinden en dat is soms lastig, waardoor Jellow een uitkomst is.”, aldus het Longfonds.

Een gemeenschappelijke visie

Wat Jellow en de leden van Goede Doelen Nederland met elkaar gemeen hebben? Daarop antwoordde Lars Evers het volgende: “Wij streven er allemaal naar om de wereld een stukje beter en eerlijker te maken. Jellow is maatschappelijke betrokken en gelooft sterk in de kracht van deze nieuwe manier van samenwerken. Organisaties en freelancers bouwen in Jellow samen aan één eerlijk en kwalitatief netwerk, daar worden we allemaal beter van.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Emerce en Brunel starten platform voor interim digital professionals

Emerce en Brunel hebben uitvoerig onderzoek gedaan naar de behoefte van het bedrijfsleven en van interim professionals. Het grootste punt is het gebrek aan engagement met de digital community en om snel de perfecte match met de opdracht te maken. De nieuwe dienst werkt makkelijk, transparant en lost veel uitdagingen op die men ervaart bij het plaatsen van opdrachten. Unieke en actuele marktinzichten, zoals behoefte naar een bepaalde skill set, worden uit eigen data gedeeld met de gebruikers van het platform.

Open platform

Emerce Interim is een open platform waar opdrachtgevers kunnen zoeken in een uitgebreide database met voorgeselecteerde en positief beoordeelde professionals, via slimme algoritmes komt men tot een match. De nieuwe dienst omvat het zoeken, kwalitatief matchen, plaatsen, verlonen en beoordelen van de opdracht. Interim professionals schrijven zich in op het premium platform, worden onderdeel van de grootste digital community van Nederland, krijgen interessante opdrachten en kunnen bouwen aan hun vaardigheden en expertise.

Het is een unieke samenwerking tussen Emerce, het grootste platform & community voor digital marketing, commerce & tech professionals, en Brunel, met jarenlange ervaring in detachering in onder meer IT en Marketing.

Gijs Vroom, managing director van Emerce: “Emerce is het platform voor digital business, marketing en media. Wij verbinden lezers, bedrijven en agency’s met behulp van relevante content en diensten. Emerce Interim past goed bij onze doelgroep. Samen met Brunel zullen wij dit platform verder doorontwikkelen voor opdrachtgevers en interim-professionals.”

Natuurlijke fit

Frank Del Gatto, head of digital community platforms van Brunel: “Brunel is een Internationale zakelijke dienstverlener gespecialiseerd in flexibele personeelsoplossingen en high-end detachering. Het premium merk Emerce past met haar doelgroep goed bij de specialisten die we zelf in huis hebben. Het is een natuurlijke fit met Brunel en wat wij willen uitstralen. Het platform dat wij gezamenlijk hebben ontwikkeld sluit uitstekend aan bij de strategie van Brunel om oplossingen te ontwikkelen waarbij de behoefte van de klant centraal staat. Gezamenlijk kunnen wij via het platform met een API de gehele markt van detacheerders en freelancers ontsluiten, koppelen met alle HR systemen en daarmee klanten ontzorgen om op efficiënte wijze kwalitatieve professionals voor een specifieke opdracht te leveren.”

bron: persbericht Emerce en Brunel

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Zzp’er profiteert het meest van krapte op arbeidsmarkt

Beloning zzp’er stijgt sneller

In de groeiperiode na de crisis (2014 tot nu) stijgen de tarieven van zzp’ers veel sneller dan de beloning van werknemers. Zelfstandigen (met en zonder personeel) verdienden in het tweede kwartaal van 2019 op uurbasis gemiddeld 18% meer dan in het tweede kwartaal van 2013. Ter vergelijking: werknemers, waaronder uitzendkrachten, gingen er over dezelfde periode gemiddeld 8% op vooruit.

Zzp’ers kunnen het snelst van alle flexkrachten meebewegen in hun uren en tarieven bij een stijgende of dalende markt. In een groeiende economie kunnen zzp’er hun tarieven snel verhogen en/of meer uren werken.

In een neergaande economie, zoals tijdens de economische crisis 2009 –  2013, geldt het omgekeerde; zzp’ers vangen dan sneller de klappen op door minder uren te werken of door de tarieven te verlagen. Maar dat maakt hen nu juist aantrekkelijk voor bedrijven die flexibel willen zijn.

Daarmee zijn zzp’ers de belangrijkste stootkussen op economische schokken op te vangen ‘Geen enkele groep werknemers kan zo snel schakelen als de zzp’er, ook de uitzendkracht niet’, zo concludeert ING.

Het ING Economisch Bureau stelt overigens (op basis van CBS-cijfers) dat het percentage zzp’ers van de totale beroepsbevolking in tien jaar tijd is gegroeid va 10 naar 12%.

Uitzendsector krijgt concurrentie van zzp’ers

Opvallend genoeg blijkt uit het onderzoek dat uitzendkrachten tot de groep flexkrachten behoren die qua loon niet of nauwelijks profiteren van de krapte op de arbeidsmarkt. Hoewel uitzendkrachten het meest flexibel (moeten) zijn in uurloon en aantal uren, stijgt hun uurloon in de huidige krappe arbeidsmarkt niet sneller dan dat van werknemers met een vast contract.

Geen enkele groep werknemers kan zo snel schakelen als de zzp’er, ook de uitzendkracht niet.

Zzp’ers zijn inmiddels een geduchte concurrent geworden voor bepaalde segmenten van de uitzendsector. Dat wordt mede versterkt door online platformen als Temper, Deliveroo en YoungOnes, die zich richten op laaggeschoolden in horeca, transport, bouw en logistiek, sectoren waarin ook de uitzendbranche het meest actief is.

Dit zorgt voor druk op het verdienmodel van de uitzendsector, wat verder wordt versterkt door de invoering van de wet Arbeidsmarkt in Balans, zo stelt ING. De redenering hierachter is dat de WAB flexibele arbeid duurder maakt, behalve die van zzp’ers. Dat maakt de zzp’er nog aantrekkelijker ten opzichte van andere flexkrachten.

Dat de uitzendbranche in zwaar weer is terechtgekomen, blijkt overigens ook uit de ABU-cijfers, die dit jaar een sterk dalende trend in uitzenduren en omzet van de uitzendbranche laten zien.

Bekijk de resultaten van het onderzoek van ING online.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | 1 Reactie

Schrap de WAB! (In ieder geval deels)

Uitkomsten promotieonderzoek

Leg meer focus op het stimuleren van gewenst gedrag dan op het voorkomen van ongewenst gedrag. Dat was de belangrijkste aanbeveling in mijn proefschrift over de besturing van samenwerkingsrelaties tussen financiële instellingen[1]. Bij mijn promotieonderzoek heb ik gekeken naar de impact van formele controlemechanismen, zoals contracten, op het gedrag van besluitvormers binnen zo’n samenwerking. De keuze voor dat onderwerp kwam voort uit mijn overtuiging dat controlemechanismen, zoals ook wet- & regelgeving, te vaak een contraproductief effect hebben. Die uitwerking voorzie ik nu ook bij de WAB. Waarom, dat licht ik toe in het vervolg van deze bijdrage.

Verschillende rollen controlemechanismen

Controlemechanismen worden in de wetenschappelijke literatuur op uiteenlopende manieren geclassificeerd. Een onderverdeling die goed past bij het punt dat ik wil maken is die tussen zogenaamde ‘coercive’ en ‘enabling’ controlemechanismen[2]. De rol van ‘coercive’, dwingende, mechanismen is om naleving van de betreffende regels te bewerkstelligen. Het doel van ‘enabling’, in staat stellende, mechanismen is om mensen te faciliteren om hun doel te realiseren. Die tweedeling sluit mooi aan op wat minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoogt te bereiken met de WAB. Tenminste met wat hij er tot nu toe over heeft geschreven in een aantal brieven aan de leden van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Bescherming en ruimte bieden als doel

Zo stelt Koolmees in een van die brieven dat hij het volgende nastreeft met deze nieuwe wetgeving: “Bescherming van zelfstandigen aan de onderkant van de markt en ruimte voor ondernemers aan de bovenkant van de markt”[3]. Voor de onderkant van de markt, zelfstandigen die tegen lagere tarieven werken, wil hij dus negatief gedrag voorkomen. Bij dat doel past de dwingende rol van controle mechanismen. Voor de bovenkant van de markt, zelfstandigen die hogere tarieven rekenen, wil Koolmees gewenst gedrag stimuleren, of op zijn minst mogelijk maken. Op die doelstelling sluit de faciliterende rol van controlemechanismen beter aan. Als je kijkt naar de huidige plannen van de minister dan komt deze koppeling tussen doel en middel echter niet overal tot zijn recht. Sterker nog, deze wordt contraproductief toegepast.

Gezagscriterium als voorbeeld

De meest in het oog springende mismatch tussen doel en middel is de rol van het gezagscriterium, de vraag of er sprake is van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, in relatie tot de doelstelling voor de bovenkant van de markt voor zelfstandig professionals. Ruimte creëren voor ondernemers is dat eerder aangehaalde doel voor deze groep. Ook al is het niet glashelder wat Koolmees hier onder verstaat, je zou dit doel kunnen typeren als het stimuleren van gewenst gedrag. Het gezagscriterium is echter vooral een dwingend controlemechanisme dat een ongewenst situatie, namelijk schijnzelfstandigheid, dient te voorkomen. Dit middel sluit dan ook niet aan op het beoogde doel voor de bovenkant van de markt. Ook al zal het gezagscriterium alleen in specifieke situaties van toepassing zijn op professionals met hoge tarieven, het hindert in plaats van helpt bij het realiseren van het doel dat Koolmees zegt na te streven.

Volle potentieel benutten

Wat kan minister Koolmees nu doen om bij de uitvoering van de WAB een effectievere relatie te creëren tussen doel en middel? Hoe kan hij gewenst gedrag stimuleren bij werkgevers in relatie tot de bovenkant van de markt van zelfstandigen? Het antwoord is eigenlijk al aan het begin van deze bijdrage gegeven, namelijk door de WAB meer als ‘enabling’ middel in te zetten voor deze groep. Dat kan door niet alleen het gezagscriterium te schrappen, maar ook het dubieuze onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten. Alleen door zo nog meer ruimte te creëren kan worden bereikt wat naar mijn idee het doel van de WAB voor de bovenkant van de markt dient te zijn. En dat is stimuleren dat werkgevers het volle potentieel van de op de arbeidsmarkt aanwezige kennis en ervaring benutten, ongeacht of het om vast of flex gaat.

[1] https://www.gildeprint.nl/flippingbook/4498-cooperation-in-operations/

[2] Adler, P. S., & Borys, B. (1996). Two types of bureaucracy: Enabling and coercive. Administrative Science Quarterly, 41, 61–89.

[3] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/05/24/kamerbrief-stand-van-zaken-arbeidsmarktbeleid

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 6s Reacties

Donatiesystemen: hoe meer gewaardeerd, hoe hoger de beloning

Als je aan de slag gaat voor een opdrachtgever, spreek je meestal vooraf een tarief af. Per uur, per dag of per geleverde dienst of product. Dat kan ook anders. In diverse sectoren experimenteren ondernemers met donatie- of ‘betaal-wat-je-wilt’-systemen. Pas als opdracht voltooid is, wordt (een deel van) de prijs vastgesteld.

Hoe werkt dat? Een overzicht van voorbeelden uit zes sectoren: journalistiek, recruitment, horeca, schoonmaak, gaming en de creatieve industrie.

Media: doneren voor goede journalistiek

Reporters Online-oprichter Jan-Jaap Heij experimenteert sinds begin dit jaar met donatie-mogelijkheden. Op zijn freelanceplatform kunnen lezers vrijwillig geld schenken aan freelance-journalisten. Ze mogen het stuk eerst lezen, daarna betalen ze wat ze het waard vonden.

Reporters Online is niet het eerste platform met zo’n systeem. Bij De Correspondent kun je sinds 2017 extra geld doneren bij je lidmaatschap. Met die donaties financieren de journalisten bijzondere projecten, beloven ze. En ook lokaal medium Lochems Nieuws verdient geld aan donaties.

Hoe succesvol deze Nederlandse voorbeelden zijn, weten we nog niet. Voor de Britse krant The Guardian werkt het donatiesysteem in elk geval goed. Het medium kreeg in twee jaar 600.000 eenmalige donaties (minimaal 2 pond) van lezers wereldwijd. Sinds The Guardian zijn abonnementen heeft aangevuld met een donatiesysteem, is de omzet flink gestegen. De krant verdient inmiddels meer geld aan zijn lezers, dan aan adverteerders.

Recruitment: geen vaste fee, maar pas betalen als je tevreden bent

In de recruitmentwereld werken bureaus meestal met een vast percentage voor werving en selectie. Orange Recruitment doet dat niet. Dit werving- en selectiebureau uit Utrecht werkt sinds 2015 op basis van ‘pay what you want’. Pas op het moment dat de kandidaat het contract tekent, bepaalt de klant wat hij aan de bemiddelaar betaalt.

Wouter Wouters van Orange Recruitmenet wilde het anders doen dan de rest, vertelt hij ZiPconomy. “Ik besloot pay-what-you-want een jaar te proberen. Ik werd voor gek verklaard toen ik ermee begon en gewaarschuwd dat ik een percentage van mijn inkomen weg gaf.”

De klant bepaalt pas wat hij betaalt op het moment dat hij een kandidaat die Orange Recruitment gevonden heeft, in dienst neemt. “Soms spreken we zelfs een termijnbedrag af,” vertelt Wouters. “Als de kandidaat niet bevalt na een paar maanden, stopt de betaling. Zo dragen wij ook een deel van het risico.”

Het was ook wel even wennen. “Sommige klanten vonden het moeilijk. Ze zijn gewend aan vaste percentages, ze wisten niet wat ze nu moesten voorstellen. Dan kon ik ze natuurlijk wel helpen met de berekening”, zegt hij. “Zo’n voorstel achteraf kan veel concreter zijn, want ondertussen is de klant al geholpen: hij heeft de kandidaat die hij zocht.”

Het bedrag valt nooit extreem laag uit, vertelt hij. Integendeel. Daarbij merkt hij op dat hij deze werkwijze alleen hanteert bij bestaande klanten of ‘warme aanbevelingen’. “Het werkt alleen op basis van vertrouwen en wederzijds respect. Na het experiment van een jaar, ben ik er niet mee gestopt.”

Wat doet dat met de omzet van Orange Recruitment? “De gemiddelde fee is gedaald, maar onze omzet is gestegen”, vertelt Wouters. “Achteraf de prijs bepalen wordt gewaardeerd en het verlaagt de drempel om met ons zaken te doen.”

Betalen wat je wilt in de horeca

Judith Manshanden ontdekte het pay-what-you-can-concept (PWYC) in de Verenigde Staten. Ze schreef er een boek over (Tijd voor nieuwe zaken) en begon in 2013 een restaurant op basis van het donatieprincipe. Bij het GEEF Café in Amsterdam mochten klanten zelf beslisten wat ze wilden betalen.

Op de menukaart staan geen prijzen, de gasten betalen wat ze te besteden hebben en wat ze de maaltijd waard vinden. In haar boek beschrijft Manshanden succesvolle voorbeelden over de grens. In Amerikaanse PWYC-restaurants betaalt ‘80 procent van de gasten de prijs die een restaurant nodig heeft’, aldus de schrijver. 20 procent betaalt eigenlijk te weinig, maar vaak zijn dat mensen die niet veel te besteden hebben.

Het idee klinkt goed, maar voor haar viel het in de praktijk tegen. Na vier jaar verkocht ze het GEEF café. Aan NU.nl vertelt Manshanden dat er te weinig klanten waren. De klanten die er wel waren, waren vaak nogal in de war. “We moesten veel uitleggen. Voordat ze een maaltijd bestelden, legden we uit dat ze de prijs zelf konden bepalen. Dat maakte mensen bezorgd. Ze wilden kaders en waren bang om het fout te doen.”

Ook Café Trust in Amsterdam en de Amerikaanse keten Panera Bread zijn ermee gestopt. Panera begon vanaf 2010 in zes cafés met PWYC. Daarvan is er inmiddels nog maar een open, en die draait verlies. De reden? Vooral verwarring bij klanten en een te lage gunfactor, concludeert FastCompany. Er bestaan wel restaurants waar zoiets werkt, maar dat zijn vooral lokale, sociale intiatieven waarbij winstmaken niet voorop staat.

Donaties als sociale zekerheid voor schoonmakers

Veel freelancers in Amerika die huishoudelijk werk doen via apps, hebben geen pensioen, verzekering of spaarpot vakantiedagen. De National Domestic Workers Alliance, de branchevereniging voor schoonmakers, heeft daar iets op bedacht.

Met subsidie van Google ontwikkelde deze club de tool Alia. Deze app is speciaal voor schoonmakers die voor veel verschillende klanten werken. Via Alia kunnen klanten vrijwillig 5 dollar per schoonmaakbeurs doneren.

Die 5 dollar gaat in een individuele spaarpot waarmee de schoonmaker bijvoorbeeld zijn verzekeringen kan betalen. Verzekeringsmaatschappij Colonial Life heeft een speciale regeling voor de schoonmakers die aangesloten zijn op Alia. Schoonmakers kunnen het potje ook gebruiken om verlof te nemen. Dan keert de app 120 dollar per dag uit.

De projectontwikkelaar van Alia sprak vele schoonmakers en hun klanten. In magazine Wired vertelt hij dat er echt behoefte was aan de app. Schoonmakers hadden een spaarpot nodig, maar waren niet in staat om zo’n potje op te bouwen. En hun klanten wilden graag helpen, maar wisten niet hoe.

Op dit moment wordt de app gestest. Hij is alleen beschikbaar voor schoonmakers in de staten New York en Californië. Of dit donatieprogramma de schoonmakers voldoende sociale zekerheid geeft, valt nog te bezien.

Gamers: fans doneren om mee te kijken

Hoogstwaarschijnlijk zijn online gamers de ondernemers die het meeste geld verdienen aan donaties. Fans doneren soms honderden euro’s via Twitch.tv, een videowebsite speciaal voor gamestreams.

Gamers filmen zichzelf terwijl ze spelen en fans kunnen meekijken. Naast het beeld staat een chatbox zodat gamestreamer en kijkers met elkaar kunnen communiceren. Zowel video’s uitzenden als kijken is gratis. Net zoals YouTube, verdient Twitch vooral geld met advertenties in de streams.

Als streamer kun je geld verdienen via de donatiebutton. Via deze knop op je profielpagina kunnen kijkers geld sturen. De bedragen variëren van een paar euro tot duizenden euro’s, helemaal afhankelijk van de gunst van de fans.

Die fans kunnen ook abonnee worden en zo hun favoriete streamer steunen. Een trouwe kijker betaalt 5 euro per maand, waarvan ongeveer de helft naar de streamer gaat. De internationaal bekende gamestreamer Tyler Blevins (27) verdient zo meer dan een half miljoen euro per maand en ook Nederlandse streamers kunnen via donaties een inkomen verdienen.

Voor creatieve makers: Patreon

Het platform Patreon lijkt op gamersplatform Twitch.tv, maar dan voor allerlei creatieve uitingen. Podcastmakers, videomakers, journalisten, kunstenaars, influencers: iedere ‘creator’ kan in principe geld verdienen via Patreon.

Net als bij Twitch, kunnen fans doneren of abonneren. Als iemand jouw werk waardeert, kan hij via het platform eenmalig een bedrag overmaken. Hij kan ook een abonnement afsluiten op jou als maker. Hij wordt dan jouw ‘patron’ en dat betekent dat hij je steunt voor een vast bedrag per maand.

Wie patron wordt, krijgt daar allerlei extra’s voor. De makers bieden hun geldschieters bijvoorbeeld exclusieve content of doen verzoeknummertjes.

De patrons betalen meestal maar een paar dollar per maand, maar wie veel patrons heeft kan er toch een aardig inkomen mee verdienen. De best verdienende gebruikers van Patreon zijn de hosts van Chapo Trap House, een humoristische podcast over politiek. Zij ontvangen bijna 140.000 dollar per maand aan donaties.

Ook Nederlandse makers verdienen geld via dit Amerikaanse platform. Succesvolle Nederlandse accounts zijn bijvoorbeeld Youtubers LowKoTV (Engelstalige gamingvideo’s, meer dan 2200 dollar per maand met meer dan tweehonderd patrons) en gitarist Paul Davids (meer dan 4000 fans). Meer weten? Videomaker Bram de Wijs deelt op in zijn blog hoe werken via Patreon hem bevalt.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter