Donatiesystemen: hoe meer gewaardeerd, hoe hoger de beloning

Geen vaste prijs, maar een honorarium op basis van de waardering van het uiteindelijke werk. In verschillende sectoren experimenteren (zelfstandig) ondernemers met zulke donatie- of ‘betaal-wat-je-wilt’-systemen. Hoe werkt zo’n systeem en levert het ook iets op?

Als je aan de slag gaat voor een opdrachtgever, spreek je meestal vooraf een tarief af. Per uur, per dag of per geleverde dienst of product. Dat kan ook anders. In diverse sectoren experimenteren ondernemers met donatie- of ‘betaal-wat-je-wilt’-systemen. Pas als opdracht voltooid is, wordt (een deel van) de prijs vastgesteld.

Hoe werkt dat? Een overzicht van voorbeelden uit zes sectoren: journalistiek, recruitment, horeca, schoonmaak, gaming en de creatieve industrie.

Media: doneren voor goede journalistiek

Reporters Online-oprichter Jan-Jaap Heij experimenteert sinds begin dit jaar met donatie-mogelijkheden. Op zijn freelanceplatform kunnen lezers vrijwillig geld schenken aan freelance-journalisten. Ze mogen het stuk eerst lezen, daarna betalen ze wat ze het waard vonden.

Reporters Online is niet het eerste platform met zo’n systeem. Bij De Correspondent kun je sinds 2017 extra geld doneren bij je lidmaatschap. Met die donaties financieren de journalisten bijzondere projecten, beloven ze. En ook lokaal medium Lochems Nieuws verdient geld aan donaties.

Hoe succesvol deze Nederlandse voorbeelden zijn, weten we nog niet. Voor de Britse krant The Guardian werkt het donatiesysteem in elk geval goed. Het medium kreeg in twee jaar 600.000 eenmalige donaties (minimaal 2 pond) van lezers wereldwijd. Sinds The Guardian zijn abonnementen heeft aangevuld met een donatiesysteem, is de omzet flink gestegen. De krant verdient inmiddels meer geld aan zijn lezers, dan aan adverteerders.

Recruitment: geen vaste fee, maar pas betalen als je tevreden bent

In de recruitmentwereld werken bureaus meestal met een vast percentage voor werving en selectie. Orange Recruitment doet dat niet. Dit werving- en selectiebureau uit Utrecht werkt sinds 2015 op basis van ‘pay what you want’. Pas op het moment dat de kandidaat het contract tekent, bepaalt de klant wat hij aan de bemiddelaar betaalt.

Wouter Wouters van Orange Recruitmenet wilde het anders doen dan de rest, vertelt hij ZiPconomy. “Ik besloot pay-what-you-want een jaar te proberen. Ik werd voor gek verklaard toen ik ermee begon en gewaarschuwd dat ik een percentage van mijn inkomen weg gaf.”

De klant bepaalt pas wat hij betaalt op het moment dat hij een kandidaat die Orange Recruitment gevonden heeft, in dienst neemt. “Soms spreken we zelfs een termijnbedrag af,” vertelt Wouters. “Als de kandidaat niet bevalt na een paar maanden, stopt de betaling. Zo dragen wij ook een deel van het risico.”

Het was ook wel even wennen. “Sommige klanten vonden het moeilijk. Ze zijn gewend aan vaste percentages, ze wisten niet wat ze nu moesten voorstellen. Dan kon ik ze natuurlijk wel helpen met de berekening”, zegt hij. “Zo’n voorstel achteraf kan veel concreter zijn, want ondertussen is de klant al geholpen: hij heeft de kandidaat die hij zocht.”

Het bedrag valt nooit extreem laag uit, vertelt hij. Integendeel. Daarbij merkt hij op dat hij deze werkwijze alleen hanteert bij bestaande klanten of ‘warme aanbevelingen’. “Het werkt alleen op basis van vertrouwen en wederzijds respect. Na het experiment van een jaar, ben ik er niet mee gestopt.”

Wat doet dat met de omzet van Orange Recruitment? “De gemiddelde fee is gedaald, maar onze omzet is gestegen”, vertelt Wouters. “Achteraf de prijs bepalen wordt gewaardeerd en het verlaagt de drempel om met ons zaken te doen.”

Betalen wat je wilt in de horeca

Judith Manshanden ontdekte het pay-what-you-can-concept (PWYC) in de Verenigde Staten. Ze schreef er een boek over (Tijd voor nieuwe zaken) en begon in 2013 een restaurant op basis van het donatieprincipe. Bij het GEEF Café in Amsterdam mochten klanten zelf beslisten wat ze wilden betalen.

Op de menukaart staan geen prijzen, de gasten betalen wat ze te besteden hebben en wat ze de maaltijd waard vinden. In haar boek beschrijft Manshanden succesvolle voorbeelden over de grens. In Amerikaanse PWYC-restaurants betaalt ‘80 procent van de gasten de prijs die een restaurant nodig heeft’, aldus de schrijver. 20 procent betaalt eigenlijk te weinig, maar vaak zijn dat mensen die niet veel te besteden hebben.

Het idee klinkt goed, maar voor haar viel het in de praktijk tegen. Na vier jaar verkocht ze het GEEF café. Aan NU.nl vertelt Manshanden dat er te weinig klanten waren. De klanten die er wel waren, waren vaak nogal in de war. “We moesten veel uitleggen. Voordat ze een maaltijd bestelden, legden we uit dat ze de prijs zelf konden bepalen. Dat maakte mensen bezorgd. Ze wilden kaders en waren bang om het fout te doen.”

Ook Café Trust in Amsterdam en de Amerikaanse keten Panera Bread zijn ermee gestopt. Panera begon vanaf 2010 in zes cafés met PWYC. Daarvan is er inmiddels nog maar een open, en die draait verlies. De reden? Vooral verwarring bij klanten en een te lage gunfactor, concludeert FastCompany. Er bestaan wel restaurants waar zoiets werkt, maar dat zijn vooral lokale, sociale intiatieven waarbij winstmaken niet voorop staat.

Donaties als sociale zekerheid voor schoonmakers

Veel freelancers in Amerika die huishoudelijk werk doen via apps, hebben geen pensioen, verzekering of spaarpot vakantiedagen. De National Domestic Workers Alliance, de branchevereniging voor schoonmakers, heeft daar iets op bedacht.

Met subsidie van Google ontwikkelde deze club de tool Alia. Deze app is speciaal voor schoonmakers die voor veel verschillende klanten werken. Via Alia kunnen klanten vrijwillig 5 dollar per schoonmaakbeurs doneren.

Die 5 dollar gaat in een individuele spaarpot waarmee de schoonmaker bijvoorbeeld zijn verzekeringen kan betalen. Verzekeringsmaatschappij Colonial Life heeft een speciale regeling voor de schoonmakers die aangesloten zijn op Alia. Schoonmakers kunnen het potje ook gebruiken om verlof te nemen. Dan keert de app 120 dollar per dag uit.

De projectontwikkelaar van Alia sprak vele schoonmakers en hun klanten. In magazine Wired vertelt hij dat er echt behoefte was aan de app. Schoonmakers hadden een spaarpot nodig, maar waren niet in staat om zo’n potje op te bouwen. En hun klanten wilden graag helpen, maar wisten niet hoe.

Op dit moment wordt de app gestest. Hij is alleen beschikbaar voor schoonmakers in de staten New York en Californië. Of dit donatieprogramma de schoonmakers voldoende sociale zekerheid geeft, valt nog te bezien.

Gamers: fans doneren om mee te kijken

Hoogstwaarschijnlijk zijn online gamers de ondernemers die het meeste geld verdienen aan donaties. Fans doneren soms honderden euro’s via Twitch.tv, een videowebsite speciaal voor gamestreams.

Gamers filmen zichzelf terwijl ze spelen en fans kunnen meekijken. Naast het beeld staat een chatbox zodat gamestreamer en kijkers met elkaar kunnen communiceren. Zowel video’s uitzenden als kijken is gratis. Net zoals YouTube, verdient Twitch vooral geld met advertenties in de streams.

Als streamer kun je geld verdienen via de donatiebutton. Via deze knop op je profielpagina kunnen kijkers geld sturen. De bedragen variëren van een paar euro tot duizenden euro’s, helemaal afhankelijk van de gunst van de fans.

Die fans kunnen ook abonnee worden en zo hun favoriete streamer steunen. Een trouwe kijker betaalt 5 euro per maand, waarvan ongeveer de helft naar de streamer gaat. De internationaal bekende gamestreamer Tyler Blevins (27) verdient zo meer dan een half miljoen euro per maand en ook Nederlandse streamers kunnen via donaties een inkomen verdienen.

Voor creatieve makers: Patreon

Het platform Patreon lijkt op gamersplatform Twitch.tv, maar dan voor allerlei creatieve uitingen. Podcastmakers, videomakers, journalisten, kunstenaars, influencers: iedere ‘creator’ kan in principe geld verdienen via Patreon.

Net als bij Twitch, kunnen fans doneren of abonneren. Als iemand jouw werk waardeert, kan hij via het platform eenmalig een bedrag overmaken. Hij kan ook een abonnement afsluiten op jou als maker. Hij wordt dan jouw ‘patron’ en dat betekent dat hij je steunt voor een vast bedrag per maand.

Wie patron wordt, krijgt daar allerlei extra’s voor. De makers bieden hun geldschieters bijvoorbeeld exclusieve content of doen verzoeknummertjes.

De patrons betalen meestal maar een paar dollar per maand, maar wie veel patrons heeft kan er toch een aardig inkomen mee verdienen. De best verdienende gebruikers van Patreon zijn de hosts van Chapo Trap House, een humoristische podcast over politiek. Zij ontvangen bijna 140.000 dollar per maand aan donaties.

Ook Nederlandse makers verdienen geld via dit Amerikaanse platform. Succesvolle Nederlandse accounts zijn bijvoorbeeld Youtubers LowKoTV (Engelstalige gamingvideo’s, meer dan 2200 dollar per maand met meer dan tweehonderd patrons) en gitarist Paul Davids (meer dan 4000 fans). Meer weten? Videomaker Bram de Wijs deelt op in zijn blog hoe werken via Patreon hem bevalt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *