"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Opdrachtgever moet factuur zzp-bemiddelaar betalen, ondanks klachten over schilderwerk

Mag een opdrachtgever een factuur van een bemiddelingsbureau onbetaald laten omdat hij vindt dat het geleverde werk niet deugt? En telt een akkoord via WhatsApp net zo zwaar als een handtekening onder een urenbriefje? De rechtbank Den Haag deed uitspraak in een geschil tussen een bemiddelaar van zzp-schilders en een aannemer.

Een onderaannemer die via een bemiddelaar zzp-schilders inhuurde, weigerde ruim 26.000 euro te betalen omdat het werk volgens hem ondermaats was. De rechtbank Den Haag maakt daar op 8 april 2026 korte metten mee: de facturen waren via WhatsApp goedgekeurd, de klacht kwam te laat en van aansprakelijkheid van de bemiddelaar is geen sprake. De opdrachtgever moet alsnog ruim 31.000 euro betalen, inclusief rente en incasso- en proceskosten.

Het is een interessante casus met een keten van betrokken partijen: een woningcorporatie, een aannemer, een onderaannemer, een zzp-intermediair en vijf zzp-schilders. 

De kern van de zaak

SRS Bemiddeling & Diensten B.V. uit Bergambacht bemiddelt zzp’ers in de bouw. Een aannemer in afbouwwerkzaamheden nam begin 2025 als onderaannemer een opdracht aan van een aannemersbedrijf voor schilderwerk aan 111 huizen in Geldermalsen, in opdracht van woningcorporatie Kleurrijk Wonen.  

Voor de uitvoering huurde de onderaannemer via het bureau SRS vijf zzp-schilders in. SRS stuurde tussen 2 april en 1 mei 2025 zeven keer een factuur voor de gemaakte uren van de zzp’ers, voor in totaal 26.252 euro. De aannemer stopte de samenwerking na 18 april 2025 en betaalde de openstaande facturen niet. SRS stapte naar de rechter om alsnog betaling af te dwingen, inclusief handelsrente en incassokosten.

Aanleiding

Halverwege het project kreeg de aannemer kritiek van zijn eigen opdrachtgever. Uit een uitvoeringskeuring van 30 april 2025 bleek dat het schilderwerk op meerdere punten niet voldeed: onbehandelde delen, verfsmetten, te snel overgeschilderde lagen en slecht besnijwerk. 

De opdrachtgever haalde de schilders van het project en liet het werk repareren. De aannemer stuurde daarop een e-mail naar SRS waarin hij liet weten dat er 17,5 uur te veel was gefactureerd en dat hij een tegenvordering van 16.800 euro wilde verrekenen wegens kwaliteitsgebreken. Hij schakelde vervolgens een andere intermediair in om het werk te laten afmaken en herstellen.

Het verweer

De aannemer voerde aan dat SRS pas recht had op betaling als het werk deugdelijk was opgeleverd, en dat daarvan geen sprake was. Ook zouden de facturen onvoldoende gespecificeerd zijn en had hij de onderliggende urenbriefjes nooit ondertekend. Daarnaast stelde hij dat het grootste deel van de gefactureerde uren eigenlijk herstelwerk betrof van fouten die de schilders zelf hadden gemaakt, waarvoor hij niet zou hoeven te betalen. Voor het geval hij toch iets verschuldigd was, wilde hij dit verrekenen met een schadevordering van 16.846,50 euro: de kosten die hij had gemaakt om het schilderwerk door anderen te laten herstellen. Hij stelde dat SRS bij de selectie van de schilders onvoldoende had getoetst op vakbekwaamheid.

De afweging van de rechter

De rechtbank volgde de aannemer op geen van deze punten. Uit de samenwerkingsovereenkomst bleek dat de vordering van SRS opeisbaar werd zodra de schilders hadden gewerkt en de betalingstermijn van veertien dagen na factuurdatum was verstreken. Van een koppeling van de plicht tot betaling aan het feit of het werk goed was opgeleverd, was geen sprake. De facturen bevatten bovendien naam, uren, tarief en weeknummer, en waren dus voldoende gespecificeerd.

Over de urenbriefjes oordeelde de rechtbank dat de overeenkomst uitdrukkelijk ruimte bood voor een andere manier van accorderen dan een handtekening, mits partijen die afspraken. Uit WhatsApp-berichten en een eigen e-mail van de aannemer bleek dat hij de uren stelselmatig via WhatsApp goedkeurde, bijvoorbeeld met berichten als ‘die eerste week is akkoord’. Daarmee golden de facturen als bindend. Zijn latere klacht over 17,5 te veel gefactureerde uren kwam bovendien te laat: de overeenkomst schreef voor dat een factuur binnen acht dagen moest worden betwist en die termijn was al verstreken.

Ook het argument dat het grootste deel van de uren herstelwerk betrof, hield geen stand. De aannemer maakte niet concreet om welke schilders, welk werk en welke uren het precies zou gaan, en een algemene verwijzing naar ‘het leeuwendeel’ was onvoldoende onderbouwing.

Voor de tegenvordering gold dat SRS alleen verantwoordelijk was voor werving, selectie en financiële afwikkeling, niet voor de uitvoering en aansturing van het schilderwerk zelf. Die taak lag bij de aannemer. Bovendien had hij SRS nooit formeel in gebreke gesteld en de kans gegeven om eventueel andere schilders te leveren, terwijl er nog voldoende tijd in het project zat. Ten slotte stond in de overeenkomst een aansprakelijkheidsuitsluiting artikel. Zo’n ‘exoneratiebeding’ is tussen zakelijke partijen in beginsel geldig, ook als het de kernverplichting van de intermediair raakt.

De uitspraak

De rechtbank wees de vordering van SRS volledig toe. De aannemer moet de factuur, plus rente betalen. De tegenvordering van de aannemer werd volledig afgewezen.

Bron: Rechtbank Den Haag, 8 april 2026, C/09/692313

 

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×