Maandelijkse archieven: juni 2018

Koolmees tilt ‘breed’ overleg veldpartijen vervanging Wet DBA over zomer heen.

Minister Koolmees overlegt op woensdag 27 juni met de Tweede Kamer over hoe hij de Wet DBA wil gaan vervangen. Zijn plannen stuurt hij voor die tijd in een brief naar de Kamer. Een aangekondigd breed overleg over die uitwerking van zijn plannen met onder andere werkgevers-, bemiddelaars- en zzp-organisaties wordt over de zomer heen getild, zo laat een woordvoerder van de Minister weten. Omdat de aanwezigen zich dan beter kunnen voorbereiden.

Om draagvlak voor zijn zzp-plannen te krijgen, organiseerde Koolmees, samen met de betrokken staatssecretarissen Snel (Financiën) en Keijzer (EZ), in januari een bijeenkomst voor ‘veldpartijen’. Daarin vroeg hij feedback over de plannen (zie hier) die in het regeerakkoord staan, zoals tariefgrenzen en een webmodule voor opdrachten die liggen tussen het minimum inhuurtarief en het opt-out tarief. Tijdens die bijeenkomst, waar een bont gezelschap van vertegenwoordigers van zzp’ers, opdrachtgevers en bemiddelaars aanwezig was, bleek vooral tegen de webmodule veel weerstand te bestaan. Maar ook over de tariefgrenzen is niet iedereen even enthousiast. Die verschillen zijn er de afgelopen maanden niet kleiner op geworden.

Koolmees kondigde in dat overleg aan dat er eerst weer een soortgelijke sessie met deze groep vertegenwoordigers zou komen, voordat de hoofdlijnenbrief over de aanpassing van de Wet DBA naar de Kamer verzonden zou worden. Zo’n sessie komt er dus nu na de brief. Daarbij is het overigens nog niet duidelijk hoe concreet het Kabinet gaat worden in de brief. Over zowel de uitgangspunten als de uitwerking van de in het regeerakkoord aangekondigde plannen, bestaat nog steeds veel onzekerheid.

De afgelopen weken heeft Koolmees wel apart met een aantal belangenorganisaties gesproken. Er was een gezamenlijk overleg met ONL, Bovib en Zelfstandigen Bouw en onlangs hadden Koolmees en Snel nog met sessie met een groep zelfstandigen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

MSP groeit stevig in omvang en omzet

MSP is bezig aan een stevige opmars, vergeleken met vorige jaren. Steeds meer organisaties wensen hun inhuur professioneel te beheren, zo blijkt uit het onderzoek dat Flex-beheer.nl samen met de Belgische Flex Academy heeft gepubliceerd. Voor het onderzoek zijn de tien grootste spelers in de markt ondervraagd.

In Nederland doet zich de trend om het beheer van externen uit te besteden al langer voor, België is bezig met een inhaalslag. De omzet van de MSP-bedrijven neemt toe, de omvang van hun hub- organisatie neemt toe en het aantal kantoren en/of hubs stijgt.

Meer diversiteit in aanbieders

Verder is er zowel ruimte op de markt voor MSP-generalisten als voor specialisten, dit zijn de MSP-aanbieders die hun diensten beperken tot enkele specifieke branches waar ze hun opdrachtgevers zoeken. Zo is er Het Flexhuis dat zich richt op de zorg. Hoewel het aantal specialisten nog zeer gering is, zien we wel nieuwe toetreders op de markt. Door de grote krapte op de arbeidsmarkt, is de verwachting dat er meer -en vaak kleinere- bedrijven zich zullen aanbieden als MSP in een bepaalde branche of niche.

De generalisten onder de MSP’s verlagen hun drempels door met MSP-dienstverlening te komen specifiek gericht op het MKB (bijvoorbeeld Hays), of ze breiden hun dienstverlening uit. Met name ondersteuning bij Statement of Work (SOW)-arrangementen valt op. Tot slot worden de eerste opdrachtgevers voor Total Talent Acquisition (TTA, het gecombineerd werven van vast en flex) genoemd.

De twee-eenheid van een MSP met een Vendor Management Systeem (VMS) blijft belangrijk, maar de deelnemers noemen nu ook allerlei andere soorten tooling. Met name gebruiken ze Freelancer Management Systems (FMS) voor het direct vinden en contracteren van zzp’ers/freelancers en software voor het beheren van Dynamische Aankoopsystemen (DAS) en talentpools. Kortom, MSP’s blijven zich ontwikkelen en hebben voorlopig de wind in de rug.

Het onderzoeksrapport ‘MSP-dienstverleners in Nederland en België, editie 2018’  is  op deze pagina gratis downloaden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

FNV Zelfstandigen wil tarief-afspraken per branche

FNV Zelfstandigen vindt het jammer dat de Wet DBA geen kans heeft gekregen om zich te bewijzen in de praktijk. Marjan van Noort over hoe de bond zou willen zien hoe de zzp-markt eruit zou moeten zien. 

Van Noort vindt dat met de wet DBA de echte schijnzelfstandigheid aangepakt had kunnen worden, zoals die van de consultant die al vijf jaar op dezelfde klus zit. Daarbij is waarschijnlijk sprake van afhankelijkheid. “Daarbij is geen sprake van echt ondernemerschap.”

“De wet DBA is veel te snel afgeschoten”, zo reageert Van Noort in de Telegraaf op het nieuws over Minister Koolmees meer tijd nodig heeft om zijn plannen voor de vervanging van de Wet DBA door te zetten.

Van Noort vindt het jammer dat er niet echt is doorgezet met de handhaving. “In het regeerakkoord staat eigenlijk al dat er alternatieven gezocht gaan worden voor de Wet DBA. Dus die kans gaat voorbij.” FNV Zelfstandigen heeft de minister wel aangeboden om mee te denken over de webmodule waarin opdrachtgever en opdrachtnemer per opdracht hun verstandhouding kunnen vastleggen.

Geen algemeen minimumtarief

Marjan van Noort, FNV

FNV Zelfstandigen is niet voor een algemeen minimumtarief. Van Noort zou willen dat tarieven van zzp’ers meer zouden aansluiten bij de CAO-afspraken. Dit om rekening te kunnen houden met alle branche-specifieke eisen. “Het idee om een minimumtarief per uur te rekenen is gebaseerd op dat iedere zelfstandige zich per uur laat betalen, maar dat is lang niet overal zo. Kappers laten zich per knipbeurt betalen, journalisten per woord.” Een andere reden om dit te doen, is dat in de ene branche de tarieven veel hoger liggen dan in de andere.

Collectief onderhandelen over tarieven mag niet volgens de Mededingingsautoriteit, maar de zelfstandigen binnen de FNV pleiten voor een minimumtarief. Van Noort hoopt dan ook dat in sommige branches, tegen de verdrukking in, het toch komt tot prijsafspraken. Zeker in sectoren waar het uitknijprisico groot is, zoals in de journalistiek en de pakketbezorging die Van Noort als voorbeelden noemt.

Hogere kosten

Dat minimumtarieven leiden tot hogere kosten, dat moet ‘de maatschappij’ maar voor lief nemen, zo vindt Van Noort. “Je moet je als consument misschien afvragen of het zo belangrijk is dat een pakje dezelfde dag wordt bezorgd. En als het dat wel is, dat je daar meer geld voor over moet hebben.” Of, zo vindt ze, het zou minder winst moeten opleveren voor de aandeelhouders van de grote bedrijven.

De vrijwaring vooraf, zoals was geregeld met de VAR, die ziet ze liever niet meer terug. “Je moet naar een model waarin de feitelijke situatie steeds opnieuw wordt bekeken, vandaar dat we willen meekijken met die webmodule.” Van Noort wil, net als alle partijen in het speelveld wel snel een oplossing. Maar het wordt ingewikkeld: “Voor iedereen liggen de belangen weer heel anders.”

Collectief

De zelfstandigen-tak van de vakbond is overigens ook groot voorstander van een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering bij langdurige ziekte, en voor een pensioen voor zzp’ers. Maar dan heeft een opt-out mogelijkheid wel haar voorkeur. “Zelfstandigen die vermogend zijn en het dus goed hebben geregeld, hoeven niet mee te doen.” Ze zou dus graag zien dat zelfstandigen kunnen deelnemen aan pensioenfondsen. “Daar krijg je twee tot drie keer je inleg terug. Veel gunstiger dan als je het regelt bij een verzekeraar. Eigenlijk raar dat zzp’ers daarvan verstoken blijven.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter

“Werklozen positief stimuleren is belangrijk, maar leerwerkplicht instellen wordt een drama”

“Werklozen positief stimuleren is essentieel. Maar een leerplichtwet instellen, dat wordt een drama”, aldus Tjebbe van Oostenbruggen directeur van Brainnet tijdens de uitzending van BNR Zakendoen op 13 juni. Hij reageert hiermee op het voorstel van Kamerlid Dennis Wiersma (VVD) over het instellen van een leerwerkplicht voor werklozen. Het voorstel is onderdeel van een plan van de grootste regeringspartij om tekorten op de arbeidsmarkt te bestrijden.

“Ik geloof niet in verplichtstellen. Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn. Bovendien: werkgevers zitten niet te wachten op ongemotiveerde mensen.

Wat we wel moeten doen is positief stimuleren, mensen helpen. We moeten ons nu al klaarmaken en investeren in de volgende crisis die eraan zitten te komen. Denk aan grote veranderingen van werk. Nu al weten we dat gas gaat plaatsmaken voor andere vormen van energie. Het is zaak dat we mensen motiveren en stimuleren zich hiertoe te laten scholen.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

 leerwerkplicht voor werklozen
Tjebbe van Oostenbruggen, directeur van Brainnet

“De situatie waar we nu in zitten is een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever, werknemer, overheid en UWV. Neem het voorbeeld bij ons op kantoor. In ons team hebben we een administratief medewerker in dienst, hij zat op een dood spoor in de grafische vormgeving. Hij heeft ervoor gekozen zich te laten omscholen tot leraar Duits. In de tussentijd werkt hij bij ons. Het zou mooi zijn als een instantie als het UWV dit soort mensen helpt.”

Transitievergoeding inzetten voor scholing

In de uitzending was ook aandacht voor de mismatch tussen bedrijfsscholen en arbeidsmarkt. Van Oostenbruggen: “Samenwerken met het onderwijs is prima, maar het moet niet een zaak worden van de werkgever.” Hoe gaan we dan geld reserveren om dit onderwijs te bekostigen? Van Oostenbruggen: “We hebben hier volgens mij een mooi instrument voor namelijk de transitievergoeding. We moeten zorgen dat mensen gestimuleerd worden dit geld ook daadwerkelijk in te zetten voor scholing.”

De twee andere gasten in de studio Reinier Castelein van de Unie en Rob Slagmolen, secretaris van werkgeversvereniging MKB Nederland.

Luister de uitzending terug:

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Interim-management markt anno 2018. Cijfers en reflecties.

Waar wij vorig jaar nog wat aarzelend waren of er sprake was van hoogconjunctuur in de interim management-markt, kan dit jaar niemand er meer omheen: alle signalen staan op groen. Het oude marktmechanisme -dat van vraag, aanbod en tarifering- zien wij dit jaar in optima forma terug: gemiddeld stijgen de tarieven met bijna 8%. Gemiddeld, terwijl de overheidsmarkt nog nauwelijks een tariefstijging laat zien, scoren andere sectoren nog hoger. De financiële sector spant de kroon met stijgingen van meer dan 20%.

Dit laatste is goed verklaarbaar: juist die sector heeft op dit moment hoogwaardige specialistische professionals en managers nodig op vaak korte termijn voor dikwijls gelimiteerde tijd. Bij een toenemende vraag is een stijging van de tarieven dan een gevolg. Een andere sector -de overheid- kan zich zo’n stijging niet permitteren als gevolg van wetgeving (WNT) en precedentwerking.

Interim-manager mijdt de overheid

Niet onbegrijpelijk, maar daar waar top-professionals door de steeds groter wordende verschillen tussen markten en beloning de overheid als sector mijden, ontstaat een niet gewenst effect: tweedeling in de markt. Dit vinden wij onwenselijk. Juist de diversiteit van opdrachten en markten is de meerwaarde voor zowel vraag als aanbod en dit gegeven wordt nu verstoord. Ook is sprake van schaarste die wegtrekt naar andere markten en zo voor de overheid een onbereikbaar segment van deskundigen wordt. Zowel vraag als aanbod verschraalt op deze manier. Voor een zo relevante markt als de overheidsmarkt een uiterst gevaarlijke ontwikkeling.

Tweedeling tussen interimmer en manager in loondienst

De hoogconjunctuur kenmerkt zich ook door een andere tweedeling: de zelfstandige (ZZP-er) en de manager/professional in loondienst. Gegeven de stijging van de tarieven, maar juist ook kijkend naar het risicoprofiel van de zelfstandige op dit moment, nemen de beloningsverschillen tussen beide groepen sterk toe, zonder dat sprake is van een toename van het risicoprofiel.

Integendeel zelfs. De leeglooptijd tussen opdrachten wordt (weer) korter, de duur van de opdracht langer en ook de verwachting van de vraag naar interim managers en professionals is weer sterker geworden. Het is overdreven om te stellen dat iemand in loondienst een dief van zijn eigen portemonnee is (daarvoor zijn meer elementen die meewegen van toepassing), maar onmiskenbaar beleeft deze groep van zelfstandig opererende managers en professionals zeer goede tijden op dit moment. Dat was weleens anders…

Hoeveel is de reistijd waard?

Een ander opvallend punt is de koppeling tussen tarifering en reistijd. Gemiddeld 63% van de respondenten geeft aan dat de hoogte van het tarief zwaarder weegt dan de reisduur die verbonden is aan het woon-werkverkeer. De vraagzijde is -milieuconvenanten bij inzet van externen ten spijt- minder dogmatisch: lange reistijden zijn nauwelijks aan de orde als selectiecriterium. Respondenten geven aan een reistijd van bijna 1,5 uur (enkele reis) nog net acceptabel te vinden. Het overgrote deel reist per auto. Ons inziens zal op dit thema de komende jaren verscherping plaatsvinden. Niet alleen bij de professional, maar ook bij de ontvangende partij. Juist op dit thema zien wij een rol voor ons als interim-bureau. Niet alleen het profiel van de positie en kandidaat bepaalt de ‘match’. Nee, belangrijk is te kijken naar andere zaken. Woon-werkafstand is er een van. Overigens hechten jonge managers hier meer waarde aan dan de oudere. Niet onbegrijpelijk en goed verklaarbaar (gezinssamenstelling o.a.).

De ideale opdrachtduur

De ideale duur van een interim management opdracht is 12,7 maanden, aldus de respondenten. Dit gegeven wijkt enigszins af van de realiteit. In werkelijkheid is de gemiddelde opdrachtduur 1 maand langer. Niet ernstigs, hoewel de trend wel opwaarts is gedurende al ruim 7 jaar. Opdrachtgevers zouden zich hierop voor kunnen bereiden door een differentiatie in de tarifering aan te brengen (lees: hoe langer de opdracht, hoe lager het tarief). Dit zien wij nog niet terug in de dagelijkse praktijk overigens.

Komt de ‘algemeen manager’ terug?

Een ander opvallend punt is de terugkeer van de algemeen manager. Is dit feit een teken van hoogconjunctuur of een teken van een andere marktvraag? Wij denken dat dit vooral te maken heeft met de schaarste die in delen van de markt valt waar te nemen. Nu de echte vak-professional steeds vaker niet beschikbaar is, komt de opdrachtgever uit bij mensen met een meer generiek profiel, zo is onze ervaring.

Klaarblijkelijk wordt steeds meer op competenties dan op vakmanschap geselecteerd en dat is echt een trendbreuk ten opzichte van het verleden. De persoon wordt meer en meer bepalend voor wie de opdracht krijgt. Ook de interim professional geeft dit aan.

Bij het niet-doorgaan van een opdracht geeft 14% aan dat er geen ‘klik met de opdrachtgever was’. Dit is geen verkeerde ontwikkeling.

Effectieve wervingskanalen: eigen netwerk en het bureau

Een andere trend (hoe nieuwe opdracht te vinden) wordt in deze versie van het onderzoek verder versterkt. Feitelijk zijn er nog maar twee distributiekanalen effectief om aan opdrachten te komen: het eigen netwerk en het bureau. Marktplaatsen en online methoden zijn nauwelijks effectief.

Voor opdrachtgevers is dit een relevant gegeven bij vragen naar dit type professionals en managers. Bij de inzet van minder zware externen ligt dit anders. Wij durven de stelling aan dat selectieprocessen van hoogwaardige externen via artificiële methoden zonder menselijke tussenkomst efficiënt noch effectief is. De markt geeft ons -gezien de resultaten van dit onderzoek- gelijk.

Zie ook:

Alle seinen interim-managementmarkt staan op groen. Interim-managers mijden overheidssector.

 

Het volledige rapport Interim Index 15

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Kevin Wheeler: ‘We moeten niet meer denken in jobs, maar in skills’

Ja, er mogen alom klachten zijn over personeelstekorten en schaarste op de arbeidsmarkt. Maar dat geldt alleen als je blijft proberen mensen in het traditionele keurslijf van de voltijds baan te drukken, zei Wheeler op een drukbezochte bijeenkomst, georganiseerd door Compagnon en Staffing Management Services, begin juni in het statige Karel V in Utrecht.

‘Niemand kan alles doen’, zegt Wheeler. ‘Maar het gaat erom: welk probleem wil je oplossen? Ik zie over de hele wereld functiebeschrijvingen steeds nauwer en gedetailleerder worden. Maar binnenkort heeft helemaal niemand op de wereld meer al die eisen. Als deskundigen op de arbeidsmarkt is dat onze belangrijkste taak: zorgen dat het besef indaalt dat niet elke baan meer permanent is. Dat het gaat om snelheid, wendbaarheid en de juiste vaardigheden op het juiste moment. Daar zullen we de managers in onze organisaties allemaal nog veel meer van moeten overtuigen. Zoals we het nu nog vaak doen, door mensen te zoeken die in een malletje passen: we are killing ourselves. En het wordt nog slechter ook. Waarom doen we dat? Is daar bewijs voor? Ik heb het nog nergens gezien.’

De grote trends

Wheeler schetste een paar grote ontwikkelingen in de wereld die zijn visie op werk vormgeven. Zoals ‘The Rise of the Creative Class’, die voorspelt dat werk steeds creatiever wordt en het repetitieve werk steeds meer door automatisering wordt overgenomen. Ook de komst van Generaties Y en Z met hun veranderende wensen haalde hij aan. En dan is er natuurlijk nog de gig economy, waarbij platformen mensen en werk op een nieuwe manier aan elkaar verbinden.

Het zijn allemaal ontwikkelingen die slecht passen bij de traditionele organisatie, aldus Wheeler. ‘Zulke organisaties zijn niet gemaakt om mensen creatief te maken, maar juist om processen af te stemmen.’ Ze missen ook snelheid, stelt hij. Een probleem dat volgens hem sowieso in de ‘oude’ economie speelt. ‘Historisch gezien kost het bijvoorbeeld 6 à 7 jaar om een patent te krijgen. Waarom zou je dan überhaupt nog je best daarvoor doen? Is dat nog relevant? Over 7 jaar is je product waarschijnlijk allang achterhaald.’

Minder huwelijken, meer sociale vaardigheden

Een andere trend die Wheeler ziet is dat in de hele wereld minder mensen trouwen. Dat zorgt er volgens hem niet alleen voor dat mensen tegenwoordig eerder bereid zijn om voor werk naar de andere kant van de wereld te gaan, maar ook voor een algeheel gevoel van ‘decoupling’. Daarmee bedoelt hij dat mensen zich minder gebonden voelen aan vastigheden, en dat dus ook de band met de organisaties waarvoor ze werken losser wordt.

Die ontwikkeling zorgt ervoor dat sociale vaardigheden aan belang winnen op de arbeidsmarkt, aldus Wheeler. Hij haalt onderzoek aan van David Deming, dat laat zien dat social skills gemiddeld meer opleveren dan math skills. Een bedrijf als Google weet dat ook, zegt hij. ‘Niet voor niets zoeken ze daar nu niet meer de slimste jongetjes van de klas, maar mensen die juist teamskills laten zien. Niet alleen bij Google wordt 100 procent van het werk gedaan in teams. Steeds meer werk wordt gedaan in multifunctionele projecten, over de hele wereld. We gaan af van de traditionele silo’s in organisaties. Daarvoor zijn andere mensen nodig. Dat is denk ik de grootste verandering in de wereld van werk die we nu beleven.’

En het functiehuis dan?

Het lijkt misschien logisch, toch is deze nieuwe realiteit voor veel – met name grote – organisaties nog wel een uitdaging, stelt Wheeler. ‘Het is een paradigma dat moet veranderen.’ Het uitgangspunt moet volgens hem zijn: ‘Er lopen in de wereld geen mensen rond die over alle vaardigheden beschikken die we zoeken. Dus wees je bewust van welke vaardigheden je hebt, en welke vaardigheden je in je netwerk hebt. Het gaat dus ook niet om banen aanbieden, maar om netwerken van mensen, vaardigheden, relaties en ideeën. Zie het als een partnership. Zo kunnen zowel de organisatie als de werkende succesvol worden.’

Een vraag uit de zaal: ‘Maar wat betekent dat dan voor het functiehuis?’ Wheeler valt even stil. Het wát? Na enige uitleg en vertaling begint hij te lachen. ‘Dat is iets van 1920’, zegt hij dan. ‘Het is obsolete. Vergeet het maar. Het is way too rigid voor de wereld waarin we nu leven. Geloof me: met een functiehuis ga je deze eeuw nooit overleven.’

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter