Maandelijkse archieven: december 2016

Total Workforce Management: een kans voor RPO’s

Door de opmars van Total Workforce Management (TWM) willen organisaties helder hebben waar en hoe ál hun talent wordt ingezet. Zowel vast als flex. RPO’s gericht op recruitment van vast personeel, en MSP’s gericht op de inhuur van flexkrachten, zullen hun krachten moeten bundelen. Wat betekent dit voor beide partijen? En hoe kun je het inhuurproces met een RPO of MSP eenvoudig optimaliseren?

Wat betekent dit voor RPO-dienstverleners?

Voor Recruitment Process Outsourcing dienstverleners (RPO’s) betekent dit dat zij niet alleen (kosten)voordelen op het vlak van recruitment moeten behalen maar ook het kunstje van de inhuur van professionals moeten beheersen. RPO-leveranciers zijn immers, net als afdelingen HR en Recruitment, van oudsher ingericht op werving & selectie. De afdeling Inkoop is daarentegen gewend, net als de door hen ingeschakelde Managed Service Providers (MSP’s), om de inhuur van externen via bemiddelingsbureaus te regelen. Op het gebied van inhuur van externe professionals valt daardoor voor RPO’s (en MSP’s) veel winst te behalen.

Kansen voor RPO’s

Freelancers en interim managers ervaren de toegevoegde waarde van bemiddelingsbureaus in slechts 50% van de gevallen.  Freelancers maken dan ook steeds vaker gebruik van online kanalen om opdrachten te vinden. Ondanks deze trend is het nog steeds gebruikelijk om in de inhuurketen via diverse tussenschakels marges te stapelen. De door Inkoop en MSP’s ingeschakelde bemiddelingsbureaus berekenen 10 tot 30% marge en drukken zo de prijs voor de interimmer naar beneden. Vaker dan nodig. Dat geeft frustratie terwijl de oplossing simpel is.

Minimaal € 75 miljoen te besparen

Veel dezelfde opdrachten zie je nu in zeer beknopte vorm bij meerdere bemiddelaars tegelijk op internet terug. Planet Interim is een onafhankelijk platform dat als doel heeft inhuur van professionals eenvoudiger en voordeliger te maken. Het platform brengt als service voor haar leden driemaal daags bij circa 150 bemiddelaars interim opdrachten op hbo-/wo-niveau in kaart. Het aantal opdrachten in dat segment varieert tussen de 600 en 750 per week.

Zo worden jaarlijks via bemiddelingsbureaus dertig tot 37,5 duizend opdrachten voor hoger opgeleide interim professionals op het platform zichtbaar. Uitgaande van een gemiddelde (behoudende) marge van circa vijfduizend euro per bemiddeling, betekent dit dat de opdrachten worden ingevuld voor een bedrag van 150 tot 175 miljoen euro aan fees per jaar. Aangezien slechts 50% van de bemiddelde freelancers en interim managers de tussenkomst van bemiddelingsbureaus van toegevoegde waarde vindt, is volgens deze groep de helft van 150 miljoen: 75 miljoen aan fees van bemiddelingsbureaus te besparen.

Die uitgespaarde marge kan de opdrachtgever delen met de ingehuurde interim professional. De opdrachtgever betaalt 50% minder en de interim professional ontvangt 50% meer van het uitgespaarde margebedrag. Een platform als Planet Interim biedt bovendien veilingtechnologie waardoor bij iedere individuele opdracht op transparante wijze ook nog eens een scherpe maar voor alle partijen faire prijs wordt gevormd. Deze techniek zorgt ook voor de verdeling van de uitgespaarde bemiddelingsmarge tussen opdrachtgever (inkoper, dus ook de RPO of MSP) en opdrachtnemer.

Het optimale inhuurproces

Als opdrachtgevers willen dat hun RPO of MSP ook de inhuur van flexkrachten kostenefficiënt maakt, dan is het zinvol te overwegen opdrachten niet meer alleen direct bij bemiddelingsbureaus uit te (laten) zetten. Een opdrachtgever kan zijn RPO- of MSP-partner makkelijk ketenverkorting laten realiseren doordat de RPO of MSP tegenwoordig zelf eenvoudig het contact kan leggen met de interim professionals.

Bij grote corporates gaat het inleenproces vooral om snelheid, prijs en volume. Maar het briefen van meerdere bemiddelingsbureaus gaat ten koste van snelheid en dus volume. Briefings in digitale vorm gaan op zijn minst ten koste van de kwaliteit van de informatievoorziening en het commitment aan en van de bureaus. Door daarnaast een marge van 10 tot 30% te betalen is de prijs op voorhand in ieder geval 10 tot 30% hoger dan naar verwachting in 50% van de gevallen nodig is.

Een inhuurproces met een RPO of MSP kan eenvoudig worden geoptimaliseerd:

  1. Bouw als inlener via je RPO of MSP een eigen database met waardevolle interim-professionals op die je bij een interim-opdracht of project als eerste raadpleegt.Gebruik daarvoor gespecialiseerde onafhankelijke marktplaatsen die rechtstreeks toegang bieden tot interim professionals en zelfstandige consultants. Zo vul je de eigen database snel en kan je deze database vervolgens blijven aanvullen en verversen. Hiermee laat je zien dat je rechtstreeks zaken wilt doen met zelfstandige professionals en dat je hen serieus neemt als business partner. Vanwege de te verdelen uitgespaarde marge zorg je er namelijk niet alleen voor dat de RPO of MSP scherper inkoopt maar ook dat de betrokken professionals een beter tarief (kunnen) ontvangen.
  1. Zorg er net als bij W&S voor dat een selectie uitzenders, detacheerders en interim bemiddelaars je assisteert bij het invullen van opdrachten en projecten die niet met stap 1 konden worden ingevuld. Deze bureaus zullen dan dankzij het gebruik van de marktplaatsen, 50% minder opdrachten hebben. Om tijd te besparen en voor bureaus meer commitment te genereren zouden opdrachten vervolgens bij minder bureaus uitgezet kunnen worden. Bureaus zien dan sneller rendement van hun inspanningen. De 50% kleinere maar kwalitatief veel betere opdrachtenportefeuille zal bureaus vervolgens stimuleren om veel betere dienstverlening te bieden voor een goede prijs.

Kortom, mocht stap 1 na enkele dagen onvoldoende respons opleveren, gebruik dan als RPO- of MSP-leverancier naar stap 2. Op die manier heb je binnen een week alle stappen doorlopen en je prioriteiten juist gevolgd. Zo betaalt de inlener (en zijn RPO of MSP) in zowel tijd als geld alleen nog voor bemiddelaars die echt waarde toevoegen. Door deze aanpak krijg je een interim markt met voor alle partijen betere prijzen en meer kwaliteit.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Een kerstpakket krijgen? Of een kerstpakket geven? We zijn vooral zuinigjes.

Verwacht je als zelfstandig ondernemer een kerstpakket van je opdrachtgever? Of geef je er juist een?

Het is elk jaar weer een leuke discussie. Met een serieuze ondertoon over hoe het nu zit in de onderliggende verhoudingen. Als een kerstpakket een teken van waardering is, wie moet nu precies wie waarderen? De opdrachtgever de zelfstandige, die immers toch ook onderdeel uit maakt – al is het tijdelijk – van het zo belangrijke human capital van de organisatie? Of geef je als zelfstandig ondernemer iets aan degene die elke maand je factuur betaalt?

In haar ArbeidsmarktGedragsOnderzoek ging de Intelligence Group op zoek naar hoe zowel opdrachtgevers als zelfstandigen hier mee omgaan. Nu, ze zijn beiden niet al te gul…

21% zelfstandigen krijgt; 20% geeft.

21 procent van alle zelfstandigen ontvangt een kerstpakket van de opdrachtgever. 12 procent ontvangt (ook) een kerstpakket van de tussenpersoon, zoals een brooker of intermediair. Aangezien 72% van de zzp’ers ook niet vindt dat zij een kerstpakket zouden moeten ontvangen is hier niet echt sprake van een mismatch.

Tegelijkertijd zijn zzp’ers zelf ook niet erg royaal: 80% van hen geeft geen kerstattentie aan de opdrachtgever. Hoeveel zelfstandigen een kerstpakket aan hun intermediair geven, is onbekend…

“In de vast/flex discussie komt altijd het kerstpakket weer om de hoek en wat is het HR beleid hieromtrent. Krijgen flexwerkers en zzp’ers ook een kerstpakket en is dat pakket gelijk aan vaste werknemers? Aan de andere kant zijn er ZZP’ers die persé geen kerstpakket willen ontvangen. Zij zijn immers geen werknemer en geven derhalve hun opdrachtgever een attentie. De discussie zal de komende jaren nog wel gevoerd worden”, aldus Geert-Jan Waasdorp, directeur Intelligence Group.

 

kerstpakket-geven-of-krijgen_2016

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 5s Reacties

12 voorspellingen over de wereld van zelfstandigen en inhuur externen in 2017.

2016 was alles behalve een saai jaar voor een ieder die actief is in de wereld van zelfstandig ondernemerschap en de samenwerking tussen organisaties en externen. Of je nu als professional bezig bent met inhuur of bemiddeling van zelfstandigen, zelf een zelfstandig ondernemer bent of anderszins betrokken bent bij wat we hier, al weer zeven jaar, de ‘zip-economie’ noemen.

Ook voor de zevende keer op een rij zetten we de voorspellingen van een aantal van onze vaste auteurs op een rij. Wat gaat 2017 ons brengen? Verkiezingen, veranderingen, versplintering, vernieuwing, vrijheid. Zegt u het maar…

2017: Oude tijden herleven

Mijn voorspelling voor 2017 voor de inhuur van zzp’ers is optimistisch van aard zoals het een ondernemer betaamt. De economie in Nederland bloeit, de krapte op de arbeidsmarkt is weer helemaal terug. De behoefte aan inhuur van externen neemt dan ook behoorlijk toe omdat opdrachtgevers niet voldoende personeel in loondienst kunnen vinden (naast hun behoefte aan flexibiliteit). De tarieven van zzp’ers gaan dan ook stijgen. Door de verkiezingen heeft niemand het meer over de wet DBA, die achteraf gezien een storm in een glas water is gebleken. Immers de wet wordt niet gehandhaafd dus opdrachtgevers verliezen langzaam hun schroom om zzp’ers in te huren. Wat het nieuwe kabinet voor zzp’ers in het vooruitzicht stelt is iets voor de voorspellingen voor 2018.

Mark Bassie

De verkiezingen zullen de economische groei niet tegenhouden

De verkiezingen bepalen wat er gaat veranderen, niet hoe wij met die veranderingen om zullen gaan.

2017 wordt een mooi jaar waarin de verkiezingen een hoop storm in een glas water (zullen) veroorzaken. De wetten DBA en WWZ zijn een dankbaar onderwerp en leveren veel geschreeuw maar weinig veranderingen op. De economische groei doet mijn voorspelling voor 2016 in 2017 dichterbij komen. De groeiende vraag dwingt werkgevers tot snelle acties op het gebied van recruitment en inhuur en velen zullen begrijpen dat een lange termijn strategie en aanpak nodig is om de cumulatieve resource planning te borgen.

Herbert Prins 

Zelfstandige professional, pas op je tellen in 2017!

Zelfstandige professionals gaan een onzeker jaar tegemoet. De wet DBA kan wel eens klein bier zijn vergeleken met wat er nog meer op de rol staat. Afschaffing van de zelfstandigenaftrek? Verplichte verzekeringen en pensioenen? Collectieve arbeidsovereenkomsten met minimumtarieven? Na de verkiezingen van 15 maart kan het zo maar in een paar dagen beklonken zijn. Vandaar mijn raad: pas op je tellen in 2017!

Pierre Spaninks

Wel ‘over’, niet ‘door’ of ‘voor’ de zelfstandige

Een jaar van verkiezingen en uitgestelde DBA problematiek. Dat belooft weer een jaar met veel nieuws ‘over’ zzp’ers te worden. We zullen weer veel mensen en organisaties horen die over zelfstandigen praten alsof ze weten wat goed voor ze is, terwijl ze zelf nooit zelfstandig ondernemer zijn geweest. Ik kijk uit naar de tijd dat het nieuws gedomineerd wordt met nieuws ‘door’ zelfstandigen en wat voor mooie dingen ze ondernemen. Of nieuws waar de zelfstandige echt iets aan heeft, met toegevoegde waarde vóór de zelfstandige. Wachten op 2018 maar hiervoor.

Mark van Assema

Revanche van de zp’er

Twee jaar geleden voorspelde ik al de revanche van de zp’er en vorig jaar de revanche van de intermediair. Ondanks dat de gehele markt het afgelopen jaar gebukt is gegaan onder de druk van het “DBA monster” hebben sourcing partijen en diverse intermediairs hun meerwaarde bewezen..Goede partijen hebben hun klanten bij de hand genomen inzake implementatie van de wet DBA zonder daarbij onnodige paniek te veroorzaken. Ik verwacht voor komend jaar dat ook de zp’er nu toch echt zijn revanche zal nemen. Zowel de politiek als organisaties die het afgelopen jaar de zp’er aan de zijlijn hebben laten staan zullen dit gaan merken. De politiek tijdens de verkiezingen en de inhurende organisaties bij het aantrekken van echt talent. De zp’er zal (hopelijk) niet meer met zich laten sollen. Want de meerwaarde van deze groep professionals staat als een paal boven water!

Niels Huismans (FastFlex)  

Het jaar van (verdere) versplintering.

Op politiek gebied in Nederland zullen er steeds meer splinterpartijen opkomen. Allemaal met hun eigen oplossingen voor wereldvrede, vreemdelingenproblematiek en problemen op de  arbeidsmarkt. Zelden zijn deze visies ingegeven door kennis, kunde of historisch besef. Veel stoer klinkende taal, zonder back up, maar het trekt misschien wel stemmers.

Ook de arbeidsmarkt zal voortgaan op de ingeslagen weg van verdere versplintering. Grotere bedrijven worden kleiner en gaan steeds minder werken met eigen arbeidskrachten, maar met ingehuurden. Flexibilisering is geen hype, maar een doorzettende trend. Opdrachtgevers willen of kunnen geen langdurige (arbeids)relaties meer aangaan. Mensen willen zich overigens ook niet langer meer binden, maar zijn uit op maximalisering van hun levensdoelen en daar hoort geen leven lang werken bij één opdrachtgever in één baan meer bij. Zelfsturende teams, plaats en plek ongebonden werken, professionalisering, zelfbeschikking en ontplooiing leveren ook bij de werkenden meer behoefte aan flexibilisering op.

De traditionele politieke partijen, maar ook het maatschappelijk middenveld (belangenbehartigers, werkgeversorganisaties en vakbonden) proberen orde in de chaos te scheppen. Voor en met wie praten zij? Hebben zij een beeld van wat er gebeurt en waarom? Door wie laten zij zich adviseren? Leert men lessen uit het verleden?

Mijn advies voor 2017: omarm versplintering en flexibilisering. Probeer het niet in te dammen (Wet Flex en Zekerheid , Wet DBA), maar kanaliseer het. Versplintering en flexibilisering gaan niet meer weg. Zorg voor co-existentie binnen het bestaande bestel. Ik gun Nederland een visie in plaats van het volgen van opportunistische oplossingen voor dat ene probleem of dat ene belang.

Joop van der Weduwen

Sterft, gij oude vormen en gedachten – een nieuwe arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is definitief tegen de muur gelopen. Ondanks de inspanningen van Lodewijk Asscher neemt het aantal ‘vaste’ banen niet of nauwelijks toe. Ook Eric Wiebes heeft ontdekt dat de wereld van werk in de 21e eeuw is aanbeland. De achterhoedegevechten van FNV en CNV zien er steeds treuriger uit. In 2017 wil ik de contouren zien van een nieuwe arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waar respect is voor ieders keuze, met vrijheid voor wie dat wil en bescherming voor wie dat nodig heeft. Een arbeidsmarkt waar werk en inkomen centraal staan en die niet wordt gehinderd door een vermolmde moraal.

Minder een voorspelling dan een wens, vrees ik…

Annemarie Stel (Wervingsvisie) 

Een specialiserende arbeidsmarkt vraagt om nieuwe werkvormen

“Geleidelijk dringt het besef door dat de zzp-kwestie door het wegvallen van de VAR een arbeidsrechtelijke zaak is geworden. We gaan richting modernisering van de arbeidsmarkt en wellicht het arbeidsrecht. Er zijn daarentegen innovaties nodig. Nieuwe werkvormen die recht doen aan een steeds verder specialiserende arbeidsmarkt, de behoefte om het sociaal stelsel te beschermen en fiscale rechtsgelijkheid te creëren op de werkvloer. Die vernieuwing moet uit de samenleving en de markt komen en niet van het ministerie.”

Stef Witteveen (Uniforce)

2017: Zelf helderheid scheppen rond de Wet DBA

2017, een jaar waarin we “doormodderen” met het hele ‘DBA Circus’. Het huidige kabinet gaat z’n vingers niet meer branden aan hanteerbare kaders en/of definities. Het nieuwe kabinet neemt eerst de tijd om goed na te denken.

Daar staat tegenover dat flex en dus ook zzp’ers niet meer weg te denken zijn bij slimme en innovatieve organisaties. Behoefte aan flexcapaciteit en -expertise gaan het op langere termijn toch winnen van de vaste dienstverbanden. Organisaties willen de ‘vernieuwingsboot’ niet missen.

Ons advies is daarom: houd elkaar niet voor de gek en ga werken met reële opdrachtformuleringen en resultaatomschrijvingen die je in de praktijk kunt toetsen. Organiseer vervolgens de contracten, de administratie en de declaratie/facturatie op een digitale en slimme manier. Klaar ben je.

Marcel van den Bekerom (DriessenHRM)  

Het jaar van de verandering

2017 zal voor een groot deel in het teken staan van de verkiezingen en het politieke spel in de Haagse arena. Dit keer wil ik daar echter voorbij kijken. In denk dat 2017, nog meer dan de afgelopen jaren, in het teken zal staan van verandering. Verandering van arbeid, verandering van organisaties en verandering van economische vormen. Op het gebied van economische vormen valt hierbij te denken aan ‘nieuwe’ vormen zoals de gigeconomie, deeleconomie en de circulaire economie. Ook arbeid verandert. Denk aan de verandering door de opkomst van robotisering, de opmars van de kortere werkweek en de opkomst van jobcrafting. De functie van werk evolueert naar een meer maatschappelijke en sociale functie in plaats van puur en alleen economisch. Deze trends vereisen van zowel professionals als van organisaties een groot adaptief vermogen. Hierdoor zullen nieuwe organisatorische structuren zullen ontstaan.

Niels Huismans (FastFlex)

Waarom de blockchain veel gaat veranderen in 2017

Wanneer je zaken met elkaar doet, moet je elkaar kunnen vertrouwen. Maar als je elkaar nog niet kent en markten niet perfect zijn, is vertrouwen moeilijk. Daarom hebben we allerlei instituties bedacht om onzekerheid te reduceren. Voorbeelden van deze instituties zijn merken, banken, contracten, platformen en overheden. Blockchain organiseren maakt het mogelijk deze instituties te programmeren. Je kunt de blockchain zien als een extra laag op het internet die het mogelijk maakt tegen minimale kosten transacties te doen.  Het blockchain protocol zorgt ervoor dat je niemand hoeft te vertrouwen, alleen het hele transactienetwerk. De blockchain zorgt er ook voor dat transacties in de flex- en detacheringsmarkt veel efficiënter worden uitgevoerd. De blockchain zal in 2017 ook verder doorbreken in de HR-markt.

Paul Bessems

2017: de manager weer aan het stuur bij “inhuur externen”

Inhuur Externen. HR is wakker. Nu de managers nog! Twee jaar geleden schreef ik een artikel met die titel. De afstand tussen de (arbeids)markt en het interim talent is door de centralisering van inhuur bij veel organisaties steeds groter geworden. Soms te groot. De Wet DBA deed nog daar nog een schepje bovenop. Beleidsbepalende stafafdelingen hebben met de Wet DBA de laatste restjes bevoegdheden rond inhuur uit de lijn proberen te halen. Maar staatssecretaris Wiebes komt die managers tegemoet. Met FD (of ZiPconomy) artikelen over ‘geen handhaving, geen boetes’ in de hand, gaan ze wederom de interne strijd aan. De lijnmanagers weten zo intern weer meer ruimte en regelvrijheid te bevechten om de interim professionals van hun eigen keuze in te huren.

Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy) 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | 1 Reactie

Arbeidsongeschiktheid en zelfstandige arbeid: een publieke verantwoordelijkheid

“De Nederlandse arbeidsmarkt kent een groot aantal ‘zelfstandigen zonder personeel’ (zzp’ers)!” Maar we hoeven het natuurlijk ook niet te overdrijven. De werkzame beroepsbevolking in Nederland bedroeg in 2016 iets meer dan acht miljoen; daarvan is ongeveer een miljoen zzp’er voor wie het ondernemerschap de hoofdbaan is (CPB 2016). Wel kunnen we rustig stellen dat het kleine ondernemerschap een blijvertje is.

Voordeel overheid groei aantal zzp’ers

Sinds de jaren negentig maakt ‘de’ zzp’er een gestage opmars op de arbeidsmarkt. Zelfstandig zijn appelleert aan de behoeften van veel werkenden. Je kan je eigen werktijden inrichten (handig als je de zorg hebt voor kleine kinderen of zorgafhankelijke ouders) en je kan zelf bepalen tegen wie (welke opdracht) je ‘ja’ of ‘nee’ zegt. Kom daar maar eens om in de gemiddelde baan.

Keerzijde is het zelf achter opdrachten aan moeten lopen, blijven zorgen dat je marktwaarde op peil is, altijd op je toppen lopen (behalve als je gespaard hebt om dat even niet te hoeven), een transparante boekhouding voeren, reserves aanleggen voor mindere tijden en er altijd op voorbereid zijn dat er ‘iets’ kan gebeuren waardoor je inkomensstroom opeens stokt.

Voor de overheid heeft de toename van het ondernemerschap ook voordelen. Zzp’ers zorgen als het ware voor een privatisering van de verzorgingsstaat. Voor hen geen recht op een uitkering bij ziekte, langdurende arbeidsongeschiktheid of een plotse terugval van werk. Ook de bijstand is afgesloten voor kleine ondernemers. Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen zzp’ers een beroep doen op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen en ‘echte’ bijstand (als uitkering) komt hun niet toe. Dat komt mooi uit in een tijd waarin de kosten van de verzorgingsstaat onder druk staan.

Hoofdpijndossier

De reden waarom de overheid de groei van het zzp-schap toch tot hoofdpijndossier heeft verklaard heet belastingvoordeel in relatie tot schijnzelfstandigheid. De overheid heeft het werken als ondernemer aantrekkelijk gemaakt met fiscale incentives zoals de MKB-winstvrijstelling en de startersaftrek en het beroep op die regelingen wordt nu wel erg hoog. Er bestaan dan ook gerede twijfels of achter die acht, negen en nu tien honderdduizend zzp’ers niet een flink aantal pseudo-ondernemers schuilgaat (IBO 2015).

Minister Asscher heeft dan ook geruime tijd geleden de oorlog verklaard aan schijnzelfstandigheid en een belangrijk instrument daarbij was de afschaffing van het entreebiljet tot ondernemerschap, de Verklaring Arbeidsrelatie Winst Uit Onderneming (VAR-WUO). Deze verklaring gaf de werkende toegang tot de eerder genoemde belastingvoordelen en zijn opdrachtgever een volstrekte vrijwaring tegen naheffingen LB en premies werknemersverzekeringen. Wel kon de zzp’er – in theorie – zo’n naheffing verwachten, maar in de praktijk gebeurde dit maar zelden.

Dit systeem is met ingang van mei 2016 vervangen door de verplichting voor zelfstandigen en hun opdrachtgevers om hun werkrelatie vooraf neer te leggen in een modelcontract en vervolgens ook volgens dit contract te gaan werken. Daarmee verdween de vanzelfsprekende vrijwaring voor het werken met zelfstandigen die ‘eigenlijk’ in dienst zijn. De gevolgen waren meteen merkbaar: werkgevers besloten massaal zzp-arbeid te mijden en liever in zee te gaan met andere flexibele krachten, bijvoorbeeld op uitzendbasis, of middels payroll. Tja, en dat was nou ook weer niet de bedoeling…. De wet (DBA) die dit alles bewerkstelligde, raakte nog voor hij goed en wel gehandhaafd werd in diskrediet en verdwijnt op termijn misschien wel in de prullenbak.

Onverzekerde zzp’ers

Al die commotie rondom ‘echt’ of ‘schijn’ heeft het zicht ontnomen op wat misschien nog wel een groter maatschappelijk probleem is rondom zzp-arbeid: de onverzekerde status van veel (ongeveer de helft) van de zzp’ers tegen arbeidsongeschiktheid. Werkloosheid is een risico dat vriend en vijand bestempelt als ondernemersrisico en dat ook voor werknemers maar beperkt verzekerd is.

Ziekte of kortdurende ongeschiktheid laat zich heel goed ‘verzekeren’ (Broodfondsen) of met eigen reserves afdekken. Maar langdurende arbeidsongeschiktheid is een ander verhaal: hier vallen gaten die de markt niet gaat oplossen. Zo verzekeren veel particuliere verzekeraars het risico slechts tot een bepaalde leeftijd (60 jaar, fijn nu de AOW-leeftijd is opgetrokken naar 67), is de premie in bepaalde sectoren onbetaalbaar (niet toevallig juist daar, waar het slijtage- en uitvalrisico het grootst is) en lopen zzp’ers die al wat mankeren op tegen brandend-huis-clausules.

De arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is dan ook vooral een product voor de happy few onder de zelfstandigen: met goed gevulde portefeuilles, in een niet al te risicovol beroep en, op het moment dat ze bij de verzekeraar aankloppen, zonder medische beperkingen en op een nog aangenaam jeugdige leeftijd. Ik ben hangende dit betoog overgestapt van ‘zzp’er’ naar ‘zelfstandige’, want dit onderwerp betreft ook de klassieke zelfstandige zoals de winkelier, de huisarts, of de agrariër.

We kunnen ten aanzien van dit risico dan ook twee zaken vaststellen. Eén, dit is een risico voor werkenden (werknemers en zelfstandigen) van jewelste. En twee, de markt gaat dit niet oplossen.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid?

Is dat maatschappelijk ‘erg’? Moet de overheid zich dit aanrekenen? Mijn antwoord is op beide vragen bevestigend. Ten aanzien van de eerste vraag: Ja, ik vind het ‘erg’ een kleine zelfstandige die wordt getroffen door een verkeersongeval of een gezondheidscalamiteit en die daardoor langdurig en misschien zelfs voorgoed buiten staat is zijn brood te verdienen naar de bijstand te verwijzen (eigen huis en alle andere reserves opeten), omdat hij zo ‘dom’ is geweest zich niet te verzekeren, of omdat die mogelijkheid er voor hem niet in zat.

En mijn bevestigende antwoord op vraag twee is mede ingegeven door het feit dat de overheid het ondernemerschap zelf zo sterk promoot en gepromoot heeft met fiscale stimuli en startersregelingen in de sociale zekerheid zoals de WW. Dat schept verplichtingen, als blijkt dat hier toch een aantal lelijke schaduwzijden aan verbonden zijn.

Twee modellen

Het is verleidelijk aan dit betoog een format te verbinden van de manier waarop de overheid zich dit zou moeten aantrekken, een blauwdruk voor regelgeving als het ware. Maar dat is tegelijk een valkuil. Zo’n blauwdruk suggereert namelijk dat er hierbij geen keuzes voorliggen en die keuzes zijn er wel degelijk.

Wel zijn er grosso modo twee modellen, elk met eigen keuzemomenten. De ene is een sociale zelfstandigenverzekering tegen arbeidsongeschiktheid, voor iedereen voor wie de arbeid als zelfstandige de ‘hoofdbaan’ is, zoals het CPB dat formuleert. En nee, ik denk dan niet aan een wederopstanding van de Waz, die regeling is destijds niet voor niets afgeschaft.Deze nieuwe variant zou voorzien kunnen worden van een opt-out, zoals we die sinds de wet PEMBA kennen in de werknemersverzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Maar meedoen moet iedereen, daar helpt geen lieve moeder aan.

Optie twee is een verzekeringsplicht voor zelfstandigen, met de overheid als achtervang en medefinancier voor de verzekering van onverzekerbare gevallen. Zoiets als de Zorgverzekeringswet dus. De keuzes die bij beide modellen voorliggen betreffen de omvang van het te verzekeren risico, de financiering en de uitvoering en controle.

Het te verzekeren risico kan breed zijn, zoiets als de Wga (inkomensverlies als gevolg van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid) of smal à la de IVA (duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid). De te verstrekken vergoeding kan inkomen gerelateerd zijn zoals in de WIA, of naar een minimumniveau zoals in de AOW. Zzp’ers die meer willen kunnen dat meerdere dan desgewenst privaat verzekeren.

Solidariteit en controle

Ten aanzien van de financiering speelt het thema premiesolidariteit. Solidariteit van jong met oud, dus op individueel niveau, is voor een sociale verzekering een vanzelfsprekend uitgangspunt, maar moet er ook risicosolidariteit komen tussen de bedrijfstakken? Hier kan verschillend over gedacht worden. Een ontkennend antwoord betekent de doodsteek voor het kleine ondernemerschap in bijvoorbeeld de bouw. De verplichte premie wordt daar dan namelijk onbetaalbaar. Anderzijds bestaat waarschijnlijk weinig draagvlak voor een risicosolidariteit onder alle zzp’ers, dus over de beroepsgroepen heen. En in alle eerlijkheid: ik zie de rechtvaardiging van een dergelijke ‘groeps’-solidariteit ook niet meteen. Een alternatief kan zijn een stukje medefinanciering van ‘dure’ bedrijfstakken door de overheid of door de werkgevers in deze bedrijfstak.

Het thema ‘uitvoering en controle’ zal eveneens goed zijn voor een hoop gebakkelei. Moet de controle op arbeidsongeschiktheid een publieke taak zijn, zoals in de WIA of kan dit worden overgelaten aan marktpartijen? Zo ja, wie zijn dat dan? Kortom, zeer veel water door de zee, voor er een min of meer voldragen voorstel van wet kan liggen.

Overtuigingskracht

Wil zo’n voorstel er ooit komen, dan is het nu aan de belangenorganisaties van zzp’ers (FNV-Z, PZO, ZZP Nederland en misschien zijn er nog andere) om hun achterbannen te overtuigen van de noodzaak dit gat in de sociale bescherming van zelfstandigen te dichten en van daaruit met constructieve voorstellen te komen waar een flink deel van hun achterban iets in ziet.

Stap twee is het aangaan van de onderhandeling met het bedrijfsleven, dat nu al geruime profiteert van kunstmatig goedkope zzp-arbeid. Kunstmatig jawel, want op zoiets basaals als de aan- of afwezigheid van een dekking tegen arbeidsongeschiktheid zou je als werkende niet op moeten willen concurreren.

En als ‘de’ sociale partners met sociale akkoorden kunnen komen die resulteren in grote wetten als Flex-en-Zeker, WIA en WWZ, waarom zou dat dan niet kunnen op het speelveld van de zelfstandige arbeid?

Mies Westerveld, hoogleraar Sociaal Verzekeringsrecht aan de UvA 

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 16s Reacties

MT top 10 interim management bureaus: weinig verschuivingen.

Al de nodige jaren maakt het blad Management Team rijtjes met de beste dienstverleners. En zo ook een top 10 van beste Interim Management bureaus.

De editie 2016 laat weinig wijzigen zien. Yacht staat wederom bovenaan. Opvallend is de terugkeer van Randstad Zorg Management, Staf & Professionals, het voormalige FunktieMediair. Met het net aangekochte BMC is de uitzender uit Diemen goed vertegenwoordigd in de top 10.

top-10-interim-management-bureau-2016

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

De Nederlandse Bank: niet minder flex, wel andere flex. ‘Verklein verschillen tussen werknemer en zelfstandige.’

Verminder de juridische en fiscale verstoringen in de beslissing om als zelfstandige of in loondienst te werken. Verklein de verschillen in ontslagbescherming tussen vaste en tijdelijke contracten. Ontwikkel beleid gericht op grotere prikkels om tijdens de loopbaan (al dan niet in vaste dienst) te investeren in kennis en vaardigheden.

Dat zijn voor de Nederlandse Bank speerpunten om het individuele “aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt te versterken.”  Nederland heeft meer flexibiliteit nodig op de arbeidsmarkt, maar volgens de DNB moet die flexibiliteit niet meer alleen komen van zzp’ers. DNB stelt dat in haar rapport “Perspectief op groei de Nederlandse economie in beweging”.

Aanpassing arbeidsmarkt, investering in menselijk kapitaal

In haar rapport constateert de DNB dat mondiale trends – met name op het terrein van technologie – het karakter van de Nederlandse economie veranderen. Daarnaast zien ze oook een toenemend belang van diensten in de consumptie en de vergrijzing. Die zorgen er juist weer voor dat er een het belang van de binnenlandse bestedingen toeneemt ten opzichte van de uitvoer. De consumptie verschuift door deze trends naar diensten die vooral in eigen land worden geproduceerd, zoals zorg.

Productiviteitsgroei vraagt om menselijk kapitaal en grotere dynamiek. Volgens de DNB heeft Nederland met haar hoogopgeleide beroepsbevolking, sterke instituties en goede infrastructuur een goede uitgangspositie om in te spelen op het veranderende karakter van de economie.

Dat vraag wel om onderhoud en aanpassing. “Het groeivermogen kan worden versterkt door investeringen in menselijk kapitaal, het bevorderen van economische dynamiek en een groter aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt.” Voor de DNB moeten die veranderingen komen vanuit de beroepsbevolking, gestimuleerd door beleid een aanpassing van regels en instituties. “Het veranderende karakter van de economie geeft kansen, maar vraagt ook veel van het aanpassingsvermogen van de beroepsbevolking.”

De DNB besteed in dat kader in haar rapport ook ruim aandacht aan de flexibele arbeidsmarkt en de positie van de zzp’er daarin. Door “fiscale verstoringen en rigide ontslagregels” komt de – volgens de DNB noodzakelijke flexibiliteit in de arbeidsmarkt – vooral voor rekening van zzp’ers  en andere flexibele krachten. “Het is wenselijk de inzetbaarheid van de gehele beroepsbevolking te vergroten. Dat is niet enkel een kwestie van het verminderen van de institutionele verschillen tussen werknemers met vaste contracten, flexwerkers en zzp’ers, maar ook van voldoende mogelijkheden en prikkels tot (om)scholing.”

Flexibele instituties voor snellere reallocatie

In de paragraaf “Flexibele instituties voor snellere reallocatie” somt de DNB een aantal constateringen op uit eerdere rapporten van onder andere het CPB en het interdepartementale IBO-ZZP rapport. Plus aansluitende adviezen omtrent aanpassingen op het terrein van ontslagbescherming en fiscale voorzieningen voor zelfstandigen.

Omdat deze paragraaf ook leest als een samenvatting over hoe vanuit dergelijke beleidskringen gekeken wordt naar de arbeidsmarkt in relatie tot verschillende zzp-dossiers, een aantal lange citaten:

“Het verkleinen van de kloof tussen achterblijvers en de technologische frontier is een belangrijke bron van groei. Naast onderwijs en kennisbeleid speelt hierbij ook reallocatie een belangrijke rol: het proces waarin de meest productieve bedrijven snel groeien en achterblijvende bedrijven marktaandeel verliezen. Dit vraagt om beleid dat een efficiënte allocatie van productiefactoren mogelijk maakt. Instituties die toetreding, groei en uittreding van bedrijven zo min mogelijk beperken en arbeidsmarktinstituties die bijdragen aan soepele transities op de arbeidsmarkt, maar tegelijkertijd bescherming bieden aan werknemers. In dit kader is ruimte voor verbetering in het faillissementsrecht. Het Nederlandse faillissementsrecht biedt relatief sterke bescherming aan de belangen van individuele schuldeisers, wat de mogelijkheid op een reorganisatie of doorstart kan beperken. Levensvatbare bedrijven worden daardoor waarschijnlijk onnodig vaak geliquideerd. Het wetgevingstraject Herijking Faillissementsrecht beoogt hier verandering in te brengen door de totstandkoming van herstructureringsakkoorden te vergemakkelijken.

Instituties en de sociale zekerheid beïnvloeden niet alleen de arbeidsparticipatie, maar kunnen ook bijdragen aan het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt. Door diverse hervormingen (met name de invoering van de WIA en de duurverkorting van de WW) is de sociale zekerheid de afgelopen decennia sterker activerend geworden. Het aanpassingsvermogen op de arbeidsmarkt kan echter verder versterkt worden door de institutionele verschillen tussen werknemers met een vast dienstverband, flexwerkers en zzp’ers te verkleinen.

In internationaal opzicht valt Nederland – ook na de invoering van de Wet Werk en Zekerheid – op met een hoge mate van ontslagbescherming voor vaste contracten (CPB, 2015). Dit leidt tot een stabiele arbeidsrelatie, wat werknemers en werkgevers aanmoedigt om meer te investeren in menselijk kapitaal. Tegelijkertijd kan het huidige ontslagrecht knellen voor bedrijven die om te kunnen innoveren behoefte hebben aan personeel met andere vaardigheden. Zij kiezen daarom in toenemende mate voor werknemers met een tijdelijk contract, waarvoor de ontslagbescherming in vergelijking met andere landen laag is.

Hoewel dit het aanpassingsvermogen van bedrijven vergroot, gaat het vaak ten koste van de mate waarin geïnvesteerd wordt in menselijk kapitaal. Werkgevers zijn namelijk minder geneigd te investeren in scholing van werknemers met een tijdelijk dienstverband. Daarnaast is de afgelopen jaren ook het aantal zzp’ers fors gegroeid. Ook in internationaal perspectief valt deze groei op. Het aandeel zzp’ers in de beroepsbevolking nam het laatste decennium in Nederland met ongeveer 3 procentpunt toe, terwijl in de EU deze stijging gemiddeld 1 procentpunt bedroeg.

Deze forse groei is mede gedreven door fiscale voordelen voor zzp’ers en de mogelijkheid geen reserves op te bouwen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid (IBO, 2015).

Door de relatief hoge mate van ontslagbescherming van vaste contracten komt de dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt vooral voor rekening van de groeiende groep tijdelijke werknemers en zzp’ers. Het verminderen van de institutionele verschillen tussen contracttypen kan de reallocatie en doorstroming op de arbeidsmarkt bevorderen. Dergelijke maatregelen kunnen ook een positief effect hebben op de arbeidsmarktpositie van ouderen. De relatief hoge ontslagbescherming voor vaste contracten kan namelijk met name voor oudere werknemers een rem zijn om een nieuwe baan te accepteren, ook als dit hun arbeidsmarktpositie duurzaam versterkt.

Door het bevorderen van de doorstroming op de arbeidsmarkt komen mensen sneller op de plek te zitten waar hun kennis en vaardigheden het beste tot zijn recht komen. Veelbelovende beleidsopties om het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt te versterken, zijn het verminderen van de juridische en fiscale verstoringen in de beslissing om als zelfstandige of in loondienst te werken en het verkleinen van de verschillen in ontslagbescherming tussen vaste en tijdelijke contracten. Beleid gericht op grotere prikkels om tijdens de loopbaan te investeren in kennis en vaardigheden is hieraan complementair.”

Het volledige rapport ““Perspectief op groei. De Nederlandse economie in beweging”is hier te vinden

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie