Advies OCTAS: verplicht AOV-zelfstandigen, twee jaar wachttijd, geen opt-out Geplaatst 29 februari 2024 door Hugo-Jan Ruts De Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstel (OCTAS) overhandigde vandaag een rapport met daarin varianten om het arbeidsongeschiktheidsstelsel te vereenvoudigen. Drie varianten voor vereenvoudiging In het advies presenteert OCTAS drie varianten waardoor het huidige te complexe stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid vereenvoudigd kan worden. In elk van de varianten adviseert de commissie om tot een verplichte publieke (dus niet private) basisverzekering voor zelfstandigen te komen. Een variant is ‘Basis voor werkenden’. Daarin werkt OCTAS uit hoe één gelijke regeling voor alle werkenden eruit zou moeten zien. Zowel werknemers als zelfstandigen komen hierdoor in dezelfde regeling terecht. Alle werkenden worden in deze variant op dezelfde manier beoordeeld, ondersteund en begeleid naar eventuele re-integratie. Eén regeling beoogt het stelsel geschikter te maken voor mensen die afwisselend of tegelijkertijd werken in loondienst en werken als zelfstandige. Voor werknemers is er een verplichte aanvullende verzekering, waardoor hun inkomensbescherming weinig verandert ten opzichte van de variant ‘huidig stelsel beter’. De twee andere varianten die zijn uitgewerkt zijn: ‘Huidig stelsel beter’ en ‘Werk staat voorop’. De commissie spreekt zich niet uit over een voorkeur voor een van de varianten. Centraal in alle varianten is wel een forse inzet op versimpeling van het stelsel. Wachttijd van twee in plaats van een jaar De wens tot een eenvoudiger stelsel lijkt ook ten grondslag te liggen aan het advies van OCTAS om een verzekering voor zelfstandigen zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij het stelsel voor werknemers. Dat betekent dan ook een wachttijd van twee jaar, net als bij de verzekering van werknemers. “Dat maakt het stelsel eenvoudiger, zodat het beter uit te leggen is. Ook drukt een relatief lange wachttijd de premie voor zelfstandigen”, aldus OCTAS. De inschatting is dat bij een wachttijd van twee jaar de premie op ongeveer 5,5% van het inkomen uitkomt (met een maximum). Bij een wachttijd van een jaar is dat 7,5 tot 8%. Zelfstandigen kunnen zich voor de wachttijd privaat bijverzekeren. “Initiatieven voor collectieve verzekeringen, zoals broodfondsen, kunnen daarbij zelfstandigen enige vorm van inkomensbescherming bieden tijdens deze periode.” In haar plannen voor een verplichte verzekering voor zelfstandigen is minister Van Gennip tot nu toe steeds uitgegaan van een wachttijd van een jaar. Lees ook: Zo wil het kabinet de verplichte AOV voor zelfstandigen invullen Geen opt-out In het wetsvoorstel dat Van Gennip in voorbereiding heeft, komt ze ook met plannen voor een opt-out; de mogelijkheid dat een zelfstandige in plaats van de publieke verzekering kiest voor een private oplossing. Zo’n opt-out is een nadrukkelijke wens van onder meer de VVD. Roos Vermeij, voorzitter van OCTAS, overhandigde vandaag het rapport van haar commissie aan minister Karien van Gennip OCTAS ziet dat anders: “Zelfstandigen zijn verplicht publiek verzekerd. Er is geen mogelijkheid om deze verzekering bij een verzekeraar af te sluiten.” Daarmee zijn ze onderling solidair, zo stelt OCTAS. Basisverzekering In de drie verschillende varianten is de uitvoering van de verzekering van zelfstandigen anders. Ze krijgen in ieder geval wel re-integratiedienstverlening die in lijn ligt met wat werknemers krijgen. OCTAS voor een verzekering voor zelfstandigen uit van een uitkering van maximaal het niveau van het sociaal minimum (70% van het wettelijk minimumloon). Dat is aanzienlijk lager en eenvoudiger dan de kabinetsplannen. Daarin is sprake van een uitkering van 70% van het laatst verdiende inkomen, met een maximum van 100% van het minimumloon. Het lijkt logisch dat dit, naast eenvoudiger, ook een lagere premie betekent. Daar laat OCTAS zich niet vooruit. Zelfstandigen kunnen zich bijverzekeren op de private markt of via andere initiatieven die passen bij de persoonlijke situatie. “Onderdeel van het ondernemersrisico blijft dat zelfstandigen zelf zorg dragen voor een aanvullende verzekering, als zij een basisuitkering op sociaal minimumniveau niet voldoende vinden” aldus OCTAS. Vervolg voorstellen OCTAS Invulling geven aan de voorstellen van OCTAS zal aan een nieuw kabinet zijn. Minister Van Gennip komt binnenkort dus wel al met een wetsvoorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. DGA’s van BV’s zonder personeel, anders dan de directeur zelf, vallen niet onder de verplichting. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags aov-zzp, Minister van Gennip, OCTAS, sociaal zekerheidsstelsel | 4s Reacties
Flexbranche zeer kritisch op WTTA: ‘sleepwet’ schiet doel voorbij Geplaatst 29 februari 2024 door Arthur Lubbers De Tweede Kamer buigt zich binnenkort over het wetsvoorstel Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA). Voor invoering van de WTTA moet de WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) worden aangepast. De internetconsultatie over de wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs liep vorige week af. Verschillende partijen die actief zijn in de flexbranche hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt hun bezwaren tegen het voorgestelde toelatingsstelsel kenbaar te maken. En die kritiek is niet mals. Een beknopt overzicht van de reacties. HeadFirst Group: ‘sleepwet beperkt bonafide bedrijven’ HeadFirst Group wijst om te beginnen op het ontbreken van relevante informatie over het normenkader en de ontheffingsregeling. Die ‘belangrijke informatie is nodig om het toelatingsstelsel integraal te kunnen beoordelen’, zo stelt de HR-dienstverlener. Grote zorgen heeft HeadFirst Group daarnaast over de brede reikwijdte van het toelatingsstelsel. “In grote delen van de (flexibele) arbeidsmarkt – zoals detachering, consultancy, interim-management en de intermediaire dienstverlening voor hoger opgeleide professionals – is er geen sprake van huisvestingsproblematiek van arbeidsmigranten, onderbetaling van arbeidskrachten en malafiditeit. Ons inziens zorgt deze brede reikwijdte voor een sleepwet. Voor veel bonafide ondernemingen heeft dit grote gevolgen, zoals extra kosten, administratieve lasten en regeldruk. Dit zijn ondernemingen die in beginsel niets te maken hebben de problemen die genoemd worden in het rapport van de Commissie Roemer (dat aanleiding was voor de WTTA, red.).” Ook vraagt HeadFirst Group zich af waarom het verplicht betalen van de waarborgsom (van € 100.000) naast het gebruik van de G-rekening en SNA-certificering nodig is. Dit heeft een nadelig effect op de liquiditeit van bonafide ondernemingen. “Als gevolg zullen er miljoenen ‘geparkeerd’ worden bij de overheid. (..) Deze financiële middelen kunnen ons inziens beter besteed worden aan werkenden, opleidingen en innovatie.” Conclusie HeadFirst: “De brede reikwijdte die nu gehanteerd wordt voor het toelatingsstelsel zorgt voor een sleepwet. Dit brengt administratieve lasten en extra regeldruk met zich mee en heeft gevolgen voor de liquiditeit en investeringsmogelijkheden van bonafide ondernemingen. Zij betalen een hoge prijs voor de verplichtingen en vereisten die voortvloeien uit deze wet. Dit alles tezamen roept bij ons de vraag op in hoeverre het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel in acht is genomen.” Stichting PayOK: ‘beter richten op kwetsbaren aan onderkant arbeidsmarkt’ Theo van Leeuwen van Stichting PayOK geeft op FlexNieuws een uitgebreide toelichting op de bezwaren van zijn organisatie op de WTTA. Je kunt zijn kritiek samenvatten als ‘schieten met hagel’. Volgens Stichting PayOK is het centrale probleem arbeidsuitbuiting en slechte huisvesting aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Omdat de gehele uitzendbranche in de WTTA wordt betrokken, is aan de ene kant de reikwijdte te groot. Het gaat immers dan ook om mensen ter beschikking stellen met betere kwalificaties dan de kwetsbare groep niet- of laaggeschoolde en dus laagbetaalde werknemers. En aan de andere kant blijven met de WTTA sectoren buiten schot waar wel misstanden plaatsvinden. Denk aan werkgevers die direct arbeidsmigranten in dienst nemen (en dus niet onder de WAADI vallen). Ook stelt Stichting PayOK dat het wetsvoorstel kwalitatief niet voldoende is om het gestelde doel van de commissie Roemer te bestrijden. Het gaat uit van bestaande kaders die niet de basisvoorwaarden scheppen voor het bestrijden van malafiditeit. Van Leeuwen vreest een waterbedeffect: “Het heeft geen nut om heel veel goedwillende ondernemers en werknemers te belasten met beleid dat vooral tot gevolg zal hebben dat de malafide organisaties en bewuste/notoire overtreders van wet- en regelgeving verhuizen naar andere sectoren.” Van Leeuwen ziet overigens als zwakste schakel in de voorgenomen wetgeving effectieve handhaving. De Arbeidsinspectie (ISZW) en Belastingdienst hebben volgens hem ‘betere instrumenten’ nodig. Ook pleit hij voor een betere afstemming tussen NLA, Belastingdienst, (de nieuwe) SNA en de SNCU. ATR: ‘te complex, misstanden wel oplossen door consequente handhaving’ Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) adviseert om bij de uitwerking van de WTTA vooral nut en noodzaak van aanvullende, nadere eisen (regels) voor ogen te houden. Liever niet nog meer, complexe regelgeving. Zeker niet omdat die niet effectief is, zo stelt ATR in haar reactie op de internetconsultatie: “Het ligt in de rede – als minder belastend alternatief – om niet nog meer administratieve procedures, eisen en regels in te stellen. Die nemen de misstanden bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten niet weg, simpelweg omdat deze zich voordoen bij ondernemers die zich weinig of niets aan (administratieve) procedures en eisen gelegen laten liggen. Dan helpen nieuwe procedures en eisen niet.” Vrij vertaald: vooral goedwillende, kleinere uitzendorganisaties zullen veel last hebben van nog meer regelgeving, terwijl het doel – malafide uitzenders weren – niet wordt bereikt omdat de cowboys op de markt zich hier toch niets van aantrekken. Bovendien denkt ATR dat de complexiteit van de WTTA effectieve handhaving moeilijk maakt, waardoor de pakkans van malafide uitzendbureaus nog altijd te laag zal zijn. Ook omdat er al te weinig capaciteit bij de Arbeidsinspectie is. Consequente handhaving van bestaande regels is veel effectiever, zo is de conclusie. Lees ook: Toelating zonder handhaving gaat niet werken (Jurriën Koops, ABU) Bovib: ‘reikwijdte te groot, alternatief register wél handhaafbaar’ Volgens de Brancheorganisatie voor Intermediairs en Brokers (Bovib) is de reikwijdte van de WTTA veel groter dan het probleem rechtvaardigt. De WTTA komt voort uit de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer) en ook Bovib vindt dat er meer moet gebeuren om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maar dit wetsvoorstel is niet de oplossing, zegt voorzitter Marc Nijhuis in een interview met ZiPconomy. “Er vallen straks duizenden bedrijven onder het toelatingsstelsel die niets te maken hebben met arbeidsmigranten. Zij krijgen te maken met onnodige (administratieve en financiële lastenverzwaringen (waarborgsom € 100.000)). “Het is ook vreemd dat het begrip ‘arbeidsmigrant’ niet één keer voorkomt in het wetsvoorstel.” De Bovib voorziet ook problemen met handhaving, want dat wordt zeer complex en er zijn niet voldoende inspecteurs voor de vele bedrijven die straks onder het stelsel vallen. Als alternatief oppert de Bovib een register, een audit van bedrijven (inleners, doorleners en werkgevers) die werken met arbeidsmigranten. Idee hierachter: wie met arbeidsmigranten werkt en niet geregistreerd staat, krijgt een boete. Daarbij geldt ketenaansprakelijkheid, oftewel: in-, uit- en doorleners zijn verantwoordelijk. Nijhuis: “Zo’n register leidt tot minder lastenverzwaringen en is veel beter handhaafbaar. Het is eenvoudiger en helpt ons het echte doel te bereiken, namelijk arbeidsmigranten beschermen en hun werkomstandigheden verbeteren.” RIM: ‘maak onderscheid segmenten arbeidsmarkt’ Volgens de Raad voor Interim Management (RIM) heeft het wetsvoorstel nadelige effecten op de bovenkant van de markt, waarin de RIM-bureaus zich begeven. De WTTA maakt namelijk geen onderscheid tussen de verschillende segmenten op de arbeidsmarkt. Daarmee is volgens de RIM de “reikwijdte van de WTTA veel groter dan het probleem – misstanden met arbeidsmigranten door malafide uitzenders – rechtvaardigt.” Het grootste bezwaar van de RIM: “Bemiddelingsbureaus zoals de RIM-bureaus hebben niets te maken met arbeidsmigranten. Wel met zzp’ers, maar die vallen niet onder deze toetsing. Dat is verwarrend voor de organisaties voor wie wij arbeidskrachten bemiddelen en wij voorzien een onnodige extra regeldruk.” De RIM sluit zich aan bij het advies van ATR en pleit voor een consequente en daadkrachtige handhaving van de reeds bestaande regels. Redmore en Cohedron Ook Redmore en Cohedron, onderdeel van House of HR, pleiten in hun reactie voor het maken van onderscheid tussen uitzenden, detacheren en interim-management. Zo is er bij detachering veelal sprake van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten met een vast dienstverband zonder uitzendbeding. Hier is dus de bescherming voor de werknemer al op het gewenste niveau, stellen zij. Voor bijvoorbeeld gedetacheerden en interim-managers op het gebied van finance, audit, compliance, interim management, consultancy, IT en interim juridisch zou volgens Redmoren en Cohedron een uitzondering moeten gelden. Dit is nodig om uitleners en opdrachtgevers de gewenste flexibiliteit (in arbeidsvoorwaarden, red.) te kunnen blijven bieden. “Het zal niet de bedoeling zijn van het toelatingsstelsel om rechtsonzekerheid te creëren voor bedrijven en voor de onderhavige categorieën arbeidskrachten, omdat er op inlenersbeloning volgens een rigide opbouw van arbeidsvoorwaarden wordt gehandhaafd en uitsluiting van de markt in het verschiet ligt. Indirect zal dit ten koste gaan van middelen en mogelijkheden tot het ontwikkelen van arbeidskrachten, het behouden van de benodigde kennisniveaus en de flexibiliteit ondermijnen waaraan bij de onderhavige groep arbeidskrachten een grote behoefte bestaat.” Ook adviseren Redmore en Cohedron om te wachten met de uitvoering van de WTTA totdat er meer duidelijkheid is over de uitwerking van het conceptwetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (Wet VBAR). Zij verwachten dat het aantal gedetacheerden en interim-managers dat ter beschikking wordt gesteld, mogelijk zal groeien door de instroom van zelfstandigen die na invoering van de Wet VBAR geen zelfstandige meer mogen zijn. “Hierin schuilt een aanvullend argument om bij de uitwerking van het toelatingsstelsel voor de hier bedoelde groep van arbeidskrachten duidelijkheid te creëren en uitzonderingen van de toepassing van het toelatingsstelsel mogelijk te maken. Voor de vigerende wet- en regeling is het belangrijk dit besluit pas te nemen wanneer de breed gedragen weerstand tegen de Wet VBAR is opgelost. Uitvoering in de verkeerde volgorde kan leiden tot oneigenlijke toepassing en vergroting van de problematiek.” Lees ook: 10 vragen en antwoorden over de Wet Toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Fariël Dilrosun (NBBU), Webinar Week feb 2024) ‘De WTTA komt eraan, zorg dat je gebruik kunt maken van het overgangsrecht’ (Patrick Tom (Bureau Cicero), Webinar Week feb 2024) Geplaatst in ZP en Politiek | Tags internetconsultatie, wtta | Laat een reactie achter
Zes valkuilen bij het inzetten van een Employer of Record Geplaatst 29 februari 2024 door Hannah Young Er zijn redenen genoeg voor buitenlandse organisaties om Nederlandse arbeidskrachten in te willen huren: we zijn een hoogopgeleid land, spreken goed Engels en hebben een ondernemende geest. Maar als je als buitenlandse organisatie werkenden in Nederland in dienst wil nemen, moet je daar een lokale entiteit oprichten. Dat is een duur proces dat enkele maanden in beslag kan nemen. Er is een andere manier. Door samen te werken met een Employer of Record (EoR) kun je veel sneller je eerste werknemers in Nederland aannemen. Bovendien vermijd je de rompslomp en administratieve lasten die komen kijken bij het opzetten van een lokaal bedrijf. Bovendien regelt een EoR doorgaans zaken als belastinginhouding, salarisadministratie, secundaire arbeidsvoorwaarden en naleving van wet- en regelgeving namens u – wat betekent dat u verder kunt gaan met het runnen van uw bedrijf. Een Employer of Record inschakelen, kan dus een uitkomst bieden. Maar er zijn veel valkuilen wanneer bedrijven deze constructie inzetten. In deze Engelstalige expert blog legt Hannah Young van CXC uit wat deze valkuilen zijn en hoe je ze kunt voorkomen. Lees ook over een EoR inzetten: Compliant inhuren van medewerkers in het buitenland: Employer of Record Talent aannemen in het buitenland lastig, langdurig en duur? Niet met een EOR-platform Using an EoR in the Netherlands There are a lot of good reasons to hire workers in the Netherlands. For one thing, its workforce is highly educated: over 50% of 25–34-year-olds hold at least a degree-level qualification. The country’s capital, Amsterdam, is also fast becoming a key European tech hub, making it a top destination for those seeking remote tech talent in 2024. And the Netherlands’ consistently high rate of English language proficiency doesn’t hurt either. But here’s the problem: to engage workers in the Netherlands, you’ll need to establish a local entity there. That’s an expensive process that could take several months to achieve. There is another way. By partnering with an Employer of Record (EoR) you can hire your first employees in the Netherlands much more quickly. And you can avoid the hassle and administrative burden of setting up a local business too. Plus, an EoR typically handles things like tax withholding, payroll, benefits and compliance on your behalf — meaning you can get on with running your business. Using an EoR in the Netherlands? Watch out for these 6 common pitfalls So, what’s the catch? Even when you’re working with an EoR, international hiring can be complex. And if you’re not careful, you could put your business at risk. But don’t panic — we’re here to help. Read on to learn about six common pitfalls to look out for when using an Employer of Record in the Netherlands. 1. Failing to educate yourself on employment law Like any country, the Netherlands has specific laws that govern how employers treat their employees. And even if you’re hiring employees through an EoR, you still need to be aware of them. For example, the maximum number of working hours in the Netherlands is 60 hours per week and 12 hours per day — but these maximums can’t be worked every week. Employees can’t work more than 48 hours on average per week over a period of 16 weeks, or more than 55 hours per week over four consecutive weeks. Employees are also entitled to 36 consecutive hours of rest after a five-day work week and have the right to at least 13 free Sundays each year. And there are also strict employee protections that mean employers have to follow a specific process if they want to terminate an employee. Let’s be clear: when you use an EoR, they become your workers’ legal employer. That means they’re responsible for complying with employment law. But you still need to understand the rules if you want to understand how your Dutch operations will work in practice. Plus, not complying with employment law is just not a good look for your company. In the worst cases, it could lead to serious reputational damage and badly hurt your employer brand. 2. Not accounting for employer contributions As in most countries, employers in the Netherlands have to make certain contributions for each of their employees, including: Disability insurance contributions Health insurance contributions Childcare allowance contributions All in all, this can add up to about 20% of the employee’s salary. An EoR will deal with the administrative aspects of these contributions. But you still need to ensure you budget for them when you cost up your Dutch operations. The good news? A decent EoR will help you to understand all of the various charges you’ll have to pay (as well as their own fee). That way, you won’t be hit with any nasty surprises when their invoice arrives. 3. Not checking your EoR is licenced to do business (as of 2025) In October 2023, the Dutch government proposed a bill that would introduce a licensing system for organisations that supply workers — which could include EoRs. Once it comes into play in 2025, these companies will have to meet certain criteria to get their licence. For example, they’ll have to sign a ‘declaration of good conduct’ and pay a deposit of €100,000. They’ll also have to prove that they pay workers fairly and pay their taxes. So, what does this mean for your organisation? From 2025, you’ll need to check whether any EoR provider you work with is licensed to provide workers. You could be hit with a fine if you’re found to be working with an unlicensed provider. Of course, if you’re reading this article in 2024, you might be thinking about engaging in an EoR before these regulations come into play. However, it’s still a good idea to talk to your provider about how they plan to comply with the new rules. 4. Assuming permanent establishment risk doesn’t apply to you Permanent establishment is a tax concept that you need to know about before embarking on any sort of international expansion. Basically, a company is judged to have a ‘permanent establishment’ in a country if it has a stable presence there. And if they do, they’re likely to be liable for corporate taxes. However, the exact rules differ from one country to another. The Netherlands, for example, sticks pretty closely to the OECD guidelines on what constitutes permanent establishment. Common triggers include companies having any sort of premises in the country — including retail outlets, points of sale or factories, for example. Even just having a representative of your company working out of the Netherlands could be enough to trigger permanent establishment, particularly if their work generates revenue. And, crucially, engaging them through an Employer of Record won’t necessarily protect you. So, how can you avoid triggering permanent establishment in the Netherlands? The best way is to choose an EoR partner with a deep knowledge of the ins and outs of Dutch tax law. This way, they’ll be able to help you understand how the law applies to your situation — and avoid putting your business at risk. 5. Not considering intellectual property assignment and confidentiality When you hire an employee directly, the contract you draw up usually includes provisions to protect your business — like clauses covering confidentiality and intellectual property (IP), for example. However, this isn’t necessarily the case when you hire someone through an Employer of Record. Let’s look at IP first. If you hire someone to create any sort of intellectual property, you might assume that the rights to these creations automatically belong to you. But in the Netherlands, this depends on the contract between the worker and the employer — in this case, the EoR. So, how can you ensure your IP is protected? As a starting point, be sure to ask your EoR whether its contracts automatically include provisions for the assignment of intellectual property rights. If they don’t, make sure they include them for your workers. Also, non-disclosure agreements are not included as standard in Dutch employment contracts. That means that if your workers come into contact with sensitive information, you should specifically ask your EoR to include one. 6. Failing to address cultural misalignment issues Using an EoR makes it easier to compliantly hire workers abroad. But you still need to give some thought to the cultural norms, values and expectations about work of the country you’re hiring in. Here’s an example: in the Netherlands, it’s customary (but not mandatory) for employees to receive a bonus in November or December each year. If you don’t give them this bonus, you’re not doing anything wrong legally, but you might still upset or alienate your workers. This also extends to the subtler aspects of how people relate to employment. In the Netherlands, people tend to take a fairly informal approach to work. Organisations often have relatively flat structures, and higher-ups frequently work with those on lower levels. Dutch people also tend to be direct and honest at work — even with their bosses. Of course, it’s impossible to distil an entire country’s attitude towards work into a few sentences. But the important thing is to ensure your expectations are in line with the norms your employees are used to. Otherwise, you’re likely to face problems with talent attraction, engagement and retention. Key considerations when choosing an employer of record in the Netherlands Looking for an Employer of Record to help you hire talent in the Netherlands? Here are a few things to keep in mind as you’re shopping around for providers: Licencing: As we mentioned, employment agencies in the Netherlands will need to obtain a special licence to keep doing business from 2025 onwards. After this point, the first step in finding an EoR will be to check if they have this licence. If not, walk away. Cost: One of the biggest things to consider when partnering with an EoR is what it will cost you. And it’s not just about the pure numbers, but how costs are calculated. For example, some EoRs charge a flat fee per employee, while others base their rate on a percentage of the employee’s salary. You need to choose a provider whose pricing structure works for your organisation. Expertise: You should always ensure that an EoR you’re considering working with has the necessary expertise and knowledge to help you succeed. How? The first step is to check out reviews from the EoR’s existing customers — particularly those who use their services in the Netherlands. Country coverage: It goes without saying that you need to make sure your EoR provider can meet your needs in the Netherlands. But you should also check if the EoR has coverage in other countries where you may want to hire in the future. After all, it’s much simpler (and often more cost-effective) to work with just one provider for all of your EoR needs. Easily engage workers in the Netherlands with CXC At CXC, we’ve been helping companies like yours to source, engage and hire workers all over the world for more than 30 years. Through our vast network of legal entities, we’re able to offer our services in more than 100 countries worldwide — including the Netherlands. Thanks to our experience, we know that every company is different. That’s why our Employer of Record solutions are designed to be flexible and meet your workforce needs, whatever they are. Whether you just want to onboard a handful of skilled workers or launch a full-blown international expansion, we can help. Speak to our team today to learn more. Bron: CXC Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags CXC, EOR, Hannah Young | Laat een reactie achter
Toekomst Wet Toezicht Gelijke Kansen bij Werving en Selectie onzeker Geplaatst 28 februari 2024 door ZiPredactie De Wet, ooit in gediend door (toenmalig) VVD-staatssecretaris Tamara van Ark, verplicht werkgevers en intermediairs om een werkwijze te hebben die gericht is op het voorkomen van discriminatie bij werving en selectie van werknemers. Werkgevers met 25 of meer werknemers moeten deze werkwijze schriftelijk vastleggen. Werkgevers en arbeidsbemiddelaars moeten hun procedures regelmatig evalueren en bijwerken naar de laatste wetenschappelijke inzichten. De Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en externe bureaus zich aan de wet houden en kan verbeteringen eisen en boetes opleggen. De wet geldt overigens niet voor het inhuren of bemiddelen van zzp’ers. Maar dan weer wel voor assessmentbureaus en online toepassingen die een rol spelen bij het werven en/of selecteren van kandidaten. Daarbij worden werkgevers verplicht te controleren of de intermediairs waar ze mee werken zo’n werkwijze hebben (de ‘vergewisplicht’). De bureaus worden verplicht om de Arbeidsinspectie te informeren indien hun opdrachtgevers, na een gesprek, volharden in een discriminerend verzoek (de ‘meldplicht’). Nog geen meerderheid In de Tweede Kamer kon het wetsvoorstel nog op brede steun rekenen, omdat daar de VVD en BBB voor het wetsvoorstel hebben gestemd. In de Eerste Kamer ligt dat anders. Het centrum-linkse blok in de Eerste Kamer (van CDA tot SP) blijft voorstander. Zij hebben samen 36 zetels, twee minder dan nodig voor een meerderheid. Aan de rechterkant zijn PVV, JA21, SGP en BBB tegen de wet. Dat is nog verre van een meerderheid. VVD: eerst nog extra pilots Bij de VVD zijn er stevige bezwaren tegen de wet. De partij heeft twijfels of de wet wel duidelijk effect oplevert en vreest dat de wet voor met name kleinere bedrijven veel administratieve lasten met zich meebrengt. De VVD had liever gezien dat de wet alleen voor bedrijven gaat gelden van boven de 250 medewerkers. Vlak voor het debat herhaalde werkgeversorganisaties VNO/NCW. MKB Nederland en AWVN nog maar eens hun bezwaren tegen de wet. De VVD wil het liefst dat voordat de wet wordt ingevoerd er nog extra pilots worden gedaan om te kijken of de wet het juiste resultaat bereikt. Een suggestie waar minister Van Gennip niets in ziet. “Volgens mij is die pilot niet nodig. Als ik de keuze heb tussen de wet überhaupt niet invoeren of er met een pilot nog een klein kansje op hebben, kies ik natuurlijk voor het tweede. Maar dat zou me echt, echt pijn doen en het zou de samenleving pijn doen. Dat zou u zich ook moeten aantrekken”, zo richtte de minister zich tot Koen Petersen van de VVD. “We doen dit namelijk om discriminatie bij het zoeken van een baan terug te dringen. We doen dit zodat mensen de kans krijgen om een bestaan op te bouwen, om een baan te vinden in Nederland, om hun talenten te kunnen aanwenden. Dat is al die jaren verwaarloosd. (…) Met het oog op al die mensen in Nederland die zo graag aan de slag willen, met het oog op al die talenten die zich in willen zetten, vraag ik aan u: ga nou gewoon voor die wet.” Gefaseerde handhaving Mogelijk dat een meer gefaseerde invoering van de wet, waarbij de handhaving gestart wordt bij grotere bedrijven zodat het MKB langer de tijd heeft om te wennen aan de wet, de VVD kan overtuigen. Het CDA heeft een motie ingediend voor zo’n fasering. Minister Van Gennip komt deze week nog met een uitwerking van dat idee. 50Plus Mocht de VVD toch tegen de wet blijven, dan ligt mogelijk de sleutel bij de fracties van 50Plus en de Onafhankelijk Senaatsfractie. Beiden hebben 1 zetel in de Eerste Kamer. Wanneer ze beiden voor de wet zijn, dan heeft de minister ook zonder de VVD toch een meerderheid. Martin van Rooijen van 50Plus is kritisch, maar toonde zich ook gevoelig voor het feit dat leeftijdsdiscriminatie volgens cijfers van de minister de meest voorkomende vorm van arbeidsmarktdiscriminatie is. De Eerste Kamer zal op 5 maart over het wetsvoorstel gaan stemmen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie | 1 Reactie
QPS Works neemt uitzendbureau Zuidgeest over van JEX Geplaatst 28 februari 2024 door ZiPredactie QPS Works heeft uitzendbureau Zuidgeest per 1 maart 2025 overgenomen van JEX. Deze strategische krachtenbundeling markeert een belangrijke stap voorwaarts waarmee ze hun dienstverlening verder versterken en meer kansen creëren binnen de sector, vertelt QPS Works. Een stap vooruit Met deze overname breidt QPS Works hun expertise en dienstverlening verder uit in sectoren zoals industrie, productie, schoonmaak en tankshops. Door deze samenwerking kunnen de bedrijven hun kennis bundelen, efficiënter opereren en meer vakmensen verbinden aan uitdagende opdrachten bij toonaangevende bedrijven. Het team bestaat uit 20 medewerkers op kantoor en zal dagelijks tussen de 350 en 400 vakkrachten bij opdrachtgevers plaatsen. “Dit stelt ons in staat om een nog betrouwbaardere en flexibelere personeelsoplossing te bieden en onze positie als toonaangevende speler binnen de industrie verder te versterken”, aldus QPS Works. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags JEX, overname | Laat een reactie achter
Bob van Tulder (DBS tech pros): ‘Detacheerders mogen best een keer met de vuist op tafel slaan.’ Geplaatst 28 februari 2024 door Arthur Lubbers Op zijn LinkedIn-pagina staat CEO, maar dat mag je van hem gauw vergeten. “Ik heb niets met functietitels”, zegt Bob van Tulder aan het begin van het interview. Bob is een ‘gewone’ Brabantse jongen die door hard werken bereikt wat hij wil bereiken. Want het is hem niet bepaald komen aanwaaien. Door zijn dyslexie kreeg hij ooit het advies LOM-school, maar via het VMBO behaalde hij uiteindelijk zijn HBO-diploma Technische Bedrijfskunde. Presteren deed hij ook in de motorcross, waar Bob zelfs EK’s reed. Enthousiast gecoacht door zijn vader, ook een ondernemer, net als zijn opa. “Mijn vader heeft met zijn bedrijf veel ups en downs gekend en van hem heb ik leren doorbijten – laag beginnen om hoog te eindigen. Ik ben dan ook niet door één tegenslag te stoppen.” De Droom van Bob en Sven Bob van Tulder heeft samen met Sven van der Heijden in 2020 DBS tech pros opgericht. (DBS staat voor: de Droom van Bob en Sven.) “Sven doet de commercie, ik de operations. Samen kunnen we de hele wereld aan.” DBS tech pros richt zich op vier functiegebieden binnen de industrie: machinebouw, monteurs, operations en engineers. De (proces)industrie is een terrein waar je als intermediair echt toegevoegde waarde kan leveren, stelt Van Tulder. “Als een machine- of productielijn niet loopt, kost dat een bedrijf veel geld. Onze monteurs die de machines bij de klant onderhouden zijn dus heel belangrijk.” Pas op de plaats, daarna weer groei DBS tech pros stond al snel voor de keuze – met z’n tweeën blijven of groeien? Het werd groeien. Kort na de start is de eerste medewerker aangenomen, al snel volgden meer, en inmiddels detacheert het bedrijf circa 70 professionals. En naast de hoofdvestiging in Mierlo zijn er inmiddels vestigingen in Den Bosch en Tilburg. DBS tech pros bedient klanten met aansprekende namen als Smurfit Kappa, Mars, Canon en AB InBev. Ook voor 2024 zijn de ambities van het jonge, relatieve kleine detacheringsbedrijf groot. Maar Van Tulder geeft aan dat dit het moment is om een pas op de plaats te maken en de organisatie beter in te richten. “We zijn begonnen vanuit bravoure, een soort onbezonnenheid, een boerenmentaliteit van niet nadenken, maar doen. In het begin namen we ook alles aan, elke klant. Nu kijken we meer of die organisaties bij ons passen en laten we soms ook klanten gaan.” “Datzelfde geldt voor onze mensen. Dat schalen we ook af. We zoeken mensen die echt bij ons passen. We bieden hen een vast contract en geven hen veel vertrouwen.” “Nu komen we op een punt dat we meer structuur in de organisatie moeten brengen, medewerkers houvast bieden en meer uitdragen wie we willen zijn.” Als de organisatie straks beter ‘staat’ kan het bedrijf weer hard groeien, verwacht Van Tulder. “Ik denk dat het aantal mensen zal zijn verdubbeld volgend jaar in juni.” Persoonlijke binding met gedetacheerden Het binden van gedetacheerden aan het bedrijf is hard nodig, weet Van Tulder. “De detacheringsmarkt is een competitieve markt. Er wordt altijd aan onze mensen getrokken, maar daar hebben we weinig last van.” Hoe DBS dat tegengaat? “Je moet als detacheerder een eerlijke pitch hebben, flair uitstralen, de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden moeten goed zijn. Maar – misschien nog wel belangrijker – je moet een persoonlijke band opbouwen met je mensen. Ook even contact hebben als er geen directe aanleiding voor is, laten merken dat zij ertoe doen, gehoord worden.” Goed werkgeverschap helpt bij het behouden van mensen voor de organisatie. En is dus voor een detacheerder bepalend voor zijn succes. “Je kunt wel alles proberen om mensen binnen te halen, maar als zij door de achterdeur naar buiten lopen, presteer je nog steeds heel slecht.” Boodschap detacheerders DBS tech pros is het jongste lid van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Van Tulder over de reden van hun lidmaatschap: “We hebben met z’n allen hetzelfde doel. We willen dat de overheid ons op een manier laat werken die bij ons past. En dus niet als detacheerder bijvoorbeeld vastzitten aan de inlenersbeloning.” Van Tulder is niet gerust op de verwachte nieuwe wet- en regelgeving. “Het komende jaar is heel belangrijk voor ons. Ik ben op erg mijn hoede hiervoor.” Dat detachering nog altijd over een kam wordt geschoren met uitzenden, is ook Van Tulder een doorn in het oog. “Wat wij doen is echt iets anders dan uitzenden. En als mensen ons dan toch zo willen blijven zien, dan moeten we laten zien dat we in Champions League van de flexbranche spelen.” Want de flexbranche kampt nu eenmaal met een slecht imago. Dat komt niet alleen door malafide uitzenders, weet Van Tulder. Ook daarvoor ziet hij een taak weggelegd voor de VvDN. “Als detacheerders willen we allemaal iets doen tegen de cowboys op de markt die het voor iedereen verpesten en detachering een slecht imago bezorgen.” Detacheerders moeten volgens Van Tulder samen optrekken om politiek en maatschappij te overtuigen van de boodschap dat detachering juist essentieel is voor een moderne arbeidsmarkt. “Wij bieden echt toegevoegde waarde in de keten. We doen ertoe en mogen laten zien dat we er zijn. We mogen best een keer met de vuist op tafel slaan om uiteindelijk iets te bereiken in Den Haag.” Lees ook: “Wet- en regelgeving belemmert groei detacheringsbranche” Samenkomen is belangrijk Van Tulder bezocht eind januari de jubileumbijeenkomst van de VvDN. “Het viel mij op hoe vriendelijk men is voor elkaar. Van grote detacheerders tot kleine spelers – iedereen praat met elkaar op hetzelfde niveau.” Dat is ook wat hem zo aanspreekt. En daar voegt Bob een persoonlijke noot aan toe. Vorig jaar maakte hij op een vrijgezellenfeest een ongeluk mee waarbij een jongen overleed. “Dat was vreselijk en voor mij een levensles; het is heel belangrijk om het goed te hebben met elkaar en je te omringen met gelijkgestemden (ook al hebben zij een andere mening). Hoe fijn is het niet om af en toe op een vrijdagmiddagborrel binnen te kunnen lopen? Of op een bijeenkomst zoals die van de VvDN? Dat is veel belangrijker dan geld.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, VVDN | Laat een reactie achter