Maandelijkse archieven: februari 2023

Marc Nijhuis (Bovib) houdt bevlogen pleidooi voor duidelijke, nieuwe zzp-wetgeving

Duidelijkheid over wetgeving en handhaving. Dat is een groot doel van Marc Nijhuis als nieuwe voorzitter van de branchevereniging voor intermediairs en brokers. Daarom volgt hij niet alleen de politieke ontwikkelingen rondom flexibele arbeid, hij zet zich ook actief in om het beleid te beïnvloeden. “Bovib-leden kunnen de juiste informatie aandragen om tot de beste wetgeving te komen.”

Tijdens de Werf& en ZiPconomy Webinar Week vertelde Nijhuis alles over de zzp-kabinetsplannen. ZiPconomy-hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts vroeg hem ook naar zijn visie op toekomstbestendig zzp-beleid. Je kunt het hele webinar onderaan dit bericht terugkijken.

Aangekondigde zzp-maatregelen

In december stuurde minister Karien van Gennip (Sociale Zaken) een brief waarin zij uitlegt hoe ze onderscheid wil maken tussen werknemers en zzp’ers. Dat gaat ze doen aan de hand van drie hoofdelementen. Het criterium ‘gezag’ wil ze verduidelijken, het criterium ‘inbedding van het werk’ is nieuw. Ook komt er een zogenaamde ‘contra-indicatie’ van werknemerschap, namelijk ‘zelfstandig ondernemerschap’ van de werkende. Het komt erop neer dat zzp’ers geen werk mogen doen dat ‘ingebed’ is in een organisatie, tenzij ze voldoen aan bepaalde criteria voor zelfstandig ondernemerschap. De exacte invulling van de criteria moet de minister nog uitwerken.

De voorzitter van de Bovib vindt het jammer dat werknemerschap het uitgangspunt is. “Op de arbeidsmarkt van de toekomst moet je het vaste contract zien als een van de vormen om samen te werken. Daarnaast zijn flexibiliteit en diversiteit aan samenwerkingen nodig.”

Ondernemerscriterium als basis

De Bovib merkt ook dat er discussie ontstaat over het criterium ‘inbedding’. “Dit begrip is te vaag”, legt Nijhuis uit. “Wanneer is iemand deel van het primaire proces van een werkgever? Bij een kok in een restaurant is het duidelijk, maar voor een ICT’er die tijdelijk werkt bij een willekeurige organisatie is dat lastiger. IT wordt tenslotte voor alle soorten organisaties een steeds belangrijker onderdeel van het primaire proces.”

Nijhuis zou juist het criterium ‘zelfstandig ondernemerschap’ als basis willen nemen. “Dat schept veel meer duidelijkheid”, zegt hij. “Als iemand evident zelfstandige is, zijn vage begrippen zoals inbedding en gezag niet meer relevant.”

Daarbij pleit hij voor een sectoraal beleid. “Bij arbeidsrelaties in de zorg spelen nu eenmaal andere factoren dan in de horeca of in de IT”, zegt hij. “Als je daar rekening mee houdt, kun je komen tot wetgeving die veel makkelijker toepasbaar is in de praktijk.”

Een kijker vroeg Nijhuis in hoeverre dit verschilt van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Die werd ooit afgeschaft omdat hij slecht te handhaven was en alle verantwoordelijkheid bij de werkende lag. “Ik wil niet terug in de tijd”, zei Nijhuis. “Een handhaafbaar alternatief is bijvoorbeeld een soort certificering voor echte zelfstandigen. Gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer hoort daarbij.”

Samen naar betere wetgeving

De meeste ondernemers beginnen geen bedrijf om werkgever te worden, zegt Nijhuis. “Werkgeverschap is voor veel ondernemers een hoop gedoe. Voor intermediairs is het hun dagelijks werk. Wij zorgen dat een opdrachtgever zich geen zorgen hoeft te maken over werkgeverschap, want dat ligt bij ons.”

Nijhuis benadrukt dat duidelijkheid daarom zo belangrijk is voor intermediairs en brokers. “Toetsen of de manier van werken klopt, daar zijn wij voor”, zegt hij. “Wij zorgen dat contracten kloppen, we bieden modelovereenkomsten en toetsen op ondernemerschap. Wij zijn ingericht om wet- en regelgeving te controleren en inleners daar goed over te informeren.”

Nijhuis gaat komende tijd vaker met politici en ambtenaren in gesprek. “Bovib-leden kunnen laten zien welke problemen we hebben in de praktijk. Ook kunnen we aantonen hoe belangrijk werken met flexibele arbeid is voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Zo hoop ik dat we samen tot meer duidelijkheid kunnen komen, zonder een waardevolle manier van werken onmogelijk te maken.”


Webinar week

Bekijk het webinar van Marc Nijhuis tijdens de webinar week:

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter

Kamer vol vragen en twijfels over zzp-plannen van minister SZW

Kamerleden vinden de zzp-plannen van minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) onduidelijk en twijfelen over de effectiviteit. Dat blijkt uit vragen van de kamercommissie voor SZW aan de minister.

Het nieuwe criterium ‘inbedding’ roept bij bijna alle fracties vragen op. Veel kamerleden zijn overtuigd dat een sectorale aanpak van schijnzelfstandigheid verstandig is en begrijpen niet waarom de minister dat niet wil. VVD vraagt meer duidelijkheid over hoe ondernemers kunnen aantonen dat ze echt ondernemer zijn. Kamerleden van Ja21, D66 en SGP twijfelen zelfs aan de effectiviteit van het totale pakket maatregelen.

Een overzicht van de meest gestelde vragen en kritiekpunten.

Inbedding in de organisatie

Een belangrijk onderdeel van de zzp-plannen zijn nieuwe criteria om duidelijk te maken wanneer iemand een opdracht mag uitvoeren als zelfstandig ondernemer. Het wetsvoorstel moet uiterlijk in 2025 ingaan. Lees daar meer over in dit artikel.

Eén van de nieuwe criteria is ‘inbedding in de organisatie’. Brancheorganisaties zoals de Bovib verwachten dat dit het onderscheid tussen werknemers en zzp’ers niet duidelijker maakt. Experts zoals Johan Zwemmer en professor Gerrard Boot zijn wel positief over deze moderne uitleg van ‘gezag’, al benadrukken zij dat alles afhangt van de uitwerking.

Diverse commissieleden stellen vragen over het nieuwe criterium. PvdA en Groenlinks trekken samen op. Zij willen weten wanneer iemand dan ‘ingebed’ werkt. D66 denkt dat het nieuwe criterium ‘de puzzel veel ingewikkelder’ maakt. SGP heeft ‘grote twijfels’ en vreest dat er straks geen plek meer is voor echte ondernemers die niet concurreren met werknemers in loondienst.

SGP: “Hoe verhoudt dit zich tot de keuzevrijheid en de ruimte voor ondernemerschap die aan zelfstandigen ook geboden wordt? […] Eerder had de Belastingdienst ook al grote moeite met het hanteren van dit begrip, zoals bleek uit de rapporten van de Algemene Rekenkamer en de ADR. Hoe ziet de minister dit?”

Contra-indicatie zelfstandig ondernemerschap

Verder komt de minister met zogenaamde ‘contra-indicaties voor werknemerschap’: drie criteria voor zelfstandig ondernemerschap. Op die manier kunnen echte ondernemers toch ingebed werken. Ook die criteria moet Van Gennip nog uitwerken, maar in de kamerbrief suggereert zij dat die overeenkomen met de contra-indicaties waar de Belastingdienst nu al mee werkt. Dat zijn bijvoorbeeld een specifieke expertise, werken met een resultaatsverplichting en een hogere beloning dan personeel in loondienst.

PvdA en Groenlinks benadrukken dat de contra-indicatie ‘hogere beloning dan personeel’ niet per se aantoont dat iemand ondernemer is. Het kan ook zijn dat een werkverschaffer meer loonruimte heeft voor zzp’ers omdat hij bespaart op werkgeverspremies.

VVD wil weten hoe de minister wil selecteren uit de lijst indicaties. VVD: “Kan de minister per contra-criterium inzichtelijk maken of zij meent dat dit criterium gecodificeerd zou moeten worden en op basis van welke argumenten en belangenafweging?”

D66 en SGP willen weten hoe de minister veldpartijen en experts betrekt en hoe zwaar de contra-indicaties zullen wegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.

Rechtsvermoeden werknemer onder een bepaald uurtarief

Kamerleden stellen de meeste vragen over het rechtsvermoeden. De minister wil zorgen dat zzp’ers die werken voor een laag uurtarief, eenvoudiger kunnen claimen dat ze verkapt werknemer zijn. Een werkende is in principe werknemer onder een bepaald tarief, tenzij de werkgever kan aantonen dat deze persoon zelfstandige is. Hoe hoog het uurtarief wordt, is nog niet bekend.

VVD, D66 en SGP vinden een uurtarief te ‘enkelzijdig’ en vragen de minister ook andere criteria te onderzoeken, zoals de duur van de opdracht. CDA denkt dat het soms best lastig is voor werkenden om aannemelijk te maken dat het overeengekomen tarief lager is dan de tariefgrens van het rechtsvermoeden. SP, ChristenUnie, PvdA en Groenlinks twijfelen of laagbetaalde, kwetsbare werkenden een beroep zullen doen op dit rechtsvermoeden. Zij willen weten hoe het kabinet deze groep gaat helpen.

CDA wil ook weten of werkenden die een beroep doen op het rechtsvermoeden per direct een arbeidsovereenkomst krijgen. Verder vraagt de fractie hoe het zit met zelfstandigen die niet per uur betaald worden.

PvdA en GroenLinks vragen hoe het kabinet de tariefgrens bepaalt. “Is de minister het eens dat de mogelijkheid om een fatsoenlijk pensioen op te bouwen en de aankomende AOV te kunnen betalen hierin mee moeten spelen? Zal deze tariefgrens gekoppeld zijn aan contractloonontwikkelingen?”

SP betwijfelt of de minister volledig achter haar eigen plan staat. “Klopt dit? Kan het kabinet uitgebreider toelichten waarom zij tot deze vorm zijn gekomen, en bijvoorbeeld niet heeft gekozen voor een uurtarief dat bij de kwalificatievraag kan worden aangesloten?”

Sectorale aanpak naar Belgisch model

Een flink aantal kamerleden (D66, CDA, ChristenUnie, PvdA, Groenlinks, Ja21) wil weten waarom er geen sectorale aanpak komt, zoals in België. Het kabinet heeft dit wel onderzocht, maar volgens de ChristenUnie ‘ontbreekt iedere onderbouwing voor de afwijzing van een sectorale aanpak’. PvdA en Groenlinks ‘zijn niet overtuigd door de argumenten van het kabinet dat het niet voor de hand ligt om een sectoraal rechtsvermoeden in te voeren’.

Cijfers

Kamerleden missen cijfermatige onderbouwing van de plannen. Hoeveel zzp’ers zijn ontevreden met hun contractvorm, inkomen en autonomie? Hoeveel schijnzelfstandigen zijn er? Dat willen de VVD en Christenunie weten. Kamerlid Bart van Kent van de SP vroeg dat al eerder. Het antwoord: de minister weet het niet precies.

CDA vraagt welk effect de minister verwacht van het verlagen van de zelfstandigenaftrek. Hoeveel zelfstandigen gaan door fiscale maatregelen in vaste dienst werken? Heeft een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering hier ook invloed op?

Handhaving

Op dit moment geldt een handhavingsmoratorium. Dat betekent dat Belastinginspecteurs niet zomaar boetes mogen geven bij schijnzelfstandigheid. Zij moeten bewijzen dat ondernemers die schijnzelfstandigen inhuren ‘kwaadwillend’ zijn. Uiterlijk 1 januari 2025 wil het kabinet het moratorium volledig opheffen.

Bijna alle commissieleden vragen of dat haalbaar is. Heeft de Belastingdienst voldoende inspecteurs? Wat gebeurt er als de regelgeving nog niet af is? De minister schrijft dat het ook een verantwoordelijkheid is van werkgevers om volgens de regels te werken. Fracties als D66 en CDA willen weten hoe zij ‘deze gedragsverandering in gang wil zetten’.

VVD vraagt naar de gevolgen voor sectoren waar nu veel zzp’ers actief zijn, zoals in de ICT. “Is er een risico dat het opheffen van het moratorium ongewenste effecten gaat hebben op overheidsdiensten waar sprake is van grote afhankelijkheid van zzp’ers?”

SGP, PvdA en Groenlinks willen het handhavingsmoratorium al eerder laten vervallen. Bijvoorbeeld voor specifieke sectoren, zoals de maaltijdbezorging en de zorg.

Eigen rechtspositie voor de zzp’er

Ja21 is nog het meest kritisch op de kabinetsplannen. De Tweede Kamer wil een aparte rechtspositie voor zzp’ers creëren, naar aanleiding van een motie van Ja21. Ook politieke partijen VVD en D66 hadden deze wens in hun verkiezingsprogramma’s voor 2021 staan.

Het kabinet legt die wens naast zich neer. Zo’n aparte positie in het Burgerlijk Wetboek geeft volgens minister Van Gennip ‘niet de gewenste duidelijkheid’. Daar is Ja21 het volledig mee oneens.

De minister beantwoordt de vragen over een paar weken.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 4s Reacties

Opdrachtgevers vinden weer makkelijker freelancers

Het volume aan tijdelijk werk zal komend kwartaal licht dalen. Dat blijkt uit de nieuwste Freelance Markt Index (FMI). De index komt voor het eerste kwartaal van 2023 uit op een score van 92. Dat betekent een minder optimistische verwachting ten opzichte van de voorgaande kwartalen.

Verschuiving in zoektocht

Uit een enquête onder 150 willekeurig geselecteerde opdrachtgevers blijkt dat het makkelijker is om freelancers te vinden dan voorgaande periodes. Terwijl 60% van de opdrachtgevers in het afgelopen kwartaal nog moeite had met het vinden van een geschikte kandidaat, is dit percentage nu gedaald naar 40%. Bovendien gelooft een derde (33%) van de opdrachtgevers dat freelancers vinden in de toekomst nog makkelijker wordt.

Antwoord op de vraag: in hoeverre vindt u het in de huidige arbeidsmarkt moeilijk om geschikte freelance-kandidaten te vinden voor uw opdrachten, op een schaal van 1 tot 5 (waarbij 1 is zeer makkelijk en 5 is zeer moeilijk)?

Minder opdrachten, meer reacties

Opdrachtgevers verwachten iets minder economische groei dit jaar en zijn ze terughoudender in het plaatsen van opdrachten. Het opdrachtvolume daalt met 23% ten opzichte van het vorige kwartaal. Tegelijkertijd neem het aantal reacties van freelancers toe.

Deze daling in opdrachtvolume is zichtbaar in zowel de Randstad als daarbuiten, en geldt zowel voor opdrachten op locatie als op afstand.

Flexibiliteit freelancer opnieuw belangrijk

Opdrachtgevers kiezen dit kwartaal opnieuw vooral voor freelancers vanwege de flexibiliteit (61%) die zij bieden ten opzichte van vaste werknemers. In vergelijking met vorige periode is de beschikbaarheid van de freelancer een minder belangrijk criterium.

Bij de selectie van een kandidaat letten opdrachtgevers het meest op vaardigheden (60%), ervaring (35%) en de match met een klant (27%).

Over de Freelance Markt Index

De Freelance Markt Index (FMI) is samengesteld uit cijfers van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de verwachting van opdrachtgevers op het Freelance.nl-platform. Freelance.nl brengt deze marktmonitor ieder kwartaal uit.

Het volledige onderzoek en de resultaten zijn hier te downloaden

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

MSP, broker, Master Vendor – wat is eigenlijk het verschil?

MSP: regie over gehele inhuur

In de markt voor inhuur van personeel staat MSP voor Managed Service Provider. Een MSP is een externe partner verantwoordelijk voor de gehele inhuur van personeel binnen een organisatie; de MSP runt het inhuurprogramma, selecteert intermediairs als project-sourcingbureaus, uitzendorganisaties, aanneming van werk (SoW), detacheringsbureaus, zzp/freelance-bemiddelaars (leveranciersbeheer).

Een MSP verzorgt in de basis niet de werving van kandidaten, dat doen de leveranciers. De intermediairs stellen de kandidaten voor, de MSP beoordeelt deze en presenteert vervolgens een short list met kandidaten aan de lijnmanager (hiring manager) en faciliteert de sollicitatiegesprekken. (En verzorgt het on- & offboarden van kandidaten, de inhuuradministratie tot en met de facturatie).

De belangrijkste reden voor organisaties om samenwerking met een MSP aan te gaan is kostenreductie.

De belangrijkste reden voor organisaties om samenwerking met een MSP aan te gaan is kostenreductie. In eerste instantie krijgt een organisatie door met een MSP te werken grip op (overzicht en inzicht in) de omvang en kosten van inhuur. De MSP kan door het stroomlijnen van inhuurprocessen efficiencybesparingen opleveren (indirecte kostenbesparing). Daarnaast monitort een MSP de tarieven van ingehuurde medewerkers en kan daardoor voorkomen dat ingehuurd personeel onnodig duur is (directe kosten). Zo zorgt een MSP ervoor dat niet een lijnmanager zijn vaste voorkeurskandidaat Piet tegen een tarief van € 100,- inhuurt, terwijl de afdeling Inkoop freelancer Jan voor een vergelijkbare klus € 80 euro betaalt. Iets dat in de praktijk regelmatig gebeurt.

Broker: contractbeheer zzp’ers

De broker ontzorgt een organisatie van de hele administratie en bijhorende taken rond het inhuren van freelancers (zzp’ers). In de enge definitie doet de broker alleen het contractbeheer; de broker verzekert de opdrachtgever ervan dat er nooit zonder contract wordt gewerkt, dat de juiste documenten en bepalingen worden toegepast, dat on- en offboarden correct verloopt, contractverlenging tijdig gebeurt en het contractenregister up-to-date is.

De broker doet in principe niet de werving/selectie van de zzp’ers. Dat doet een organisatie zelf (direct sourcing) of dat gebeurt via andere kanalen, zoals het netwerk van de manager, een Freelance Management System (FMS) of via de MSP.

Master Vendor: één uitzendbureau regelt alle uitzendkrachten

Een Master Vendor is een staffing-organisatie die de taak heeft gekregen om als primaire leverancier voor bepaalde ingehuurde profielen te fungeren. Dit soort constructies zien we vaak bij inhuurprogramma’s voor (grote aantallen) uitzendkrachten: een van de uitzendbureaus, waar de organisatie al langer mee werkt, wordt aangewezen als Master Vendor. De Master Vendor beschikt over een eigen kandidatenbestand of over een zusterbedrijf uit hetzelfde (uitzend)concern, en zoekt primair hierin naar geschikte kandidaten. In tweede instantie wordt naar het overige leveranciersbestand met uitzendbureaus gekeken, die als onderaannemer fungeren.


Rapport MSP-aanbieders in Nederland en België, editie 2022/2023

ZiPconomy heeft samen met haar Belgische tegenhanger NextConomy het MSP onderzoeksrapport editie 2022/23 gepubliceerd. Hierin staat alles over de actuele wereld van Managed Service Providers (MSP’s) in Nederland en België. Een must voor organisaties die (her)overwegen een MSP in te schakelen voor de inhuur van externen.

Het rapport is gratis te downloaden of als hardcopy te bestellen.


De Master Vendor is eindverantwoordelijk voor het invullen van alle aanvragen, ook voor de aanvragen die aan de onderaannemers zijn uitbesteed. In die zin doen ze dus ook aan leveranciersbeheer, maar de Master Vendor levert grotendeels zelf inhuurkrachten, aangevuld met enkele andere leveranciers.

MSP als Master Vendor of broker

Een MSP neemt voor klanten soms, naast de eigen kerntaken, ook taken van een Master Vendor en/of broker op zich. Zo is het niet ongebruikelijk dat een MSP ook het beheer van de leveranciers van uitzendkrachten overneemt (of een Master Vendor-partij voor deze diensten contracteert). Het kan ook voorkomen dat de MSP ook de administratieve zaken rondom de inhuur van freelancers (contracting) voor zijn rekening neemt of een broker toevoegt aan de supply chain met te beheren leveranciers. Zo ontstaat een ‘hybride model’.

En sommige MSP’s verzorgen, naast het organiseren van de supply-chain, deels toch ook zelf recruitmentdiensten. Ze leveren dan kandidaten via de eigen (dochter)organisatie. Anderen zijn van origine leverancier. Daardoor kan het voorkomen dat leveranciers die tot de preferred suppliers behoren, deel uitmaken van hetzelfde concern als de MSP. Voor sommige profielen biedt de MSP dus wel eigen kandidaten aan. Voor andere profielen zorgt de MSP ervoor dat er voldoende gespecialiseerde leveranciers zijn om kandidaten aan te bieden.

Is de MSP vendor neutral?

Belangrijk hierbij is dat het gebruikte Vendor Management System (VMS-systeem) transparant is ingericht, zodat alle leveranciers gelijkwaardig worden behandeld. Dit om te voorkomen dat ‘eigen kandidaten’ van de MSP worden voorgetrokken, tenzij dit specifiek is afgesproken.

Als een MSP ook via een verwant bedrijf kandidaten levert – naast die van andere leveranciers – dan noemt me zo’n MSP in het jargon nietvendor neutral (niet leveranciersonafhankelijk). Menig MSP gaat er prat op wel vendor neutral en dus ‘echt’ onafhankelijk te zijn, en claimt daarmee meer vanuit het belang van de opdrachtgever te werken.

Over de vraag of een MSP onafhankelijk moet zijn en niet over eigen kandidaten moet willen beschikken, lopen de meningen uiteen. Aan de ene kant wordt het dan voor de MSP verleidelijk om vooral met kandidaten te komen vanuit bijvoorbeeld een dochterbedrijf uit het eigen concern. Dat is mogelijk niet per se de beste kandidaat uit de markt. Hier staat tegenover dat het voor een opdrachtgever aantrekkelijk kan zijn als degene die het inhuurproces regelt ook zelf kandidaten kan aanbieden, zeker als de arbeidsmarkt krapper wordt en alle opties om de markt te ontsluiten benut dienen te worden.

Broker neemt taak MSP over

Aan de andere kant breiden tegenwoordig de meeste brokers de eigen dienstverlening uit door – naast puur contractafhandeling van zelfstandigen – steeds meer te doen rondom de inhuur van extern personeel voor hun klanten. Zo komt het in de praktijk steeds vaker voor dat brokers voor hun klant ook op zoek gaan naar freelancers in de markt. Menig broker heeft tegenwoordig een eigen zelfstandigen-pool opgebouwd, zoekt zelf naar zzp’ers in de markt en/of het schakelt hiervoor andere bemiddelingsbureaus in.

Brokers die hun dienstverlening uitbreiden worden wel aangeduid als ‘broker-plus’ of ‘MSP-light’.

Brokers die hun dienstverlening uitbreiden worden wel aangeduid als ‘broker-plus’ of ‘MSP-light’. Het zijn hybride vormen die ontstaan omdat de klant daar behoefte aan heeft en omdat brokers gaandeweg hun expertisegebied uitbreiden. Vaak groeit de samenwerking gaandeweg. Een opdrachtgever werkt eerst een aantal jaren met één of meer brokers voor het contractbeheer van (grote populaties) ingehuurde zelfstandigen. En als de samenwerking goed bevalt, worden steeds meer onderdelen van het inhuurproces uitbesteed aan de broker, die daarmee opschuift naar MSP-dienstverlening.

Het onderscheid tussen MSP’s en brokers wordt dus diffuser, zeker omdat binnen de intermediaire markt overnames en consolidaties plaatsvinden en grote organisaties ontstaan, die zowel aan MSP- als brokerdienstverlening doen.

Lees ook:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Nederland kent nu 2,1 miljoen bedrijven. Minder dan 20% zijn bedrijven met twee of meer werkzame personen.

Aan het begin van 2023 waren er ruim 2,1 miljoen bedrijven. Dat zijn er 79 duizend meer dan een jaar eerder. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Bij 19,7 % van alle bedrijven werken twee of meer personen. In 2007 was dat nog 37,2%. In de afgelopen 15 jaar nam het aantal bedrijven met 1 werkzaam persoon met 1,1 miljoen toe, terwijl het aantal bedrijven met twee of meer werkenden in die periode met maar 59 duizend toenam. In het afgelopen jaar daalde die categorie bedrijven zelfs, met 4 duizend.

De groei van het aantal bedrijven was in 2022 kleiner dan in 2021. Naast het aantal nieuw opgerichte bedrijven (240 duizend in 2022) werden er ook ruim 136 duizend bedrijven opgeheven. Met name de dynamiek onder zelfstandigen zonder personeel is groot. Een substantieel deel stopt binnen vijf jaar als ondernemer. Vaak omdat ze verder gaan in loondienst elders of met pensioen gaan.

Onderzoek van Interpolis laat overigens zien dat 29 procent van alle starters in de afgelopen jaar hun onderneming zijn begonnen terwijl ze daarnaast ook gewoon een baan in loondienst hebben.

Bouw en organisatieadvies

De bouwsector kent de grootste groei van het aantal nieuwe inschrijvingen als bedrijf. Met ook relatief een laag aantal ‘stoppers’.

Op de tweede plaats qua groei staat de categorie organisatieadviesbureaus. Dat is ook gelijk ook de categorie met de meeste stoppers. De term ‘organistieadviesbureau’, ook dat zijn veelal bedrijven met 1 werkzaam persoon, kan wat verwarrend werken. Het is een verzamelcategorie waarbinnen interim-managers maar ook bijvoorbeeld interim HR of interim financials vallen.

Ook het aantal ‘financiële holdings’ neemt toe. Dat zullen veelal BV’s zijn van ondernemers die ook al een ander bedrijf hebben. Het aantal ondernemingen (met minder dan twee werkzame personen) is immers groter dan het aantal ondernemers.

 

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter

5 wereldwijde compliance uitdagingen en hoe hiermee om te gaan

Wanneer u uw onderneming naar het buitenland wilt uitbreiden, brengt dit veel werk met zich mee. International opereren zorgt voor verschillende uitdagingen als het gaat om de naleving van wetten en regels. Om boetes, reputatieschade en juridische gevolgen te voorkomen, is het belangrijk om de juiste kennis te hebben.

Een organisatie die wereldwijd compliant is, houdt zich aan alle regels, wetten, voorschriften en normen die wereldwijd op haar van toepassing zijn. Denk hierbij aan belastingwetgeving, wetten over gegevensbescherming en werknemersrechten. Wereldwijde naleving betekent dat de onderneming zich aan alle lokale regels houdt die gelden in de landen waar zij actief is of zaken doet. Maar ook aan internationale wetten, voorschriften en normen die wereldwijd van toepassing zijn.

5 veelvoorkomende uitdagingen

Wanneer u uw bedrijf uitbreidt naar het buitenland, krijgt u waarschijnlijk te maken met deze meest voorkomende uitdagingen op het gebied van naleving van wetten en regels.

  1. Werknemers volgens de regels aannemen en betalen

Een van de grootste wereldwijde compliance-uitdagingen waarmee internationale bedrijven worden geconfronteerd, is het betalen van hun internationale werknemers. Wanneer u internationaal actief bent, moet u zich houden aan de lokale arbeidswetten en loongebruiken in elk land waarin u actief bent. Elk rechtsgebied heeft zijn eigen wet- en regelgeving die zaken regelt zoals de hoogte van het loon van werknemers en de rechten die zij hebben.

In de meeste landen zijn er voorzieningen voor het minimumloon, pauzes, jaarlijkse vakantierechten en ziekteverlof die elke werkgever zijn werknemers moet toekennen. Sommige landen eisen ook dat werkgevers aanvullende voordelen bieden, zoals betaald ouderschapsverlof, pensioenbijdragen en bescherming tegen onredelijk ontslag.

Naast de feitelijke wetten die van toepassing zijn, heeft elk land ook zijn eigen culturele verwachtingen als het gaat om werk en beloning. In veel landen, waaronder Frankrijk, België en Nederland, is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat werknemers aan het eind van het jaar een extra maandsalaris ontvangen, ook al staat dit niet in de wet.

Hoewel u niet wettelijk verplicht bent om u aan deze gewoonten te houden, zullen uw lokale werknemers dit waarschijnlijk van u verwachten. Dit betekent dat uw werkgeversmerk eronder kan lijden als u dit niet doet. Het begrijpen van de gewoonten en verwachtingen in verschillende landen is een belangrijk onderdeel van wereldwijd personeelsbeheer, dus het is een goed idee om lokale experts te raadplegen die de cultuur begrijpen van elk land waarnaar u wilt uitbreiden.

  1. Inzicht in lokale en internationale belastingnaleving

In de meeste landen moeten werkgevers belasting inhouden op de salarissen van hun werknemers en deze namens hen doorsturen naar de belastingdienst. U moet op de hoogte zijn van hoe dit werkt in elk land waar u van plan bent werknemers te betalen. Een andere mogelijkheid is om samen te werken met een lokale payrollpartner die dit voor u kan regelen.

Er zijn ook vennootschapsbelastingen waarmee rekening moet worden gehouden. Deze zijn meestal van toepassing op elk bedrijf dat een vaste inrichting in een land heeft, hoewel het niet altijd gemakkelijk is om erachter te komen of dat op u van toepassing is. Het is altijd een goed idee om samen te werken met een expert op het gebied van wereldwijde belastingnaleving die u kan helpen inzicht te krijgen in uw verplichtingen.

  1. Zich houden aan de vereisten voor gegevensbescherming

Wetgeving inzake gegevensbescherming regelt de manier waarop bedrijven omgaan met de gegevens van hun klanten. Ze opereren vaak grensoverschrijdend, wat betekent dat ze uw organisatie kunnen beïnvloeden, zelfs als u niet fysiek aanwezig bent in het betreffende rechtsgebied.

Veel landen en regio’s hebben specifieke regelgeving voor gegevensbescherming, maar de grootste en meest bekende is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van de Europese Unie, die in 2018 van kracht werd.

De AVG vereist dat bedrijven zich houden aan een reeks normen voor gegevensbeveiliging. Bedrijven moeten bijvoorbeeld:

  • alleen gegevens verwerken voor welbepaalde rechtmatige doeleinden.
  • zo min mogelijk gegevens verzamelen.
  • aan klanten vertellen waarvoor hun gegevens gebruikt worden.
  • klantgegevens wissen als hierom wordt gevraagd (in sommige omstandigheden).

Cruciaal is dat deze wetten van toepassing zijn op elk bedrijf dat klanten bedient die zich in de EU bevinden, zelfs als het bedrijf buiten de EU gevestigd is. Het niet naleven van regelgeving inzake gegevensbescherming, zoals de AVG, kan leiden tot hoge boetes.

  1. De vereisten volgen voor financiële rapportage

Elk land heeft ook zijn eigen normen als het gaat om hoe bedrijven hun jaarrekening opstellen. Er zijn internationale standaarden, zoals het International Financial Report.

  1. Voldoen aan bescherming tegen discriminatie

De meeste landen hebben ook wetten die de discriminatie van werknemers verbieden op basis van beschermde kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd of handicap. Deze worden vaak ‘wetten inzake gelijke kansen’ genoemd en verschillen van land tot land.

Het is belangrijk dat u op de hoogte bent van de wetten die van toepassing zijn in elk land waar u mensen in dienst heeft, zodat u er zeker van kunt zijn dat u aan de wettelijke nalevingsvereisten voldoet. Dit kan ook helpen om een diverse en inclusieve werkplek op te bouwen, wat veel extra voordelen kan hebben voor een organisatie.

De gevolgen van niet-naleving voor een organisatie

Het niet serieus nemen van de naleving van wet- en regelgeving kan aanzienlijke gevolgen hebben voor een internationaal bedrijf. Hier volgen enkele manieren waarop het niet naleven van wetten en regels een negatieve invloed kan hebben op uw organisatie:

  • Boetes en sancties: Met name bepaalde voorschriften brengen enorme sancties met zich mee als wordt vastgesteld dat u niet aan de regels voldoet. Het niet naleven van de AVG kan bijvoorbeeld leiden tot boetes tot 10 miljoen euro, of 2 procent van uw wereldwijde omzet (welke van de twee het hoogste is).
  • Strafrechtelijke vervolging: Het niet naleven van het lokale strafrecht op gebieden als witwassen, fraude en omkoping kan leiden tot strafrechtelijke vervolging en zelfs gevangenisstraf voor de betrokkenen.
  • Contractbreuk: Naleving is vaak een vereiste van contracten tussen bedrijven. Als u niet-conform wordt bevonden, kan dit worden beschouwd als contractbreuk en kunt u aansprakelijk worden gesteld voor schade.
  • Reputatieschade: Ten slotte kan het niet naleven van lokale en internationale wet- en regelgeving leiden tot negatieve PR, wat uw bedrijf duur kan komen te staan.

Tips om compliant te blijven in een wereldwijde organisatie

Zo zorgt u ervoor dat u als internationale organisatie volgens de wetten en regels en legaal opereert:

  • Stel een wereldwijde nalevingsfunctionaris aan
  • Werk samen met lokale experts om de vereisten te begrijpen
  • Voer regelmatig wereldwijde compliance-audits uit
  • Bouw compliance in uw processen in
  • Zorg voor regelmatige nalevingstrainingen voor werknemers

Meer lezen over dit onderwerp? Bekijk dan de website van CXC.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter