Prognose: Het aandeel zzp groeit naar een derde van beroepsbevolking. Klopt dat? Geplaatst 17 februari 2023 door Hugo-Jan Ruts Telegraaf-lezend Nederland werd donderdagochtend wakker met de stelling “Zzp’ers gevaar voor de economie”. Immers, zo viel te lezen bij de toelichting: “Het aantal zzp’ers groeit razendsnel. De prognose is dat het aandeel groeit van een vijfde naar een derde van de beroepsbevolking.” Dat vraagt natuurlijk om een factcheck. De bron De stelling bleek gebaseerd te zijn op een eerder artikel in De Telegraaf over een persmeeting die Randstad organiseerde. Daarin kon de nieuwe CEO van Randstad Groep Nederland, Jeroen Tiel, zijn zorgen kwijt. Naast een groot voorpaginabericht in De Telegraaf (‘Zorgen over ‘zzp-explosie’ ‘) leverde dat ook een artikel in het FD op. Tiel daarin “Ik ben voor mensen die er bewust voor kiezen zzp’ers te zijn en die dat goed regelen. Die een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten en sparen voor hun pensioen Dat zijn mensen die niet in een diep gat vallen als hun situatie verandert.” Maar – zo stelt Tiel – zij vormen een minderheid. De feiten gecheckt. Factcheck A: “Een vijfde van de werkzame beroepsbevolking is zzp’er” Om te beginnen maar even de ‘een op de vijf van de beroepsbevolking is zzp’er’. Die komt – blijkt uit navraag – voor rekening van de Telegraaf. Maar kloppen doet het niet. “Hebben we online aangepast. 1 op 6 is laatste stand, zo bleek uit CBS-cijfers deze week,” reageerde Martin Visser, journalist van De Financiële Telegraaf. Maar ook dat klopt niet. Visser gebruikt hier cijfers van de ‘zelfstandigen’, met en zonder personeel. Die laatste CBS-cijfers geven aan dat er 1.236 duizend zzp’ers zijn, op een beroepsbevolking van 10.014 duizend. Dat is 12,3%. Zeg maar 1 op de 8, in plaats van 1 op de 5 (of 6). Overigens bleef De Telegraaf bij de stelling het cijfer 1 op de 5 gebruiken. Factcheck B: “Prognose: we groeien naar een derde zzp” Dan de ‘prognose’ dat het aantal zzp’ers groeit naar een derde van de beroepsbevolking. Die komt wel bij Tiel vandaan. “Als we niks doen is straks een op de drie werkenden zzp’er”, heeft hij bij de presentatie tegen Telegraafverslaggever Connie de Jonge gezegd. Navraag bij de woordvoerder van Randstad leert ons dat hij die uitspraak niet gedaan heeft bij de officiële presentatie, waarin ook de nodige zzp-cijfers getoond werden, maar in een ‘gesprek dat met aanwezige journalisten ontstond.’ Een prognose zou ik het dan ook niet willen noemen. Onderbouwd is hij in ieder geval niet. Tiel wees op de flinke groei van het aantal zzp’ers. Die groei was er in 2022 zeker. Al was dat vast ook weer een reactie op de daling in 2021. We zitten – als aandeel van de beroepsbevolking – weer op het niveau van 2020. En ja, dat aandeel is best gegroeid de afgelopen jaren. Vooral dan voor 2015. In dat jaar zaten we op 12,3% van de werkzame beroepsbevolking (dat is een gebruikelijkere norm dat totale beroepsbevolking wat die de Telegraaf gebruikt). Nu dus op 12,8%. Echt spectaculair zou ik die groei niet willen noemen. Hoe je de onderstaande trend realistisch door kan trekken naar 33% lijkt me een raadsel. Factcheck C: “Zzp’ers die voor zichzelf kunnen zorgen vormen een minderheid.” Van de Telegraaf naar het FD. “De zzp’ers die niet in een diep gat vallen als hun situatie verandert, vormen een minderheid”, zo wist Elfanie Toe Laer van het FD uit de mond van Tiel op te tekenen. Terug weer naar de woordvoerder van Randstad. “Dit heeft hij niet zo gezegd of bedoeld.” Hij zou alleen gezegd hebben dat ‘er een groep is die kwetsbaar is.’ Als onderbouwing daarvan verwijst hij naar de ZAE-cijfers (Zelfstandigen Arbeid Enquête) van CBS/TNO, die Randstad gebruikte als onderbouwing van het verhaal van Tiel. “63% van de zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers) heeft een of meer voorzieningen hebben voor arbeidsongeschiktheid. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2019. 37% dus niet.” En dat in 2021 83% aangaf “een of meer voorzieningen voor hun pensioen te hebben. 17% dus niet.” Een groep kwetsbare zzp’ers is er zeker. Dat maar een minderheid voor zichzelf kan zorgen, daar lijken geen feiten voor te zijn. Maar goed, volgens de woordvoerder heeft hij dat ook niet gezegd. Toe Laer (FD) houdt overigens vol dat Tiel het wel gezegd heeft. Conclusie Kortom: een losse flodder wordt gepromoveerd tot een prognose. Er is wel of niet gesproken over een ‘minderheid’. Tiel lijkt in ieder geval na zijn presentatie wat losjes geweest te zijn in zijn uitspraken. Vervolgens worden cijfers worden verkeerd gebruikt en/of niet gecheckt. De uitzendbaas, die de uitzendomzet ziet dalen terwijl het aantal zzp’ers stijgt, heeft in ieder geval zijn doel bereikt. Hij haalde vele kranten en vakbladen met zijn verhaal over een ‘zzp-explosie; . De lezers van De Telegraaf heeft hij in ieder geval nog (net) niet in meerderheid achter zich. 48 procent koos voor ‘ja’ bij de stelling (met de verkeerde cijfers) dat ‘zzp’ers een gevaar voor de economie zijn’. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags factcheck, Jeroen Tiel, randstad | 11s Reacties
ZiPtalk: hoe kunnen finance professionals hun transformatie slim organiseren? Geplaatst 17 februari 2023 door ZiPredactie FinanceFactor en ZiPconomy hebben eind 2022 een groot onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van de finance professional 2.0. Kernvraag was: wat zijn de voornaamste trends en ontwikkelingen in het vakgebied en wat betekenen deze voor hun eigen ontwikkeling en hun positie op de arbeidsmarkt? In deze aflevering van ZiPtalk gaat Narada Bouwman daarover in gesprek met Albert Allmers, directeur en initiatiefnemer van FinanceFactor en Joke Twigt, redacteur en onderzoeker bij ZiPconomy. Minder cijfermatig werken Finance professionals zien digitalisering als een van de sterkst groeiende ontwikkelingen in hun vakgebied. Dat vraagt vaardigheden om data in de breedte van de business te interpreteren. Het werk vraagt duidelijk meer inzicht in andere processen van een organisatie en het vermogen om buiten de eigen afdeling te kijken. Het werk verandert daardoor in het managen van de driehoek processen-systemen-mensen. De trend om minder cijfermatig en breder werkzaam te zijn, is hiermee duidelijk ingezet. Van blauw naar kleur Meest opvallende verandering voor de finance professional is het belang om intern te gaan samenwerken. Dat betekent echt dat zij zich andere vaardigheden moeten eigen maken. Een transformatie van die traditionele blauwe controller richting de tactische en strategisch denkende en acterende partner in business: van blauw naar kleur. Deze transformatie zien zij met vertrouwen tegemoet. Al kiezen zij nog wel voor traditionele manieren om zich persoonlijk te ontwikkelen, bijvoorbeeld het bijwonen van workshops, lezingen en masterclasses, of zij vinden het volgen van algemene media voldoende. Dat zij nog vooral conventioneel naar hun persoonlijke ontwikkeling kijken, lijkt opvallend maar is logischer als men het DNA en waardenprofiel van de finance professional bekijkt, meent Allmers. “Financials zijn heel rationeel en vooral bezig met waar zij goed in zijn. De aard van hun werk vraagt ook om analyse en ratio. Beheersing van die vaardigheden staat vrijwel garant voor succes en de neiging om minder introspectief te zijn ligt op de loer. Het is mijn overtuiging dat als zij bewuster zijn van hun onderliggende waarden, zij de transformatie kunnen maken van de ‘blauwe’ rationele financial naar een kleurrijker professional.” Linker en rechter hersenhelft Allmers legt uit dat de denkstijl van de mens een directe relatie heeft met de structuur van het brein. Bij de linkerhersenhelft, die de natuurlijke voorkeur heeft van de finance professional, speelt de ratio een belangrijke rol. Logisch redeneren en structuur. Bij de rechterhersenhelft is dat juist emotie en empathie. Die kant, waar de soft skills zitten, is minder ontwikkeld bij financials. Zijn advies aan de finance professional is: “De transformatie kan je wel maken, maar niet alleen. Organiseer een team om je heen waarin de juiste persoon op de juiste plek zit.” Een brede organisatieblik verkrijgen betekent volgens Allmers niet per definitie dat de finance professional zélf soft skills moet ontwikkelen die minder bij zijn natuurlijke DNA passen. Dé conclusie van het onderzoek is dan ook: houd rekening met hoe je brein is gestructureerd is. Als je meer vastzit aan de linkerzijde, organiseer dan die rechterkant en doe dat op een slimme manier. Je hóeft niet van dat blauwe af, zolang je maar kleur bekent! Wil je de hele podcast beluisteren of bekijken? Beluister hem hier op Spotify (30 minuten) of bekijk de opname via YouTube: Rapport ‘Finance Professionals bekennen kleur’ Het rapport ‘Finance Professionals bekennen kleur’ is het resultaat van een groot onderzoek door FinanceFactor en ZiPconomy onder hoog opgeleide finance professionals naar de toekomst van het vakgebied. Van de respondenten is het merendeel CFO (27 procent) of controller (45 procent). In het onderzoek staat de vraag centraal wie de finance professional van morgen is en hoe deze omgaat met ontwikkelingen en de veranderende rol. De feitelijke onderzoeksresultaten zijn letterlijk van een ‘gezicht’ voorzien door middel van vier grote interviews met finance professionals; mooie, inhoudelijke en persoonlijke portretten van vier mensen uit het vak. Dit marktonderzoek onder finance professionals is in 2022 voor de eerste keer gehouden. De bedoeling is dit onderzoek tweejaarlijks te herhalen, zodat daarmee een marktmonitor ontwikkeld Download het rapport ‘Finance Professionals bekennen kleur’ op de website van Finance Factor. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags finance professionals, onderzoek, podcast, ZiPTalk | Laat een reactie achter
Ruben Houweling (SER) over zzp-plannen: ‘Een dappere poging, maar de arbeidsmarkt heeft eigenlijk groot onderhoud nodig’ Geplaatst 16 februari 2023 door Claartje Vogel Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteerde in december haar langverwachte plan om de regels rondom inhuur van zzp’ers te verduidelijken. Nieuwe criteria moeten duidelijker maken wanneer iemand een opdracht mag uitvoeren als zelfstandig ondernemer. Hebben de plannen kans van slagen? ZiPconomy vraagt het diverse deskundigen die zich afgelopen jaren bezighielden met het zzp-vraagstuk. “Om klaar te zijn voor de toekomst moet het kabinet nu echt keuzes maken”, zegt Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is sinds deze zomer kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER), de belangrijkste adviesraad voor regering en parlement over sociaal-economische vraagstukken. Minister Van Gennip wil de arbeidsmarkt hervormen en doet dat op basis van twee belangrijke rapporten: het eindrapport van de commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap) en het middellangetermijnadvies van de SER (SER-MLT). Ze sluit met haar zzp-plan goed aan op de voorstellen van de SER, maar volgens Houweling is er meer nodig voor een toekomstbestendig beleid. De aanbevelingen van de SER Om schijnzelfstandigheid te bestrijden stelt de SER een rechtsvermoeden van werknemerschap voor bij lage uurtarieven. Als werkgevers een zzp’er inhuurt voor minder dan 30 á 35 euro per uur, dan is deze werkende in principe werknemer, tenzij de opdrachtgever voor de rechter bewijst dat het niet zo is. Verder wil de SER de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen door de zelfstandigenaftrek af te bouwen. Ook moet er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komen voor zelfstandigen. Al deze adviezen komen terug in de zzp-plannen van het kabinet. Minister Van Gennip werkt de zzp-plannen verder uit met de sociale partners, waaronder de SER. Hoe gaat dat tot nu toe? Ruben Houweling: “De plannen zijn nog vers en er vindt goed overleg plaats met de sociale partners. De SER is ondertussen ook bezig met de betere vertegenwoordiging van zzp’ers in de raad. De minister wil dat er drie extra zetels in deze beleidsraad bij komen, gereserveerd voor zelfstandig ondernemers. Dat is belangrijk en best ingewikkeld. Werknemers en werkgevers worden vertegenwoordigd door grote bonden, maar er is eigenlijk niet één partij die alle zzp’ers representeert. Een zzp-stukadoor heeft tenslotte andere uitdagingen dan een journalist of een arts. De vraag is dus: hoe zorg je voor een goede afspiegeling van alle verschillende typen zelfstandigen? Moet een vast persoon daarvoor zorgen of wisselt dat per thema? Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering is bijvoorbeeld voor de ene zzp’er nuttiger dan voor de ander.” Wat vind je van de kabinetsplannen om duidelijker onderscheid te maken tussen werknemers en zzp’ers? “Ik sta achter de manier waarop de minister te werk gaat, maar zou nog een stap verder willen gaan. Het is verstandig dat zij aansluit bij Europees arbeidsrecht, zodat daar geen discrepantie ontstaat. Verder weet Van Gennip dat wetgeving rondom de arbeidsovereenkomst impact heeft op allerlei andere zaken, zoals de ziektewet en fiscaliteit. Omdat het zzp-vraagstuk zowel juridisch als fiscaal is, is het slim dat SZW en de Belastingdienst samen optrekken. “Om het grijze gebied tussen werknemerschap en zzp-schap te verkleinen, werkt de minister drie criteria voor een arbeidsovereenkomst verder uit. Dat zijn leiding en toezicht, inbedding in de organisatie en zelfstandig ondernemerschap. Het grijze gebied wordt zo kleiner, maar verdwijnt niet. Stel, iemand werkt 80% van zijn tijd voor één ziekenhuis. Je kunt dan zeggen dat hij ‘ingebed in de organisatie’ is. Maar tegelijkertijd werft hij als echte ondernemer twee commerciële klanten. Is hij dan ondernemer of zzp’er? Ook met de nieuwe criteria zal dit afhangen van meer omstandigheden. “Verder sluit de minister aan bij het SER-advies van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een bepaald tarief. Dat kan een goed signaal zijn voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Onder een bepaald tarief is de verhouding niet eerlijk. Maar een normbedrag lost ook niet alle problemen op. Niet alle zzp’ers werken voor een uurbedrag en afspraken op papier komen niet altijd overeen met de praktijk.” Kortom, er blijft een grijs gebied bestaan tussen werknemers en zzp’ers. En er blijft ruimte voor fraude. Hoe kunnen we dat oplossen? “Begin eens bij de vraag: waarom willen werkgevers en werknemers niet samenwerken op basis van een arbeidsovereenkomst? Missen ze flexibiliteit en vrijheid? Zijn werkgeverslasten te hoog? Het kabinet ziet de arbeidsovereenkomst als heilige graal, zonder zich af te vragen hoe toekomstbestendig dat is. Natuurlijk zijn er gedwongen zelfstandigen, maar een grote groep kiest bewust voor zzp-schap. Ze willen meer vrijheid en zeggenschap over hun werk. Volgens mij moeten we daar iets mee. “Met deze aangekondigde maatregelen stuurt de minister zoveel mogelijk mensen naar een vast contract. Om te zorgen voor meer gelijkheid tussen zzp’ers en werknemers, verkleint ze fiscale voordelen voor de zzp’er. Ja, dit was het advies van de SER. Maar het is ook een politieke keuze. Ze had het ook anders kunnen aanpakken, bijvoorbeeld door de belasting op arbeid zo aan te passen dat de werknemer meer nettoloon overhoudt.” Je bent het dus niet eens met het advies van de SER uit 2021? “Zeker wel. Het SER-MLT is nuttig, maar er staan ook veel quick fixes in. Op sommige punten is het advies misschien wel ingehaald door de realiteit. De wereld ziet er nu met een hoge inflatie, krapte op de arbeidsmarkt en een oorlog in Oost-Europa totaal anders uit dan twee jaar geleden. Om hoofd te bieden aan de grote, nieuwe, uitdagingen van de toekomst is een structurelere herziening van de arbeidsmarkt noodzakelijk. “Afgelopen jaar heeft de SER ook een nieuwe voorzitter gekregen, Kim Putters. Hij heeft een aanpak die ik onderschrijf. Putters is op zoek naar een gedeelde visie over de sociaal-economische wereld in 2040. Is dat nog een samenleving gericht op winstmaximalisatie of moeten we meer streven naar duurzaamheid en inclusiviteit in de samenleving? Eigenlijk moeten we eerst bepalen waar we heen willen en wat onze samenleving nodig heeft. Daarna kunnen we al dan niet in een SER MLT de praktische route ernaartoe uitstippelen.” Welke oplossing hebben we nodig voor de lange termijn? “Als we kijken naar de wensen van werkenden en de veranderende wereld, kunnen we tot een duurzame oplossing komen. Er komen flinke uitdagingen aan, denk aan de energietransitie en de vergrijzing. Die moeten we samen aanpakken, we hebben iedereen nodig. Daar past een slimmer samenwerkingscontract bij, waarbij de contractvorm minder van belang is. Met een flexibel pensioen en leven lang leren voor alle burgers. “Het is goed dat de minister iets doet om de arbeidsmarkt te hervormen, maar pak nu door. Ik vergelijk het met het onderhoud van een boot. Als je steeds één rot plekje blijft oplappen, wordt het op den duur een lelijk ding. Natuurlijk kost het veel tijd om een heel sociaal stelsel te hervormen, maar het moet uiteindelijk toch gebeuren. Dat leidt uiteindelijk tot echte rust op de arbeidsmarkt. “Zorg dat je aan het eind van de kabinetsperiode een nieuw ontwerp klaar hebt voor de sociale zekerheid vanaf 2030. Een nieuw fiscaal stelsel en een nieuw sociaal vangnet voor alle werkenden, ongeacht contractvorm. Creëer een nieuwe rechtsverhouding die tot het eind van deze eeuw werkbaar is. Daarvoor hebben we eerst een langetermijnvisie op de arbeidsmarkt nodig. Het is tijd voor het brede maatschappelijke debat over de arbeidsmarkt waar de Commissie Borstlap in 2020 al om vroeg. En gelukkig liggen er al heel wat bouwstenen klaar als ik kijk wat WRR, SCP, SER samen op dit vlak de laatste jaren hebben geadviseerd. Kortom, ik ben optimistisch.” Lees ook: Advocaat Johan Zwemmer over zzp-plannen: ‘Er blijven grijze gebieden bestaan’ Hoogleraar Arbeidsrecht Gerrard Boot over zzp-plannen: ‘Onze hoofdaanbeveling komt niet terug, dat is een gemiste kans’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzp-plannen, #zzpdebat, Deskundigen over zzp vraagstuk, Kabinet, politiek, ser, wet dba | 1 Reactie
Randstad topman is groei aantal zzp’ers zat Geplaatst 15 februari 2023 door ZiPredactie CEO van Randstad Groep Nederland Jeroen Tiel wil dat het kabinet steviger ingrijpt om de groei van het aantal zzp’ers in te perken. Dat zei hij bij de presentatie van de jaarcijfers van Randstad. De HR-dienstverlener merkte dat de vraag naar uitzendpersoneel het afgelopen kwartaal iets afnam. Toch had Randstad naar eigen zeggen ‘een uitstekend jaar’. De jaaromzet groeide met 12% naar 27,6 miljard euro. Zorgen over zzp-beleid Ondanks die groei maakt Tiel zich zorgen over de aanhoudende groei van het aantal zelfstandigen. “Ik ben voor mensen die er bewust voor kiezen zzp’er te zijn en die dat goed regelen”, zei de CEO van Randstad Nederland in het Financieele Dagblad. “Mensen die een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten en sparen voor hun pensioen. Dat zijn de zzp’ers die niet in een diep gat vallen als hun situatie verandert. Maar deze groep is in de minderheid.” Jacques van den Broek, voormalig CEO van de Randstad groep, pleitte eerder voor een minimumtarief voor zzp’ers. Tiel vindt verplicht pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen een goed idee. Hij heeft kritiek op de manier waarop het kabinet werkt aan zzp-beleid. “Plannen blijven hangen in intenties. De regie op de arbeidsmarkt is zoek.” Lees ook deze ZiPconomy factcheck, want kloppen deze (en andere) uitspraken eigenlijk wel? Concurrentie en waterbedeffect Het is duidelijk waarom Tiel zich zorgen maakt. De uitzender ervaart in Nederland ongetwijfeld concurrentie van zzp-platformen als Temper en Youngones. Dit soort platformen zetten vooral jongeren als zzp’er in voor werk dat voorheen vooral door uitzendkrachten werden gedaan. Daarbij heeft minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) haar plannen voor meer regulering en kostenverhogende maatregelen voor de uitzendsector al klaar liggen, terwijl zij de plannen voor zzp-arbeid nog moet uitwerken. Ook de Tweede Kamer zet daar vraagtekens bij. (zie hier) Van Gennip kondigde eerder aan dat ze niet zal wachten met delen van haar hervormingsplannen totdat alle onderdelen klaar zijn. “Gelijktijdig invoeren van alle nieuwe regels leidt tot ongewenst uitstel”, zei ze een half jaar geleden tijdens het ABU-congres. Tiel en de rest van de uitzendsector vrezen een waterbedeffect: strengere regels voor uitzenders leiden tot verdere groei van de nog niet gereguleerde zzp-sector. Bron: FD, ANP Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags randstad, zzp-debat | 9s Reacties
Hoe doe je belastingaangifte als remote werknemer in het buitenland? Geplaatst 15 februari 2023 door Hannah Young De wereld van werk verandert, net als de manier waarop bedrijven onafhankelijke contractanten gebruiken. Contractanten werden vaak gezien als een snelle oplossing voor kortetermijnprojecten of als hulp bij het managen van een tijdelijk hogere werklast. Maar vandaag de dag zien steeds meer bedrijven de voordelen van het langdurig gebruiken van onafhankelijke contractanten als alternatief voor permanente werknemers. Tegenwoordig hoeft een contractant niet meer te werken op dezelfde plek als jij. Door open te staan voor remote contractanten krijgen bedrijven toegang tot een grote groep getalenteerde professionals van over de hele wereld. En kunnen ze zelfs geld besparen. Maar met alleen je beleid aanpassen zodat werknemers kunnen werken vanuit het buitenland ben je er niet. Zowel werkgevers als werknemers moeten op de hoogte zijn van de fiscale gevolgen van remote werken vanuit een ander land, en die kunnen ingewikkeld zijn. In deze blog leggen we uit hoe belastingen voor remote werknemers werken en beschrijven we een aantal valkuilen waar werkgevers en werknemers van op de hoogte moeten zijn. Wat bepaalt waar een werknemer belasting betaalt? Vaststellen in welk land een werknemer belasting moet betalen is niet zo simpel als het lijkt, want er spelen meerdere factoren mee. Over het algemeen moet je aan deze vier elementen denken: 1. Het land waar de werknemer werkt Of een werknemer belasting moet betalen in het land waar hij werkt, kan afhangen van hoe lang de werknemer in het land was tijdens het belastingjaar, of van de banden die de werknemer heeft met andere landen. 2. Het land waar de werkgever is gevestigd Het land waar de werkgever gevestigd is kan ook een effect hebben, al hoeft een werknemer niet altijd belasting te betalen in het land waar het bedrijf gevestigd is als hij daar niet woont of werkt. 3. Het staatsburgerschap van de werknemer Dit is meestal geen meespelende factor, maar er zijn uitzonderingen. Burgers van de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, moeten ieder jaar een Amerikaanse belastingaangifte doen, ook als ze niet wonen of werken in de VS. 4. De fiscale woonplaats van de werknemer Dit kan de plek zijn waar hij woont, waar hij meestal werkt of waar hij verwacht belasting te moeten betalen gebaseerd op lokale belastingwetten. Hoe zit het met dubbele belasting? Veel landen hebben afspraken met elkaar gemaakt over het betalen van dubbele belasting. Dit betekent dat werknemers zo kunnen voorkomen dat ze twee keer belasting betalen over hetzelfde inkomen. Hoe dit precies werkt, verschilt per land. Over het algemeen moet de werknemer belastingaangifte doen in beide landen – meestal het land waarin hij werkt en het land waar zijn werkgever gevestigd is – en betaalt hij 100 procent van de belasting in het land met het laagste belastingtarief. In sommige gevallen moet hij ook belasting betalen in het andere land, maar het al betaalde bedrag wordt dan afgetrokken van de belastingaanslag. Belasting bij remote werken: voorbeelden Hier zijn wat praktische voorbeelden om te illustreren hoe belasting kan werken voor remote werkers in bepaalde situaties: Voorbeeld #1: Henk Een Engels bedrijf staat één van haar werknemers, Henk, toe om op afstand te werken vanuit zijn tweede huis in Frankrijk. Omdat Henk permanent zal wonen en werken in Frankrijk, zijn zowel Henk als het bedrijf verantwoordelijk voor de Franse inkomensbelasting en sociale zekerheidsbijdragen. In plaats van daar een rechtspersoon op te richten, stemt het bedrijf in om Henk in dienst te nemen via een Franse employer of record, die hem in dienst neemt namens hen. De employer of record houdt ook belasting in op Henks salaris en hij zal een Franse belastingaangifte moeten doen aan het einde van het jaar. Afhankelijk van Henks residentiële banden met het Verenigd Koninkrijk en of hij daar nog inkomen ontvangt (bijvoorbeeld door het verhuren van een woning), moet hij wellicht ook Engelse belastingaangifte doen en Engelse belasting betalen. Maar omdat het Verenigd Koninkrijk een dubbele-belastingafspraak heeft met Frankrijk, kan Henk de Franse belasting aftrekken van de Engelse, zodat hij niet twee keer belast wordt over hetzelfde inkomen. Voorbeeld #2: Linda Linda is een burger van de Verenigde Staten en reist en werkt een deel van het jaar voor haar bedrijf, dat gevestigd is in de VS. Ze spendeert twee maanden van het jaar in Spanje en twee maanden in Japan. Omdat Linda voor een Amerikaans bedrijf werkt, heeft ze Amerikaanse belastingverplichtingen en houdt haar werkgever belasting in van haar loon gedurende het jaar. Ze moet ook een Amerikaanse belastingaangifte doen. Afhankelijk van hoe lang Linda in verschillende landen was gedurende het jaar, kan ze ook andere belastingverplichtingen hebben. In dit geval is het waarschijnlijk dat ze niet lang genoeg in één land was om hier mee te maken te krijgen. Hoe lang iemand precies in een land moet zijn geweest om lokale belasting te moeten betalen verschilt per land, maar vaak gaat het om 184 dagen of een half jaar. Toch is het een goed idee voor Linda en haar werkgever om de fiscale gevolgen van op afstand werken te bekijken, zodat ze niet voor verrassingen komen te staan aan het einde van het fiscale jaar. Moeten bedrijven zich zorgen maken over de risico’s van een vaste inrichting? Een vaste inrichting betekent dat een bedrijf actief genoeg is in een land om belasting te moeten betalen. In theorie kan er zelfs sprake zijn van een vaste inrichting zonder dat een bedrijf een rechtspersoon heeft in een land, vanwege de werknemers die daar op afstand werken. De precieze definitie van een vaste inrichting verschilt per land. Over het algemeen zul je geen problemen tegenkomen als de werknemers die daar werken alleen werk doen dat je hoofdactiviteit ondersteunt, zonder dat ze direct inkomsten genereren. Je kan meer lezen (in het Engels) over de risico’s van een vaste inrichting in dit overzicht van CXC. Andere valkuilen Belasting is niet het enige waar je van op de hoogte moet zijn als je remote werknemers in het buitenland in dienst neemt of je huidige werknemers vanuit een ander land laat werken. Hier zijn andere factoren waar je ook aan moet denken: 1. Werkvergunningen Als werkgever is het belangrijk om te controleren of iemand het recht heeft om in bepaald land te werken voordat je het toestaat. De voorwaarden verschillen per land, maar werknemers hebben vaak een vergunning nodig om langer dan een aantal maanden in een land te werken. Veel landen bieden nu remote werkvisa aan. Dit stelt werknemers in staat om naar het land te verhuizen en voor een bepaalde periode op afstand te werken voor een bedrijf in hun thuisland. 2. Contributies van de werkgever Belastingverdragen bevatten vaak bepalingen over sociale zekerheidsbijdragen (of het lokale equivalent), maar het is nog steeds belangrijk om dit te controleren voordat je een werknemer toestaat vanuit het buitenland te werken. Als je bedrijf gevestigd is in een Europees land, kan je de EU-richtlijnen bekijken over de werkgeverscontributies die je zal moeten betalen voor een werknemer die vanuit een andere lidstaat werkt. 3. Intellectuele eigendomsrechten Elk land heeft zijn eigen intellectuele eigendomsrechten en het is een goed idee om die te bekijken voordat je een werknemer naar het buitenland stuurt. De wet specificeert in elk land of intellectueel eigendom dat gecreëerd is door de werknemer automatisch eigendom is van de werknemer of van de werkgever. De veiligste optie is om een clausule toe te voegen aan het contract van je remote werknemers waarin staat dat intellectueel eigendom dat zij namens jou creëren eigendom is van jouw bedrijf. Onafhankelijke contractanten Onafhankelijke contractanten zijn zelf verantwoordelijk voor het betalen van hun belasting en sociale zekerheidsbijdragen, meestal in het land waar ze wonen en werken. Dit betekent dat het aantrekken van contractanten, in plaats van het aannemen van werknemers, een goede oplossing kan zijn om de verwarring rondom belasting voor remote werkers te vermijden. Let wel, of iemand telt als onafhankelijke contractant of werknemer ligt aan de natuur van het werk dat ze doen, niet aan het contract of een overeenkomst. Het onjuist classificeren van onafhankelijke contractanten is een risico en kan negatieve consequenties hebben voor je organisatie. Als je overweegt mensen aan te nemen als een onafhankelijke contractanten in plaats van als werknemers, is het belangrijk om te controleren of ze ook waar ze wonen echt tellen als onafhankelijke contractanten. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags belasting, Remote werken | Laat een reactie achter
Detacheerders boeken weer flinke omzetstijging, maar tarieven blijven achter Geplaatst 14 februari 2023 door ZiPredactie Dat stelt de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) bij de publicatie van de nieuwste cijfers van de MarktMonitor. Topjaar 2022 De omzet van detacheerders binnen het IT-vakgebied is met 20% sterk gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Ook Engineering (18%) en Financial (13%) laten dubbele groeicijfers zijn. De VvDN ziet het stijgende ziekteverzuim en personeelsgebrek als verklaring voor de groeiende omzet van detacheerders. Post-coronastress, virussen die toeslaan maar ook onderbezetting bij opdrachtgevers eisen hun tol. Gedetacheerden moeten verlichting bieden. Maar op een afdeling waar de werkdruk hoog is, kan het ook stressvol zijn voor de gedetacheerden, zo waarschuwt de branchevereniging. De Nederlandse detacheringsbranche heeft een topjaar achter de rug. De omzetstijging van 16% in het laatste kwartaal volgt op een omzetstijging van 17% in het derde, 20% in het tweede en 18% in het eerste kwartaal. Gemiddelde boekten detacheerders vorig jaar dus een omzetgroei van bijna 18%. Meer vast, ook meer leegloop Fred Boevé, bestuurslid VvDN, ziet de groei inmiddels wel wat afvlakken: ‘Ondanks de omzetgroei gaat het nu best spannend worden. We nemen nog steeds meer mensen in vaste dienst. Dat is dit kwartaal met 6% gestegen in vergelijking met een jaar eerder. Maar dit alles heeft ook een neveneffect. De periode zonder opdracht (de zogenaamde ‘leegloop’) stijgt omdat leden steeds vaker zelf specialisten meerdere maanden voordat een opdracht start al in dienst nemen. In die tussentijd ruimen zij tijd in om mensen op te leiden en te trainen in afwachting van de juiste opdracht. Hier staan echter geen inkomsten tegen over.” Stijging verkooptarieven ‘onvoldoende’ “Op zich kan dit nog worden opgevangen”, stelt Boevé. “Zij het wel dat de stijging van de verkooptarieven niet in de pas loopt met de sterk stijgende kosten.” De verkooptarieven stegen volgens de MarktMonitor met 6% ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit is echter onvoldoende. Boevé: ‘Het probleem van onze sector is dat wij vaak met grote organisaties zakendoen waarbij de afdeling Inkoop soms wel belangrijker lijkt dan de afdeling HR. Deze inkoopafdeling timmert contracten volledig dicht en ziet ‘personele inzet’ niet als een investering maar vooral als een kostenpost. Tussentijds herzien of aanpassen van overeenkomsten is bijna niet bespreekbaar. Terwijl onze salaris- en inkoopkosten enorm zijn gestegen. Natuurlijk is er sprake van ondernemingsrisico, maar wij kunnen niet blijven absorberen. We moeten dit bespreekbaar maken met onze opdrachtgevers.” Extra investeren in opleiding Personeelsbehoud op deze krappe arbeidsmarkt is cruciaal om te kunnen blijven groeien. Detacheerders lijken zich zeer bewust van het belang om personeel te blijven binden en boeien. Zij investeren namelijk fors in extra opleiding van personeel. In vergelijking met 2021 is er 18,5% meer uitgegeven aan opleidingen. In totaal werd er 4,2% van de loonsom uitgegeven aan opleidingen in 2022. Dit is aanzienlijk meer dan dat ‘reguliere’ organisaties doen. Detachering versus uitzenden Nederlandse detacheerders hebben met een gemiddelde omzetgroei van bijna 18% in 2022 een veel beter jaar achter de rug dan uitzenders die een zeer grillig jaar kenden. Volgens de ABU Marktmonitor is de omzet van uitzenders gemiddeld weliswaar gestegen in 2022 (+ 3%), maar het aantal uitzenduren is gedaald (-6%) ten opzichte van 2021. De Marktmonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) laat de algemene omzetontwikkeling in de branche zien. Maar nog interessanter voor individuele detacheerders is hoe zij zelf scoren ten opzichte van directe concurrenten. Daarvoor is de DeepDive ontwikkeld. Lees ook: De DeepDive van de VvDN: benchmarking voor detacheerders Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, VvDN MarktMonitor | Laat een reactie achter