Maandelijkse archieven: december 2022

Werkplatform Temper gaat debat aan over rol platformen in arbeidsmarkt van de toekomst

Temper is een snelgroeiend digitaal platform voor dagklussen dat freelancers verbindt met business cliënten in onder andere horeca, logistiek en retail. Wat het platform kenmerkt, is dat het vanaf dag één aansluiting probeert te vinden bij bestaande instituties om samen met hen op te trekken en van te leren. Het sloot een modelovereenkomst af met de belastingdienst en werkte in de begindagen samen met FNV Horeca. Gezamenlijk voerden zij enkele verbeteringen voor de werkenden door, tot FNV besloot de stekker uit de samenwerking te trekken. Samenwerken met een platform en tegelijkertijd rechtszaken voeren tegen platformen zag FNV blijkbaar niet zitten. Een samenwerking onder het mom van ‘we agree to disagree’, zoals de Belgische vakbond BTB doet in een samenwerking met Uber, was geen optie.

De meningen over het model van Temper, dat intussen wordt gebruikt door platformen als YoungOnes, Jobner, Horecabaas, Freely en MyShifts, zijn verdeeld. Dat er markt is voor een dergelijk platform is duidelijk: intussen vinden via het platform enkele tienduizenden freelancers hun dagklussen bij de enkele duizenden aangesloten bedrijven. De werkende is tevreden, heeft veel flexibiliteit, staat zelf aan het roer en kan een prima boterham verdienen. Ook de klanten zijn blij: een platform als Temper lijkt weinig last te hebben van de krappe arbeidsmarkt.

Concurrentie met uitzendsector

Intussen claimt de uitzendsector dat het platform oneerlijk concurreert op het gebied van arbeidsvoorwaarden: het werken via een freelanceplatform is voor zowel opdrachtgever als werkende financieel aantrekkelijker dan via een uitzendplatform. En hoewel een dergelijke flexibiliteit ook best (met wat kanttekeningen over enige schijnzekerheid voor de werkende) binnen een uitzendconstructie werkt, erkennen de uitzendplatformen die ik spreek dat de aankomende wijzigingen in het uitzendstatuut deze flexibiliteit een stuk lastiger zal maken. Tegelijkertijd start deze maand een rechtszaak waarin FNV het platform wil dwingen de werkenden (via een uitzendmodel) in dienst te nemen.

In een tijd dat partijen hun spotlight op jouw kwetsbaarheden zetten, is het niet verrassend dat je zelf een lichtje op de sterke kanten wilt richten. En dus organiseerde Temper het debat in De Balie.

Meer dan een WC-eend event

Op het podium waren naast BNR-presentator Thomas van Zijl ook Temper oprichter Niels Arntz aanwezig, voorzitter van de adviescommissie regulering werk Hans Borstlap en een freelancer die van het platform gebruik maakt. In de zaal zaten Temper-freelancers, vertegenwoordigers van andere (kluseconomie)platformen en andere geïnteresseerden.

Temper maakt het hiermee kinderlijk eenvoudig om ontzettend sceptisch te zijn over deze bijeenkomst. Georganiseerd en betaald door één organisatie, een behoorlijk eensgezind publiek en wel discussies over de arbeidsmarkt, maar weinig echte kritische zelfreflectie.

Maar laat ik ook eerlijk zijn: iedereen die hier een probleem mee heeft, had zich de moeite kunnen besparen om de trein naar Amsterdam te nemen. Bovenstaand was dan namelijk precies wat je had kunnen verwachten en iets dat iedereen (ook de vakbonden) doet. Ik was dan ook juist op zoek naar wat ik níet had kunnen verwachten. En gelukkig kwam ik niet met lege handen thuis.

Intellectuele luiheid

De grote naam op het podium was Hans Borstlap. Bekend geworden als voorzitter van zijn ‘commissie Borstlap’: de commissie regulering van werk. Een commissie die in 2020 het rapport ‘In wat voor land willen wij werken?’ uitbracht als leidraad en advies voor de arbeidsmarkt van morgen. De commissie van ‘flex minder flex en vast minder vast’ en ‘de 3 rijbanen van de arbeidsmarkt’.

Op zich is het opvallend dat Borstlap zich bezighoudt met werkplatformen. Ik weet nog dat ik in mijn analyse van het rapport schreef dat er zo weinig over platformen in stond, dat ze het er beter helemaal uit hadden kunnen laten. Maar dit debat gaat natuurlijk om meer dan alleen platformen, en dat is iets dat Borstlap als geen ander zal weten.

Wat mij opvalt is dat Borstlap in podcasts en interviews steeds stelliger en uitdagender begint te worden. Ik vermoed dat hij al snel doorhad dat zijn advies voor stakeholders om niet te ‘cherry picken’ al na een paar uur werd gegeneerd en dat het gewenste constructieve debat verre van constructief (laat staan: inclusief) is geworden. Dan is een scherpe toon de enige manier om het debat nog een beetje bij te sturen.

En die scherpe toon: die was er. Zo stipte hij tijdens het event het gebrek aan visie en daadkracht aan, benadrukte hij de niet-representatieve inrichting van de polder (al had hij hier ook geen antwoord op) en riep hij op tot een ambitieuze hervorming van de arbeidsmarkt. Wie wil dat alles hetzelfde blijft, beschuldigde hij van ‘intellectuele luiheid’.

Van rijbanen naar snelweg

Een wens die tijdens de avond veel voorbijkwam, was een contractonafhankelijk fundament voor de arbeidsmarkt: dezelfde voorwaarden en verplichtingen voor alle werkenden, ongeacht contractvorm. Dus geen aparte verzekeringen voor zzp’ers, maar een universeel (minimaal) fundament voor iedereen. Een idee dat al lang door Roos Wouters van de Werkvereniging wordt uitgesproken, maar dat ook steeds breder wordt gedragen.

Een wens die tijdens de avond veel voorbijkwam, was een contractonafhankelijk fundament voor de arbeidsmarkt: dezelfde voorwaarden en verplichtingen voor alle werkenden, ongeacht contractvorm

Zo presenteerde Hanneke Bennaars, voormalig lid van de Borstlap commissie, dit ook als optie tijdens het Reshaping Work congres dit jaar. Ook Hans Borstlap gaf aan een voorstander van een dergelijk model te zijn, wat de concurrentie op arbeidsvoorwaarden tussen de verschillende contractvormen zal verkleinen. Op de vraag wie dit zou moeten organiseren was hij duidelijk: de overheid.

Interessant was zijn reactie op de vraag waarom er dan nog 3 rijbanen (werknemers, uitzenden en zzp) moeten bestaan als de verschillen tussen de verschillende vormen minimaal zijn. Hij gaf aan dat hij ook niet wist of dat onderscheid er dan nog zo duidelijk zou moeten zijn.

Naar een breder debat over arbeidsmarkt

Het ziet ernaar uit dat we het de komende tijd vooral zullen moeten hebben van het plakken van pleisters. Zo hoor ik steeds vaker de wens voorbijkomen om een uitzondering te maken voor bijvoorbeeld jongeren en bijverdienen: een categorie die nog weinig met pensioen heeft en waaraan je vanwege de beperkte beschikbaarheid een maximum aan inkomsten kunt verbinden. Er zijn landen die hier al iets mee doen, al had ik even niet de tijd om dit verder uit te zoeken.

Op zich ben ik geen fan van pleisters plakken: als je er eentje plakt, dan laten er op een andere plek weer een aantal los. Intussen besef ik dat we bij het hervormen van de arbeidsmarkt niet over één nacht ijs kunnen gaan, en we soms ook wat praktisch met oplossingen zullen moeten zijn.

De wens van Borstlap van één snelweg en de analyse van ‘intellectuele luiheid’ onderschrijf ik volledig. Het is triest dat we al die jaren discussies voeren over juridische vakjes in plaats van over mensen. Over vakjes en voorwaarden waarvan we allemaal weten dat ze een stuk minder absoluut zijn als ze op papier lijken.

Om dit stuk af te sluiten: ik hoop dat Temper na deze eerste ‘veilige’ editie het de volgende keer aandurft om publiekelijk echt het debat aan te gaan. Waarbij ik ook de aanwezigen erop wijs dat het tijd is om voorbij het eigen gelijk en belang te kijken en samen te werken aan de arbeidsmarkt voor morgen. Dat moet toch lukken. Het is intussen bijna kerst 😉

Borstlap ziet uit naar de rechtszaak van FNV tegen Temper: volgens hem is dit de enige manier om naast duidelijkheid over dit soort vraagstukken ook de politiek in beweging te krijgen. Niels gaf onlangs in een NRC artikel over het platform een vergelijkbare quote: “Maar goed, laat de rechter dan maar uitmaken hoe het zit. Dit is ook ondernemerschap, hè? We gaan het aan.” Dat is volgens mij ook de enige juiste conclusie: we gaan het zien.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | 2s Reacties

Meer zzp’ers werken na hun pensioen door: 1 op de 10 zzp’ers is nu ouder dan 65 jaar

Van alle zzp’ers ‘eigen arbeid’ is 11,2% 65 jaar of ouder. In 2016 was dan nog maar 6,5%. Deze ouderen zijn de snelste groeiende groep zzp’ers, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze groep is sinds 2016 met bijna 140% gestegen. Naar verhouding komen er steeds meer vrouwelijke zzp’ers ouder dan 65 jaar bij.

Niet alleen zzp’ers ‘eigen arbeid’ vergrijzen. Ten opzichte van het derde kwartaal 2021 groeide het aantal zzp’ers van 65 jaar en ouder met 27% toe, terwijl het totaal aantal zelfstandigen zonder personeel met 17% toenam. Ook de groep 55-plussers groeide harder dan andere leeftijdsgroepen.

 

Meer zzp’ers van 65 jaar of ouder dan uitzendkrachten

Maandag houdt de vaste commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een rondetafelgesprek over werken na pensioen. Uit cijfers van de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) blijkt dat senioren steeds vaker aan de slag gaan als uitzendkracht. De uitzendbond wil dat de overheid meer doet om dat te stimuleren.

In 2021 werkte iets minder dan 20.000 personen van 65 jaar of ouder als uitzendkracht. Dat zijn er dus fors minder dan het aantal zzp’ers van 65 jaar of ouder (185.000).

Vergrijzing

De toename van het aantal oudere zzp’ers en uitzendkrachten komt deels door de vergrijzing van de bevolking, ook het aantal oudere werknemers in loondienst neemt toe. Toch is de zzp’er gemiddeld ouder dan de werknemer: de meerderheid van de zelfstandigen is momenteel tussen de 45 en 75 jaar. Onder werknemers is dit percentage 41%.

De groep oudere zzp’ers bestaat deels uit zzp’ers die doorwerken na hun pensioenleeftijd. Daarnaast begonnen 4.380 mensen in 2021 na hun 65ste als ondernemer, blijkt uit KVK-cijfers.

Man en hoogopgeleid

Oudere zzp’ers zijn relatief vaak man en hoger opgeleid. In 2021 had 50% van de 65- tot 75-jarigen een hbo- of wo-diploma. Zo’n 71% van de zzp’ers in deze leeftijdsgroep is man.

Er zijn allerlei redenen om door te werken als zzp’er na je pensioenleeftijd. Het kan noodzaak zijn omdat je niet voldoende pensioen hebt opgebouwd, maar er zijn ook veel zzp’ers die hun werk gewoon leuk vinden en nog niet klaar zijn om helemaal te stoppen.

Ook is het een manier om na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd nog een aantal uren door te blijven werken bij de werkgever, bijvoorbeeld als invalkracht. Het is de vraag of dat blijft kunnen als de regels rond inhuur van zzp’ers aangescherpt worden, zoals aangekondigd.

Zzp na de AOW, hoe zit dat financieel?

Doorwerken als zzp’er na je AOW-leeftijd kan financieel voordelig zijn. Je hoeft bijvoorbeeld niet meer bij te dragen aan de AOW en betaalt minder inkomstenbelasting. Bovendien hoef je je minder zorgen te maken over je opstartperiode, want je kunt terugvallen op AOW als bestaansminimum. Werken als zzp’er heeft geen invloed op de hoogte van die uitkering.

Er zijn ook wat nadelen. Zo mag je geen lijfrentepremie of storting in de oudedagsreserve meer aftrekken van de inkomstenbelasting. Daarnaast gelden aftrekposten als de zelfstandigenaftrek en startersaftrek nog maar voor 50%.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter

Wat de koning heeft geleerd over de toekomst van werk

Hoe bereiden we Nederland voor op de toekomst van werk? Dat thema stond centraal tijdens een symposium op het Koninklijk Paleis Amsterdam. Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix luisterden naar de visie van vooraanstaande internationale sprekers op de toekomstige arbeidsmarkt.

De Britse professor Lynda Gratton besprak het perspectief van de werknemer en de Amerikaanse HRTech-goeroe Josh Bersin deelde zijn inzichten uit het bedrijfsleven. Tot slot deelde SER-voorzitter Kim Putters zijn visie op wat de ontwikkelingen betekenen voor Nederland.

Vier trends die zeker invloed hebben

“De toekomst van werk gaat over de toekomst van mensen”, zei professor Lynda Gratton (London Business School), bekend van boeken als De werkrevolutie, Hot spots en The 100 Year Life.

Zij benadrukte dat de toekomst onvoorspelbaar is, maar dat vier trends zeker invloed hebben:

  1. Mensen leven langer en we krijgen minder kinderen, dus de populatie krimpt en arbeidsmarktkrapte neemt toe. Althans, in landen zoals Nederland, Groot-Brittannië en Japan. In bijvoorbeeld Nigeria en Egypte groeit de populatie en neemt werkloosheid toe. Gratton: “Daar liggen kansen, de jongeren daar willen dolgraag aan de slag.”
  2. Machines nemen werk van ons over, maar niet alles is te automatiseren. Taken waarvoor empathie en creativiteit nodig zijn, blijven mensenwerk. “Het is daarbij belangrijk om ons brein voldoende rust te geven. Creatief en empathisch zijn kost meer moeite als je te veel stress of te weinig slaap hebt.”
  3. Om- en bijscholing zijn essentieel. “De meeste overheden falen op dit gebied. Ze moeten echt meer doen om de ontwikkeling van mensen te stimuleren.”
  4. Gezinnen zien er anders uit dan vroeger. In steeds meer families hebben beide ouders een volwaardige carrière. Dat biedt meer kansen, maar geeft ook meer stress. Zeker in gezinnen met jonge kinderen.

Levensfases lopen door elkaar heen

Wat betekent dit? Ten eerste verandert onze levensloop omdat we nu eenmaal ouder worden, zei Gratton. “Voor mensen van mijn generatie waren levensfases leeftijdsgebonden: je ging naar school, je werkte, je ging met pensioen”, zegt ze. “Voor de jonge generatie lopen die fases vaker door elkaar heen. Jongeren realiseren zich dat zij lang moeten doorwerken en maken andere keuzes. Tijdens hun carrière gaan ze een jaar op wereldreis, worden ondernemer of gaan terug naar school. Ze gooien vaker het roer om.”

In de toekomst is het noodzakelijk jezelf steeds opnieuw uit te vinden, zei ze. Om langer door te werken, moeten we onze kennis en vaardigheden (skills) blijven ontwikkelen. Daarnaast is het belangrijk om gezond te blijven en aandacht te hebben voor vriendschap.

‘Vriendschap is essentieel in de toekomst van werk’

“Het belang van vriendschap is onderbelicht”, zei de professor. “Eenzaamheid is desastreus voor levensgeluk en gemeenschapszin draagt bij aan werkplezier. Uit studies blijkt ook dat wie samenwerkt met een goede vriend, vaak langer bij dezelfde werkgever blijft. Ontwikkelingen zoals werken op afstand en wisselende carrières maken het lastiger om relaties op te bouwen.”

Vriendschap en rechtvaardigheid zouden de uitgangspunten moeten zijn van de toekomst van de arbeidsmarkt, besluit de professor. “En het is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Burgers, bedrijfsleven en overheid moeten samenwerken om een leven lang leren en werken mogelijk te maken voor iedereen.”

Bedrijfsleven: focus op bijscholing, diversiteit en welzijn

Welke rol het bedrijfsleven speelt, dat besprak Josh Bersin. Hij is één van de meest vooraanstaande HRTech-goeroes. Als consultant bij grote bedrijven ziet hij de problemen die de toekomst van werk met zich meebrengt in de praktijk. Hij noemt drie uitdagingen en mogelijke oplossingen.

  1. Digitale revolutie

Organisaties veranderen drastisch door digitale ontwikkelingen. Zo zijn bijvoorbeeld banken steeds meer bezig met IT en moet de autobranche aan de slag met batterijen. Om succesvol te zijn, hebben zij werknemers met de juiste kennis en vaardigheden nodig.

“Uit onderzoek blijkt dat elke revolutie leidt tot betere banen”, zei Bersin. “Technologische innovatie leidt tot nu toe over het algemeen tot interessanter, beter betaald werk. Als je de ontwikkelingen tenminste kunt bijbenen.”

  1. Vaardigheden

“Voor grote bedrijven is opleiding momenteel de grootste uitdaging”, zei Bersin. “Hoe kunnen zij hun personeel bijscholen binnen de organisatie? Ik zie dat corporates bijvoorbeeld eigen academies oprichten. Dat is een mooie ontwikkeling die we moeten ondersteunen.”

Hij noemt ook bedrijven zoals supermarktketen Walmart en telecommunicatieconcern AT&T die herscholing stimuleren voor werknemers met een baan die misschien binnenkort geautomatiseerd wordt.”

Hoewel ondernemers een belangrijke rol spelen in opleiding, kunnen zij het niet alleen. Bersin benadrukte dat ze steun nodig hebben van overheden en opleidingsinstituten.

  1. Hybride werk

Sinds de coronacrisis werken veel meer mensen op afstand. Ook zijn in Amerika meer mensen dan ooit van baan veranderd. Bersin: “Dat is eenvoudiger dan ooit. Je hoeft haast alleen je mailadres aan te passen.”

Ook zijn er meer mensen die banen combineren. Dit alles laat zien dat er behoefte is aan flexibiliteit, zei Bersin. “Daar kun je als organisatie op inspelen met interne mobiliteit. Techbedrijf Microsoft stimuleert werknemers bijvoorbeeld op meerdere plekken in de organisatie te werken, voordat zij promotie krijgen. Dit is een goede manier om mensen aan je te binden en tegelijkertijd hun skills te ontwikkelen.”

  1. Diversiteit

“Uit iedere studie blijkt dat diverse teams beter presteren”, benadrukte Bersin. “Diversiteit is de toekomst van werk, weten ondernemers. Toch zijn de meeste organisaties niet inclusief. Vaak delegeren ze het aan HR, terwijl het iets zou zijn waar de hele organisatie zich mee bezighoudt.”

  1. Welzijn

Volgens Bersin kan 70 tot 80% van de medewerkers niet meer doen voor het bedrijf dan zij al doen. Mensen kunnen niet harder werken, maar organisaties vragen dat wel van ze. “Je kunt als directie niet tegen HR zeggen: geef die mensen maar meer vakantiedagen, zodat ze harder gaan werken”, zei Bersin. “Dat werkt gewoon niet, mensen kunnen niet meer.”

Volgens de HR-expert moeten we banen op een andere manier vormgeven. Een baan moet passen bij de werknemer en zo ingericht zijn, dat hij het werk gezond en met plezier kan uitvoeren. Bersin: “Bedrijven die nu het best presteren, hebben de meest tevreden medewerkers. Dat is geen toeval.”

Kim Putters (SER): ‘Werk als kernelement van een nieuw sociaal contract’

Tot slot sprak professor Kim Putters, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en hoogleraar Brede Welvaart aan de Universiteit van Tilburg. Net zoals de voorgaande sprekers, had hij het over het belang van samenwerking tussen burgers, bedrijfsleven en overheid.

“Ons huidige sociale contract geeft te weinig perspectief en is aan vernieuwing toe”, zei Putters. Hij herhaalde zijn standpunt uit zijn essay De menselijke staat. Burgerperspectief als voorwaarde voor een toekomstbestendig sociaal contract.

Met een ‘sociaal contract’ bedoelt hij ‘het geheel aan geschreven en ongeschreven regels die een samenleving ordenen. Rechten, plichten en consensus over de wederzijdse verwachtingen van burgers en overheden. Met basisnormen van rechtvaardigheid, representatie en fatsoen’.

‘Er is solidariteit nodig voor toekomstbestendig werk’

“We moeten ons veel sneller aanpassen aan de toekomst van werk dan we nu doen”, zei Putters tijdens het symposium. “We hebben weliswaar weinig werkloosheid, maar veel onzekere en flexibele banen. Mensen met een beperking, migranten en vrouwen hebben minder kansen en zekerheden. We moeten aan de slag om te zorgen voor welvaart voor ons allemaal.”

Een nieuw sociaal contract heeft toekomstig werk als kernelement, concludeerde Putters. “Onze uitdaging is zorgen dat niemand achterblijft. Het vraagt moed om bepaalde groepen voorrang te geven. Er is solidariteit nodig voor toekomstbestendig werk dat te combineren is met zorg en een leven lang leren.”

Tot slot riep hij bedrijven op tot duurzaam en inclusief ondernemerschap. Van de overheid vraagt hij een langetermijnvisie op de economie en samenleving. “We moeten dit samen doen.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter

Ministerraad akkoord met wetsvoorstel verplichte certificering voor uitzendbureaus. Meer bekend over uitvoering en planning

De ministerraad stemt in met het wetsvoorstel van minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voor een verplichte certificering voor uitzendbureaus. In een persbericht maken de ministers vandaag meer bekend over de planning en uitvoering van die nieuwe wet.

Anders dan dat de naam doet vermoeden, geldt de certificeringsplicht niet alleen voor uitzendbureaus. Hij is straks van toepassing op alle bedrijven die in Nederland aan terbeschikkingstelling van arbeid doen zoals beschreven in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi).

Tijdspad bekend

Het wetsvoorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State en in het voorjaar van 2023 naar de Tweede Kamer. In 2024 moeten alle uitzendbureaus een certificaat aanvragen. Het liefst voor 1 augustus 2024, vijf maanden voordat de nieuwe wet ingaat. Op 1 januari 2025 begint de Arbeidsinspectie namelijk met handhaven. De datum is nog wel onder voorbehoud van de parlementaire behandeling en de uitvoering, staat in het persbericht.

Er komt een nieuwe organisatie die de certificaten zal uitgeven. Die instantie wordt in 2023 opgericht en moet in de zomer van 2024 operationeel zijn. In een beslisnota aan de minister noemden adviseurs deze datum al ‘een ambitieus streven’. In den nota staat: “Haalbaarheid is niet gegarandeerd en de planning laat geen ruimte voor tegenvallers”.

Zo snel mogelijk

Minister Van Gennip maakt haast met deze certificeringsplicht om malafide uitzendbureaus aan te pakken. “Te veel arbeidsmigranten in Nederland werken onder omstandigheden die Nederland onwaardig zijn”, schrijft de minister. “Mensen die hier komen werken hebben recht op fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden.”

Het doel van de wet is dat uitzendbureaus al hun werknemers onder goede werk- en woonomstandigheden laten werken. Dit verplichte certificeringsstelsel is een van de belangrijkste aanbevelingen van het Aanjaagteam Arbeidsmigranten (commissie Roemer).

Overgangsrecht voor snelle aanvragers

Er een overgangsrecht om te zorgen dat uitzendbureaus zo snel mogelijk een aanvraag doen . Als een uitlener voor 1 augustus een aanvraag heeft gedaan maar de certificerende instelling heeft nog geen besluit genomen op 1 januari 2025, dan krijgt hij geen boete. Hij mag blijven uitlenen tot hij meer hoort van de instantie.

Verder breidt de minister de Arbeidsinspectie uit om de certificeringsplicht te handhaven. Als alles volgens plan verloopt, krijgen uitzendbureaus vanaf 1 januari 2025 een boete als zij zonder certificaten arbeidskrachten ter beschikking stellen. Ook als ondernemers die uitzendkrachten inlenen van niet-gecertificeerde bureaus kunnen een boete krijgen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

De zelfstandig interim overheidsmanager is verzekerd van werk

De jaarlijkse Interim Index van Schaekel & Partners laat een opmerkelijke ontwikkeling zien: de overheid huurt makkelijk interim-managers in. De zelfstandig interim overheidsmanager is verzekerd van werk.

In dit marktsegment is 93 procent van de respondenten aan de slag en 58 procent van hen verwacht een verdere stijging van de vraag.


Daarnaast geeft 32 procent van de respondenten aan al na één gesprek te kunnen starten in een opdracht.

Niet op de payroll

Ook de zijn tarieven gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Een op de drie tijdelijke managers wordt aangetrokken omdat de vaste invulling voor de positie (nog) niet is gelukt. “Klaarblijkelijk zijn dit soort managementposities steeds moeilijker in te vullen door mensen die bereid zijn op de payroll te komen,” zeggen de onderzoekers, Piet Hein de Sonnaville en Marleijn de Groot. Het grootste deel van de onderzochte doelgroep geeft dit ook aan, want 62 procent wil zelfstandig blijven.

Enorme kostenpost

“Hiermee ontstaat een trend die zichzelf versterkt. Wat ons betreft, is dit geen goede ontwikkeling. Het zou helpen arbeidsvoorwaarden te verbeteren, maar de repercussie van dit effect betekent een enorme kostenpost, waarbij het maar de vraag is of dit effect langdurig stand zal houden. Effectiever is het om wervingstrajecten te versnellen, minder stakeholders erbij te betrekken en flexibeler om te gaan met uitzonderingen ten opzichte van het gewenste profiel”, aldus de onderzoekers.

Effectiever is het om wervingstrajecten te versnellen, minder stakeholders erbij te betrekken en flexibeler om te gaan met uitzonderingen ten opzichte van het gewenste profiel

Tijdelijke manager aantrekken is automatisme

Kern is de vraag over de directe invulling van de vacature: is het echt noodzakelijk deze in te vullen door een tijdelijke manager? Een grondige afweging, in termen van kosten en baten, dient daarbij plaats te vinden. “Vaak gebeurt dit, zo is onze ervaring, te weinig”, aldus de onderzoekers. Het lijkt bijna een automatisme te worden bij managers die hun vertrek aankondigen: het wervingstraject duurt te lang, dan maar een tijdelijke manager aantrekken….

Effecten recessie

Een andere opvallende uitkomst van het onderzoek is dat er nauwelijks effecten van een recessie zichtbaar zijn bij de respondenten. Terwijl die bij deze specifieke doelgroep (zzp’ers met de hoogste tarieven) wel verwacht zouden worden. Echter, 53 procent van de respondenten verwacht dat de tarieven verder zullen stijgen. Het afgelopen jaar is 68 procent meer dan voorheen benaderd voor nieuwe opdrachten.

Nog een ander opvallend punt: de belangrijkste reden om vanuit huis te werken. Het overgrote deel geeft aan dit te doen om reistijd te verminderen. Slechts 1 procent geeft aan dat milieu-afwegingen een rol spelen.

De jonge interim-manager

Jonge managers besteden meer tijd aan acquisitie dan de oudere. Niet onlogisch, stelt De Sonnaville. “Netwerk, reputatie en vakmanschap zijn dikwijls minder ontwikkeld ten opzichte van de oudere manager. Bijkomend effect is dat leegloop tussen de opdrachten minder is bij jongeren dan bij ouderen.”

Opvallend is de grote mate van flexibiliteit die zelfstandigheid met zich meebrengt, waarbij met name de jongere managers dit vertalen in meer thuis werken en minder declarabele uren maken. Per saldo vertaalt  zich dit in een grote mate van tevredenheid over het bestaan als zelfstandige, waarbij het overgrote deel van juist de jongere managers aangeeft niet in te gaan op een aanbod om in vaste dienst te komen.


Marktonderzoek met Interim Index

Wervings- en bemiddelingsbureau Schaekel & Partners volgt de arbeidsmarkt voor tijdelijk en vast management op de voet. Vanaf 2008 voert het bureau jaarlijks onderzoek uit via de Interim Index, onderzoek onder hoogopgeleide interim-managers. Aanleiding voor het onderzoek was destijds – in 2008 – de economische crisis en de gevolgen hiervan voor de arbeidsmarkt, meer specifiek voor de markt voor flexibele arbeid. Met alle data die uit de onderzoeken komen, kunnen zij trends aanwijzen en verwachtingen duiden voor het segment interim-management.


 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Schuivende kaders in het denken over de arbeidsmarkt van morgen

Wie zijn tijd en aandacht verdeelt over de Haagse vierkante kilometers van politiek en polder en de wereld van de praktijk daarbuiten, ontkomt niet aan het idee te moeten schakelen tussen twee parallelle werelden. Althans dat geldt voor mij. Na twee dagen volgen van het Kamerdebat over de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, was het vorige week een verademing om aanwezig te zijn bij het congres ‘De Arbeidsmarkt van Morgen’ van de NBBU.

De makers van het programma, dat al een aantal jaren loopt, weten steeds weer een reeks sprekers op het podium te krijgen waarvan je vooraf denkt: “wat moeten die met elkaar?” Om dan aan het einde van de sessie te concluderen dat drie totaal verschillende perspectieven op een wonderlijke manier toch bij elkaar komen.

De verschillende perspectieven en schuivende kaders zijn hard nodig om het debat over de arbeidsmarkt nu eens echt te laten gaan over wat er nodig is voor ‘morgen’, in plaats van de focus te leggen op welke pleisters er geplakt moeten worden op de incidenten van gisteren, de favoriete hobby van de politiek.

Een nieuwe taal voor een nieuw bewustzijn

Het is heel onhandig om niet de taal van de toekomst te spreken als je het wil hebben over de arbeidsmarkt van morgen. Het beperkt je ontzettend in je bewustzijn en in je denken, aldus Victor Broers. Broers, publiek denker, schrijver ‘boardroom’ consultant en voormalig adviseur bij het Ministerie van Financiën, introduceerde daarom een wolk aan nieuwe termen waar zelfs de veelgehypte nieuwe AI-tool ChatGPT nog niet mee uit de voeten kan.

Termen als het symbioceen (het tijdperk waarin we leren samenleven met de aarde zonder deze uit te putten), holosofie (wijsheid waarin het geheel altijd het uitgangspunt is), narrosofie (de studie van onze verhalen en hoe zij ons denken en doen beïnvloeden), de circulerende samenleving, compassionisme en het cosmo-erotic humanisme.

Geen nieuw denken zonder nieuwe termen, dus.

Vroeger was alles beter

Hans Hoogervorst, onder andere oud-Kamerlid en voormalig minister van Financiën, was gecast voor de rol van ‘grumpy old man’. Een rol die hij met glans vervulde.

Vroeger (Minister Zalm, FED-voorzitter Paul Volcker, de gulden) was alles beter. De mensen en instrumenten van nu (Minister Kaag, de FED/ECB, de euro) nemen veel te veel risico’s (schulden, inflatie). We gaan volgens Hoogervorst – waarschijnlijk via een harde klap – ervaren dat het huidige tijdperk, waarin geld gratis lijkt te zijn, ten einde komt.

De (arbeids)markt van morgen vraagt wat de klassieke liberaal Hoogervorst betreft om een terugkeer naar monetaire en budgettaire prudentie (‘De euro is mislukt, we moeten terug naar een eigen munt’), een politiek stabiel bestel (‘een kiesdrempel naar Duits model’) en de arbeidsmarkt moet niet dichtgeregeld worden (‘het grote verschil in economische groei tussen Nederland en probleemlanden als Italië en Frankrijk, komt doordat onze arbeidsmarkt veel flexibeler is).

Focus op wat impact heeft

Het contrast met Babette Porcelijn kon niet groter. Porcelijn is van de school ‘het kan wel’. Ze is er ook van overtuigd dat de wereld veranderen bij jezelf begint en niet bij het wijzen naar anderen. Het bracht haar tot het schrijven van het boek Het Happy 2050 Scenario. Een verhaal dat knettert van het positivisme, en tegelijk de urgentie van verandering richting een duurzame economie zo duidelijk maakt, dat het verhaal van Hoogervorst er bleek bij afsteekt.

De relatie van haar verhaal met de arbeidsmarkt is duidelijk. Om te beginnen het denken in ketens. Goed werkgeverschap, eerlijke beloning, ESG-doelstellingen rond HR stellen niets voor als je dat niet ook doorvertaalt naar je leveranciers van onder andere flex en inhuur.

Een tweede inzicht uit haar verhaal was minstens zo relevant: de verborgen impact. Zo is er heel veel aandacht, en dus wet- en regelgeving, over ‘afval’. Een onderwerp dat lekker in de markt ligt: ‘niemand houdt van afval, het stinkt, je hebt er niets aan’. Maar een heel simpele handeling – bijvoorbeeld je iPhone gewoon blijven gebruiken tot die het niet meer doet, in plaats van elk jaar een nieuwe te kopen – heeft oneindig veel meer impact. In plaats van dat het geld kost (wetgeving en handhaving is duur) levert het uitstellen van kopen de particulier ook veel geld op.

Echte impact of pleisters plakken

Zo komen we terug bij de politiek.

De misstanden rond arbeidsmigranten (uitbuiting, onderbetaling, gedwongen huisvesting in erbarmelijke omstandigheden) en de rol van uitzenders was voor Kamerleden een van de belangrijkste onderwerpen van het debat over de begroting SZW.

Elke misstand is er één te veel. En ja, er zitten tussen de 15.000 arbeidsbemiddelaars natuurlijk rotte appels.

Toch is het ook relevant om te weten dat Arbeidsinspectie in de periode 2020 en 2021 bij 72 slachtoffers aanwijzing voor mensenhandel vaststelde. Er in 2020 en 2021 tien strafrechtelijke onderzoeken rond arbeidsuitbuiting zijn afgerond, ze hadden betrekking op 26 slachtoffers en negentien daders. Er waren in 2020 en 2021 in totaal 235 werkenden betrokken bij een situatie van ernstige benadeling. Ja, dat is een topje van de ijsberg. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) schatte het aantal slachtoffers van arbeidsuitbuiting in 2019 op zo’n 2.000 personen. Op een beroepsbevolking van 9,9 miljoen en een ‘onbenut arbeidspotentieel’ van 1,2 miljoen. Het rapport maakt overigens niet duidelijk in hoeverre die 2.000 mensen werken via een uitzender.

We willen niet in een land wonen waar 2.000 mensen worden uitgebuit. Daar is geen discussie over. Dus natuurlijk is het belangrijk dat we daar aandacht aan besteden.

Maar je kunt je wel afvragen of het invoeren van een certificeringsstelsel voor de hele markt van uitzenders en detacheerders qua maatvoering en impact de juiste maatregel is. Het klinkt daadkrachtig, het is heel tastbaar. Maar we weten ook dat het een hele boel rompslomp is voor bedrijven die totaal niets met deze problematiek van doen hebben. Bijvoorbeeld omdat ze goedbetaalde, hoogopgeleide, Nederlandse professionals in vaste loondienst hebben, om die vervolgens te detacheren. De maatregel is duur, vraagt menskracht bij de bureaus en levert een karrenvracht aan werk op bij adviseurs en certificeringsinstellingen. Dat in de wetenschap dat echte boeven onder de werkgevers of bemiddelaars zich niets van certificeringen aantrekken. En dat de handhavingscapaciteit flink te wensen over laat.

Het leidt ook af van de echte discussies en de echte impact. De huidige negatieve effecten van arbeidsmigratie hebben meer te maken met de woningmarkt dan met arbeidsmarktregulering.

Een andere grote vraag (die de politiek niet stelt, laat staan beantwoordt): waarom houden we hier als consument economische activiteiten in stand die blijkbaar alleen maar rendabel zijn door het inzetten van te goedkope arbeidsmigranten. Alle wet- en regelgeving ten spijt, zolang wij als consument een te lage prijs willen betalen voor een product of dienst, gaat er ergens in de keten iets mis.

Het zijn niet haar woorden, maar het past wel in de lijn van het verhaal van Porcelijn: Stop – om maar een voorbeeld te noemen – met eten van asperges zolang die alleen maar geoogst kunnen worden door arbeidsmigranten die onder te slechte omstandigheden hun werk moeten doen. Dat heeft een stuk meer impact en is een stuk eenvoudiger om zo misstanden in de land- en tuinbouw tegen te gaan.

  • Lees meer over de historie van de congresserie ‘Arbeidsmarkt van Morgen’ op deze themapagina van de NBBU.
Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 2s Reacties