Maandelijkse archieven: september 2020

Nader toegelicht: meldingsplicht ZZP’ers en niet EU/EER/CH-burgers

Werkgevers of meldingsplichtige zelfstandigen uit de Europese Unie, een ander land binnen de Europese Economische Ruimte (EER), of Zwitserland, die een tijdelijke opdracht in Nederland vervullen voor uw organisatie, hebben per 1 maart 2020 een zogenoemde meldingsplicht. Zij worden dan aangemerkt als dienstverrichter en uw onderneming als dienstontvanger. Voor beiden gelden nieuwe regels. De dienstverrichter heeft een meldingsplicht, de dienstontvanger een controleplicht. Hierna gaan wij in op wat dit precies inhoudt.

Voor een nieuwe inzet in Nederland is de dienstverrichter verplicht om een melding te doen bij het SVB-loket: Posted Workers. Dus ongeacht de nationaliteit de werknemer van uw buitenlandse leverancier of de vraag of het EU/EER of niet-EU/EER betreft. In enkele gevallen gelden er uitzonderingen voor de meldingsplicht. Deze meldplicht van de leverancier dient voor aanvang van het werk in Nederland en volledig te worden gedaan. O.a. de eigen bedrijfsgegevens, de ID-gegevens, A1-verklaring van de ingezette werknemers, de sector en de naam opdrachtgever en plaats van werkzaamheden moeten gemeld worden.

Naast de meldingsplicht heeft de dienstverrichter de verplichting om een contactpersoon op te geven die ter plaatse in Nederland beschikt over aanvullende gegevens zoals loonstroken, contracten, urenregistratie en betaalbewijzen van het loon.

Controleplicht

De dienstontvanger in Nederland heeft een controleplicht. Als dienstontvanger moet u controleren of er gemeld is en of de melding juist is. De melding van de dienstverrichter kunt u vrij eenvoudig inzien en controleren. Hierop kunt u de gegevens van de zelfstandige of het bedrijf en de werknemers die voor u komen werken zien, het adres van de werkplek, een beschrijving van de werkzaamheden en hoe lang deze duren. Indien de gegevens niet kloppen, kunt u dit melden. Als de gegevens wel allemaal kloppen, dan kunt u dat bevestigen en daarmee voldoet u dan aan uw controleplicht.

De meld- en controleplicht worden in principe per medewerker gedaan en is geldig voor de opgegeven periode.

Inzicht vanuit instanties

Samen met de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW) direct inzage in alle meldingen en kan bestuursrechtelijke sancties opleggen. Er zijn boetes verbonden aan het niet tijdig melden of controleren en/of het niet juist opgeven van data via het portaal Posted Workers. Echter, voor de periode vanaf 01-03-2020 t/m 31-08-2020 is er een overgangsperiode, waarbinnen in principe geen boetes opgelegd worden.

Het is op dit moment nog niet duidelijk of deze termijn wordt verlengd als gevolg van de coronacrisis. U bent verplicht om, samen met uw samenwerkingspartner, ervoor zorg te dragen dat u aan de regels voldoet. Dit in ieder geval voordat de boetevrije periode erop zit, zodat u het risico op bestuursrechtelijke sancties kunt voorkomen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan ook gegevens opvragen uit het meldloket. Bijvoorbeeld als een persoon een woon- en tewerkstellingsvergunning nodig heeft. Sociale partners kunnen eveneens gegevens opvragen uit het meldloket. Zij kunnen dan (gerechtelijke) procedures starten om naleving van cao-bepalingen af te dwingen. Dit betekent dat deze instanties direct in actie kunnen komen en dus (rechts)maatregelen kunnen nemen.

Ketenbemiddeling

Complicaties ontstaan wanneer u als opdrachtgever als eerste schakel in de keten in Nederland samenwerkt met een buitenlandse leverancier, waarbij deze werknemers vervolgens weer werken bij uw (eind)opdrachtgever in Nederland. Dit is het geval bij sub-contracting en bij in/doorleen van medewerkers. In deze gevallen zijn er meerdere dienstontvangers in Nederland.

Deze complexiteit speelt ook wanneer uw buitenlandse leverancier zelf al gebruik maakt van een leverancier (subcontractor of een uitzendbureau). In dat geval wordt uw leverancier de eerste dienstontvanger en bent u de tweede dienstontvanger in de keten.

Momenteel is het SVB nog druk met het in kaart brengen van deze verschillende keten-situaties en de instructies die behoren bij de juiste uitvoering van de meldplicht en controleplicht hiertoe. De praktijk wijst vooralsnog uit dat op dit moment de dienstverrichter niet twee partijen in Nederland als dienstontvanger in het systeem kan opgeven. Hierover volgt hopelijk de komende maanden meer duidelijkheid.

Meldplicht voor ZZP’ers

Zoals reeds aangegeven kunnen ook ZZP’ers gevestigd met hun onderneming buiten Nederland verplicht zijn te voldoen aan de meldingsplicht als zij werk aannemen en verrichten in Nederland in specifieke sectoren: bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij, land- en tuinbouw. Er gelden extra regels voor de transportsector.

Notificatieplicht UWV vervallen

Voor werknemers van een buitenlandse werkgever die in Nederland tijdelijk komen werken en die niet beschikken over een EU/EER/CH-nationaliteit (derdelanders), gold dat zij tot 01-03-2020 een notificatieplicht hadden bij het UWV. De nieuwe meldplicht vervangt de notificatie bij UWV. Let op, illegale arbeid kan risico’s met zich meebrengen voor uw organisatie alsmede voor iedere schakel in de keten. Bestuursrechtelijke sancties, waaronder hoge boetes, kunnen worden opgelegd aan u en iedere schakel in de keten. Naast vermelding op de lijst van ‘Naming and Shaming’, hetgeen imagoschade kan opleveren.

Let op: voor derdelanders geldt dat zij maximaal 90 dagen binnen een periode van 6 maanden in Nederland mogen verblijven wanneer zij door een in het buitenland gevestigde werkgever naar Nederland worden gedetacheerd. Is van te voren of gedurende het werken in Nederland duidelijk dat deze 90 dagen termijn overschreden zal worden, dan dient een verblijfsvergunning bij de IND aangevraagd te worden. E.e.a. is geregeld in de Vreemdelingen Circulaire (VC) 2000. Ook de Nederlandse inlener kan een boete krijgen bij overtreding i.v.m. de Wet Arbeid Vreemdelingen.

Belangrijk voor de praktijk

Voor uw bedrijfsvoering is het belangrijk dat u:

  1. schriftelijke afspraken maakt met uw leveranciers over de meldingsplicht en wie aansprakelijk is als er niet (tijdig) wordt voldaan aan wettelijke verplichtingen geldend in Nederland, waaronder de meldingsplicht. Denk ook aan de vastlegging van correcte beloning alsmede het beschikken over een woon-en werkvergunning om in Nederland arbeid te mogen verrichten en de Waadi-registratie van de uitlener.
  2. werk zoveel als mogelijk met NEN– en/of PayOk– gecertificeerde bedrijven.
  3. een methode heeft waarmee u de echtheid van paspoorten en identiteitsbewijzen zelf controleert.Helaas zijn valse documenten nog steeds in omloop. Controleer daarom altijd het originele documenten van de werknemers ten overstaan van de personen voordat het werk voor of via uw onderneming start.
  4. uw leveranciers zo nodig informeert over de gelende regels, eventueel onder verwijzing naar openbare gegevens.
  5. ervoor zorgt dat er geen personen voor u werkzaam zijn als niet wordt voldaan aan de meldingsplicht en controleplicht. Door het meld- en controleplicht systeem van Posted Workers is inzichtelijk welke melding, wanneer, door wie, is gemaakt en gecontroleerd.
  6. van tijd tot tijd, bijvoorbeeld eens per jaar, controles uitvoert of alles verloopt conform afspraken en wet- en regelgeving en of bijsturing nodig is.

Kortom, u kunt met een gerust hart samenwerken met buitenlandse samenwerkingspartners, mits u weet welke regels gelden. Samen met uw samenwerkingspartners zorgt u ervoor dat regels worden nageleefd. Heeft u hulp hierbij nodig of heeft u anderszins vragen, neem dan gerust contact met ons op. We denken graag met u mee en kunnen zo samen een heleboel problemen voor u en uw samenwerkingspartners voorkomen.

Auteurs: Hendarin Mouselli (VRF Advocaten) en Maarten de Jong (Bureau Cicero)

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , | Laat een reactie achter

SP over arbeidsmarkt en zzp: “We willen de economie menselijker maken”

Meer zekerheden voor zzp’ers, meer ruimte voor lokale ondernemers om kans te maken bij aanbestedingen en een einde maken aan onzekere arbeidscontracten. Dat zijn een aantal punten in het conceptverkiezingsprogramma van de SP. In ‘Stel een daad’ lezen we dat de SP de economie menselijker wil maken “door de macht van de aandeelhouders te beperken en de werknemers meer zeggenschap te geven in de bedrijven.”

De SP wil dat “zzp’ers en ook overige werknemers met een onzeker contract” meer zekerheid krijgen. “Voor zzp’ers verbeteren we de sociale zekerheid, onder meer door recht op een goed pensioen en een collectieve verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. We stoppen met de uitbuiting van werknemers door een einde te maken aan onzekere arbeidscontracten.” De SP wil dat “mensen die gelijk werk doen ook gelijke rechten (hebben)”.

Via het invoeren van (tijdelijke) werkvergunningen wil de SP voorkomen dat “banen tegen lage lonen worden weggeconcurreerd en werknemers worden uitgebuit.” De tijdelijke werkvergunningen zijn een juiste stap naar een beter gereguleerde arbeidsmarkt, aldus de SP.

Voorkomen moet worden dat mensen “gedwongen als zelfstandige aan de slag moeten, zoals in de bouw, de zorg of de platformeconomie (Uber, Deliveroo, etc.)”, zo vindt de SP. Op welke manier de partij dat voor elkaar wil krijgen, wordt niet uitgewerkt.

Mkb

Een gelijkere behandeling van werknemers en zzp’ers sluit aan bij de adviezen van de Commissie Borstlap. Over het andere deel van die adviezen, namelijk het aantrekkelijker maken voor werkgevers om personeel in dienst te nemen en het flexibeler maken van het vaste contract, lezen we weinig terug in het verkiezingsprogramma. Het enige punt dat de partij benoemt is het eerlijker verdelen van de lasten van ziek personeel bij midden- en kleinbedrijven (mkb), zonder dat dat ten koste gaat van de rechten van de werknemers.

“We steunen het midden- en kleinbedrijf (mkb), dat zo belangrijk is voor ons werk en onze economie” schrijft de SP. “Lokale ondernemers krijgen hulp, onder meer door aanbestedingen voortaan ‘mkb-vriendelijk’ te maken’.” Verder lezen we dat de SP garandeert dat bij opdrachten van de overheid grote bedrijven geen voorkeur hebben boven kleine bedrijven, om zo kleine ondernemers meer kansen te bieden. Met een nationale investeringsbank voor het mkb moet het voor kleine en startende bedrijven makkelijker worden om te lenen. De SP wil zo duurzame vernieuwing bevorderen.

Tot slot wil de SP de ‘kleinschaligheidsaftrek’, de investeringsaftrek voor kleinere bedrijven, verhogen. Over de zelfstandigenaftrek wordt verder niets gemeld.

 

Op 17 maart 2021 zijn er weer verkiezingen voor de Tweede Kamer. In aanloop daarnaartoe besteedt ZiPconomy ruim aandacht aan de visies van de verschillende partijen en aan wat ze beloven in hun verkiezingsprogramma op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Inhurende Manager is een sleutel voor succes van uw Externe inhuur programma

Menige organisatie steekt veel energie in het ontwerp en de implementatie van een programma voor externe inhuur ( ook wel Contingent Workforce (CW) programma genoemd) of aan de verbetering van het programma dat ze al hebben. De belangrijkste drijfveren van deze programma’s zijn kostenbesparingen, inzicht en compliance verbeteren, beschikbaarheid van het juiste talent verbeteren of een combinatie hiervan.

Wanneer organisaties hun programma’s willen verbeteren, zijn we geneigd te starten met het definiëren van “verbeteren”, te onderzoeken welke elementen verbeterd kunnen worden, in- of outsourcing van het programma te overwegen etcetera. Maar vaak wordt een cruciale succesfactor voor een programma over het hoofd gezien: de rol van de Inhurende Manager.

Rol van de Inhurende Manager

Bij de meeste programma’s wordt rekening gehouden met de formele programma-eisen van Inhurende Managers. Die eisen worden meegenomen in het ontwerp van het programma:

  • acceptabele ‘time to hire’
  • acceptabele kosten voor de inhuur
  • meerdere CV’s om uit te kiezen
  • redelijk gebruiksgemak van de ondersteunende technologie via Single Sign-On systeemtoegang

Maar het is niet altijd duidelijk hoe belangrijk de rol van de Inhurende Manager is als u optimaal rendement wilt hebben van uw CW-programma. Natuurlijk zijn procesbeschrijvingen beschikbaar gesteld, herinneringen gemaild en een aantal proces indicatoren, zoals bijvoorbeeld de minimale responstijd, afgesproken in de SLA van het programma. Tijdens de implementatie worden Inhurende Managers getraind in het gebruik van de technologie en het doorlopen van de processtappen voor het inhuren (of verlengen) van een flexwerker. Maar begrijpen zij ook echt hoe het programma in hun voordeel werkt?

Hoe Inhurende Managers het meest profiteren van een CW-programma

Voor de volgende 3 basisprincipes moet worden gezorgd:

  1. Help de Inhurende Managers begrijpen welke voordelen het programma voor hen heeft.
  2. Zorg dat de Inhurende Managers begrijpen welke invloed zij hebben op het behalen van deze voordelen.
  3. Herken en erken de bijdrage van Inhurende Managers aan succesvolle inhuur via monitoring en rapportage.

Laten we iets dieper ingaan op deze punten:

  1. De voordelen begrijpen
    Bij CW-programma’s zijn veel stakeholders betrokken, vaak met verschillende drijfveren en doelstellingen. Denk aan de afdeling Finance die op zoek is naar kostenbesparingen en HR en Risk Management naar compliance op regelgeving. Vanuit het oogpunt van de Inhurende Manager worden deze doelstellingen niet per sé als gunstig ervaren.
    Wanneer de Inhurende Manager moeite heeft om de juiste werknemer voor de baan aan te nemen (in kwantiteit en/of kwaliteit), draagt het doel om kosten te besparen niet bepaald bij aan het oplossen van zijn probleem. Als de doelstelling wordt gewijzigd in “op het juiste moment de juiste persoon met de juiste kwaliteit vinden tegen de juiste kosten” dan omvat dit ineens het belang van de Inhurende Manager. Op deze manier is het behalen van de doelstelling gunstiger voor de Inhurende Manager.
  2. De invloed begrijpen
    Op zichzelf is het proces van inhuren van flexwerkers voor een Inhurende Manager niet zo nuttig als het resultaat ervan. Een CW-programma moet bij voorkeur hun zorgen en inspanningen verminderen. Zij moeten echter wel deelnemen in dat proces en vormen een essentieel onderdeel van het programma! Hun bijdrage kan het verschil maken tussen succesvol zijn of niet.
    Voorbeeld: als u een schaars profiel wilt invullen en het programma heeft een geschikte kandidaat gevonden, dan moet u snel reageren… anders doet een andere organisatie dat wel!Dus, korte responstijden en snelle vervolgstappen van Inhurende Managers zijn essentieel om de kandidaat een snelle en positieve ervaring te geven, waarmee de kans op een succesvolle inhuur toeneemt.
  3. Hun bijdrage herkennen en erkennen 
    De meeste procesrapportages zijn gebaseerd op het bewaken van de minimaal vereiste prestatie. Maar zij doen helaas niets om de ‘hiring community’ te motiveren! Om dat te bereiken moet u de inspanningen en acties van de Inhurende Managers die hebben bijgedragen aan een succesvolle inhuur herkennen en erkennen. Op die manier delen zij mee in het succes van het CW programma. Zij worden mogelijk zelfs ambassadeurs van het programma bij hun collega’s. Het vergroot hun gevoel van eigenaarschap van het programma en draagt daarmee bij aan het langetermijnsucces van het programma.

Vooruitkijkend

CW programma’s hebben doorgaans een lange tijdshorizon. In de loop van de tijd kunnen marktomstandigheden verschuiven, kunnen organisatorische prioriteiten veranderen en kunnen ook de behoeften en wensen van de Inhurende Managers wijzigen. Inhurende Managers lopen voorop bij veel ontwikkelingen. Hun steun en inbreng is essentieel voor het identificeren van veranderende behoeften en voor het doorvoeren van vereiste veranderingen om het programma actueel en toekomstbestendig te houden.

Dus, erkennen van de rol van, de voordelen voor de Inhurende Managers en deze integreren in het (her)ontwerp van uw CW programma, zal zowel positief bijdragen aan het behalen van de programmadoelstellingen als de betrokkenheid bij het programma in uw operatie vergroten!

Over de auteur

Marc Viëtor

Marc Viëtor is Managing Partner bij TalentIn. Marc is meer dan 25 jaar actief binnen de HR industrie. Hij heeft een rijke internationale ervaring in het begeleiden van organisaties bij het kiezen en implementeren van de juiste wervingsstrategie.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | 3s Reacties

Zzp’ers gebruiken minder overheidssteun dan verwacht: meevaller van 2 miljard euro

Slechts 17% van de zzp’ers maakte gebruik van de financiële regelingen van de overheid, blijkt uit cijfers die ZiPconomy heeft opgevraagd bij de Kamer van Koophandel (KVK). Dat percentage is significant lager dan het aandeel mkb-ondernemers dat steun aanvroeg. Uit KVK onderzoek naar ondernemerschap en de impact van corona blijkt dat bijna de helft (46%) van de mkb-bedrijven met meer dan 9 persoonsleden in dienst een beroep deed op overheidssteun. Van de micro-ondernemers (2-9 in dienst) maakte 31% gebruik van financiële steun van de overheid.

Weinig impact

Waarom doen zzp’ers weinig beroep op hulp van buitenaf? Een derde geeft aan dat de coronacrisis weinig impact heeft gehad op de werkzaamheden, tegenover 23% van de micro-ondernemers en 19% van de ondernemers met meer dan negen mensen in dienst.

37% van de zzp’ers stelt dan ook net zo te kunnen doorwerken als voor de coronacrisis. Dit tegenover 28% van de micro-ondernemers, en een kwart van de ondernemers met meer dan 10 werkzame personen.  

Een meevaller van twee miljard

De overheid heeft ook minder geld uitgegeven aan inkomenssteun voor zzp’ers dan verwacht. Voor de eerste inkomensondersteuning, de Tozo 1, werd 3,8 miljard euro gereserveerd. Ongeveer 380.000 zelfstandigen, een kwart van alle zelfstandig ondernemers, hebben de inkomensondersteuning aangevraagd. De kosten hiervan bedroegen pakweg 2,5 miljard: 1,3 miljard minder dan oorspronkelijk was begroot, blijkt uit de toelichting op de begroting 2021 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Voor de Tozo 2 was 700 miljoen euro minder nodig dan verwacht. Een stuk minder zelfstandigen (90.000) vroegen deze steun aan. Dat komt onder andere door bijkomende nieuwe vereisten (zoals de partnertoets) en het aantrekken van de markt. Samen met de Tozo 1 had de overheid dus een meevaller van 2 miljard euro.

Andere factoren

Of de meevaller van de overheid alleen te danken is aan de weerbaarheid van zzp’ers, is nog niet duidelijk. Het kan ook zo zijn dat zzp’ers minder vaak steun aan hebben gevraagd vanwege de strenge eisen of onduidelijkheid van de Tozo. Concrete cijfers over hoeveel aanvragen zijn afgewezen, zijn er nog niet.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , , | 3s Reacties

Politieke partijen beginnen kleur te bekennen in arbeidsmarkt en zzp-debat.

De thema’s lijken op dit moment nog niet zo hoog op de agenda te staan. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen had de Tweede Kamer bijvoorbeeld weinig aandacht voor de arbeidsmarkt en nog minder voor de positie van de zelfstandige. Tijdens de bespreking van de kabinetsplannen voor 2021 waren racisme, volkshuisvesting en de bestrijding van Covid-19 de centrale thema’s.

Het kabinetsplan voor de versobering van de zelfstandigenaftrek kreeg tijdens twee dagen debat bijvoorbeeld geen enkele aandacht.

Naar goed Haags gebruik was de verdere afbouw van de hoogte van de aftrek een week voor Prinsjesdag al gelekt. Dat leidde nauwelijks tot rumoer. Geen aanleiding dus voor het kabinet om nog iets aan het plan bij te stellen. Een signaal voor de politieke partijen dat andere thema’s blijkbaar beter scoren onder het grote publiek.

Alleen fractievoorzitter Farid Azarkan (DENK) probeerde het thema nog aan te kaarten. Hij vroeg Klaas Dijkhoff (VVD) waarom juist nu het belastingvoordeel voor zelfstandigen verder afgebouwd moet worden. Een maatregel die vooral zzp’ers met een laag inkomen treft.

Dijkhoff maakte het zich er makkelijk vanaf door erop te wijzen dat de korting de komende twee jaar gecompenseerd wordt door andere fiscale maatregelen. Hij heeft gelijk, materieel stelt deze maatregel niet veel voor. Het is pure symboolpolitiek. Maar het blijft onduidelijk welk punt het kabinet nu wil maken, omdat niemand – ook Azarkan niet – ernaar vraagt.

Toch wordt langzaamaan duidelijk hoe de politieke blokken staan in het zzp-debat. Een overzicht.

VVD

Klaas Dijkhoff (VVD) was tijdens het debat misschien nog het meest eerlijk over de zoektocht die de politiek maakt als het gaat om de zelfstandige. Er zijn kwetsbare zelfstandigen die in de verdrukking zitten. Er is een flinke groep zelfredzame echte ondernemers . Hij wil dat “die groepen uit elkaar gehaald worden en dat we daar eerlijk beleid op kunnen maken.” Maar hoe hij dat wil realiseren, dat zei hij niet.

De VVD was in 2016 de populairste partij onder zzp’ers. Maar de partij heeft dit kabinet bar weinig gedaan voor deze groep en niets gerepareerd van het Wet DBA-debacle dat VVD’er Wiebes vorig kabinet achterliet. In het regeerakkoord was een onderzoek afgesproken voor een aparte wettelijke status voor zelfstandigen. Daar hebben we niets meer van gehoord. Ook de zelfstandigenverklaring voor zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen, komt er niet meer. Maar er komen wel een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) en hogere belastinglasten voor zzp’ers.

PvdA/SP: macht

Rond het zzp- en arbeidsmarktdossier liggen de standpunten van de Partij van de Arbeid (PvdA), SP en 50Plus dicht bij elkaar. Die visie is niet verrassend.

“Het aantal zzp’ers is enorm gegroeid. Sommigen willen dat, maar heel veel ook niet,” beweerde Marijnissen van de SP (ten onrechte overigens, blijkt uit deze factcheck).

Vanuit het traditionele machtsdenken is voor deze partijen het vaste arbeidscontract het beste voor werkenden. Weg met flex. Niet omdat werkgevers goed voor werknemers zorgen, maar omdat de traditionele instituties als vakbonden en pensioenfondsen het beste, collectieve, tegenwicht kunnen bieden tegen de traditionele vijand:  de werkgevers.

CDA/CU : coöperatieve revolutie

In de bijdragen van Pieter Heerma (CDA) en Gert-Jan Segers (CU) werden de verschillen tussen de coalitie partijen duidelijk zichtbaar. Het sociaal-conservatisme versus het liberalisme.

Segers vindt dat individualisering op de arbeidsmarkt, een gevolg van het liberale denken,  is doorgeschoten. “De coronacrisis heeft nog scherper laten zien wat niet deugt. We zien dat zzp’ers als eerste geholpen moesten worden”, zegt hij.

Heerma: “De echte weg naar een eerlijke arbeidsmarkt volgt uit het rapport van de commissie Borstlap.” Volgens het CDA is het daarbij logisch om te beginnen met het terugdringen van flex.

De term wederkerigheid – een van de centrale woorden in het advies van de Commissie Borstlap – valt goed bij de Christen Democraten. Niet zo gek, want voorzitter Hans Borstlap is zelf lid van het CDA. Heerma voorziet een “coöperatieve revolutie” als antwoord op een al te grote individualisering.

PVV/Forum voor Democratie

Waar de PVV en Forum voor Democratie (FvD)  staan in het zzp-debat is lastig te bepalen. Zo is het ook de vraag of ze hier wel een blok vormen.

Wilders probeerde in de algemene beschouwingen  duidelijk te maken dat zijn positie in het arbeidsmarktdebat meer links is dan dat van PvdA en SP. Hij wil opkomen voor de traditionele arbeiders, al blijkt dat zelden uit het stemgedrag van de PVV. Het standpunt van Wilders ten aanzien van zzp’ers blijft onduidelijk. Hij heeft er niet over. Op de vraag van Asscher waarom de PVV altijd tegen moties stemt die inzet van zzp als maaltijdkoeriers onmogelijk moet maken, reageerde Wilders op zijn geheel eigen, ontwijkende, manier: “Ik wist niet eens dat ze bestonden.”

Voor Baudet is de term Zwarte Piet blijkbaar een stuk relevanter dan de term Zelfstandig Professional. Die laatste groep kreeg geen aandacht, terwijl Forum voor Democratie, zeker toen Henk Otten daar nog bij betrokken was, zich regelmatig profileerde als de ondernemerspartij.

Jammer want zo blijft het gissen waar Baudet nu staat. Hij heeft het zelf – in een andere context – over de doorgeschoten vrijheden van het liberalisme. Deelt hij dan ook de visie van Heerma en Seegers als het gaat om de doorgeschoten vrijheid en het individualisme op de arbeidsmarkt? En voelt hij ook wat voor een coöperatieve revolutie?

Onduidelijk is dus of Baudet aanschuift bij het ‘sociaal conservatieve’ blok van PvdA en CDA.

D66/GroenLinks

De term ‘sociaal conservatief’ brengt ons tot het laatste blok, dat zich graag als meer progressief en sociaal liberaal opstelt. D66 en GroenLinks dus. Bij de vorige verkiezingen konden ze samen op een derde van het totaal aantal stemmen van zzp’ers rekenen, waarmee ze respectievelijk de tweede en derde partij onder zzp’ers waren.

Toch liet ook Rob Jetten (D66) het onderwerp ‘arbeidsmarkt & zzp’ liggen tijdens de Algemene Beschouwingen. Hij vindt dat ‘wij en de hele westerse wereld zijn doorgeschoten in het neoliberalisme, dat gaat over “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken”. Maar ik noem mezelf sociaalliberaal. Dat gaat uiteindelijk om het in de kracht zetten van het individu, het vrijmaken van het individu, zodat iedereen de kans heeft om wat van zijn leven te maken.’

Wat dat nu betekent voor het zzp-dossier, daar kwam hij niet toe. Met bewindslieden Wouter Koolmees en Hans Vijlbrief (beiden D66) op cruciale plekken in het kabinet is de positie van D66 ook wat kwetsbaar. Zij waren tenslotte verantwoordelijk voor het zzp-dossier en hebben tot op heden geen antwoord gegeven op de cruciale vraagstukken die daar spelen.

GroenLinks zit vaak dicht tegen de PvdA aan, maar wil zzp’ers vaak iets meer ruimte geven om hun eigen keuzes te maken. Maar ook Jesse Klaver was niet uitgesproken over zzp’ers. Hij had het wel over ‘de kwetsbare sector cultuur en media, waarin veel zzp’ers werken’. Dat is toch net iets anders dan het in het algemeen hebben over kwetsbare zzp’ers. Zo moet dus ook GroenLinks nog wat kleur bekennen. “Vrijheid van ondernemerschap en collectiviteit in het sociale stelsel moeten samen gaan,” zei Paul Smeulders eerder in een interview met ZiPconomy. We zullen moeten afwachten tot het verkiezingsprogramma van GroenLinks om te zien hoe ze dat concreet wil maken.

Overigens komt het kabinet later dit jaar met een uitgebreide reactie op de adviezen van de Commissie Borstlap. Dan zullen het kabinet en de verschillende politieke partijen meer moeten laten zien waar ze staan in dit deel van het arbeidsmarktdossier.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 8s Reacties

‘Borstlap, waar blijft detacheren?’

De Commissie Borstlap adviseert de regering om voortaan nog maar drie rijbanen (contractvormen) te hanteren op de arbeidsmarkt. Eén voor de werknemer (arbeidsover­eenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd), één voor de zelfstandige (overeenkomst van opdracht of overeenkomst tot aanneming van werk) en één voor de uitzendkracht (uitzendovereenkomst).

“Waar blijft detacheren?”, vraagt VvDN-voorzitter Maikel Pals zich af. “Waarom is er geen rijbaan voor detacheren of in ieder geval een aparte rijstrook?” Want detacheren heeft volgens hem niets te maken met (klassiek) uitzenden, maar heeft wél grote waarde. “De detacheringsbranche neemt juist een bijzondere positie in. Het biedt opdrachtgevers de gevraagde flexibiliteit, terwijl wij geen flexwerkgevers zijn. Detacheerders zijn keurige werkgevers die hun werknemers fatsoenlijke, vaak vaste contracten bieden en die meer dan gemiddeld investeren in duurzame inzetbaarheid en opleiding van werknemers en waar je dus een mooie professionele carrière kunt maken.”

Pals vindt het dan ook volkomen onterecht dat in de maatschappelijke discussie detacheren op één hoop gegooid wordt met alle andere flex. Dat ook Borstlap zich daaraan schuldig maakt, verbaast hem. “Alle onderdelen uit het eindrapport die Borstlap noemt als belangrijke waarden – vastigheid, werkzekerheid, investeren in opleiding en ontwikkeling, et cetera – zitten in detachering. Maar in de voorgestelde uitvoering is daar niets van terug te zien!”

Lees ook: We worden ten onrechte in verdomhoekje gezet door commissie-Borstlap

Detacheren ideale driehoekrelatie

Ook verscheen begin deze zomer het rapport Driehoeksrelaties waarin wordt gepleit voor meer regulering van de intermediaire markt.

Pals heeft daar namens de VvDN eerder op gereageerd door te stellen dat detachering juist een mooie oplossing is voor de gevraagde flexibiliteit op de arbeidsmarkt.

“Het interessante is dat dit rapport erkent dat de behoefte aan flexibiliteit niet weg gaat, die blijft”, zei Pals eerder in een reactie op dat rapport. De driehoeksrelatie met intermediairs geeft volgens hem invulling aan de behoefte aan flexibele inzet van specialisten bij bedrijven. “Daar is niets mis mee. Je moet alleen zorgen dat je op een bestendige manier invulling geeft aan die behoefte aan flex. Detacheerders doen dat.”

Themabijeenkomst

De VvDN houdt op 28 september a.s. een themabijeenkomst over de actuele ontwikkelingen in de wet- en regelgeving rondom flex. VvDN-leden kunnen hier in discussie met Kamerleden en vertegenwoordigers van de Commissie Borstlap.

Een belangrijke bijeenkomst, aangezien de Tweede Kamer zich deze periode buigt over de werking van de arbeidsmarkt, waarbij de bevindingen van de Commissie Borstlap en het rapport Driehoeksrelaties de basis voor de discussie vormt. Geïnteresseerden kunnen fysiek of digitaal deze bijeenkomst bijwonen door zich hier aan te melden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 3s Reacties